Totaal aantal pageviews

donderdag 29 december 2016

Een verjaardag vol vuurwerk...

Ik zat recent uit beleefdheid bij een vage kennis op verjaardagsvisite. In de volksmond noemen ze zoiets een feestje. Je zit dan min of meer opgehokt met een club medevierders die je helaas niet zelf hebt kunnen uitkiezen. Helaas ? Ja, helaas. Zeker in dit geval, want de huiskamer zat vol losers.

Er zat van dat volk wat geen bevrediging kan halen uit eigen prestaties, omdat die er simpelweg niet zijn, maar klaarkomt van de daden van anderen. Met een enorme trots werd in een door drank gevoede opzwepende superlativiteit gepocht over de activiteiten van familie en van “de kinderen” in het bijzonder. Het ging over vuurwerk...

Met stijgende verbazing hoorde ik het gezwam aan van ouders die geen nagel hebben om aan hun kont te krabben, maar wel hun kinderen voor enige tientallen euro's per haardos aan vuurwerk doneerden. Met een volgepropte plastic tas de straat opstuurden om vooral het leven van buren twee straten verderop te vergallen.

Of de verhalen van de ritjes naar België waar je van die prachtige rollen duizendklappers kon kopen. En waarvan Piet van Annie er acht van had gekocht en die nu in het schuurtje lagen te wachten op de komst van de kleinkinderen waarvan de jongste inmiddels al vijf was en het fantastisch vond. Hij mocht er dan ook één aansteken... Samen met opa.

Ook ene Arie kwam los. Na drie borrels had hij zijn hersencellen wel op het voor hem hoogst haalbare niveau gezet. Hij schoof naar het puntje van de stoel en begon toen over de lawinepijlen van kleinzoon Arend. De lawinepijl kwam uit de militaire dump, wist hij. En het gaf een enorme knal. Zo hard, dat je de ramen voelde trillen.

Maar uiteraard waren ze niet echt gevaarlijk want ze werden in de Zwitserse Alpen door de overheid gebruikt. En dus goedgekeurd. “Bovendien is er hier helemaal geen gevaar voor lawines, we hebben een groene kerst dus waar hebben we het over”, grapte hij. Er werd geschaterd. Die Arie.

Ik probeerde nog iets over het risico op oog en vingerletsel. Dat er elk jaar weer meer mensen naar de eerste hulp moesten. Het werd weg gelachen. Ene Wesseley maakte nog het sukkelgrapje door drie vingers omhoog te houden en “vijf bier voor de mannen van de houtzagerij te bestellen”.

De verjaardag kroop verder met het nieuws rond de vondst van levensgevaarlijke explosieven in de kruipruimte van een woning. Daarbij werd er vooral gediscussieerd over het feit dat het was gevonden. En dat het erg stom was van de eigenaar dat ie zich “had laten pakken”.

Het "dom lullen" ging verder en ik nam afscheid. Had voldoende beleefdheid getoond. Terwijl ik naar huis reed moest ik aan de veiligheid van mijn eigen kleinkinderen denken. Misschien zouden we in dit land tijdens de decembermaand eens wat minder moeten zeiken en zeuren over de zwarte Piet en energie steken in een discussie waar de mensheid uiteindelijk echt iets aan heeft: een algemeen verbod op vuurwerk.

Dan kan de visite tijdens de volgende verjaardag misschien eens over echt belangrijke zaken lallen. Tenminste, als ze vóór die tijd al niet collectief zijn ontploft..

Bart


Copyright Brompot december 2013

maandag 26 december 2016

Beste Sylvana Simons

Toen u afgelopen week uw vertrek aankondigde bij "Denk", kon ik simpelweg volstaan met het plaatsen van een vinkje achter uw naam. Ik hou namelijk een zogenaamde "verwachtings-kalender" bij met daarop de namen van mensen die ergens aan zijn begonnen en het naar mijn opvatting niet af gaan maken. Ik schat dan een einddatum in en noteer die. Dat doe ik overigens samen met een vriendengroep en degene die bij een item het dichtstbij scoort, krijgt een prijsje uit de pot.

Zo hebben we als voorbeeld ook Gordon op het lijstje staan die recent afscheid heeft genomen maar waarvan wij nu alweer voorspellen dat hij, nadat hij komende zomer een nieuwe carriere heeft aangekondingd, over vijf jaar opnieuw jankend afscheid gaat nemen.

In uw geval was het gemakkelijk scoren. Ofschoon ik geen politicus ben en dus weinig begrijp van uw politieke standpunten en ambities heb ik wel verstand van mensen. Nee, ik ben geen psycholoog, dat nu weer niet, maar vanuit mijn werkervaring als leidinggevende over grote groepen mensen, heb ik een extra zintuig ontwikkeld wat aanslaat bij afwijkend gedrag.

En onder afwijkend gedrag hoort ook de vorm van publiciteits-geilheid waar u aan lijdt. En daarmee wordt tegelijkertijd ook een voorspelbaarheid zichtbaar waar ik dan weer lekker mee kan scoren.


U bent in mijn beleving ooit begonnen met het één of andere huizenprogramma op tv. Vervolgens een paar keer in een talkshow en daarna werd het een beetje stil. Ik zei nog tegen mijn vriend: 'Die Sylvana Simons zet ik op de kalender, die komt binnenkort weer terug'. En ja hoor, ik scoorde de volle honderd punten.

We zagen u terugkeren als voorvechtster van de beweging tegen Zwarte Piet. Vervolgens weer een voorspelling gedaan. En tuuutuuut, daar was ze weer: nu als boegbeeld van "Denk". U zou zich gaan inzetten tegen discriminatie, tegen homohaat en u zou iets gaan doen voor onze lesbiennes.

Ik vraag me dan meteen af wat u, behalve een bevrediging van uw "geilheid" allemaal bezielt. Ik kan helemaal niks verzinnen. Als ik het heb over een voorvechter tegen rassendiscriminatie, mevrouw Simons, dan denk ik toch in eerste instantie aan mensen zoals Martin Luther King.

