Totaal aantal pageviews

vrijdag 29 december 2017

Van het oortje en de muis

Als ik tegenwoordig een winkel binnenloop om iets aan te schaffen wat ik normaal gesproken niet aanschaf, dan loop ik meteen naar een herkenbare medewerker. Zo voorkom ik een lange zoektocht waarbij ik uiteindelijk toch nog moet vragen waar ze de spullen hebben verstopt. In dit geval zocht ik een muis waarmee ik mijn laptop opdrachten kon geven. Normaal gesproken doe ik dat door met mijn vinger over zo'n schaatsbaantje te wrijven en te drukken. Maar aangezien mijn vinger de laatste jaren wat stijver en minder gevoelig is geworden, leek het mij zo dat het met een muis een stuk gemakkelijker zou gaan. Vandaar.

Ik huppelde dus de winkel-van-sinkel binnen en trof meteen al een multifunctionele medewerkster die op een plastic verhoging bezig was het bovenste schap te ordenen. Ik ging bij haar staan en keek wat hongerig omhoog maar dat had geen direct effect. Aan haar oor ontdekte ik zo'n telefoonding, zo'n oortje, waarmee je draadloos met de wereld kan communiceren. Ik kuchte een keer. Geen reactie in mijn richting maar ze begon nu wel te praten.

'Mam, als hij huilt dan moet je hem gewoon laten huilen. Niet oppakken, dan verwen je hem'. Ze bleef bewegingsloos naar het schap staren. 'Nee, niet oppakken zeg ik. Leg hem nu maar meteen terug en duw er een speentje in. Een speentje. Nee, een SPEENTJE. Juist, die ligt op de commode. Ja, ik wacht wel even. Wat zeg je? Ja, beetje doorduwen. Heb je hem wel eerst nat gemaakt? Mam, als hij te droog is krijg je hem er niet in. Even zelf in je... juist. En nu erin.' Ze slaakte een zucht. 'Stil? Mooi. Dan nu zijn kamertje uit en laten liggen. Gaat ie vanzelf slapen. Oké, tot straks.'

Ik vermoedde dat het gesprek nu klaar was, schraapte mijn keel en wilde nét over mijn muis beginnen toen ze wederom contact had. 'Met Janny. Ja, ik sta hier in de servetten. Kun je Joost niet vragen?' Ik begreep dat er ook ergens een Joost moest rondlopen. 'Els, wacht even, ik heb telefoon.' Ze drukte op haar oor. 'Ja mam, wat is er? Die liggen in het kastje op zijn kamertje. Onderin. Slaapt hij nou of niet? Oké, mooi, ik ga weer gauw aan het werk. Ben hardstikke druk. Doei' ze schakelde met haar vinger. 'Ja, Els, ben je er nog? Joost heeft geen tijd? Oké dan kom ik er wel weer aan.'

Ze sprong van de aardappelbak en wilde ontsnappen. Maar dat liet ik niet gebeuren.
'Mag ik u iets vragen, juffrouw?', vroeg ik terwijl ik breeduit de doorgang versperde. Ze aarzelde maar bleef toen toch even staan.
'Ik zoek een muis voor op de computer.' Ze haalde na één seconde haar schouders op. 'Ik heb geen idee, maar een gang verder staat mijn collega. Die weet het precies.' Ze wees naar het paralelle gangpad. Terwijl ze wegliep begon ze opnieuw te praten. 'Ja, met Janny, wat is er nou weer? Ik heb toch gezegd dat ik eraan kom.' Hoofschuddend liep ze weg.

In de gang ernaast ontdekte ik tussen het publiek een medewerker. Dat moest de Joost zijn. Ik liep naar hem toe en knikte een keer. Hij knikte terug. 'Ik zoek een muis voor op de computer.' Ik trok er een vriendelijke glimlach bij. 'Ik heb geen idee meneer, maar ik vraag even.' Hij drukte op zijn oor.

'Hallo, Janny, weet jij waar de... Ja, oké, ik wacht even.' Hij richtte zich nu tot mij. 'Mijn collega heeft even een spoedje tussendoor, momentje nog.' Ik voelde een kriebel. 'Ehhh, laat die muis maar in zijn hol zitten en zeg tegen die Janny van u dat ze het beste een andere oppas kan zoeken. Of misschien een andere baan. De klanten worden er namelijk stapelgek van.'

Terwijl ik de winkel verliet besloot ik geen muis meer te kopen maar thuis nog wat met mijn vinger te oefenen.

Bart

donderdag 28 december 2017

Triest

'We gaan weer helemaal de verkeerde kant op met het weer, meneer', zei ze. We stonden onder een luifel in de Hamburgerstraat en zij was ingewikkeld bezig haar paraplu open te klappen. Het was echt zo'n trieste Oudhollandse huildag. Het miezerde aan één stuk.
'De verkeerde kant?', vroeg ik.
'Ja, de herfst, de winter. Bah. Ik word daar zo triest van.'
Ik keek haar aan. Ze keek ook enorm treurig.
'Weet u mevrouw, u kunt het niet beïnvloeden en ik heb altijd geleerd dat als je iets niet kunt beïnvloeden, je er geen aandacht aan moet besteden.' Ik haalde een glimlach tevoorschijn.
'Dat is gemakkelijk gezegd, meneer, maar ik weet niet hoe ik mijn gevoel moet uitschakelen. Volgens mij kan dat niet.'
Ik wilde nog iets over een psychiater roepen, maar hield me in.

'De herfst heeft toch ook iets moois', hoorde ik mezelf zeggen. 'De bomen in herfstkleuren, prachtig toch.'
'Daar moet je dan wel van houden en daarnaast: ik kom nooit in het bos. Vooral niet in de herfst met die natte zooi.' Ze trok een vies gezicht.
'Tja, dan blijft er weinig anders over dan stil in een hoekje te gaan zitten en wachten tot het voorbij is.'
'Nou, dat ga ik zeker niet doen. Ik ga volgende week naar mijn nicht in Zuid Afrika', zei ze.
'Zo, toe maar. Dan is het leven toch minder triest als u net nog dacht.' Ik zag een lichtpuntje.
'Nou ja, wat u minder triest noemt. Haar man is vorige maand overleden, dus zo'n leuk tripje wordt het ook weer niet.'
'Lukt dat wel met die plu?', vroeg ik. Ze liep aan het ding te rukken maar hij wilde niet open. 'Moet ik even helpen?' Ze schudde haar hoofd. 'Lukt wel, ik ken hem, hij zit altijd een beetje vast.'
'Die plu heeft u in ieder geval in Afrika niet nodig', lachte ik.
'Nee, het is daar nu voorjaar en de zomer komt eraan.'
'En hoe lang blijft u daar?', vroeg ik.
'Ik denk een maand. Ligt aan haar toestand. Ze zit in een dip en ik ga proberen haar een beetje op te vrolijken.'
'Woont ze daar alleen? Geen kinderen?'
'Nee, ze hebben geen kinderen. Dat lag aan hem. Hij kon ze niet verwekken.' Ze boog zich iets in mijn richting. 'Slome zak. Niet vooruit te branden die vent', zei ze zachtjes. Ze gniffelde een beetje.
'Tja, dat kan natuurlijk. Maar ik meen iets van cynisme te horen?'
'Nou ja... eh... laat ik het zo zeggen: het is mijn ex die ik vijfentwintig jaar geleden niet voor niks de keet uit heb getrapt.'

Ze gaf nog een laatste ruk aan de plu die nu losschoot. Ze knikte een keer en liep toen de miezer in.

Ik denk dat het een enorme vrolijke boel gaat worden daar in Afrika.

Bart

 

dinsdag 26 december 2017

Het is weer voorbij

Het is alweer voorbij: kerst 2017. Ik heb dan meestal de neiging om met de bordjes op de knietjes terug te kijken en vervolgens over te gaan tot de jury-beoordeling. Wat vonden we van deze kerst. Voor de interne familieorganisatie van het ontbijt, de lunch, het diner en de afterparty scoren we meestal dik in de voldoendes. Voor het weer komt de jury zoals gebruikelijk niet verder dan een matig vijfje, maar voor de rest gaat het toch al snel richting onvoldoende. Niet dat ik nu zo negatief ben, maar het gaat meer om de beleving die ik bij de tegenwoordige kerstviering heb.

Zo werd er eerste kerstdag 's morgens een flinke stapel reclamefolders gegleufd om ons eraan te helpen herinneren dat de 24-uurs economie ook met kerst op volle toeren draait. Onze super was gewoon van tien uur tot acht uur open evenals de talloze meubelzaken, autoverkopers en overige bedrijven die zich als een stelletje hongerige wolven op de recent overgemaakte kerstgratificatie storten in de hoop een graantje mee te kunnen pikken.

En dan natuurlijk de wereldse zaken die zich niks van de kerst aantrekken. Zo kreeg de Paus onder een naaldloze kerstboom een bezoekje van een topless feministe, moest Henk Krol van "vijftig tinten plus" opnieuw bekennen dat hij de kluit belazerd had en kwam Erdogan met het nieuws dat hij 150.000 vacatures heeft. Alsof er hier 150.000 Turken staan te trappelen om de openstaande vacatures in te vullen. We zouden het overigens wel kunnen voorleggen aan de politieke club Denk. Die zitten met drie man in de Tweede kamer.  Een weliswaar bescheiden maar mooie positieve bijdrage als begin van het herstellen van onze slechte relatie met Erdogan.

De negatieve teneur is ook onze Koninklijke puntmuts opgevallen. Hij vindt dat we minder achter de computer moeten hangen en wat meer om ons heen moeten kijken. Minder "ik" en meer "wij". En daar krijg ik wel een warm gevoel bij. Zeker als ik hem op het journaal weer ergens in een zonnig exotisch oord op slippertjes uit het vliegtuig zie struikelen. Dat lijkt "wij" ook wel leuk met kerst.

Maar gelukkig is er voor wat betreft de kerst ook gewoon positief nieuws te melden. SBS6 heeft Maurice de Hond gevraagd om een enquête te houden onder de Nederlandse bevolking. Vraagstelling: "wilt u de tweede kerstdag behouden" de uitslag was zeer verrassend: 85% is voor behoud. De overige 15% snapte het niet.

En tot slot borrelde er vanuit de categorie kerstshownieuws nog de heuglijke melding op dat André Hazes junior vrede heeft gesloten met zijn mama Rochel, Richel of weet ik veel hoe dat mens heet. Vrede met zijn zuster is voorlopig nog niet aan de orde. Dat is commercieel nog onvoldoende interessant. 

Onze Koning had het in zijn toespraak over "nepnieuws". Ik heb het nog even voorgelegd aan de jury. De bordjes gingen omhoog. Een dikke negen voor die man.

Brompot.

zondag 24 december 2017

Afwasborsteltje

'Ik krijg echt het heen en weer van dat afwasborsteltje', riep ik vanuit de keuken in de hoop dat iemand ergens de boodschap op zou pikken en mij zou vragen waarom ik dan het "heen en weer" zou krijgen. En ja, mijn actie had direct effect want ik hoorde wat geluiden vanuit de kamer. Hij landde ongeveer bij de eetkamertafel waar mijn echtgenote zat te genieten van een kopje koffie.

'Wat is er?', hoorde ik haar ietwat geïrriteerd reageren. Blijkbaar had ze mijn wanhoopskreet ontvangen en geconcludeerd dat haar genietmomentje nu voorbij was. 'Dat kloteding kan ik niet rechtop parkeren. Steeds als ik hem in de hoek wil neerzetten, gijdt ie weg en moet ik hem weer uit het sop trekken. En dat is gloeiend heet.'

'Waarom laat je hem dan los?', vroeg ze. Tja, typisch zo'n vrouwenantwoord.
'Omdat ik daar zin in heb.' Ik gaf maar meteen een mannenantwoord terug.

'Weet je schat', ging ik verder, 'vroeger, toen jij nog met je pop speelde, waren er hele handige borsteltjes in de handel. Mijn moeder had er zo één.'
'En die waste vanzelf af of zo?'
'Nee, dat borsteltje stond onder een hoek aan het steeltje en die bleef gewoon staan.'
'Ja, vroeger was alles beter', sneerde ze.
'Nou, dat geldt zeker voor de afwasborsteltjes. Dat was echt kwaliteit. Een houten steel, een haakje, een ijzeren beugel en een stevige borstel van echt borstelhaar. Een borstel van LOLA. Kostte 45 cent. Dat stond in rode verf op de borstel gedrukt. En dan ook echt gedrukt. Niet een plakplaatje maar een echte stempel.'
'En waarom verkopen ze die tegenwoordig niet meer dan?', vroeg ze.
'Omdat tegenwoordig iedereen een afwasmachine heeft en niemand meer met een borstel afwast. Fabriek is failliet.'

'Je begint oud te worden, Bart. Je bent teveel met vroeger bezig.'

Ik moest hier even over nadenken. Wat was er mis met vroeger? Toen had je tenminste echte borsteltjes en gootstenen. Die van ons was van graniet en er zat nog een echte koperen afvoer in. Inclusief een schoonmaakadvies.
'Onzin, er waren best goede dingen vroeger. We hadden een granieten gootsteen met een koperen afvoer. "Schuren met vim" stond er op. Dat was om de bacteriën weg te schrobben.'

Ze kwam nu de keuken ingelopen. 'Mijn moeder gebruikte Jif. Geen Vim. Jif was beter.' Ze zei het met een enorme stelligheid.

'Hoezo was Jif beter? Omdat je moeder het gebuikte?' Ik vond het een rare redenering.
'Jif was vloeibaar en Vim kwam uit zo'n bus met gaatjes. Moest je strooien. Heel onvoordelig, stoffig en bovendien heel onpraktisch allemaal.'

Ik had hier helemaal geen zin in. Een discussie over Vim of Jif. Ik liep me te ergeren aan de afwasborstel. Daar ging het om. En hij lag nu weer onder water te spartelen.
'Hier, daar ligt ie weer. Kan ik weer mijn vingers branden.'

'Schuif eens op', zei ze. Ik schoof. 'Let op. Een oudhollands tructje, geleerd van mijn oma.'

Ze draaide de koude kraan openen triomfantelijk haalde ze de borstel uit het sop.
Ik meende iets van een cynisch lachje te horen.

Bart

zaterdag 23 december 2017

Kerstpuzzel


Ik zat aan de grote tafel en was geconcentreerd en geheel volgens traditie bezig aan mijn jaarlijkse klus: Het oplossen van de donderdag-voor-kerst-puzzel. Zo'n "zoek de verschillen" ding uit een plaatselijk suffertje.

'Nog koffie?', vroeg mijn echtgenote. Ik zei dat ik dat wel een goed idee vond. 'Heb je ze al?' informeerde ze terwijl ze de kopjes van tafel pakte. Nee, ik had ze nog niet. En dat kon natuurlijk ook niet want ik was nog maar net begonnen.  'Nee, dat duurt nog wel even, ik ben net bezig', zei ik terwijl ik me weer concentreerde op de twee bijna identieke plaatjes waar ik tweeënveertig verschillen uit moest zien te peuteren. Ze bleef even staan en keek. 'De ster', zei ze. 'De ster van Bethlehem ontbreekt op het linker laatje. Kijk maar.'

Ik vind dat altijd zo irritant. Dat je met een puzzel bezig bent en dat een ander er zich dan mee gaat bemoeien en ook nog aanwijzingen geeft. Het tast mijn eergevoel aan. Maar ja, probeer dat maar eens uit te leggen. En dan ook nog op zo'n manier dat er geen oorlog van komt. En zeker niet met een naderende kerst.

'Ja, graag, een lekker bakje koffie', zei ik terwijl ik me oprichtte en de directe ruimte om mij heen vulde met het uitrekken van mijn armen. Het zicht van de publieke tribune werd nu ontnomen. Meestal werkt dat wel en zo ook nu, want ze liep richting keuken. Snel richtte ik mij weer op de krant. En ja, ik had er weer één gevonden: de ezel bij de stal. Die bleek op het linkerplaatje op drie poten te kunnen blijven staan terwijl hij er rechts nog vier voor nodig had.

Ze kwam weer teruggelopen en zette de koffie op tafel. 'Schuif eens een eindje op', zei ze terwijl ze een stoel naast mij schoof. 'Ik wil ook meedoen.'  Ik slaakte een diepe zucht. Daar ging mijn puzzeluitdaging. Ik schoof een stukje op en even later waren we samen bezig. De complete kerststal werd uitgekamt op zoek naar verschillen. Op zich was het wel een mooie puzzel. Zo snapte ik opeens weer dat Jozef een timmerman was. Hij was bezig met een schilderijtje op te hangen. De hamer ontbrak en mijn echtgenote zag dat de neus van Maria was afgebroken. Ook ontbrak er een lam, tenminste, daar leek het op. Ik had het liever een big genoemd maar volgens mijn zoekcollega horen er geen varkens in de kribbe. Tja, je moet het ook allemaal maar weten.

Na een half uurtje waren we een aardig eind gevorderd. Nog twee verschillen en dan was het klusje voor 2017 weer geklaard.
'Nou, dat wordt nog even flink zoeken schat', zei ik. Met mijn vinger schoof ik de kerststal nog een keertje door. Jozef, Maria, het Kindeke, lam, ezel, koning, zingende engeltjes, ster...

'Zie je het niet?', vroeg ze met een veelbetekenend lachje.
'Nee, o wacht even, het woord "vrede" mist.' Ik streepte de één-na-laatste door. 'Toch wel erg realistisch hoor, zo'n puzzel', merkte ik droogjes op.
'Ik bedoelde een andere. Ik snap niet dat jij die niet ziet', zei ze ietwat geheimzinnig. 'Jij met al jouw intelligentie.'

Ik keek nog een keer goed en besloot te capituleren. 'Ik geef het op.' Het maakte niet meer uit want mijn zoekego had toch al een forse deuk opgelopen.
Ze begon te lachen. 'Er mist een wijze uit het oosten.'

Bart

donderdag 21 december 2017

Kerstkaartje

'Je kunt goed merken dat we elk jaar minder kerstkaartjes krijgen', merkte mijn echtgenote op terwijl ze de kaarten aan een lintje prikte wat als een sliert aan de kastdeur hing.
'We hebben sinds mijn pensioen minder vrienden', stelde ik vast. 'Onzin Bart, de mensen zijn erachter gekomen dat zo'n kaartje eigenlijk weinig meer toevoegt. Je hebt tegenwoordig de sociale media en dat maakt kaartjes overbodig.'
'Nou, laat je moeder dat maar niet horen.'
'Hoezo?', vroeg ze.
'Die begint in het voorjaar op de camping al kerstkaarten te borduren. Dan heeft ze niks meer te doen en wordt ze ondeugend.'
'Bart, alsjeblieft. Laat ze toch.'
'Ja, dat bedoel ik dus. Maar ik denk dat ze bij de post blij zullen zijn als ze ermee zou stoppen.'
'Hoezo ?', vroeg ze.
'Sorteermachines lopen vast op dat borduurgaren.' Ze schudde haar hoofd. 'Jij hebt ook altijd wat.'
'Maar als je het over de duivel hebt... De postbode.' Ik hoorde de brievenbus klepperen. Ze liep de hal in en keerde even later terug gewapend met een rode envellop.
'Kerstkaart', riep ze terwijl ze er triomfantelijk mee zwaaide. Ik zag hem en ontdekte een gedrukte witte tekst op de achterkant. 'Reclame', stelde ik vast.'
'Kerstkaart, van de postcodeloterij.' Ze draaide hem een keer in haar hand, pakte een speld en wilde hem aan het lintje prikken.
'Laat eens kijken?', vroeg ik.
'Je mag kijken maar je onthoudt je van commentaar.' Ze kent mij.
Ik kreeg hem aangereikt en keek nu recht in het gezicht van een achttal BN-ers die ons onvergetelijke feestdagen wensten. Daarnaast een plaatje van het getal 53,9 miljoen en op een los papiertje nog de heuglijke mededeling van Quinty Trustfull dat we speciaal waren geselecteerd voor het ontvangen van een kerstbonus. Ik hoefde alleen nog maar ter hoogte van bovenbenen een kanjercode weg te krassen en dan konden we met een extra lot meespelen. Uiteraard na betaling want de loterijpijp moet roken.

'Je wilde dat kaartje toch niet ophangen?', vroeg ik.
'Hoezo niet? Is toch leuk? En ik doe het voor jou.
'Voor mij?', ik was hogelijk verbaasd. 'Ja, dan kun je je komende dagen lekker ergeren. Scheelt een reis naar de klaagmuur.' Ik vond het niet grappig.

Ik keek nog eens naar het achtkoppig monster op de voorkant van de kaart: Quinty, Winston, Carolien, Martijn, Gaston, Nicolette, Umberto, Ruud.... Ruud? Ruud Gullit? Wat doet Gullit bij de postcodeloterij... En wat moet Umberto Tan....
Plotseling had ik hem door.

'Schat, die 53,9 miljoen slaat vast niet op de prijzenpot, maar is het gezamenlijk jaarinkomen van deze pretletters.'

Het kaartje hangt niet aan het lint. Het ligt in de oud papierbak naast Quinty. Ik heb haar niet meer opengekrast.

Bart

woensdag 20 december 2017

Ikeaboom

Toen ik gisteren met mijn echtgenote de IKEA in Duiven binnensjokte, bekroop mij het gevoel dat ik een filiaal van het Koninklijk Nederlands Belastingparadijs binnenschreed. Ik voelde me eigenlijk een beetje opgelaten: koopjes najagen die volgens zeggen door de nederlandse belastingbetaler worden gesubsidieerd. En dat staat me dan toch wat tegen.

Maar goed, het gaat uiteindelijk om de inhoud van de portemonnee en dan vergeet je al snel dit soort negatieve sentimenten.
'We hoeven toch niet die hele tent door?', informeerde ik met enige ongerustheid toen ik mij bij de startstreep bovenaan de roltrap meldde. Haar blik zei eigenlijk genoeg maar ze vulde hem toch nog aan. 'Ik dacht dat we gezellig zouden doen.'

O ja, dat was ook zo. Gezellig naar de IKEA. Dat was de insteek van de dagvulling.
'Maar je hebt toch een lijstje?', vroeg ik.
'Ja Bart, er bestaat een lijstje, maar het is toch ook leuk om gewoon even rond te kijken. Ideetjes opdoen.'
Ik voorzag een lijdensweg van een kilometer of vijf, slaakte dan ook een diepe zucht, schakelde mijn gezicht op de gezelligheidsstand en liet me vervolgens opslokken door het blauw-gele Zweedse meubelmonster.

Na de eerste ronde werden we richting de IKEA oase geleid. Dat was ook wel nodig want er ligt na zo'n rondje vol ideetjes een totale uitdroging op de loer. Gelukkig was de koffie gratis en konden we plaatsnemen op meubeltjes die als een soort van antireclame in de oase stonden opgesteld. Goed voor een houten kont en stijve rug. En goed voor IKEA want je bent weer snel op de been zodat je de ingecalculeerde omzet op niveau kunt houden. Ik zei het tegen mijn echtgenote. En die zei iets terug.
'Bart, waarom hou je je commentaar niet gewoon een keertje voor je. Je bent niet leuk en je hebt gewoon overal wat over te zeuren. Het is niet goed of het deugt niet.' 

Ik moest even zoeken om het tegendeel van haar opvatting te bewijzen. 'Kijk, is dat leuke rekje niet iets voor in de keuken?' Ik zei het zo positief mogelijk, stak mijn handen in mijn zak en bleef er flink geïnteresseerd en vooral blij naar kijken. Ik had een gammel houten plankje ontdekt waar je potjes of zoiets op kon zetten. Het bijpassende glaswerk stond er pal naast. Ze keek me aan met een blik van "dat meen je toch niet serieus". Tja, en toen haalde ik mijn schouders maar op.

