Totaal aantal pageviews

woensdag 25 mei 2016

Een boze bejaarde

Hij zat een beetje in elkaar gedoken op het bankje. Een bejaarde man. Toen ik langs liep moest ik heel even denken aan een gier op een tak. Zijn nek was onzichtbaar opgeborgen in de kraag van zijn beige jas met daartussen als opvulling een witte das van een wat bontachtige stof. Hij had bovendien een behoorlijke kromme neus en zijn gezicht vertoonde flink ingevallen leegtes.

Op schoot hield hij een gevouwen krant en naast de bank stond zijn netjes geparkeerde blauwe rollator. Ik ging naast hem zitten en bromde iets van een “goede morgen”. Hij keek mij vriendelijk aan, knikte een weinig en richtte zich toen weer op de krant.

'Het is een rommeltje in de wereld meneer', begon hij het gesprekje te knopen.

'Een rommeltje in de wereld ?', herhaalde ik vragend. 'Wat bedoelt u precies ?'.  

Hij keek me aan met een blik of ik van een andere planeet kwam. 'Gewoon alles', verklaarde hij. 'Oorlog, ruzies, overvallen, we worden in ons welzijn bedreigd, meneer'.

Aan zijn neus werd een druppel zichtbaar van de natte kou. Hij pakte een bonte zakdoek uit zijn jaszak en veegde hem wat snurkend af. Vervolgens keek hij kort naar het resultaat en stak hem weer weg.   

'U klinkt wel somber hoor', vond ik. 'Er gaan veel dingen verkeerd, maar er gaat ook wel eens iets goed, toch ?'.

'Noemt u mij dan maar eens iets op wat goed gaat', daagde hij uit.

'Wel, om te beginnen gaat het alweer wat beter met de economie, de mensen hebben wat meer vertrouwen. We klimmen uit het dal'.

'Meneer, u zou de krant eens wat beter moeten lezen', zei hij. 'Kijk toch eens wat er tegenwoordig allemaal gebeurd. Neem alleen al het afgelopen weekend bij de Graafschap. We zijn zo boos over het verlies dat we het veld oprennen en de spelers van de tegenstander in elkaar slaan. Dat noemen ze dan voetbal. Een schande is het'.

'Dát ben ik met u eens, dat kan natuurlijk niet', moest ik toegeven.

'En weet u', ging hij verder. 'Vorige week stond ik in de supermarkt bij mij om de hoek. Sta ik bij de kassa en daar komt me zo'n snotaap aan en duwt me aan de kant. Toen ik hem vroeg waarom hij dat deed, toen riep hij dat hij haast had en ook nog iets over een oude lul. Daarmee bedoelde hij mij. Ik was zó boos. Het is dat ik mijn stok niet bij me had, anders had ik hem finaal geslagen'.

'Misschien is dat maar beter ook', zei ik. 'Dat u uw stok niet bij u had. Je moet tegenwoordig zo oppassen met wat je zegt en wat je doet'.

'Kijk meneer, dat bedoel ik nou. Het is een rotzooitje. We hebben na de oorlog Nederland opgebouwd op een fundament van respect. Solidariteit voor elkaar. En ook dat is vertrokken'.

Ik moest een beetje grinniken om zijn boosheid. Hij sloeg nu door.

'Weet u, tegenwoordig hebben de brutale mensen de halve wereld, en aangezien de rest uit water bestaat, blijft er voor ons niets meer over….'

Na het uitspreken van deze wijsheid vouwde hij zijn krantje nog verder op, stak hem naast zijn zakdoek in zijn zak, stond wat moeizaam op, pakte vervolgens zijn rollator en sukkelde voorzichtig in de richting van de stad…

Bart

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen