Totaal aantal pageviews

zondag 31 juli 2016

Echt zó leuk

Afgelopen week bereikten mij signalen dat het tijd werd voor een bezoek aan de kapper. De “coiffeur” zoals dat tegenwoordig heet. Ik vertaal het altijd als “de kapper met de franse slag” oftewel het werk wordt uitgevoerd als een tweetrapsraket. Je moet altijd terug om het af te laten maken. Nu is dit een flauw en inmiddels uitgekauwd grapje, maar er zit een kern van waarheid in.


Onze “coiffeur” is behoorlijk modern en zorgt er altijd voor dat zijn personeel regelmatig wordt bijgeschoold. En dat merk je. Tenminste, bij het meiske wat aan mijn kop moest knagen. De recente training had ongetwijfeld betrekking op het hoofdstuk "hoe leidt ik met wat domme vragen mijn klant af" en kwam tot uiting in een oeverloos dom gezwam over koeien en kalveren. Vreselijk.


Het begon met de vraag of ik iets moest worden bijgeknipt, of het een gedekt modelletje ging worden of dat er sprake moest zijn van een zwaar ingrijpende knipbeurt. Ik koos voor de tweede omdat de eerste nu eenmaal niet kan en de derde teveel tijd zou kosten en ik te lang blootgesteld zou worden aan het domme geleuter. Ik maakte een flauwe opmerking over het bijknippen en ze lachte. Uiteraard ook een oud en belegen grapje.


Het kind was blond en hing met haar iets te grote hangboezem in mijn nek. Deze “coiffeur” heeft namelijk geen stoelen die je op kunt pompen. Je moet als klant onderuit zakken zodat de kapster er bij kan. Ik hing dus half onder het balkon en werd bestookt met vragen die ze pas had geleerd.


'Gaat u nog iets leuks doen komend weekend?'. Ja ja, het was pas maandagmiddag. Nog een hele werkweek te gaan.
'Nee, ik heb nog geen plannen', zei ik.
'Het afgelopen weekend nog iets leuks gedaan ?'.
'Mijn schoonmoeder was jarig', zei ik.
'O, een verjaardag, dat vind ik altijd zó leuk'.
'Nou, dat hoeft niet per sé hoor', hoorde ik mezelf spontaan antwoorden.
'Gaat u al op vakantie ?', volgende vraag.
'We zijn net teruggekomen van vakantie'. Het schoot eruit voordat ik er erg in had. Ze had nu een aanknopingspunt. 

'Waar bent u geweest ?'.
'In Drenthe'.
'O, leuk, Drenthe lijkt me zó leuk'.
'Bent u in een hotel geweest ?'.
'Nee, met de caravan'.
'O, een caravan, dat lijkt me zó leuk'. Het sneeuwde inmiddels grijze haren en begreep ik dat ze knipte.

'En gaat u nog meer op vakantie dit jaar ?', vroeg ze, het cursuslijstje volgend.
'Ja, we doen nog een weekje Griekenland'.
'O, Griekenland, dat lijkt me zó leuk'.
'Dat ligt eraan waar je zit', zei ik. 'Er zijn eilanden waar je als toerist beter niet kunt komen vanwege de bootvluchtelingen'.
'Wat zijn dat ? bootvluchtelingen ?'.
Via de spiegel stelde ik vast dat ze niet slimmer was. Ik slaakte een zucht en legde het fenomeen summier uit. Ze knikte maar snapte er niets van. 

Er volgde een zalige stilte met alleen wat schaargetik waarin ze blijkbaar nadacht.
'Klaar', klonk het toen. Ze trok haar boezem uit mijn nek, veegde nog wat laatste restjes haar achter mijn kraag en smeerde een vette zalf. Ik ontdekte in de spiegel nog een wilde pluk maar zei maar niets want dat konden ze thuis ook wel repareren. Ik was klaar met het geleuter. Ze keek me lachend aan en zwaaide de beschermhoes van mijn lijf.
'Verder nog iets gewenst ?'. 
Ik schudde mijn hoofd en betaalde.
'Ik wens u een fijne vakantie meneer. Trouwens, als ik het zo hoor...  Griekenland met zo'n boot, dat lijkt me echt zó leuk !'.
Ze borstelde als service nog even mijn rug. 

Iets zei mij dat hier behoefte was aan een nieuwe cursus: hoe laat ik een klant met rust.   


Lijkt me echt zó leuk !  

 

Brompot     

donderdag 28 juli 2016

winkelleed...

Ik moet wel eens boodschappen doen. Niet zo heel vaak, maar er zijn van die momenten dat ik geen keus heb. Natuurlijk zou ik voor een "niet-eten" dag kunnen kiezen, maar dan overwint uiteindelijk het maaggeknor het van de tegenzin en ga ik toch. In sommige gezinnen gaan man en vrouw dan voor de gezelligheid samen. Mijn echtgenote en ik gaan sinds kort niet meer samen, ik ben volgens zeggen onvoldoende gezellig.

