Totaal aantal pageviews

donderdag 31 maart 2016

Duke

Ik had net in het bos onze hond uitgeknepen, was op de terugweg naar huis toen ik haar tegenkwam: Carla.

“Hoi, Carla !”, begroette ik haar vriendelijk. “Hoi, eh…”, ze aarzelde even, “ Bartel was het toch?. Sorry, ik moest even nadenken”. “Gewoon Bart, hoor”, blaatte ik. “Mooie hond heb je, is die van jou ?”. “Ja, ik heb hem sinds vorige week. Hij is echt mooi hè ?”. Ze keek trots naar haar hijgende en glimmende viervoeter die wat onrustig aan de kont van mijn Jack Russel snuffelde.

“Ja, hij is prachtig”, beaamde ik, “Een echte Golden Retriever”. “Het is een tophond", zei ze trots. "Ik heb er ook papieren bij”. “Hoe heet hij ?”, vroeg ik. “Duke. Zijn vader was Duits en zijn moeder Engels kampioen”. “Hahaha, dat zou zeventig jaar geleden zijn beoordeeld als ‘heulen met de vijand’”, lachte ik. Ze ging er niet op in en aaide Duke over zijn kop.

Ze zag er weer geweldig uit, vond ik. Strak truitje en mooie in zwarte nylons verpakte benen die ongetwijfeld ergens onder het iets te korte rokje bij elkaar moesten komen. Carla. Ze woonde sinds kort in de buurt en de eerste kennismaking dateerde van de recente buurt-barbecue waarvoor ook zij was uitgenodigd. Ze was ergens achter in de dertig, en ze was single. Gescheiden.

Ik vond haar een beetje hautain. Ze werkte als directiesecretaresse in het ziekenhuis en tijdens de barbecue had ze zich ook zo gedragen. Aan kluiven had ze een hekel, ze at de kippenpoot met mes en vork, en in plaats van een glaasje witte wijn ‘opteerde’ ze voor een glas sherry. De wijze waarop ze het glas vasthield was tekenend, haar gemanicuurde vingertoppen met lange rood gelakte nagels omklemde voorzichtig de voet van het glaasje.

Toen ze half in de avond van de barbecue was vertrokken, ze had nog een ‘dingetje’, haalden de vrouwelijke buurtgenoten opgelucht adem . De mannelijke helft hield nog een korte "Carla-terugblik-vergadering" waarbij vooral het kluiven, het ‘dingetje’ en de lange nagels onderwerp waren voor een uitgebreide nabeschouwing.

“Heb je zijn prachtige kop gezien, Bartel?, en zijn poten en zijn staart ?. Hij kreeg bij de keuring het zeldzame predicaat 'uitmuntend'“. Ze pakte het puntje van de staart en trok hem op. Het haar was mooi in lijn geknipt en viel precies goed.“En dan zijn bloedlijn, ook die is fenomenaal !”. Ik boog iets, keek en knikte. “Inderdaad Carla, een prachtige bloedlijn”.

“Ik vind dat hij goed bij je past”, zei ik toen. “Echt een chique hond”. Ze lachte en keek met een lichte afkeer naar mijn Jack die een dikke meter lager op zijn rug lag en vrij uitzicht had op het verscholen scharnierpunt van haar beide benen.

“Nee, zo’n Jack is helemaal niks voor mij. Ik wil een rustige hond die goed luistert. Duke is een gentlemen en hij luistert excellent”, ging ze verder. "Kan ook niet anders want hij is met de vorige eigenaar op de academy geweest. En dat kun je goed merken. Hij trekt niet, komt als je roept, en hij is zindelijk”. Ze somde de voordelen met verwijzing naar haar vingers op. De drie opgestoken nagels glommen in de middagzon.

Ik bekeek de Duke nogmaals. “Hij zakt wel een beetje door zijn achterpoten, Carla”, lachte ik. Carla keek… “DUKE, WAT DOE JE NU, FOEI !!!”. Ze rukte aan de riem waarna er een enorme bruine drol zichtbaar werd. “Ja, zelfs een hertog moet af en toe op de pot”, lachte ik. Carla keek om zich heen of er getuigen waren.

