Totaal aantal pageviews

zaterdag 27 februari 2016

Wachtkamerpraat....


Ze zat tegenover me in de wachtkamer van mijn huisarts die ik bezocht vanwege een dwingend advies van mijn echtgenote. Ik was zwaar verkouden. Het leek een in mijn ogen ongeneeslijke praatzieke geblondeerde en opgeschilderde stuiterbal van een jaartje of vijftig die naar alle waarschijnlijkheid eveneens op advies van haar partner in de wachtkamer patiënten zat te vervelen. "Ga jij maar eens lekker naar de dokter schat, en neem vooral de tijd", moet het op haar gerichte advies hebben geklonken.

"Kijk, dit zijn onze kleinkinderen. Fiepje en Sjors". Ze boog zich iets naar voren om ze te kunnen laten zien. Ik zag ze zitten. Ze staarden vanachter het plastic raampje, pal achter het papieren geldvak van haar portemonnee brutaal de wachtkamer in. "Fiepje is zes en Sjors acht. Het zijn een paar echte deugnieten". Ik knikte. Het was voor mij een bekend verhaal: opa en oma die genieten van de ondeugd van hun kleinkinderen terwijl de ouders zelf ze om dezelfde reden het liefst achter het behang zouden stampen.

"Leuk hoor", zei ik terwijl ik een nieuwe niesbui voelde opkomen. "Ja, die kleintjes hebben al heel wat uitgespookt", zei ze niet zonder trots. De muts. Ik heb dat al wel eens zien gebeuren: kleinkinderen die op de zondagmiddag bij jou in de buurt de terrorist komen uithangen terwijl de ouders stevig aan de drank bij de schoonouders aan tafel een kaartje lagen te leggen. Met een scherpe steen "Boter kaas en eieren" spelen op de motorkap van de auto van een ander. En met een harde leren bal de deuken in een auto trappen om vervolgens keihard te roepen dat ze er al inzaten. Zo leuk, die ondeugd.

"Spelen uw kleinkinderen soms ook boter kaas en eieren met een steen ?", vroeg ik. "O vast wel", riep ze enthousiast. "Ze zijn ook zo slim. Weet u", ze schoof naar voren en haar volume daalde

"ze kunnen al met zo'n computer werken". Ze keek me aan met een blik van "heb je daar van terug ?". "Zo", zei ik. "Ja, en pas zes en acht jaar hè. Weet u meneer, wij speelden op die leeftijd nog met poppen. En u ?".

Ach Jezus, dacht ik, nu gaan we het over de goeie oude tijd hebben. "Ik speelde doktertje met mijn buurmeisje", zei ik snel in de hoop dat ze af zou haken. "Ik was dan de dokter", voegde ik er nog aan toe. "Hahaha, dat deed ik ook altijd met mijn buurjongetje en dan was ik de patiënt. En hij heeft me door de jaren heen zo goed onderzocht dat er weinig anders over bleef dan te trouwen. En kort daarna werd onze dochter geboren.

Bent u ook getrouwd ?". Ik knikte. "En ook kinderen ?", vroeg ze door. Ik knikte opnieuw. "Kleinkinderen ?". "Vier", ik gaf maar vast antwoord op een nog niet gestelde vraag. "En dat vind ik meer dan genoeg". Ik begon me te ergeren aan haar gekwebbel. Ze boog zich opnieuw naar voren. “Ik moet van mijn man naar de dokter. Ik heb volgens hem teveel energie en daar moet de dokter iets voor geven. Snapt u dat nou ?”.

Ik haalde mijn schouders op en pakte een kort nadenkmomentje. Toen boog ik mij naar voren. “Als ik u was, mevrouw, zou ik nog een keer doktertje gaan spelen bij uw vroegere buurman en mezelf daar nog eens een paar keer diepgaand laten onderzoeken. Dat werkt beter dan een pil en bent u heel snel genezen”.