Volgens mijn partner loop ik namelijk altijd en overal op te zeuren en te zaniken en zorg ik altijd voor gedoe. Ik moet overigens erkennen dat ze daarin absoluut een punt heeft. Maar dat komt omdat er binnen deze Doetinchemse Appie ook altijd wat aan de hand is. 

Ik ben weliswaar iets te kritisch, maar natuurlijk niet zonder reden. Altijd als ik daar rondloop, dan struikel ik over de in de weg lopende, zittende of hangende vakkenvullers, heb ik steeds ruzie met a-sociale scoot-mobielers die je de zoom uit je broek scheuren, is steevast het schaaltje met uitprobeer-kaas op en zijn de schappen waar ik de boodschappen uit moet trekken veelal leeg. Daar zijn dan die hordes doorgang-blokkerende vakkenvullers mee bezig.

Het gevolg: Ik stamp met een enorme chagrijnige bek door de winkel. En dan ook nog "kris-kras" want steeds als ik de vakken-onlogica van de Appie begin te snappen, wordt de winkelindeling weer aangepast. En als het gaat over onlogica: het kwetsbare spul zoals fruit, ligt bij de ingang en gaat als eerste in de kar. De zware spullen zoals flessen frisdrank, vloeibaar wasmiddel, flessen wijn, of krat bier liggen-staan achterin de hut en moeten noodgedwongen als laatste op de kar worden geladen. De chips zijn dan al gesneuveld en de eventueel aangeschafte aardbeien lekken na afloop onderuit de blauwe kar.

De ergste boodschappenhobbel echter is de kassa. Die vormt bij deze supermarkt een regelrechte ramp. Het is een diepe bron van ergernis want de manager beschikt namelijk over het fatale talent om op de drukste momenten van de dag de minste kassières in te zetten. En omdat de oplopende vertraging nog niet hoog genoeg is, heeft hij ook nog besloten om de snel-kassa om zeep te helpen.

Overigens zou ik daar indirect wel eens de oorzaak van kunnen zijn. Ik had recent met een medewerkster een oplopende discussie over wat daar nu precies aangeboden mocht worden. Het antwoord was simpel: Het moest in een mandje passen, het mochten niet meer dan twaalf artikelen zijn en ook nog verschillend.

Uit pure balorigheid heb ik toen een kratje bier in zo'n blauwe mand geperst en op de balie gezet. 

Dat was blijkbaar toch iets teveel voor deze Appie... en behalve voor deze super, ook de laatste ergernis-druppel voor mijn eega... .

Bart


woensdag 27 juli 2016

Bel me niet meer...

Een poos geleden werd ik via de vaste lijn gebeld en dat is opzich een hele gewaarwording want sinds de introductie van de mobiel word ik "vast" bijna niet gebeld. Eigenlijk is dat best raar. Aan de andere kant van de lijn een aardige, ietwat zwoele stem uit de mond van een naar mijn mening hele mooie vrouw. En dat vind ik best een prettig idee. Je krijgt soms van die eucalipta-stemmen waarvan je blij bent dat ze uit de hoorn komen en niet op vol volume "life" door de kamer schallen. 

De aardige stem ging mij iets verkopen. Dat gevoel kreeg ik want het is de strategie van de telefonische verkopers. Je laat iemand een prettige stem hebben en laat hem dan iets verkopen. Dat schijnt volgens de marketing-afgestudeerden positief te werken op de koop-spieren van de gebelde. Die worden dan gestimuleerd waarna de verkoop op zich een koud kunstje wordt.

De postcode-loterij belde. De aardige stem meldde zwoel dat we lid waren van deze op buren-chantage gebaseerde loterij. Ik zei dat ik dat een mooie conclusie vond en stelde voor het gesprek te beëindigen. Ze stak echter een telefonische voet tussen de deur. Ik hoorde overigens iets van een hele lichte prettige kreun in de hoorn, waarna ik net even te lang wachtte met ophangen. Of ik er nog was. 'Ja hoor', geitte ik, 'ik ben er nog'.

Ze riep dat ze blij was dat ik nog hing want ze had een werkelijk onbestaanbaar aanbod voor mij. Mijn koop-spier bleef stoïcijns. En dat is logisch want wij brompotten laten ons niet verleiden tot het doen van welke aankoop dan ook of het moet vooraf vast staan dat het risico onder nul blijft en het direct iets oplevert.

Ik stelde wederom voor het gesprekje te beëindigen. Ze vroeg nog één minuutje. Ik gaf het omdat haar zwoele stem mijn trommelvlies richting een orgasmisch hoogtepunt wist te brengen. Nou ja, bijna dan.

Het aanbod was dat we voor de aankoop van één extra lot, voor het goede doel, een verhoogde kans maakten op het bijwonen van de life uitzending miljoenenjacht welke binnenkort zou worden opgenomen ergens in de omgeving van Schuursponseradeel. Ze liet haar stem even los want het aanbod moest tijd krijgen om te landen. Aansluitend kwam de vraag wat meneer daar van vond.

Ik vond er wel iets van. Mijn trommelvlies ook want die begon wat prettig te jeuken. Ik zei dat ik haar wel aardig vond, sympathie had voor het goede doel, maar mezelf niet in een zaal te zien zitten en al helemaal niet met Linda van de Mol. Ze vond het jammer. Tenminste dat zei ze en het klonk redelijk oprecht. Maar dat was het vast niet.

We deden nog wat beleefdheid en ik drukte op de "uit". Dat is trouwens ook nieuw. Vroeger smeet je de hoorn op het toestel. Nu druk je op een te klein toetsje waarbij je moet oppassen dat je goed drukt, anders blijft de verbinding in stand en kan de "andere kant" de evaluatie van het gesprek meekrijgen. En die is soms niet leuk.

Een poos later, we schrijven zondagavond. We waren bij toeval getuige van een rechtstreekse uitzending miljoenenjacht. Op het podium een dolgelukkige winnaar van 193.000 euro. Honderd meter verderop in onze straat, eveneens een winnaar. En dan voor hetzelfde bedrag.

Wij vermoeden dat deze man de mooie zwoele stem niet heeft kunnen weerstaan en het extra lot heeft aangeschaft. Overigens worden wij niet meer gebeld. Ook niet door een aardige stem.

We laten ons niet langer chanteren en zijn daarom geen lid meer.

Bart

vrijdag 22 juli 2016

Bruggesprek

Afgelopen week moest ik even snel naar de stad. In een gegleufde folder van een plaatselijke supermarkt van Duitse oorsprong trof ik namelijk een melding aan van de aanwezigheid van een technisch ding. En tegen een betaalbare prijs.
 
Omdat "snel naar de stad" en Doetinchem 's morgens rond half negen geen fijne combinatie is, besloot ik op de fiets te gaan. Dat scheelt ongeveer vijftig verkeerslichten en parkeer-ergernis. Daar staat dan wel weer een lichamelijke inspanning tegenover, maar de aanstaande bevrediging van het kopen van het technische ding maakt dan veel goed.
 
De Oude IJsselbrug aan de Wijnbergseweg gaat niet vaak open. Er is relatief weinig scheepvaartverkeer. Behalve als de duitse supermarkt een aanbieding heeft en ik op de fiets zit om hem binnen te hengelen. Ik stond dus voor een rood licht met slagboom en een tergend langzaam omhoog sukkelend brugdek.
 
Naast mij landde een dame op een opoefiets met achterop een leeg zitje. Het was zo'n typ wat graag haar sores wenst te delen met een ieder die het maar wil horen. Ik wilde het niet horen, maar daar had ze een pasklare oplossing voor: gewoon mond open en beginnen met praten.
 
Ze had iets ordinairs over zich. Ze kauwde kauwgom, ze had last van flinke haarkleur-uitgroei en op haar bovenarm prijkte de naam van ene Ha... Ik vermoedde Harry, want de rest zat onder een smoezelig pofmouwtje. Mijn vermoeden werd al snel bevestigd want ze was inmiddels losgebarsten.
 
'Heb je haast, zit die brug dicht', begon ze in mijn richting.
Ik zei niets.
'Ik moet van Harry naar de super. Strak om negen uur want ze hebben een aanbieding'.
Ze keek naar me. Een vermoeid stuk kauwgom werd zichtbaar tussen haar tanden.
 
'Mijn Harry is een luie zak. Hij ligt nog in zijn nest te stinken en stuurt mij op pad. Hij is altijd al lui hoor. Hij wil niet eens zijn dochter naar school brengen. Dus dat moet ik ook nog doen. En dan ook om klokslag negen bij de super staan voor zijn boodschap. Erg hè ?', ze wachtte op een uitblijvende reactie. 
'Moet u ook naar de stad ?'. Ik glimlachte maar wat. 'Ik moet zo'n ding halen voor in de motorhelm. Een intercom'. Ze ratelde maar door.
 
Er prikte nu iets via mijn oor pijnlijk in mijn hoofd. Ik was verdorie onderweg naar dezelfde aanbieding. En aangezien de voornoemde supermarkt maar weinig aanbiedingsvoorraad heeft, was het zaak haast te maken. Ik keek even snel naar de opoe-fiets, de jeugdige snelle uitstraling van de dame naast mij en toen naar mijn eigen krakkemikkerige karretje. Conclusie: ik zou gaan verliezen. 
 
Ze tikte met haar opzichtige ringen ongeduldig op het verchroomde stuur en ik dacht koortsachtig na...
 
Toen een inval en richtte me op de dame.
 
'Ik las onlangs in een consumentenblad dat die intercoms kwalitatief heel slecht zijn. Batterijproblemen. Ze lopen snel leeg. Zonde van het geld'.
De boodschap was nu onderweg naar de opoefiets en kwam daar drie tellen later aan. 
'Meent u dat ?', vroeg ze. 'U bedoelt toch zo'n intercom die in die folder stond van de super ?'. 
'Ja, die bedoel ik. Vijftig euro stuk'. 
 
