Totaal aantal pageviews

dinsdag 15 augustus 2017

Visserslatijn

Ik fietste in de straffe wind langs de oude ijssel en moest even van de fiets vanwege een flinke niesbui. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker. Mijn echtgenote heeft mij al eens geprobeerd uit te leggen dat zo'n niesbui niet heel erg normaal is en dat ik er eigenlijk iets mee zou moeten doen in de richting van de medische wetenschap.

Ik vond dat onzin. Niezen doe je vanwege een dingetje in je neus. En dat moet eruit en daarom nies je. Ik heb het ook tegen haar gezegd, dat het eigenlijk alleen maar om het dingetje ging. 'Misschien een keertje vaker stofzuigen?', had ik voorgesteld. Ze was behoorlijk gepikeerd geraakt maar het doktersadvies heb ik sindsdien niet meer vernomen.

Een in het riet verscholen visser keek gestoord op.

'Willen ze een beetje bijten?' Ik lanceerde uit nieuwsgierigheid de standaard-vissersvraag. Onderhand poetste ik een flinke druppel van mijn neus.

'Nee', antwoordde hij nors.

Hij tuurde weer geconcentreerd naar zijn dobbertje wat ergens tussen de plukken schuim op het ontstuimig klotsende water heen en weer moest schommelen.

'Waar vis je op?'
'Op vis'.
'Wat voor vis?'
'Tonijn'.

Ik had het al door, hij had waarschijnlijk nog niks gevangen en was behoorlijk chagerijnig.

'Vis je vaker hier?'
'Ja'.
'En dan bijten ze wel?'
'Ja'.
'En wat vang je dan?'.
'Vis'.

Ik kreeg er geen fatsoenlijk antwoord uit. Hij bleef stoïcijns naar zijn dobber staren die ook ik nu ontdekte: een klein rood puntje aan het eind van een stokje wat tezamen met een stuk kurk zorgde dat hij niet meteen onder zou gaan.

Ik zette mijn fiets op de standaard en liep een eindje over het met gras begroeide talud. Daarna zakte ik vanwege mijn ietwat stramme spieren voorzichtig op mijn hurken.

Hij keek weer op maar zei niets.
Stil keken we naar het rusteloze dobbertje.

'Vroeger heb ik ook veel gevist. Op karper. Uren heb ik aan de waterkant doorgebracht. Totdat ik een vrouw aan de haak sloeg die zo tegenspartelde dat ik besloot de hele viskraam aan de wilgen te hangen'.

Hij bleef onbeweeglijk zitten en hield zijn kaken stevig op elkaar.

'Je kunt je dobber moeilijk zien zo tussen die schuimkoppen', zei ik.
Geen reactie.

'Vroeger deden we er een alluminium blikje aan. Die ging dan dansen als je beet had'.
geen reactie.

'Neem je ze mee naar huis als je wat vangt?', informeerde ik.
Geen reactie.

'Een lekkere tonijn is natuurlijk nooit weg', deed ik grappig.
Geen reactie.

Waarschijnlijk stond zijn vrouw hem met een koekepan in de aanslag op te wachten. In geval hij wat had gevangen kon ze meteen aan de slag. In het andere geval kon ze het als wapen gebruiken om hem een flinke aframmeling te geven. In gedachten zag ik het voor mij.

'Heb je voer in het water gegooid?'
Geen reactie.

'Dat deden wij vroeger altijd. Daar kwamen ze met bosjes tegelijk op af. Hengeltje erbij en hup, vis aan de haak'.
Geen reactie.

Ik kreeg het een beetje koud en pijnlijk knieën. Voorzichtig stond ik op.

Op dat moment verdween het dobbertje spontaan onder water. De man gaf een korte ruk waarna hij het spul naar binnen trok. Er werd nu een klein voorntje zichtbaar wat hevig heen en weer spartelde.

'Nou, je hebt in ieder geval iets gevangen. Gooi je hem terug?'.
Geen reactie.

Hij haalde hem voorzichtig van het haakje, trok een leefnet uit het water en gooide hem er voorzichtig in.

Ik was er wel klaar mee en liep terug naar mijn fiets waar ik, voordat ik kon opstappen, opnieuw in een enorme niesstorm belandde.

De visser keek me geirriteerd aan. Zijn blik sprak boekdelen.
Ik glimlachte.

'Het is maar een dingetje in mijn neus. Die moet er even uit', zei ik.
geen reactie.

In één keer begreep ik de echte betekenis van "Visserslatijn"

Ik stapte op en reed met de wind op de boeg naar huis.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017



maandag 14 augustus 2017

Een onenigheidje

'Je hebt me indertijd alleen maar gekozen vanwege mijn tieten'. Ze drukte ter ondersteuning van haar statement met een nijdige beweging haar borsten hoog. Het vuur spoot uit haar ogen, ze was pisnijdig. Hij stond er een beetje met zijn handen in zijn zakken bij en schudde zijn grijze kop. Nee, niet alleen dáárom, bedacht hij zich, maar het was wel het eerste wat indertijd bij hem in het oog was gesprongen.

Ze hadden eigenlijk maar een klein onenigheidje. Zoals je dat wel eens kunt hebben. Het ging over niks en maar was door wat grappig bedoelde opmerkingen die verkeerd waren uitgepakt, inmiddels uitgegroeid tot een behoorlijke brand.

'Waarom zeg je nu niks?', ratelde ze door.
'Alles wat ik nu nog kan zeggen, gaat verkeerd vallen. Dus zeg ik maar niks'.
'Zie je wel, ik heb gelijk. Het ging je puur om mijn lijf en van enige liefde was dus geen sprake'.
'Schatje, je weet dat je nu een enorme onzin uit loopt te kramen. Natuurlijk had je een Goddelijk lijf en natuurlijk viel ik daar voor. Maar als je je toen zo had gedragen zoals je nu doet, dan was het nooit wat geworden'.

'Hoezo niet?', gilde ze.
'Omdat ik geen zin zou hebben mijn leven te delen met een hysterisch wijf. Ook al had een setje gouden borsten'.
'Dus jij vindt mij een hysterisch wijf?'
'Ja, nu even wel ja'.
'Ik bén helemaal niet hysterisch. Ik ben alleen boos. Op jou', benadrukte ze extra.
'En ik heb níks verkeerds gedaan', zei hij.
'Hoezo niks verkeerds gedaan. Alléén maar !'.

'Waarom heb je mij indertijd eigenlijk gekozen?', vroeg hij.
'Waarom denk je?' Hij haalde zijn schouders op. 'Geen idee'.
'Omdat je er aantrekkelijk uitzag en toen ik je goed leerde kennen je mijn prins op het witte paard bleek te zijn'.
'Dus ook eerst vanwege mijn uiterlijk, mijn gespierde lijf, mijn blonde haar, mijn uitstraling, noem maar op. Daar viel jij dus op'.
'Ja, is dat zo raar dan?', vroeg ze.
'Ja, dat is raar. Je verwijt mij nog geen tien seconden geleden dat ik je alleen maar vanwege je tieten heb gekozen'.
'Dat heb ik helemaal niet gezegd', riep ze.
'Dat heb je wel'.
'Maar zo bedoel ik het helemaal niet'.
'Wat bedoel je dan?'.
'Ik mis gewoon een beetje persoonlijke aandacht. Snap dat dan'.

Hij haalde zijn schouders op. Het laatste couplet was inmiddels uitgezongen en het refrein ingezet. Zo ging dat altijd. Ze zou zich nu gaan beklagen over de kinderen, haar ouders, haar werk, en het feit dat ze onvoldoende steun kreeg. Van hem.

'Weet je Arnold, van de kinderen hoor je ook niks. Net zoals van mijn ouders. Als ze je nodig hebben dan staan ze vóóraan in de rij. Maar verder helemaal niks. Zelfs op mijn werk krijg ik weinig gehoor voor de problemen. En van jou krijg ik al jaren geen steun meer. Je ziet me niet eens meer staan. Ja, die tieten, daar gaat hem om. Als ik optel hoe vaak je het daar over hebt'.

'Ik ga mijn nagels knippen', zei hij en verliet hoofdschuddend de arena.

Toen ze 's avonds in bed lagen en het leven weer op gang leek te zijn gekomen draaide hij zich in haar richting en drukte nog wat speels op haar borsten. 'En toch zijn ze nog steeds prachtig', lachtte hij terwijl hij zijn hoofd ondersteunde met zijn arm. Ze gaf hem een flinke tik over zijn vingers.

'Je bent een schoft, Arnold van Zanten'. Ze knipte het donker aan, draaide zich in zijn richting om en na een diepe zucht werden de vredesfeesten luidruchtig ingezet

Bart

Copyright Brompot augustus 2017


zaterdag 12 augustus 2017

Een bejaard fotomodel...

'Weet u misschien hoe laat het is?', vroeg een bejaarde dame die naast mij op een bankje zat in het park. Ik vermoedde dat ze in één van de nabijgelegen bejaardenwoninkjes woonde en voor wat aanspraak met enige regelmaat op dit bankje plaatsnam. Het vragen naar de tijd was waarschijnlijk een beproefde methode om in gesprek te raken.

'Ik heb geen idee mevrouw', zei ik. 'Ik heb geen horloge om. Maar ik vermoed zo tegen half drie'.
'Heeft u geen telefoon bij u?', vroeg ze.
'Een telefoon? Hoezo, moet u bellen?'
Ze schudde haar hoofd. 'Nee, maar volgens mijn schoonzoon heeft zo'n ding tegenwoordig ook een klok'.

Ik moest even nadenken.

'Inderdaad, u heeft gelijk. Eens even kijken'. Ik ging even wat scheef zitten om met mijn rechterhand mijn smartphone uit mijn achterzak te trekken.

'En?', vroeg ze.
'Even, een momentje hoor. Ik moet hem eerst van het slot halen'.

'Mijn schoonzoon heeft er geen slot opzitten. Heeft u er een sleutel bij dan ?'.

Ik moest lachen. 'Nee, met een sleutel bedoelen ze een code'. Ik typte de code in waarna het schermpje oplichte.
'Het is precies half drie. Zat ik er toch niet ver naast'.

Ze knikte en boog zich iets in mijn richting.
'Dat is een mooi toestelletje', merkte ze op.

'Nou ja, laat ik het zo zeggen: hij doet het. Maar mooi is iets anders'.

'Kun je er ook foto's mee maken? die van mijn schoonzoon kan dat namelijk wel'.
'Deze ook hoor'. Ik hield hem in haar richting en deed alsof ik een foto maakte.
Ze ging er echter goed voor zitten.

'En is het wat?', vroeg ze toen.

'Hahaha, ik deed nét alsof'.
'O, maar klikt u maar hoor. Wacht even, dan ga ik goed zitten'.

Ze draaide zich ietwat, drukte met haar hand haar grijze krullenhoofd wat in model, duwde haar bril wat op en legde haar handen op schoot. Vervolgens rechtte ze haar rug en trok een enorme glimlach.

Ik schoof iets van haar af totdat ze volledig in beeld was en drukte toen op het scherm.

'Heeft ie geklikt', vroeg ze.
'Ja', zei ik en bekeek het plaatje. Hij was nog aardig gelukt ook. Ik liet hem zien.

'U kunt goed fotograferen. Mooi', voegde ze eraan toe.
'Kun je zo'n foto ook gemakkelijk versturen ?', vroeg ze toen.

'Hoezo ? Wilt u meedoen aan de miss Holland verkiezing?', lachte ik.
'Nee, dat niet, maar het is zo'n leuke foto. Ik denk dat mijn dochter hem graag zou willen hebben'.
'O, maar ik kan hem zo versturen hoor. Maar dan heb ik wel haar mobiele nummer nodig'.

'Die heb ik', zei ze.
Ze zocht even in haar handtasje om vervolgens met een nummer op een papiertje op de proppen te komen.
'Dit is zijn nummer, van mijn schoonzoon'.

Ik nam het over en koppelde hem aan de whats-ap. Vervolgens maakte ik een berichtje met uitleg aan met als bijlage haar foto.

Ik las hem aan haar voor. 'Hoi, ik ontmoette uw schoonmoeder en die vroeg of ik een foto kon maken en naar u en haar dochter wilde doorsturen. Wel  bij deze, met de groetjes uit Doetinchem'.

Ze stak ter instemming haar duim op.

'Wel, daar gaat ie dan'. Ik drukte op het schermpje en hij werd verzonden.

'De techniek staat toch voor niets tegenwoordig', merkte ze vrolijk op.
'Ja', blaatte ik, 'nog niet zo lang geleden moest je voor zoiets naar de fotograaf en naar het postkantoor. Ze knikte.

Ondertussen keek ik naar het schermpje en zag twee blauwe vinkjes achter het bericht verschijnen ten teken dat ze het hadden gelezen.
'Nou, ze hebben uw foto binnen hoor', lachte ik. 'En ze typen ook een berichtje terug'.

'O, en wat schrijven ze ?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Ze zijn nog bezig. Duurt altijd even'.

Toen verscheen het bericht.

'Beste verzender, wilt u zo vriendelijk zijn en mijn schoonmoeder uitleggen dat ze nu eindelijk op moet houden met het versturen van foto's. Ze spant iedereen voor haar karretje en dit is inmiddels foto vierentachtig die we deze maand van haar op dat kutbankje hebben ontvangen. Ze kan er nog vijfduizend sturen maar ons besluit staat vast: deze bemoeizuchtige intrigant komt ons huis nooit meer in'.

'En ?', vroeg ze.
Ik dacht twee tellen na en stond op.
Toen:  'U moet de groeten terug hebben, ze vinden het een leuke foto en ze houden heel erg van u'. 

'Ik wens u trouwens nog een prettige middag'.

Ik knikte een keer beleefd en maakte me voordat ze iets kon zeggen uit de voeten.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

maandag 7 augustus 2017

Zadelpijn

'Zullen we zometeen even stoppen?', stelde ik mijn echtgenote voor.

We maakten een zogenaamde knooppunt-fietstocht van een kilometer of veertig en ik had nu na de eerste tien kilometer het gevoel dat mijn speciale "brooks-zadel" meer weg had van een spijkerbed dan van een comfortabele salonstoel zoals dat bij de fietsenmaker was gepromoot.

'Nu al?', klonk het overdreven teleurgesteld achter mij.


'Hoezo nú al?'
'We zijn nét onderweg'.
'We zijn al tien kilometer onderweg'.
'Dat is dus nét'.

'Dat is niet nét. We rijden al ruim een uur'. Ik drukte op de knop van mijn fietscomputer en zag dat we eigenlijk pas drie kwartier onderweg waren en nog maar acht kilometer hadden gefietst. Toch gaf mijn kontgevoel minstens een uur aan.

'We rijden pas drie kwartier', hoorde ik haar achter mij. Tja, zij had ook zo'n ding.

'Dan gaan we wel bij een bankje stoppen', zei ze.
'Dan moet hij wél snel komen', zei ik.

'Kom op Bart, niet zo aanstellen'.
'Ik stel me niet aan, mijn kont doet zeer'.
'Dat komt omdat je steeds beweegt. Je moet stil op dat zadel blijven zitten'.
'Ik zit stil', zei ik.
'Dat is niet zo, ik rij achter je en zie dat je op dat zadel heen en weer schuift'.
'Dat heeft er niets mee te maken', vond ik.

'Zullen we teruggaan?', stelde ze voor. Ik hoorde een irritatie.
'Nee, we gaan niet terug, ik wil gewoon even ontspannend op een bankje zitten. Mijn kont heeft rust nodig'.

'Wat ben je toch een aansteller. Waar blijf je nou met die mooie verhalen over vroeger? Dat je op een racefiets de Ventoux bent opgeklommen. En de Mont Blanc, of hoe heet dat ding'.

'Ik ben de Mont Blanc helemaal niet opgefietst. Dat kan niet want er loopt geen weg naar boven'.

'Nou ja, als ik al die fietsverhalen van jou moet geloven, dan heb je de Tour-de-France zowel vooruit als achteruit gefietst. "Ik heb pijn aan mijn kont". Mietje'.

'Ik ben geen Mietje. Ik heb het gevoel dat de zadelpen tien centimeter mijn darmkanaal is binnengeschoven. Ik zit hier verdorie op een zadel van beton en die gaat pijn doen. Nou ja, gaat... die doet pijn'.

'Blijf dan gewoon eens stil op die fiets zitten', adviseerde ze opnieuw.
'Als ik op één plek blijf zitten, dan gaat het nog meer pijn doen'.

'Waarom heb je eigenlijk geen fietsbroek aangetrokken? Daar zit zo'n zemen lap in. Hij ligt thuis boven in de la'.
'Niet aan gedacht. Waarom heb je dat thuis niet gezegd, dan?'

'Ja hallo, is het jouw kont of mijn kont'.
'We zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd?', zei ik.

Toen we wat later op een bankje zaten,  zakte de pijn. Ik zei het.

'Zie je wel, de pijn is nu bijna weg'.
'logisch', wist ze.
'Hoezo, logisch?'

Ze lachte geniepig. 'Die bank kan niet naar binnen zakken. Als ik jou was, zou ik hem op mijn fiets monteren. Scheelt een hoop gezeur'.

Mij bekroop het gevoel dat er een lijdensweg van nog eens tweeëndertig meedogenloze kilometers aan zat te komen. Op enig medelijden hoefde ik als man niet te rekenen.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

vrijdag 4 augustus 2017

Muntjesrelletje

'Kunt u misschien wisselen?', vroeg een bejaarde dame terwijl ze mij een twee-euromunt voorhield. We stonden bij de winkelwagentjes in de plaatselijke AH.

Eigenlijk had ik geen tijd want mijn auto stond illegaal geparkeerd en ik was hier alleen maar om even een kratje bier te halen.

'Dan moet ik even kijken', zei ik terwijl ik mijn winkelwagenmuntje in de gleuf stak en het karretje naar achteren trok.

'Dank u, zo kan het natuurlijk ook.' Ze pakte het handvat en wilde hem uit mijn hand trekken.

'Dat is niet de bedoeling', lachte ik.
'Hoezo niet?', vroeg ze. Ze keek me verbouwereerd aan.
'Dat is mijn muntje', lachte ik. Ik dacht aan een grap met een verborgen camera of zoiets.
'Dat is een muntje van deze winkel. Niet van u. En nu heb ik hem.' Ze keek me heel boos aan en wilde de kar lostrekken.

Ik werd nu ook boos. 'Mevrouw, het is mijn muntje. Ik wil met alle plezier even kijken of ik uw twee-euro kan wisselen, maar het is en blijft mijn muntje en dus mijn karretje'. Ik nam het handvat en wilde hem nu op mijn beurt lostrekken.

Het gekibbel trok de aandacht van een man die ook iets moest met een kar.

'Problemen mevrouwtje?', vroeg hij aan de dame.
'Ja, deze man hier wil het karretje niet loslaten.'
'Het is mijn muntje en mijn karretje', zei ik nijdig.

Ik keek om en ontdekte achter mij een boom van een vent met een kaalgeschoren kop, gestoken in een trainingsjasje en een niet bijbehorende bloemetjesbroek. Een enorme kolenschop omklemde een postcodeloterijtas van waaruit het geluid klonk van lege flessen.

'Loop jij oude vrouwtjes te treiteren?', vroeg hij. Hij stonk enorm uit zijn ongeschoren bakkes en keek mij met een alles vermorzelende blik aan.

'Bemoei je er niet mee', begon ik moedig.

'Is dat uw kar mevrouwtje?'
'Ja, met een muntje van de winkel.'
'En jij wil dat afpakken?', vroeg hij.

'Bemoei je er niet mee', herhaalde ik nog maar een keer, 'je weet helemaal niet waar het hier over gaat.'

'Jij loopt deze dame af te bekken en te terroriseren. Hier die kar.'

Hij liet zijn tasje vallen en plaatste nu beide kolenschoppen op het blauwe handvat. Met een krachtige ruk trok hij hem uit mijn handen en rolde hem naar de dame.

'Dank u', zei ze. Ze zette haar handtas in de kar en liep door de klaprekjes de winkel binnen.

'En jij nu opfucken', norste hij in mijn richting.

Ik had geen zin in een zinloze discussie en liep vol ongeloof de winkel in. Toen ik bij de kassa aankwam met mijn kratje, en even later ook een nieuw gratis muntje had gescoord, zag ik hem schuiven.

'Juffrouw, even niet opkijken hoor, maar die vent daar in dat sjonniepak en postcodeloterij-tasje, zag ik net een paar pakken batterijen in zijn zak stoppen. Meer weet ik er ook niet van.'

Terwijl ik de Appie uitliep, zag ik de manager met grote passen de winkel inlopen.

Ik heb de afloop niet meer afgewacht.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

donderdag 3 augustus 2017

Van de buurvrouw en de luis.

Ik zag haar aankomen maar wist op voorhand al dat ik niet op tijd meer weg kon komen. Ik stond namelijk op mijn klompen tussen de planten in de voortuin onkruid te schoffelen. En als ik met dezelfde snelheid als waarmee zij naderderde de tuin had moeten verlaten, dan was alles onder druk van maat zevenenveertig platgestampt en had ik echt een probleem.

Een probleem omdat ik nog in mijn proeftijd liep want ik was namelijk nèt drie dagen met pensioen. In het voorkomende geval had mijn echtgenote mij waarschijnlijk bedankt voor bewezen diensten en verbannen naar één of andere huishoudklus met minder risico's: stofzuigen of poetsen. Dan voelde ik toch meer voor de vrijheid van de tuin inclusief de aanwezigheid van deze persona-non-grata.

Ik was dus te laat en bereidde me op het ergste voor. Ik heb namelijk een enorme hekel aan mijn bemoeizuchtige buurvrouw-van-vijf-huizen verderop.

'Morgen buurman, u bent al vroeg productief. Daar moet uw vrouw toch wel heel blij mee zijn. Met zo'n productieve man.'

Die stem, verschrikkelijk. Ik keek quasi onverschillig op. 'O, u bent het,' zei ik zuinigjes.
'Ja, ik ben het.'

Ze trok een lach waarbij ik me in de film "de exorcist" deel vijf waande waarbij het hoofd van de met de duivel bezeten hoofdpersoon tien keer om zijn as draaide. Zoiets.
'U bent de tuin aan het doen?'

'Lijkt er wel op hè?', antwoordde ik opnieuw zo goedkoop mogelijk.
'Nou, nu u het zo zegt lijkt het er inderdaad wel op.'
'Fijn.' Ik schoffelde door.

'Heeft u geen baan meer of zo?', kraste ze.
'Hoezo?'
'Ik zie u de laatste tijd heel vaak bij huis.'
'Dat klopt, ik woon hier.'
'Dat snap ik', zei ze. 'Ik bedoel dat u hele dagen thuis bent.'
'Ik ben hele dagen aan het werk, buurvrouw.'

Ze liet het onderwerp varen.

'U kunt het beste de uitgebloeide bloemen van de margrietjes afknippen', adviseerde ze terwijl ze met haar hand door de plant schoof. Hij stond aan de rand. Ik keek haar een momentje aan.

'Heeft u met uw hand aan de margrietjes gezeten?', vroeg ik ietwat agressief.
'Ja, u moet die uitgebloeide knoppen er uithalen.' Ze bukte zich en knipte er één met haar vingers van de steel.

'Stop, STOP, STOP, NIET DOEN, NIET DOEN', schreeuwde ik.
'Hoezo ? Wat is er?', vroeg ze geschrokken.

'Ik heb er net gif opgespoten. Dat ding zit onder een agressieve uitheemse bladluis. Laat uw hand eens zien?'

Ze was nu echt geschrokken en stak haar hand voorzichtig in mijn richting.

'Ik zie het al. Lekker dan. Het kan gaan irriteren, jeuken en dat duurt dan een dag of drie. En er is volgens de dokter niets aan te doen. U kunt de ellende enigszins beperken door vooral binnen te blijven, zonlicht is funest, en het beste kunt u hem in een bak koud water steken.'

'Ik zie er niks aan', zei ze terwijl ze haar hand grondig inspecteerde.
'Dat klopt, dat is de ellende met die verrekte luis, je ziet er niks aan maar doet wel zijn vernietigende werk. Doe nou maar wat ik zeg, dat beperkt de gevolgen enigszins.'

'Meent u dat nou echt?'
Ik knikte.
Ze keek nog een keer naar haar hand, draaide zich om en liep, terwijl ze haar getroffen hand met haar gezonde hand ondersteunde, terug naar huis.

Ik verwachtte komende tijd geen last meer van deze ingeluisde buuf te ondervinden.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017.




woensdag 2 augustus 2017

blonde tom tom

Ik hoorde ze van verre herrie maken: een man en een vrouw die midden op een punt van kruisende fietspaden een knallende ruzie uitvochten rond de route die moest worden gevolgd.

In eerste instantie voelde ik de neiging om er met de trapondersteuning op "vol vermogen" langs te scheuren, maar doordat ze de weg versperden moest ik fors in de ankers.

'Ik zeg je toch dat we rechts moeten', riep de man. Hij stond met de stang tussen zijn benen vuurrood te wezen en met zijn handen aan het stuur klaar om zo weer op het zadel te wippen en rechts af te slaan.

'Henk, we moeten eerst nog rechtdoor. Pas op, fietser !', schreeuwde ze in één adem. Zij stond naast haar fiets en eveneens met haar handen aan het stuur.

Ze waren naar mijn inschatting redelijk op leeftijd en ik had het idee dat ze een weekje op vakantie waren in de Achterhoek.  Tenminste, aan hun taal te horen kwamen ze niet "uit de streek" want ze ruzieden met een plat-haags accent. 

Omdat ik ook uit "die mooie stad achter de duinen" kom, herkende ik het meteen. En als ik zo naar het uiterlijk van dit koppel keek, kon ik het zelfs traceren als "weggelopen uit de schilderswijk".

Zij had een blonde dot, een enorm achterwerk wat probleemloos op een ijzeren tractorstoel paste, en aan haar oren schommelden een paar ordinaire oorbellen die je met kerst in de boom hangt. Ze droeg een strakke lila fietsbroek tot op de kuiten en aan haar voeten een paar witte sokken die boven de rand van haar rode sportschoentjes staken.

Hij daarentegen was slank en uit de mouwen van zijn T-shirt-met-scheepsroer-en-kompas-opdruk staken een paar donkergebruinde armen vol versleten plakplaten.

'Hallo meneer, we zijn de weg kwijt', zei hij in de hoop dat ik nu af zou stappen en hem de route uit zou leggen.
'Ja, we moeten naar Doesburg, maar hij wil hier rechtsaf terwijl ik zeker weet dat we nog effe rechtuit moeten', riep ze.

'We moeten hier rechts, Marie. Klopt toch?, vroeg hij terwijl hij mij met een paar versleten en lodderige ogen aankeek.

Ik balanceerde met één voet aan de grond en dacht na.

'U komt hier niet vandaan?', vroeg ik om wat tijd te kopen.
'Den Haag', zei ze.
'Ja Den Haag', echode hij. 'Nou, wat is het?, rechts, links of rechtuit'.
'Terug kan ook', grapte ik. Hij keek me aan alsof hij het in Scheveningen hoorde donderen.

'Hoor je dat, Marie?, het kan ook nog wezen dat we terug moeten'.
'Dat kan niet, Doesburg ligt aan de andere kant', gilde ze.
'Ziet u nou wat een eigenwijs wijf dat is? Ik krijg het er benauwd van. Marie, als die man zegt dat we terug moeten, dan gaan we terug. Hij komt hier vandaan'.
Ze haalde haar schouders op. 

'Dan ga jij lekker terug. Ik fiets rechtdoor. Groeten !'. Ze stapte op en vervolgde haar weg.

'Het is een eigenwijs takkewijf', schold hij.
'Maar ze heeft wel gelijk', lachte ik.
'Hoezo gelijk?'.
'Je moet inderdaad nog een paar kilometer rechtuit. Dan zie je een bord met "Doesburg" erop'.

Hij keek me aan alsof hij me ter plaatse wilde omleggen. Toen schoof hij op zijn zadel, spuugde een keer op de grond en reed scheldend achter zijn "wijf" aan.

Ik moest ook naar Doesburg, en sloeg rechtsaf. De kortste, de snelste en zeker op dat moment ook de meest veilige route.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

zaterdag 29 juli 2017

Kroeggesprekje

"Doe mij dan nog maar een biertje, Joop", riep hij naar de barman. Ik zat naast hem, half hangend op de barkruk met één voet op de onderste kruksteun en mijn andere op de plank die onderaan de tapkast was gemonteerd.

Hij had al een paar keer tevergeefs mijn aandacht proberen te trekken door mij aan te stoten maar doordat ik bewust wat scheef was weggezakt, kon dat niet meer. Bovendien speelde ik interessant met mijn telefoon op de bar. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij me niet meteen aansprak.

Het was een beetje een verlopen type. Zo één die zijn beste tijd wel had gehad, dat zelf waarschijnlijk ook wist en sinds dat ontdekkingsmoment bij de gemeente had aangeklopt voor een financiële ondersteuning in de vorm van een uitkering.

Het was blijkbaar nog gelukt ook want hij bleek in staat een behoorlijke rekening op te bouwen. In de korte tijd dat ik er zat had hij al vier "amsterdammertjes" achterover gedrukt en het zag er naar uit dat het er ook nog wel eens acht of meer konden worden. En naar zijn rode neus gekeken, was er vast sprake van een dagelijks terugkerend ritueel.

"Alsjeblieft Johan", zei de barman en zette een vol glas voor zijn neus. "Zet hem maar op de bon", mompelde hij, meteen gevolgd door een aanloopkuch.  

"U komt hier zeker niet zo vaak ?". Ik keek op. "Nee, nooit. U wel ?". De man knikte. "Laten we maar zeggen met enige regelmaat". hij pakte het glas, tikte het even hoog en nam toen een slok. Met de rug van zijn hand veegde hij het schuim van zijn mond. 

