Totaal aantal pageviews

donderdag 27 oktober 2016

Huisartsbezoek

Afgelopen week kreeg ik wat last van een aantal weigerachtige en pijnlijk aanvoelende beenspieren en besloot uiteindelijk om even naar de huisarts te gaan. Ik kom er bijna nooit en omdat hij zich ongetwijfeld met enige regelmaat afvraagt of ik nog wel via de zorgverzekering bijdraag aan zijn basisinkomen, leek het me aardig om zowel hem als mijzelf met dit bezoek te plezieren. Wellicht zou ik nog een verfrissend pilletje kunnen scoren waarmee ik de boel weer aangetrapt zou krijgen. Uiteraard komt zo'n pilletje dan voor eigen rekening maar dat had ik er wel voor over want het deed "verrekkes zeer".

Nadat ik een stijf wordend kwartiertje in de wachtkamer had doorgebracht tussen de hoestende en proestende medemens, kreeg ik van de assistente het signaal dat ik met mijn kwaal op mocht stomen richting behandelhaven. Na binnenkomst kreeg ik van de arts een slap handje en een verwijzing in de richting van een stoel recht tegenover zijn bureau. 'Neemt u plaats', zei hij waarna ik mij wat piepend en krakend liet zakken.

'Zegt u het maar, wat kan ik voor u doen'. Het klonk wat afstandelijk. Ondertussen tikte hij iets op het toetsenbord waarbij ik de indruk kreeg dat hij verbinding legde met mijn patiëntendossier waar het één en ander over mijn leven geregistreerd moest staan.
'Ik heb wat last van pijnlijke spieren, dokter', zei ik.
'Me-neer- heeft- last- van- pijn----lijke spie---ren', herhaalde hij al typend op het toetsenbord. Hij was nog van de generatie "typen met twee vingers".

'Zo', zei hij met een dreunend slotakkoord op de enterknop.
'En waar doet het dan specifiek zeer ?'. Ik wees naar mijn beide benen. 'Bijna elke spier doet zeer, dokter'.
'O', en heeft u dat al lang ?'.
'Nee dokter, sinds deze week'.
'Oké. En heeft u zelf enig idee wat het kan zijn ?', informeerde hij.

Mij bekroop nu het gevoel dat ik met een keuzemenu aan de slag moest.
"Toets 1 bij een -ja, ik heb een idee..., toets 2 bij een -nee, ik heb geen idee... en toets 3 -voor verder onderzoek". Ik toetste 3.

'Bent u verkouden geweest, grieperig of last van enige andere malaise ?', informeerde hij verder.
'Nee dokter, ik voel me verder prima'.
'Mooi, dan ga ik u even onderzoeken, loopt u maar mee'. Hij verdween in zijn werkplaats waar hij mij uitnodigde om op de werkbank te gaan liggen. Ik klom er met enige moeite op en even later lag ik gestrekt op het witte inpakpapier wat elke dokterswerkbank siert. Ik krijg dan altijd het gevoel dat er alleen nog een strik omheen moet en dat je dan ingepakt en wel klaar ligt om afgevoerd te worden naar de aula van de plaatselijke begrafenisondernemer.

'Trekt u uw been eens op ?', vroeg hij. Ik deed wat hij opdroeg en vertrok van de pijn. Hij duwde nog wat door en ik liep rood aan.
'Heeft u soms wat rare bewegingen gemaakt ?',vroeg hij toen.
'Nee dokter, op mijn leeftijd maken we geen vreemde bewegingen meer', lachte ik.
'Doet u aan sport ?'. Ik had op mijn lippen om een flauwe grap te boetseren rond de schaak en damsport. 'Nee dokter, ik doe niet aan sport'.
'Komt u er maar af, ik heb het wel gezien'.

Even later zat ik weer in de stoel en hoorde de uitspraak van het vonnis lijdzaam aan. Ik mankeerde niets, kreeg het zinloze advies vooral meer te gaan bewegen en kreeg als troost een receptje mee voor een pijnstillertje. Met een week moest het over zijn.
 
Terwijl ik de praktijk verliet en naar het receptje keek, kwam ik toch wat aan het nadenken. In gedachten zat ik nog achter het keuzemenuutje. "Toets 4 als u tevreden bent over uw arts, toets 5 als u ontevreden bent over het resultaat of toets 6 voor...". Ik gooide de hoorn erop, mikte het recept in een prullenbak, stapte in de auto en ging gewoon verder met mijn leven.

Bart

copyright Brompot oktober 2016 
  

maandag 24 oktober 2016

Veranderende tijden...

