Totaal aantal pageviews

maandag 22 mei 2017

De knutsel-oppasdag




'Opa, kan jij voor mij een vliegtuigje vouwen ?'.
Voor mij stond mijn kleinzoon met een velletje wit papier in zijn hand wat hij ergens van een blocknote had afgescheurd.

'O ja hoor, dat kan opa wel', riep mijn echtgenote vol vertrouwen vanuit de keuken.
'Ik hoor net dat opa dat kan', zei ik met een licht cynisme in mijn stem.

Hij legde het velletje voor mij op tafel en bleef erbij staan kijken.

'Tja, wat voor vliegtuig wil je dan ?', vroeg ik in de hoop dat hij de rest van de dag zou gaan nadenken.
'Zoals papa die altijd maakt', klonk het. Hij ketste daarmee een extra moeilijke hobbel op de route want nu moest hij ook nog ergens op gaan lijken.
'Zal opa dan een raket vouwen ?', stelde ik voor. 'Nee, zoals papa doet'.

'Dat kan opa heel goed hoor'. De bemoeizucht vloog vanuit de keuken naar de kamer en viel met een zware plof pal voor mij op tafel. Ik stuurde een diepe veelbetekenende zucht-zonder-tekst retour.
'Ga jij nog maar even spelen nog, vent, dan gaat opa vouwen. Als hij klaar is, dan roep ik wel'.
Hij bleef staan.

'Wanneer begin je opa ?', vroeg hij ongeduldig.
'Opa moet heel even nadenken', zei ik om wat extra tijd in te kopen.
'Papa kan dat heel snel', voegde hij eraan toe.

'Kom op opa, hoe moeilijk kan het zijn', riep de keuken.

'Ik denk dat oma het beter kan'.
'Oma heeft nu geen tijd, ik ben aan het soppen'.
'Dacht al zoiets', bromde ik. 'Zo gaat dat meestal'.

Plotseling herinnerde ik mij nog dat er op zolder ergens een doos vol knutselspullen moest staan. Mijn redding.
'Opa moet even naar zolder, ik kom zo terug en dan maak ik een heel mooi vliegtuig voor je'.

'Wat ga je doen ?', vroeg de keuken.
'Even naar zolder'. Ik stond op en liep de trap op.

Wat later vond ik eindelijk de verhuisdoos die inmiddels een jaartje stond te wachten om uitgepakt te worden. Ik trok hem open, het werd vervolgens even zoeken maar toen had ik het te pakken. "Origami voor de beginnende vouwer". Ik pakte het boekje, stootte nog even mijn hoofd aan de lage dakbalken en strompelde toen terug naar de kamer.

'Waar bleef je zo lang ?', informeerde mijn echtgenote.
Triomfantelijk hield ik het boekje omhoog. 'Het vouwen van een vliegtuig', riep ik enthousiast. 'Fluitje van een cent'.

Ofschoon het zo op het eerste oog niet erg op een vliegtuig leek, vond ik op bladzijde tien toch iets wat in de buurt kwam. Mijn kleinzoon was er in ieder geval enthousiast over, en dus begon ik aan de vouwklus.

Half uur later pakte ik met een diepe zucht het laatste velletje in een poging nu tot een luchtwaardig ding te komen en waarmee mijn kleinzoon tevreden zou zijn.

'Het lijkt nergens op', zei mijn echtgenote.
'Moet jij niet soppen ?', informeerde ik op zoek naar rust.
'Opa wat is dat ?', mijn kleinzoon keek beteutert naar de berg mislukte papiertjes en het ding wat nu onder mijn vingers zijn voltooiing naderde. Ik was inmiddels een uur verder.

'Oma, ik wil niet meer een vliegtuig, ik wil een boot. Zoals papa altijd doet. Kan jij dat ?'. Oma knikte enthousiast.

Ik keek ondertussen even naar het miegeltje van het manneke en toen naar mijn creatie. Met een beetje proppen moest het passen.

Bart

Copyright brompot mei 2017

zaterdag 20 mei 2017

Middagje Hamburgerstraat

Onbedoeld kwamen we terecht in een enorme heksenketel. Een kakafonie van bandjes en loslopende muzikanten die volgens mijn echtgenote ter ere van de afsluiting van de avondvierdaagse hun optredens verzorgden. En aangezien onze kleinzoon meedeed aan deze volstrekt nutteloze onderneming, sloot ik mij enthousiast aan en storte mij in een wereld vol Doetinchemse gezelligheid.

Terwijl mijn familie het enorm gapende tijdsgat tussen vertrek verzamellokatie Metzo en finish op het plein voor het gemeentehuis vulden met het doorlopen van de nog resterende kledingzaken die Doetinchem rijk is, plofte ik van lieverlee maar op een bank in de Hamburgerstraat. De familie heeft liever niet dat ik mee ga shoppen.

Ik kan me overigens nog steeds mateloos ergeren aan de derde-rangs architect die ooit had begrepen dat niet de Achterhoek als gebied maar juist de achterhoeker als mens zou krimpen. Qua lengte. En als gevolg daarvan alvast een voorschot had genomen op de hoogte van het zitvlak van de bank: ca 10 centimeter van de grond. Direct gevolg: tegen die tijd dat je zit heb je een dubbele hernia en kom je er zonder takel of ziekenhuis-papagaai nooit meer af.

Ik zat daar dus te zitten en een beetje dom voor mij uit te staren. Er viel weinig intelligents te zien. Ja, een paar dames met op hun hoofd een feestelijke papieren puntmuts. Blijkbaar bezig met een soort van vrijgezellenmiddag hetgeen werd bevestigd door de aanwezigheid van één dame waarbij het vriendinnengroepje nog een ludiek grapje had toegepast. Hou je vast: ze hadden een snor onder haar neus getekend. Men had beter voor een sik kunnen kiezen want echt vrolijk keek deze aanstaande bruid niet.

Ik moest er nog even over nadenken. Over de geschiedenis van dit inmiddels tot op het bot toe versleten fenomeen: dit was zó 1972. Wellicht had de toekomstig echtgenoot dit in gang gezet zodat hij de handen vrij had om zich in het bijzijn van zijn vrienden nog een keer lekker ouderwets en ongestoord vol te laten lopen in de bananenbar op de Amsterdamse wallen.

Naast mij zat een oudere man, ik denk een opa, die door zijn kinderen op het bankje was gedropt met de opdracht naar het vierdaagse wandelende kleinkind te zwaaien. Hij had een snoepzakje-met-halsketting op schoot alsmede een papieren vlaggetje van de plaatselijke Jumbo om het kind als ware het een Max Verstappen bij de finish af te kunnen vlaggen.

Plotseling verscheen er vanuit het niets een fietsend muziekkorps. Ik miste even de link tussen het wandelevenement en de fietsende fanfare. Maar zoals gezegd mis ik sowieso het nut van dit soort activiteiten. Ja, het is een prestatie om de tocht te volbrengen, dat wel, maar dat is een middagje winkelen ook. En dan staat er niemand met een snoepzakje en een Jumbo-vlaggetje bij de finish.

Opeens klonk er een vingerfluit. Ik moest in beweging want de wandelclub was in aantocht. Snel zocht ik een plek tussen het publiek, ergerde me nog kort aan een sukkel die voordrong maar kreeg toen onze kleine man in beeld. Lekker enthousiast huppelde hij met zijn klasgenootjes door de erehaag.

'Dat is mijn kleinzoon', riep ik als een grijze pouw zo trots tegen een dame naast mij.
'Ja, dat is toch een prachtige activiteit voor die kinderen. En een hele prestatie. HENKIEEEEE !', schreeuwde ze enthousiast. Ik kreeg een bos tulpen in mijn snuit gedrukt.

Ik ben snel naar mijn manneke toegelopen en heb hem een dikke knuffel gegeven. Vervolgens zijn we hand in hand achter de muziek aan naar de finish gelopen.

Het was een geweldige middag.

Bart

Copyright brompot mei 2017

donderdag 18 mei 2017

Onwillig..

'En wat gaan we er nu concreet aan doen ?', vroeg hij. 'Dit kan hier niet zo blijven liggen'.
Ik keek somber naar de scherven van iets wat even daarvoor nog een volle pot doperwten was geweest. De groene erwtjes lagen er wat sneu tussen, zich ongetwijfeld realiserend dat dit het onverbiddelijke einde betekende van de voedselcirkel waar ze deel van uitmaakten.

'Tja, ik denk dan aan iets van een bezem ?'.
Hij keek mij aan. 'Denkt u dit enkel met een bezem op te kunnen lossen ?'.
'Heeft u een beter voorstel dan ?', vroeg ik.
'Nee, maar die hoef ik ook niet te hebben. Het is namelijk uw probleem. U laat die pot hier vallen '.

'Heeft u nu een bezem of niet ?', herhaalde ik ongeduldig. Ik had geen zin om hier nog een urenlange discussie te voeren rond de "onnut" van het uit mijn handen laten vallen van een pot doperwten. Bovendien moest ik nog een nieuwe scoren.

'Ja, die heb ik'.
'Mag ik die dan van u gebruiken ? Dan is het snel opgelost'.

'En hoe raapt u de bijeen geveegde rommel dan op ?'. Mij bekroop het gevoel hier te maken te hebben met een machtswellusteling die er het duivelse genoegen in had om me zo afhankelijk mogelijk te laten voelen.

'Met een stoffer en blik', stelde ik impulsief voor.
'Heeft u die dan ?', dramde hij door.
Ik klopte zoekend op mijn zakken. 'Ik geloof het niet. Helemaal vergeten mee te nemen. Zou ik die dan ook even mogen lenen ?'.

'Toe maar, ook nog een stoffer en blik'. Hij slaakte een zucht.

'Maar dan ben ik er nog niet. Ik heb namelijk ook geen vuilnisbak bij me. Mag ik het dan bij u in de kliko mikken ?'. Een eerbaar voorstel.... hij schudde echter fanatiek met zijn arrogante kop.

'Ik wil dat glas absoluut niet in mijn vuilnisbak meneer', zei hij streng. 'Wij scheiden hier alle afval'.

'Waar moet ik het dán laten ?'. Hij haalde zijn schouders op.
'Ik zou het meenemen naar huis en daar weggooien'.

'En hoe meenemen ? In mijn hand ?', vroeg ik nijdig terwijl ik ze veelbetekenend naar voren stak.
'Dat is wederom UW probleem meneer'.

Ik was er helemaal mee klaar. Tijd voor een evaluatie.

'Meneer, ik laat voor uw deur per ongeluk een pot doperwten vallen. Ik wil het opruimen. Zoals het ook hoort. Ik vraag om een bezem, aansluitend om een stoffer-en-blik en verzoek gebruik te mogen maken van uw kliko. Het enige wat u bijdraagt is de melding dat het vooral MIJN probleem is. Wat verwacht u nu nog meer van mij ?'. Ik was inmiddels tot wit-heet opgestookt.

'Ik verwacht dat het wordt opgeruimd', zei hij hatelijk rustig.

'Dat verwacht ik inmiddels ook', zei ik. 'Succes ermee'.

Ofschoon de man nog stevig protesteerde, verliet ik met grote driftige passen de crime-scene.

Toen ik die middag nog even langsfietste was de rommel opgeruimd en ongetwijfeld in de kliko beland.

Ik vermoed met behulp van een pincet.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

dinsdag 16 mei 2017

Een lesje

'En toen kwam ik net de bocht om en was het raak', zei ze.

Ze zat naast me op een bankje aan het oude-ijssel-haventje. Ik zat even uit te puffen van een fietstocht en zij zocht blijkbaar aanspraak en was naast mij gaan zitten. Ze klaagde over "roekeloos fietsende jeugdpuisten die elke verkeersregel aan hun laars lappen" .

'Veel schade ?', informeerde ik quasi belangstellend. Ik was zo langzamerhand wel klaar met het geklaag en maakte aanstalten om verder te gaan.

'Nou, die schade viel uiteindelijk wel mee, een krom voorspadbord en een kapotte koplamp'.
'O, gelukkig dan maar', zei ik kort.

'Maar ik zat zelf wel in de kreukels', ging ze onverstoorbaar verder. 'Kapotte knie, hand geschaafd en een behoorlijke buil op mijn voorhoofd'. Ik keek automatisch naar het voorhoofd. Kon weinig afwijkends ontdekken.

'Hij is inmiddels al behoorlijk geslonken', stelde ik geruststellend vast.

'Maar het doet nog wel zeer als ik er overheen wrijf. En mijn knie doet ook nog steeds zeer'. Ze bukte zich, pakte de rechter pijp van haar broek en trok hem hoog tot net boven de knie. Behalve een stuk kous die om haar kuit knelde, viel er weinig te zien. 'Valt ook nog wel mee, toch ?', zei ik.

'De pijn meneer, het doet zeer. Binnenin is het niet goed'.
'Is er al een foto van gemaakt ?', vroeg ik.
'Nee, dat vond de dokter niet nodig. Het moet met een paar weken over zijn'.
'O dan, dan komt het vast allemaal weer goed'. Ik schoof onderhand naar voren, klaar om op te staan.
De broekspijp werd nu weer naar beneden geduwd.

'Maar wat vindt u dan van de brutaliteit van de jeugd', vroeg ze. 'Het is toch ongehoord. Hij riep alleen maar "sorry" en fietste toen gewoon door'.

'Ik vind er niks van, mevrouw. Jeugd is jeugd en dat is steeds vallen en opstaan. Daar leren ze van', zei ik wijs.

'Nou, maar ze hebben tegenwoordig helemaal geen manieren meer'.