Traag scharrelden we verder langs de talloze opgestapelde en geëtaleerde spullen en naderden voetje voor voetje de uitgang. De financiële schade leek enorm mee te vallen. Ons gezellig IKEA bezoekje had slechts een paar kleine flutdingetjes opgeleverd. En die stonden ook al op het lijstje.

Bij de kassa voelde ik even neiging om zonder betalen door te lopen. Uiteindelijk had ik als belastingbetaler nog een deel van de één miljard tegoed die IKEA volgens zeggen te weinig aan belasting heeft betaald. Maar vóórdat ik mijn idee aan de kassajuf kenbaar kon maken, kwam de directie zelf al met een goedmakertje op de proppen. Het begon met dingdong-geschal uit het plafond gevolgd door de warme stem van een ongetwijfeld in een geel-blauw mantelpakje gestoken IKEA juf.

'Voor elke klant die nog een kerstboom aan wil schaffen: IKEA geeft gratis kerstbomen weg. Per klant één en zolang de voorraad strekt.'

Ik heb het vermoeden dat deze gulle gift volledig aftrekbaar is.

Bart

maandag 18 december 2017

Champignons snijden

'Wil jij de champignons even snijden?' Het was een verzoek uit de keuken die opgewekt en optimistisch de kamer binnentrilde en uiteindelijk al stuiterend tegen mijn trommelvliezen tot stilstand kwam. De vraag straalde iets uit van vertrouwen in een goede afloop. Ik had mij zo kunnen voorstellen dat hij anders zou zijn gesteld. Zo van: "zou jij het eventueel zien zitten om de champignons te snijden?". Dat had beter gepast binnen de alom bekende en gevreesde afkeer die ik heb tegen alles wat met koken te maken heeft. Inclusief de voorbereidingen.

'Ik kom er zo aan', riep ik terug. Zo kocht ik wat tijd om na te denken over de manier waarop ik de keuken binnen zou lopen om aan de klus te beginnen. Ik moest namelijk voorkomen dat mijn "entrée dans la cuisine" kon worden opgevat alsof ik het met tegenzin ging doen. Dat zou niet leuk zijn. Ik trok dus een vrolijk gezicht en liep met de borst vooruit opgewekt het getroffen gebied binnen.

'Waar kan ik het allemaal vinden?', vroeg ik. Ik had zelfs een neuriend deuntje opgezet.
'Zo, jij hebt er zin in', lachte mijn echtgenote.
'Ja hoor, even gezellig samen in de keuken aan het werk. Zegt u het maar.' Ze wees naar een blauw bakje op het aanrecht wat was afgesloten met een doorzichtig dekseltje inclusief vier luchtgaatjes. Ik keek naar de inhoud, en de inhoud keek terug. En dan op een manier van "nee hè, ga jij ons snijden?"

'Mesje ligt in de la', hoorde ik.
Tja, en daar sta je dan. 

Ik trok de la los en pakte een keukenmesje waarvan in inschatte dat die de klus zonder noemenswaardige vervolgschade ging klaren. Ik schoof de mouwen van mijn trui iets omhoog, keek nog een keer goed naar het bakje en kwam toen in actie.
‘Beetje grof snijden en o ja, het eventuele zand er met dat kwastje eerst afborstelen.’ Ze wees naar een plastic kwast in een bakje op het aanrecht. ‘Gaat dat lukken?’ Ik vond van wel en zei het. ‘Ojé, tuurlijk lukt dat.’ 
‘Mooi, ik ben even snel naar boven, ben zo terug.’ 

Ik vond dat de champignons toch behoorlijk angstig door het dekseltje naar boven staarden. Ik pakte het bakje van het aanrecht en probeerde het eraf te trekken. Tevergeefs. Het zat gelijmd of iets dergelijks. Nog een ruk en nog één. Ik zag dat ze het binnenin benauwd kregen want het bakje frommelde in elkaar en de paddestoeltjes raakten bekneld. Dit werd wel even een dingetje... maar gelukkig, een laatste stevige ruk bracht verlichting. Het deksel scheurde los en uit pure vreugde sprongen de champignons als kikkers uit de kruiwagen. 

Het zag er best mooi uit, die witte hoedjes op de zwarte vloertegels. En het werd nog mooier toen ik vanuit mijn verstoorde evenwicht met schoenmaat zevenenveertig de zaak nog wat aandrukte. Toen ik mijn schoen optilde ontdekte ik een inmiddels gebonden champignonsoepje. 

‘Goed schoonmaken hoor’, hoorde ik mijn echtgenote nog na-echoën. 

Tja, ik zag inderdaad wel een noodzaak.

Bart

zondag 17 december 2017

Telefoongezeur

'Ik blijf dan wel bij de fietsen staan', zei ik toen we voor de Hema stonden in de Hamburgerstraat.

'Ach ja, heb je weer een excuus om niet mee naar binnen te hoeven', zei mijn echtgenote. Ik bespeurde een friemeltje irritatie in haar stem. Ik besloot meteen tot de tegenaanval.

'Prima, dan ga ik mee. Heb jij een boodschappentas bij je?'
'Hoezo?'
Ik wees naar de fietstassen. Vol met eerder aangeschafte boodschappen.
'Laat maar', zei ze, 'ik ga wel alleen.'

'Ik wil best mee naar binnen hoor, maar dan moeten de boodschappen mee. Anders kun je ze hier beter zelf uitdelen.' Ik spreidde mijn armen onder het motto "zeg het maar".

'Heb jij nog wat van binnen nodig?', vroeg ze om het over een ander onderwerp te hebben.
'Nee, ik niet. Wat moet ik met de Hema.'
'Dat weet ik ook niet Bart, maar straks kom ik buiten en dan begint het gejank.'

'Ga nou maar', spoorde ik haar aan.
Ze pakte haar tas en portemonnee en verdween naar binnen.

Snel pakte ik mijn mobiel en begon de interessante App-jes af te werken. Niet dat ik iets verwachtte maar gewoon omdat ik het gewend was.

Naast mij stond een jong ding met een sigaret op de lip ook met haar telefoon te spelen.

Ik keek haar aan en moest inwendig wel een beetje lachen.
'Even een momentje voor mezelf', zei ik. 'Heb ik af en toe behoefte aan.' Het sloeg eigenlijk nergens op, maar het was alleen maar bedoeld om aandacht te trekken. 'Mijn vrouw is naar binnen.' Ik slaakte een diepe zucht en wees naar de Hema.

Ze keek me een klein beetje aan. Haar hoofd bleef daarbij op dezelfde plek maar haar ogen richten zich op mij. 'Ik zou dat "het momentje voor mezelf" dan ook vooral voor mezelf houden', zei ze toen.

Ik had het idee dat ze zich aan mij ergerde. Ik kon nu twee dingen doen: erop ingaan of afhaken. Tja, en dan zit ik zo in elkaar dat ik de strijd wel aan wil gaan.

'Nou ja, ik bedoel dat ik nu even geen gezeur aan mijn hoofd heb en snel mijn telefoon kan checken.'
Ik probeerde haar een glimlach te ontlokken. Meestal lukt dat wel.

'Ja, dat is wel lekker', zei ze zonder op te kijken.
'Hoe bedoel je?', vroeg ik.
'Gewoon, géén gezeur. Lijkt me zalig.' Ze zuchtte.
'Ja, heerlijk hè, partners kunnen altijd zo zeuren als je op je telefoon kijkt. Dat het zo ongezellig is en dat je geen aandacht geeft. Vooral mijn echtgenote heeft er een handje van. Vreselijk.'

Ze trok aan haar sigaret en verdween in de rook.

'Wil jij mijn fietstas open houden?', hoorde ik een bekende stem achter mij. Ze had haar handen vol.
'Ligt er binnen nog wel iets in de schappen?', vroeg ik. Ze stak haar tong uit.

Op dat moment loste de rookwolken op en verscheen het dingetje weer in beeld. Ze richtte zich nu tot mijn echtgenote.

'U bent de partner van deze man?', vroeg ze.
'Jazeker, van deze misdadiger, hoezo?'
'Nou, hij beklaagde zich enorm over uw gedrag.'

Ik viel om van verbazing. 'Wie, ik?', vroeg ik.

'Hij vindt dat u teveel zeurt over zijn telefoon en dat hij heel erg behoefte heeft aan periodes van rust.
Ik wil me er verder niet mee bemoeien, maar ik zou u toch adviseren er iets mee te doen.'

Ze gaf me een knipoog, nam een stevige trek en verdween weer vol in de wolken.

Ik kreeg het gevoel dat ik iemand heel snel iets uit moest leggen.

vrijdag 15 december 2017

Stofzuigen

Vanochtend werd ik door mijn echtgenote uitgenodigd om de stofzuiger uit zijn garage te halen om hem datgene te laten doen waarvoor hij is ontworpen: het zuigen van stof. Ze vergat erbij te zeggen dat de vaste machinist iets anders om handen had. Nadat ik hem dan ook tevoorschijn had gehaald, en op de gebruikelijke startplek had neergezet, gebeurde er niets.

'Is hij stuk?', vroeg ze vanaf de bovenverdieping.
'Stuk? Wie?' Ik begreep het niet.
'De stofzuiger. Ik hoor namenlijk niks.' Tja, als niemand hem bedient.

Ik begreep in één keer dat ik ermee aan de gang moest. En ik zal het maar meteen eerlijk bekennen: ik heb een ongelooflijke pesthekel aan het ding. Niet zozeer aan het werk, maar aan het apparaat. Ik begrijp dan ook niet dat de ontwikkeling niet veel verder is gekomen dan het overbodig maken van de stofzak. En dat vind ik dan weer heel onhandig. We konden verdorie bijna een eeuw geleden al mensen naar de maan sturen, maar een stofzuiger overbodig maken wil nog steeds niet lukken.

Ik slaakte een diepe zucht, rukte het snoer eruit, stak hem in het stopcontact en schoof de slang aan de stang. Vervolgens vierde ik mijn frustratie bot op de aanknop door hem een ongelooflijke trap te verkopen. Binnen de twee seconden werd het huis gevuld met gejank wat in mijn beleving nog erger is dan het gekrijs van een baby. Voordeel is dan wel weer dat je de stofzuiger uit kunt zetten.

De eerste vierkante meter rondom het ding lukte prima. Maar dan moet je er mee op pad. En dat betekent trekken aan de slang. Vroeger zat er een sleetje onder die gemakkelijk over de vloer gleed. Tegenwoordig zijn ze uitgerust met wielen. "Dat komt de wendbaarheid ten goede". Zo klonk de verkooptruc die de verkoper van Scheren & Foppen hanteerde toen we twintig jaar geleden aan een nieuwe toewaren. Zeer misleidend. De voornoemde firma is inmiddels ter ziele. Ik heb daar wel een mening over.

Toen ik twee meter van de startplek was verwijderd, kreeg plotseling het snoer heimwee en schoot snel terug in de moederschoot. Ik moest de stofzuiger goed vasthouden anders was het hele apparaat vanwege de kracht tegen het stopcontact aangekwakt. Ik sprak even kort met de Schepper waarna mijn echtgenote van bovenaf informeerde of het allemaal een beetje wilde lukken. Ik zei niks en rukte het snoer opnieuw uit het geboortekanaal. Daarna legde ik een knoop in zijn navelstreng zodat hij nooit meer terug kon.

Toen ik de kamer binnen wilde "rijden" bleef hij achter de deurpost hangen,  toen ik de stang even wilde neerzetten, viel hij kletterend op de plavuizen, toen ik de stang wilde verwisselen voor een borsteltje, zat hij klem en toen ik uiteindelijk zonder stang onder de opengeschoven vitrage wilde zuigen, zoog hij het complete gordijn naar binnen. Het eruit trekken bleek een volgende hobbel en toen hij was bevrijd en ik wilde opstaan, had hij hem opnieuw te pakken.

Het zweet stond me inmiddels druppeldik op het voorhoofd. Ik keek even schichtig om me heen, trapte toen een stofwolkje onder de bank en zeulde met stang, slang en apparaat naar het laatste opbject: de keuken. Behalve een aanrijding met het wijnrek en een bijna-dood-ervaring vanwege een struikelpartij over snoer en slang, naderde ik het eind van de martelgang.

'Netjes gedaan Bart', hoorde ik mijn echtgenote achter mij. Ik voelde dat er iets ging komen.

'Dat mag je vaker doen.'

Vrouwen zijn voorspelbaar.

donderdag 14 december 2017

Code rood


'Het is code rood vandaag', riep mijn echtgenote vanuit de kamer. 'Hoezo? Komt je moeder koffie drinken?', vroeg ik. Ik stond in de hal klaar om op pad te gaan. 'KNMI geeft code rood af', verduidelijkte ze. Ze kwam de hal ingelopen.

'Oké, en wat betekent dat dan? Halen ze alle wegen binnen? Rijverbod?'

'Dat betekent dat ze adviseren niet de weg op te gaan. Omdat het gevaarlijk is.' Ze keek er ongerust bij.
'Wat een onzin allemaal. Kijk eens naar buiten. Alles groen en geen sneeuwvlok die het in zijn hersens haalt om naar beneden te komen dwarrelen. En mocht hij dat al doen, dan wordt hij genadeloos afgestraft met een bak zout.'

'Bart, ik meen het serieus, het kan gevaarlijk worden, misschien beter dat je thuis blijft.'
'Lieve schat, ik reed al auto toen het KNMI nog kleurenblind was en alleen nog maar in zwart-wit op de buis kwam. Niks code rood, geel, paars, groen en weet ik veel wat ze nog meer in voorraad hebben. Mijn devies: gewoon je ding doen.'

Ze schudde haar hoofd.
Ik ging verder.

'Ik meen het hoor. In die tijd werd er nooit voor files gewaarschuwd met als direct prettig effect dat er nooit files waren. Als ze tegenwoordig een file in Zeeland aankondigen trappen ze in Delfzijl al op de rem.
'Bart, je slaat door. Je kraamt onzin. En bovendien: filewaarschuwingen komen niet van het KNMI.'
'Oké, waarom geven ze al die waarschuwingscodes af dan?' Ik had dat niet zo begrepen.
'Dat is nu eenmaal zo afgesproken. Ik slaakte een diepe zucht. Als er geen argumenten meer te vinden zijn heet het "te zijn afgesproken".

'Nicolien had het er vanmorgen ook al over, en die werkt niet voor het KNMI.'
'Nicolien? Wie is dat nou weer. Heet ze soms Paulusma van achteren?'
'Dat is die dame van RTL die vaak 's morgens het weerpraatje doet. Je weet wel.'
'Je bedoelt die met steunzolen?' Ik kon me haar vaag herinneren.
'Steunzolen?', ze keek verbaasd.
'Ja, die altijd zo het beeld in komt waggelen.' Ik deed het voor. Ze schudde lachend haar hoofd.

'Weet je schat, toen ik nog werkte reed ik elke dag naar het hoge noorden. Om het even welke kleurenkaart die Nicolien van jou ook trok. Ik ging op pad. En ik heb het altijd gered. En nog op tijd ook.'
'Stoer hoor.' Het compliment klonk wat cynisch.
'En het mooiste van alles: degene die het dichtst bij het werk woonden zagen in die kleurencodering vaak een mooi argument om te laat of zelfs helemaal niet te komen opdraven.'

'Bart, je kunt het vertellen zoals je wilt, het wordt vandaag gevaarlijk op de weg en ik denk dat je beter morgen kunt gaan. Heeft niemand een probleem mee.' Ik dacht even na en besloot toen het advies maar te volgen. Al was het alleen maar om de ongerustheid weg te nemen.

'Oké, ik blijf thuis', zei ik en trok mijn schoenen en jas weer uit.
Ik kreeg een zoen.

Ik ben voor het raam gaan zitten en heb rustig afgewacht tot de wereld rood zou kleuren. 
Verder dan wit is het niet gekomen.

Bart

woensdag 13 december 2017

De kerstgedachte (gepubliceerd in Oostgelders Vizier 1995)

'Pap, weet je dat ik de maand December altijd de leukste en gezelligste maand van het jaar vind?' Het boterhammenbordje wat ik met een afwasborsteltje bewerkte viel met een plons in het teiltje. Het water spatte op mijn bril. 'De gezelligste maand?', vroeg ik voorzichtig. De vorige decembermaand stond in mijn geheugen gegrift als een alles omvattende ramp. 'Ja', blaatte hij verder, 'echt waar hoor! Heb je een theedoek ? Dan help ik je even.'

Mijn mond viel open van verbazing, het afwasborsteltje zakte weg in het teiltje. 'Lieve schat, wat is er aan de hand?', vroeg ik ongerust. 'Niets pap', lachte hij braaf. 'Ik help alleen maar even.'
'Weet je', ging hij verder,' ik krijg altijd zo'n weeïg gevoel met kerst.'
'Ik ook, in mijn vingers. Au!!.' 'Wat is er pap?', vroeg hij verschrikt.
'Ik probeerde het afwasborsteltje uit het water te vissen, maar dat is gloeiend heet.' Ik stopte mijn verbrande vingers in mijn mond.
Hij ging onverstoorbaar verder. 'Alleen al het idee dat we gezellig bij de kerstboom liedjes zingen.' Plotseling wist ik het: vroeg puberaal gedrag en ik zocht naarstig naar de bijbehorende puistjes in zijn ietwat schaapachtig gezicht.

'Dat ultieme, door kerstballen weerkaatste licht, dat, dat heerlijke gevoel van geborgenheid, de gezelligheid die vele mensen zo node moeten missen... '
'Ultiem? Ik voelde opeens geen pijn meer, mijn twaalf jarige zoon stond als een gebedsgenezer te prediken en het hielp ook nog.

'Weet je pap, op deze wereld leven zoveel mensen die het slechter hebben dan ik.'
Ik keek nog eens goed maar kon echt geen puist ontdekken.
'Kijk eens naar Afrika, ja, schuif het gordijntje wat voor dat continent hangt maaar eens aan de kant. Ellende pap, pure ellende.'
Ik vond dat hij in essentie wel gelijk had en voelde me een beetje schuldig vanwege mijn achterdocht in zijn richting.

'Moet ik die pan ook even afdrogen?'

Pats! opnieuw de achterdocht. Iets klopte er niet aan zijn optreden. Om de een of andere reden..
'Ja, schuif dat gordijntje maar weer snel dicht', vervolgde hij. 'Het is niet leuk hè pap.' Hij sprak zo slijmerig...
'Ach ja, laten we maar zeggen dat er zich meer dingen in het leven afspelen die niet leuk zijn .' Ik knikte en schoof met mijn natte hand mijn zakkende bril op zijn plek.

'Maar gelukkig maakt de kerstgedachte veel goed, alleen al het denken aan kerst... vrede op aarde, even een moment van rust... geen ruzie...'
Het werd stil in de keuken. Mijn interne geheugen draaide op volle toeren. Elke hersencel was aan het werk. Ik combineerde en combineerde en voelde dat de oplossing van het raadsel elk moment uit mijn openhangende mond kon rollen. Ik kuchte even...

'Heb jij je rapport soms gekregen vandaag?' Hij knikte stil en liep wat rood aan.

Ik slaakte een zucht van verlichting: mijn zoon bleek toch normaal.

Bart    

maandag 11 december 2017

Een sneetje

'Schat, ik twijfel heel erg over de kleur van deze fles.' We stonden bij de glascontainer om twee lege flessen te dumpen. Eén van de twee was duidelijk bruin en geen probleem. Maar de tweede was aanleiding voor een eenzijdige discussie. 'Als ik hem zo tegen het licht hou, straalt hij wat groenigs uit, maar hou ik hem een stukje van mij af, dan is het gewoon blank glas.' Mijn echtgenote keek mij enigszins verbaasd aan. 'Wat sta je daar nou? Mik dat ding in een gat en schiet een beetje op. Ik heb niet de hele dag.'

Ik vond dat geen goed argument en zei het.

'Er zitten niet voor niks drie gaten in de glascontainer. Het is de bedoeling dat je het scheidt op kleur.'
'Prima, dan ga jij nog een uurtje scheiden. Ik ga naar binnen, boodschappen doen. Als ik straks klaar ben, pik ik je hier weer op. Tenminste als je dan een passend gat hebt gevonden.'

'Wacht nou even, ik gooi hem in groen.' Ik pakte hem bij de hals, brak met de fleskont de weerstand van het afsluitklepje en liet hem toen waardig zijn laatste rustplaats inglijden. Van onder uit de container weerklonk het gerinkel van "the last post". Toen liep ik achter mijn echtgenote aan de winkel in.

'Je hebt bloed aan je hand', merkte ze op toen ik met het karretje de winkel binnenreed en bij de groente bleef staan. En inderdaad, ik ontdekte een aanzwellende druppel op mijn duim. Ik stak hem in mijn mond, haalde hem er toen weer uit en bekeek hem. 'Een snee, ik denk van het glas bij de container.'
'Is die wit, groen of bruin?', vroeg ze met een knipoog. Ik reageerde er niet op. 'Hij bloedt behoorlijk.'
'Laat eens kijken?' Ze greep mijn duim. 'Ja, inderdaad, sneetje. Stop hem maar in je mond, anders drupt het op je jas.'

Geweldig, zo praktisch als vrouwen kunnen denken bedacht ik mij en stak hem in mijn mond. Ik proefde het bloed.

'Lekt die nog?', vroeg ze toen we bij de broodjes-stellage stonden. Ik haalde hem tevoorschijn. Meteen kleurde het weer rood en ik stak hem snel terug. 'Hij bloeft nof', mummelde ik. 'Vraag dan een pleister bij de kassa.', klonk haar advies. Ik had geen zin in gedoe. 'Nee het luft wel sfo.'
'Eigenwijs manneke ben je toch.' Ze schudde haar hoofd. Een gangpad verder stonden we bij de vleeswaren.

Het vleeswarenmeisje veegde haar handen af aan de handdoek die aan het haakje bij de toonbank hing. 'Zegt u het maar', zei ze automatisch.
'Twee ons ham graag.' Mijn echtgenote richtte zich tot mij. 'Heb je zin in lever op brood? Dat is goed voor je bloedverlies', lachte ze.
Ik trok mijn duim tevoorschijn. 'Het bloed nog steeds.' Terwijl ik mijn wond likte, legde het meisje het zakje op de balie. 'Verder nog iets?', vroeg ze.
'Ja, graag een onsje lever. Mijn man heeft een ernstige bloeding en lever helpt bij het aanmaken van nieuw bloed.'
'Wilt u een pleistertje?', vroeg ze vriendelijk. 'Nee, ik denk niet dat hij dat wil', vulde mijn echtgenote voor mij in. 'Hij is meer van de alternatieve geneeskunst.'

Ze moest lachen. 'Daar heb ik ook iets voor hoor.'  Ik had hem inmiddels weer in mijn mond gestoken.
Ze sneed een stukje leverworst af en reikte het aan.
'Normaal gesproken hoort er een kusje op, maar gezien de ernst gaat dit beter helpen.' Ze knipoogde naar mijn vrouw.

Ik voelde me niet serieus genomen.

Bart

zondag 10 december 2017

Mimiek


'Is deze plek nog vrij?', vroeg hij.
Ik keek wat overdreven naar de ruimte naast mij op het bankje en stelde vast dat er niemand zat. Ik zei het tegen hem.
'Er zit niemand, dus volgens mij kunt u er zonder zorgen landen.'
'Fijn', zei hij. Hij knoopte zijn jas los en sloeg hem iets open zodat er ruimte ontstond om zijn best wel forse omvang gemakkelijk en vrij te kunnen laten zakken.