En laten we dan ook maar eerlijk zijn: u kunt nog niet in de schaduw staan van dit fenomeen. Hij liep niet te janken over beveiliging, hij wees niet naar anderen, hij hield het bij zichzelf. Hij was volstrekt eerlijk en droomde vanuit een diepgewortelde drang naar vrijheid. U roept alleen maar om uw eigen ego glimmend te houden. Wij mannen noemen dat "glimmende pikkengedrag". Heb ik ook geleerd.


En nu gaat u uw eigen partij oprichten. Ik ben de naam alweer vergeten. Maar dat zal bij u niet anders zijn want u heeft uw aandacht inmiddels binnengehengeld en dan is de rest absoluut niet meer interessant.

Beste mevrouw Simons, ik denk dat u eigenlijk een heel aardig mens bent. Een heel gewoon mens wat deze opgeklopte aandacht helemaal niet nodig heeft. Als u nu gewoon iets gaat doen waar u goed in bent, dan komt u vanzelf wel ergens aan de oppervlakte drijven. En zo niet, dan niet.

Vandaag heb ik een volgende datum achter uw naam op de kalender geplot. 17 Maart. Het definitief einde van uw politieke ambities waarbij de kiezer de schuld krijgt.

En dan heb ik meteen ook uw volgende momentje ingeboekt: een optreden op de gay-pride van 6 augustus 2017. Ik verwacht dat u als nieuwbakken voorzitter van de één of andere anti-club op de voorplecht van de afgeschafte sinterklaas-stoomboot staat om vervolgens op een goed camera-moment zogenaamd het water in te worden geduwd. Ik moet alleen nog even zien te voorspellen wie volgens u dan de schuld draagt. Ik gok op de rondwarende geest van een boze werkloze Zwarte Piet.

Ik denk dat ik in 2017 flink in de prijzen ga vallen.

Bart

Copyright Brompot december 2016


vrijdag 23 december 2016

Zomaar een Kerstverhaal...

Er heerste een relaxte sfeer in de stal. Een ezel knabbelde gezellig aan het stro, Jozef de timmerman was doende een schilderijtje van zijn schoonmoeder op te hangen, Maria lag onbevlekt te genieten van haar zwangerschap en de kribbe was klaar voor gebruik.

Achter de stal was een engelenkoortje aan het oefenen en zachtjes drongen de tonen van het oudste kerstlied op aarde door in de stal. "Er is een kindeke geboren op aard".

Elders in dit tafereel, aan de oostkant, liepen een aantal mannen zich warm om bij het eerste de beste signaal bepakt en bezakt te vertrekken. Het heerlijke avondje stond eraan te komen en ze stonden gezellig te keuvelen.

'Zo, en waar ga jij straks naar toe ?', vroeg de één aan de ander.
'Ik moet op kraamvisite'.
'O, dat is leuk, ik ook. Naar welke kraam ga jij ?'.
'Ik ga naar een kindeke'
'Ik ook, hoe heet het ?'.
'Geen idee, en jij ?'.
'Ik ook niet, als de geschiedenis klopt, dan is het nog niet geboren'.

Er meldde zich een derde persoon.

'Hoi, wat staan jullie hier ?', vroeg hij.
'Wij staan te wachten op de geboorte van een kindeke. Daarna gaan we op kraam'.
'O, ook toevallig, ik ook. En waar is dat dan?'. Er werden schouders opgehaald.
'Ik moet naar ene Jozef en Maria'.
'O, nou zeg, ik ook'.
'Jullie geloven het vast niet, ik ook', riep nummer drie.

'Tjonge jonge, dat is toch teveel om het toeval te laten heten'.
'Inderdaad zeg, neem jij nog wat geschenken mee ?'.
'Ja, ik heb een kerstboompje in mijn tas. Is leuk voor het kindeke. Kan hij eronder liggen'.
'Ook toevallig, ik heb een piek, een paar gekleurde ballen en wat lampjes met engelenhaar'.
'En ik heb van mijn vrouw een kerstbrood meegekregen'.
'Goh, we lijken wel niet goed wijs'.

'Moeten we niet een lekker stukje vlees meenemen ?', vroeg de eerste.
'Neu, ze hebben daar vast wel een lam, snijden we het strotje door en gaan we hem offeren'.
'Nou, dan neem ik liever een borrel'.

Op dat moment ontbrandde er een fel licht aan de hemel.

'O kijk, ik zie een ster, hij staat niet ver'
'Goh, volgens mij is het kindeke geboren'.
'Ja, er is een kindeke geboren op aard'.
'Laten we maar snel gaan, anders is de kerst alweer voorbij'.

Langzaam zeulden ze met hun tas en rugzak in de richting van de ster die als een moderne TomTom de route wees

Wat later in de stal...

'O, gut, wat een mooi kindeke !', riep één van de wijzen.
'Ja, mooi hè', zei Maria.
'Zware bevalling ?', vroeg de tweede.
'Nee, geen probleem, was zo gepiept', zuchtte Maria.

Op dat moment kwam Jozef de stal binnen met om zijn duim een dik verband.

'Ha Jozef, gefeliciteerd met het kindeke'.
'Dank je wel, wijze'.
'En hoe heet het kindeke"?', informeerde hij.
'Jezus', lachte hij.
'O', dat is een vreemde naam. Hoe komen jullie daar zo op ?'.
'Nou, dat zal ik je vertellen. Ik was dat schilderijtje van mijn schoonmoeder aan het ophangen. Toen sloeg ik met de hamer op mijn duim en dat deed zeer'.
'Ja én', vroeg de wijze.
'En toen riep ik heel hard zijn naam'.
'Wat origineel, Jozef', zei hij
'Ja, en we zijn er heel blij mee, met ons kindeke. Bedankt voor jullie komst, wijzen', zei hij en nam afscheid

Toen ze terug liepen in de richting van het oosten was de ster gedoofd, het lam geofferd, de kerstboom opgetuigd, het kerstbrood op en lag het kindeke vredig in zijn kribbe onder de boom.

'Wat een lief kindeke', zei de één.
'Ja, ze zeggen dat dit kindeke ons komt brengen vrede op aard'.
'O, dat is mooi, hoe kom je aan die wijsheid ?'.
'Tja, wie is hier nu een wijze'.