Ik schoof weer naar achteren. Het werd nu interessant.
'Mevrouw, ik weet niet hoe oud u bent, maar ik schat in dat uw haren rond het midden van de jaren zestig in de vorige eeuw wild aan het wapperen waren. Kunt u zich dat nog herinneren ?'.
Ze keek me aan.

'Hoe bedoelt u dat ?', vroeg ze.

'Nooit ondeugend geweest ? Brutaal tegen vader of moeder ?'.
Ze haalde haar schouders op. 'Nou meneer, als ik brutaal was, dan kreeg ik van mijn vader een pak op mijn duvel', lachte ze.
'Het doet vast nog zeer als u eraan denkt ?', vroeg ik.
'Ja, hahaha, inderdaad'.

'Mooi, vooral veel aan blijven denken. Dan wens ik u behalve een fijne dag, nog veel herinneringen toe'.


Bart

Copyright Brompot mei 2017

zaterdag 13 mei 2017

Het trouwalbum

'Dat waren even andere tijden schat', zei mijn echtgenote. 'Toen zag je er nog heel strak uit'. Ze lachte. We bladerden door het gevonden trouwalbum.
'Wil je dat nog één keer herhalen ?', vroeg ik. Ik ging er nog even goed voor zitten.

'Toen zag je er nog strak uit'. Opnieuw een lach.
'Nee, zo zei je het niet. Je zei het anders'.
'Hoezo ?'.
'Je zei er iets vóór, vóór dat "strak"'.
'Ja hallo, ik heb het nu twee keer gezegd. Nog meer veren nodig ? En bovendien, dat was 1978, negenendertig jaar geleden'.

'Je zei dat ik er toen nog HEEL strak uitzag. Dat klinkt nèt iets gemeender'.
'Je bent een zeurende ijdeltuit. Hoe dan ook, dat trouwpak van je had nu nooit meer gepast. En bovendien volledig uit de mode'.

'Hm, het is nu weer modern. Hoe noemen die interieur-opleuk-sukkels dat ook alweer op TV ? Vintage ? Zoiets toch ?'.
'Over vintage gesproken'. Ze streek haar vingers door mijn haar. 'Grijs met kalende plekken'.

'Toch was het een mooi pak. Bruin staat mij altijd goed'.
'Nu niet meer', ze streek opnieuw.

'Ik zou echt niet weten waarom niet. Ik sloeg voorzichtig het blad om.
'Kijk, je moeder. Als je het nu over vintage hebt', zei ik voorzichtig.
'Ik had het niet over vintage schat, jij begon erover'.

'Je moeder was toen jonger dan jij nu bent. Volgens mij moest ze hier huilen'.
'Dat komt omdat ze zag aankomen dat ik met jou een zwaar leven tegemoet zou treden'. Opnieuw een streek door mijn haar.
'Wat zit je toch in mijn haar te wroeten'.
'Het zit niet', lachte ze. 'Het is net zo eigenwijs als de baas zelf'.

'Kijk, het gemeentehuis. Nog vóór de verbouwing'.
'Welke verbouwing ?, het is al talloze malen verbouwd', wist ik.
'Zeur'.

'En de antieke Fordjes van Monnereau'.
'Zie, jij was toen al van de oude meuk', kaatste ze.
'Vintage', zei ik.

'En kijk, mijn trouwboeket. Die was toch zo mooi'.
'Ja, kwestie van smaak toch ?'. Ze keek me aan. 'Mijn moeder was toch mee ?'.
'Ja, voor de kleur. Ze was bang dat het ging vloeken. Ik mocht de kleur van de jurk namelijk niet weten. Geheim'.

'Ohhh, kijk hier dan. Ons statieportret'. Ik keek naar een gelukkig ogend paar.
'Ja, prima fotograaf die Botvliet. Hij kon toen al goed fotoshoppen'. Ik kreeg een por.

'Wat denk je nu, nu je jezelf zo op die foto naast mij ziet staan ?', vroeg ze vol verwachting.

'Dat ik er toch wel HEEL strak uitzag'.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

donderdag 11 mei 2017

Friesch bloed

'Het is best nog fris', zei de man terwijl hij met een enorme open-gevouwen zakdoek een druppel van zijn neus veegde. Hij had net een volgnummer uit de automaat getrokken en nam plaats naast mij in de "prik" wachtkamer van het Slingeland.

'Ja, we hebben echt een koud voorjaar', zei ik terwijl ik naar mijn eigen nummer keek.
'Toch zijn deze temperaturen eigenlijk wel normaal voor de tijd van het jaar', blaatte ik verder.

Hij knikte en veegde een nieuwe drup. 'April doet wat hij wil'.

Inderdaad en weet u wat mijn moeder altijd zei ?: Aprilletje zoet geeft ook wel eens een witte hoed.
Ze gebruikte die kreet altijd als excuus om er bij mij een lepel olifantenlevertraan in te kunnen gieten omdat de "R" nog steeds in de maand zat. Ik protesteerde dan altijd door te roepen dat er in het hele woord sneeuw geen "R" te vinden was'.

Hij lachte.

'Ik ben van oorsprong een Fries', zei hij.
'O', zei ik alsof ik nu naast een met uitsterven bedreigde soort zat.
'En waar ergens in Friesland ?'.
'Ik kom uit Wytgaard, in de buurt van Leeuwarden'. Hij herhaalde het in een onverstaanbaar Fries dialect.

Had ik nog nooit van gehoord en ik zei het tegen hem.

'Nooit van gehoord'.

'Waar komt u vandaan ?', een logische wedervraag.

'Van oorsprong uit Den Haag'.

'Nooit van gehoord'. Hij keek mij aan en bulderde om zijn eigen grapje. Ik stak mijn duim op en lachte maar wat mee.

'Nee, vroeger zochten wij, Friezen, altijd naar kievitseieren', ging hij verder. 'En dan kwam het regelmatig voor dat we in deze tijd niets vonden. Omdat het te koud was.

Ik keek hem aan en kon mij er ook wel iets bij voorstellen dat de kievitten met de aanblik van zo'n onbehouwen Fries, eieren voor hun geld kozen om het zo maar even uit te drukken. Het zal je maar gebeuren dat je net hebt gelegd en dat zo'n uit de klei getrokken boerenpummel je nest komt leegtrekken.

'Dus eigenlijk is het niks bijzonders dat het wat fris is', concludeerde hij.
'We zijn teveel verwend', concludeerde ik.

'Zo is het meneer, verwend. Tot op het bot. Wij Friezen worden koud geboren en gaan koud dood. Het maakt ons niet uit. Neem de winter van negentiendrieenzestig. De elfstedentocht. De watjes lagen voor de kachel en de Friezen stonden op het ijs'.

Het "Elfstedenwoord" was gevallen. Hoe voorspelbaar zo'n Fries. Hij balde zijn vuist en mij bekroop het gevoel dat hij het Friese volkslied wilde zingen.

'De winnaar van drieenzestig was toch ene Paping uit overijssel ?', zei ik snel.

'Jawel, maar zijn oma van vaders kant was een Friezin. Nee meneer, het "Friesche" bloed kruipt waar het niet gaan kan en dat is over de hele wereld.

Op dat moment verscheen mijn nummer op het scherm. 'Over bloed gesproken', mompelde ik en stond op.
'Litertje Haags bloed tappen ?', grapte hij.

Ik knikte. 'Ik ben best blij met mijn Haagse bloed. Het kruipt NIET waar het niet gaan kan, maar loopt dadelijk gewoon in een buisje'.

Ik gaf hem een knipoog en liep glimlachend naar de balie.

Bart

Copyright Brompot mei 2017.

dinsdag 9 mei 2017

Een kanarie-probleem

'Ziet ú hem, meneer?', vroeg een dame die ik al vanaf een afstandje met haar hand als zonneklep richting kruin van een eik zag turen.

'Ik zie nog niks mevrouw want ik weet niet wat u zoekt'.

Het was een dame die qua leeftijd zo tegen de zestig liep schatte ik in.

Mijn echtgenote vindt dat altijd zo knap dat ik leeftijden zo goed kan inschatten. Eigenlijk is dat niet meer dan een simpel trucje. Ik gebruik mijn eigen beeld als referentie.

'Mijn kanarie. Die is vanochtend tijdens het schoonmaken van de volière ontsnapt'.

'O', zei ik. 'En nu zit hij in die boom?'.

'Ja, tenminste, volgens de bewoonster hier. Die heeft hem daarstrakkies gezien.
PIET, PIEHIEEEET, kom dan bij het vrouwtje'. Ze tikte met haar hand uitnodigend op haar schouder.

Ik vond dat niet zo handig. Ik zou me als Piet wel drie keer bedenken voordat ik op die schouder zou landen om terug in gevangenschap te worden genomen.

'Weet u meneer, normaal hoef ik maar te fluiten en dan zit hij al op mijn schouder'.

'Nu niet', zei ik. 'Dan moet er vast iets ergs aan de hand zijn met Piet'.

'Nee toch, zou het echt ?'. Haar lip trok wat scheef weg en ik voorzag een enorme huilbui.

'Of hij is inmiddels al veilig thuis terug in de volière, dat kan natuurlijk ook', opperde ik in de hoop dat ze niet zou gaan janken.
Wat voor een kleur heeft hij ?', vroeg ik voor de afleiding.

'Geel', zei ze.

Ik had al zo'n bruin vermoeden. 'En wat doet zo'n Piet in de dierenwinkel ? Ik bedoel, wat kost een nieuwe ?'.
Dat was fout. Helemaal fout. De dijken braken volledig door en de tranen gutsten over haar rood bollende wangen.

'Ik wil geen niehieuwe, ik wil Piet terug', snikte ze.

Dat had ik weer. Kutkanarie.
'En uw man ? Is hij ook aan het zoeken ?'.

Ze schudde haar hoofd. 'Die zei dat ik me niet zo moest aanstellen'. Ze snikte nog wat na.

Daar had hij wel een punt, vond ik. Voor vijf euro heb je een hagelnieuwe.

Ik bedacht mij hoe ik mij hier uit moest redden. Stiekem het getroffen gebied verlaten getuigde niet echt van meelevend sociaal gevoel.
'Verzin een list Tom Poes', zei ik tegen mijzelf.

'DAAR GAAT IE', hoorde ik mijzelf opeens roepen. Ik wees tegelijkertijd in de richting van de brandende zon.

'Waar dan, ik kan niets zien, die rotzon', riep ze. 'Ging hij die kant op ?', vroeg ze al wijzend.
Ik knikte.
'Dan is hij nu onderweg naar huis. Dank u wel meneer, dank u wel'. Ze rende weg.

Ik keek haar kort na.

Komende tijd neem ik een andere wandelroute...

Bart

Copyright Brompot mei 2017

maandag 8 mei 2017

Koningsdag op een terrasje

'Mag ik van u een tosti kaas ?', vroeg ik nadat mijn echtgenote een tosti met tonijn had besteld.
'Dat kan', zei de serveerster. Ze toetste de bestelling in een soort van mobiele telefoon.

Ik was zeer verheugd over het "dat kan" signaal. Ik heb er altijd zo'n pesthekel aan dat als je iets besteld, ze het niet blijken te hebben en dat je dan met de hete adem van de serveerster in je nek snel iets anders moet kiezen wat dan vervolgens niet te hachelen blijkt.

'Wilt u er nog iets bij drinken?', vroeg ze met haar vinger boven de knoppenkast.
Ik keek mijn echtgenote aan.
'Doe mij maar een thee', zei ze.
'Smaak ?'.
'Eh, Earl Grey'.
'En u meneer ?
'Een koffie graag. Een gewone koffie'. Ik heb niks met al die bijzondere koffies. Ooit bestelde ik een exotische bak en kreeg ik een vingerhoedje Turks zoutzuur. 

'Tosti kaas, tosti tonijn, een thee Earl Grey en een gewone koffie voor meneer. Anders nog ?'. Ik schudde mijn grijze kop, de serveerster drukte vervolgens op een knop en liep naar het volgende tafeltje. Ik had het vermoeden dat er nu in de keuken een signaal binnen zou komen met de bestelling.

Ondertussen genoten wij van het wat waterige koningsdag-zonnetje wat boven het Simonsplein hing.

'Lekker hė', zei mijn echtgenote.
'Ja', zei ik.

Naast ons kwam er een tafeltje vrij en tegelijkertijd werd hij aan mijn oog onttrokken. Een enorme rookpluim belemmerde mijn uitzicht. Ergens vanuit de damp klonk een krakende rokersstem van iets wat informeerde of de tafel vrij was. Even had ik de neiging om "nee" te zeggen maar de overijverige serveerster stond er al bij en veegde het blad schoon.

'Zo, hij is vrij hoor. Gaat u maar lekker zitten. Zal ik even een asbakje pakken ?'.

En ja hoor, de schoorsteen zat. Nadat de damp wat was opgetrokken zag ik een oudere vrouw, gestoken in slobberige donkere winterjas met een wat smoezelige van witte wol gebreide sjaal die ze meteen afdeed en over de leuning van haar stoel hing. Pal naast mijn neus. Hij stonk naar overleden sigarettenrook.
Instinctief schoof ik iets van haar weg.

Ze keek me aan en glimlachtte. Er werd een rijtje gele rokers-tanden zichtbaar.
'We hebben geluk', zei ze.
Ik knikte bijna onzichtbaar.
'Het weer', verduidelijkte ze.
'Ja, het weer', echoode ik en schoof iets verder van haar af.
'Wat heb je toch, zit eens stil !', riep mijn echtgenote.

Op dat moment arriveerden er twee tosties, een Earl Grey en een kopje koffie'. De serveerster verplaatste het van haar dienblad naar ons tafeltje.

'Heeft u al besloten ?', vroeg ze mijn buurvrouw.
'Kopje koffie graag. Espresso'.

De opdracht werd ingetoetst. 'Komt er zo aan'.
Ze verdween.

'Eet smakelijk', zei ze. Ik knikte.
Ondertussen had ze een nieuwe sigaret opgestoken en de rook kringelde linea recta naar mijn tosti.
'Rustig blijven', zei mij echtgenote.

'Mevrouw, vind u het erg dat ik eet terwijl u rookt ?', vroeg ik, leunend op een oud grapje.
Ik had inmiddels tot tien geteld en was redelijk rustig.
Ze keek me aan.
'O, bent u er zo één ? Zelf zeker veel gerookt ?'.
Ik knikte.
Haar ogen schoten vuur. Ze drukte haar sigaret uit, rukte de sjaal van de leuning, stond op en liep met grote passen weg.
Ik keek haar met verbazing na.

Op dat moment verscheen de serveerster met de bestelde koffie. 'Mevrouw, uw koffie !!!', schreeuwde ze de dame achterna.

Ik wenkte de serveerster.
'Doe geen moeite. Zet maar bij mij op de rekening. En eh... neem alsjeblieft die gore asbak mee'.

Even later zat er een nieuw stelletje naast ons.

'Dit is echt genieten hè', zei mijn buurman.
'Het weer bedoel ik'.

Ik knikte, dit was inderdaad écht genieten.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

woensdag 3 mei 2017

Het kraakje

'Goedemorgen meneer, wat kan ik voor u doen ?', vroeg een in een keurig grijs overhemd gestoken receptionist met een meer dan professionele vriendelijkheid. Hij zat achter een lange, iets opgehoogde balie zodat hij precies op ooghoogte met de klant vóór de balie kon communiceren.

Daar moest ongetwijfeld over zijn nagedacht, bedacht ik mij. Een balie-ontwerper die samen met een marketingdeskundige had onderzocht hoe de klant zo strak mogelijk kon worden benaderd.

Hij zat met zijn neus strategisch schuin achter een beeldscherm, zodat hij tegelijkertijd zowel het klantbelang als het bedrijfsbelang kon dienen. Vast ook over nagedacht.

'Goedemorgen. Mijn naam is Vlasblom en ik heb een probleem. Recent heb ik hier een auto gekocht en die is niet goed. Er zit namelijk een kraak in de binnenspiegel. En ik wil het nu graag opgelost zien want ik raak er helemaal gestoord van'.

Ik beet voor het effect de woorden kort af.

'Ja, dat kan ik mij voorstellen, kraakjes zijn altijd irritant. Maar geen probleem, ik laat er meteen even een monteur naar kijken'.

'Aan kijken heb ik niks, dat hebben jullie al twee keer gedaan. Ik wil nu dat het echt wordt opgelost'.

Ik zei het met een ongekende strengheid waar ik zelf van schrok.

'Sorry meneer Vlasblom, dat hebben we dan niet goed gedaan. Namens ons bedrijf biedt ik u onze excuses aan. Als u mij de sleutel geeft, dan gaan we het meteen oplossen. En ondertussen kunt u in de koffiehoek plaatsnemen. Dan gaat Riet u een kopje koffie inschenken'.

Ik zag achter de balie een Riet opstaan en naar voren lopen.

'Loopt u maar mee, meneer Vlasblom, dan schenk ik u een lekker kopje koffie in'. Ze ging mij hooggehakt voor en de punten tikten als hamertjes op de houten showroomvloer.

'Ja, zo'n kraak kan zó irritant zijn', blaatte ze. 'Mijn man kan er ook zó slecht tegen'.

Ik vermoedde dat er nu een gefantaseerd verhaal zou volgen rond de kraak van haar man. Tegen welke kraak zou hij slecht kunnen? Kraakje in de stoel, thuis ? Of misschien in het onderstel van de auto ? Het gekraak van haar nieuwe schoenen ? Of wellicht een ondeugend kraakje in het echtelijke bed.

Het zadel van zijn fiets bleek te kraken.
'Hij moest ook twee keer terug voordat het euvel was verholpen. De oorzaak: Een simpele droge veer', voegde ze er met een glimlach aan toe.

Ja, ja, een mooi passend verhaal. Waarschijnlijk ook door de marketingafdeling bedacht. Ik vroeg mij af wat ik voorgeschoteld had gekregen als er een kreun in de spiegel had gezeten.

'Kijkt u eens meneer Vlasblom. Een kopje koffie. Het bakje met ingredienten vind u op tafel. Melk, suiker, lepeltje. Koekje erbij'. Ze glimlachte vriendelijk.
Ik vond dat ze iets te rode lippen had. Het vloekte een beetje met haar blauw-witte stippeltjesjurk.

'Laten we maar hopen dat het kraakje snel wordt opgelost, niet ?'. Ik knikte.
Ze daaide zich om, schoof iets aan haar witte ceintuur en liep toen al hakken-hamerend terug naar haar plaats achter de balie.

Na het kopje koffie en een rondje showroom-gapen kreeg ik een signaaltje dat de auto klaar was.

'Het is opgelost, meneer Vlasblom', zei de receptionist. Hij staat weer voor'.
'Is de kraak eruit ?', vroeg ik.
'Ja, we hebben hem losgehad. Het bleek een eenvoudig te verhelpen euvel', ging hij verder.
'O ? vertel ?'.

'Er zit een veertje in, en die was droog. Beetje vet en klaar'. Hij lachte keurig.
'Mooi, dan ga ik het proberen', zei ik.

Ik nam afscheid en liep langs de balie naar de uitgang. Aan het eind zat Riet. Ik hield even in.

'Het was een droge veer', zei ik.
Ze knikte en er verscheen een glimlach. 'Droge veren kraken altijd'.

Ik gaf haar een veelbetekenende knipoog.

Bart

Copyright Brompot mei 2017.

dinsdag 2 mei 2017

Klaagzang...

'Dag mevrouw, mag ik u iets vragen ?'. De in een oranje jasje gestoken dame die bezig was met het vullen van de vakken, richtte zich op, stak haar handen in haar zij en strekte haar rug.

'Zo, daar ben ik weer, u had een vraag ?'.
'Last van uw rug ?', informeerde ik meelevend.
'Ja, een beetje, dat komt omdat ik teveel gebukt sta als ik die onderste vakken moet vullen'.

Ik kon mij daar wel iets bij voorstellen. Ze had zichzelf in de loop der jaren behoorlijk stevig uitgebouwd en daar heb je met het bukken flink last van.

'Ze hebben mij altijd uitgelegd dat je door de knieën moet. Dat spaart de rug', zei ik wijs. Ze lachte. 'Dat moet je dan ook maar kunnen'.

Ik voelde een klaagzang van minimaal vijf coupletten aankomen.

'Mijn knieën zijn versleten en door de medische wetenschap volledig verknalt. Ik ben drie keer geopereerd geweest'. Ze stak ter benadrukking een drietal stevige vingers de lucht in.

'Tja', zei ik.

'Bent u ook aan de knieën geopereerd ?', vroeg ze.

Ik besloot om in ieder geval "nee" te zeggen anders stond ik hier tegen sluitingstijd nog.

'Nee, het is allemaal gezond en nog origineel'.

'Prijs je maar gelukkig. Toen ze mij de eerste keer opereerden, wisten ze te melden dat het helemaal goed zou komen. Vijf weken niet op staan maar dan zou mijn kwaal volledig zijn genezen'.

'O', zei ik terwijl ik nog maar eens met een overdreven blik op mijn boodschappenbriefje keek.

'Kunt u zich dat voorstellen ? Dat een huisvrouw vijf weken lang niet op haar benen mag staan ? Twee dagen meneer. En toen stond de afwas tot aan het plafond. Ja, hulp krijg je tegenwoordig niet meer. We hebben het nog aangevraagd maar dat kun je beter achterwege laten. Zonde van de energie'.

Het tweede couplet was aanstaand: "de zorg". Ik slaakte een diepe zucht. 'Ja, dat is best vervelend allemaal. Maar ik zou toch maar een beetje oppassen'.

Ze keek me vragend aan.

'Uw rug', verduidelijkte ik.

'O, ja, mijn rug. Ja, voordat je het weet heb je een hernia. Daar weet mijn man alles van. Die hebben ze...'.

'Waar kan ik de maanzaadbroodjes vinden ?', onderbrak ik haar snel.
'De maanzaadbroodjes, ik heb geen idee', zei ze. 'Annie, weet jij waar het maanzaad ligt ?', vroeg ze een voorbijsnellende collega.

'Weet je dat niet ?', lachte de collega.
'Ja, op de maan', kun jij deze meneer even helpen ? Hij zoekt maanzaadbroodjes'.
'Loopt u maar mee, meneer', zei het collegaatje.
'Sterkte nog', wenste ik haar. Ze knikte vriendelijk

'De maanzaadbroodjes liggen dáár, aan de kopse kant', legde ze uit en wees naar een vakkenrij.
'Wel in deze winkel ?', ik raakte wat opstandig. 'Wat is de kopse kant', informeerde ik verder. 'Waar zit ie'.
'Die zit aan de voorzijde van deze vakkenrij aan het eind van deze gang'.

Even later liep ik gewapend met een zak broodjes terug langs de dame-met-de-knietjes. Ze was in gesprek met een klant.

Terwijl ik voorbij liep, ving ik een flard. De klant werd door haar ingewijd in de wondere wereld van de kaakchirurgie.

Ik besloot deze winkel voorlopig te mijden.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

zondag 30 april 2017

Het matras..

'Ze hebben ons al gespot', zei ik tegen mijn echtgenote terwijl we de winkel binnen liepen. Vanachter de toonbank achter in de zaak schoven twee nekken omhoog en draaiden de bijbehorende hoofden als radarschermen in onze richting. Ik had meteen een eerste por in mijn zij te pakken.
'Zou je op willen houden met dat flauwe gedoe en even serieus willen zijn ?. Je bent namelijk niet leuk'.

'Ik ben bloedserieus', zei ik.

'Goedemiddag mevrouw en meneer, kan ik iets voor u doen, of wilt u eerst even rondkijken ?'.
'Ik wil graag een nachtje bij u komen slapen', zei ik met een glimlach. Een tweede por.
'Hahaha, nou dat kan hoor, er staan voldoende bedden'.

'We zijn op zoek naar nieuwe matrassen', verklaarde mijn echtgenote onze komst.
'Dan bent u hier aan het goede adres'.

'Eerst kijken ? Of...'. Ze spreidde uitnodigend haar armen en wachtte onze beslissing af.

Tja, rondkijken doe je in een dierentuin of in een museum, bedacht ik mij.
'Misschien handig om wat te laten zien en uit te leggen ?', stelde ik daarom voor.

'Dat kan. Loopt u maar mee'.
Ze ging ons voor.

Tien seconden later werden we ingewijd in de slaapverwekkende wereld van de matraswetenschappen. Ik telde uiteindelijk toch nog twee hoogtepunten: de gebezigde opvatting "gezond slapen" en de prijs. En om met de laatste te beginnen: een dikke vijftienhonderd euro voor een hulpmiddel van "tachtig bij twee" om daar vervolgens, volledig buiten bewustzijn, de loze nachtelijke uren op door te kunnen brengen.

En dan begin je je vervolgens af te vragen wat "gezond slapen" nu eigenlijk presies inhoud.
Slapen met een open raam ? Met misschien een kropje vitaminerijke sla op het nachtkastje ? Glaasje melk misschien ? Een levende haan op de linnenkast om je langs natuurlijke weg 's morgens om vijf uur wakker te laten kraaien ? Of gaat het dan soms over een nachtelijk avontuur met bijvoorbeld Patty Brard...

Ik moest er enorm van gapen. Por drie.

Het antwoord op mijn vraag kwam echter sneller dan verwacht. Waarschijnlijk stond het in het lesboekje.

'En na een nachtrust op dit matras, sta je 's morgens lekker uitgeslapen, fit en gezond weer op', besloot ze het college.

Dát was dus de winkelvisie op "gezond slapen".
Niks open raam, niks kropje sla, niks glaasje melk, niks kraaiende haan en tot mijn opluchting zou ook gewoon mijn trouwe echtgenote naast mij gaan ontwaken.

Nadat de collegetour erop zat, vroeg ik tijdens de rondvraag nog quasi geinteresseerd om een folder om vervolgens het pand snel te verlaten.

'Ik vond het echt helemaal niks', zei ik toen we in de auto zaten.
Ze glimlachte zoals ik haar wel vaker zie glimlachen.

'Jij vond het al niks toen we daar naar binnen gingen', zei ze.
'Schat, wat moet ik met een matras van vijftienhonderd euro ? Als je het goed beschouwt... wat is er eigenlijk mis met een luchtbed van drie tientjes... ?'.

Haar blik zei genoeg.

Ik zag vaag de muren van de logeerkamer zichtbaar worden waar ik op mijn knieen bezig was iets op te blazen...

Bart

Copyright Brompot april 2017

vrijdag 28 april 2017

Een mooie dag....

Toen ik vanochtend de slaapetage verliet wierp ik als onderdeel van mijn vaste rituelen een korte blik in de spiegel beneden in de hal. Normaal gesproken loop ik dan door, maar dit keer twijfelde ik even. Ik ontdekte namelijk een oneffenheidje in mijn gezicht. Op mijn wang om precies te zijn.

Ik drukte mijn bril iets dichter op mijn ogen en kroop bijna in de spiegel om vervolgens met twee vingers het oneffenheidje te isoleren en te bekijken. Ik kon het niet goed zien.

'Wat heb je nu weer ?', informeerde mijn echtgenote die achter mij aankwam.
'Hoezo "weer"?', vroeg ik licht geirriteerd..
'Nou, je staat hier elke dag', zei ze.

'Een puist', verklaarde ik terwijl ik op het oneffenheidje wees. 'Kijk jij eens'.
Ze keek met een vluchtige blik.
'En ?', vroeg ik.
'Vetpuist. Je hebt gisteren een zak patat gegeten met majo. Daar kan dat huidje van jou niet tegen'.

Ik vond het geen vetpuist.

'Het is geen vetpuist', zei ik. 'Die zien er anders uit'.
'Ik denk schat, dat je beter eerst je gezicht in de plooi kunt leggen. Al die rimpels.. En scheren. Je hebt een baard. En als dan alles klaar is dan kijken we nog een keertje. Goed ?'.

'Onzin, een puist zit er of zit er niet'. Ik voelde me wat ongerust worden.

'Ik zie niets bijzonders. Hoeveel boterhammen wil je ?'.
'Toch heb ik het idee dat het niet helemaal goed is', zei ik terwijl ik opnieuw in de spiegel keek.
'Dan ga je toch naar de dokter ?. Hoeveel brood wil je ?'.

'Ik geloof dat hij nu ook een beetje begint te jeuken'.
'Dan moet je krabben', adviseerde ze.
'Ja, hij jeukt, ik voel het'. Ik krabte voorzichtig.

'Zeg eens, twee of drie boterhammen'.

'Het is verdorie net of hij steeds groter wordt'.
'Dat komt omdat je eraan zit. Je moet er niet aanzitten. Dan gaat het vanzelf weer over. We gaan ontbijten'.

'Het wordt geen fijne dag vandaag', zei ik wat later aan tafel. 'Ik heb een beetje een onbestendig gevoel'.
'Hoezo ?, vanwege dat pukkeltje ?'. Ze lachte.
'Nou ja, ik weet het niet. Je hebt wel eens zo'n dag', zei ik.

'Dat je in de spiegel kijkt en in plaats van een geweldige vent een puistje ziet. Bedoel je dat ? Kom op man, stel je niet zo aan. We maken er een mooie dag van. De zon schijnt...'.

Dat was altijd háár referentie. Als de zon schijnt, dan kan er niets fout gaan.

De klep van de brievenbus klepte. Een bijzonderheid in het tegenwoordige digitale tijdperk. Ze stond op en liep naar de gang.

'Post ?', vroeg ik toen ze binnenkwam.
'Ja, twee brieven. En in een toepasselijke volgorde. De bovenste is namelijk van de belastingdienst en de onderste van de DELA.
'Schat, ik zei het je toch ?: het wordt vast een mooie dag'.

Mijn puist begon enorm te jeuken.

Bart

Copyright Brompot april 2017








woensdag 26 april 2017

Een vraag...

'Meneer, mag ik u iets vragen ?'. De vraag rolde uit de mond van een blonde dame van middelbare leeftijd. Ik herkende haar van haar gezicht in combinatie met het poezelige hondje wat aan het eind van een rood riempje onrustig heen en weer huppelde.

Zolang ik haar "kende", was ze hem al aan het opvoeden. 'Zit Sjorsje !!', riep ze. 'Ik zei dus zit. Sjorsje ga zit ! Luisteren naar het vrouwtje !!!'

Ze raakte licht geirriteerd, bukte zich en duwde het achterwerk van het bolletje met enige kracht tegen de straatklinkers.

'Zo, dat is zit. Braaf zo, Sjorsje, braaf'. Ze richtte zich op en trok een afleidende glimlach in mijn richting.

'Hij luistert al best goed hè', zei ik.

'Ja, het gaat de goede kant op met Sjorsje. Gewoon een kwestie van consequent opvoeden'. Ze keek er uitermate streng bij. In gedachten zag ik haar in een leren pakje-met-zweep haar echtgenoot opvoeden. Zit, zit, ZIT. Hij ontving een paar consequente opvoedkundige klappen.

'U had een vraag', zei ik. Ik had na de meesteres-beelden even geen zin meer in lesjes consequente opvoedkunde.

'O ja, ik zou het haast vergeten. Mijn vraag. Eh.. waar is uw hondje gebleven ? Ik zie jullie er nooit meer mee wandelen'.
'Die is dood', zei ik.
'Dood ?'
'Ja, helaas, we hebben hem in moeten laten slapen. Vorige maand'.
'O, wat erg, was die ziek dan ?'.

Nee, we vonden het gewoon leuk. Het antwoord lag klaar op mijn lippen. Ik moest hem alleen nog uitspugen.

'Hij was dement', zei ik ietwat korzelig.
'Kan dat ?, een demente hond ?'.
'Ja, dat kan. Die van ons was dement'.
'En hoe uit zich dat ?', vroeg ze.
'Hij draaide rondjes en liet alles lopen. Zwaar dement'.

'Was hij dan wel helemaal zindelijk ? Als ze alles laten lopen...'. Ik begon me te ergeren.
'Mevrouw, onze hond was vijftien jaar, had een geweldig leven achter de rug en het was gewoon een vorm van mishandeling om hem zo te laten aftakelen. Hij had geen waardig leven meer'.

'Oké, ja, dan moet de stekker eruit. Bij de dierenarts laten doen ?', informeerde ze verder.

Pffft, wat een gesprek.

'We hebben het zelf gedaan', loog ik.
'Ach, zelf ? Hoe dan ?'.
'Gewoon de stekker beetpakken en eruit trekken'. Ze keek me aan alsof ze het in Keulen hoorde onweren.

Er viel een korte stilte.

'En komt er nu weer een nieuwe hond ?', vroeg ze. 'We laten Sjorsje binnenkort dekken, dus...'. Ik keek met enig afgrijzen naar het bol wol wat inmiddels weer onrustig heen en weer liep te springen.

'Dus wat ?', vroeg ik.
'Nou ja, ik bedoel, als u een hond zoekt, dan is zo'n pup van Sjorsje natuurlijk best leuk'.
'Ik dacht dat Sjorsje een reu was', zei ik.
'Nee hoor, het is een teefje. Interesse ?', drong ze aan. Ik schudde mijn hoofd.
'Nou, u heeft nog een week bedenktijd. Zondag wordt ze gedekt. En uw vrouw weet waar ik woon'.

Ze richtte zich weer op haar Sjorsje. 'Volg meisje, VOLG !!'. Ze trok bijna haar kop van haar lijf'.

Terwijl ik ze nastaarde kreeg ik weer dat beeld van de strenge meesteres-met-zweep op mijn netvlies. Inclusief haar rondrennende echtgenoot.

Ik nam ondertussen een definitief besluit: wij nemen geen nieuwe hond.

Bart

Copyright Brompot april 2017



maandag 24 april 2017

Het programma met de boer.

En zo zag ik haar in één keer weer op het scherm: Yvonne Jaspers van de boeren. Het was overigens puur toeval dat ik op deze zender landde. Ik ben namelijk fan van de koffertjes van Linda op vier. Maar toen ik rond acht uur gedouched en strak in het pak klaar zat om Winston Gestanowitz te ontvangen, kwam ik erachter dat Linda inmiddels zelf haar koffers heeft gepakt en stiekem met die strakke goudhaan op reces is gegaan

En achteraf beschouwd klopte dat natuurlijk ook wel want vanaf half april wordt het complete gooise matras op de herhaalknop gedraaid. Tot ergens diep in oktober. En dat geldt blijkbaar ook voor de vrouwenzoekers van het platte land want toen ik inschakelde waren ze net bezig met een terugblik op het afgelopen jachtseizoen. Er werd nog even flink gepocht over de jachtpartij met als absoluut hoogtepunt het showen van de "buit".

Hoe dan ook, het had weer een hoog "Libelle en Margriet" gehalte waarbij de krokodillentranen met bakken tegelijk uit de diverse ooghoeken stroomden. Niks mis mee hoor, er wordt al genoeg wereld-ellende op de TV gegooid zodat dit inmiddels tot op de draad toe versleten en uitgewoond programma er nog wel bij kan. Uiteindelijk zal er nog wel een eindeloos herhaald terugblikprogramma op de buis worden gekwakt maar dat zal Yvon Jaspers verder een zalige zorg zijn.

Ze heeft Inmiddels haar breitas uit de kast gepakt en gaat geheel volgens traditie gedurende het zomerreces een nieuw Brabants jurkje punniken. Een jurkje wat dan vervolgens tegen het eind van het jaar tijdens een STER reclameblokje in de Robijn wordt gekwakt om langs deze sympathieke weg Yvon's bankrekening wat op te leuken.

Toch heb ik het idee dat het wel klikt tussen Yvon en de boeren. Ze past er wel tussen. Ik zie het haar ook wel doen: stierknuffelen, rodeo rijden, beetje tussen het vee geiten en alvast voor een nieuw TV programma met een paar stevige eeltige boeren een nummertje "boer zoekt speld" oefenen. Rechtstreeks vanuit een hooiberg ergens uit de achterhoek.

Het is één van de initiatieven van de KRO in een poging om vooral het goed kijkcijfer-scorende boerenland vast te houden.

Zelf had ik ook nog een programma-idee richting Yvonne Jaspers gestuurd. Gaat over "Bier en Tieten".

Ze heeft er nog niet op gereageerd. Maar ik verwacht elk moment bericht.

Bart.

Copyright Brlmpot april 2017

vrijdag 21 april 2017

De luie huishoudman

Afgelopen week stond er een artikel in de krant rond de scheve huishoudelijke taakverdeling tussen man en vrouw. Mij eerste reactie nadat ik het artikel met lange tanden had gegeten:  Alles wat gedrukt staat is niet per definitie waar.

Veel "soortgenoten" zullen het dan ook met mij eens zijn: wij voelen ons beslist niet aangesproken. De moderne man doet juist heel veel in huis. En zeker in vergelijking tot vroeger want toen ging het inderdaad heel anders.

Bij ons thuis "werkte" mijn vader en "deed" mijn moeder het huishouden. Dat was nu eenmaal regel en volgens mij stond het zelfs genoteerd in het trouwboekje. Compleet met de handtekening van de ambtenaar van de burgelijke stand die moest toezien dat er conform de toen geldende gedragsregels werd gehuwd. En daarbinnen regeerde de onschreven wet dat de kostwinner de baas was en dus de regie had.

Mijn moeder werd dan ook vanaf het eerste trouwmoment in de sloofjesrol geplaatst en mijn vader bulkte boven vanaf de apenrots de bevelen naar zijn  onderdaan beneden. Ofschoon ze zonder mopperen inhoud gaf aan haar rol, had ze zich heilig voorgenomen dat haar kroost anders zou worden opgevoed.

En zo kreeg ik les in de huishoudelijke bezigheden zoals daar zijn het afwassen, zuigen, bedden verschonen, stoffen, vegen, ramen lappen en vooral huiselijke  verantwoordelijkheid delen.

Helaas heeft ze vergeten om mij te leren koken, maar dat is niet erg want ik heb daar een aangeboren pesthekel aan. Als compensatie dek ik dan de tafel, ruim ik af en prop de afwasmachine vol. Een mooie balans dus.

Ik kom dus tot de simpele conclusie dat het krantenartikel eigenlijk nergens op slaat. Sterker nog: het verstoort het evenwicht. Achter heel veel deuren is de discussie inmiddels losgebarsten en dat geeft veel gedoe. Ik verwacht dan ook een flinke echtscheidingspiek.

Ofschoon het binnen ons gezin allemaal goed is afgesproken en geregeld, ben ik er toch niet helemaal gerust op.

Toen ik vandaag thuis kwam, hing mijn echtgenote met een vriendin aan de telefoon. Ik ving nog nét het laatste deel op... en dat zaaide toch wat twijfel...

'Nou meid, ik hang op. Mijn leidinggevende komt thuis'....

De beer is nu los.

Met dank aan de Gelderlander.

Bart.

Copyright Brompot april 2017

woensdag 19 april 2017

Huisartsperikelen...

Als ik het allemaal goed heb begrepen dan is er nogal wat plaatselijk Doetinchems gedoe rond een huisarts die onlangs een berisping heeft opgelopen van de medische tuchtcommissie. Hij schijnt niet overeenkomstig de medische richtlijnen te hebben gehandeld. Blijkbaar is er iets mis gegaan wat behoorlijke gevolgen heeft gehad voor de patient.

Ik heb me er overigens niet in verdiept. Ik ken de feiten niet en heb er dan ook verder geen oordeel over. En dat zouden zich meer mensen moeten realiseren. Dat scheelt een hoop onzinnig gezwam.

Onzinnig geleuter zoals ik wel eens op verjaardagen en partijen meemaak. Vaak ontstaat het direct na de koffie-met-gebak als de eerste borrel achter de kiezen hangt. Het gejank over kwalen en de manier waarop er volgens de aanwezigen door de huisartsen mee wordt omgegaan.

Het is dan vaak niet goed of het deugt niet. En dat is natuurlijk klinklare onzin want de gemiddelde huisarts kan prima inschatten of er iets serieus aan de hand is of niet.

Neem als voorbeeld mijn ome Arie die gedurende zijn leven een dozijn sigarenmagazijnen heeft leeggerookt. De man hoest de longen uit zijn lijf en tante weet dan te melden dat hij een "naar kuchje" over zich heeft.