"Komt u hier uit de buurt ?", informeerde hij. "Nee, we komen uit het zuiden. Mijn vrouw is met haar vriendin shoppen in de stad". Ik wees met mijn duim naar een plek waar in mijn beleving ergens de stad moest liggen.

"Dan gaat dat vast veel geld kosten", lachte hij waarbij de lach oversloeg in een zware roggel die een klodder slijm veroorzaakte welke vervolgens met een flinke slok werd weggewerkt. In gedachten had ik hetzelfde gevoel maar uit mijn mond kwam toch iets anders. "Valt wel mee hoor, ik heb ze een tientje meegegeven".

Opnieuw een lach, een zware roggel, klodder slijm en een slok. "Een tientje. U bent wel gek met uw vrouw. Ik wou dat ik er met een tientje vanaf was gekomen. Ze heeft me een Godsvermogen gekost".
"O", zei ik en richtte mijn blik weer op het schermpje.

"Ik heb ze vorige week weggebracht", zei hij toen. Ik keek weer op. "Ach, dat is ook wat". Ik had eigenlijk helemaal geen zin om het ongetwijfeld tranentrekkende verhaal aan te moeten horen.

"Ja, prima wijf, mijn Mien. Maar zeuren, vreselijk. Altijd maar tegen mijn vrienden aantrappen en altijd maar leuke dingen moeten doen. Op zondag eindje fietsen, kent u dat ? ". Ja, ik moest eigenlijk bekennen dat ik dat wel kende. Ik knikte.

"Weet u hoe lang het geleden is dat ik voor het laatst naar mijn voetbalcluppie ben geweest ?". Hij wachtte het antwoord niet af. "Zes jaar, meneer, zes jaar. En maar zeiken. Ben blij dat ze opgelazerd is. Geeft rust". 
Ik schoof instinctief wat verder weg en viel bijna van de kruk. Hij begon weer te lachen, te roggelen, te slijmproppen en te spoelen.

Ik keek op mijn horloge. Nog een kwartiertje. Buiten goot het, dus ik moest kiezen: Of een nat pak of het gelal van de Johan naast me. Ik koos voor de lal.

"Ze heeft vast ook goede kanten gehad ? ", informeerde ik voorzichtig. "Ja hoor, onder haar kleren. Lang geleden, een Goddelijk lijf". Opnieuw het hoestritueel. "Maar dat wist ze zelf ook en dan heb je als vent een probleem".

Hij legde beide armen op de bar en liet zijn hoofd leunen. "Toch heb ik het gered om de concurrentie uit haar buurt te houden".
Ik voelde nu toch wel enig medelijden opborrelen. Zijn hele leven bezig geweest om zijn mooie "wijf" in de wei te houden en dan nu overleden.

"Heeft u ook kinderen ?", informeerde ik. Hij knikte. "Ja, één woont samen in Friesland met een strontboer en de ander in Australië. Is met zo'n kangoeroe getrouwd". Hij lachte opnieuw en bleef bijna in de slijmprop hangen want zijn glas was leeg. Ik keek naar de barman. "Doe maar snel een biertje", riep ik, wijzend op mijn buurman. "Amsterdammertje".

"Toch wel triest voor u", hoorde ik mezelf zeggen. "Ik heb mijn vrouw over een kwartiertje weer hier voor me staan maar u...". De man richtte zich op, pakte het volle glas bier aan en nam een slok. "Over drie weken staat mijn kreng ook weer voor me, hoor", grinnikte hij. "Proost". Hij hief wederom het glas.  

Hij moest nu echt dronken zijn, bedacht ik mij want ik wist zeker dat een urn met asresten eerst na drie maanden beschikbaar kon zijn.
"Is ze  gecremeerd ?", vroeg ik voorzichtig.  

Toen bulderde hij het uit, raakte in een enorme hoestbui en spoelde de opgehoeste longblazen in één teug weg. "Gecremeerd ? Hahaha, misschien door de hitte ! Hahaha, geweldig dit. Hoezo gecremeerd meneer, ze zit bij mijn dochter in Sydney en staat over drie weken gewoon weer met beide benen en chagrijnige bek op Schiphol".


Bart     



donderdag 27 juli 2017

Het bankje

'Zullen we hier dan maar even gaan zitten ?', stelde ik mijn echtgenote voor. Ik wachte het antwoord niet af, liep het betegelde paadje op en nam plaats op het bankje aan het oude-ijsselhaventje wat recent door de gemeente moest zijn geplaatst.

'Is dat wel veilig ?', vroeg ze, wijzend op een laagje geel zand wat rond de twee zwart geschilderde stalen poten uit moeder aarde kruimelde.

'Stevig als een huis', zei ik nadat ik als test wat heen en weer had geschud. Ze knikte goedkeurend en nam naast mij plaats.

'Goed plan van de gemeente'.
'Wat bedoel je ?', vroeg ze.
'Dat ze hier een bankje hebben geplaatst'.
'Ja, inderdaad een goed plan. Het is prachtig hier'.
'En ook nog op een handige plek, zo op de route'.

'Ja, echt handig, zeker voor jou'.
'Hoezo voor mij ?', vroeg ik.
'Nou ja, ik merk aan jou dat je af en toe moeite hebt om naar de stad te lopen'.
'Wie, ik ?'.
'Ja, jij. Dat is toch zo ?'.
'Ik niet hoor. Ik weet niet wat je hiermee wilt zeggen'.
'Nou ja, Bart, laten we eerlijk zijn'.
'Ja, laten we eerlijk zijn. Jij had het toch over "effe zitten", of ben ik nou gek'.
'Effe zitten voor jou'.
'Wat een onzin zeg'.
'Onzin ? Je bent het alweer vergeten. Je loopt hier op de weg en roept "effe zitten"'.
'Dat zei ik juist voor jou', zei ik.
'Laat maar', reageerde ze.
'Hoezo ? ', vroeg ik. Ik wilde het er nog even over hebben.

'Joh, ik heb geen zin in discussie over zo'n dom onderwerp. Trouwens, ik heb binnenkort een paar nieuwe wandelschoenen nodig'.
'O ?, je hebt toch nog een paar in de berging staan ?'.
'Heb je die al eens goed bekeken ?', vroeg ze ietwat geïrriteerd. Vermoedelijk vanwege mijn bemoeienis.

En nee, natuurlijk had ik ze niet bekeken. Ik ga echt niet elk paar schoenen onderzoeken of ze al dan niet vervangen moeten worden. Ik zei het.

'Nee, wat is daar dan mee ? '.
'Zolen versleten. Ik loop helemaal scheef'.
'Oké, en een paar nieuwe zolen ?'.
'Dat helpt niet'.
'Snap ik niet'.
'Ze zijn ook helemaal uitgelopen. Daar wordt je doodmoe van in je voeten'.
'Dan moet je nieuwe kopen', vond ik.
'Deze zijn trouwens ook niet best meer'. Ze zette haar voeten tegen elkaar en keek naar beneden. 'Zie maar', nodigde ze uit.

Ik keek, maar ontdekte niks bijzonders.

'Ik zie niks. Wat is er dan mee ?', vroeg ik.
'Ze gapen aan de zijkant. Daar heb ik geen stevigheid meer van'.
'En dan krijg je vermoeide voeten', vulde ik aan. Ik had het net geleerd.
'Ja, zoiets'.

We bleven nog een minuutje of drie stilletjes zitten.

'Ik krijg pijn in mijn kont van die stalen bank', zei ze.
'We gaan', besloot ik terwijl ik opstond. Even later liepen we weer.

'Toch een mooi bankje', vond ik.
'Ja, handig. Kun je effe zitten'.

Ik keek haar aan en lachte. 'Voor als je vermoeide voeten hebt, zoals je daarstraks had'.
'Precies', zei ze.

Tja....

Bart

Copyright Brompot juli 2017

Duke...

Ik had nét onze hond uitgeknepen toen ik haar op weg naar huis tegenkwam: Carla.

Ze zag er weer geweldig uit, vond ik. Strak truitje en vanonder haar nèt iets te korte rokje mooie in zwarte nylons verpakte benen.

Ze woonde sinds kort in de buurt en de eerste kennismaking dateerde van de recente buurt-barbecue waarvoor ook zij was uitgenodigd. Deze aantrekkelijk ogende directiesecretaresse was ergens achter in de dertig, en single. Gescheiden.

Ik vond haar wat hautain en tijdens de barbecue had ze zich ook zo gedragen. Aan kluiven had ze een hekel, ze at de kippenpoot met mes en vork, en in plaats van een glaasje witte wijn ‘opteerde’ ze voor een glas sherry.

De wijze waarop ze het glas vasthield was tekenend. Met haar zorgvuldig gemanicuurde vingertoppen met lange rood gelakte nagels omklemde ze op speelse wijze de voet van het glaasje.

Toen ze half in de avond van de barbecue was vertrokken, ze had nog een ‘dingetje’, haalden de vrouwelijke buurtgenoten opgelucht adem . De mannelijke helft hield nog een korte "Carla-terugblik-vergadering" waarbij vooral het kluiven, het ‘dingetje’ en de lange nagels onderwerp waren van een uitgebreide nabeschouwing.

'Hoi Carla !', begroette ik haar vriendelijk.
'Hoi, eh… Bartel was het toch?'.
'Nee hoor, gewoon Bart'.
'Oké dan, Bart', lachte ze.
'Mooie hond heb je, is die van jou ?', vroeg ik.
'Ja, ik heb hem sinds vorige week. Hij is echt mooi hè ?'. Ze keek trots naar haar hijgende en glimmende viervoeter die wat onrustig aan de kont van onze Jack Russel snuffelde.

'Ja, hij is prachtig', beaamde ik, 'Een echte Golden Retriever'.
'Het is een tophond', zei ze trots. 'En één met papieren'.
'Hoe heet hij ?', vroeg ik.
'Duke. Zijn vader was Duits en zijn moeder Engels kampioen'.
Ik aaide hem over zijn mooie lijf.