'En wanneer kunnen we die vrede dan verwachten ?', vroeg de eerste.
'Ik hoorde ergens in het jaar 2017', antwoordde hij.
'Weet je dat zeker, collega ?', vroeg hij door.
'Ja, ik geloof in het kindeke', zei hij. De eerste slaakte een diepe zucht.
'Wat is er aan de hand, wijze. Waarom zucht je ?'.

'Tja, in 2017 heerst er nog steeds oorlog, is er nog steeds honger, lijden mensen aan de meest vreselijke ziektes, maken we elke dag ruzie en kiest men wereldleiders die deze ellende alleen maar versterken'.

'Vrede op aard, ach, laten we er maar gewoon in blijven geloven'.

Met de handen op de rug werden ze langzaam opgeslokt in de sprookjesachtige diepte van het oosten...

Bart

Copyright Brompot december 2016

maandag 19 december 2016

Kerstboomhandel

'Kan ik u helpen ?', vroeg de kerstbomen-verkoper. Hij stond met een groene kiel en een bruine ribbroek gestoken in een paar dikke bontlaarzen zijn klanten op te wachten. Daarbovenuit stak vanwege de kou een vuurrood gekleurde kop die ter bescherming een Reinier Papingmuts droeg. Dat is zo'n "jaren negentiendrieenzestig" mutsje met over het midden van die rode en witte banen.

Aan zijn dikke jeneverneus hing een snotdruppel die hij vol enthousiasme naar binnen probeerde te snuiven. Tevergeefs. De rug van zijn gehandschoende hand moest eraan te pas komen om hem een zetje te geven maar in plaats daarvan trok hij een hele sliert die als een luie slinger tussen zijn neus en zijn handschoen op de maat van een licht briesje heen en weer wiegde.

Een hernieuwde veeg langs zijn gok maakte het allemaal nog erger waarna hij uiteindelijk een knalrode en kletsnatte zakdoek uit zijn zak trok en de boel leeg snoot. Ondertussen bleef hij mij maar aankijken en wachtte op een antwoord op zijn gestelde vraag: of hij mij kon helpen.

'Ik zoek een mooie kerstboom', zei ik ietwat naïef.
'Ik heb alleen maar mooie bomen meneer. Met of zonder'. Ik keek hem vragend aan. 'Kluit', verduidelijkte hij.
'O, ja, natuurlijk. Tja, wat is handig ?', vroeg ik mezelf hardop af.

'Nou, met kluit is handig als u hem tot Pasen wilt laten staan. Zonder kluit lukt dat niet', grapte de man.
'Hm, tot Pasen, nee, alsjeblieft zeg, begin Januari is het wel klaar'. De snotterige neus ging ondertussen onverstoorbaar verder.

'Ik heb ze mét kluit en in een emmer, zonder kluit maar mét kruis of zonder kruis en zonder kluit of mét kluit en dan zonder emmer. Ik heb blauwsparren, nordmannen, fijnsparren. Ze variëren in prijs van een tientje tot vijftig euro's. Maar dan heb je wel een echte boom, met kluit, met emmer en de garantie dat ie zeker tot eind Januari blijft staan en daarna kan hij nog verder in de tuin. Moet je hem niet boven een rioolbuis planten want dan heb je binnen drie jaar verstoppingen want die krengen schieten zo ongevraagd de rioolbuis in'.

Ik was onderhand getuige van de wedergeboorte van de druppel. Hij ook en veegde hem opnieuw af met van die halve vingerloze handschoenen met een ingebreid motief waar mijn oma vroeger een compleet servies van in de kast had staan.

Zijn uit de wol stekende vingers zaten vol kloven en onder zijn te lange nagels zaten nog resten van kerkhof-potgrond.

'En, wat gaan we nu doen ?', vroeg hij ongeduldig. Het was te druk om lange verkooppraatjes te houden.

'Ik weet het niet', zei ik besluiteloos.
'Met kluit of zonder kluit', vroeg hij ietwat geïrriteerd.
'Met ?', probeerde ik.
'Oké, in een emmer of zonder'.
'In'.
'Blauwspar, Nordmann of fijnspar'. Ik haalde mijn schouders op. 'Waar staan ze ?', vroeg ik om er wat gevoel bij te krijgen. Hij zwaaide met zijn arm, 'overal'.

'Wat is de duurste ?'.
'De blauwspar', zei hij. 'U mag hem hebben voor drie tientjes'.
'Drie tientjes ?', vroeg ik vol ongeloof. 'Drie tientjes voor een boom die je na twee weken bij de vuilins zet ?'. Hij liep hoofdschuddend naar de hoek van zijn kampement waar de bomen netjes op een rijtje stonden te wachten op adoptie. Ik volgde hem.

'Blauwsparren, in emmer, mét kluit voor drie tientjes'. Hij pakte de top van een boom en trok hem een meter naar voren.
'Lijkt hij wat ?', informeerde hij vol ongeduld. De druppel kwam weer opzetten.

Ik bekeek hem, liep er omheen, trok wat aan de takken en nam toen met tegenzin een besluit.

Toen hij mij na het afrekenen hielp de boom achterin mijn auto te proppen, drupte er nog een laatste druppel uit zijn neus als souvenir op het kleed in mijn achterbak en viel er als nagerecht een lading aarde uit de pot naast.

Tot overmaat van ramp begonnen vanwege een kerstboomallergie ook mijn handen nog te jeuken direct gevolgd door de absolute klap op de spreekwoordelijke vuurpijl waarbij Willeke Alberti haar vertolking van een mierzoet kerstliedje uit de luidsprekers van het stalletje liet schallen. "Oh Denneboom, o denneboom, wat zijn je takken wonderschoon".

'Fijne kerst', riep hij terwijl hij zijn neus afveegde.


Daar moest ik eerst nog maar eens flink over nadenken.


Bart


Copyright Brompot december 2016





zaterdag 17 december 2016

Dromen op een pleintje...

