Totaal aantal pageviews

vrijdag 8 april 2016

De klus...

"Ach meneer, het leven is niks anders dan een klusje wat we in opdracht van hogere machten moeten uitvoeren. De één krijgt opdracht om het leuk te hebben, de ander om er een enorme bende van te maken". Ze keek strak voor zich uit in de richting van de vijver waar een paar half verzopen eenden vochten om een korst brood wat ze met een onderhandse vrouwenworp in het water had gegooid.

Ze zat naast me op het gemeentebankje. Een dame van, naar ik zo schatte midden zeventig en gestoken in een beige regenjas met ceintuur. Ze zat een beetje in elkaar met pal vóór haar een boodschappenkarretje op twee wielen met daarop een rood geruite tas. Ze graaide de korstjes uit een losgescheurd boterhamzakje wat op de tas lag.

"En met hogere machten doelt u op God ?", informeerde ik voorzichtig. Ze draaide haar hoofd iets in mijn richting. Ik zat naast haar. "God ?, nee meneer, alsjeblieft. Ik heb niks met God. Als er een God was geweest, dan had mijn Karel nog wel geleefd". "Karel was uw man ?", vroeg ik. Ze knikte en gooide nu een stukje brood in de richting van een eend die brutaal de kant op was geklommen en pal voor haar stond te kwaken.

"Mijn Karel, vijftig jaar lief en leed gedeeld en zo plotseling werd hij ziek en hij ging kort daarna dood. Inmiddels al weer twee maanden geleden". Ik dacht even na. "En wat was dan zijn levensklus ?", informeerde ik. Ze glimlachte. "Mijn Karel was uitverkoren om in zijn leven zoveel mogelijk drank naar binnen te werken. En ik moet zeggen meneer, dat hij dat tot zijn dood met een niet aflatende energie is blijven doen. Mijn Karel zoop. Zoop als een ketter".

De brutale eend zat nu bijna op haar schoen die vanonder het bankje naar voren stak. Ze boog zich iets en gaf hem een nieuwe korst. De eend vloog-rende weg. "En met wat voor een doel is hij daar volgens u dan door de hogere macht opgezet ?", vroeg ik door. "Dat vraag ik mij ook af, meneer. Ik heb geen idee. Hij was timmerman en volgens de dokter was zijn lever uiteindelijk zo hard dat hij er met gemak een spijker mee in een houten balk had kunnen slaan. Maar dat 'slaat' natuurlijk nergens op". Ze grinnikte om het ingesloten woordgrapje.

"En nu vraagt u zich natuurlijk af wat mijn levensklus dan is geweest". Ik knikte. "Ja, u maakt me wel nieuwsgierig. Huisvrouw ?, moeder ?". Ze schudde haar hoofd. "Dat zou te gemakkelijk zijn geweest. Nee meneer, mijn klus bestond uit lijden. Vijftig jaar alleen leven met een alcoholist waar je dan ook nog van houdt. En het doel ? Ik kan niet anders verzinnen dan hem overeind te houden zodat hij zijn klus kon volbrengen". Ze slaakte een diepe zucht. “En daarmee kwam ook mijn klus ten einde".


Het begon wat licht te miezeren. Ze schudde nu het zakje leeg. Toen stond ze op, trok haar jas recht, klopte hem wat af, knikte met een glimlach in mijn richting, pakte haar karretje en met een licht piepend wieltje sjokte ze in de richting van het winkelcentrum. Iets zei mij dat ze ongetwijfeld bezig was aan haar allerlaatste klus: het verwerken van de eenzaamheid....



Bart


4 opmerkingen:

  1. Indringend mooi verhaal. Top geschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtige weergave van een ontmoeting.
    Ik zou zeggen ga vaker naast haar zitten, is ze wat minder eenzaam en levert mooie verhalen op.

    BeantwoordenVerwijderen