Ze trok de folder uit de kontzak van haar moderne scheurenbroek en vouwde hem open.
 
'Ja, die bedoel ik', zei ik. 'Een waardeloos ding'. Ik werd aangespoord door het gevoel dat ik beet had.
'Zie je wel', zei ze. 'Ik zei nog tegen die lul, dat ding is veel te goedkoop. Dat kan helemaal niks wezen'. Ze keek nog een keer bedenkelijk in mijn richting.
'Rijdt u ook motor ?', vroeg ze toen.
'Ja, daarom weet ik dat. U moet het natuurlijk zelf weten....'
'Ik ga hem eerst bellen', besloot ze hardop en stapte van haar fiets. Ze zette hem tegen de brugreling en pakte haar telefoon.
 
Inmiddels gingen de slagbomen open en gaf ik vol gas. Toen ik een half uurtje later in het bezit van een tweetal intercoms terug over de brug reed was ze vertrokken.
 
Ik heb het ernstige vermoeden dat ze inmiddels volledig zijn uitverkocht...
 
Bart   
 
   
 
 
 
  

woensdag 20 juli 2016

Ego poetsen

'Ik hoorde vandaag iemand zeggen dat ik een leuke man ben', zei ik onder het avondkoffieritueel tegen mijn echtgenote. 'En dat deed best wat met me'.
Ze verslikte zich.
'Wat zeggen ze ?', vroeg ze met een ondertoon vol ongeloof.
'Dat ik best een leuke man ben', herhaalde ik.
'En waar baseren ze dat op ? Heb je soms iemand loonsverhoging beloofd ?'.
'Nee, hoezo ?'.
'Waarom zei hij dat dan ?'.
'Omdat ze dat meende'.
'O, het was een "zij" ?'. Het klonk wat bedenkelijk.  
'Ja, het was een "zij". Een hele aardige "zij" '.
'Er moet toch een aanwijsbare reden zijn', ging ze verder. 
'Waarom ? Ik ben toch best een leuke man ? Of vind je van niet'. Ik viste en liet de hengel zijn werk doen.
'Soms ben je wel een leuke man', beaamde ze na enig nadenken.
'Wanneer is soms ?', wilde ik weten. Ik gooide de hengel opnieuw uit.
'Tja, gewoon, ik heb wel eens zo'n moment dat ik denk van goh, wat heb ik toch een leuke man'.
'Daar moet dan toch ook een reden voor zijn', zei ik.
'Je bent soms grappig', gaf ze als antwoord.
'Oké, wat is soms en wat vind je dan grappig ?'.
'Zoals je nu doet, dat je op complimenten uit bent'.
'Ik ben niet op complimenten uit', zei ik droog.
'Het ruikt er anders wel naar, leukerd'.
'Ik wil graag weten wanneer ik een leuke man ben'. Ik gooide nu het hele net uit. 'Daar kan ik dan misschien iets van leren en mijn soms wat irritante gedrag op aanpassen'.
'Dat is niet precies aan te geven', zei ze.
'Kun je me dan op zijn minst de eerstvolgende keer dat je me leuk vindt een signaaltje geven ? '. Ik lurkte aan mijn koffie.
'Oké, maar ik heb nog steeds geen antwoord op mijn vraag: waarom vond zij je leuk ?'.
'Ik heb geen idee. Misschien was ik in haar ogen uit op een compliment en dat ze toen dacht van goh, wat een leuke man'.
'Heb je met haar ook zo'n afspraak ?', vroeg ze.
'Wat voor een afspraak ?'.
'Dat ze het je meldt als je leuk bent. Je wilt er toch iets van leren ? Ik begrijp overigens echt niet waar je met dit domme geleuter naar toe wil'. Ze slaakte een diepe zucht. 

Het gesprek viel nu tijdelijk stil. 

'Ach ja', hoorde ik mezelf toen zeggen, 'misschien is mijn ego wat beslagen en heb ik behoefte aan een poetsbeurt'.
Ze keek me aan en begon toen te lachen.
'Wat lach je ?', vroeg ik. 'Ik meen het serieus'.
'Dit is typisch zo'n moment. Je bent nu aandoenlijk leuk. Volgens mij heb je jezelf nu meer dan voldoende opgepoetst, je staat er inmiddels weer glimmend bij...'.

Bart

woensdag 13 juli 2016

kip-ei

Vanochtend liepen we samen in de supermarkt, op zoek naar datgene wat onze zater- en zondag-ochtendontbijt traditioneel opleukt. Een ei. Uiteraard niet één ei, maar een doosje. En dan een kartonnen doosje want wij doen aan milieu en kiezen bewust voor een "natuurlijk" verpakkingsmiddel. En karton schijnt dat te zijn. 


