Totaal aantal pageviews

dinsdag 26 mei 2015

Zondagse tactiek

“Gaan we nog wat leuks doen vandaag?”, vroeg zijn echtgenote. Hij verwachtte hem al. Het was de standaardvraag voor de zondagochtend als ze aan het standaard ontbijtje zaten met de twee standaard pistoletjes, standaard jusje en het standaard eitje.

“Het eitje smaakt me niet zo goed vandaag, een andere winkel?”, vroeg hij vanuit een slimme afleidingsmanoeuvre want hij had geen zin in iets leuks.

“Nee, deze zijn ook van de Albert hoor”, zei ze ietwat verbaasd.
“Ik proef echt verschil. Er zit een flauw smaakje aan en het ruikt een beetje naar natte hond. Er is iets vreemds mee. Hapje?”. Hij hield het lepeltje met eigeel in haar richting. 

Ze schudde haar hoofd. “Nee, dank je, ik heb geen zin in ei”. Hij stak het lepeltje terug in de nog halfvolle eierschaal.
“We kunnen wel even bij mijn moeder langs”, stelde ze voor.

“Ik ben toch wel een beetje misselijk aan het worden van dat eitje”, bepte hij ontwijkend.

“Zal ik haar even bellen?”, ze ging onverstoorbaar verder. Hij haalde zijn schouders op.
“Of verwacht je dat je met een uurtje aan de monitor op de IC ligt”. Ze had het blijkbaar toch gehoord.

Hij schudde zijn hoofd. “Dat niet, maar helemaal lekker ligt hij niet”

“Zal ik dan maar even bellen?”, drong ze aan. Vervolgens: “Hoe laat denk je dat we klaar zijn?”.

Hij speelde ietwat ongeïnteresseerd met het lepeltje in het eierprutje.
“Hebben we niks anders?”, vroeg hij al starend naar het dopje.

“Ja, hallo, ik vraag je net wat we gaan doen vandaag, en toen zei je niks”. Er klonk wat irritatie.

“Ik was bezig met dat ei, schat, en ik kan natuurlijk maar één ding tegelijk”. 
Open deur tactiek. Als het goed is schakelt ze nu over op het cliché, bedacht hij.

“Ja, jullie mannen kunnen altijd maar één ding tegelijk”. 

Ach zie, zo voorspelbaar die vrouwen. Hij had moeite om zijn lachen in te houden.
“We kunnen ook een eindje gaan fietsen”, stelde hij veilig voor. Hij dacht aan haar aambeien.

Ze trok chagrijnig weg en ontweek nu zelf. “Dan zijn we met een uurtje terug, en wat gaan we dan doen?”. 

Hij voelde vooruitgang en gaf gas. “Nee, de hele ochtend bij je moeder hangen en dat gezwam aanhoren over ingescheurde kalknagels en de problemen met haar darmflora. Het eitje boert me trouwens behoorlijk op”. 

Ze zuchtte. “Wees blij dat we haar nog in ons midden hebben”.

Er brandde impulsief een antwoord op zijn lippen maar het doofde voordat er brandschade kon ontstaan. “Kom op schat, verzin nu eens ècht iets leuks”, het kwam uit zijn tenen.

“Jij kunt toch ook wel een keer wat verzinnen?”, kaatste ze terug. “Ik moet altijd dingen bedenken”.
“Eindje fietsen stelde ik toch voor? Dat vind ik altijd zo fijn. Gaan we daarna in de stad een kopje thee drinken”.

“Dan zijn we twee uurtjes verder”, concludeerde ze. “En wat dan?”

“Oké, dan gaan we een heel eind fietsen en een kopje thee drinken bij mijn zus. Die is ook maar alleen”.
‘Nee, de hele middag bij je zus hangen en die zwamverhalen over de scheiding aanhoren. Daar heb ík geen zin in. En dan, met mijn aambeien”. 

Hij dacht even na en kwam tot de voorlopige conclusie dat hij op ramkoers zat.
"Dan gaan we dadelijk eerst naar jouw moeder, maar dan vanmiddag ook naar mijn zus. Met de auto”. Een niet zo aanlokkelijk compromis maar wel tactisch.

Ze zuchtte diep en keek hem aan. “Het eitje zit je echt niet lekker hè?”, zei ze. “Je ziet zo wit”.
“Kun je het zien?”, vroeg hij met een licht medelijdend snikje terwijl hij een niet bestaande zweetdruppel van zijn voorhoofd depte. 
Ze knikte. 

Hij zei even niets,  de eindstreep naderde. 

“Dan kruip ik maar achter de naaimachine”, besloot ze toen. “Vind je het erg?”.
Hij liet een tactische stilte vallen. Toen: “Nee hoor schatje, ik pas me zoals gebruikelijk wel aan”.

Bart

Copyright Brompot juli 2017

2 opmerkingen: