Totaal aantal pageviews

vrijdag 29 januari 2016

Het bonnetje...

Ik kreeg vandaag een papieren brief van onze zorgverzekeraar. Hij werd door de brievenbus gegleufd en ik kwam hem tegen op de mat. Meestal bevatten dit soort enveloppen onzinnige informatie over therapieën die men als commercieel interessant extraatje in een aanvullend pakket heeft gepropt. Zoals laatst, toen het over zwangerschappen ging. Blijkbaar had men na het raadplegen van de bestanden ingeschat dat wij op zestigjarige leeftijd nog vruchtbaar genoeg zouden zijn om opnieuw aan kinderen te beginnen. Ik voelde me ergens wel vereerd en begon zelfs wat te groeien.

Dit keer echter geen reclame maar een rekening over een te betalen eigen risico. Het bleek een nota van een akkefietje welke ik ergens in juni 2015 in het plaatselijke ziekenhuis moet hebben ondergaan en die vanwege de hoge werkdruk vertraagd was afgewerkt. Ik wist niet eens meer aan welk gevaar ik indertijd ben blootgesteld. Mijn echtgenote opperde iets van een onderzoek naar beginnende dementie. Tja, na heel lang nadenken borrelde er iets op in de richting van een preventief bloedonderzoek om mijn macDonalds gehalte vast te stellen.

Ik moest, naar nu bleek, voor deze actie honderd-en-zevenendertig euro betalen. En aangezien je dan al snel over de tegenwaarde van twintig Happy Meals praat, ben ik de rekening maar eens diepgaand gaan analyseren om er vervolgens na twee seconden achter te komen dat het niet zou gaan lukken. Ik trof een kleine vijfentwintig bedragen aan zonder specificatie.

Zo kwam ik acht keer het bedrag van één euro zeventig tegen. Nu kan ik mij nog herinneren dat zuster Clivia acht keer in mijn ader heeft geprobeerd te prikken. Tja, als elke poging één euro zeventig moet kosten, dan vraag ik mij af waarom de zorg nog steeds een tekort heeft. Tien van deze klungel-prikkers levert kapitalen op.

Ook kwam ik een bedrag van één euro tien tegen. Ik kan me nog herinneren dat de prikjuf een papieren zakdoek uit een doosje trok en een traan uit haar ooghoek veegde. Blijkbaar kwamen er bij het prikken dermate sterke emoties los dat ze ervan moest huilen. Uiteraard werd deze uitbarsting ook in rekening gebracht.

Uiteindelijk toch maar even met het zorgkantoor gebeld. Ze namen tot mijn prettige verbazing meteen op en aan de andere kant klonk een quasi vriendelijke telefoonjuf. Na een drie minuten durende uitwisseling van beleefdheden, die je overigens later weer moet beoordelen in een klant-tevredenheidsonderzoek,  kwam het tot zaken. Nee, ze had geen idee. Vervolgens kreeg ik een vijf minuten durende uitleg over de complexiteit van de declaraties. Kortom: niet zeiken maar gewoon betalen. Voordat ze de telefonische deur kon dichtsmijten, stak ik er toch nog even mijn voet tussen.

“Kunt u dan geen specificatie opvragen ?”, probeerde ik. “Er moet toch iets van een bonnetje bestaan?”.  “Tja meneer, dan moet ik de ICT afdeling vragen de bestanden te raadplegen”, blaatte ze. “Ik weet niet of de directie het hier mee eens is...”

Ik proefde iets van een doofpot-theorie... Waar heb ik dat afgelopen week meer gehoord...       

Brompot              

zaterdag 23 januari 2016

Een goed gesprek...


Afgelopen week is ze na een dienstverband van vijftien jaar vrij plotseling overleden. Dora Bosch, gefabriceerd in Januari 2001 en kort daarna liefdevol in ons gezin opgenomen. We hebben haar gepoetst, gekust en dagelijks de hemel ingeprezen. En daar is ze nu uiteindelijk terecht gekomen. Ze had de laatste tijd wat last van haar pomp en we hadden de indruk dat haar waterdruk wat te hoog was. Natuurlijk heb ik kort na haar overlijden nog een autopsie uitgevoerd. Maar toen ik daarna de stekker in het stopcontact stak, nam ze met een doffe droge klap definitief afscheid.


Tja, en dan begint de discussie. We krijgen binnenkort een nieuwe keuken met daarin een vaatwasser. Maar dat duurt nog een paar weken en dus moeten we met het betere handwerk de tijd door zien te komen. Ik heb nog even gegoogled op huurvaatwassers, maar die schijnen niet te bestaan. Wellicht een gat in de markt ! Van een paar meerouwende vrienden kregen we de troostende woorden dat het samen afwassen goed zou zijn voor het ontwikkelen van een aantal goede gesprekken. Ja, die ken ik. Ik heb daar in het verleden, toen het nog goed ging met de BV, diverse trainingen in gehad.

Zo hebben ze mij ooit aan een training laten deelnemen waar je “gezellig” met je collega's moest koken. Dat was goed voor de samenwerking stond in de folder. Nu wil het verhaal dat ik een ongelooflijke pesthekel heb aan koken. Ik kan het niet en ik wil het ook niet. Maar goed, het is je baan en de wil van je baas dus hijs je jezelf in een belachelijk schort voorzien van een afdruk van een oranje peen op kruishoogte met daaronder een tweetal uien.

Ik bleek voorbestemd om een eitje te bakken. Tja, toen er na drie mislukkingen door ene Rudolph werd ingegrepen kwam ik inderdaad tot het vereiste kookpunt. Vol woede en ergernis. Toen we na afloop van het “familiediner” de aangebakken pannen handmatig moesten afwassen ben ik afgehaakt. Tot het beoogde goede gesprek is het nooit gekomen. Uiteraard is er wel drie uur lang oeverloos geëvalueerd. Dat hoort zo bij dit soort trainingen.

Met dat trauma in mijn achterhoofd ben ik de serie van naar schatting twintig afwassenbeurten gestart. Ons eerste goede gesprek begon met een discussie over het aantal druppeltjes Dreft wat nodig is voor een schone vaat. Volgens mij was één theelepeltje genoeg en ik maakte er een dusdanig punt van dat het goede gesprek in de kiem werd gesmoord en ik in mijn uppie stond af te wassen. Het schuim leek zo geschrokken van ons gesprek, dat ik er nog een vol theelepeltje tegenaan heb gegooid. Na drie borden heb ik uit pure wanhoop de halve fles leeggeknepen maar toen ontstond er zoveel schuim dat ik tot overmaat van ramp ook de vloer nog kon dweilen.

Maar het kan allemaal nog erger. Drie dagen na het afvoeren van Dora gaf ook onze wasdroger de geest. Hij viel niet meer aan te trappen en er scheen iets mis te zijn met zijn ingewanden. Toen een dag later ook nog een gloeilamp uit elkaar spatte werd het tijd voor een écht goed gesprek. Met mijn schepper wel te verstaan. Ik denk dat Hij er achteraf flink spijt van heeft gehad.

Brompot

vrijdag 15 januari 2016

IQ testje

Afgelopen week kreeg ik een “whats app” van mijn kleinzoon van vijf jaar. “Hallo opa van Bram”. Toen ik het zo las voelde ik mijn trotsemmer vollopen en vervolgens overstromen. Ons kleinkind van vijf kan al tekstjes schrijven en verzenden. Mooi onderwerp voor een verjaardagsfeestje waarbij in de loop van de avond de kranen van het verstandig praten volledig worden losgegooid en we als een soort van veiling tegen elkaar gaan opbieden. Ofschoon het in onze ogen best een leuk “appie” was, moest ik terugdenken aan mijn persoonlijke stand van zaken toen ik nog vijf was. Ik zat toen nog met potten verf een eigen Karel Appel te ontwerpen en had ik van cijfers en letters geen enkel benul. Overigens zal mijn Appel-versie nooit tussen Kunst en Kitsch worden vertoond. Hij is als niet begrepen kunst in de vuilnisbak verdwenen.    

Ik stam dus uit de periode dat de kreten “kut” en “school” nog twee aparte woorden waren. Een onderwijzer was een meester, hij was nooit ziek, kende de kinderen tot op het bot en werkte meer dan acht uur op een dag. Nee, het was niet “die goede ouwe tijd” want als leerling had je het best zwaar. Als je ondeugend was stond je in de hoek, kreeg je een draai om je oren of mocht je nablijven tot op het moment dat de hoofdmeester naar huis ging. En zoals gezegd: die werkte gewoon acht uur per dag.

Daarnaast waren ze het thuis altijd volledig eens met de opvattingen van de leraar en zagen ze de school als een verlengstuk van de opvoeding. “Halleluja, praise the school” stond er op een blauw  tegeltje aan de muur. Toen ik uiteindelijk de toen nog zesde klas had doorlopen waren er geen testen nodig om vast te stellen dat ik een “mulo” klantje was. En zo had onze hoofdmeester ook voor de rest van de klas een passend advies waar niet over werd gezeurd. Het paste gewoon.  

Toen onze kinderen op school zaten zag je al iets van een kentering ontstaan. Het werd allemaal wat vrijer en in plaats van het dagelijks dreunen van tafels, ging het over keuzepakketjes. De leerling ging zelf zaken bepalen en zo heel langzaam zag je de glijbaan in hellinggraden toenemen en met dezelfde glijsnelheid het gezag en ontzag het riool inschuiven. Ouders zagen hun kans schoon en met de inzet van een hele grote mond probeerden ze vooral de toekomstige koers van hun kroost in hun voordeel te bepalen zodat ze voortaan tijdens de verjaardagsveiling ook wat te bieden zouden hebben.

De cito-toets was inmiddels uitgegroeid tot een “ondersteunend” excuus cq bewijsdocument om het glazenbol-advies van de leraar in de richting van het vervolgonderwijs te onderbouwen. Het heeft inderdaad even gewerkt, maar het kabaal van ontevreden ouders begon weer aardig toe te nemen, soms tot bloedens toe. Inmiddels hebben scholen besloten om nóg meer bewijs te leveren rond hun advies-gelijk. Ze laten de kinderen nu een iq test maken en over de uitslag kan voorlopig niet meer worden gediscussieerd.

Overigens heb ik ooit zelf zo’n testje gemaakt. Ingrediënten: zes klassen lagere school, vijf jaar MULO, MTS… over de uitslag kan niet meer worden gediscussieerd. Had ik, gelet op de resultaten ook geen enkele behoefte aan.

Hoe het uiteindelijk voor onze kleinkinderen gaat uitpakken staat nog in de sterren, maar ik heb mijn kleinkind nog wel even terug “geappt”. “Opa is trots op je”. Hij heeft het met zijn vijf jaar ongetwijfeld gelezen en begrepen.     

Brompot