“Heb je een zakje ?”, vroeg ik toen. “Nee, maar hoe werkt dat dan ?”. Ze trok een vies gezicht. Ik graaide een blauw diepvrieszakje uit mijn broekzak en overhandigde die aan Carla. “Gewoon hand in het zakje en oprapen”. Ze pakte het zakje aan met haar nagels… Ze aarzelde. “Bartel, zou jij… zie je, ik met mijn nagels…”.

Ik slaakte een flauwe zucht en nam het blauwe zakje weer over, bukte en raapte de warme drol met een geoefende beweging op. Vervolgens knoopte ik het zakje dicht. “Gefeliciteerd, een cadeautje”, lachte ik terwijl ik de feestverpakking aan haar overhandigde. “Dank je”, zei ze.

Jack snoof nog even aan het getroffen gebied, waarna we afscheid namen en beiden onze kant gingen. Toen ik nog een keer nieuwsgierig omkeek zag ik de Duke en de hooggehakte Duchess in stijl uit het zicht paraderen. De verpakte adellijkheid hield ze tussen haar duim en wijsvinger, verre van haar lichaam… Ik kon maar tot één conclusie komen: Carla was ongetwijfeld op weg naar de tweede scheiding in haar leven....

Bart

vrijdag 25 maart 2016

Paastak

"Goedemiddag jonge dame, ik heb van mijn vrouw te horen gekregen dat we dit jaar in het kader van Pasen een paar paastakken gaan opleuken en dat u zoiets verkoopt. En dan mijn vraag: klopt dat ?". De medewerkster van het tuincentrum veegde haar ietwat bemodderde handen af aan de handdoek die voor haar middel hing en leunde vervolgens op de toonbank.


"Paastakken, ja, die hebben we. Hoeveel wilt u er hebben ?", ze wees in de richting van de hoek waar een bos snoeihout op de vloer lag opgebost. Ik haalde mijn schouders op. "Weet ik veel, een paar takken denk ik". Ze bukte zich, pakte een afgebonden bosje en legde het voor me neer op de toonbank. "Kijkt u eens", zei ze vriendelijk. Ik bekeek de takkenbos en keek op het aanbengelende kaartje.

"Is dit wat ze bedoelen met paastakken?", informeerde ik vol ongeloof. "Een salix babylonica Tortuosa ?". Ik kreeg het mijn bek bijna niet uit. Ze lachte en aan beide zijde ontstond een kuiltje in haar wang. "Dat klopt inderdaad, een krulwilg". Ik keek nog eens goed. "Weet u, een kerstboom kan ik nog wel onderscheiden van een eik, maar een paastak van een bos afval is lastig. En die zooi moet dan in een vaas en kun je hem versieren ?", vroeg ik. "Ja meneer, en we hebben ook versierspulletjes in de aanbieding". Ze bukte zich en pakte vanonder de toonbank een doosje met op tampons lijkende stenen met touwtjes en een plastic doos vol geel spul. Ze legde het op het blad. 

Ik pakte een steen en bekeek de opgeschilderde  versiering. "Degene die dat heeft geschilderd moet stomdronken zijn geweest", concludeerde ik. "Het ziet er niet uit". Toen pakte ik het doosje. Een aantal gele pluizen, voorzien van kleine oranje stokjes, keken mij aan. "En wat moet dat voorstellen ?", ik wees op het doosje. "Dat zijn kuikens, meneer, die kun je er ter versiering naast hangen". Ik keek naar de combinatie van het gele ding en het ei. Het ei was twee keer groter dan het ding. "Lijkt me niet erg logisch dit", zei ik ernstig. "Het is maar decoratie meneer", opnieuw die kuiltjes.

Ik bekeek de hele uitgestalde handel nog eens goed en vroeg toen naar de prijs. "De takken vijf euro, de eieren drie euro vijftig en de kuikentjes zes euro".
Omdat ze tegenwoordig niet meer kunnen rekenen werd de hele kraam in de kassa geramd en met een vrolijke "ting" kreeg ik een aanslagbiljet van veertien euro vijftig. "Dat is dan veertien euro vijftig, wilt u pinnen ?", vroegen de kuiltjes. Ik schrok van het bedrag. Zo'n achterlijke takkenbos met een paar versierde tampons en geel gespoten plukken schaamhaar voor veertien euro vijftig... 