'Heb je zijn prachtige kop gezien, Bartel ?,en zijn poten en zijn staart ?. Hij kreeg bij de keuring het zeldzame predicaat “uitmuntend”. Ze pakte het puntje van de staart en trok hem op. Het haar was mooi in lijn geknipt en viel precies goed.
'En dan zijn bloedlijn, ook die is fenomenaal !'. Ik boog iets, keek en knikte. Tja, de bloedlijn.

'Ik vind dat hij goed bij je past', zei ik toen. 'Echt een chique hond'. Ze lachte en keek met een lichte afkeer naar mijn Jack die een dikke meter lager op zijn rug lag en vrij uitzicht had op haar verscholen scharnierpunt.

'Nee, zo’n Jack is helemaal niks voor mij. Ik wil een rustige hond die goed luistert. Duke is een gentlemen en hij luistert excellent', ging ze verder.
'Kan ook niet anders want hij is met de vorige eigenaar op de academy geweest. En dat kun je goed merken. Hij trekt niet, komt als je roept, en hij is zindelijk'.

Ze somde de voordelen met verwijzing naar haar vingers op. De drie opgestoken nagels glommen in de middagzon.

Ik bekeek de Duke nogmaals. 'Hij zakt wel een beetje door zijn achterpoten, Carla'.

'DUKE, WAT DOE JE NU, FOEI !!!'. Ze rukte aan de riem waarna er een enorme bruine drol zichtbaar werd.

'Ja, zelfs een hertog moet af en toe op de pot', lachte ik. Carla keek om zich heen of er getuigen waren.

'Heb je een zakje ?', vroeg ik toen.
'Nee, maar hoe werkt dat dan?'. Ze trok een vies gezicht.

Ik graaide een blauw diepvrieszakje uit mijn broekzak. 'Kijk, gewoon hand in het zakje en oprapen'. Ik deed het voor.

Ze pakte het zakje met haar nagels aan…
Ze aarzelde. 'Bartel, zou jij… zie je, ik met mijn nagels…'.

Ik slaakte een flauwe zucht, nam het blauwe zakje weer over, bukte en raapte de warme drol met een geoefende beweging op. Vervolgens knoopte ik het zakje dicht.

'Gefeliciteerd, een cadeautje', lachte ik terwijl ik de feestverpakking aan haar overhandigde.
'Dank je', zei ze.

Jack snoof nog even aan het getroffen gebied, waarna we afscheid namen en beiden onze kant gingen. Toen ik nog een keer nieuwsgierig omkeek zag ik de Duke en de hooggehakte Duchess in stijl uit het zicht paraderen.

De verpakte adellijkheid hield ze tussen haar duim en wijsvinger, verre van haar lichaam…

Voor mij was het wel duidelijk: Carla was op weg naar de tweede scheiding in haar leven....

Bart

Copyright Brompot juli 2017

dinsdag 25 juli 2017

Zwemles

Onlangs mocht ik als plaatsvervangend ouder naar de zwemles van mijn kleinzoon. Nou stelt dat organisatorisch allemaal niet zo veel voor. Zwempasje afgeven bij de kassa, terugkrijgen, kind de kleedkamer inbrengen, kind uitkleden en zwembroekje aantrekken. Niet iets waarvoor je een opleiding nodig hebt. Ook opa's kunnen dat ook prima.

Er verscheen een mama met kind in de kleedkamer met blijkbaar hetzelfde doel: kind naar zwemles brengen en dus kind uitkleden en kind zwembroek aantrekken.

'Kom maar Ruben, dan zal mama je even uitkleden. Anders kun je je zwembroekje niet aan hè, Ruben. Wat zeg ik nu, Ruben, RÚÚÚBEN !!!!'.

Ik probeerde niet te kijken, maar op één of andere manier kijk je dan toch. De mama van Ruben was er één uit de categorie ordinair en dan met de specialisatie weinig geduld. Ze trok het kind naar zich toe, rukte zijn truitje omhoog en probeerde hem over zijn hoofd te trekken. Het bleef echter achter zijn neus en enigszins naar buiten staande oren hangen maar dat was voor mama geen probleem.

Als een echte Popey-met-ankertattoo gaf ze een extra ruk.
Het kind gilde de hele kleedkamer bij elkaar maar wel met resultaat:  het truitje eindigde op het bankje.

'Ruben, stop met huilen zeg ik je. Stel je niet zo aan. Het deed helemaal niet zeer. Mama heeft het heel voorzichtig gedaan'.

Geen hoorbaar resultaat.

'STOP zegt mama, mama zegt STÓÓÓP'.
Ruben gilde door.

Er werd nu een psychologische hulplijn ingezet.

'Als je nu niet ophoudt, dan mag je niet naar zwemles'.

Tja, blijkbaar zag Ruben hierin een mooie uitweg om van de zwemles af te komen en gaf nog een keer extra gas. Ondertussen keek hij met van die grote betraande ogen naar mij. Bij ons was alles rustig. Maar ons kleinkind heeft dan ook een truitje op de groei en geen flapoortjes. Bovendien heeft zijn opa geen ankertattoo op zijn arm en is zijn opa gezakt voor het diploma "geen geduld".

Ik gaf hem een knipoog, maar ook dat hielp niet.

De mama had inmiddels de in het vooruitzicht gestelde sanctie in de ijskast gezet want ze ging ondanks het gekrijs gewoon verder met de zwemles-voorbereiding. Ruben werd nu in zijn zwembroek gehesen.

'Opa, waarom huilt dat kindje ?', vroeg mijn kleinzoon mij al fluisterend in mijn oor. 'Dat jongetje heeft au', fluisterde ik terug. 'Gaat hij nou niet naar de zwemles ?', informeerde hij verder. Ik haalde mijn schouders op. 'Weet opa niet maar ik denk het wel'.

Aan de overkant ging de strijd verder.

'Ruben, nu is het klaar, hoor je'.
Ruben hoorde het niet. Hulplijn twee werd nu ingezet.
'O, maar dan krijg je straks ook geen ijsje van mama'. Hij draaide de volumeknop nu nog verder open.

'Opa, dat jongetje krijgt straks een ijsje', fluisterde mijn kleinzoon. 'Dat denk ik niet', zei ik. 'Zijn mama is boos'.
'Jij bent niet boos hè opa ?'.
'Nee hoor, opa is niet boos op jou'.

Hij dacht even na, keek toen naar het huilende knulletje en richtte toen zijn blik weer op mij.
'Ik lust straks wel een ijsje, opa'.
Ik keek hem aan en zocht naar een list.

Maar helaas, alle hulplijnen waren verbruikt...

Bart

Copyright Brompot juli 2017

maandag 24 juli 2017

Een verjaardagsfeestje

'En wat vindt U daar nou van ?', vroeg ze nadat ze een vijf minuten durende klaagzang had vertolkt.
Tja, wat moest ik er nou van vinden. Ik had alleen een klein deel van het eerste couplet meegekregen en was terstond afgehaakt toen ze het woord "eigen risico" in haar pruilerige mond nam. Ze was zwaar bejaard maar had nog genoeg gif in haar tong om de complete verjaardagsvisite aan de zuurstof te krijgen. En ik zat naast haar waardoor ik de volle laag over mij heen kreeg.

Over het algemeen kan ik heel goed omgaan met bejaard nederland. Ik kan altijd genieten van de verhalen uit verre en grijze verledens en niet zelden doe ik inspiratie op om er een column over te schrijven. En dan vooral vanuit de positiviteit.

Van deze negatief georiënteerde pruim kreeg ik abrupt het zuur en sloeg de positieve inspiratie dood. Morsdood.

'Wat vind u daar nou van, vroeg ik u'. Ze tikte me nu ongeduldig tegen mijn arm ten teken dat ze echt wel een antwoord wenste.
'Ik vind er niets van', zei ik met een lach die ik, beminnelijk verpakt, in haar richting lanceerde.
'Kom, kom, u vindt er vast iets van. Of denk u nu "wat zit dat mens te zeuren"'.

'Ja Annie, dat laatste', hoorde ik de jarige roepen die veilig aan de andere kant van de tafel zat en zich zat te verkneukelen dat niet hij maar ik dit keer slachtoffer was.

'Mevrouw, ik heb er geen verstand van en dat wil ik graag zo houden', zei ik heel diplomatiek.

'Dat is toch raar. Die jeugd van tegenwoordig heeft nergens meer een mening over'. De woorden schoten als kanonskogels uit haar pruilbekkie die door het bijtende zuur nog wat extra samentrok.

'Pardon ?', riep ik lachend. 'De tegenwoordige jeugd ?'.
'Ja, precies zoals ik het zeg. Jullie hebben nergens een mening over laat staan dat je nog ergens verantwoordelijkheid voor neemt'.

'Annie, deze meneer Bart is tweeënzestig. Hij ziet er weliswaar nog goed uit maar om hem als "jeugd" te betitelen gaat iets te ver'.

'Ik ben vijfentachtig', zei ze. 'Dat is drieëntwintig jaar verschil. Ik zie hem nog als een jong broekkie. Ze legde haar hand op mijn arm en ik trok hem misschien wel net iets te snel terug.

'Wil je nog een toastje met brie, Annie ?', vroeg de echtgenote van de jarige.
'Is die nog wel goed ? Je moet brie nooit in de zon leggen', wist ze. Ze bleef zeuren.

'Ach, natuurlijk is die nog goed'. Ze pakte een mes en sneed een plakje af.

En toen zag ik de vlieg. En die vlieg had besloten op het brietje van Annie te landen. Maar dan precies aan de kant die onzichtbaar was voor de geadresseerde en degene die hem smeerde.

De vlieg plakte aan de brie, en kwam vervolgens op zijn rug terecht pal tussen het brietje en het toastje. En toen wilde ik, verantwoordelijk als ik ben, de zuurpruim waarschuwen voor het naderende gevaar maar kwam spontaan in een hoestbui terecht.

Ze stak vervolgens de brie razendsnel in haar mond en begon mij op mijn rug te slaan.

Toen ik weer bij kennis kwam, was de vlieg overleden en in Annies miegel verdwenen.
Ik heb het maar zo gelaten.

Ze sprak over het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel van de jeugd.

Ik voelde toch wel iets van schuld...

Bart

Copyright brompot juli 2017

vrijdag 21 juli 2017

Dromen op een pleintje...