Vervolgens stond ik op en liep ik op uitnodiging van de dokter de spreekkamer in. Toen ik die vijf minuten later met een recept in mijn hand verliet, bleek de wachtkamer leeg. Ik kon maar één ding concluderen: ze is mijn advies ongetwijfeld meteen gaan opvolgen...



Bart

zaterdag 13 februari 2016

Ikea


En toen was er een kast nodig en toen gingen we naar de Ikea om er één te kopen. Zo simpel kan het leven zijn. Je prikt en passant nog een Zweeds balletje, je graait hier en daar wat handig klein grut uit één van de vakken, loopt drie kilometer door de winkel, pakt je spullen uit het magazijn, rekent af en ziet dat je zo snel mogelijk weer thuis komt om naarstig aan het werk te gaan.

Onze aangeschafte kast betrof een zogenaamde förvara. Een keukenkast in vijfentwintig onderdelen met daarbij een beschrijving, wat losse prut en een aantal forse planken waarmee het klusje simpel te realiseren zou moeten zijn. Van een vriend had ik het advies gekregen om het vooral in mijn eentje te doen. “Nooit met je partner”, klonk het. Maar dat grapje kende ik al. Als je een snelle scheiding wilt forceren moet je een kastje kopen bij Ikea en samen in elkaar zetten. Natuurlijk luister ik niet naar die onzin, maar had al wel besloten om voor het oppoetsen van mijn zelfvertrouwen het ding zelf in elkaar te prutten. En met behulp van de beschrijving zou dat gaan lukken.

Eigenlijk was het allemaal doodsimpel. De hamer die ik gebruikte was niet eens nodig. Beetje de voorgeboorde gaatjes tellen, duveltje erin, plankje erop en de volgende. Allemaal geen probleem. Vrolijk fluitend schroefde ik de laatjes in elkaar, hier en daar een scharnier, en tot slot de pootjes. Dat bleek toch nog even lastig, want de gaatjes bleken niet voorgeboord. Maar ook dat geen punt. Beetje meten met het schele oog, hamer, schroeven, accuschroevendraaier, ietwat gekraak en hoppa, vier poten op zijn plek. Hoezo een lastige klus. Ik boerde nog wat Zweedse ballen op, en pakte de koffie aan van mijn vrouw die op het vrolijke gefluit was afgekomen.

En dan ontstaat er een dialoog:

“Ziet er mooi uit zeg”, zei ze.
“Ja hè”, blaatte ik ietwat trots
“Hij staat nog op zijn kop ?”, vroeg ze.
“Ja, dit is de onderkant, dat was makkelijker met die pootjes”.
“De bovenkant was toch grijs?”
“Is dat zo ?”, vroeg ik.
Ik keek: “Nee hoor, de onderkant is grijs en de bovenkant wit”.
“Draai hem eens om ?”, vroeg ze.
Ik slaakte overdreven zucht, legde het gevaarte voorzichtig op de zij en trok hem andersom hoog op de pootjes.
“Zie”, zei ik triomfantelijk, “de bovenkant is wit".
“De laatjes zitten er verkeerd om in”, zeurde ze.
“Ja, ik zie het. Ben ook nog niet klaar. Komt goed”.
“En die gaatjes hier dan ?”, zeurde ze verder wijzend op de voorgeboorde gaatjes in de bovenkant. “Die zijn toch voor de pootjes ?”.
Ik was er klaar mee. “Laat mij nou maar, ga alsjeblieft weg”. Ze fronste, mompelde wat en liep de kamer in.

Uurtje later stond de kast op zijn plaats maar zag er toch iets anders uit dan volgens de folder de bedoeling was. De pootjes verkeerd, de lades muurvast, de deuren scheef, kortom, niet geslaagd. Na een nieuwe dialoog kwam ik tot de conclusie dat de beschrijving in relatie tot de kast niet in evenwicht was en dat de schuldvraag volledig bij Ikea lag. Ik heb dan ook voorgesteld de benaming van de kast aan te passen. Hij gaat voortaan met de doopnaam Kötkast door het leven. Ikea past zijn gids op ons verzoek komend voorjaar aan.


Brompot

dinsdag 9 februari 2016

Boodschappen…

Gisteren moest ik boodschappen doen. Het werd gebracht als dat ik het “mocht” doen, maar gelet op het toch wat dwingende karakter van de melding, zag ik het meer als een “moest”. Normaal gesproken doet mijn echtgenote namelijk de wekelijkse inkopen en beperk ik mij tot het halen van een bak bier. Maar vanwege persoonlijke omstandigheden waren de rollen voor een keer omgedraaid. Nou ja, niet helemaal omgedraaid, want naast de boodschappen bleef ik ook verantwoordelijk voor het krat bier. Een zogenaamde combi dus.
 
Ruim voordat deze plotselinge persoonlijke omstandigheid opkwam, had ze al een lijstje gemaakt. En dat is voor mij extra vervelend omdat zij in de winkel nu eenmaal een andere route loopt dan ik. En dat geldt zeker als je een combi moet maken. Je kunt uiteindelijk moeilijk je hele kar volstouwen om er vervolgens nog een krat bier bovenop te zetten. Volgens mijn echtgenote kun je dat kratje onderop de kar zetten in een speciaal daarvoor gefabriceerd rekje. Dat klopt wel, maar als je net zoals ik door de winkel rent onder het motto “grote passen snel thuis”,  dan heb je na drie stappen de vellen aan je scheenbenen hangen.
 
Ik begin dus altijd achter in de winkel met het scoren van een kratje bier om vervolgens kris-kras terug te ploegen richting begin. Daarnaast heeft mijn systeem ook nog een positieve bijvangst: je loopt acht keer langs het schaaltje gratis proef-kaas van Appie. Laten we maar zeggen "als een extra bonus". 

Terug naar gisteren. Ondanks het grote peloton vakkenvullers schoot ik aardig op en zag toen op mijn lijst dat ik bij de vleeswaren moest zijn voor een twee ons ham. Toen het meisje vriendelijk vroeg waarvoor ik aan de toonbank stond, gaf ik mijn bestelling op. “Even kijken meneer, we hebben slagers-achterham, schouderham, gewone achterham, gerookte achterham, gerookte schouderham”…. Ze wreef vol verwachting in haar handen. “Eh, gewone ham, heeft u dat ook ?”. Ze keek me aan en schudde haar hoofd. “Misschien dat u schouderham bedoelt ?”, vroeg ze. Ik haalde mijn schouders op. “Hier staat alleen maar ham”, zei ik.

“Dan denk ik toch dat u de schouderham bedoelt. Dat is het meest verkocht”. Ze keek me vluchtig aan en boog zich al voorover om de ham te pakken. “Doe maar”, besloot ik. Ze pakte vervolgens een schaaltje en schoof het in een speciaal verpakkinkje. “Heel even wachten”, riep ik. “is dat zo’n hersluitbare verpakking ?”. Ze knikte. “Ja, die zijn heel handig, die moet je lostrekken en kun je na gebruik met de plakrand weer sluiten”. Ik herkende hem als de sluiting die je met geen mogelijkheid open kon trekken laat staan sluiten.

“Kunt u het even voordoen ?, ik ben niet handig in dit soort dingen”, lachte ik. “Ja hoor, kijk”, zei ze vriendelijk. Ze pakte het zakje en begon eraan te trekken. Zonder resultaat. Toen een rukje. Geen resultaat. Nog een ruk, weer niks. Ze liep rood aan, kreunde zwaar en met een ruk schoot het cellofaantje los en viel de ham ergens achter de toonbank op de grond. Ze bromde iets, bukte en toen ze weer overeind stond keek ze ietwat beteuterd naar de plakjes die ze in haar hand hield.