Vervolgens krijg je tijdens zo'n verjaardag-met-borrel-sessie het hele huisartsenritueel over je heen met de uiteindelijke conclusie dat Arie weliswaar een kuurtje heeft gehad maar dat het "geen sodemieter" hielp. Vervolgens kreeg de huisarts de schuld.

Ik vraag me dan altijd maar weer af met wat voor een verwachting oom en tante naar de huisarts zijn gaan. Blijkbaar hoopte Arie op een pil waarmee veertig jaar rookaanslag in één keer kon worden weggeragd zodat hij weer lekker verder kon dampen. "Er zijn niet eens longfoto's gemaakt", jankte tante met haar armen naar de hemel gericht. Tja, volgens mij zijn die ook niet nodig want het tuutje weduwe-schaamhaar van Van Nelle, waarmee Arie nog steeds peuken boetseert, zegt meer dan genoeg.

Zoals gezegd gaat het steeds om de verwachting waarmee je naar de dokter gaat. En die is vaak weinig realistisch. Mijn vroegere huisarts begreep dat donders goed en stelde altijd de standaard-beginvraag: 'Waar denkt u zelf aan ?'. Daarmee werd je verwachting uitgelokt en besproken. Een simpele maar vooral doeltreffende aanpak.

Toch ging het ook bij hem wel eens mis. Zo ben ik ooit bij hem op bezoek geweest met een gebroken teen. Mijn verwachting: nagel eraf en een spalk. Helaas heeft hij zijn eigen plan getrokken met als uiteindelijk gevolg dat ik nu na jaren nog steeds last heb van een "rare" teen inclusief een verminkte nagel.

Ik heb indertijd nog de inzet van een letselschade-advocaat overwogen. Maar dat leek me achteraf toch weinig realistisch.

Ik heb hem het foutje dan ook maar vergeven. Ook deze huisarts blijkt gewoon een mens.

Bart

Copyright Brompot april 2017

zondag 16 april 2017

Trapondersteuning...

Die zeldzame keren dát ik op de gewone fiets zat, zag en hoorde ik ze altijd voorbijflitsen: electrisch geladen bejaarden die als ongeleide projectielen over fietspaden vliegen. Ondertussen trapte ik de ketting van mijn eigen fiets aan gort om dit niet zo lichte en niet zo elastische lijf in evenwicht te houden.

Mijn directe familie gaf mij onlangs nog het advies om voortaan een valhelm te dragen. En dan vanwege de veel te lage snelheid waarmee ik dreigde om te vallen. En dan komt natuurlijk ook het ontzettende flauwe standaardgrapje voorbij over zijwieltjes waarbij vooral mijn kleinkinderen gierend en brullend naar mij stonden te wijzen. Alsof die gekke opa van een andere planeet kwam.

Tja, en dan wordt het zo langzamerhand tijd om je te verdiepen in de evolutie van het fietsen met als doel iets "moderns" aan te schaffen.

Het begon met een voorzichtig internetreisje langs de diverse fabrikanten om uiteindelijk via een advies van de consumentenbond gericht in de voorraadschuur van de diverse plaatselijke fietsenhandelaren te kijken.

Toch voelde ik iets van twijfel. Ik zag het als een onomkeerbare stap in de richting van een levensfase die je het liefst zover mogelijk voor je uit zou willen schuiven. Omdat je er geestelijk nog niet helemaal rijp voor bent.

Tja, maar de feiten liegen niet: je wordt nog steeds door grijsharige, luid bellende en soms schreeuwende vijfenzestig-plussers van het fietspad gedrukt. En die geestelijke dreun komt dan uiteindelijk zo mogelijk nóg harder aan.

Na een gesprekje met mijn echtgenote, die mij ervan overtuigde dat mijn jeugdpuistjes definitief waren opgedroogd en ik echt uit de puberteit was gegroeid, nam ik een definitief besluit.

Kort daarna stond ik bij één van de Doetinchemse fietsenhandelaren voor de aanschaf van een mechanische fiets voorzien van trapondersteuning. En dat klonk toch weer nét even anders dan een "electrische" fiets... Het gaat uiteindelijk ook een beetje om het gevoel.

Tien minuten later reed ik een proefritje om een kwartier later de deal te sluiten. Ik had een fiets gekocht met een bijna onzichtbare motor-met-accu maar met meer dan voldoende power aan boord om de complete 50-pluspartij inclusief voorzitter Henk Krol op een overtuigende wijze mijn achterwerk te laten zien.

Inmiddels ben ik paar dagen eigenaar en heb ik de eerste vijftig kilometer achter de rug. Conclusie: het was van start tot finisch één lange zegetocht. Een geweldige ervaring.

Toen ik echter met mijn tweede rit bezig was en alles wat ik voor mij zag met luid kabaal overtuigend inhaalde, hield in één keer de trapondersteuning op.

Conclusie: accu leeg.

Nadat ik in de berm was gaan staan, reden een oudere dame en heer langs die ik even daarvoor met veel herrie voorbij was gevlogen.

Ik zag twee grijnzende gezichten. 'Daar staat die uitslover', hoorde ik.

Ik ben om vooral niet teveel geestelijke schade op te lopen, maar langs een andere route ouderwets langzaam terug naar huis gefietst.

Bart

Copyright Brompot April 2017








donderdag 13 april 2017

Beste mevrouw Simons

Toen ik u gisteren tijdens een NPO nieuwsuitzending in de rechtbank zag zitten om, zoals u het verwoordde: "de daders recht in de ogen te kunnen kijken" , vroeg ik mij af wat deze verdachten indertijd bezielden om u via de sociale media naar het leven te staan. Het is dan ook volkomen terecht dat u het er niet bij heeft laten zitten en deze verdachten heeft aangepakt. U heeft daarin gelijk, volkomen gelijk en daar hoeven we het wat mij betreft verder niet meer over te hebben.

Wat ik mij, nu ik u daar zo zag zitten, wél afvraag, is wat u met al uw acties uiteindelijk heeft bereikt. Zwarte Piet is nog steeds een kinderfenomeen, de partij Denk heeft ondanks uw trommelgeroffel een drietal zetels binnengesleept en uw partij is voordat u uberhaupt het tweede kamergebouw ook maar in zicht had, onderuit gegaan. Nul punten oftewel zero points.

En daar zit u dan met al uw gelijk. Wat ik mij afvraag is of u nu wel zo slim bezig bent geweest. Tenminste als u werkelijk van plan was uw doelstellingen te bereiken. Daar twijfel ik wel een beetje aan want volgens mij bent u slim genoeg om vooraf de negatieve effecten van uw acties in te kunnen schatten.

Ik denk dan ook dat u meer iemand voor de korte scores bent. "Hit and run", zoals de Engelsen dat noemen.

We zagen u het afgelopen jaar daags op TV en u glom van alle aandacht. Ik ben er dan ook van overtuigd dat als u aan de andere kant van de discriminatiediscussie had gestaan, u vol verve het evengelie van de blanke meerderheid had verdedigd. Maar goed, dat is slechts een persoonlijke opvatting en niet gebaseerd op feiten.

Ook vraag ik mij af hoe het nu verder met u zal gaan. Ik heb daar overigens wel een voorzichtige opvatting over. Het gaat vast stil worden rond mevrouw Simons. U zult minder op TV worden gevraagd, de interesse voor uw werk als politica zal langzaam afnemen, tv showtjes gaan aan u voorbij en langzamerhand verdwijnt u in de anonimiteit. En mevrouw Simons, dat is eigenlijk zonde van alle energie die u erin gestoken heeft.

Weet u, mevrouw Simons, ook al heeft u het gelijk aan uw zij en staan uw tenen krom in uw schoenen: eeuwenoude tradities bouw je niet in één keer af. Dat heeft zijn tijd nodig.

Wellicht dat u zich voor een volgende ronde, naar verwachtig zo rond november december, eerst eens zou kunnen verdiepen in de ongeschreven effectiviteitswet van Brompot. Die is simpel maar bijzonder effectief.

"Het effect van een missie is omgekeerd evenredig aan de snelheid waarmee het gif wordt toegediend".

Op zijn Hollands: "Hardlopers zijn doodlopers", en, "Gij zult het gif langzaam toedienen".

Wellicht iets om komende periode over na te denken.

Bart

Copyright Brompot April.

maandag 10 april 2017

Ziek 3: ontslagen.

Het is klaar. De leidingen zijn doorgeragd, de zaak stroomt weer als vanouds en met een dagelijkse bak pillen moet de uiterste houdbaarheidsdatum van dit lijf behoorlijk kunnen worden opgekrikt. Uiteraard heeft men er flink werk aan gehad maar dankzij allerlei technische hoogstandjes in combinatie met een enorme professionaliteit en liefde voor het vak heeft men de klus geklaard.

Uiteraard is het niet zo dat je nu je spullen in de tas kunt stoppen en het pand via de artiestenuitgang stiekem kunt verlaten. Zo gaat dat niet. De afgewerkte zorg gaat naadloos over in nazorg. En daarvoor mag je nog even langskomen bij de afdeling revalidatie. En wie denkt dat hij met een foldertje in de achterzak snel door kan lopen heeft het mis.

Ik kreeg op de valreep nog een lesje risicomanagement inclusief een paar verplichte vrijkaartjes voor een revalidatiebeurt. En uiteraard nog een boodschappenlijstje voor de apotheek die voor de komende vijfentwintig jaar een leuk extraatje binnen gaat hengelen. Ik val de komende jaren namelijk onder de categorie "grootgebruiker".

Uiteraard zou dat normaal gesproken onderhandelingskansen bieden, maar bij onze zorgaanbieders is dat niet aan de orde. Die steken de kortingen, overigens met toestemming van de overheid liever in eigen zak.

Verder kreeg ik nog een afsluitend gesprekje met de cardioloog die mij nog eens extra op mijn "hart" drukte om voortaan vooral goed naar mijn lichaam te luisteren. Ze gaf me daarbij een veelbetekenende knipoog. Ik knipoogde terug en met een "wij snappen elkaar", gaf ik haar een hand en sprak de sympathieke wens uit haar niet meer te zullen ontmoeten. Ik zag een glimlach.

En toen de volgende stap: ik nam afscheid van mijn medepatienten en in het bijzonder van mijn buur-tokkie. De man die ik een week-lang gratis training heb gegeven in sociale omgangsvormen oftewel de inburgeringscursus "hoe gedraag ik mij als een mens".

Hij bleek overigens een vlotte leerling want na twee dagen al snapte hij dat hij 's avonds na tien uur niet meer aan de telefoon moest schreeuwen en rond elf uur zijn stembanden uit moest schakelen. Hij drukte zich tegen mij aan en ik zag zelfs een traan. Hij vond mij een goed mens.

Ook mijn bejaarde overbuurvrouwen vonden het jammer dat ik weer vertrok maar wensten mij desondanks een lang en vooral gezond leven toe. Van mijn "knuffeloma" kreeg ik nog een laatste hoestbonbon en was ik klaar.

Samen met mijn echtgenote liep ik nog voor een laatste keer langs de verpleging. Ook daar nog wat bedankjes en lof-uitingen over de wijze waarop ze deze Brompot in het gareel hadden weten te houden.

En toen was het tijd voor het allerlaatste ritueel: Met een schaar werd mijn pols-navelstreng doorgeknipt en was ik volledig verantwoordelijk voor mijn eigen wel en wee.

Ik had mijn eigen regie weer terug en stopte hem direct diep weg in mijn geest. Het voelde als een overwinning op mijzelf..

Bart

Copyright Brompot April 2017



vrijdag 7 april 2017

Ziek 2: Jeuk

'Goede morgen meneer, ik kom even een hartfilmpje van u maken. Is dat goed ?'. Ik keek vanuit mijn horizontale ziekenhuisbed-positie recht in het lieftallige en bovenal frisse gezichtje van een verpleegstertje. Een jong ding van naar schatting twintig lentes die erop uitgestuurd was om die oude grijze mopperende chagrijn in bed 307 wat op te vrolijken en op film te zetten.

Dat lukte prima want na drie dagen uitzicht op een oude vrouwelijke hoestbonbon tegenover mij en een Ernumse tokkie naast mij was ik wel toe aan iets fris. Ik verzamelde meteen wat melige, inmiddels belegen en vooral flauwe opmerkingen rond het draaien van een kleurenfilm, een komedie of wat mij betreft een thriller.

Het schaapje moest wat lachen en ondanks de algehele malaise voelde ook ik wat gezichtsspieren in beweging komen.

'Wilt u even uw shirtje omhoog doen meneer ?', vroeg ze nadat ze het bedgordijn had dichtgetrokken en zo de filmset aan het zicht van de inmiddels hijgende en kwijlende tokkie onttrok. Met een voor mijn doen snelle ruk lag de bovenkant bloot en wachtte ik als een bejaarde Brad Pitt op de spannende zaken die ongetwijfeld gingen komen.

'O, ik weet niet of de zuignapjes op uw borsthaar blijven plakken', zei ze bedenkelijk.
'Dan scheer je het er toch een beetje af ?', stelde ik simpel voor.
'Dat kan meneer, maar dan gaat het wel erg jeuken. Dat heb ik ook altijd'.

Ik deed alsof ik deze bekentenis niet had gehoord. Zij wel want er verscheen een vuur-rode laag op haar wangen.

'Scheer er maar gewoon een deel vanaf hoor, die jeuk is niet erg', blaatte ik geruststellend.
'Momentje dan'. Ze dook met haar rode lantarenhoofd in een donker kastje en kwam terug met een geel oranje scheerdingetje wat ik van een reclame herkende. Drie seconden later lag ik met zes kale picknickplekken op mijn grasveld klaar voor de natuurfilm.

Ze plaatste evenzovele zuignapjes en moest ik mijn adem inhouden. Vervolgens spoog het apparaat een ingewikkeld gelijnd papier uit. Ze keek vakkundig en stelde vast dat het was gelukt. De film was klaar, de set kon worden opgeruimd, ik mocht mij afschminken, mijn shirt naar beneden trekken en in alle rust verder gaan met mijn beperkte ziekenhuisleven.

Toe ik me wat later omdraaide prikte er iets onprettigs in mijn zij. Terwijl ik met mijn hand voelde, schoof het steeds verder onder mijn achterste. Even daarna had ik hem te pakken. Het gele scheerhoudertje compleet met mes. Ik dacht na en zag toen toch voldoende aanleiding even op de alarmknop te drukken.

Minuutje later kwam het lieftallige verpleegstertje de kamer op.

'U had gebeld meneer ?', vroeg ze.

Triomfantelijk hield ik het scheermesje omhoog. Ze bleef heel even staan, dacht blijkbaar na, liep toen op me af en pakte hem voorzichtig aan. 'Sorry', zei ze bijna onverstaanbaar, 'helemaal vergeten'. De rode kleurstofbom ontplofte opnieuw. Ik gaf haar een alles vergevende knipoog en ze gaf een vleugje prettigheid terug.

Ik voelde iets van een opkomende jeuk.

Bart.

Copyright Brompot april 2017

zondag 2 april 2017

Ziek

'U voelt zich echt niet goed hè', informeerde een vriendelijk ogend gezicht wat boven mij hing. Ik was net daarvoor uit de ambulance getrokken en lag op mijn rug te wachten op zaken die mij de komende tijd ongetwijfeld zouden gaan overkomen en waar ik weinig tot geen invloed op zou kunnen uitoefenen. Een irritant gevoel.

'Nee', antwoordde ik somber.
'Maar wij gaan u erdoor helpen', zei het gezicht. Ze toverde een professioneel trekje waar ik wat vertrouwen uit probeerde te peuren.

'U mag nu op het bed komen liggen. Voorzichtig hoor. Schuift u maar, ja zo, nog een beetje...'. Ik had het gevoel dat ik er zo aan de andere kant weer af zou sodemieteren om vervolgens met een dreun op de vloer te belanden. Inclusief hersenletsel.
Ik lag.

Ik zag meerdere gezichten langsflitsen en er werd nu ook enthousiast geprutst aan mijn zieke lijf. Terwijl de één bezig was met een infuusnaald, de ander allerlei hoogspanningskabels over mijn borst uitrolde was een derde bezig met het ontmantelen van mijn borsttappijt.

Ik kreeg een band om mijn arm en voordat ik het goed en wel in de gaten had, werd de fabriek opgestart. Er spoot bloed in een buis, de band om mijn arm werd strakgepompt, de kabels werden onder stroom gezet en op een beeldscherm verschenen allerlei grafische weergaves. Vier gezichten keken geboeid naar de film die werd afgedraaid.

Ik lag daar ondertussen als de voormalige eigenaar van het lichaam wat nu blijkbaar als onteigende prooi aan de wetenschap werd gevoerd.

'Gaat het nog een beetje ?', vroeg één van de verpleegsters.
'Fijn dat u het vraagt', antwoordde ik licht cynisch.
'Geen pijn ?'.
'Neu, maar is er al iets zichtbaar ?'.
'Ja, u heeft een flinke dreun gehad', zei ze.

'En valt er iets aan te doen ?'.
'Uiteraard meneer, daar zijn we voor hier. Maar dat gaat wel even duren. Komende dagen rollen we een paar extra onderzoeken uit...'.

'Komende dagen rollen we een paar extra onderzoeken uit'. Het galmde me in de kop.
'Dus ik mag niet naar huis ?'. Ze lachte en richtte zich weer op de ellende op het beeldscherm.

'Laat het nou maar los', zei mijn echtgenote.
Tja, loslaten, er viel weinig meer los te laten. Mijn hele ziel en zaligheid had ik al in de ambulance afgegeven. Anders mocht ik niet eens mee...

Even later trok de "witte-jassen-colone" zich terug van het beeldscherm en schoten om beurten allerlei persoonlijke vragen op mij af. En dan met name rond mijn leefstijl en geestelijke welstand.

'Rookt u, drinkt u, eet u vet, eet u veel, wat is uw gewicht, welke datum is het, hoe laat is het, bent u duizelig, voelt u zich benauwd, voelt u zich vermoeid, heeft u pijn en zo ja geef eens een cijfer tussen de één en tien...'.

Even daarna drukte de colone-leider op de totaalknop en kwam met de voorlopige uitslag.

'We nemen u op, meneer. Het gaat lichamelijk niet zo goed met u en daar gaan we iets aan doen. Heeft u nog vragen ?'.
Ik schudde mijn hoofd. Ik had even weinig meer te zeggen. Geen grote mond, geen humor, geen lach... even helemaal niets.

'Geen vragen'.

Bart

Copyright Brompot April 2017.

donderdag 23 maart 2017

Tuinplannen...

Het signaal kwam op het moment dat ik net een dag van hard werken achter de kiezen had en ik achter mijn gesloten oogleden een intensieve evaluatie hield. En dat ging al moeizaam omdat ik tijdens deze evaluatie steeds beelden van Corendon doorkreeg die ik afgelopen dagen blijkbaar onbewust van de televisie had geplukt. Een mooie blauwe zee, een parelwit strand en een prachtige dame die mij een ijskoud drankje kwam aanbieden.

'Heb je er al over nagedacht ?', vroeg mijn echtgenote. Ja, dat had ik. Ik voelde wel iets voor de caribien, heel ver weg van mijn werk.

En toen kwam het. Het signaal. Het tikte tegen mijn oogluiken, die piepend en krakend omhoog schoven. Weg evaluatie, weg Corendon, weg wit strand, weg prettige vrouw.

'Ik bedoel de tuin'.

O ja, de tuin. Hij moet worden "aangepakt". Alles eruit en dan alles er weer in. Maar dan op een andere plek. Ik kreeg het er mexicaans benauwd van.

'En, wat gaan we nu doen ?'.

Ik had geen idee. En dat komt omdat ik ben opgegroeid in een flatje aan de Haagse Roldestraat. Het enige stukje tuin wat we daar hadden was een asbest plantenbak die met twee beugeltjes aan het houten balkonhek hing.

Ik weet nog dat mijn moeder daar veel tijd en zorg aan besteedde. Mijn vader vond het bakje helemaal niks en aangezien mijn vader indertijd mijn superman was, vond ook ik het bakje niks.

In die tijd, een kleine zestig jaar geleden, is de basis gelegd voor mijn afkeer van alles wat met het begrip "tuin" van doen heeft. Zo krijg ik een enorme jeuk van die tuinprogramma's op televisie waarbij de presentator als een regenworm met groene vingers een sleepspoor door de modder trekt en in een mum van tijd zo'n tuin heeft volgepropt met de meest exotische planten.

Meestal staat er dan zo'n blije muts bij die dan probeert uit te leggen wat er allemaal gebeurt en dat je het beste bij de plaatselijke Intrashit je spullen kunt kopen. Overigens de meest dure winkel die je kunt treffen...

De tuin. Er moet een nieuwe schutting in, bestrating en andere zaken die je in een optimistische en licht dronken bui hebt geopperd. Om de boel tevreden te houden.

Inmiddels stond er een krantenbak vol met folders, kortingsbonnen en andere tuinzaken te wachten op de dingen die gingen komen. En zo dus ook mijn echtgenote.

'Ik vind dat we dit weekend een besluit moeten nemen en de spullen moeten bestellen'. Ik voelde nu iets van drang en ik was er nog niet helemaal klaar voor.

'Volgende week komt mij beter uit, schat', zei ik. 'Dan heb ik iets meer tijd en gaan we samen op pad. Het komt helemaal goed'. Tja, en dan wordt haar jarenlange samenleef-ervaring met mij in de strijd gegooid. Niet helemaal eerlijk vond ik.

'Bart, ik ken jou. Volgende week is er weer een andere smoes. Nu zijn er aanbiedingen en dat scheelt heel veel euro's. Dat moet jou toch aanspreken ?'.

Haar woorden schoten als goed gerichte projectielen in de richting mijn financiele verstand. Ontwijken was niet zinvol en ik stemde met enige tegenzin toe. Met een diepe zucht zakte ik terug in mijn dagevaluatie en zocht naarstig naar Corendon. Tevergeefs, het werd de Intratuin.

Ik droomde van een dikke laag asfalt...

Bart

Copyright Brompot Maart 2017



dinsdag 21 maart 2017

De ideale schoonzoon....

'Hallo meneer, mag ik u iets vragen ?'. Ik draaide me om en keek in het gezicht van een wat oudere dame. Ze had het bovenste gedeelte van haar hoofd afgedekt met een doorzichtig plastic kapje wat met twee witte vetertjes onder haar kin was vastgeknoopt. Het miezerde en ik stond veilig en droog geschuild onder mijn paraplu.

'Jazeker, wat kan ik voor u doen ?', hoorde ik mezelf vriendelijk antwoorden.
'Weet u, ik ben een beetje verdwaald. Ik moet naar het station, kunt u mij de kortste weg wijzen ?'.

Tja, ik stond halverwege de Van Nispenstraat richting stad en moest toch even nadenken hoe je nu het snelst op het station kwam.

'Bent u lopend ?', informeerde ik.
Het kapje knikte instemmend.
'Ja, ik ben lopend. Alhoewel, mijn schoonzoon heeft me hier neergezet'.
Ik rook iets van een vreemd luchtje.
'Kon hij u niet even naar het station brengen dan ? Het is best nog een eindje lopen'.
'Nee, daar had hij geen zin in'.

'O', zei ik en dacht kort na.
'Weet u een klein beetje de weg in Doetinchem ?'.
Het kapje schudde heen en weer.

'Hij heeft me er bij de Mediamarkt uitgegooid', zei ze met een behoorlijke boosheid.
'Oké', zei ik. Het "eruit gooien" had behalve iets van een onenigheid ook vast iets van een heel lang verhaal in zich. Ik besloot er maar niet op te reageren.
'Ik moet even nadenken hoor', zei ik terwijl ik zo dom mogelijk probeerde te kijken.

'Het ging eigenlijk helemaal nergens over', zei het kapje. 'Ik vond dat hij mijn dochter niet respectvol behandelde. Hij noemde haar een sloerie en toen heb ik hem de waarheid verteld'.

Ik glimlachte maar wat en bleef in de richting van het station kijken. Onderwijl stak ik mijn arm uit om te wijzen.

'En de waarheid kan hard zijn meneer, keihard. En daar kunnen sommige mensen niet tegen'.

'Eens even kijken, mevrouw', zei ik hardop. Ik had geen behoefte aan waarheid.
'Als u nu hier die straat inloopt...'.

'Hij drinkt, hij gokt, jaagt op alles wat een rok draagt en noemt dan mijn dochter een sloerie. En dat zei ik tegen hem. En toen kreeg ik twee minuten tijd om mijn koffer te pakken.
Wat vind u hier nou van ?'.

Ik vond er niks van. Ik moest een boodschap doen bij de Xenos en wilde dat vanwege de druilerige regen zo snel mogelijk afwerken.
'Ja, zulke dingen gebeuren mevrouw', zei ik om ervan af te wezen.
'U gaat dus die straat daar rechts in, en dan volgt u de bocht naar links en aan het eind rechts af. Dan ziet u het gemeentehuis en....'.

'Dat is toch raar ?', ging ze onverstoorbaar verder. 'Zelfs mijn dochter kon hem niet op andere gedachten brengen. En ik was er pas een week en zou drie weken blijven. Ik heb trouwens altijd al tegen mijn dochter gezegd dat hij niet deugt. Ik vind het een waardeloze vent. Maar goed, het is haar leven en als moeder moet je haar keus dan maar respecteren'.

Ik raakte er zo langzamerhand klaar mee.
'U loopt dan langs het gemeentehuis en volgt die weg tot aan de stoplichten. Het is echt een behoorlijk eindje lopen nog'.

'Zeulen zult u bedoelen. De koffer moet ook nog mee. Ik kan die vent wel vernielen', zei ze nog steeds boos. De tranen stonden in haar ogen en ik voelde toch iets van een splintertje medelijden. Ik dacht koortsachtig na en nam toen een besluit.

'Blijft u maar even hier staan mevrouw. Ik loop naar die winkel daar en ben binnen vijf minuten terug. Mijn auto staat hierachter en dan breng ik u wel even naar het station. Ik moet toch die kant op'.

Ze keek me verrast aan. 'Meent u dat ?', vroeg ze.
'Ja hoor, dat meen ik. Ik ben zo terug'.

Toen ik haar wat later op het stationsplein afzette, gaf ze mij een hand.

'Ik ben u zeer erkentelijk meneer', zei ze met een snik. 'Ik ben mijn geloof in de goedheid van sommige mensen nog niet kwijt'.
'Ik wens u sterkte met uw dochter en uiteraard wens ik u een goede reis', zei ik ten afscheid.

Terwijl ik wegreed en nog een keer toeterde stak ze haar hand op en zwaaide.

Ik voelde iets van een column aankomen rond de "ideale schoonzoon".


Bart

Copyright Brompot maart 2017.



maandag 20 maart 2017

Mobiele bejaardenzorgen

Er viel de afgelopen verkiezings propaganda-periode niet aan te ontkomen: de onheilstijdingen rond de aanrollende bejaardentjsunamie die ons komende jaren gaat overspoelen. Hele hordes ouderen die volgens de politiek al plintenklotsend de zorg komen uitwonen en gaan leunen op de sociale grondvesten die ze, hoe wrang ook, ooit zelf hebben opgebouwd.