"Weet u wat we eigenlijk met Pasen vieren?", vroeg ik. Ze haalde haar schouders op. "Iets met Jezus geloof ik". "Oké, iets met Jezus, en kun je me dan ook nog uitleggen wat de relatie behelst tussen deze Jezus, een takkenbos, een doos eieren en kuikens ?".
Diepe overdenkende kuilen nu. 

Een oudere dame die getuige was van mijn voorgenomen aankoop bemoeide zich er nu ook mee.
"We vieren de wederopstanding van Jezus nadat hij is gekruisigd". Ze keek er bij alsof ze er zelf heilig in geloofde. "de versierde takken dragen bij aan de vreugde". 

"Er is dus geen directe relatie", concludeerde ik. "Het slaat dus nergens op. Ik kan die takken net zo goed met sinterklaas in een vaas drukken". Ik pakte de takkenbos op en gooide hem vervolgens weer onverschillig op de toonbank. Ik dacht even na. Toen: "Doe mij voor die veertien euro vijftig maar een mooie bos rode rozen en laat deze handel maar zitten". Ik wees op de takken. Daarna draaide ik mij om in de richting van de dame.

"Ik ga dit paasweekend gebruiken voor de viering van mijn eigen wederopstanding. Er ligt vast en zeker wél een directe relatie met deze bos rozen..."
 
Ik gaf haar een knipoog, rekende af en verliet fluitend de winkel.

Bart




donderdag 17 maart 2016

Blanche

Vorige week zat ik mij in een overvolle trein richting Amsterdam te ergeren aan het gedrag van een medepassagier die asociaal veel ruimte nodig had. "Sorry", mompelde ze terwijl ze aan haar iets te korte rokje in de richting van haar knie plukte en haar andere been nu oversloeg. Ze had bij haar beenwissel mijn scheenbeen geraakt. Ik norste in haar richting en veegde quasi pijnlijk over de geraakte plek. Ze zat naar mijn zin té strak tegenover me. Nou ja, zat, ze hing. Ze hing scheef op de bank en las een tijdschrift wat ze met één hand vasthield en wat deels op haar schoot leunde.

De plek waar ze aan haar rok had geplukt vertoonde een terug-kruipende punt zodat het patroon naar verwachting na een paar seconden weer in lijn zou komen te liggen. Het was een rokje met een koeienprint waarbij ik onmiskenbaar het beeld kreeg van een Klara Vijf.

Behalve een verlopen en ronduit ordinair opgemaakt gezicht vol opzichtig dicht geplamuurde groeven beschikte ze over een diep uitgesneden decolleté waardoor er twee onnatuurlijk grote borsten in het binnendringende zonlicht lagen te genieten. De ene borst vertoonde de in groene inkt geschreven naam "Love" terwijl de andere de naam Blanche droeg. Tenminste, dat zou je veronderstellen want vanwege haar scheve zithouding hing de op een gouden plaatje gegraveerde naam los op de rechter borst.

Ik bekeek het geheel vanachter mijn door het zonlicht donker kleurende brilglazen. Als ik het allemaal zo op de korte afstand waarnam, dan had het veel weg van een bouwval uit een achterstandswijk. Het hing allemaal onverzorgd, vermoeid en scheef en de zichtbare spaghetti-bandjes van haar BH wekten de indruk dat ze de spullenboel noodgedwongen bij elkaar hielden.

Onderwijl hipte ze met haar rechterbeen op het "kedeng kedeng" ritme op en neer. Typisch een vrouwenactiviteit, bedacht ik mij waarvan ik ooit in een mannenblad had gelezen dat het om een schaamlipmassage zou gaan. Maar kort daarop las ik in een damesblad dat het te maken had met de uiting van een gevoel van onzekerheid.

Terwijl ik haar stiekem begluurde kon ik toch niet aan de indruk ontkomen dat er van onzekerheid geen sprake was. Het betrof hier een stevige tante die vanuit haar uitstraling menige kerel op de knieën zou krijgen. Ze had op haar manier ook wel iets aantrekkelijks. Iets spannends, uitdagends. Een beetje hoerig zelfs.