We waren dus op zoek naar een doos waar er een stuk of tien in zouden zitten. Zes mag natuurlijk ook, maar vier is echt te weinig en dat komt omdat wij, mijn vrouw en ik, beide een ei nuttigen. Dus zowel op zaterdag als op zondag en dat zijn er in totaal dan vier. En aangezien we door de week er soms één, zeg twee in de gehakt prutten, komen we er met een doosje van vier, twee te kort. Zes zou net kunnen, maar krijg je een gast dan zit je meteen met een probleem.


De eieren liggen normaal gesproken in gang drie, in het tweede vak en dan specifiek in de eerste drie rekken. Ik kan ze altijd blindelings pakken. Maar, zoals gezegd, ik was op zoek en als je weet waar iets ligt, ben je niet op zoek. Ze lagen er gewoon niet, tenminste, niet de eitjes die wij wekelijks aanschaffen. De zogenaamde diervriendelijke scharrelkip-eieren. Dat doen we voor het wel en wee van de kippen. Zodat ze onze steun krijgen in hun zoektocht naar een beter leven.


En dan begint dus de teleurstelling want zoals gezegd: het rek bleek leeg, geen scharrel-ei te vinden. Wij keken elkaar vragend aan: wat nu ?. Er lagen wel andere soorten maar omdat we toch het ernstige vermoeden hadden dat de nog aanwezige doosjes waren gevuld met niet diervriendelijke eieren, besloten we er een deskundige bij te halen.


Er verscheen een vakkenvulmeisje in beeld. Een best wel leuk meisje met een behoorlijk verstand. Ze zag onze worsteling en vroeg vanuit pure zelfontbranding of we iets zochten.


'Ja, we zijn op zoek naar scharrelkippen-eieren', kakelde ik. 
Haar tot borsteltjes geboetseerde wimpers, wipten vrolijk op en neer. Ze had wat weg van Lady Penelope van de Thunderbirds. Dat was een pop in een televisie-serie van vlak na de oorlog. Toen kippen nog kippen waren en we ze vertroetelden door ze af en toe wat extra's toe te stoppen.


Het probleem werd snel en vakkundig duidelijk gemaakt.
'Het scharrelei is nu een vrij uitloop-ei geworden', zei ze. 'Dat is een nieuw soort ei. De kip scharrelt niet meer, maar hij loopt uit. En dán scharrelt hij pas. Dus terwijl hij uitloopt legt hij een ei. Dat is nieuw', wist ze. 'Vanaf deze week is het scharrelei dus uit de handel genomen', besloot ze haar uitleg.


Wat een wijs en slim vakkenvulmeisje. We snapten het in één keer. We twijfelden nog wel wat want ze waren een stuk duurder. We zijn best wel bewust bezig met gezonde kippen, maar er zijn wel grenzen. We besloten toch over de grens te gaan en pakten een uitloop-eieren-doos met tien stuks. Na de standaard controle, doosje open doosje dicht, dankten we het kind en gingen verder.


Volgens het briefje van mijn vrouw moesten we naar het vlees. Kip om precies te zijn, voor in de oven. Een diepvrieskip. We hadden het kippenvak snel gevonden en zo op het eerste oog lagen ze lekker koud naast elkaar. Ik pakte er één en bekeek de opgeplakte sticker. Een echte kwaliteitskip. Een zogenaamde uitloopkip. Ik liet hem aan mijn vrouw zien, die schudde haar hoofd waarna we hem weer snel teruglegden. En het doosje eieren hebben we ook maar weer teruggebracht.


Het kan toch niet zo wezen dat je eerst uitloopt, dan een ei legt en dat vervolgens als dank je kop eraf wordt gehakt en je in de steenkoude diepvries eindigt...


We doen het wel een poosje zonder....


Bart





maandag 11 juli 2016

Weegschaalkomma

Onlangs heb ik een stevig gesprek gevoerd met mijn weegschaal. En niet rechtstreeks, maar via mijn schepper want dat was in dit geval echt nodig. Ik was namelijk de avond ervoor na het douchen op het ding gaan staan en ontdekte op het digitale schermpje, naast elkaar, een drietal cijfers.


Nu staan daar altijd wel drie cijfers, ware het niet dat er een komma tussen staat. Laten we maar zeggen: 99,5. En die ontbrak die avond. Tenminste, daar leek het op. Maar omdat ik altijd zonder bril douche, had het maar zo kunnen zijn dat ik het niet goed had gezien.


Met die troostende gedachte ben ik het bed ingestapt en in slaap gesukkeld om de volgende ochtend wederom de confrontatie aan te gaan, nu met bril. De uitslag: klip en klaar. De komma bleek inderdaad verdwenen. Drie hatelijke cijfers bestaande uit het cijfer één gevolgd door twee nullen prikten in mijn ogen...


Nu ben ik normaal gesproken niet zo van de paniek, beroepsmatig gezien ben ik redelijk doorgewinterd en heb er weinig last van. Bovendien: mijn periode als beoogd fotomodel ligt alweer een paar jaartjes achter mij, en mijn balletcarrière is met schoenmaat zevenenveertig ook geen doorslaand succes geworden.