'Wat is dat Opa ?', vroeg mijn kleinzoon van bijna vier, wijzend op de luidspreker die ik net had aangesloten en waar nu geluid uit kwam.
'Dat is een box', zei ik.
'Wat is een bok Opa ?', vroeg hij.
'Een box. Dat is een kistje met een toeter waar muziek uitkomt', lachte ik.
'Wat is muziek Opa?', het was een te verwachten wedervraag. Tja, zo klets je jezelf natuurlijk aardig vast.
'Ehhh, hoor je die meneer een liedje zingen ?', vroeg ik terwijl ik mijn vinger opstak. 'Dat is muziek, knul'.
'Wat zingt die meneer Opa ?'. Weer zo'n lastige vraag, want hoe leg je een kind van drie uit dat je zit te luisteren naar Bob Dylan die over veranderende tijden zingt. "Times they are a changin".
'Die meneer zingt een beetje over zijn mama', jokte ik om eraf te zijn.
'Wat is er dan met zijn mama ?'.
'Er is niks met zijn mama', lachte ik
'Waarom zingt hij dan over mama, Opa'.
'Niet jouw mama, manneke, zíjn mama. De mama van die meneer'.
'Waar is die dan ?'.
'Wil je een snoepje ?', probeerde ik ter afleiding.
'Waar is die dan ?'.
'In de trommel', zei ik.
'Dat kan toch niet gekke Opa', riep hij verontwaardigd.
Ik opende de trommel en gaf hem een snoepje.
'Zie je wel, de snoep zit in de trommel'. Het werd even stil en ik ging verder met mijn klusje van niks.
'Was zijn mama ziek ?', klonk het na een paar minuten van snoep-pauze.
'Ja', zei ik ietwat opgelucht vanwege de geboden opening. 'Ze had een beetje hoofdpijn, denk ik'.
'Doet dat au ?'.
'Ja, dat doet au', zei ik.
'O'.
'Waar is Oma nou ?'.
'Oma is boodschappen doen, die komt zo terug'.
'Waar dan ?'.
'In de winkel'.
'Heeft Oma au ?'.
'Nee hoor'.
Op de achtergrond deed Dylan zijn best om de veranderende tijden te promoten toen mijn echtgenote thuiskwam.
'Ha vriendje, ben je Opa goed aan het helpen ? ', vroeg ze.
De kleine man knikte.
'Opa heeft een bok met de toeter die een liedje heeft over mijn mama en die heeft au in de hoofd. In de trommel zit een snoepje, mag ik er nu één, Oma ?'.
Ze keek hem aan. 'Kinderen die vragen worden.... overgeslagen', zei ze streng.
'De opvoeding is tegenwoordig niet meer wat het ooit was', zuchtte ze. Ik keek haar aan en gaf haar een knipoog. 'De tijden veranderen, hoorde ik Dylan net galmen'.
'Hm, laat die arrogante zak zich vooral met zijn eigen zaken bemoeien', mopperde ze.

Twee seconden later kroop mijn kleinzoon snoepkauwend bij mij op schoot. Hij had zijn zin. Tijden zijn inderdaad veranderd.    

Bart

copyright Brompot oktober 2016 




zaterdag 22 oktober 2016

Wethouder verkeer(d)zaken komt met visie


Het was toch wel even schrikken: het bericht van afgelopen vrijdag in de Gelderlander dat de gemeente een visie heeft op de mobiliteit van zijn inwoners voor de komende tien jaar. Vooral het woord "visie" deed mij behoorlijk schrikken. Toen ik het artikeltje met een kopje lauwe thee had weggespoeld, bekroop mij het gevoel dat ik een instructie had gelezen hoe je oude koeien uit de sloot moest rukken oftewel hoe we de doden weer tot leven gaan wekken.

Volgens het artikeltje heeft de wethouder aangegeven dat we in de toekomst vooral niet meer allemaal tegelijkertijd de straat op moeten gaan omdat het doetinchemse wegennet dat allemaal niet aankan. Wat een geweldige visie. Ik vraag me dan af of men het zelf heeft bedacht of dat het is gekopieerd uit de landelijk verkeersvisies die een jaartje of veertig geleden al werden uitgesproken en tien jaar gelden collectief weer werden begraven. Ter aarde werden besteld omdat men er wel achter was gekomen dat het hebben van een visie en het uitvoeren van een visie twee aparte dingen zijn.

Jarenlang heeft de overheid op de knietjes bij de diverse opritten van de snelwegen de automobilist gesmeekt om voortaan wat later de weg op te gaan. We werden zelfs beloond bij goed gedrag. Resultaat: de filedruk is fors toegenomen.

Maar goed, In Doetinchem gaan we het nu ook proberen. We gaan voortaan tijdens de ochtend en avondspits thuis werken, onze scholen schuiven een beetje met de tijd naar voren of naar achteren, de ambtenaren op het gemeentehuis beginnen een uurtje vroeger en stoppen een uurtje later. Kortom: we lossen het probleem snel en vakkundig op. En mocht het dan allemaal niet lukken, dan zetten we de asfalteermachine aan en draaien nog wat bij.

Omdat men op het gemeentehuis best wel snapt dat niet iedereen staat te juichen, heeft men onder het motto "verzin een list Tom Poes", bedacht dat de inwoners mogen meedenken en meepraten. Ofschoon het natuurlijk een mooi initiatief is, de stoeptegel-democratie doet nu ook in Doetinchem zijn intrede, kun je je afvragen wat uiteindelijk het resultaat zal zijn. Ik denk dat we het plaatselijke wegennet voor de acht-en-tachtigste keer gaan opbreken om uiteindelijk over tien jaar tot de conclusie te komen dat de "visie" zoals te doen gebruikelijk niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

Ik denk dat onze wethouder inmiddels bezig is met het bedenken van een nieuwe maatregel die mooi binnen de "visie" past: op even dagen alleen de "even" kentekens op de weg en op oneven dagen uitsluitend de "oneven".  Dat was namelijk de maatregel die men in China invoerde na het dichtslibben van de wegen. Het is al wel dertig jaar geleden maar daar heeft onze wethouder vast geen moeite mee.

 

Bart

 

copyright brompot oktober 2016 

donderdag 20 oktober 2016

Het schoffie...


Ik zag hem op een bankje zitten, pal voor de plaatselijke Appie. Een manneke van een jaartje of tien. Hij viel me op vanwege het late tijdstip waarop hij daar zat. Het was half acht en dan horen in mijn optiek kinderen van deze leeftijd gewassen en gestreken -of voor de tv te hangen -of in bed te liggen.

Hij zat ineengedoken met zijn handen in de zakken van zijn licht besmeurde jas. Zijn beentjes zwaaiden beurtelings naar voren en achteren maar zijn versleten gympschoentjes raakten nét niet de keien van het plein.

Ik bleef heel even staan en vroeg mij af of hij op zijn winkelende moeder zat te wachten of dat er iets anders aan de hand was. Ik hield het bij de eerste opwelling en troostte mijzelf met de gedachte dat zijn ouders zo naar buiten zouden komen en hem vol vrolijkheid zouden meenemen naar huis. Ik keek nog één keer om en liep toen de Appie binnen.

Terwijl ik structuurloos door de super liep, ik had zelf een briefje gemaakt, zag ik hetzelfde manneke voorbij flitsen. Hij rende door de winkel richting de gang waar naar mijn beleving de zakken borrelvoer lagen opgeslagen om hem even later inderdaad gewapend met een zak chips de gang met de frisdrank in te zien glippen. Toen was ik hem kwijt.

Ik richtte me weer op mijn eigen klus: de eeuwige speurtocht naar de benodigde boodschappen toen ook ik de drankengang inreed. Daar zag ik hem opnieuw. Hij stond voor de flesjes en kon blijkbaar geen keus maken. Ik zag hem nu in het volle licht en ik voelde de medelijden opborrelen.

Hij zag er niet uit, stonk naar de straat en kijkend naar zijn kleding kon ik niet anders concluderen dan dat ze rijp waren voor de kliko. Het was echt een schoffie. Hij had nu een klein oranje flesje vast en las blijkbaar wat erin zat. 'Hij gaat dus wel naar school', zei ik tegen mijn gemoed maar die reageerde door een extra scheut medelijden in mijn emotieknobbel te spuiten.

Alsof hij in de gaten had dat ik hem bekeek, nam hij een besluit en rende met het drankje en zak chips richting kassa. Daar zag ik hem nog snel een pakje kauwgum uit een rek vissen wat hij stiekem in zijn zak stak, waarna hij voordrong in de rij bij de kassa en strak voor de kassajuf het flesje en de zak chips op de band legde. Vijf seconden later was hij weg...

Nadat ik eindelijk mijn boodschappen had afgerekend, liep ik in gedachten verzonken de winkel uit en keek uit over het plein of ik het schoffie nog ergens zag zitten. Terwijl ik rondkeek lette ik even niet goed op en werd bijna van de sokken gereden door een schim op een rammelende fiets zonder licht. Het was het boefje die verdween als een diefje in de nacht.

Bart





copyright Brompot oktober 2016


maandag 17 oktober 2016

Garagebezoekje

Ik moest onlangs voor de APK en onderhoudsbeurt naar onze garage. Mijn auto gaf op het dashboard aan dat ik daarvoor tijd in moest ruimen. Natuurlijk mooi dat hij meedenkt, maar ik ontkom in dit soort gevallen niet aan de indruk dat de fabrikant hierin een dikke papvinger heeft. En niet omdat hij de auto een beurt gunt, maar meer om het verdien-model kloppend te houden. En het werkt, want als je weinig verstand hebt van auto's, doe je braaf wat de computer aangeeft: je gaat.

Zo'n APK is altijd spannend. Wat gaan ze vinden en hoeveel gaat het dan kosten. Meestal ga ik op voorhand al even langs om naar de banden te laten kijken. Dan weet je vaak al hoe de vlag erbij hangt. Bij mij leerde een snelle inspectie dat er vier nieuwe banden moesten worden gemonteerd en er nog een zeer ingrijpende, dus dure onderhoudsbeurt moesten worden uitgevoerd. Tja, en dan ga je rekenen.

Als er één ding is wat je tijdens zo'n reken-exercitie nooit moet doen, is het rekenen in de nabijheid van een showroom vól auto's oftewel in een snoepwinkel vol zoetwaren. De magie zorgt ervoor dat je rekenmachine onbetrouwbaar wordt want welke auto je ook ziet, hij ziet er altijd beter uit dan je eigen auto en de uitkomst pakt altijd voordeliger uit dan de werkelijkheid. Vooral als er, zoals ook deze keer weer, een prachtig exemplaar tussenstaat.  

En dan blijkt er ook nog zoiets te bestaan als een wereld vol autoverkopers, die altijd bereid zijn om je op professionele en geslepen wijze het beslissende duwtje te geven... 

'Wat krijg ik voor onze eigen auto terug ?, vroeg ik aan de verkoper tegenover mij toen we wat later aan het gratis bakje verkoopkoffie zaten. Hij zat strak in het pak achter zijn bureau.
'Tja, dan moet ik eerst kijken. Mag ik de sleutels ?', vroeg hij. Ik gaf hem het bosje waarna hij snel naar buiten glipte. Hij rook succes want de geur van de autogeile klant verspreidde zich razendsnel door het kantoor....  

'Moet je niet even meelopen ?', vroeg mijn echtgenote. Ik schudde mijn hoofd. 'Zinloos. Hij gaat nu voor de vorm kijken maar weet allang wat hij gaat zeggen', zei ik. 'Let op, hij vindt het een mooie auto, wel veel kilometers, hij ligt niet zo goed in de markt, hij is voor de buitenlandse handel, echter, hij geeft er veel voor terug omdat we een vaste klant zijn'. Ik was vol "nergens op gebaseerd" vertrouwen in een goede afloop en zag mijzelf binnenkort achter het stuur van deze prachtige kar.   

'Het is nog een mooie auto', begon hij na de inspectie en nadat hij weer was gaan zitten.
'Ja hè', blaatte ik terug. 'Ik ben er ook heel gek mee'.
'Dat geloof ik meteen, u heeft hem intensief gebruikt. Tenminste, als ik zo naar de tellerstand kijk'. 'Ja, dat klopt', blaatte ik opnieuw, 'ik ben ook heel tevreden met deze auto'. Ik knipoogde naar mijn echtgenote.

'Tja, ik moet toch even goed kijken wat we gaan doen, weet u, dit model is natuurlijk wat verouderd en de vraag tegenwoordig is meer richting zuinige modellen'. Ik knipoogde wederom.

'De markt is op dit moment niet erg gunstig', ging hij verder, 'en ik denk dan ook dat hij rechtstreeks doorgaat naar de buitenlandse handel. Eens even kijken.... '.

'Ja, kijk maar eens goed, want ik wil een stevige prijs', zei ik. 'Uiteraard meneer, u bent vaste klant en dat scheelt natuurlijk aanmerkelijk in de inruilprijs want we willen onze klanten graag behouden'.

Hij trok een beminnelijke glimlach, pakte een rekenmachine en begon driftig te tikken. Toen schraapte hij zijn keel en noemde een bedragje met een dermate scherpe punt dat mijn wensbalon inclusief droom met een vette knal ontplofte. Weg magie, weg geur, weg droom welkom nuchterheid. De verkoper schrok van mijn reactie. 'Wat had u zelf in gedachten ?', informeerde hij na een korte incubatietijd. Ik keek nog wat naar het plafond, nam een korte aanloop en kwakte toen uit pure ballorigheid een exorbitant hoog bedrag op tafel. 


Toen we wat later de garage uitliepen, keek ik nog één keer naar de voituur. Ik bleef heel even staan alsof ik de laatste eer wilde brengen aan een overleden droom.  
 
'Uiteindelijk vind ik de kleur ook helemaal niks', zei ik tegen mijn vrouw. Ze kneep me zachtjes in mijn arm, kuste me troostend op mijn wang en vol gas stoof ik weg...


Bart 


copyright Brompot oktober 2016   


woensdag 12 oktober 2016

Fietsen in de binnenstad

Zoals het er nu uitziet, wordt er ergens in 2017 een proef gehouden met het "fietsen in de Doetinchemse binnenstad". Het idee is ontsproten uit een werkgroepje wat al brainstormend op dit "verbeter plan" is gekomen. Voor de fietsers lijkt het een sympathiek idee, voor het winkelend publiek een ramp. Aan de gemeente de taak om met beide belangen rekening te houden.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik weinig tot geen belang heb. Sinds ik wat verderop woon, fiets ik niet meer naar de stad en omdat ik aan winkelen sowieso een pesthekel heb, zie je mij in de binnenstad ook niet zo snel wandelen. Toch krijg ik wel wat sympathie-gevoelens bij het handhaven van het verbod op fietsen want de zeldzame keren dat ik er loop, voel ik me van alle kanten bedreigd door allerlei ongeleide op twee wielen balancerende projectielen die vanuit het niets verschijnen en even snel weer verdwijnen.  

Vaak hebben ze dan ook nog een telefoon in de hand waarmee ze contacten onderhouden met de rest van de wereld. Dat schijnt tegenwoordig nodig te zijn. Ik denk dat ze dan een filmpje opnemen met instructies over hoe je nietsvermoedende wandelaars zichzelf dood kunt laten schrikken. En dat het filmpje dan vervolgens op YouTube wordt gezet met daarbij een uitnodiging om vooral lid te worden van de DELA. Behalve dat het lekker scoort, levert het ook nog iets voor de filmmaker op.

Ik vraag mij af wat de achterliggende reden is van dit aangekondigde gewijzigde beleid. Gaat het nu om het wegbezuinigen van de wetshandhavers en het legaliseren van overtredingen omdat men niet in staat is gebleken om consequent te handhaven. Of gaat het nu echt om het faciliteren van fiets minnend Doetinchem zodat men wat sneller door de stad geraakt.

Als ik kijk naar de tijd die nodig is geweest om het verbod uiteindelijk overal tussen de oren te laten landen, dan hou ik mijn hart vast als het gaat om het terugdraaien van dit verbod. En dan niet om de fietsers door de stad te loodsen, maar om het winkelend publiek te laten wennen aan een paar honderd potentiele brokkenpiloten die al dan niet elektrisch aangedreven door de straten jakkeren. Ik zou als gemeente tegelijkertijd voor de veiligheid een verbod op loslopende kinderen instellen. Dat valt trouwens ook gemakkelijker te handhaven.   

Een bekend spreekwoord zegt: "Als de man zit op de snelle fiets, dan rijdt hij hard en ziet hij niets".

Het is nu wachten op het eerste ongeluk. Laat vast niet lang op zich wachten. 

Bart

copyright Brompot oktober 2016

maandag 10 oktober 2016

Voorleesopa


Ik kreeg onlangs een uitnodiging om in het kader van de Kinderboekenweek voor te lezen in de klas van mijn kleinzoon. Nu ben ik als gevolg van mijn doorgeschoten schrijfhobby wel wat gewend, maar voorlezen is wel even een ander ding. Ik maakte me dan ook wel wat druk over het genre wat geschikt zou kunnen zijn voor deze vier en vijfjarige peuters en wellicht toekomstige steunpilaren van onze maatschappij.

Het zou ergens tussen de bijbel en sprookjes moeten liggen. De bijbel om er wat extra normen en waarden in te proppen en sprookjes om de fantasie te prikkelen in deze tijden van ipads en overige digitale rommel. Alhoewel, de bijbel ligt voor sommigen heel dicht tegen de sprookjes aan. Het werd uiteindelijk een verhaaltje over een regenboog in een dierenwereld. Zo op het oog een mooi voorleesprojectje.

Het was voor mij al heel wat jaren geleden dat ik binnen de muren van een kleuterschool-lokaal had gekeken. Ik denk al met al toch wel een dikke dertig jaar. Toen werd namelijk zo'n beetje het startschot gelost voor onze eigen kinderen om hun carrière te beginnen. Toentertijd had ik nog wel enige herkenning bij de periode dat ik zelf in de kleuterklas zat, maar dat gevoel is bij het aanschouwen van de kleuterklas twee-duizend-zestien-punt-nul wel helemaal verdwenen.

De kleuterschool is nu basisschool en we tellen tegenwoordig tot en met groep acht. Ik kon niet verder promoveren dan klas zes. Maar er zijn nog meer verschillen: in mijn tijd stoof het krijtstof door de klas en werd zichtbaar in de moeizaam binnendringende zonnestralen. Toen ik vanochtend binnenkwam ontdekte ik een mega-computerscherm vol appjes en dat alles opgesteld in een keurig en kleurig fris klaslokaaltje wat ook nog volop in het zonlicht stond te glimmen.

Het lokaal was gevuld met een plukje kleintjes die enthousiast bezig waren met allerlei modern speelgoed. Wij zaten indertijd opgehokt met veertig kinderen en speelden met blokkendozen vol splinterhout en een poppenkast zonder kast en zonder poppen. Het duurde dan ook maar vijf tellen of ik lag op mijn knieën voor een bak LEGO en begon driftig met mijn kleinzoon in de rol van hoofdaannemer, te bouwen.

Vervolgens kreeg ik ook nog een bak koffie aangeboden. En dan niet zo'n opgewarmde bak onderwijzerskoffie die men in de jaren vijftig gebruikte om het zure gezicht in de plooi te houden. Nee, een heerlijke kopje koffie. Ondertussen werden de kinderen door juf op een pedagogisch verantwoorde wijze tot de orde geroepen en mocht opa plaatsnemen op de voorleeskruk. De trotse kleinzoon werd er naast geplot en mocht opa een beetje moreel ondersteunen.

De voorleesactie werd een succes. De kinderen hingen aan mijn lippen en na afloop werd er nog gezellig over het verhaaltje nagepraat.

Recent zat ik op een verjaardag en hadden de aanwezigen het over "die goede oude tijd" waarbij de discipline er op school nog werd “ingedrild". Ik lalde toen op dezelfde maat mee.

Nu na deze schoolervaring echter moet ik er toch nog maar eens flink over nadenken. Over het "goede" van de oude tijd. Kom toch wel wat aan het twijfelen...


Bart



copyright Brompot oktober 2016

zaterdag 8 oktober 2016

Emancipatie..... mannen hebben heel vaak gelijk...

Ik stam nog uit de tijd dat de eerste "Dolle Mina" voor haar rechten ten strijde trok. Ik was toen nog heel erg druk met het uitknijpen van mijn puberpuisten en het luisteren naar mijn vader. Hij had een geheel eigen opvatting van een "Dolle Mina". Hij zag het meer als een ongewenste ontsnapping uit het reservaat waar mannen de baas zijn en ageerde er dan ook met zijn volle gewicht tegen. En aangezien hij de nodige kilo's aan boord had, en behoorlijk kon bulderen, werd er bij ons thuis nooit aan ontsnappen gedacht. 

De na-oorlogse opvatting was indertijd simpel: we moeten de boel opbouwen, vader is daarmee de hele dag bezig en moeder faciliteert hem. Bij mij thuis stonden de pantoffels en het avondeten klaar en lag de avondkrant naast zijn bord. Na het eten ging pa een uurtje liggen en deed ma de afwas en met het naar bed gaan werden die rollen omgedraaid. Dan ging moeder liggen en deed vader nog even zijn laatste afwasje. Ik lag dan onderhand het zoveelste puistje uit te knijpen.

In de loop der tijd groeide de vrouwenbeweging en werd het fenomeen "emancipatie" op de diverse agenda's geplaatst. Tegenwoordig hebben we het er niet meer zo over. De generatie "reservaat-dictators" is aardig uitgestorven en de grapjes rond het vrouwenrecht in relatie tot het "aanrecht" zijn verdwenen.

Een vervelende bijvangst is uiteraard wel dat men hier en daar behoorlijk is doorgeschoten waarbij er vanuit de mannenwereld soms wel behoefte ontstaat aan een nieuwe beweging: "de evrouwcipatie" oftewel, waar zijn onze rechten als man gebleven. Hebben wij ook nog iets te melden of in te brengen.       

Zo was ik recent getuige van een tafereeltje bij de plaatselijke Appie waarbij de doorgeschoten emancipatie pijnlijk zichtbaar werd. Een vrouw stond met haar karretje en briefje centraal opgesteld en haar echtgenoot, overigens een beetje een sukkel, voerde de opdrachten uit. Toen hij een inlegkruizen-opdracht kreeg en met een pak "eigen merk" kwam aanhijgen, kreeg hij ongezouten te horen dat hij beter moest opletten en dat hij een pak "Always" moest pakken. 'Je ziet thuis toch wat ik gebruik? ', riep ze. Ik stond toen net met een pondje gehakt in mijn hand. Toen ik haar zo bekeek had ik er even geen zin meer in. En neem van mij aan dat ik stapel ben op een bal gehakt.  

Ook een collega beklaagde zich onlangs over het dictatoriaal optreden van zijn vrouw. Hij is een jaartje getrouwd en ze hadden een meningsverschilletje over de invulling van het huishouden. Hij koos uiteindelijk voor lijfsbehoud en is uit pure veiligheidsoverwegingen maar beneden op de bank gaan liggen. Ik bedoel maar.

Uiteraard zijn dit excessen. Bij mij thuis worden de taken gewoon verdeeld en zonder mopperen uitgevoerd. Toch blijft er altijd wel een punt van strijd over. En dat zijn de discussies over "van alles en nog-wat". Discussies met de strijd om het laatste woord en bijna altijd eindigend met een minuut stilte om even rustig te slikken en te de-escaleren.

Vanochtend las ik een krantenartikel wat iemand op facebook had geplaatst: Mannen hebben in vijfenzeventig procent van discussies gelijk". Ik heb hem uitgeprint en onder haar hoofdkussen gelegd.

Dat wordt vast aanleiding tot een stevige discussie waarbij mij het gevoel bekruipt dat het gevecht vooral zal gaan over het binnenslepen van die resterende vijfentwintig procent...

Bart

copyright Brompot oktober 2016

woensdag 5 oktober 2016

De exjunk...

Onlangs stond ik met mijn motor op een parkeerplaats voor een bankgebouw wat te balanceren. Te balanceren omdat ik met mijn rechtervoet zocht naar de zijstandaard die links gemonteerd zit. Normaal gesproken is dat een vanuit automatisme geleid ritueel: aankomen rijden, remmen, linkervoet op de standaard, een geoefende trap en… staan. Nu niet. En dat kwam door een automobilist die zijn auto strak en vooral schuin voor mijn zware chopper kwakte. Ik kon eigenlijk geen kant meer op.

Ik keek een beetje verschrikt naar de auto en het bankgebouw. In een fractie van een seconde flitste het programma “opsporing verzocht” aan mij voorbij en voelde ik iets van een opkomende spanning. Dat heb ik overigens de laatste tijd wel vaker. Opkomende spanning. Dat komt omdat ik wat ouder word. Tenminste, dat zei mijn vrouw. En die heeft in dit soort dingen meestal wel gelijk.

Alvorens af te stappen keek ik naar de auto voor mij en besloot nog een kort moment te wachten op de dingen die misschien gingen komen. Als voorzorg zocht en vond ik een ontsnappingsroute via het trottoir. Er gebeurde echter niets. De man zat rustig achter het stuur te bellen en niets wees op een dreigend gevaar. Ik keek nog een keer goed door het achterraam van de auto en verplaatste mijn blik toen zoekend langs de benzinetank van mijn motor naar beneden. Daar ontdekte ik de verchroomde standaard die in het felle zonlicht zijn aanwezigheid niet meer kon verhullen. Ik gaf hem gefrustreerd een rake trap en hij ving vervolgens gehoorzaam de machine op. Hij stond.

Ik stapte in de lijn van mijn leeftijd af. Wat stijfjes. Vervolgens opende ik het vizier van de integraalhelm, maakte het kinbandje los en wilde de helm afzetten. Maar ik had mijn bril nog op waardoor die overdwars ergens tussen mijn helm en mijn hoofd bleef hangen. Klem. Ik vloekte en plukte het ding er vol ongeduld uit en trok de helm met een nijdige ruk van mijn kop. Mijn bril was krom. Ik boog hem iets bij en zette hem weer op. Daarna streek ik instinctief door mijn grijze haren en drukte de zonlicht weerkaatsende helm op het puntige ruggesteuntje achterop en trok de rits van mijn leren jas los.

Het portier van de auto ging nu open. Ik zag een in een spijkerjasje gestoken, sjappie-achtig figuur met lange, tot in zijn nek hangende manen. Hij kroop er moeizaam uit.

Hij had een zwaar afgeleefd, ja een bijna afgekloven gezicht maar straalde tegelijkertijd wel iets prettigs uit. Iets sympathiek’s. Hij kwam met een sukkelige gangetje op mij toelopen en keek terwijl
hij wat nerveus aan een pluizige sikje plukte, naar mijn motor.


“U heeft een mooie machine, meneer”, begon hij.
“Ja hè”, zei ik.
“Bevalt ie ?”.
“Ja hoor, ik ben er heel tevreden over. Het is wel heel veel poetsen, maar dat heb ik er graag voor over”. Ik keek naar het vele chroom.
“Ik heb dezelfde motor gehad”, zei hij terwijl hij hurkte en aandachtig naar het motorblok keek.
“Gehad ?”, vroeg ik geïnteresseerd.
Hij knikte. “Gehad…. Ik heb hem niet meer, hij is gejat”.
“Zoooo, Gejat ?”, mijn verbazing klonk zoals hij hoort te klinken: luid.
“Ja, pal voor mijn huis. Raar hè. En ook nog op de dag dat ik hem kreeg”.
“Dat is klote”, schoot het uit mijn mond.
Hij: “Klote, ja, dat is het goede woord. Zwaar klote”. Ik poetste met mijn mouw over een morsvlekje op de zwarte tank.
“Weet u, ik ben een junk”, hij kwam langzaam overeind. “Een ex-junk. Ik heb jarenlang aan de heroïnespuit gehangen en ben drie jaar geleden tot inkeer gekomen”.
Ik fronste. Hij grijnsde. “Nee hoor, niet vanwege de één of andere Jezus maar vanwege mezelf. Ik stond op het punt om de pijp uit te stomen. Toen vond ik het na vijftien jaar ellende wel genoeg en ben ik gestopt”.
“Dat is knap”, blaatte ik. Hij haalde zijn schouders op.
Hij ging verder. “Die motor had ik van mijn ouders gekregen, als beloning voor het geslaagde afkicken. Ik had hem overigens gewoon voor mijn voordeur geparkeerd staan. Maar toen ik een uurtje later naar buiten kwam, was hij weg. Ik heb zelfs geen tijd gehad om hem te verzekeren”. Hij plukte weer aan zijn sikje.
“Het is toch godverdomme erg dat ze niet met hun poten van andermans spullen af kunnen blijven”, riep ik iets te verontwaardigd en zocht vanuit mijn eigen ervaring naar voorbeelden die zouden kunnen dienen als overtuiging dat “de mens” tegenwoordig niet meer te vertrouwen zou zijn. Ik kon niet zo snel iets verzinnen.
“Weet u meneer”, zei hij na een korte stilte. “Natuurlijk was het een enorme dreun maar het heeft uiteindelijk toch ook wel iets positiefs gebracht”.
Ik snapte het niet. Je motor wordt gejat en je ziet het als iets positiefs ?
“Positiefs?”, vroeg ik verbaasd.
“Ja, positiefs. Vanuit bewustwording”. Hij wachtte even en liep naar de voorkant. “Ik ben mij namelijk na de diefstal gaan realiseren wat ik als stelende junk vijftien jaar lang anderen heb aangedaan. En dat is in één woord verschrikkelijk meneer. Ik loop nu na drie jaar nog steeds vol schaamte rond. En dat gaat nooit meer weg”.
Hij deed een stap achterwaarts en richtte zijn blik nogmaals op mijn motor.

“Hij is echt mooi”, herhaalde hij, “heel mooi”. Vervolgens stak hij een duim op, draaide zich om en sjokte in de richting van de bank…

Brompot


copyright Brompot 2014

dinsdag 4 oktober 2016

Brief aan Annemieke Traag, waarnemend burgemeester

Beste Annemieke,

Afgelopen weekend zat ik even rustig in het kleinste kamertje van ons stulpje de krant te lezen. Dat doe ik de laatste tijd wel vaker omdat ik nogal eens wat artikeltjes tegenkom waarvan ik acuut op de pot moet. Hahaha, nee hoor, dat was maar een grapje. Het is gewoon lekker praktisch. Even het aangename met het onaangename verenigen. Dat moet je gewoon eens doen, Annemieke, want het werkt heerlijke geestverruimend. Ook voor een waarnemend burgemeester.

Nu wil het toeval dat ik een column las over je vermeende nevenactiviteiten als medewerkster van het één of andere wazig onderzoeksbureautje wat recent een opdracht in de wacht heeft gesleept voor een even wazig klusje: "de samenwerking binnen onze regio". Ik moest hier smakelijk om lachen. Blijkbaar zit er nog wat geld in de pot (haha, weer zo'n grapje) wat moet worden gedoneerd aan een armlastig clubje.

Vervolgens wordt er een kreet aan het opdrachtje vastgeknoopt om het nog wat te laten lijken. Laten we eerlijk zijn Annemieke, wat verwacht je wat uiteindelijk de uitkomst zal zijn van het onderzoek naar "de samenwerking in de regio". Ik weet het nu al: we moeten elkaar vaker bellen, structureel overleg voeren en wat vaker bij elkaar in de keuken kijken. Dat was het dan. Kosten: een paar ton. 

Aansluitend zwaaien we met het rapport in het rond, halen de pers erbij, kuchen een paar keer interessant waarna er een bureaula wordt opengetrokken om het rapport te laten verdwijnen. Zo werkt dat Annemieke, en je weet dat precies.

Nu gaat het mij niet zozeer om het stompzinnige onderzoekje, maar meer om de wijze waarop de opdracht wordt verstrekt. En dan kom ik toch bij jou. Hoe kan het nou dat dit niemendalletje wordt gegund aan een bedrijfje waar jij op de loonlijst staat.

Ik kan me nog het verhaal van een paar jaar geleden herinneren, over die PVV muts. Ene Marjolein Faber die binnen het provinciebestuur iedereen de maat nam over belangenverstrengeling en uiteindelijk zelf de grootste boef bleek toen ze haar zoon een opdracht gunde om wat websites op te leuken.

Nu wil ik jou niet vergelijken met dat domme ding. Je bent een intelligente dame. Maar hoe kan het bestaan dat dit nietszeggende onderzoeksopdrachtje nu juist bij jouw "baas" terecht komt. En dat boze tongen ook nog beweren dat jij je er zelf mee hebt bemoeid. Natuurlijk, je ontkent het meteen, dat zou ik ook doen, maar waar rook is, fikt het.

Volgens mij moet er maar eens een echt onderzoek worden gedaan. En dan naar jouw integriteit. Dat is goed voor jou en voor het volk. Ik denk dat er vast nog wel een bureautje te vinden is die dit voor een paar ton uit wil voeren.  

Je kunt overigens ook zelf in actie komen door op voorhand je waarnemings-schap als "mislukt" te betitelen en weer snel naar je oude baas terug te keren. Als je snel bent kun je misschien nog meeschrijven aan de conclusie van die opdracht  over de samenwerking binnen de regio....  

Toen ik zaterdag uitgelezen en verruimd van de troon daalde, de afscheidsknop indrukte, mijn handen waste en de gang opliep wist mijn echtgenote mij te melden dat het allemaal toch wel behoorlijk stonk.

Ik moest haar zowel letterlijk als figuurlijk gelijk geven. Er hangt inderdaad een vreemd luchtje....

Met vriendelijke groet,

Brompot.