Ze krabte ondertussen wat aan Love en keek mij in een fractie aan. Binnen die fractie trok ze een glimlach, meende ik iets van een wimpertrek te zien en ontplofte bij mij een knalrode lawinepijl. Vanwege de explosie schoot mijn blik van haar weg om in dezelfde fractie weer terug te keren naar de oorspronkelijke stand.

Opnieuw een beenwissel, een plukactie aan de koeienprint en een opschudding van de dames Love en Blanche. Ik kreeg bij haar aanblik toch het idee dat ze in het betaalde sociale werk zat. Zo'n type wat op een krukje in het rode licht achter de ramen zat te vissen naar mannen in lichamelijke nood. Zoiets. Ik kreeg het er nog warmer van. Terwijl ik wat onrustig zat te schuiven klonk plots de stem van de machinist uit het plafond met de aankondiging van een naderende stop. De complete Vogelaarwijk kwam nu in beweging.

Ze legde het blad naast zich, stond op, trok haar rok een tien centimeter naar beneden en schoot in haar jas. Love verdween in de diepte en Blanche schoof op naar het midden. Toen pakte ze het tijdschrift, keek nog even snel en reikte hem toen in mijn richting. "Een interessant blad", zei ze met een glimlach. "Iets voor u". Ik pakte hem aan, mompelde iets van dank en zag haar vervolgens in het gangpad verdwijnen.

Ik richtte mij nu op het cadeautje en op een artikel wat meteen mijn aandacht trok. "De voyeur: een psychopaat of een levensgenieter". Daaronder de naam en foto van ene professor doctor Blanche Vermeulen. Toen ik door het raam richting het perron keek, zag ik haar voorbij lopen. Ze knikte vriendelijk lachend in mijn richting en verdween toen in de massa.

Bart


donderdag 10 maart 2016

Kroeggesprekje

"Doe mij dan nog maar een biertje, Joop", riep hij naar de barman. Ik zat naast hem, half hangend op de barkruk met één voet op de onderste kruksteun en mijn andere op de plank die onderaan de tapkast was gemonteerd.

Hij had al een paar keer tevergeefs mijn aandacht proberen te trekken door mij aan te stoten maar doordat ik bewust wat scheef was weggezakt, kon dat niet meer. Bovendien speelde ik interessant met mijn telefoon op de bar. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij me niet meteen aansprak.

Het was een beetje een verlopen type. Zo één die zijn beste tijd wel had gehad, dat zelf waarschijnlijk ook wist en sinds dat ontdekkingsmoment bij de gemeente had aangeklopt voor een financiële ondersteuning in de vorm van een uitkering.
Het was blijkbaar nog gelukt ook want hij bleek in staat een behoorlijke rekening op te bouwen. In de korte tijd dat ik er zat had hij al vier "amsterdammertjes" achterover gedrukt en het zag er naar uit dat het er ook nog wel eens acht of meer konden worden. En naar zijn rode neus gekeken, was er vast sprake van een dagelijks terugkerend ritueel.

"Alsjeblieft Johan", zei de barman en zette een vol glas voor zijn neus. "Zet hem maar op de bon", mompelde hij, meteen gevolgd door een aanloopkuch.  

"U komt hier zeker niet zo vaak ?". Ik keek op. "Nee, nooit. U wel ?". De man knikte. "Laten we maar zeggen met enige regelmaat". hij pakte het glas, tikte het even hoog en nam toen een slok. Met de rug van zijn hand veegde hij het schuim van zijn mond. 

"Komt u hier uit de buurt ?", informeerde hij. "Nee, we komen uit het zuiden. Mijn vrouw is met haar vriendin shoppen in de stad". Ik wees met mijn duim naar een plek waar in mijn beleving ergens de stad moest liggen.

"Dan gaat dat vast veel geld kosten", lachte hij waarbij de lach oversloeg in een zware roggel die een klodder slijm veroorzaakte welke vervolgens met een flinke slok werd weggewerkt. In gedachten had ik hetzelfde gevoel maar uit mijn mond kwam toch iets anders. "Valt wel mee hoor, ik heb ze een tientje meegegeven".