Vroeger werden ze ondergebracht in reservaten, maar aangezien die te kostbaar zijn geworden zijn ze nu op zichzelf aangewezen of overgeleverd aan een eventuele mantel die hier en daar nog aan een haakje hangt en regelmatig door familie al dan niet liefdevol wordt aangetrokken. Met alle gevolgen van dien.

Gelukkig gaat de politiek er nu iets aan doen. Tenminste, dat is de belofte van Rutte die er twee miljard extra gaat "inpompen". Of het hier gaat om een serieuze aanpak dan wel het afkopen van een schuldgevoel, moet nog blijken. Voorlopig maar even het voordeel van de twijfel gunnen.

Wat in de discussies wordt doodgezwegen is de mobiliteit van onze ouderen. En dan specifiek hun eigen mobiliteit wat ze met het vijftig à zestig jaar geleden behaalde rose papiertje ooit hebben weten te legaliseren. Nu gun ik iedereen zijn mobiele vrijheid maar de vraag blijft of de ronduit lachwekkende medische testjes voldoende zijn om verantwoord rijgedrag bij benadering te kunnen garanderen.

Onlangs was ik getuige van een inparkeeractie van een oudere dame die net over het stuur kon kijken en vermoedelijk blokjes op de pedalen had laten monteren om toch nog iets van een rem te kunnen benutten. Ze poogde op de Bardetplaats achteruit in te parkeren. Toen ze uiteindelijk stond, miste er een niet onbelangrijk aantal verlichtingsonderdelen. En niet alleen aan haar eigen achterkant.

Ook binnen onze eigen familie wordt er geklaagd over soms vreemde schades. Een bejaard familielid heeft regelmatig last van bumperkrassen en deukjes. 'En ze doen niet eens een briefje achter de ruitenwisser', klaagt hij. Tja... heel bijzonder.

Afgelopen zondag reden we over de energieweg toen ons vanaf de stoplichten aan de Liemersweg plotseling een Fiat Panda tegemoet kwam. Het bleek een hoog bejaarde dame die niet alleen op een spook leek, maar ook in die hoedanigheid reed.

Toen ik haar eindelijk zover had dat ze begreep dat er iets fout ging, wees ze eerst naar haar voorhoofd en schoot toen enthousiast het fietspad op om vervolgens een leeftijdsgenoot-met-rollator van de gebreide sokken te rijden.

Misschien zou het goed zijn om bij een leeftijd van een jaartje of tachtig het rijbewijs standaard in te vorderen en alleen terug te geven als men een strenge en een wat mij betreft gratis rijtest heeft ondergaan. Dat kan dan wel uit die twee miljard van Rutte worden gefinancierd. En laten ze het vooral morgen politiek regelen en overmorgen al in laten gaan. Te beginnen bij blinden en slechtzienden.

Gaat op termijn vast heel veel zorgkosten schelen.

Bart.

Copyright Brompot maart 2017

donderdag 16 maart 2017

De postzegelverzamelaar...

Onlangs had ik een snoertje nodig om verbinding te leggen tussen een onzinnig apparaat en mijn computer. En aangezien ik in de buurt was van de Doetinchemse mediamarkt, besloot ik deze voor mij nog altijd heilige grond te betreden. Het bezoekje duurde overigens maar vijf minuten want het onzinnige snoertje werd voor een onzinnige prijs aangeboden. Tja, hoe zegt de mediamarkt dat altijd ? "Ik ben toch niet gek ?"

Overigens: de heilige grond betrof het voormalige postkantoor waar ik eind jaren zeventig van de vorige eeuw aan het PTT loket de kost verdiende.

Onlangs had ik het er nog met een oud collega over. Ik kwam hem toevallig tegen bij café Jansen en het werd al snel een gezellige "oude koeien" ontmoeting. Het opdreggen van "mooie" verhalen zoals over de plaatselijke dorpsgekken die daags in de hal stonden. En over mevrouw huppeldepup die zomers zo schaars gekleed was dat ze bij wijze van spreken met haar boezem een handtekening kon zetten.

En ja, er kwam ook een voor mij wat pijnlijker onderwerp aan de orde: De filatelist...

In ons land kennen we het fenomeen "verzamelaars". Dat zijn mensen die als hobby van alles verzamelen. Zo heb je verzamelaars van speldjes, voetbalplaatjes, mensen die een hele avond naar een sigarenbandje kunnen staren. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt verzameld. Het zijn in mijn ogen mensen met een zogenaamde "prettige tik".

Maar er bestaat ook een andere categorie. Niet met een tik, maar met een dreun. Dat zijn de filatelisten. In de volksmond beter bekend als de postzegelverzamelaars. En die zijn gevaarlijk. Tenminste, voor een lokettist van het zogenaamde filatelie loket.

In Doetinchem was dat speciale loketje één keer per maand open en wel op de woensdagavond tussen zes en acht. Dan kwamen ze achter hun plakboeken vandaan om op het postkantoor precies dát zegeltje te kopen die ze nog misten. Ik vond het de meest verschrikkelijke "dienst" en meestal "verkocht" ik hem aan een collega die zelf met een dikke dreun rondliep.

Toch moest ik ook zelf een keer. Dat was op het moment dat het net bekend was geworden dat er hier en daar een zegel met de beeltenis van toenmalig vorstin Juliana een misdruk vertoonde. Ze had een oorring en die zegels waren zeldzaam en dus geld waard. Het gevolg: er kwamen hordes fanaten het kantoor binnen stuiven.

Bij de derde klant ging het al goed mis. De man was zo gestoord dat hij mijn postzegelmap met een waarde van enige duizenden guldens uit mijn handen trok en zelf begon te scheuren. Eén seconde later had ik hem bij zijn stropdas en trok hem half over de balie. En toen ging er iets goed mis...

Onder de balie bevond zich een pedaal voor het stil alarm. En blijkbaar heb ik er in de commotie tegenaan getrapt.

Hoe dan ook: nog geen vijf minuten later stoof er onbedoeld een peloton politie met getrokken pistool het postkantoor binnen en dwongen iedereen alles los te laten en vooral de handjes op te steken.

De volgende ochtend heb ik een gesprek gehad met mijn directeur en er werd in mijn richting een ongekend stevige disciplinaire maatregel genomen:

Ik mocht niet meer achter het filatelistenloket.

Bart

Copyright Brompot maart 2017

dinsdag 14 maart 2017

Een onterecht vooroordeel

Hij zat ietwat onderuitgezakt aan een terrastafeltje aan de rand van het Simonsplein. En ik zat aan een tafeltje naast hem. Het betrof een militair. Tenminste, hij had zo'n camouflagepakje aan waarmee je normaal gesproken ergens tussen de bladeren in het bos zou moeten liggen. Maar nu blijkbaar even niet.

Hij keek wat voor zich uit terwijl hij onderhand aan een strootje trok wat uit zijn mond stak. De rook kringelde driftig in het rond en zoals dat dan gaat: de slierten trekken altijd naar degene die niet rookt. Ik moest dus licht hoesten en keek of er elders nog een plek te vinden was. Blijkbaar viel mijn zoektocht hem op.

'Heeft u last van de rook ?', informeerde hij.
'Wat zegt u ?', vroeg ik. Ik had hem niet verstaan.
'Of u last heeft van mijn sigaret'. Hij wees naar het nog niet opgerookte deel.

Ik had het gevoel dat hij het over zijn sigaret had, maar helemaal verstaan deed ik hem niet. Het was overduidelijk dat het geen achterhoeker betrof. Hier zat iemand in vol ornaat van over de grote rivieren en naar ik vermoedde een Limburger.

'Ik rook niet, vandaar', antwoordde ik op goed geluk.
Hij knikte en drukte het peukje uit.
'U komt hier niet vandaan ?', informeerde ik.
Hij schudde zijn hoofd. 'Nee, Limburg'.
'Dat dacht ik al', zei ik.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik niet veel met Limburgers heb. Ik kan het niet goed onderbouwen, maar op de één of andere manier bekruipt mij altijd het gevoel dat het onverstaanbare feestnummers zijn die het leven niet al te serieus nemen en in ontwikkeling wat achter lopen.

Uiteraard is dat klinkklare onzin want de Limburgers die ik ken, zijn gewoon hardwerkende Nederlanders waar helemaal niets mis mee is.

Misschien heeft het te maken met het beeld wat de vele televisieseries over dit stukje land bij mij hebben opgeroepen. Series zoals bijvoorbeeld "een dagboek van een herdershond" waarin ene kapelaan Odekerke te maken kreeg met een pastoor die het binnen de gemeenschap voor het zeggen had en de rest van de bevolking dom en naïef hield.

Bij mij is waarschijnlijk daardoor het "Limburgs" beeld blijven hangen van een op zwaar katholieke leest geschoeide gemeenschap waar vooral de drie letters "K" de boventoon voerden. "Kut, Kerk en Kapitaal".

Vooral de rol van meneer pastoor was er daarbij één van verregaande inmenging en bemoeienis in het leven van de gemiddelde parochiaan.

Zo heb ik ooit gehoord dat de eminentie zelfs een boekje bijhield met datums waarop de diverse vrouwelijke inwoners van zijn parochie hun eisprong beleefden waarna hij diezelfde avond nog even langs kwam wippen om pa en moe onder het genot van een glaasje pleegzuster-bloedwijn "gezellig" in te stoppen.

Zoals gezegd was mijn vooroordeel nergens op gebaseerd en om dat nogmaals voor mijzelf te bewijzen, knoopte ik een geanimeerd gesprekje aan met deze zuiderling. Ik kon hem weliswaar moeilijk verstaan maar ik zocht de oorzaak daarvan als eerste bij mijzelf: grijze doofheid.

Zo vroeg ik hem wat hij in onze stad kwam doen waarop hij wist te melden dat hij zijn luitenant bij zijn vriendin had afgezet om hem over een uurtje of twee weer op te halen. Hij had nu even tijd voor een toeristisch bezoekje aan de stad waar hij in het verleden al eens met MVV, zijn voetbalclub, was geweest.

En natuurlijk, we hadden het over zijn opa die eerst in de mijnen had gewerkt en daarna Dafjes met het "pientere pookje" in elkaar had gezet. Over zijn vader die bij de brouwerij werkte en uiteraard over hemzelf die zijn school niet had afgemaakt en dan maar min of meer noodgedwongen voor een legercarriere had gekozen.

Het werd best gezellig en mijn vooroordeel ebte snel weg. Tot zelfs aan het randje van het putje toe. Tot aan het randje, want toen ik hem vroeg waar in Limburg hij was geboren, raakte ik van zijn antwoord onbewust toch weer in een onbegrijpelijke twijfel.

Meneer kwam uit Simpelveld.

Bart

Copyright Brompot Maart 2017





zondag 12 maart 2017

Een test-ontbijtje...

Onlangs hoorde ik dat er onderzoek wordt gedaan naar de haalbaarheid van het bouwen van een nieuwe "van der Valk" vestiging aan de rand van Doetinchem. Nee, ik bedoel niet een dependance van het "Het Slingeland", want dat betreft een ander onderzoek. Het gaat echt om de bekende hotelvogel die blijkbaar drang voelt om aan de A18 neer te strijken.

Uiteraard vindt iedereen er wel iets van, en zo ook ondergetekende. Maar omdat wij altijd wel van de objectieve meting zijn, besloten we om met een paar vrienden een bezoekje te brengen aan de "van der Valkjes" in Duiven. En dan niet om te overnachten, maar om de basis te testen wat hoort bij het traditionele zondagse gekriek van deze dag: het ontbijtje.

Ik kan er kort over zijn: er waren meer dan voldoende calorieën beschikbaar om je maag de rest van de dag, zeg maar dagen, prima mee af te troefelen. Bovendien was het er ook nog prettig toeven. Prima stoelen, vriendelijk personeel, kortom: we voelden ons geheel op ons gemak.

Naast een aantal mede-kriekers zaten er ook wat stelletjes die een nachtje waren blijven hotellen. Je pikte ze er moeiteloos uit: vermoeide blikken, omzoomd door niet meer weg te poederen oogwallen. Dit alles in het teken van een vermoedelijk zware nacht. Meer hoef ik er niet over te melden want het hoort allemaal tot de "van der Valk-geheimen" die wellicht over honderd jaar nog een keer op Shownieuws openbaar worden gemaakt.

Het was dus een prettige ochtend en als ik er zo over nadenk, dan mag de Doetinchemse ontbijthoreca zich best eens op de kop krabbelen. Een droog broodje met een eitje, glaasje jus en een bakkie koffie zijn echt niet genoeg om de dreigende concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Maar gelukkig heeft men nog alle tijd om zich op de komst voor te bereiden want voorlopig zit de Toekan veilig opgehokt in zijn kooi.

Toch is het niet allemáál halleluja bij "de Valk". Dat ondekte ik toen we op het punt stonden om te vertrekken..

Ik sta binnen de familiekring bekend om het hebben van een sterke blaas. Maar als ie uiteindelijk vol is, dan is ie ook echt vol en moet er worden geleegd.

Bij van der Valk volg je dan de borden om na een stevige wandeling uiteindelijk bij twee deuren uit te komen waar je wordt uitgenodigd tot het maken van een definitieve keus.

Men heeft ervoor gekozen om de toiletdeuren te voorzien van een tekening waarbij de gasten dan zelf moeten bepalen wat met de mannenafdeling of de vrouwenvleugel wordt bedoeld. Ik zag iets van een gezicht op één van de deuren en ik zou zweren dat ik een snor boven een lip zag hangen. Ik nam dan ook vanwege de druk een resoluut besluit.