Copyright Brompot oktober 2016    






zondag 2 oktober 2016

Een culinair avontuur


We stonden buiten op de stoep door de menukaart te bladeren die op een houten muziekstandaard was gespijkerd. De tekst viel moeilijk te lezen en dat kwam enerzijds door de condens-vochtig geworden plastic hoesjes en anderzijds door de menu-teksten die de eigenaar had gedicht. Blijkbaar had hij de relatie tussen een bijna lege tent en de moeilijke tekst begrepen want voordat we een besluit konden nemen stond hij naast ons op de stoep zijn restaurant aan te prijzen.

'Mevrouw en meneer, onze gerechten zijn van een hoge kwaliteit en onze wijnen zijn fenomenaal. Ik ben namelijk vinoloog van beroep en kies zelf wijnen uit die steeds passen bij de melodie van onze gerechten'. Hij keek er heel erg blij bij en vervolgde zijn veldtocht. 'Als u hier binnentreedt, dan zult u worden verrast door onze chef die steeds bij de top-drie van onze stad scoort'.

'Hoe krijg ik u stil ?', informeerde ik. Hij begon wat gereserveerd te lachen terwijl hij omzichtig in zijn handen wreef. 'Mevrouw en meneer, ik ben pas tevreden als u bij ons aan tafel zit en geniet van datgene wij te bieden hebben. Ik keek naar mijn vrouw die haar schouders ophaalde onder het motto "we moeten toch wat".

Tja, en dan ga je de drempel over en neemt plaats in een zo op het eerste oog mooi, warm aangekleed restaurant met een prettige uitstraling. Je voelt je zogezegd lekker op je gemak.

We zaten nog geen twee minuten of we hadden onze zalvende vinoloog aan tafel hijgen. Wat we wilden drinken. Vervolgens begon hij een oeverloos zwamverhaal over de wijnen die hij allemaal in huis had om uiteindelijk met de order voor een glaasje dreuge witte wijn en een pot bier af te druipen. Kort daarna verscheen een serveerstertje van zestien lentes met een glas wijn en een ordinair kroegglas vol lichtschuimend geel vocht.

Ik keek haar aan. 'Neem die maar weer mee terug', zei ik. 'Graag een echt biertje in een dun glaasje'. Ze nam het glas mee om vijf minuten later terug te keren met een vaas waar kort daarvoor nog een verwelkte roos in had gestaan. 'Sorry, we hebben niets anders', blaatte ze licht blozend.

Toen wederom de papa  die al knipmessend met de kaart en zijn mooie verhalen over de meest fantastische gerechten aan kwam zetten. Ik ben dan altijd gewend eerst naar de prijs te kijken. Voorgerecht voor een tientje en een hoofgerecht rond de vijfentwintig euro.

Ik nam een salade als voorgerecht en een stukje met rookvlees gevulde varkenshaas als hoofdprijs. Mijn echtgenote bestelde iets wazigs.

Er schreed nu een lichtvoetig obertje ten tonele met een amuse. 'Het is een klein soepje', zei hij. Nou, dat klopte wel, ik nam een schepje van het rode vocht en spuugde het meteen weer terug. Het bleek het aftreksel van een rode geperste meloen aangelengd met water. 'Stel je niet zo aan', vond mijn tafelgenote. Maar twee tellen later stonden er twee volle glaasjes te wachten op afvoer richting gootsteen.

Je blijft uiteraard beleefd en vertelt het obertje dat je niet zo 'van de amuses' bent. Even later serveerde het blonde dingetje de voorgerechten. Ik kan er achteraf kort over zijn: mijn salade bestond uit een bergje bleekselderij en een slipspoor van iets wat op pompoen leek. Naast het bergje lagen stukken rauwe winterpeen als een mikadospel op mijn bord.

De bleekselderij was rechtstreeks uit de koeling van de plaatselijke Appie gerukt en bij mij op het bord terecht gekomen maar had onderweg geen keuken-chef gezien. Mijn vrouw trok met haar gerecht ook geen vrolijk gezicht. We schoven het naar de rand, klaar om de kliko te verblijden.

Kort daarna het hoofdgerecht. De ober legde uit wat er lag. En dan weet ik genoeg. Als er uitleg nodig is, dan deugt het niet. En jawel... Het haasje zou gevuld zijn met rookvlees, maar in plaats daarvan lag er vliesje bovenop. Het was opgeleukt met een takje en aan de rand van het bord lag het restant van de winterpeen uit het voorgerecht. Ook hier weer een creatief slipspoor van oranje prut.

Bij het geserveerde bakje aardappels waren ze vergeten de schil van de aardappel te pulken en het tijltje met salade was wederom gevuld met bleekselderij. Ik kreeg spontaan een visioen van een pan hutspot met een rookworst maar die duurde maar kort.

Opnieuw het obertje. Nu met de vraag of het had gesmaakt en of we nog interesse hadden in een nagerecht. Ik bestelde een kopje koffie om de vieze smaak van de winterpeen weg te spoelen en koesterde stille hoop op een luxe bak koffie met een bonbon of een lekker stukje caramel.

Helaas, het werd een verrassend mager bakkie leut met een paar snoepjes in een potje.

'En, heb ik teveel gezegd toen ik u buiten op de stoep uitnodigde voor een culinaire reis ?', vroeg de eigenaar met een stalen gezicht toen ik de nota van vijfentachtig euro voldeed. Ik keek hem aan.

'Als ik u een tip mag geven meneer: ik zou de tekst van de menukaart buiten vervangen door foto's van de gerechten. Dat scheelt u buiten overbodige uitleg en binnen veel teleurgestelde klanten.

Ik had vanwege zijn rood wordende hoofd het idee dat hij hem volledig had begrepen.

Bart

copyright Brompot oktober 2016