Ze had een echte balkonboezem. Van die siliconeborsten die aan de onderzijde kunstmatig waren opgeduwd en aan de bovenzijde werden geschoord door een tweetal zwarte bandjes die vanwege de totale omvang eerst in de buurt van haar schouders haar donkere vel raakten. Het omhullende rood, geel, zwarte truitje was laag uitgesneden. Zelfs zo laag dat het geheel vrij lag te bakken in de brandende zon die rond het middaguur een klein hoekje van het pleintje had veroverd.

Place des Artistes. Een prachtig met kasseien geplaveid plein wat werd omzoomd door hoge terracotta-gele woonblokken met van die typisch blauw houten luiken en gemodelleerde roestige hekjes.

Het was marktdag en drommen toeristen verdrongen zich aan de kraampjes die de straten van dit stadje hadden ingenomen. Op de Place des Artistes stonden de bio-kramen geparkeerd van waarachter een contingent vrije sandaaldragers allerlei bio-rotzooi aan de toerist probeerde te slijten.

Een wat groter gedeelte van het idyllische pleintje was bestemd voor de terrasjes-horeca. Vandaar dat ik daar op een gietijzeren stoeltje zat te genieten van èn een glas rode jerrycan-wijn èn het bruinende balkon schuin tegenover mij.


Ze had wel iets prettigs over zich. Zoals ze keek. Ze leunde met haar elleboog op het tafeltje en haar hoofd rustte scheef op haar hand die haar donkerrode losse haar wat opduwde. Met haar vrije hand poetste ze dromerig over het beeldschermpje van een telefoon die samen met een pakje sigaretten en een aansteker vóór haar op het tafeltje lag.

Met haar mooi gevormde lippen zoog ze aan een rood rietje wat uit een vol glaasje knalgele drank stak en keek daarbij met van die mooie, zwart omrande en alles doordringende ogen schuin in mijn richting. Ik nipte een beetje verlegen aan mijn wijn en probeerde mijn aandacht op een toerist te richten die bezig was met de aanschaf van een onzinnig stuk bijenzeep. Maar steeds weer schoof mijn vizier vanuit een zelfsturende regie richting balkonscène.

Ik voelde me wat onrustig worden en nipte twee, drie keer achtereen aan de wijn. Zij zoog, maar het gele niveau daalde niet echt. Ondertussen bleef ze over het schermpje aaien en mij onverwachts aankijken. Ik toverde een glimlach, maar mijn toverij bleek niet meer van wat het dertig jaar geleden was. Te traag.

Ik wachtte gespannen op de volgende blik van boven het balkon maar tevergeefs. Ze richtte zich op, keek vluchtig op haar horloge en dronk, ingegeven door het misschien wel verrassende tijdstip, het gele vocht nu zonder rietje in drie slokken weg.

Ze schoof nu haar stoel naar achteren, stak snel een sigaret op, pakte haar tasje en haar telefoon die net op dat moment een zwoel Frans melodietje ten gehore bracht. Ze keek intuïtief op het schermpje en nam toen op.

“Allo Mama, oui (ja) Mama, ici (hier) Francois Mama”. Een zware door drank en nicotine aangetaste mannenstem dreunde als een dragonder over het plein en weerkaatste tegen de muren...

Ik schrok wakker uit mijn romantische droom en bekeek vol ongeloof het “creature” wat nu in vol ornaat langs mijn tafel schoof. Hij gaf me en passant een knipoog en ik knikte beleefd terug.

Terwijl ik mijn wijn in één keer naar binnen goot en zocht naar de reden van mijn miskleun kon ik maar tot één conclusie komen: het was hoe dan ook een prachtige boezem...

Bart


Copyright Brompot september 2014

donderdag 15 december 2016

Fiets gejat

Hij was gejat. Onze fiets. Of beter gezegd de fiets van mijn eega. Hij stond achterin de tuin, bij het hek, maar op dat moment niet meer. Natuurlijk ga je dan eerst alle mogelijke medegebruikers af met de vraag of die hem wellicht ergens hadden laten staan en lopend naar huis waren gekomen.

Eigenlijk was dat een totaal onzinnige vraag want onze kroost zou het liefst nog per fiets naar het toilet gaan, laat staan vanuit het winkelcentrum vrijwillig naar huis lopen. Voorlopige eindconclusie: Gejat en ik raakte helemaal in de emotie.


Ik kan er namelijk slecht tegen dat mijn eigendommen zonder melding vóóraf verdwijnen. Ik kan heel moeilijk afscheid nemen van spullen. En zeker als dat onverwachts gebeurd. Dat blijkt een afwijking waar wellicht een psycholoog ooit een keer een plasje over moet doen.

Zo had ik onlangs nog een doosje met roestige spijkers in de hand waarbij mijn verstand riep dat ik ze moest wegmikken. Het doosje staat er nog. Dus toen ik de diefstal constateerde ben ik meteen op mijn eigen fiets gestapt en heb de hele buurt uitgekamd om hem weer zo snel mogelijk terug in de schuur te krijgen. Overigens tevergeefs.


Toen de politie gebeld maar ook de plaatselijke veldwachter kon niks voor mij betekenen. Ja, in de loop van de week maar even op het bureau langskomen om aangifte te doen. Maar dat zag ik als zinloos. Onze fiets stond dan vast al ergens op een Oost-Europese rommelmarkt te wachten op heling.

Omdat het me maar niet lekker kwam te zitten, ik sliep er zelfs slecht van, bleef ik de weken daarna ook steeds als een Sherlock Holmes om mij heen kijken of ik hem niet ergens zag. Je weet uiteindelijk maar nooit. En inderdaad, je weet maar nooit....

Ik zag hem rijden in de van Nispenstraat met op het zadel iemand die er niet op thuishoorde. Een behoorlijk forse man trapte met zichtbare moeite de trappers rond. Ik kneep in mijn remmen, draaide om, moest voor een paar bussen wachten die zich net op dat moment heel irritant aan de snelheid hielden, en scheurde er vervolgens achteraan.

Tja, en toen ontstond bij de T-splising aan de Plantsoenstraat een probleem: links af dan wel rechts af. Ik koos links en kwam er toen achter dat ik rechts had moeten afslaan. Ik was hem kwijt. Vervolgens nog even door de stad geknort, maar geen fiets meer aangetroffen. Hoe dan ook: zeer tot mijn geruststelling kon ik vaststellen dat hij nog in onze stad reed.