Ik heb ook de volgens mijn echtgenote onhebbelijke gewoonte bij het binnenlopen van een toiletruimte wat voorbereidende activiteiten te ondernemen. De toegangspoort annex uitgang rits ik al lopend los om snel te kunnen lozen. Tja, en dan zoek je in zo'n moderne ruimte naar een basisvoorziening zoals een aan de muur geschroefde urinoir.

Terwijl ik haastig rondkeek hoorde ik achter mij een toilet spoelen en draaide ik mij om. De deur ging open en er verscheen een niet onaardig ogende dame van rond de dertig lentes...

Ze keek mij met open mond aan. Ik haar....

En terwijl ik bijna onzichtbaar mijn rits dichttrok, kon ik maar tot één conclusie komen: deze vrouw had weliswaar behoorlijke wallen onder haar ogen, maar er was absoluut geen sprake van een snor.

Bart

Copyright Brompot maart 2017



vrijdag 10 maart 2017

De aai-pet

Afgelopen week zat ik gezellig met mijn jongste kleinzoon van vier in de kamer op de bank. Hij aan de limonade, ik aan de koffie. Hij een ontbijtkoek, ik een stuk speculaas. We zaten lekker gezellig te keuvelen over de belangrijke dingen van het leven. Hij sprak daarbij enthousiast over de "aai-pet" en ik over onze hond die heel sneaky probeerde de koek uit zijn handje te trekken.

'Opa, mag ik nu op de "aai-pet" ?'. Hij doelde op de tablet die voor mij op de tafel lag.
'Verveel je je een beetje ?', vroeg ik. 'Waarom ga je niet met de auto's spelen ?'. Ik wees daarbij op de enorme kist speelgoed die we ooit hadden bewaard voor de eventuele kleinkinderen.

'Ik wil op de "aai-pet"', klonk het opnieuw.
'Nee knul, dat gaan we niet doen. Je kunt gaan spelen met de lego en met de autootjes. We gaan nu niet op de tablet'.
'Maar ik wil het', jammerde hij.
'Maar ik wil het niet', herhaalde ik streng.

Ik hoorde nu iets van een huilbui aankomen. En daar heb ik zo'n ongelooflijke pesthekel aan. Dat kinderen uit pure chantageoverwegingen gaan huilen omdat ze hun zin niet krijgen. Ik trok hem bij me op schoot.
'Waarom moet je nu huilen ?', vroeg ik.
'IK WIL MET DE AAI-PET !!!'. Hij snikte het uit.
Ik zocht ondertussen naar de schuldvraag en kwam toch bij de ouders uit. Welke ouder laat nou zijn kind met een tablet spelen...

Het snikken hield aan en hij drukte er nog een paar decibellen bij op.

Plotseling echter kwam er een kentering. Onze hond was het "aai-pet" gezanik ook zat, zag zijn kans schoon en hapte de koek uit zijn hand. Toen ging het niet meer over de tablet maar over de hond die zijn koek had gejat. Tja, en dan kun je wel een nieuwe koek doneren, maar het helpt niet in het troosten. Er moest iets leuks gebeuren. 'Ik wihihil de "aai-pehet" Opa'.....

'Zal Opa de TV aanzetten dan ?', stelde ik voor, eigenwijs als ik ben.
Hij knikte al snikkend en drie tellen later zaten we ergens op een kinderpulp-programma.
'Vind ik niet leuk !!', riep hij.
'Ik ook niet !!!', riep ik.
Toen dacht ik aan YouTube waar de nodige oude kinderprogramma's op terug te halen zijn. Onze kinderen vonden die vroeger leuk.

Even later leefden we in Swiebertjesland en legde ik de kleine man uit dat Bromsnor en Opa toch echt twee verschillende personen zijn en dat Oma niets te maken heeft met Saartje. En dat Oma niet de rol van huishoudster heeft binnen ons gezin. Ja, je moet altijd opletten wat je zegt.

Na vijf minuten bleek ook Swiebertje niks. Hij wilde toch liever Bob de Bouwer of de "aai-pet". Ik gaf het nog niet op. Onze kinderen konden vroeger ook altijd heel erg genieten van Theo en Thea.

Maar helaas, ook het "tenenkaas-imperium" van voornoemde toppers bleek niet interessant genoeg. Zelfs niet toen ik mij een tweetal witte tandjes herinnerde, die ik nog ergens tussen de carnavalspullen van onze kinderen had bewaard. Toen ik even later met de konijnentandjes binnenkwam moest hij lachen. Ik had de strijd gewonnen. Alhoewel...

'Mag ik nu dan met de "aai-pet", opa ?'. Ik slaakte een zucht.

Even later aaide hij zijn vingertje over de tablet en ik verdiepte mij verder in de Theo en Thea story. Toen wat later de voordeurbel ging en er zich een collectant van de dierenbescherming aandiende, schoot hij in de lach.

Of ik het konijn op een diervriendelijke wijze had geslacht.

Ik had de tandjes nog in.

Bart

Copyrihgt Brompot maart 2017

woensdag 8 maart 2017

Een visioen

'Ik weet dat ik u een rare vraag stel, mevrouw, maar verkoopt u op dit moment ook softijs ?'. Ze veegde haar handen af aan een rood geruite lap, wat met een rood plastic knijpertje aan een haakje hing.

'Softijs, nee meneer', lachte ze, 'dat hebben we in deze tijd van het jaar nog niet. Ik heb wel verpakt ijs, we hebben ijstaart in de diepvries, maar softijs....'. Ze schudde nogmaals haar hoofd.

'Dat is jammer, want ik heb er zin', zei ik. 'Dat heb je wel eens, dat je zo op straat loopt en dat je ineens een visioen van een ijsje krijgt en dat je er op dat moment ook meteen één wil'.

'Ja, dat ik herken ik wel', zei ze. 'Ik heb dat wel eens als ik dorst heb. Dan zie je ineens een fles frisdrank staan waar aan de buitenkant de condensdruppels vanaf druipen.Je zou hem wel in één teug leeg wil drinken'.

'Juist, dat bedoel ik. Wanneer denkt u weer softijs te verkopen ?', informeerde ik.
'Ik denk zo eind maart, begin april', zei ze.
'Tja, dan is mijn visioen natuurlijk allang gesmolten. Ze glimlachte.

'Kan ik dan verder nog iets voor u betekenen ?', vroeg ze. 'Kroketje misschien, frikadelletje, broodje ham, kaas, broodje gezond... ?'.

'Nee, dank u. Ik wil alleen een ijsje. Denkt u trouwens dat er hier in de buurt een zaakje is waar ze op dit moment wel softijs verkopen ? Ik heb er echt zo'n zin aan'.

Ik ontdekte een ondiepe rimpel op haar voorhoofd. Ze dacht na.
'Nee, ik zou het zo niet weten. Weet u, ik kom hier niet vandaan. Dus ik heb echt geen idee'.

'O, waar komt u dan vandaan ?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Uit Den Haag', antwoordde ze.
'Nou', zei ik, 'dat is ook toevallig: ik kom ook uit Den Haag. En hoe komt u dan zo in Doetinchem terecht ?'.
Ze veegde opnieuw aan het lapje.

'Mijn vriend woont hier en omdat hij niet in Den Haag wilde wonen, ben ik noodgedwongen naar de Achterhoek verhuisd'.
'Ja, voor de liefde doe je alles', lachte ik. 'Ik hoor overigens weinig accent bij u'.

'Dat kan want ik kom van de Veluwe'.
'Oké', zei ik. 'Dus van de Veluwe naar Den Haag. Dat is overigens al een beste stap. En dan ook nog naar de Achterhoek. Dat moet een cultuurshock hebben veroorzaakt'.
'Valt wel mee hoor', lachte ze. 'Maar zo zie je maar weer: het kan allemaal net even anders lopen in het leven'.

Ik keek haar aan en stelde vast dat het een mooie vrouw betrof. Een prachtig gevormd gezicht, mooie donkere ogen, ze had echt een van naturen prettige uitstraling. Vanonder haar grappige "Cora van Mora"-mutsje stak een lok blond krullend haar. Ik kon maar tot één conclusie komen: gewoon een leuk iemand om naar te kijken.

'Wat kijkt u ?', vroeg ze. Haar bruine kijkers vertoonden een lichte fonkeling.
'O niks hoor, ik sta nog wat na te denken'.
'O, waarover ? Toch niet meer over dat softijsje ?', lachte ze.
'Haha, nee hoor', ik blaatte en voelde nu iets van een blozende warmte. Tegelijkertijd ontvouwde er zich een vanuit de verte naderend tafereeltje..

Ik zag haar nu zitten op een terrasje. Ze hing wat onderuit gezakt. Haar zomerjurkje had ze tot iets boven haar knieën opgetrokken en terwijl ze met haar hoofd wat achterover lag, bruinde de zon haar gezicht. Op het tafeltje voor haar stond een flesje frisdrank waar de condensdruppels vanaf gleden...
Ik zat naast haar en eveneens te genieten van de zon. In mijn hand hield ik een softijsje en likte eraan...
'Ohhh wat is dat toch altijd hemels genieten', hoorde ik mezelf vanuit de verte zeggen.

'Wat bedoelt u ?', klonk het vanuit de snackbar op aarde.
Ik schrok en keek op. De warmte was in één keer verdwenen en maakte plaats voor de harde realiteit.

'Helaas, de volgende keer beter', zei ik. 'Het ijsje', merkte ik ter verduidelijking op toen ze niet meteen reageerde. Ik knikte vervolgens vriendelijk, zij fonkelde terug, en ik liep de snackbar uit.

Terwijl ik op de stoep stond en nog een keer naar binnen keek, bekroop mij het gevoel dat fictie en werkelijkheid soms nét te ver uit elkaar liggen. Ik voelde iets van een teleurstelling.

Bart

Copyright Brompot maart 2017








maandag 6 maart 2017

Rare trekjes...

Volgens mijn echtgenote trek ik altijd een raar gezicht als ik lees. En dan met name als ik onderaan de bladzijde ben aangekomen en om moet slaan. Ik schijn dan mijn bovenlip iets over mijn onderlip te duwen waardoor de boel wat scheef trekt. Ik heb het zelf eens willen bekijken voor de spiegel. Maar dat lukte niet want toen ik onderaan de bladzijde was aangekomen, kon ik nèt niet in de spiegel kijken. Irritant. Ik moet dus maar op haar verhaal afgaan.

Uiteraard ben ik niet de enige die soms een raar gezicht trekt. Maar dan zie je vaak dat er een andere reden aan ten grondslag ligt. En dan gaat het vaak om jokken of soms zelfs om het keihard belazeren van de kluit.

Momenteel worden we min of meer gedwongen om naar de scheeftrekkende tronies van de lijsttrekkers te kijken die op vijftien maart de verkiezingstombola ingaan. Je kunt ze gewoon niet meer ontlopen of je moet een paar weken onder een hunebed duiken. En die koppen spreken, voor wat betreft het belazeren van stemgerechtigd Nederland, boekdelen.

Zo kun je er feilloos gereformeerd nederland uithalen. Met van die zoete prevelmondjes en waar niet alleen de politieke schijnheiligheid vanaf druipt. 

Of die van de SP waar de eurotekens in de ogen met de dag groter worden en bijna niet kunnen wachten op het startsignaal om van Nederland één groot ambtenarenrijk te maken. 

Om vervolgens de euro's vol socialistisch enthousiasme er met bakken tegelijk uit te smijten. Net zolang totdat de volgende crisis zich aandient. Waarschijnlijk binnen twee maanden.

En dan natuurlijk de ongeloofwaardige en onsympathieke uitstraling van de Turkse Denk tank, of die van Sylvana Simons met dat eeuwige geleuter over de slavernij en discriminatie. 

Ze trekt een zo ondeugend streng gezicht dat ik niet aan de indruk kan ontkomen dat ze zelf 's avonds met een flinke zweep achter haar in een matrozenpakje gestoken partner aanrent.

Nog iets speciaals: het Wilders-hoofd. De kop die alleen maar boosheid uitstraalt. Ik zou hem klonen en bij elke ingang van de BV Nederland op een grenspaal spiesen. Durft er geen vluchteling meer ons land binnen te komen.

Pechtold daarentegen trekt continue een komiekenhoofd en treedt regelmatig op in Carré. Dat hij daarmee zijn politieke geloofwaardigheid verliest neemt hij op de koop toe.

En wat te denken van hoofdpiet Rutte die volgens goed VVD gebruik draait, keert, jokt en soms ook keihard liegt. Hij heeft wel het voordeel dat hij "samen" met zijn "arbeidersvrienden" het land uit het crisisriool heeft gesleept. Asscher en consorten hebben er politiek gezien een pijnlijk achterwerk aan overgehouden en hij, Asscher, trekt nog steeds het pruil-lipperige slachtofferbekkie. Komt ook nooit meer goed.

Tot slot: Jesse Klaver van het linkse tuincentrum. Toen ik vorige week Doetinchem uitreed, dook zijn Groen Linkse kop totaal overwacht op uit de berm. Als we het dan over vreemde trekjes hebben: deze struikrover gaat naar verwachting zowel letterlijk als figuurlijk politieke ongelukken veroorzaken. 

Misschien dat hij voortaan eerst in de spiegel zou kunnen kijken alvorens in de berm te duiken. Gaat hem, publiciteitsgeil als hij is, vast lukken.

Bart

Copyright Brompot maart 2017