'Ja, tegenwoordig vraag ik het altijd maar even. Er zijn van die mensen die liever niemand naast zich hebben. Vandaar.'
'O', zei ik ietwat verbaasd.
'Ja, vooral als het gaat om mensen zoals ik. Ik ben behoorlijk dik en men vindt dat blijkbaar niet prettig.'
'Wel, ik heb er geen last van hoor', zei ik. 'En bovendien: als iemand naast mij wil gaan zitten, moet hij dat vooral doen. Dik of dun. Maakt niet uit.'
'Dan hoort u tot de positieve uitzonderingen meneer', vertrouwde hij mij toe.
'Ik zal het eens omdraaien, ik vind het een hele eer dat er iemand naast mij wil gaan zitten', lachte ik.
'Ja, zo kun je het natuurlijk ook bekijken. Maar ik denk niet dat er ook maar één iemand daarover zou twijfelen.'
'Nou', zei ik, 'daar zou ik maar niet zo zeker van zijn.'

Ik had blijkbaar zijn nieuwsgierigheid gewekt. 'Vertel?', nodigde hij mij uit.
'Kinderen', zei ik. 'Die willen niet zo graag naast mij zitten.'
'O, waarom niet? Dat kan ik mij toch niets bij voorstellen.'
'U bent ook geen kind.'
'Nee, dat klopt, maar wat is dan de reden?'
'Ik kan blijkbaar wat nors kijken, en dat stoot af.'

Hij keek me van de zijkant aan. 'Nou, ik kan weinig afstootverschijnselen ontdekken', lachte hij.
'Toch heb ik dat. Als ik standaard kijk, dan trekt mijn onderlip iets naar onderen waardoor mijn plooien dieper schijnen te worden en de hele handel in de nors-stand schuift.'
'Doe eens?', vroeg hij. Ik zette mijn "normale" gezicht op en keek hem aan.
'Ja, als ik er zo naar kijk dan kan ik mij voorstellen dat het er voor kinderen wat nors uitziet.'
'Dat bedoel ik.'
'Maar goed, dat heb ik in feite ook. Mijn omvang nodigt ook niet echt uit.'
'Hm, ik denk dat het gezelligheid uitstraalt', zei ik.
'Nou, dan zou ik maar eens met mijn echtgenote praten.' Hij schaterde het uit.

Er kwam nu een man met een wandelwagentje voorbij. Hij stopte even, twijfelde maar liep toen toch naar "ons" bankje.
'Is deze plek nog vrij?'
'Ja hoor', zei de man naast mij voordat ik mijn standaardgrapje kon herhalen.
'Mooi, heel even zitten. Het is best een eind zeulen met zo'n wandelwagen van de Huet naar de stad. Of niet boefje.'
Hij had het tegen een jongetje wat in het wandelwagentje zat en ons zo vanonder de overkapping aankeek.
De vader schoof iets naar voren en drukte de kap naar beneden.
'Zo, nu kan Bertje ons allemaal goed zien, hè Bertje.' Hij aaide hem over zijn bolletje.
Bertje keek en keek en keek... en toen zag ik het gebeuren. Het lipje begon wat te pruilen en voordat de vader ook maar iets kon zeggen, ging het mondje open en begon Bertje enorm te huilen.
Zijn vader boog meteen naar voren en haalde hem uit het wagentje. Het hielp niet. Sterker nog: hij begon nu ook te krijsen.

'Ik geloof dat Bertje het niet zo naar zijn zin heeft', grapte mijn buurman. 'Bertje, wat is er jongetje', probeerde hij. Ook ik boog naar voren om naar het manneke te kijken. Het was alsof er een gaspedaal werd ingetrapt.
'Ik geloof dat ik maar verder ga. Dit komt niet goed', zei de vader ietwat nerveus. Hij stond op, drukte Bertje terug in de wagen, knikte een keer, lachte als de bekende boer en vervolgde zijn weg.
Tien meter uit de kust werd Bertje stil.

Wij keken elkaar aan.
'Tja', zei ik.
'Tja', zei de man.

'U heeft dat niet met anderen? vrouwen bijvoorbeeld?', vroeg hij met een lach.
Ik dacht even na.

'Nou, nu u dat zo zegt.... toen ik mijn vrouw vanochtend in bed aankeek, was het net of ze in een enorme huilbui ging uitbarsten. Ik dacht nog dat het kwam doordat ze in de spiegel keek. Maar ik kom nu toch echt aan het twijfelen...'

Bart

vrijdag 8 december 2017

Slechte nachtrust

'Ik heb niet zo lekker geslapen vannacht' zei ik terwijl ik een enorme gaap ten gehore bracht.
'Moet ik een paraplu opzetten?', vroeg mijn echtgenote grappig.
'Hoezo?' Ik zag de relatie niet helemaal.
'Je spettert met dat gapen', zei ze. 'Er komen druppels naar buiten.' Ik kon slechts mijn schouders ophalen.
'Het zal', gaapte ik maar hield voor de zekerheid toch mijn hand maar voor mijn mond.

'Hoezo heb je slecht geslapen?', vroeg ze.
'Ja, als ik dat wist. Ik denk dat ik te druk ben geweest. Dat heb je wel eens, dat je in je hoofd bezig bent met allerlei dingen.'
'Zoals?', vroeg ze.
'Ja, weet ik veel.' Ik had geen idee.
'Zal de TV wel zijn geweest. Je liep zo te zaniken over Chantal Janzen.'
'Nou, ik ga echt niet slecht slapen van Chantal Janzen. Nou ja, laat ik het zo zeggen: zolang ze niet blijft slapen want dan doe je geen oog dicht.' Ik trok een glimlach.

'Macho, wat zou jij met die Chantal Janzen moeten.'
'Ik? Niks. Haar leukgehalte is te laag. In het begin was het een leuk mens, maar ze is tegenwoordig veel te veel op TV. Overdaad schaadt.'
'Je moet niet zo zeuren. Ik ben fan.'

'Lieve schat, ze wordt niet gewoon voorzichtig over het paard getild, maar er dagelijks vol enthousiasme overheen gesmeten.'

'Jij hebt altijd iets met TV programma's, het is niet goed of het deugt niet.' Ze meende het. Ik vond dat ik het gas nog even vol open moest draaien.

'Sorry hoor, maar wat moet ik bijvoorbeeld met die Gordon die een vent zoekt om te trouwen en ons daarmee lastig valt. Dat deed ik indertijd toch ook niet toen ik met jou trouwde? En wat moet ik met al die stompzinnige verbouwingsprogramma's waar je hondsmoe van wordt, en wat moeten we in vredesnaam met het inmiddels acht-en-tachtigste seizoen met "de Voice of halland". Misschien lag ik daar wel wakker van. Van die Ali B die zijn vader pas begreep toen die bij Yarden in de aula lag, en die andere B artiesten die menen dat ze zoveel verstand hebben van muziek dat ze zich het recht toe-eigenen om anderen de grond in te mogen boren.

'Rustig maar Bart, denk aan je hart.'
'Ik ben alweer rustig. Rustig maar.' Ik nam een slok koffie. Ik was de draad even kwijt. 'Waar hadden we het ook alweer over?'
'Je had slecht geslapen en toen begon je spontaan over de TV programma's te oreren.'

'Toch is het vreemd, want ik heb gisteravond nog een glaasje wijn gedronken. Daar moet je volgens zeggen goed op kunnen slapen. Niet dus.'
Ze begon te lachen. 'Wat zei je? Een glaasje wijn? Volgens mij heb je er drie achterover gewipt.'

'Lieve schat, ik weet niet wat je je in je hoofd haalt: alleen de laatste heb ik genomen om lekker te kunnen slapen. Die anderen waren alleen maar voor de smaak.'

Bart

woensdag 6 december 2017

Decemberactiviteiten

'Zo, we kunnen de eerste decemberactiviteit afstrepen', zei ik met een lach terwijl ik de Sint uit mijn tablet-agenda schrapte.
'Dat is tegenwoordig zo heerlijk simpel. Je pakt je tablet, drukt met je vinger op het agenda-appje, zoekt naar vijf december en kiest "sinterklaas". Daarna druk je op "verwijderen". Laat ik het zo zeggen: zo snel als je hem uit je agenda verwijderd, zo snel kan hij zelf niet het land uitstruikelen.'

'Je bent wel heel erg blij', merkte mijn echtgenote op.
'Ziet het er zo uit?', vroeg ik.
'Ja, het ziet er zo uit', zei ze.
'Mooi, want ik ben inderdaad blij. Dat Sint gesodemieter duurt net een week te lang.'

Ik vind dat echt. Ik bekijk het altijd simpel: aankomst, weekje schoen-scharrelen, aansluitend pakjesavond en dan opzouten.

'Maar goed, we hebben nog meer te doen deze maand, op naar activiteit nummer twee: de kerst. Ik heb voor volgende week zondag de opbouw van de boom ingepland. En ik heb de agenda zo ingesteld dat we een dag voor die tijd een reminder krijgen met een belletje.' Ik genoot van het gemak.
'En voor wanneer heb je de sanering staan?', informeerde ze. Ik schoof met mijn vinger over het scherm. 'Dinsdag twee januari, dan heeft hij ruim twee weken gestaan en dan heb ik het wel gehad. Het raam uit met dat ding.' 

'Je kijkt alwéér blij', zei ze. 'Het kan niet op vandaag. Verder nog activiteiten in jouw planning deze maand?', vroeg ze.
'Oud en nieuw', zei ik.
'Wat zouden we toch zonder jouw tablet moeten. Heb je voor deze activiteit de reminder ook ingesteld?' Ik keek haar aan en stak mijn tong uit.

'Wil je ook nog de buitenverlichting ophangen?', vroeg ik voorzichtig in de hoop dat mij dit bespaard zou blijven.
'Ja, natuurlijk, maar niet meer bij de voordeur. Ik wil ze liever in de tuin. Dan hebben we er namelijk meer kijkplezier van.'
'Oké, meer plezier van. Ik kan er trouwens nog niet zo om lachen want het betekent dat ik stroom aan moet leggen en ik bij God niet weet waar ik het vandaan moet trekken.' Ik voelde het snoer als een strop om mijn nek knellen.

'Niet zo moeilijk Bart, je steekt de stekker hier binnen in het stopcontact en laat het snoertje onder de deur door naar de tuin rollen. Het is maar tien meter en we hebben volgens mij meer dan genoeg snoer.' Ze keek triomfantelijk. Geweldig, zo simpel als vrouwen kunnen redeneren. "Snoer genoeg".
'Al nagedacht over de veiligheid?', informeerde ik droogjes. 'Zoals kortsluiting vanwege het afknellen van het snoer onder de deur?' Ze haalde haar schouders op. 'Beetje creatief Bart, mogelijkheden genoeg. Als je maar wil.'

Tja, en daar ging het nu juist om. "Als je maar wil". De wil ontbrak. Ben je net van die klote sinterklaas af, ligt de volgende hobbel alweer in het verschiet.

'Schat, het kost in verhouding veel te veel tijd. Ik moet de zaak technisch gesproken volledig installeren. Dat betekent geul graven, grondkabel leggen, stopcontacten plaatsen, vervolgens in de meterkast in de gang een extra groep aanleggen en dan tot slot de boel aansluiten en laten keuren. En dat allemaal voor een beetje kerstverlichting in de tuin.'

'Mag ik even de tablet?'
'Waarom?', vroeg ik terwijl ik hem naar haar toeschoof.
'Even een activiteitje inplannen. Hoe doe je dat, eh.. appje, datum kiezen...' Haar vingers schoten over het scherm.
'Wat ga je doen dan?'
'Even kijken, zaterdag zestien december. Ja, hebbes, nu kan ik typen. "Vrouw des huizes boort gaatje in kozijn en prutst snoertje voor kerstverlichting naar buiten". Zo, klaar, dat staat er in.' Ze schoof de tablet weer terug.
'Wil je alleen nog even de reminder instellen? Dan weet ik zeker dat ik het niet vergeet.' Ze gaf een luchtkusje.

Ik voorzie een loodzware decembermaand.