De definitieve bevestiging volgde op de zaterdagmiddag toen ik hem wederom in beeld kreeg. Nu strak voor de WIBRA in de stalling. Mijn echtgenote wilde hem meteen meenemen maar zo werkt dat nu eenmaal niet. De persoon in kwestie kan hem te goedertrouw hebben gekocht en dan heb jij een probleem…. Of niet… Het was wel een gok...

Ik heb de “nieuwe” fietstas en het kinderzitje er snel afgesloopt, heb hem onder het toeziend oog van omstanders in een flitsend tempo uit de stalling getrokken en voordat iemand het in de gaten had, stond hij veilig en wel achter de Veentjes in een afgesloten fietsenhok. Vervolgens bij de fotograaf op de hoek naar binnen gelopen en gevraagd of ik even mocht bellen. Mobieltjes lagen toen nog op de tekentafel. Kort daarna had ik een agent aan de lijn.

Nee, het was niet de bedoeling dat ik hem zelf zou meenemen. Nee, ik mocht er niet aankomen. Nee, ze hadden nu geen tijd om op wacht te staan. Nee, ik moest het even zelf met de “nieuwe” eigenaar afhandelen. Nee, ze deden niets in mijn richting zolang de “nieuwe” eigenaar geen aangifte deed.
'Wat is uw naam ?', vroeg hij.
'Jansen', zei ik snel en smeet de hoorn erop. Ik telde in totaal vijf keer “njet” en dat stond voor mij gelijk aan een “ja”.

Ik ben vervolgens snel naar huis gefietst om daar de auto op te halen. Toen ik echter een half uurtje later bezig was met het inladen kwam er een politieauto de hoek om. Hij stopte en draaide het raampje open.

‘Wat gaan we doen ?’, vroeg hij.
Ik wees op mijn vrouw. ‘Ze had een domme actie, sleuteltje verloren’. Hij knikte en dacht na .

'Oké. We houden de boel een beetje in de gaten, er worden momenteel veel fietsen gestolen, vandaar. Wat is uw naam ?’. 'Jansen', zei ik. Hij trok een glimlach, sloot het raam en reed verder.

Twee weken later werd mijn eigen fiets gestolen en heb hem nooit meer teruggevonden.

Binnenkort gaat de psycholoog plassen. Gaat vast helpen.


Bart


copyright Brompot december 2016

dinsdag 13 december 2016

Over kerstballen en een heilsoldaat

Gewapend met een plastic tas met daarin vier dozen kerstballen rende ik een aantal jaren geleden het toenmalige Doetinchemse warenhuis "Huls" uit. Vier dozen met bruine ballen overeenkomstig de kerstboom-jaarmodekleur zoals die door het RTL4 klusprogramma "eigen huis en tuin" beter bekend als "eigen huis in puin" was gedicteerd.

Dat was nog in de tijd dat Myrna Goossens het programma presenteerde en tijdens elke kerstuitzending een dermate uitbundig orgasme kreeg dat ze daarmee de trent zette voor dat jaar. En die was dus bruin. De trent van het jaar daarvóór werd nog gedomineerd door het de boom injagen van bruine beren en het jaar dáárvoor moesten we iets met gerecycelde melkpakken. Boompje kliko zeg maar.

Ik kwam dus in het bruine jubeljaar uit de Huls rennen toen ik mijn nek brak over een opgestelde driepoot met een daaronder bengelende kookpot. Ernaast stond een man in een donker uniform-met-pet ietwat wijdbeens op wacht. Met zijn handen op zijn rug leek het op een "wassen beeld" maar niets bleek minder waar want nadat ik bezig was mijn evenwicht te herstellen kwam hij in beweging en raapte mijn tas op met daarin vermoedelijk een aantal gekneusde ballen. Ondertussen had ik een pijnlijke knie en een kort maar vooral luid gesprek met onze Schepper.

'Dat ging bijna fout', zei hij vriendelijk. 'Heeft u zich bezeerd ?'.
'Ja, beetje wel', zei ik terwijl ik mijn broek ter hoogte van mijn knie afpoetste.
'Waarom ga je hier dan ook staan met die kookpot van je'.
Hij begon te lachen. 'Dit is geen kookpot meneer, maar een collectepot. Ik ben van het leger des Heils'. Ik keek even vluchtig naar het tafereeltje en voelde meteen spijt van mijn onderhoud met zijn baas. 'Sorry voor mijn vloek', zei ik.

Hij glimlachte. 'Dat is altijd een eerste reflex, een puur menselijke reactie, en daar houden wij van'.
Ik keek even in de tas maar kon geen zichtbare schade ontdekken.
'Heeft u schade ?', informeerde hij nu.
'Er zitten twintig bruine kerstballen in de tas, maar ik denk dat het meevalt'.
'O, gelukkig maar', zei hij.

'Willen ze nog een beetje bijten vandaag ?', informeerde ik vanuit een opborrelend gevoel van respect en wijzend op de driepoot. 'Ze bijten geweldig vandaag', lachte hij.
'O', zei ik. 'Dat is mooi'.

'Kijk, de financiele bijdrage is natuurlijk noodzakelijk om ons werk te kunnen doen. Maar het menselijk contact is gezien onze missie eigenlijk nog veel belangrijker. Ik heb met u gesproken en u realiseerde zich meteen dat u met uw vloek verkeerd bezig was. En dat is voor mij dagwinst oftewel een prima vangst'.

Hij knikte vriendelijk en keerde terug in de standaard houding achter zijn driepoot met pot.

Ik keek nog een keer in de tas, trok toen mijn portemonnee, pakte een briefje van vijf en stopte dat in de gleuf. Hij knikte dankbaar.

'Zalige kerst', hoorde ik hem wensen.
'Fijne dagen', antwoordde ik onchristelijk.

Toen richtte ik me weer op mijn eigen missie: het veilig thuisbrengen van de inmiddels gezegende bruine ballen. Moest nu wel lukken.

Bart


copyright Brompot december 2016 

vrijdag 9 december 2016

Joly

Toen ik haar in mijn blikveld ving, leek het nét alsof ze strak naast het getegelde voet -en fietspad aan de Kennedylaan in de berm hing. Met haar hoofd tussen haar knieën. Het betrof hier een deel van mijn dagelijkse hond-uitlaat-route die globaal rond het speeltuinterrein en de voormalige kwekerij Hartemink liep in het altijd weer mooie Doetinchemse Schoneveld.

Eigenlijk hoefde ik niet eens meer mee want onze hond, een Golden Retriever, liep al een jaartje of tien, drie keer daags hetzelfde rondje en had elke stoeptegel inmiddels wel voorzien van een reukspoor.

Ze hing dus half tussen het gras toen ik de geluidszone binnenstapte en behalve beelden ook bijpassende geluiden ontving. Ik hoorde haar met een vreselijke piepstem de geluidsbarrière bekrassen.

'Ooo wat is die goeeeed, braaf Joly, braaf meisje, lief hoor'.

"Doe eens effe normaal", hoorde ik een stem in mijn hersens roepen, maar bleef daar hangen. 

'Wat ben je toch een lief en braaf meisje hè, vrouwtje jou nu weer meenemen ? Kom maar schatje, kom, kom, kom dan... toe maar, lief, lief, lief, jaaaahhhhhhh'.

Ik kreeg even de indruk dat ik in een slechte pornofilm was beland maar het begon er toch al snel op te lijken dat het hier een gesprekje betrof tussen een hond en zijn baasje. En inderdaad, toen ik tot op een stoeptegel of tien was genaderd, zag ik een riempje met aan het eind een klein wollig stukje vlees op pootjes. Het stond tussen het gras en liep zich ongetwijfeld, net als mijn hond en ik, te ergeren aan het overdreven gegil van de dame.

'Oooo kijk daar eens Joly, daar komt nog een hondje, kijk eens wat lief  ?'.

Mijn hond keek mij met zijn lodderige ogen kort aan.
'Wat is dat voor een stom mens. Pffft Hondje, hoe denigrerend'.
Tja, mijn hond en ik gebruiken geen woorden, wij communiceren vanuit gedachtes en gevoel.

'Ik denk dat ze op puppy-cursus zitten'.
'Wij zijn toch ook op cursus geweest, baas. En jij doet toch ook normaal ?'.
'Klopt, daarom zijn we ook gezakt'.

Ik keek mijn trouwe Golden aan en gaf hem een aai.

'Wat een mooie hond heeft u', zei ze. 'Een Golden Retriever ?'.
'Ja, een echte Golden. En een gentleman'.
'Hoe heet hij ?'.
'Cooper. Sir Cooper of Bindween. Hij is van adel'.

'Hoor je dat Joly, dat hondje is van adel'. De lucht scheurde opnieuw.
'Dit is Joly en Joly is een "van alles wat" hondje', lachte ze.

De interne communicatie brak weer los..

'Ik dacht al, dat moet een bastaard zijn'.
'Cooper, snuit dicht, Gedraag je als een hond van stand'.

'Lief hondje hoor', hoorde ik mezelf zeggen.
'Ja hè, ze komt uit het asiel. Ze was zó zielig.... '.
Terwijl ik het propje bekeek, zakte ze door haar achterstel en plaste op de tegels. Mijn Golden stak zijn neus in de windrichting, snoof een keer en tilde toen zijn poot op om vervolgens een litertje te lozen.

'Oei oei oei, zie je dat Joly-tje, hondje moet een plasje'.

'Als ze niet heel snel haar kop houdt met haar "hondje", pis ik hem helemaal onder'.
'Rustig Cooper, we gaan weer verder'.

'Nou, veel plezier nog met uw hondje', zei ik en trok Cooper mee. In het voorbij gaan gromde het scharminkel.
Cooper gromde terug.

'Akelige kuttelikker'.
'Foei Cooper, foei'.

'Doei doei mooi hondje', piepte ze. 'Kom maar Jolytje, laat hondje maar langs. Braaf zo, jaaaaahhhhh braaaaaf '.

Ik voelde een opkomende rilling...

Bart


Copyright Brompot december 2016

woensdag 7 december 2016

De busjesmaffia

Ik rijd elke dag vanuit de rand van de achterhoek richting het altijd weer mooie Heerenveen. En ergens in de middag maak ik deze vervoersbeweging dan weer in omgekeerde richting. Tweehonderdvierenzestig lange kilometers van A naar B en van B naar A.

Behalve naar het luisteren naar de radio, het bijhouden van de inhoud van mijn neus en het letten op de snelheid, gebruik ik de tijd om na te denken over de belangrijke zaken in het leven. Zoals het schrijven van columns, de zorgen die ik heb rond de aanstaande verkiezing van Wilders tot de nieuwe "Messias der Lage Landen" en zeker niet in de laatste plaats hoe mijn kinds kinderen onder dit aanstaande regime straks nog fatsoenlijk aan de kost moeten komen. Ik vul mijn tijd dus best zinvol en zweef zoals dat heet, daags richting Friesland.

Toch ontdek ik op mijn pad een dingetje waar ik in toenemende mate last van begin te krijgen: het fenomeen "busjes". De busjes die vanwege de toenemende economische bedrijvigheid als raketten uit de busjesfabrieken schieten en hun weg naar de economische groei zoeken. En dan bij voorkeur naar de firma Plankgas die inmiddels talloze van deze projectielen op de Nederlandse wegen heeft rondvliegen.

Busjes worden veelal bestuurd door busjesmaniakken die het tot een sport hebben verheven de combinatie te leggen tussen enerzijds te laat opstaan en anderzijds te vroeg aan het werk te willen. Deze twee uitersten leiden daags tot een kamikazestrijd op de A50, de daaropvolgende A28 en tot slot de A32. En tussen al dat geweld moet ik me maar zien te handhaven.