Daarnaast is mijn zichtbare gewicht goed voor het opa-beeld wat het bij mijn kleinkinderen oproept. Zo weten ze bij wie ze moeten zeuren als ze thuis hun zin niet krijgen. Opa snoept. Dus wij ook. Zoiets. Wat dat betreft zijn die drie kommaloze cijfers eigenlijk geen probleem. Maar toch... Het is voor mij een grens. Een barrière. Honderd kilo klinkt anders dan negenennegentig komma vijf. En eenmaal over die grens, gaat het snel.


En dan zie ik mezelf al in zo'n verschrikkelijk TV programma rondhuppen waarvoor ik dan ben opgegeven door mijn bezorgde familie omdat opa "obese" heeft en heel erg gaat lijken op Holle Bolle Gijs van de Efteling die overigens ook moet afslanken. En dan staat straks die Toos Tutteprut bij mij thuis op de stoep, Wendy van Dijk.


Ze staat daar dan om mij uit te leggen dat ik iets met mijn lijf ga doen voor RTL 4. Omdat de bezorgde familie dat wil. En dat ik dan in een veel te klein sportbroekje over het beeldscherm huppel om die komma weer terug op het weegschaalschermpje te krijgen. Ronduit walgelijk.


En dat die Wendy dan met grootmoeders centimeter aan komt rennen om mijn buikomvang vol in de camera op te meten. En dat ik dan een jaar later weer voor de camera sta, compleet met een leeggelopen en daarom opgerold vel, doorklieft met een vleesspies om de handel bij elkaar te houden... Nachtmerries krijg ik ervan.


Vanwege dat spookbeeld zit ik sinds kort aan het rauw en voor alle duidelijkheid: op eigen initiatief. Peen, sla, ui, tomaat, rauwe witlof en andere gewichtsverlagers. Terwijl ik in de keuken sta te kijken naar de calorie-arme kookkunsten van mijn echtgenote, sijpelt vanuit de kamer het geluid door van een herhaling van "heel holland bakt".


Krijg ik me toch in één keer zin in een enorme appeltaart met slagroom...


Klote komma..


Bart

zondag 10 juli 2016

Twirlen...

Ik zat afgelopen zondag met onze kleinzoon lekker in het zonnetje op een bank in het speeltuintje voor ons huis. Wij hebben namelijk een speeltuin voor onze deur. Een gemeentelijk tegeltuin bestaande uit een houten huisje en twee exotische beesten met zo’n blauwe wipveer onder hun kont. Ter bescherming van het gemeentelijk eigendom is er een muur omheen geplaatst van gewapend beton. Dat vond de gemeente nodig. Halve meter hoog en ruim dertig centimeter dik. Hufterproof heet dat….

Paar huizen verder ging een voordeur open en huppelde er een klein blond meiske van een jaartje of tien naar buiten. Ze was gewapend met een ipad, legde het ding voorzichtig op de betonnen gemeentemuur, keek om zich heen en bewerkte het scherm met haar vingers. Resultaat: mijn heerlijke zondagochtendrust werd wreed verstoord. Uit de beide luidsprekers kraste in stereo het vreselijke geluid van ene K3. Niet dat ik dat zelf wist. Ik had er zelfs nooit van gehoord. Het meisje zei het ietwat verontschuldigend. Misschien omdat ik wat nors keek en alsof ik de ipad inclusief K3 met een flinke voorhamer in elkaar zou willen rammen.

Vervolgens begon ze te bewegen. Te huppelen. Op de maat. Ze kon een dansje met een stok want dat had ze geoefend. En dat deed me al rillend ergens aan denken. Aan dansjes met zo’n soortgelijk stok. Zo’n vreselijk twirlstok. Ik was namelijk ooit bij toeval getuige van een passerende optocht waarin een nestje miniretjes, uitgerust met voornoemde glimmende stokken achter de muziek aanhuppelden. Van die kleine in glitterpakjes gestoken meisjes die al dansend het stokje in de lucht gooiden en dan probeerden op te vangen. Mikado op de straat.

Nog erger: de bijhorende mama’s. Een doorsnee van “Katendrechts mooisten”. Voorzien van plakplaten, gouden kettingen, tijgerprint-leggings en enorme scheepstoeters waarmee ze probeerden de kleintjes te regisseren. Absolute apotheose: de ruzie tussen een drietal moeders die elkaar in het bijzijn van de miniretten met de opgeraapte twirlstokken bont en blauw sloegen…

Ik schoof wat onrustig op de bank heen en weer. Het geluid uit de ipad had inmiddels de eindstreep van K12 bereikt en ik begon de toegevoegde waarde van de gewapende gemeentemuur te snappen. Het buurmeisje veegde nu voor de vijfde keer over het scherm.… Maar K15 werd me toch echt teveel.. Ik sprong op en drukte nijdig op de zwarte i-padknop die ik tijdens de K9-uitvoering had ontdekt. Het geluid verstomde, ze liet vervolgens ietwat geschrokken haar stok vallen, pakte de ipad en rende naar binnen….