Opnieuw een lach, een zware roggel, klodder slijm en een slok. "Een tientje. U bent wel gek met uw vrouw. Ik wou dat ik er met een tientje vanaf was gekomen. Ze heeft me een Godsvermogen gekost".
"O", zei ik en richtte mijn blik weer op het schermpje.

"Ik heb ze vorige week weggebracht", zei hij toen. Ik keek weer op. "Ach, dat is ook wat". Ik had eigenlijk helemaal geen zin om het ongetwijfeld tranentrekkende verhaal aan te moeten horen.

"Ja, prima wijf, mijn Mien. Maar zeuren, vreselijk. Altijd maar tegen mijn vrienden aantrappen en altijd maar leuke dingen moeten doen. Op zondag eindje fietsen, kent u dat ? ". Ja, ik moest eigenlijk bekennen dat ik dat wel kende. Ik knikte.

"Weet u hoe lang het geleden is dat ik voor het laatst naar mijn voetbalcluppie ben geweest ?". Hij wachtte het antwoord niet af. "Zes jaar, meneer, zes jaar. En maar zeiken. Ben blij dat ze opgelazerd is. Geeft rust". 
Ik schoof instinctief wat verder weg en viel bijna van de kruk. Hij begon weer te lachen, te roggelen, te slijmproppen en te spoelen.

Ik keek op mijn horloge. Nog een kwartiertje. Buiten goot het, dus ik moest kiezen: Of een nat pak of het gelal van de Johan naast me. Ik koos voor de lal.

"Ze heeft vast ook goede kanten gehad ? ", informeerde ik voorzichtig. "Ja hoor, onder haar kleren. Lang geleden, een Goddelijk lijf". Opnieuw het hoestritueel. "Maar dat wist ze zelf ook en dan heb je als vent een probleem".

Hij legde beide armen op de bar en liet zijn hoofd leunen. "Toch heb ik het gered om de concurrentie uit haar buurt te houden".
Ik voelde nu toch wel enig medelijden opborrelen. Zijn hele leven bezig geweest om zijn mooie "wijf" in de wei te houden en dan nu overleden.

"Heeft u ook kinderen ?", informeerde ik. Hij knikte. "Ja, één woont samen in Friesland met een strontboer en de ander in Australië. Is met zo'n kangoeroe getrouwd". Hij lachte opnieuw en bleef bijna in de slijmprop hangen want zijn glas was leeg. Ik keek naar de barman. "Doe maar snel een biertje", riep ik, wijzend op mijn buurman. "Amsterdammertje".

"Toch wel triest voor u", hoorde ik mezelf zeggen. "Ik heb mijn vrouw over een kwartiertje weer hier voor me staan maar u...". De man richtte zich op, pakte het volle glas bier aan en nam een slok. "Over drie weken staat mijn kreng ook weer voor me, hoor", grinnikte hij. "Proost". Hij hief wederom het glas.  

Hij moest nu echt dronken zijn, bedacht ik mij want ik wist zeker dat een urn met asresten eerst na drie maanden beschikbaar kon zijn.
"Is ze  gecremeerd ?", vroeg ik voorzichtig.  

Toen bulderde hij het uit, raakte in een enorme hoestbui en spoelde de opgehoeste longblazen in één teug weg. "Gecremeerd ? Hahaha, misschien door de hitte ! Hahaha, geweldig dit. Hoezo gecremeerd meneer, ze zit bij mijn dochter in Sydney en staat over drie weken gewoon weer met beide benen en chagrijnige bek op schiphol".


Bart     



vrijdag 4 maart 2016

Een dingetje...

"Goedemorgen meneer, waarmee kan ik u helpen ?". Aan de andere kant van de toonbank stond een in een witte jas gestoken medewerkster van middelbare leeftijd die over haar halve leesbril mij verkoop-bereid aankeek. De veiligheidskettinkjes waarmee haar leesbril was uitgerust hingen in een boogje richting haar ietwat gerimpelde nek.