Ze had een echte balkonboezem. Van die siliconeborsten die aan de onderzijde kunstmatig waren opgeduwd en aan de bovenzijde werden geschoord door een tweetal zwarte bandjes die vanwege de totale omvang eerst in de buurt van haar schouders haar donkere vel raakten. Het omhullende rood, geel, zwarte truitje was laag uitgesneden. Zelfs zo laag dat het geheel vrij lag te bakken in de brandende zon die rond het middaguur een klein hoekje van het pleintje had veroverd.

Place des Artistes. Een prachtig met kasseien geplaveid plein wat werd omzoomd door hoge terracotta-gele woonblokken met van die typisch blauw houten luiken en gemodelleerde roestige hekjes.

Het was marktdag en drommen toeristen verdrongen zich aan de kraampjes die de straten van dit stadje hadden ingenomen. Op de Place des Artistes stonden de bio-kramen geparkeerd van waarachter een contingent vrije sandaaldragers allerlei bio-rotzooi aan de toerist probeerde te slijten.

Een wat groter gedeelte van het idyllische pleintje was bestemd voor de terrasjes-horeca. Vandaar dat ik daar op een gietijzeren stoeltje zat te genieten van èn een glas rode jerrycan-wijn èn het bruinende balkon schuin tegenover mij.


Ze had wel iets prettigs over zich. Zoals ze keek. Ze leunde met haar elleboog op het tafeltje en haar hoofd rustte scheef op haar hand die haar donkerrode losse haar wat opduwde. Met haar vrije hand poetste ze dromerig over het beeldschermpje van een telefoon die samen met een pakje sigaretten en een aansteker vóór haar op het tafeltje lag.

Met haar mooi gevormde lippen zoog ze aan een rood rietje wat uit een vol glaasje knalgele drank stak en keek daarbij met van die mooie, zwart omrande en alles doordringende ogen schuin in mijn richting. Ik nipte een beetje verlegen aan mijn wijn en probeerde mijn aandacht op een toerist te richten die bezig was met de aanschaf van een onzinnig stuk bijenzeep. Maar steeds weer schoof mijn vizier vanuit een zelfsturende regie richting balkonscène.

Ik voelde me wat onrustig worden en nipte twee, drie keer achtereen aan de wijn. Zij zoog, maar het gele niveau daalde niet echt. Ondertussen bleef ze over het schermpje aaien en mij onverwachts aankijken. Ik toverde een glimlach, maar mijn toverij bleek niet meer van wat het dertig jaar geleden was. Te traag.

Ik wachtte gespannen op de volgende blik van boven het balkon maar tevergeefs. Ze richtte zich op, keek vluchtig op haar horloge en dronk, ingegeven door het misschien wel verrassende tijdstip, het gele vocht nu zonder rietje in drie slokken weg.

Ze schoof nu haar stoel naar achteren, stak snel een sigaret op, pakte haar tasje en haar telefoon die net op dat moment een zwoel Frans melodietje ten gehore bracht. Ze keek intuïtief op het schermpje en nam toen op.

“Allo Mama, oui (ja) Mama, ici (hier) Francois Mama”. Een zware door drank en nicotine aangetaste mannenstem dreunde als een dragonder over het plein en weerkaatste tegen de muren...

Ik schrok wakker uit mijn romantische droom en bekeek vol ongeloof het “creature” wat nu in vol ornaat langs mijn tafel schoof. Hij gaf me en passant een knipoog en ik knikte beleefd terug.

Terwijl ik mijn wijn in één keer naar binnen goot en zocht naar de reden van mijn miskleun kon ik maar tot één conclusie komen: het was hoe dan ook een prachtige boezem...

Bart


Copyright Brompot september 2014

donderdag 20 juli 2017

Demente hond....

Afgelopen week ben ik met onze Jack bij de dierenarts op visite geweest voor zijn jaarlijkse spuitje. Onze dierenarts vindt dat op enig moment nodig en stuurt dan een herinneringskaartje. Het doel daarbij is tweeledig: voor ons als eigenaar, het afkopen van een aangezwamd schuldgevoel en voor de dierenarts het vullen van zijn bankrekening.

Hoe dan ook: Ik zit gewoon één keer per jaar met een zenuwachtige hond, een pinpas en een dieren-paspoort in de hand in de wachtkamer van de dierenarts.

Nu beschikken de klanten van onze dierenarts over het fatale talent om allemaal tegelijkertijd naar het spreekuur te komen. Lang wachten dus. En dat is best lastig want het beestenspul maakt van deze bijzondere gelegenheid dankbaar gebruik om onderlinge ras-vetes uit te vechten.

Katten ruziën met honden, honden met katten, konijnen met honden en honden met konijnen.
En ook onze Jack doet er enthousiast aan mee. Hij is namelijk stapelgek op muizen, konijnen, cavia’s en overig knuffelspul. En die zie je daar regelmatig omdat er vaak iets aan dat ongedierte mankeert.

Zo ook vorige week toen er een konijn in de wachtkamer aanwezig was. Hij zat op schoot bij een klein blond meisje. Ze moest hem vasthouden van mama maar aangezien zo’n konijn behoorlijk stoffig is en het kind blijkbaar allergisch, moest ze ervan niezen. Vanwege haar uitstekende opvoeding schoof ze instinctief haar hand voor haar mond en liet ze snuffie los.

Het gevolg laat zich raden: konijn op hol, kind hysterisch, de mama in de gordijnen en onze Jack op jacht naar Snuffie. Van het konijn hebben we daarna niets meer gehoord. Hij moet de trap zijn afgevlucht.

Onze Jack was tijdens de drijfjacht met zijn ketting achter de deur blijven hangen en snakte naast vrijheid, vooral naar adem…. Om hem rustig te stemmen plotte ik hem op schoot en masseerde zijn pijnlijke nek.

Uiteindelijk waren we aan de beurt en mocht hij de behandelkamer binnen.

De dierenarts was bijzonder tevreden over onze hond. Hij vond hem lief, mooi, en voor zijn inmiddels bejaarde leeftijd best nog in goede conditie. Hij kon naar verwachting nog jaren de dokterskas spekken.

'Mankeert er verder nog iets aan ?', informeerde de arts.

Ik vond van wel en zei het.

'Wel dokter, hij kan soms een uur naar zijn lege etensbak staren. Of janken als er niks te janken valt. En paren als er niks te paren valt'.

'Zo... Dus jij doet af en toe een beetje raar', zei hij tegen Jack. Die reageerde door een dampende drol te draaien.

'Doet hij dat al lang?, dat staren ? ', vroeg de arts

'Paar maandjes denk ik'. Ik wist het niet precies.

'Hmmm', klonk het. Hij dacht na.

Toen keek hij hem in zijn ogen, en vervolgens in zijn kont. De diagnose werd nu gesteld en was verrassend.

'Ik denk aan dementie', zei hij.
'Een dementerende hond ? Kan dat ?'.
'Ja, dat kan'.
' En is er wat aan te doen ?', vroeg ik.
'Ja hoor', er is wel iets aan te doen.

Hij kreeg vervolgens een spuit in zijn kont, een pot pillen voor thuis en ik een gepeperde rekening….

Toen Jack na de behandeling met een ietwat pijnlijk achterwerk en zwaar hijgend op de voorstoel van de auto nog wat na-dementeerde, aaide ik hem liefdevol over zijn bol.

Recent wist mijn echtgenote mij te melden dat ook ik soms wat afwezig naar mijn lege bord staar en dat ook ik vaak in mijzelf loop te preken. En er was nog iets wat haar in mijn gedrag was opgevallen..

Dat ben ik helaas even vergeten.

Bart

Copyright Brompot juli 2017

Lid worden van de Brompotcolumns en korte verhalen ? Zoek op facebook naar "brompot columns en korte verhalen" en doe een lidmaatschapsverzoek. Als je lid bent ontvang je van elke nieuwe column een berichtje.

woensdag 19 juli 2017

Een vermist zalfje

'Schat, weet jij waar mijn tube zalf is gebleven?', vroeg ik mijn echtgenote. Ik had hem boven op de badkamer gelegd en ik verdacht haar ervan dat ze hem had opgeruimd.

'Ik denk dat het tubetje naast je fietssleutel, je kermishorloge, je spanningszoeker en die andere spullen ligt die je de afgelopen tijd bent kwijtgeraakt. Eh... herstel: waarvan je niet meer weet waar je ze hebt neergelegd'.

Ik proefde enig cynisme. Vooral dat laatste prikte. Ik wist zeker dat ik de tube boven op de badkamer had gelegd.
'Heb je hem echt niet gezien ?, ik moet dat spul er elke dag opsmeren. Anders gaat het niet goed'.

'En wat zou er dan niet goed moeten gaan?', vroeg ze.

'Dan kan er een negeroog onstaan of hij kan knappen waarna ik met een lelijk litteken in mijn nek blijf zitten'. Alleen al bij de gedachte werd ik onrustig.

'Dat zal allemaal wel meevallen', zei ze. 'Negerogen mogen tegenwoordig niet meer en knappen... hij knapt niet zomaar'.
'Ik wil mijn zalf', zei ik.

Ze haalde haar schouders op. 'Dan blijft er maar één ding over: goed zoeken. Ik heb de tube in ieder geval niet gezien en ook niet opgeruimd. Ik snap trouwens niet dat je tegenwoordig alles kwijt raakt. Je hebt je gedachten er niet bij. Je denkt aan alle dingen behalve aan datgene waar je echt aan moet denken. En dan wordt het ergens neergelegd en dan vergeet je waar. Beetje raar, Bart'.
Ze keek me aan en schudde haar hoofd.

'Ben je klaar ?', vroeg ik. 'Dan ga ik nu naar boven'.

'Dat zou ik dan maar doen. En hou je gedachten erbij. Niet afdwalen hoor !', riep ze me na.

Ik kon hier zo van balen. Dat mij onterecht de les werd gelezen. Iedereen vergeet wel eens iets. En ook ik ben wel eens een "iedereen".