Mijn kleinzoon sprong van het bankje, raapte de stok op en deed een voorzichtige poging tot een huppel. Ik zag het meteen voor me… Onze kleine man, gestoken in zo’n glitterend huppelpak, gewapend met een twirlstok en ik langs de kant tussen het opgeblondeerde tijgerprint-legioen. 'Geef dat stokje maar snel aan Opa, vent. Dan geeft Opa hem heel snel terug aan dat meisje. Dit is veel te gevaarlijk voor jou.'

Brompot

donderdag 7 juli 2016

Spijkerbroekenveldtocht

Toen ik vorige week op onze slaapkamer voor de opengeschoven kledingkast stond, weerklonk mijn diepe zucht als een echo.  Mijn kast-deel was voor mijn gevoel "leeg".

Het eerste wat je dan als man doet, is een schreeuw geven richting echtgenote om te vragen hoe of dat zit. Ik kreeg hem meteen om de oren: 'Ik heb al weken geroepen dat je er een broek bij moet hebben, maar je verdomt het om er één te kopen'. Tja, dan blijft er maar één ding over: naar de stad.

En dan begint het gedonder. Ik wil altijd een modern ogend broekje wat lekker zit en waar je zo weer een paar jaartjes mee kan doen. En het liefst koop ik er dan drie tegelijk, zodat ik voorlopig niet meer hoef. Omdat de keus in onze stad tegenwoordig wat beperkt is, kom je al snel in zo'n boetiek-achtige shop terecht waar ze niet gewend zijn aan kopers met grijze haren. En dat is te merken ook.

Tegenwoordig is het blijkbaar modern om stevige voorgrondmuziek uit het plafond te laten stuiteren. Van die zenuwachtige akkie-makkie muziek: stamp, stamp, stamp en dan voor de afsluiting van de maat nog een extra aangezette nastamp. Om werkelijk helemaal gestoord van te worden...

'Kan die muziek iets zachter', vroeg ik aan een zwaar opgemaakte verkoopster gekleed in een loshangend T-shirt en zo'n modern ogende drollenvangerbroek waarvan het kruis, voor zover daar al sprake van is, ergens tussen de knietjes hangt.
'WAT ZEG JE ?', riep ze. Ook zo modern. In zo'n winkel ben je een "je".
'OF DIE TERINGHERRIE WAT ZACHTER KAN', probeerde ik op vol vermogen.

Het kwam nu over en ze liep naar de toonbank waar een zwart apparaat aan de muur hing met een aantal knoppen. Het geluid werd wat gedempt en ik kon zelfs mijn echtgenote horen die luid sissend probeerde mij te kalmeren. 

'Zo beter ?', vroeg het wicht.
'Ja, zo beter', zei ik. 
'Wat zoek je ?'
'Je zoekt een broek', zei ik
'Maat ?'

Ik haalde mijn schouders op. Mijn echtgenote somde wat cijfers op en het wicht liep naar een schap. Vervolgens kwam ze met een drietal broeken terug. Ze gaf ze aan mij en wees naar de hoek. 'Daar heb je de paskamer', zei ze. Ze liep weer terug naar de toonbank en draaide aan de zwarte doos. Het gestamp nam weer in volle hevigheid toe waarna ze in haar mobiele telefoon dook.

Tja, en dan stap je in zo'n moderne paskamer. Ik had het gevoel dat ik een rechtopstaande badkuip binnenkroop waarbij uit de douchekop eveneens van die akkie-makkie muziek spoot. Snel paste ik broek één, maar die zat voor geen meter. De tweede was eveneens niet op niveau.

Voordat ik echter de derde goed en wel aan kon trekken struikelde ik over de eerste broek, probeerde me nog vast te houden maar de hele badkuip inclusief douchekop sodemieterde zowat om.

En dan is het toch weer een voordeel van die herrie, want Truus met de drollenvanger hoorde niets en huppelde op de maat van de muziek vrolijk achter de toonbank heen en weer. Ik trok ondertussen het hele gevaarte weer in fatsoen, paste snel broek drie, was redelijk tevreden en liep naar de kassa.

'Gelukt ?', vroeg het wicht terwijl ze de zwarte doos weer wat lager draaide..
'Ja, gelukt. Kost ie ?'.
Ze keek op het kaartje.
'Ja schat, je kan er nog een uur kijken, maar er staat geen bedrag op', zei ik.
'Geen idee', zei ze.
'Oké, hoe kom je daar achter dan ?'. Ik werd wat ongeduldig.

Ze liep naar het schap en keek op het kaartje van de andere broek.

'Doe maar honderddertig euro', zei ze toen. 'Dat kosten die anderen ook'. ze wees met haar duim naar het schap. Mijn mond viel open. Truus ramde ondertussen het bedrag in de kassa.
'Pinnen ?', vroeg ze terwijl ze de broek aan mijn vrouw gaf, het pinkastje in mijn richting schoof en zich vervolgens vol overgave op haar telefoon richte van wwaruit een pingel had geklonken. Ik vermoedde dat ze aan het appen was met haar vriendje. Zoiets van... "Net een grijze sukkel een spijkerbroek aangesmeerd van 130 euro grinnik grinnik". Ik zag het al helemaal voor me.