Onlangs reed er zo'n piloot met op het dak van zijn witte Opel Vivaro een bosje electriciteitsbuis van een meter of vier wat in het midden met een schoenveter op de imperiaal was vastgestrikt. Vervolgens was hij achter het stuur gekropen, had de aan en uit-knop op "aan" gezet en kwam bij Zwolle de A28 opgeschoten. Precies voor mijn auto waar ik net bezig was een column te verzinnen rond mijn tante Agnes die binnenkort een kerstkaart zou komen brengen.

Met een gang van dik honderd-dertig aan het uur stoof hij voorbij. De buisjes op het dak hadden duidelijk last van de wind en kwamen al protesterend omhoog. Zo hoog zelfs dat er een complete waaier ontstond met het effect van het spelletje mikado. De buizen schoten al knakkend alle kanten op en staken zowel aan de linker als aan de rechterzijde een metertje of twee uit. En dan zie je het ook gebeuren.

De Vivaro scheurde tussen twee vrachtwagens door en de buizen krasten er lustig op los langs de dekzeilen en cabines van beide vrachtwagens. Vervolgens moest hij wat gas terugnemen en schoven de vrachtwagens hem weer voorbij. Ondertussen weerklonk er een kakafonie aan scheepstoeters die de bestuurder probeerden wakker te maken. Direct gevolg: de chauffeur opende het raam en stak er voor de gezelligheid nog een "buisje" bij.

De getoonde middelvinger werd meteen afgestraft door een elektriciteitsbuis die het welletjes vond, afknapte en met razende vaart als een zweepslag op zijn hand terecht kwam. Vervolgens schoot hij zijn remparachute uit, verminderde vaart en schoof toen de vluchtstrook op. Geschrokken zag ik hem in mijn binnenspiegel krimpen tot niets.

Nadat ik op adem was gekomen ben ik verder gegaan met die dingen die ik deed. Het in gedachten schrijven van een nieuwe column genaamd: "De busjesmafia".

Ik denk dat hij wordt gelezen. Zeker door de bestuurders die zich wel aan de regels houden.

Bart

Copyright Brompot december 2016

maandag 5 december 2016

De kou...

Voor het eerst sinds lange tijd is het koud. Op dit moment zelfs een graadje of acht onder nul en dat is ongekend. Ik moest mijn kleinzoon van vier zelfs uitleggen wat het "uitspitten" van de auto betekende. En wat Opa precies bedoelde toen hij iets over God riep. En wie dat dan was en of hij ook de autoraam moest "pitten". Tja, je moet tegenwoordig goed oppassen wat je allemaal zegt en dat is best lastig.

Koud dus, en als het koud is dan wil je jezelf graag warm aankleden. Een dikke trui, warme jas, muts, handschoenen en natuurlijk een paar wollige laarzen. Maar dan blijkt al snel dat je de afgelopen jaren vanwege de verdwenen winters wat al te nonchalant bent geweest in de aanschaf van winterspul. Dus dan wordt het echt tijd om even naar de stad te knorren om wat warms aan te schaffen. Begin december dus... Tja...

'Nee meneer, onze wintercollectie is alweer uitverkocht. Ik heb natuurlijk nog wel iets, maar de leuke dingen in de gangbare maten zijn wel weg en we kunnen niks meer bijbestellen'. Ze zei het met een lach.

Ik keek het wicht aan en vroeg mij af van welke planeet zij was komen aanfladderen.

'Wacht even juffrouw, de winter is net begonnen en u gaat mij uitleggen dat ik géén winterlaarzen meer kan krijgen?'.
'Dat klopt', lachte ze. 'Ze zijn op'.
'Aan wie heeft u die dan verkocht ?', informeerde ik vol ongeloof. Ik kon me niet voorstellen dat er ook Siberische vluchtelingen op de Kruisberg hadden vertoeft.
'Gewoon, aan klanten'.
'En wanneer dan ?'. Ik voelde onmacht en boosheid opkomen.

'Meneer, bij ons beginnen we zo rond half september met de wintercollectie. U bent aan de late kant'.
Ik slaakte een wanhopige zucht. 'Dus u gaat me nu uitleggen dat ik half september, toen de mussen nog enthousiast van het dak pleurden, langs had moeten komen voor een paar laarzen die ik in december zou gaan gebruiken ?'. Ze lachte en knikte. 'Inderdaad, zo gaat dat. De chocoladeletters liggen toch ook al eind augustus in de winkels ?'. Ze moest van Mars komen, stelde ik vast.

'En wat gaat ú nu doen ?', vroeg ik wat cynisch.
'Hoe bedoelt u ?'.
'U heeft blijkbaar niets meer te doen. De wintercollectie is uitverkocht en de voorjaarscollectie moet nog komen, toch ?', stelde ik vast.
'We hebben eerst nog de uitverkoop. Dan gaan alle niet verkochte spullen tegen korting de deur uit'.
'Maar dat is toch hartstikke raar, de omgekeerde wereld ?'
Ze haalde lachend haar schouders op en stak haar armen hoog om ze vervolgens met een plof weer te laten zakken. 'Ik kan er niks aan doen', zei ze. Het wicht.

'Juffrouw, ik begrijp dat u er niets aan kunt doen maar u zult het toch met me eens moeten zijn dat een ijsboer zijn ijs in de zomer moet verkopen. Op het moment dat er vraag naar is ? De vraag naar winterkleding is in de winter, de vraag naar zomerkleding in de zomer. Dit is toch echt flauwekul'.
Opnieuw de schoudertjes.

'Hoe kom ik nu aan een paar fatsoenlijke laarzen ?', vroeg ik de wanhoop nabij.
'Hm, op internet zijn er nog meer dan genoeg te koop', adviseerde ze.
'Op internet ?', opnieuw verbazing.
'Dat gaat vast lukken', lachte ze.

Toen ik wat later langs een paar lege etalages van failliete en opgeheven kledingzaken liep, spookte er een oud gezegde door mijn hoofd: eigen schuld, dikke bult.

Ik voelde iets van een waarheid.


Bart


Copyright Brompot december 2016




zaterdag 3 december 2016

De eerste kerstkaart

De eerste kerstkaart is binnen. Van tante Agnes. Ze was een dag vroeger dan vorig jaar en heeft daarmee het record van mijn schoonmoeder gebroken. Die was de afgelopen vijfentwintig jaar steeds de eerste maar moest het nu afleggen.