Bart.

maandag 4 december 2017

Memory

'Een pak melk, een yoghurt, een brood en doe maar een potje bruine bonen', riep mijn echtgenote vanuit de keuken. Ik zat aan tafel in de kamer en kreeg de geproduceerde geluidsgolven kraakhelder binnen. 'Gaat dat lukken? Moet je het niet opschrijven?' Ja ja, alsof ik gekke Henkie was. 'Ik ben gekke Henkie niet', riep ik terug. 'Dat kan ik wel onthouden hoor.'  Ze kwam nu de kamer in gelopen. 'Het zijn vier dingen hè', zei ze met een veelbetekenende lach. 'Ja vier, nou  én?'
'Nou ja, vier kan net teveel zijn voor iemand zoals jij. Mannen kunnen gemiddeld maar drie boodschappen onthouden.'
'Hoe kom je aan die wijsheid?', vroeg ik quasi verontwaardigd.
'Stond onlangs in de Margriet. Wij vrouwen kunnen gemiddeld vijf dingen onthouden.' Ze zei het met enige trots.
'Dat kun je vergeten. Jullie komen niet veel verder dan één', sneerde ik.
'O, en hoe kom jij aan die onzin?', vroeg ze. 'Dat heb ik onlangs in de Playboy gelezen, schat' Ik gaf haar een knipoog. 'Melk, yoghurt, brood en bruine bonen. Ik ben weg.'

Toen ik wat later met de kar door de winkel rende, kwam ik hem tegen: De buurman. Hij liep met een briefje en reed eveneens met een karretje door de winkel. 'Hé Bart, ben jij ook op pad gestuurd?', vroeg hij. 'Yep, even paar kleine dingetjes. Jij een hele waslijst?', informeerde ik lachend. 'Ja, ik doe de weekboodschappen.'
'Weekboodschappen?', vroeg ik. 'Ja, wij doen altijd voor de hele week boodschappen. Uh... kaas, melk yoghurt, brood, frisdrank, wijn, kratje bier, pot doperwten, wc papier... je kent het wel', zei hij met een lach.
'Klinkt indrukwekkend', zei ik.

'Jij geen briefje?', vroeg hij.
'Nee, ik kan het nog prima onthouden, het zijn maar vier dingetjes.'
'Zo, knap van je, ik kan er normaal gesproken maar twee onthouden. Bier en borrel. Weet jij trouwens waar hier de blikken soep staan?', vroeg hij.
Ik had geen idee en zei het. 'Geen idee. Ik ga trouwens verder. Succes.'
'Ja, jij ook.' Hij stak zijn duim op.

Melk, yoghurt, brood... ik liep snel door de winkel. Melk, yoghurt, brood eh... Shit. Yoghurt, melk, brood... dat is drie. Ik moest er vier. Ik bleef even staan en besloot tot een rondje winkel. Wellicht dat ik nog een helder moment zou krijgen. Helaas, geen idee. Ik kon natuurlijk even met mijn echtgenote bellen maar dat plan begroef ik meteen weer. Capitulatie staat niet in mijn woordenboek. Maar ja, goede raad... melk, yoghurt, brood... gloeiende gloeiende gloeiende.

Ik dacht even na, pakte toen mijn mobiel, opende de Whatsapp, maakte een foto van de kar en vergezeld met het tekstje "zie je wel dat ik kan onthouden" aangevuld met een knipoog-smiley, stuurde ik hem naar huis. Een minuut later kwam er een berichtje terug. Een duim met de tekst "ik zie de pot bruine bonen niet".
Berichtje terug gestuurd met rode kussende lippen: "Ik ook niet, pot staat achter het brood"

Ik was trots op mijzelf.

Bart

zaterdag 2 december 2017

Het schilderijtje

'Bart, help mij eens even. Ik moet een keus maken en daarbij heb ik jouw creatieve inzicht en verstand nodig.' Aan de andere kant van de telefonische lijn hing een kennisje.

'Wat is het probleem, El?'
Officieel heet ze Elly, maar de intimi mochten haar El noemen.

'Ik wil een schilderij aan de muur maar nu...'
'Heb je behoefte aan iemand die hem ophangt', vulde ik haar aan.
'Nee, laat me nou even. Ik bedoel iets heel anders.'
'Oké , ik hou mijn mond, zeg het maar.'

'Ik wil een schilderij aan de muur tegenover het bankstel. Je kent de situatie, die muur is heel groot maar ook heel kaal.'
'Oké, een schilderij aan de muur. En wat nog meer?', vroeg ik.
'Ik zal je het uitleggen. Ik heb de keuze uit twee schilderijen. Eén van driehonderd en één van vijftig euro'
'Ik zou die van vijftig nemen', zei ik.
'Hoezo?', vroeg ze.
'Nou ja, ik kan me niet voorstellen dat jij in jouw situatie zomaar driehonderd euro aan de muur gaat timmeren.'
'Nee, dat klopt, maar ik krijg hem van mijn moeder.'
'Nou ja, dan is het toch al beslist?', concludeerde ik.
'Nee, dat is het allerminst. Ik wil ook jouw mening. Dus, ik nodig jullie bij deze uit om langs te komen en mij te helpen.'

'Dat moet ik dan eerst even overleggen. Moment.'
Ik liep naar de keuken waar mijn echtgenote bezig was.
'Schat, ik heb El aan de telefoon en die vraagt of we tijd hebben om even langs te komen. Ze staat voor een dilemma.'
'Heeft ze een nieuwe kerel gevonden?', vroeg ze. Ik wees naar de telefoon en plaatste mijn vinger verticaal voor mijn lippen.
'Ik heb ze hier aan de telefoon. Hebben we tijd?'
'Geef maar even.' Ze nam de telefoon over.

'Ik dacht dat je een nieuw neukertje had gevonden en mijn mening wilde horen.'
'Nee natuurlijk niet. Die sleep ik eerst het bed in voordat ik hem in het openbaar aan de muur spijker', zei ze.
Elly legde haar dilemma nogmaals voor.
Met een 'we komen eraan', knopte mijn echtgenote uit.

Een half uurtje later stonden we aan de andere kant van Doetinchem, in de huiskamer bij Elly. Op de bank lagen een tweetal schilderijen.
Ik keek ernaar en maakte binnen één seconde al een keus.
'En, wat vind je ervan?', vroeg ze aan mij.
'Ik ga voor keuze drie', lachte ik.
'Kom op Bart, links of rechts.'
'Geen van twee.' Ik meende het oprecht.

'Ik vind die linkse mooier', zei mijn echtgenote.' Bart, hou hem eens tegen de muur?'
Ik pakte hem op en hield hem tegen de muur. 'Lijkt het wat?', vroeg ik.
'Ik vind jouw kop mooier', klonk het vanaf de bank.
'Dank u', zei ik en legde hem terug. Vervolgens pakte ik de ander.
'Ja, die staat beter', klonk de jury.
'Mooie abstracte kunst', voegde mijn eega toe.

'Oké', zei ik, 'dat is dus beslist. Wat moest deze kosten?'
'Deze is driehonderd', zei ze.
'Pardon? Deze driehonderd euro? Ik dacht die eerste.'
'Dat maakt niet uit, ik zei al dat mama betaald.'

'Beste El, je maakt me toch niet wijs dat die ingelijste pi.. ehhh urinevlek hier driehonderd euro kost?'

Ze knikte met een stevige lach.

Ik voelde op dat moment mijn blaas vollopen met vele liters puur goud.

donderdag 30 november 2017

Heilig bezoek.

Hij komt dit jaar bij ons op visite: Sinterklaas en zijn personeel. Ik hou het met opzet stil om te voorkomen dat we hier Dokkumse toestanden krijgen inclusief een wegblokkade. Daar zitten wij niet op te wachten. En zeker kleinkinderen niet die nu al behoorlijk opgefokt zijn. Mocht er zich al een demonstrant op de stoep wagen, dan moet deze voor zijn leven vrezen. En dan niet vanuit de fysieke invalshoek, maar puur vanuit gedrag. Zet deze kinderen op vol vermogen één minuut bij zo'n demonstrant en hij loopt gillend naar huis. Overigens geldt dat niet alleen voor de tegenpartij.... Ook de Sint heeft daar soms last van.

Ooit vond de familie dat ik wel eens geschikt zou kunnen zijn voor het ambt van sinterklaas. 'Je hebt je postuur helemaal mee', werd er enthousiast geroepen. Nou, lekker hoor. Dikke buik, kromme rug en een afgeleefde kop. 'Alsof je ervoor bent gemaakt.' Ik hoor het ze nog roepen. Op de vraag of ik wel de aangewezen persoon was om gevoelige gesprekjes met kinderen te voeren, kwam een simpel antwoord. 'Flinke neut erin en het lukt ook jou.'

Tja, toen ik uiteindelijk vol veren was gestoken, ging ik overstag en werd ik ingelijfd. Ik ging met mijn twee zeer ervaren knechten visites rijden. Ofschoon al de nodige jaartjes geleden, bleek het respect voor de Sint toen al volledig verdwenen. Er werd flink aan de stoelpoten van het bevoegde gezag gezaagd. Nou ja, gezaagd, zeg maar geknaagd want bij de eerste de beste familie waar ik mij meldde ging het al mis. Ze hadden twee van die keffende kuttelikkertjes in huis die enthousiast aan mijn enkels begonnen te knabbelen. Toen ik ze vriendelijk lachend een rotschop wilde geven, schoot mijn mantel los en stond ik in mijn hemd. Weg gezag. Weg Sint.

Bij één van de volgende gezinnen was het geloof in mij, voorzover ik dat zelf al niet gedurende de avond had verloren, volledig verdwenen. Een tweetal bengels van een jaartje of tien, waarvan de vader en moeder nog heilig geloofden in de opvoedkundige en corrigerende kracht van de Sint, namen een loopje met mij. Ik had het idee in de beklaagdenbank te zitten waar ik werd blootgesteld aan een kruisverhoor. Waar of de nieuwe spelcomputer was verstopt. En graag een beetje snel opheldering want de heren wilden aan de gang. Ik meende nog iets van een "oude zak" op te vangen. De ouders lagen behalve krom van de alcohol ook nog in een onnatuurlijke houding van het lachen.

Tijdens het laatste bezoekje werd het mij al snel duidelijk dat de familie onderling ruzie had en de Sint naar verwachting vrede kwam stichten. Er werd mij bij binnenkomst een boekje met gedichten in de handen gedrukt met het verzoek vooral het tweede gedichtje hardop voor te lezen. Het ging over ome Jan, een zoutwatermatroos die stevig naast de pot had gepist en nu via de Sint anoniem op zijn nummer moest worden gezet. Bij regel twee had ik hem door. Je wil niet weten wat je allemaal kunt rijmen op "nut". Of ome Jan blij was met de opblaaspop die in het doosje zat kon ik niet pijlen. Het gedichtje klopte in ieder geval wel: "tegen verveling in de hut, schenkt Sint je een rubberen trut". Er waren overigens geen kinderen aanwezig bij dit "familiediner". Die vierden Sinterklaas bij de voetbalclub.

Ofschoon ik direct na dit bezoekje ben gestopt, ben ik nog altijd begaan met zijn lot. Ook voor het aanstaande bezoek. Ik heb dan ook de nodige maatregelen genomen. Hij stalt zijn auto bij aankomst meteen in de garage en gaat de deur op slot. Hij wordt vervolgens onder begeleiding in zijn stoel gezet, er gaat een hek omheen, de gedichtjes worden eerst gescreend, gedurende zijn aanwezigheid geldt er een drooglegging en een demonstratieverbod.

Tot slot wil ik van hem een Verklaring Onbesproken Gedrag en van de Pieten een echtheidscertificaat.

Ik laat niets aan het toeval over.

Bart

dinsdag 28 november 2017

Bratwurst

'Kijk nou toch eens wat leuk', zei mijn echtgenote. We stonden voor een met hout opgetrokken kraampje op een kerstmarkt in Duitsland. 'Ja hoor, enig', zei ik ietwat afwezig want mijn aandacht werd getrokken door een meer dan verleidelijk reukspoor wat ergens op de markt werd geproduceeerd en uiteindelijk bij mijn neus terecht kwam. De geur kwam onmiskenbaar van een bratwurst en ik keek nerveus om mij heen op zoek naar de oorsprong. 