“Ik denk toch dat het de verkeerde ham is”, concludeerde ik met een glimlach. Ze keek alsof ze elk moment in een huilbui kon uitbarsten. “Ik vraag het voor de zekerheid eerst thuis nog even na”. Daarna knikte ik ten teken van afscheid, stak nog wel een stukje kaas achter mijn kiezen en sukkelde richting kassa…   

Brompot.    

vrijdag 5 februari 2016

De kinderombudsman..

Het is altijd weer mooi om te zien, dat als er iets gebeurt wat ook maar in de verste verte met onze kinderen van doen heeft, we meteen collectief in de stress schieten. We brengen vervolgens spontaan ons digitale modderkanon in stelling, en knallen vol emotie alle blauwe facebookverf van de binnenzijde van ons beeldscherm. Zo boos als we zijn.


Neem dat gedoe rond de kinderombudsman. Die moet van zijn baas per april het veld ruimen omdat hij in de ogen van diezelfde baas niet voldoet. Een gewone normale actie die wellicht in het normale bedrijfsleven duizend keer per dag wordt toegepast. En dan vinden we het allemaal geweldig want wat is er mooier dan het leedvermaak wat ontstaat na het van een sokkel schieten van een mislukte topper die niet meer voldoet.

Maar goed, het gaat hier om een kinderombudsman en zoals gezegd koppelen we dat direct aan het wel en wee van onze kinderen en vinden er dan ook meteen iets van. Ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van de protesterende bevolking niet eens van het bestaan van deze figuur afwist. En als je dezelfde bevolking zou vragen of ze de aanstelling van zo'n figuur nuttig zouden vinden, dan kan ik het Hollandse antwoord er wel bij raden: “wat moet dat kosten, wat is het nut” en tot slot: “dat heeft mijn kind niet nodig ”.

Voorlopig echter ziet het ernaar uit dat ombudsman Reinier van Zutphen niet verder gaat met Marc Dulleart en dat de laatste zijn carrière binnenkort gaat beëindigen. Hij gaat afbouwen bij de cliniclowns waar hij dan zijn laatste jaren incognito nog nuttig kan besteden.

Inmiddels is al wel de strijd om de opvolging losgebarsten. Het gonst van de geruchten en de namen fladderen door de lucht. Zo werd de naam van Benno L genoemd, maar vanwege het feit dat deze “kindervriend” tegenwoordig in Duitsland woont, is dat geen optie. Ik hoorde ook de naam van Jan Slagter voorbij vliegen. Jan is de baas van omroep MAX en naar verluid is hij het toenemende incontinentie-gehalte van de leden van zijn omroep helemaal zat en is hij in voor een nieuwe uitdaging. Volgens zeggen zou Jan inderdaad een ideale kandidaat zijn voor de functie van kinderombudsman. Hij is zich, zoals dat heet, inmiddels langs de zijlijn aan het warm lopen.

Zo heeft hij zijn eenenvijftig jarige en inmiddels hoogbejaarde echtgenote aan de kant gezet en is op zoek gegaan naar jeugdig elan om de functie straks vol overgave te kunnen vervullen. Wat dat betreft is hij natuurlijk een echte doordouwer en gaat hij zelfs nog verder dan het bekende gaatje.

Zo heeft onze éénenzestig jarige Jan recent een enorme verdiepingsslag gemaakt en is hij een relatie begonnen met het dertigjarige dochtertje van Jan Marijnissen, ooit voorman van de SP. Een donkerrode muts uit een donkerrood nest die in datzelfde nest onze potentiele ombudsman het broodnodige sociale kindergevoel poogt bij te brengen.

Of het uiteindelijk allemaal voldoende zal zijn blijft nog de vraag. Maar dat maakt Jan niet zoveel uit. Hij steekt er voorlopig vol enthousiasme zijn hele ziel en zaligheid in.



Brompot