En dat kwam niet omdat de post was vertraagd maar meer omdat Agnes besloten had eind november zelf de kaartjes rond te fietsen. Volgens haar zeggen moest ze van de dokter meer in beweging komen. Ik denk dat het alles met haar zuinigheid te maken had want de kerstzegel wordt duurder..


Hoe dan ook: ze stond dus voor de deur en overhandigde het kaartje persoonlijk. Nu is daar natuurlijk niks mis mee want je pakt het aan, propt er een kopje thee met een overjarig biscuitje in, jaagt een paar koetjes en kalfjes door het hok en vervolgens stapt ze weer op de fiets en verdwijnt voor een paar weken uit zicht.

Blijven er nog twee zaken op de "te doen lijst" staan: een kerstwens terugsturen en het ontvangen kaartje op een lintje prikken wat begin december aan de muur wordt genageld. En dan het liefst op een plek dat iedereen kan zien hoeveel je er hebt gescoord of te wel hoe belangrijk je bent.

En zo bestoken we elkaar "traditioneel" met stapels kaarten die begin januari allemaal de kachel in verdwijnen. En toch heeft het fysieke kaartje wel wat. Ik kan me nog de eerste digitale kerstkaart herinneren. Het was de voorbode voor een tsunami aan meldingen die je via de computer binnenkreeg.

Allemaal leuk, maar je had er niks aan want je kon ze niet ophangen. Ja, een printje van maken dat zou dan kunnen. Maar als je alles uitprint heb je een kamerbreed kerstbehang aan de muur. En ook daar zit je niet op te wachten
.

Kaartjes zijn dus best leuk, en vooral als ze met enige oprechtheid worden geschreven en verstuurd. Zoals die van mijn schoonmoeder. Ze begint al ergens in het voorjaar met het eerste kaartje. Het wordt uiteindelijk een waar feest voor de origami-liefhebbers want ze maakt er complete schilderijtjes van. Met liefde gemaakt en ook zo bedoeld.

Natuurlijk zijn we niet allemaal zo handig en hebben we niet allemaal zoveel tijd dat we er uren mee aan de slag kunnen. Maar een kaartje voorzien van een adressticker en een gestempelde tekst "Ome Wim en Tante Truus wensen jullie u een prettige kerst" mag wat mij betreft achterwege blijven en die krijgt ook niks terug.

Toch gaat het ook bij mijn schoonmoeder wel eens fout. Ooit borduurde ze enthousiast de adressen op de kaart. Helaas zijn ze nooit aangekomen. Vermoedelijk is onderweg ergens het borduurgaren geknapt.

Bart

Copyright Brompot december 2016

donderdag 1 december 2016

Brillenoorlog

Als je naar de definitie van een bril zoekt, dan kom je al snel terecht bij de categorie hulpmiddelen. Volgens een aloude beschrijving gaat het om een “Werktuig tot hulp van het gezigt”. Met andere woorden: een hulpmiddel om je gezichtsvermogen te verbeteren. Vroeger kreeg je die van het ziekenfonds maar tegenwoordig kopen we hem zelf bij één van de vele opticiens die onze stad telt. Opticiens zoals bijvoorbeeld prijsvechter Specsavers die de laatste jaren behoorlijk aan de weg timmert door voor een appel en een ei zijn brillen aan de man te brengen.

Zo heb ik mij zelf ook ooit laten verleiden tot de aanschaf van een Spec-bril. Buiten de schuld van het overigens zeer vriendelijke personeel, kwam ik er echter al snel achter dat ik in mijn geval inderdaad een appel en een ei had gekocht en dat de bril ook van die twee ingrediënten was gemaakt. Wat een drama. Ik zal de details verder achterwege laten, maar laat ik het zo zeggen dat ik een bril van concurrent Pearl nodig had om überhaupt door het glas te kunnen kijken. Ik vond het dus drie keer niks.

Waar ik me dan ook verschrikkelijk aan erger is de uiterst irritante en bijna agressieve wijze waarop de firma Specsavers meent zijn brillen te moeten slijten. Vooral dat walgelijke reclamestemmetje op TV waarbij we bij elk in scene gezet voorvalletje moeten horen dat het beter was geweest om naar specsavers te gaan. Dat manneke ook wat ons steeds probeert uit te leggen dat alle medewerkers zijn gediplomeerd. Waarin precies wordt niet vermeld maar de indruk wordt gewekt dat ze allemaal zwaar aan de studie zijn geweest en minimaal een graad in de brillenkunde hebben gescoord.   

Onlangs hebben “wij van Specsavers”, vermoedelijk vanwege teruglopende omzetcijfers, de strategie maar weer eens aangepast. Men gaat tegenwoordig de rechtstreekse confrontatie aan met de concurrent. De strategie daarbij is simpel: concurrent afzeiken en tegelijkertijd je eigen product promoten. 

Er hangt echter aan dit soort handel en wandel altijd een vreemd luchtje. Het zou mij dan ook niet verbazen als de heren Specsavers, Pearl en Eyewish zich tijdens het dagelijks borrel-uurtje in de gemeenschappelijke kantine met een glaasje in de hand en een sigaar op de lip verkneukelen omdat ze het volk “weer zo geweldig te grazen hebben genomen”.

Hoe dan ook: als dit voor de komende jaren de nieuwe trend wordt dan kunnen we deze walgelijke methode behalve bij de brillenmaffia waarschijnlijk bij nog meer bedrijven verwachten. Zo zou de Dela de Monuta kunnen afzeiken over de levensduur van de lijkkisten en de firma Grolsch iets kunnen roepen over het afwaswater wat de firma Bavaria in zijn flesjes stopt. 

Er geldt echter een ongeschreven maar vooral gouden wet: het afzeiken van een concurrent zegt meer over je eigen kwaliteit dan over de kwaliteit van degene die je afzeikt.

Daar zouden “wij van Specsavers” tijdens het borreluurtje misschien eens wat dieper over moeten nadenken.

Bart


Copyright Brompot december 2016