Even later stond ik boven, keek nogmaals op de badkamer en liep toen naar de slaapkamer. Daar ontdekte ik een tube op de kast. Snel draaide ik de dop eraf en smeerde een lik op mijn puist. Daarna draaide ik het dopje er weer op en legde hem in volle concentratie weer op zijn plek terug. Hoezo de gedachten er niet bij.
Vijf seconden later was ik terug in de kamer en plofte op de bank.

'En ?', vroeg ze. 'Gevonden ?'.
'Ja', zei ik.
'En waar lag hij nou ?'.
'Op de kast in de slaapkamer. Ik heb hem daar trouwens weer precies zo teruggelegd. Dat je het weet'.
'Kan niet', hoorde ik.
'Ga maar kijken. Hij lag daar echt'.
'Ik ga kijken'. Ze stond op en liep de trap op.

Even later stond ze met de tube weer in de kamer. 'Vraagje, jeukte die steenpuist heel erg ?',
'Jeuken ? Nee, hij doet pijn. Hoezo ?'.

'O nee, niks, vroeg me alleen af waarom je er aambeienzalf op hebt gesmeerd terwijl je eigen tube gewoon in de badkamer lag. In de beker met de tandenborstel en tandpasta!'.

Ik heb lang gezocht naar een passend antwoord. Zeer tot mijn schande moet ik bekennen dat ik ook dat tot op heden niet heb kunnen vinden.

Bart

copyright Brompot juli 2017




maandag 17 juli 2017

Drollenpraat

De woorden schoten als de punten van een mestvork uit haar mond: vlijmscherp en met een nare geur. Ze was namelijk boos. Heel boos. En dat was ze op mij. En ik had het gevoel dat ik niks had gedaan en stond erbij als de zojuist vermoorde onschuld.

'Wat denkt u wel niet, dat u MIJ de les kunt lezen ?', riep ze terwijl ze met haar linkerhand aan de riem rukte waar aan het eind een onrustige herdershond heen en weer draaide.

'Rody !!! ZIT !!!!'.
Jammer voor haar had Rody zo zijn eigen agenda en bleef rondjes draaien.

Ik had hem ook, een eigen agenda, en bleef het evangelie van de sociale omgangsvormen prediken.

'Mevrouw u moet het toch met mij eens zijn dat je de drollen van een hond gewoon moet opruimen. En zeker op de plaatsen waar veel wordt gelopen of kinderen spelen'.

'Het is MIJN zaak wat ik doe of niet doe. Dat gaat u helemaal geen sodemieter aan. Waar bemoeit u zich verdomme mee !'. Haar ogen spoten vuur en Rody werd nog wilder.

'Stel dat IK voor uw deur mijn behoefte zou doen, dan baalt u toch ook ?', zei ik rustig.

'Nou, dat zou je eens moeten proberen, vetzak, dan zijn de rapen nog niet gaar. RODY ZIT !!!', gilde ze en probeerde hem door op zijn achterste te duwen aan het zitten te krijgen. Tevergeefs.

'Mevrouw, het is gewoon uw plicht. U bent verplicht om de uitwerpselen op te ruimen. Doet u dat niet, dan riskeert u een hoge boete. De gemeente is hierin niet mals. En gelijk hebben ze', voegde ik eraan toe.

'Ja, dat zal. Betaal ik niet. Laten ze maar eens wat aan het gemeentegroen doen. Het onkruid staat meters hoog. RO-DY !!!', gilde ze opnieuw.
Hij keek haar aan en ik had het gevoel dat als hij het had gekund, hij met zijn poot naar zijn voorhoofd had gewezen en vervolgens had geroepen dat ze zich niet zo druk moest maken en hem, Rody, gewoon in het bos had moeten uitlaten.

Ze ratelde maar door. 'Ik betaal me scheel aan de hondenbelasting en ze doen er geen zak mee. Ja, feestjes houden in het gemeentehuis'. 'RODY, het vrouwtje zegt toch ZIT !!!! '.

'Weet u eigenlijk wel hoe smerig het is om stront op te pakken ?', riep ze.

'Dat valt reuze mee hoor', zei ik. 'Hand in het poepzakje steken en je raapt hem zo op. Knoop in het zakje en weg ermee'. Ik vond dat ik opvallend rustig bleef. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Dan blijf ik in dit soort stompzinnige discussies meestal wel rustig.

'Gatverdegatver, ik moet alleen al bij de gedachte over mijn nek', riep ze. 'RODY, rothond !!!'. Ze rukte, hij bleef draaien.

Het viel me op dat ze wel twee poepzakjes aan de riem had hangen. Ik zei het voor de grap.
'U heeft wel twee zakjes aan de riem hangen'.

'Ja, hallo, ik ben niet helemaal mesjogge. Als ze van de gemeente controleren moet je er twee kunnen tonen', wist ze.

Ik dacht er even over na.

'Mooi, dan heb ik een prima oplossing', zei ik vervolgens.
Als Rody heeft gekakt, pakt u zakje één en raapt u de drol op. Dan pakt u vervolgens zakje twee en gaat u even lekker over uw nek.

Daarna gooit u beide zakjes in de met de gemeentelijke hondenbelasting gefinancierde poep-afvalbak. Probleem opgelost.
Ik wens u verder veel succes en nog een prettige dag'.

Ik gaf Rody vervolgens een aai over zijn bol waarna hij rustig ging zitten en mij vriendelijk aankeek.

Tevreden liep ik verder.

Bart

Copyright brompot juli 2017 

zaterdag 15 juli 2017

Momentje Zwarte Cross

'Heeft u een vuurtje ?', vroeg ze. Ze zat naast me op een bankje waar ik net op dat moment zat na te denken waarom ik er zat. Ik keek opzij en ontdekte een meisje van naar schatting achttien jaar. Er stak een filtersigaret van tussen haar roodgeschilderde lippen die hongerig op en neer wipte.

'Helaas', zei ik en toverde een verontschuldigende lach. Ze nam nu de sigaret met haar gehandschoende hand uit haar mond. Heel voorzichtig, want blijkbaar plakte het filter aan de lippenverf.

'Ik rook niet', zei ik. Ik had er nog het woord "meer" aan kunnen toevoegen, maar daarmee zou ik weer nét iets te ver gaan, vond ik. Dat ging haar niets aan.

'Heb jij een vuurtje ?', vroeg ze aan een jongen die aan mijn andere zijde zat. Hij hield in beide handen een bekertje bier. De ene was overleden en de andere flink op weg. Ik vond hem wat sneu kijken. Hij schudde zijn hoofd.

'Rook niet', zei hij kortaf.
'Je moet je bier opdrinken', zei het meisje. 'Het gaat helemaal dood zo, zonde !'.
'Jij ?', vroeg hij terwijl hij haar het bekertje over mijn schoot heen voorhield. Ze pakte het aan.
'Dank je', zei ze en zette hem na een proostbeweging aan haar mond.

'Ben je alleen ?', vroeg ze aan de blonde knul-met-rood-hoofd.
'Nu wel', zei hij.
'O', zei ze terug.

Ik boog iets naar achteren om het kruisverkeer vrij doorgang te verlenen.

'En jij ?', vroeg hij.
'Ik nu ook. Mijn vriendin is hier een jongen tegen het lijf gelopen'.
Hij knikte terwijl zijn blik op een plasje modder onder het bankje was gericht.
'Mijn vriendin ook. Het is nu uit. Definitief'.

Ik kon niet aan de indruk ontkomen dat hun relatie niet echt hecht was geweest. Blijkbaar was er vaker sprake geweest van een relationele crash.
In ieder geval snapte ik nu wel het ietwat chagrijnige gezicht van de knul.

Ondertussen keek ik naar het meisje. Ze droeg een wat laag uitgesneden T-shirt met daarop een zwart jasje. Onder haar, wat ik mij uit een ver verleden herinnerde als "hotpants" ontdekte ik een paar zwarte nylons met hier en daar een modernistisch gat waar wat wit vel uit opbolde. Haar voeten waren verpakt in een paar modderige gympen waar de tongen als vermoeide lappen uithingen.

'Vind je het leuk hier op de Zwarte Cross ?', vroeg hij wat somber.
'Ja hoor, gaaf man. Ik ben hier voor het eerst', riep ze enthousiast. 'En jij ?'.
'O, ik ben hier al zo vaak geweest', zei hij op een ietwat onverschillige toon.

Ze pakte vanachter haar T-shirt een piepende telefoon en bewoog vervolgens haar vinger over het schermpje.
'O, die komt voorlopig niet terug', zei ze.

'Je vriendin ?', vroeg hij.

'Ja, ze gaan naar zijn tent. Ze denkt dat ze gaat neuken'.
'O ja, dan is ze voorlopig niet terug', zei hij toonloos.

'Maar al met al heb ik nog steeds geen vuur'. Ze stak de sigaret weer tussen haar lippen.
'Kom maar, dan gaan we een vuurtje zoeken'. Hij stond enigszins vermoeid op en zij volgde met een enthousiast sprongetje.

'Fijne cross nog', wenste ze me.
'Hoi', zei hij
'Veel plezier nog', zei ik met een lach.

Terwijl ze weg liepen sloeg hij een arm om haar heen. Zij bij hem.

Dit was vast iets van het moderne genieten van onze jeugd.

Ik voelde een opborrelende vlaag van prettige heimwee.

Bart

Copyright Brompot juli 2017

donderdag 13 juli 2017

De ex-junk

Onlangs stond ik met mijn motor op een parkeerplaats voor een bankgebouw wat te balanceren. Te balanceren omdat ik met mijn rechtervoet zocht naar de zijstandaard die links gemonteerd zit.

Normaal gesproken is dat een vanuit automatisme geleid ritueel: aankomen rijden, remmen, linkervoet op de standaard, een geoefende trap en… staan. Nu niet. En dat kwam door een automobilist die zijn auto strak en vooral schuin voor mijn zware chopper kwakte. Ik kon eigenlijk geen kant meer op.

Ik keek een beetje verschrikt naar de auto en het bankgebouw. In een fractie van een seconde flitste het programma “opsporing verzocht” aan mij voorbij en voelde ik iets van een opkomende spanning. Dat heb ik overigens de laatste tijd wel vaker. Opkomende spanning. Dat komt omdat ik wat ouder word. Tenminste, dat zei mijn vrouw. En die heeft in dit soort dingen meestal wel gelijk.