"Ja, dat kunt u vast wel", zei ik vriendelijk. "Ik ben op zoek naar een blikje Purol". Ze kuchte licht. "Purol... eh...". "Dat is een zalfje", hielp ik haar. Ze glimlachte. "Dat weet ik meneer, ik ken het. Maar het is wel even een dingetje". "O", hoorde ik mezelf zeggen. "Hoezo een dingetje ?". Ik kan me altijd mateloos ergeren aan deze "nieuwe" uitdrukking. "Een dingetje". Het komt uit dezelfde categorie als "Dan heb ik zoiets van". Pure taalverkrachting. De kettinkjes rammelden licht.

"Waar heeft u het voor nodig ?", informeerde ze. "Om te smeren", zei ik droog. "Dat begrijp ik, daarvoor is het een zalfje, nietwaar ? Ik bedoel waar moet het opgesmeerd worden. Laat ik het dan zo vragen: wat mankeert u". Ik dacht even na of ik mijn kwaal prijs moest geven aan een plaatselijke drogist. "Ik heb een kloof in mijn duim", zei ik toen en stak hem demonstratief naar voren.

"Zo, dat is een flinke", zei ze terwijl ze er bedenkelijk naar keek en haar bril iets omhoog schoof. "Het is toch een gewone kloof, hoop ik ? niets bijzonders toch ?", vroeg ik in een poging mezelf gerust te stellen. De kettinkjes bewogen heen en weer. "Dat verwacht ik niet, maar er moet toch echt iets anders op". Ze pakte mijn duim en onderzocht hem. "Au !!", riep ik en trok hem terug.

"Nou ja zeg, zo erg is het nu ook weer niet", lachte ze. Vervolgens draaide ze zich om en zocht met haar wijsvinger langs één van de schappen. Plots stopte ze en pakte eerst één potje, toen nog één en kort daarna stonden er vijf potjes voor me op de toonbank. "Alstublieft. Allemaal echte klovenzalfjes. Zegt u het maar". Ik staarde naar de uitstalling. "Wat is nu precies de bedoeling?", vroeg ik. "Ik heb een blikje Purol nodig". De kettinkjes kwamen opnieuw in beweging.

"Meneer, het is echt wel een dingetje hoor want Purol is namelijk ouderwets en stamt uit de tijd van de kwakzalvers en pillendraaiers. Bovendien stinkt het en is het moddervet zodat binnen de kortste keren alles onder zit. Uw echtgenote wordt daar vast niet blij van". Tja, mijn echtgenote werd sowieso niet blij van mijn kloof vanwege de klaagzang die ze de hele dag moest aanhoren. "Deze hier", ze pakte een flesje van het schap, "deze is van ene firma Vogel. U hoeft dan niet te smeren maar drie keer daags twee druppels in te nemen. Dat is een homeopathisch middel en schijnt goed te werken".

Ik pakte het flesje en zette het meteen weer terug. Dertig euro voor een flesje slootwater waarbij je jezelf moet afvragen of het überhaupt bij de kloof terecht komt. "Ik wil toch graag een blikje Purol mevrouw. Mijn moeder smeerde dat vroeger op elke beschadigde plek op mijn lijf en de volgende dag was het dan weer over".

"Tja, een blikje Purol dan maar". Ze liep achter de toonbank een magazijntje in en keerde terug met een blikje. "Kijkt u eens", zei ze triomfantelijk. Ik pakte het aan en trok het dekseltje eraf. De geur nam me mee in oude tijden en in een flits zag ik mijn moeder een likje op mijn door de kou schraal geworden kont smeren. Ik keerde meteen weer terug in de winkel en smeerde een klodder Purol op mijn duim.

"Zo", lachte ik. "Dat verzacht meteen". De kettinkjes rammelden richting kassa. "Dat is dan drie euro vijftig", zei ze. Ik betaalde en wilde mijn portemonnee terug in mijn kontzak steken. Op mijn duim echter zat nog steeds een klodder. Ze glimlachte, pakte een tissue uit een doosje en reikte hem over de toonbank. Ik veegde de klodder weg en stak vervolgens mijn portemonnee in mijn zak. "Tja", hoorde ik mijzelf zeggen. "Dit is dus inderdaad een dingetje....".  

Bart