Uiteindelijk zal die broek wel weer in het schap zijn beland. Maar pas nadat ik deze Truus de algemene fatsoensnormen in hoofdletters had uitgelegd. Ik heb haar tevens geadviseerd om de akkie-makkie muziek te vervangen voor de evergreen van Gert en Hermien Timmermans "ik heb eerbied voor jouw grijze haren".

Ik heb goede hoop dat mijn advies wordt opgevolgd. 

Bart





dinsdag 5 juli 2016

werkdruk.....

Vandaag moest ik voor een nog niet geconstateerd gebrek naar een specialist in het ziekenhuis. Het doel: het veronderstelde gebrek een erkend gebrek te laten worden en om er dan meteen iets aan te laten doen. Dat gaat uiteraard niet in je kouwe kleren zitten en geeft behoorlijk wat stress.

Maar gelukkig bestaat de tijd die je aan zo'n bezoekje besteedt voor 90% uit wachten en dat kan behoorlijk ontstressen. Vooral als je in een gang zit waar nogal wat verkeer langsgaat. En dan vooral werkverkeer. Soms in een overall, een verpleegpakje, nachtkleding... Kortom: erg onderhoudend allemaal. Je waant je in zo'n ziekenhuis soms net op een andere planeet. Maar wel levendig... Ik zou hem Pluto willen noemen. Dat klinkt wel vrolijk. 

Zo is een statige man met een pak gaatjesmappen onder zijn arm onderweg naar kamer 219. Een verpleegster met een stapeltje handdoeken trippelt voorbij. Een allochtoon, gestoken in een blauw ziekenhuispakje, wordt achtervolgd door een gehoorzame stofzuiger aan een snoer. Een bed-met-patient wordt kamer 221 binnen gescooterd.

Een blonde dame met een potlood in haar hand is op zoek naar ene mevrouw de Wit. Patient de Wit om precies te zijn. De statige man van kamer 219 draait met dezelfde stapel gaatjesmappen de gang weer op en verdwijnt op links. Een mix van vier verplegers en verpleegsters aan de koffie in de coffeecorner. Patient de Wit nog steeds niet in beeld. Een witgekouste ok-zus op klompen klompt voorbij...

Een oude dame in een rijdende bureaustoel is op zoek naar het toilet. Een man in een gele ochtendjas en een dot watten in zijn neus schiet kamer 223 binnen. Dezelfde man, nog steeds in een gele ochtendjas strompelt kamer 223 weer uit. Nu zonder watten maar met drie druppels bloed op de jas. Gelach in de corner. Er wordt een schuin afgesneden mop getapt. Mevrouw de Wit wordt nog steeds gezocht. Een rolstoelrijder met een stijf been en gezond been knort voorbij.

Ene mevrouw Boerstoel meldt zich nu bij de balie. Geen ponskaartje. Mevrouw Boerstoel trippelt zichtbaar geirriteerd naar de ponskaartenbalie. Allochtoon nu op links met nog steeds de stofzuiger in zijn kielzog. Schreeuwend kind met moeder-met-rood hoofd meldt zich bij balie drie... Geen ponskaart. Terug.

Tweede bak koffie nu bij de corner. Inmiddels twaalf wachtenden voor dokter de V. Broodjes op een schaal naar kamer 224. Karretje op wieltjes, leeg, kruipt voorbij. De duwer in een blauwe overall knikt begrijpelijk naar de rij wachtenden. Een dokter met assistente slentert kamer 225 binnen.

Mevrouw de Wit meldt zich eindelijk. De wereld is inmiddels 20 minuten ouder. Vreselijke drukte bij de corner nu. Inmiddels acht koffieleutende personeelsleden. Deur van 225 gaat open en weer dicht. Deur gaat nogmaals open. Mevrouw Boerstoel gaat naar binnen... Mevrouw Boerstoel gaat weer naar buiten en neemt plaats in de wachtruimte. Er is blijkbaar een algemene pauze ingelast want Pluto is kwispelend tot stilstand gekomen.

Ietwat vermoeid door alle indrukken van het laatste half uur kijk ik in het rond. Er hangt een prikbord met geboden. Je moet stoppen met roken, drinken, je moet condooms gebruiken, mag niet vet eten, nadenken over je prostaat en als je die niet hebt elke dag je borsten navoelen op knobbels... En als je een probleem hebt met stress op je werk, dan moet je maar eens langskomen bij het speciale stress-op-het-werk spreekuur...

De laatste poster is van de bond van verplegend personeel en staat bol van vakbonds-retoriek. Het schreeuwt iets over bezuinigingen binnen de zorg in relatie tot de werkdruk....

Daar moet ik op een ander moment nog maar eens serieus over nadenken... Als ik weer helemaal ben opgeknapt.

Brompot