Totaal aantal pageviews

dinsdag 30 september 2014

Haaksbergen


Afgelopen weekend heeft er in Haaksbergen een vreselijk ongeluk plaatsgevonden. Bij een auto-evenement is er tijdens een stunt een zogenaamde monstertruck in het publiek gereden. Er vielen drie doden te betreuren en momenteel liggen er nog een aantal gewonden in het ziekenhuis. Een verschrikkelijk ongeluk dus waarbij dringend de behoefte bestaat aan een diepgaand onderzoek naar de oorzaak. Al was het alleen maar om bij toekomstige evenementen van dit kaliber ongelukken te voorkomen. Ik heb begrepen dat de onderzoeksraad voor de veiligheid het onderzoek gaat leiden. En dan komt bijna altijd de onderste steen boven.

Inmiddels is de gemeente Haaksbergen zelf ook een onderzoek gestart. Tenminste, dat mag je afleiden uit de berichten die al snel na het ongeluk opborrelden. Zo zagen we de burgemeester en een aantal ambtenaren die kort na het ongeluk aankondigden dat ze “de vergunning zouden uitpluizen”. En dan moet ik op de pot.

Even voor de duidelijkheid: Een vergunning krijg je als organisator eerst nadat je een aanvraag hebt ingediend. En dan gaat het niet om een simpel aanvraagbriefje. Het zijn over het algemeen complexe formulieren waarbij de gemeente zich vooral richt op de mogelijke risico's van een te houden evenement. En hoe die risico's dan worden afgedekt. De vergunning wordt pas afgegeven nadat men zich ervan heeft overtuigd dat er geen noemenswaardige risico's zijn. Vervolgens moet er nog een fors bedrag aan leges worden betaald en dan kan de organisatie starten.

Voordat het evenement dan uiteindelijk wordt gehouden heeft de gemeente nog de mogelijkheid om na toetsing van de regels de afgegeven vergunning in te trekken. Maar dan moet men wel vóór het evenement toetsen en niet achteraf, zoals de gemeente nu doet. Dat noemen ze in Haaksbergen “de koe in de kont kijken”. Op zijn Hollands: gezwam achteraf.

Maar goed. Inmiddels is de vergunning getoetst, achteraf dus, en heeft men vastgesteld dat de leges zijn betaald en dat het afgeven van de vergunning door de ambtenaren “allemaal een beetje te routinematig” heeft plaatsgevonden. Alsof je een vergunning afgeeft voor een straatfeestje. Zoiets. En dat is natuurlijk heel vreemd.

Het wachten is nu op de resultaten van het echte onderzoek waarbij de rol van de gemeente nogmaals wordt belicht. En dan ongetwijfeld gericht op de handhaving van de regels zoals die in de vergunning zijn beschreven. Tenminste, als die al zijn beschreven. En daarover bestaan inmiddels gerede twijfels. Eigenlijk zou je op grond van hun eigen eerste onderzoek kunnen concluderen dat men op het gemeentehuis behoorlijk "routinematig" heeft liggen slapen. En daar zal ik dan verder geen flauwe opmerkingen over maken want daarvoor is het allemaal veel te triest.


Brompot


maandag 22 september 2014

Ronnie...

Ze kwam aangescooterd over het fietspad waar ik toevallig net op dat moment op de naastgelegen groenstrook onze Jack Russel liep uit te knijpen. Ze zou me normaal gesproken niet zijn opgevallen, ware het niet dat ze in de remmen kneep en precies náást mij tot stilstand kwam. Er werd direct na de landing een crèmekleurige Ugg op het asfalt geplaatst en bewust mijn aandacht getrokken. Ze riep iets van “Hé, jij” en ik draaide me om.

Ik ontwaarde een geforste dame in een tijgervel-legging met daarboven een roze t-shirt en een geblondeerde hoofdtooi. Mijn Jack gromde naar de tijger die blijkbaar net een prooi had verslonden want het vel was bollig gevuld. Ik deed nog een pasje naar voren en knikte zoals je doet als je iets niet hoort. Ze herhaalde haar vraag, maar ze kwam niet boven haar eigen scoorterkabaal uit. Ik plaatste mijn hand achter mijn oorschelp ten teken dat ze nog steeds niet te verstaan was. Ze draaide de sleutel om en het werd stil.

“Ik kon je niet verstaan”, zei ik lachend en wees op de scooter onder de tijger. Ze boog zich iets naar voren en ik ontdekte rond haar nek een gouden ketting met een aangeregen naam waarmee ze vermoedelijk bij de burgerlijke stand was ingeschreven. “Blanche”, las ik. De letters hingen wat vermoeid naast elkaar en gleden half weg in een niet goed afgedekte en oneindig diepe borstenkloof.

Ze deed haar naam overigens geen eer aan, want ze was alles behalve “Blanche”. Ik kreeg zelfs het gevoel dat ze de tijger persoonlijk onder de brandende Afrikaanse zon had omgelegd. Daarnaast straalde ze een ordinaire hoerigheid uit waarbij deze “Blanche” waarschijnlijk ook niet als een “witte” onschuld door het leven scooterde.

“Ik zoek de opvang”, zei ze met een zwaar Arnhems accent.

“De opvang”, herhaalde ik langzaam. “Wat voor een opvang ?”.

Ze haalde haar schouders op. “Nachtopvang van het leger”.

“Je bedoelt het leger des Heils ?”, vroeg ik met een voorzichtige glimlach.

“Ja, dat zal. Ik heb hem er namelijk vannacht uitgeschopt”. Haar zwaar gewimperde oogleden trilden van nijd. Ik keek met enig ontzag naar de Ugg.

“Oké”, zei ik. “Ik denk dat je dan door moet rijden tot...” Ik wees in een richting.

Ze luisterde niet. “Ik ontdekte dat Ronnie lag te rotzooien met mijn nicht. Dat is zo'n geleerde studentensnol. Rosemarie heet ze, het kutwijf”. Ik aarzelde even of ik iets van het “kutwijf” moest vinden maar ging toch verder met de uitleg. “Dus je moet doorrijden tot aan de brug”...

Ze luisterde nog steeds niet. “Hij zei dat hij naar de opvang ging. En nu ga ik hem ophalen. Hij krijgt nog één kans”.

Ergens vanuit haar t-shirt klonk een snel aanzwellend geluid van Frans Bauer met zijn “Heb je even voor mij”. Dat had ze blijkbaar want ze graaide in haar t-shirt en trok een roze telefoon tevoorschijn.

“Ja, waar ben je ?”, snauwde ze. Er volgende een moment van stilte. “Wat ?... ik heb je toch gezegd...”, ze liep donkerrood aan. "Dus je zit bij die snol ???”.

Ik keek verschrikt om mij heen en mijn Jack blafte tegen de tijger. Ik gaf een geruststellend ruk aan de riem.

“Ik flikker je spullen naar buiten en over een half uur ligt de hele colerezooi op straat”. Ze beëindigde het gesprek, stak haar telefoon onder haar t-shirt, startte de scooter, trok de Ugg binnenboord, draaide op het fietspad en stoof zonder iets te zeggen weg.

Terwijl ik langzaam verder liep trok ik in gedachten mijn eigen conclusie. Het moet toch wel een hele verstandige knul zijn, die Ron..


Brompot