Bratwursten doen namelijk iets met mij. Ze zorgen ervoor dat mijn maag zich anders gaat gedragen dan dat je van een normaal opererende maag mag verwachten. Hij draait, begint vervolgens een rek en strekoefening en blijft dan met de ingang naar boven gericht schreeuwen om aandacht. 'Vul mij, vul mij', hoorde ik hem knorren. Bovendien voelde ik dat hij mij probeerde te chanteren met een opkomende boer. 

'Vind je het leuk?', informeerde mijn echtgenote opnieuw. Ze stond nog steeds met het houten dingetje in haar vingers en de verkoopster tikte ongeduldig op het in elkaar geknutselde toonbankje.
'Ja hoor, geweldig. Koop nou maar want dan kunnen we verder.' Ik had helemaal geen zin in discusies rond een in mijn ogen totaal overbodig versiersel wat eerst ergens in de vensterbank zou belanden om vervolgens na kerst in de vuilnisbak te eindigen. Maar goed, ik zit iets anders in elkaar dan mijn echtgenote.
'Vul mij, vul mij', hoorde ik vanuit de krochten van mijn lijf.

'Heb je weer eens haast?', vroeg ze geirriteerd. 'Nee hoor', probeerde ik geruststellend te klinken. Maar zoals al gemeld doet zo'n bratwurst iets met mij. En blijkbaar ook met de manier waarop ik praat. 'Je klinkt heel raar', zei ze.
'Fünf Euro', riep de verkoopster.
'Bart, vijf euro. Betaal jij even, ik ben schoon.'

'Vul mij, vul mij', de geur en drang werden bijna ondraaglijk. Ik trok mijn portemonnee en stopte hem na een korte blik ook meteen weer terug. 'Laat mij nog eens even kijken naar dat dingetje?' Ik graaide het uit haar handen. 'Vijf euro?', vroeg ik toen. 'Dat is veel te veel voor zo'n beschilderde wasknijper.'
'En je vond hem leuk', zei ze. 'Jawel, maar niet voor vijf Euro. Viel zu teuer', riep ik naar de verkoopster die in beweging kwam, het ding uit mijn vingers trok en ietwat geïrriteerd terugzette tussen de rest van de prullaria.

'Nou ja zeg, Bart, heb ik hier ook nog wat in te brengen?', vroeg ze verbouwereerd. 'Ik wil dat ding kopen.'
'Schatje, het is troep. Het is slecht op het voetje gelijmd en de verf is nog nat.' Ik begon overdreven met mijn vingers langs mijn broek te wrijven.
'Vul mij', hoorde ik opnieuw. Er borrelde nu ook een lichte boer.
'We gaan', besloot ik en trok haar aan de arm mee.

'En wat nu?', vroeg ze nog steeds boos. 'Eerst eten', zei ik. 'Daarna kijken we nog wel naar iets leuks.'
Ik volgde het spoor richting bratwurstkraam die ik binnen dertig seconden in het oog kreeg.

'Zwei Bratwurst mit ein Brötchen', bestelde ik.
'Sieben Euro bitte.' De man hield zijn hand gestrekt over de toonbank. Ik trok op theatrale wijze mijn portemonnee... 'Shit, schat, ik heb maar vijf euro. Heb jij nog?', vroeg ik. 'Nee, ik ben schoon, dat zei ik je toch.'
'Oké, jammer, dan kan ik er maar één kopen', zei ik. Mijn maag boerde nu iets van naderende tevredenheid.

'Ein Bratwurst ohne Senf bitte', riep ze naar de man voordat ik iets kon zeggen.
'Ohne Senf?', vroeg ik verbaasd. 'Ja, ik hoef geen mosterd. Trouwens, als jij nog trek hebt, een eind verderop heb je een bank. 'Doe mij maar even die laatste vijf euro van je.' Ze gaf me een veelbetekenende knipoog.

Ik ben snel weggerend. Zo'n bratwurst doet namelijk iets met me. Soms hele rare dingen.

Bart
 

vrijdag 24 november 2017

Klussen

Omdat ik tegenwoordig wel eens wat tijd over heb, komt het wel eens voor dat ik in de middag ietwat vermoeid op de bank plof, televisie aanzet en vervolgens een beetje dom naar het platte scherm kijk. En vooral dat "dom kieken" past over het algemeen goed bij het menu wat de geachte televisie-makers op dat moment serveren.

Zo schoof ik een zender binnen wat in de catagorie "kijkcijferkanon" valt. Ik heb het dan over het een of andere klusprogramma waarbij een paar onverlaten aan de slag gaan om het huis van de kandidaten op te leuken. Ik noem het maar kandidaten want ik kan niet aan de indruk ontkomen dat je vooraf door een flinke commerciële balotagecommissie wordt getrokken alvorens Ed en Willem Bever bij jou op de stoep staan. 

Het programma schijnt al een aantal jaar hetzelfde principe te kennen maar ik zag het nu voor het eerst. Voor de kritische mens, waar ik mijzelf toe reken, was het uiterst vermakelijk. De presentator belt op het adres aan, de bewoner doet "verbaasd" open en nadat de cameraman, die al lang binnen stond, een stapje aan de kant had gedaan, werd hij binnengeloodst. Ach en wee want het huis was wel heel erg aan een opknapbeurt toe. En, heel verrassend, het setje kon er zelf niet goed uitkomen hoe ze het moesten opleuken. Tja, die discussie ken ik persoonlijk ook.

De bewoners werden nog even aan het werk gezet want ze moesten een "moetbord" maken. Ik begreep niet helemaal wat dat moest voorstellen, maar dankzij mijn inmiddels aangeschoven echtgenote werd hef mij al snel duidelijk. Het bleek het een "moodboard" te zijn. Op zijn Hollands: een stemmingsbord. Ik denk dan bij mijzelf "noem het dan ook zo"  want we wonen in Nederland. Dit zijn overigens van die programma's waarin ze hebben bepaald dat de ouderlijke slaapkamer "masterbedroom" moet heten. Maar goed, terug naar het programma op het scherm.

Nadat er een flinke relnicht het hok binnen was gejaagd, een bezoekje werd gebracht aan een woonwinkel in Zutphen en er vervolgens een onzinnig plan werd gepresenteerd, mochten de klussers aan de gang. Ondertussen werden de eigenaren van het pand, die ergens in de stad aan de koffie zaten, voorzien van sumiere informatie in de hoop dat ze heel erg ongerust zouden worden. Dat is leuk.

Toen ik vanwege het verder sukkelende programma langzaam in slaap dreigde te zakken, kwam dan toch nog het eindresultaat in beeld. De meningen waren bij ons op de bank verdeeld: mijn echtgenote vond het geweldig, ik een ramp. De bewoners werden nu naar binnen gesleept en moesten volgens het contract roepen dat ze het geweldig vonden. De geoefende "wouws" en "gaafs" kwamen er vrij natuurlijk uit. Ter afsluiting werd de relnicht op het toneel getoverd, vervolgens nog even flink gekust en mocht hij de voorgeprogrammeerde lofuiting tot zich nemen.

'Leuk programma hè Bart', zei mijn echtgenote enthousiast. Ze stak veelbetekenend haar tong naar mij uit.
'Geweldig schat, ik kan haast niet wachten op de volgende aflevering.'

Ik heb vervolgens mijn benen op de bank getrokken en ben weggezakt in mijn "mancave". Zo mag ik van die beunhazen mijn eigen plekje voortaan noemen. 

Ik ben ze diepe dank verschuldigd.

Bart

donderdag 23 november 2017

De groet

'Als jij nou de kinderen in de gaten houdt, dan ga ik even naar het toilet.'

We stonden op een parkeerplaats aan de Duitse autobaan pauze te houden. De zoveelste pauze want kinderen beschikken over het fatale talent om hun blaas in te zetten als chantagemiddel als ze er genoeg van hebben.

'Ik moet plassen.'
'Je bent nét geweest.'
'Maar ik moet echt.'
'Dat kan niet hoor.'
'Dan plas ik in mijn broek.'

Gevolg: plankgas naar de volgende parkeerplaats en stoppen. Zo dus ook op deze parkeerplaats waar na het uitknijpen van de kinderblazen, ook mijn echtgenote nog even moest. Mijn eigen blaas was volledig ingesteld op de lange rit. Ik kon nog wel twee kinderlozingen overbruggen.

'Papa, wat zijn dat allemaal voor een vrachtwagens? Die grote daar? Er zitten allemaal soldaten in.'

Ik pakte hem van achteren bij zijn schoudertjes en samen keken we over het hekje.
'Dat zijn allemaal Amerikaanse soldaten en legerauto's', zei ik. De jongste van de twee kwam er nu ook bij staan.
'Zwaai maar', zei ik. Beide handjes gingen omhoog en er kwam vanuit het legergroene materieel zwaaiende reacties terug. 
Dolle pret.

Blijven jullie achter dit hekje staan?', vroeg ik terwijl het eigenlijk als opdracht bedoelde. Ze bleven staan. Het beeld was te mooi om op andere, ondeugende gedachten te komen. Ik opende ondertussen de klep van de koelbox die achterin de auto stond, en trok een blikje lauwe cola los. Koelboxen met koelelementen zijn leuk, maar na een uurtje uitgewerkt, en gaan dan als een soort van 'lekker pûh' als tegenprestatie warmte afgeven. Ik boerde. 

Ondertussen keek ik nog even naar de bumper die werd ontsierd door een stevige kras. Het was de aanleiding geweest voor een stevige discussie. Mijn echtgenote vond dat ik de veroorzaker was terwijl ik de bewijzen had van een ander scenario.

'Gaat het nog goed jongens?'
'Ja papa, er zijn heel veel vrachtwagens.'

Dat klopte wel want dit was een konvooi vanwege een grote legeroefening. Ik had het op het nieuws gezien waar het werd aangekondigd als een mogelijk vertragingsoorzaak richting zuiden. Ik ging nog even met mijn kont half in de bagageruimte zitten van onze Renault Nevada en poetste nog wat over de kras. Ondertussen werkte ik het laatste restje cola uit het blik.

'Papa, waar is mama?', vroeg de jongste. Hij was om de auto heengelopen.
'Mama is plassen.' Ik kuste het manneke op zijn blonde koppie.
'Mama moet altijd plassen', zei hij. Ik gaf hem nog een kus. Ondanks zijn jeugdige leeftijd had hij de wereldproblemen aardig door.
'Ik hoef nu niet te plassen.'
'Nee, maar voordat we weer gaan rijden, gaan we het nog wel even proberen, hè.'
'Ik moet misschien nog wel poepen.'
O ja, die hadden we nog niet gehad. Ik kreeg heel erg zin een Dixi-op-wielen achter de auto te knopen.

Er klonk nu af en toe getoeter van vrachtwagens.
'Gaat het goed?', vroeg ik mijn oudste die nog steeds trouw voor de auto stond.
'Ja Papa, ze toeteren nu ook.'

In de verte zag ik mijn echtgenote naderen. Ze liep met een stevige tred en ze wees. 
Ze probeerde ook nog iets te roepen, maar het geluid werd door het geclaxoneer vermorzeld.
'Kijk, mama zwaait, zwaai maar terug', zei ik tegen de jongste. Hij zwaaide.
Ze bleef echter wijzen en ik kreeg het idee dat er iets niet goed ging. Ik kroop uit de kofferbak.

'Wat is er?', vroeg ik.
'Kijk eens naar voren. Je let ook gewoon niet op!' Ze was boos.
Ik draaide me met een ruk om.
Voor onze auto stond nog steeds onze oudste zoon te kijken naar het Amerikaanse leger. Ik ontdekte wel een verandering in zijn houding want blijkbaar was hij moe geworden in zijn armpje en hield hem nu, ondersteund met zijn rechtervlerk, schuin gestrekt richting hemel. 
Hier werd de perfecte "Hitlergroet" tentoongesteld.

De soldaten konden het gebaar blijkbaar zeer waarderen. Er klonk een kakafonie aan claxons en het ventje werd enthousiast toegezwaaid. 

Hij is door toedoen van het ouderlijk gezag onmiddelijk gedeserteerd.

Bart

woensdag 22 november 2017

Fotoshoot

Onlangs heb ik een uitgebreide fotosessie ondergaan in één van de fotostudio's die ons Slingeland-ziekenhuis rijk is. Dat is best een bijzondere ervaring en zeker omdat ik er in dit specifieke geval niet leuk bij hoefte te kijken. Dat kwam omdat het een onderdeel van mijn lichaam betrof waar gezichtspieren geen invloed op kunnen uitoefenen. Ook de kledingkeus bleek niet belangrijk en dat vond ik best jammer want ik had speciaal voor deze sessie een tot dan toe nog weinig gedragen trui aangetrokken. Ik doe dat altijd bij speciale gelegenheden. En ik vond dat dit er ook zo één was.

Nadat zo'n sessie klaar is, komt er verplegend personeel melden dat het klaar is en dat je weer terug mag in het kleedhokje om je aan te kleden en via de zijdeur de studio moet verlaten. Dat doen ze omdat ze via een andere deur weer een nieuwe kandidaat binnen laten en het natuurlijk heel vervelend zou zijn als je elkaar tegen zou komen. Ofschoon ik er dan met mijn bijna nieuwe trui best wel netjes uitzie, is het altijd de vraag of die ander dat kan waarderen. Ik heb daar wel een mening over.

'Is hij gelukt?', vroeg ik toen ik het klaar-signaal had ontvangen. 'Ja hoor, dat zit wel goed', stelde de fotograaf mij gerust. 'De uitslag krijgt u via uw behandelend specialist.'  Ik vind daar iets van. Ik snap nooit zo goed waarom je zo'n foto van jezelf niet even mag bekijken. Natuurlijk, er moet door een zakenkundige worden gekeken naar afwijkingen maar ik vind het best leuk om er gewoon even op mijn gemakje naar te staren. Print hem desnoods uit zodat je er thuis ook nog wat aan hebt.

Ik heb dat overigens al eens aan zo'n mevrouw in een witte jas gevraagd. Ze wist te melden dat het niet gebruikelijk was dat er printjes werden gemaakt. 'Dat zou een mooie boel worden', lachte ze. Ik kan me dat gesprekje nog goed voor de geest halen omdat ze kuiltjes in haar wangen had die ik grappig vond.
Ik snapte de "mooie boel" niet helemaal. Hoe dan ook: ik kreeg hem niet mee. Ik denk zelf dat het met de rechten te maken heeft en dat de zorgverzekeraar het portretrecht heeft. Misschien moest ik mij daar maar eens melden.

Hoe dan ook: gisteren was het dan zover. Ik mocht mij melden bij de specialist die er een weekje of twee naar heeft mogen staren en mij nu ging uitleggen of ze iets afwijkends voorbij had zien komen. Nadat ik in haar werkruimte plaats had genomen en ze na twee seconden van prettige bla bla het beeldscherm in mijn richting had gedraaid, werd ik geconfronteerd met mijn binnenkant. Ik schrok enorm want het zag er niet best uit. Ik ontdekte een chaos van botten en overig en kon weinig structuur ontdekken. Het bleek tot mijn verrassing allemaal zo te horen. Met een pakket aan adviezen mocht ik de werkruimte weer verlaten.

Even later stond ik bij de balie om wat foldertjes te ontvangen. De vriendelijke dame keek mij lachend aan en mij bekroop de onzinnige gedachte dat ook zij mijn binnenfoto had bekeken en nu blij voor me was.

Ik nam de foldertjes in ontvangst en knikte vriendelijk vanwege het naderende afscheid. Ze bleef prettig kijken. Ik heb daar over nagedacht. Waarom ze bleef kijken.

Ik denk zelf vanwege mijn nieuwe trui.

Bart

dinsdag 21 november 2017

Verslaving

'Het regent', merkte mijn echtgenote op toen ze naar buiten keek. Het was voor mij een overbodige mededeling want ik had dat zelf ook al geconstateerd. Ik kijk namelijk vaak naar buiten en dat doe ik omdat ik tijdens het staren vaak inspiratie op doe waarmee ik dan vervolgens een column schrijf. Ik was daar op dat moment mee bezig. De tablet lag voor mijn neus.
'Ja, dat zag ik al, het regent trouwens al een tijdje hoor', zei ik ietwat afwezig.

'O, jij had dat al gezien. En dan niet even met mij delen.'
'Nee, dat vond ik niet nodig. Het is iets negatiefs. Als de zon nou zou schijnen, dan zou ik het meteen uitschreeuwen.' Ik richtte me weer op mijn tablet.
'Ik zat net een plan te maken om op de fiets naar de stad te gaan om wat aan de cadeautjes te doen. Dan gaan we maar met de auto', besloot ze.
Ik begreep het niet helemaal. 'Cadeautjes?', vroeg ik.
'Sinterklaas. Of was je dat alweer vergeten.' Ze keek niet leuk.

'Nee, niet vergeten hoor.' Ik perste er een lachje uit. Ik was het knalvergeten.
'Volgens mij was je het wel vergeten. Je bent ook zo afwezig de laatste tijd. Ik kan hele verhalen afsteken maar het blijft niet hangen. Sterker nog, het komt helemaal niet binnen. En dat is zo irritant.' Ik voelde een opgaande lijn in haar boosheid.
'Nou, dat valt best mee', zei ik. Ik vond dat ook.

'Dat valt helemaal niet mee. Sinds je met pensioen bent, zie ik je alleen nog maar voorovergebogen naar die tablet staren. Er is bijna geen contact meer mogelijk. Misschien is het handiger als ik voortaan via de mail met je communiceer. Dan krijg je in ieder geval een pingeltje en weet ik zeker dat je het leest want je leest alles wat op die tablet binnenkomt. Appjes, mailtjes, wordfeud en weet ik veel wat voor een aandachtstrekkers er allemaal nog meer op dat scherm verschijnen.'

Dit rolde helemaal de verkeerde kant op. Ik zie zoiets aankomen en dat komt omdat ik daar in de loop der jaren een extra zintuig voor heb ontwikkeld. Ik ruik het gewoon en voel wanneer de acceptatie-grens is bereikt. Ik legde dan ook de tablet aan de kant.

'Cadeautjes, had je al iets in gedachten?', vroeg ik met mijn aandacht nu vol op het onderwerp gericht.
'Tjonge jonge, Bart, we hebben dat zaterdag allemaal besproken. Ben je dat nu al vergeten? Kijk, dat bedoel ik dus. Je krijgt echt helemaal niks meer via de normale kanalen binnen.'
'Sorry schat, ik ben het gewoon even kwijt. Dat kan toch?' Ik vond dat ik best wel eens iets mocht vergeten. En dan die cadeautjes... die hadden we vast snel weer in beeld.

'Waar moet dat met jou naar toe. Je begint echt op een verstrooide professor te lijken', zei ze met een diepe zucht. Ik keek haar aan en gaf een knipoog. Ze schudde haar hoofd. Terwijl ik naar haar keek, voelde ik iets van een opkomende inspiratie. Tegelijkertijd keek ik in een reflex naar het lonkende apparaat naast mij en voelde mijn grijpspieren samentrekken. Ze zag het.
'Kijk, dat bedoel ik dus', zei ze terwijl ze naar het apparaat wees. 'Een verslavende magneet.'

Ik heb hem de rest van de dag maar niet meer aangeraakt. Een geweldige ervaring.

Bart

zondag 19 november 2017

Over een oude koe

Ik kwam hem tegen op de markt. Mijn oude schoolvriend Harry. Ik meende dat hij Jansen heette maar dat bleek niet juist. Hij was van Timmermans. Toen ik het er met mijn echtgenote over had wist ze te melden dat het een normaal verschijnsel is. Dat je jarenlang denkt dat iemand Jan heet, en achteraf een Piet blijkt te zijn.

Maar goed, we besloten een keer bij elkaar op de koffie te gaan en om de oude koe maar meteen bij de horens te vatten werd er een afspraak gemaakt.

Het was op een zondagmiddag dat hij met vrouw en kind verscheen. Een nog jong kind stelde ik vast maar dat werd al snel verklaard. Harry was inmiddels bezig met een derde leg. De eerste leg had een tweeling opgeleverd, de tweede leg een drietal kinderen bestaande uit twee jongens en een "meid" zoals hij het uitlegde. De derde en voorlopig laatste leg bracht een manneke voort wat nu onze salontafel aan het slopen was. Harry vond kinderen wel grappig, zei hij. Volgens mij vond hij dat ook van vrouwen.

'Jij nog steeds met je eerste liefje?', vroeg hij nadat de geloofsbrieven waren uitgewisseld en de koffie had plaatsgemaakt voor een alcoholische verfrissing.

'Ja, nog steeds', zei ik. Mijn echtgenote greep nu in.
'Nou ja, "nog steeds" heeft iets van "binnenkort kun je je koffers pakken" en dat is natuurlijk onzin.'

'Inderdaad Bart, dat klinkt niet erg hoopgevend', zei de vrouw van Harry. Ze heette Liesbeth, was een jaartje of vijfendertig, en als ik haar moest typeren dan kwam ik al snel uit op een "Multatuli-trut". Zo'n alto type waarvan het leven in het teken stond van "fairtrade".Tenminste, zolang bles het kon trekken want dat soort types gaat uiteindelijk ook voor eigen portemonnee.

Ik merkte het al aan de vraag of ze koffie wilde en ze meteen vroeg wat voor een koffie we dan wel schonken. Wij legden uit dat het bonen betroffen die in een italiaans apparaat tot poeder werd gemalen waar vervolgens door het apparaat onder hoge druk water doorheen werd geperst. Ze had slechts een glimlach laten zien en "opteerde" toch liever een kopje thee. Maar dan wel groene thee.

Harry bleek het wel aardig te hebben gemaakt in het zakenleven. Hij was directeur van zijn eigen kledingbedrijf en had filialen over de hele wereld.

Hij sprak honderd uit over zijn leven en over zijn grootse succes.
'Uiteindelijk was de MULO natuurlijk wel leuk voor een simpele basis, maar we hebben daar natuurlijk niks geleerd.'

'Nou ja', zei ik. 'We hebben wel examen gedaan in een vakje of tien, en dat is toch heel wat meer dan ze tegenwoordig presteren.'

'Wat is er van jou terecht gekomen Bart?' Ik dacht dat hij het nooit zou vragen.
'Nou, ik ben met mijn MULO best nog wel een eind gekomen', zei ik. 'Uiteindelijk ben ik wel manager geworden van een grote productieafdeling met een kleine tweehonderd medewerkers.'

'O, leuk. Wij starten volgende maand een nieuw filiaal in Moskou', zei hij. 'En dat is heel interessant want daar ligt voor ons een enorme markt, nietwaar schat?' Hij betrok mama Fairtrade er nu ook bij.

'Ja, een hele grote markt', beaamde ze.
'En wat heb jij gedaan?', vroeg Liesbeth vervolgens aan mijn echtgenote.
'Ik heb het huishouden gedaan en mijn twee jongens opgevoed.'
'O, ja, dat kan ook hè ?'
'Ja, dat kan ook.' Ik zag aan de gezichtsuitdrukking van mijn echtgenote dat ze wel klaar was met deze Liesbeth.

Het knulletje begon nu te huilen. Net op tijd. Het was een mooi aanknopingspunt om het bezoek te beeindigen. 'Onze kleine man moet een slaapje doen, hè Prins.'

'Ja, dat denk ik ook', zei mijn echtgenote. 'Zijn ogen rollen hem in zijn bolletje.'

Toen we in de gang stonden trok Harry nog even zijn visitekaartje. 'Bel weer eens een keertje', zei hij. 'En kom dan gezellig een hele dag.'

Toen namen we afscheid en liepen ze naar hun auto.

'Kom dan gezellig een hele dag', echoode ik.

Ik denk zelf dat er geen ontmoeting meer gaat plaatsvinden. De oude koe gooi ik terug in de sloot die ik daarna persoonlijk ga dempen. Met een dikke laag van gewapend beton.

Bart