Alvorens af te stappen keek ik naar de auto voor mij en besloot nog een kort moment te wachten op de dingen die misschien gingen komen. Als voorzorg zocht en vond ik een ontsnappingsroute via het trottoir.

Er gebeurde echter niets.

De man zat rustig achter het stuur te bellen en niets wees op een dreigend gevaar. Ik keek nog een keer goed door het achterraam van de auto en verplaatste mijn blik toen zoekend langs de benzinetank van mijn motor naar beneden. Daar ontdekte ik de verchroomde standaard die in het felle zonlicht zijn aanwezigheid niet meer kon verhullen. Ik gaf hem gefrustreerd een rake trap en hij ving vervolgens gehoorzaam de machine op. Hij stond.

Ik stapte in de lijn van mijn leeftijd wat stijfjes af. Vervolgens opende ik het vizier van de integraalhelm, maakte het kinbandje los en wilde de helm afzetten. Maar ik had mijn bril nog op waardoor die overdwars ergens tussen mijn helm en mijn hoofd bleef hangen. Klem.

Ik vloekte, plukte het ding er vol ongeduld uit en trok de helm met een nijdige ruk van mijn kop. Mijn bril was krom. Ik boog hem iets en zette hem weer op. Daarna streek ik instinctief door mijn grijze haren, drukte de zonlicht weerkaatsende helm op het puntige ruggesteuntje achterop en trok de rits van mijn leren jas los.

Het portier van de auto ging nu open. Ik zag een in een spijkerjasje gestoken, sjappie-achtig figuur met lange tot in zijn nek hangende manen. Hij kroop er moeizaam uit.

Hij had een zwaar afgeleefd, ja een bijna afgekloven gezicht maar straalde tegelijkertijd wel iets prettigs uit. Iets sympathiek’s. Hij kwam met een sukkelig gangetje op mij toelopen en keek terwijl
hij wat nerveus aan een pluizige sikje plukte, naar mijn motor.

“U heeft een mooie machine, meneer”, begon hij.
“Ja hè”, zei ik wat afgemeten.
“Bevalt ie ?”.
“Ja hoor, ik ben er heel tevreden over. Het is wel heel veel poetsen, maar dat heb ik er graag voor over”. Ik keek naar het vele chroom wat stond te schitteren.

“Ik heb dezelfde motor gehad”, zei hij terwijl hij hurkte en aandachtig naar het motorblok keek.
“Gehad ?”, vroeg ik geïnteresseerd.
Hij knikte. “Gehad…. Ik heb hem niet meer, hij is gejat”.

“Zoooo, Gejat ?”, mijn verbazing klonk zoals hij hoort te klinken: luid.
“Ja, pal voor mijn huis. Raar hè. En ook nog op de dag dat ik hem kreeg”.
“Dat is klote”, schoot het uit mijn mond.
Hij: “Klote, ja, dat is het goede woord. Zwaar klote”. Ik poetste met mijn mouw over een morsvlekje op de zwarte tank.

“Weet u, ik ben een junk”, zei hij terwijl hij langzaam overeind kwam.
“Een ex-junk. Ik heb jarenlang aan de heroïnespuit gehangen en ben drie jaar geleden tot inkeer gekomen”.

Ik fronste. Hij grijnsde.

“Nee hoor, niet vanwege de één of andere Jezusbeweging maar vanwege mezelf. Ik stond namelijk op het punt om de pijp uit te stomen. Toen vond ik het na vijftien jaar ellende wel genoeg en ben ik gestopt”.

“Dat is knap”, blaatte ik. Hij haalde zijn schouders op.

Hij ging verder. “Die motor had ik van mijn ouders gekregen, als beloning voor het geslaagde afkicken. Ik had hem overigens gewoon voor mijn voordeur geparkeerd staan. Maar toen ik een uurtje later naar buiten kwam, was hij weg. Ik heb zelfs geen tijd gehad om hem te verzekeren”. Hij plukte weer aan zijn sikje.

“Het is toch verdomme erg dat ze niet met hun poten van andermans spullen af kunnen blijven”, riep ik verontwaardigd en zocht vanuit mijn eigen ervaring naar voorbeelden die zouden kunnen dienen als overtuiging dat “de mens” tegenwoordig niet meer te vertrouwen zou zijn.

Ik kon niet zo snel iets verzinnen.

“Weet u meneer”, zei hij na een korte stilte. “Natuurlijk was het een enorme dreun maar het heeft uiteindelijk toch ook wel iets positiefs gebracht”.

Ik snapte het niet. Je motor wordt gejat en je ziet het als iets positiefs ?
“Positiefs?”, vroeg ik verbaasd.

“Ja, positiefs. Vanuit bewustwording”. Hij wachtte even en liep naar de voorkant. “Ik ben mij namelijk na de diefstal gaan realiseren wat ik als stelende junk vijftien jaar lang anderen heb aangedaan. En dat is in één woord verschrikkelijk meneer. Ik loop nu na drie jaar nog steeds vol schaamte rond. En dat gaat nooit meer weg”.

Hij deed een stap achterwaarts en richtte zijn blik nogmaals op mijn motor.

“Hij is echt mooi”, herhaalde hij, “heel mooi”. Vervolgens stak hij een duim op, draaide zich om en sjokte in de richting van de bank…

Bart

copyright Brompot 2014

dinsdag 11 juli 2017

Hutje op de hei

Vorige week stond onze hond op zijn gemak tegen een eik te urineren. Terwijl ik stond te wachten viel mijn oog op een geprint A4-tje. Het bleek de aankondiging van het feit dat ene Harry vijftig ging worden.

Hij hing in een plastic mapje wat met een punaise aan de eik was bevestigd. Harry was vanwege zweterige condens wat vlekkerig geworden en dus moest ik eerst even goed kijken.

Ik kende deze Harry niet. Dat kwam mede doordat het een foto betrof uit de periode dat Harry waarschijnlijk nog achter zijn pik aansjouwde en ik inmiddels was getrouwd.


Ik schatte ruwweg een jaartje of dertig geleden.

Hoe dan ook: deze Harry organiseerde voor komend weekend een feestje en middels deze poster werd de buurt van dit heuglijke feit op de hoogte gebracht.

Nu hebben we de laatste jaren wel wat ervaring opgedaan als het gaat om dit soort aankondigingen. Het betekent per definitie overlast.

Zo hing er een paar weken geleden ene Bianca aan de boom. Ook vijftig geworden. Bianca kende ik dan wel. Het betrof een ordinaire op-geblondeerde muts met slechts één hersencel. En laat de gebruikte punaise nu net die ene cel hebben geraakt.

Het Bianca feest begon toen al op zaterdagmiddag. De organisatie had een geluidsinstallatie ingevlogen die op Pink-pop niet had misstaan. En daar was een karaoke-installatie aan vast gestekkerd. Bianca testte het ding persoonlijk.

Het was erg. Heel erg. Los van het enorme kabaal klonk het ongelofelijk vals. Ze leek op de rattenvangster van Hamelen. En ik was de rat. Binnen de drie minuten stond ik bij haar aan de schutting in een poging de bron te dempen.

Ze was op dat moment gestegen tot aan de nok van haar dak en stond klaar om eruit te gaan. Maar nadat ik eerst wat aandachttrekkende bewegingen met mijn arm had gemaakt en daarna mijn middelvinger in de strijd had geworden verstomde het geluid.

En dan ontstaat er een volgend probleem want hoe ga je zo'n lekke ééncellige uitleggen dat ze overlast veroorzaakt en bovendien de kalk van het plafond krast...

'Kan het misschien wat minder hard ?', vroeg ik beleefd.
'Wat moet je ?', vroeg ze. Er trilde blijkbaar nog een restje valse noten na op haar trommelvlies.
'Kan het wat minder hard ?', herhaalde ik.
'O, is het weer zover ? Hebben we weer ergens last van ?'. Ze stond met haar handen strijdvaardig in haar zij.

'Volgens mij kan het flink zachter, en dan klinkt het ook wat minder vals', probeerde ik positief.

Deze Bianca had veel aan boord, beschikte over een bijgeleverde vocabulaire, maar zowel van enig sociaal gevoel als zangtalent was geen sprake.

'Je moet je niet zo aanstellen, ouwe zak, ga in een hutje op de hei wonen', klonk haar advies.

Tja, een hutje op de hei. Ik zou haar nog kunnen proberen uit te leggen dat daar inmiddels negentig procent van de bevolking wel zou willen wonen maar dat was totaal zinloos.

Achteraf heb ik gehoord dat haar visite van pure ellende binnen is gaan zitten met de deur dicht en dat zij met haar zus, die toevallig ooit met hetzelfde sopje was overgoten, was blijven galmen.

Uiteraard blijft overlast niet alleen beperkt tot geluid. We hebben er ook één in de buurt die uit romantische sfeer-overwegingen een drietal vuurkorfjes in zijn tuin heeft geplaatst. Daar stookt hij afvalhout in. Bij voorkeur bij mooi weer en vooral bij aflandige wind. Bijzonder prettig als je als buurt zit te genieten van de ondergaande avondzon.

Ook van deze buren kwam het “hei” advies waarna ik behoefte voelde om met een enorme ventilator de stinkende rook terug te blazen...

Toen we op de Harrie-zaterdag zwaar lagen te slapen', schrokken we wakker van een enorm zwaar vuurwerk. Ik blikte op de klok. Het was twaalf uur. Mijn vrouw gaapte een keer.

'Wie is het vandaag ?, vroeg ze slaperig.

'Harry, die eikel die in een condoom aan de plas-eik hangt', mopperde ik.
'Nou schat, volgens mij "hing" hij aan de eik. Zo te horen is hij er zojuist vanaf gedonderd'.

Bart

Copyright Brompot juli 2017.

woensdag 5 juli 2017

Tasje bij ?

'Ik wil graag het maandmenu alstublieft', zei ik tegen de dame achter de toonbank toen ze mij met een stevig mandarijn-accent vroeg wat ik wenste. 'Maandmenu meneer, met nasi, bami of witte lijst ?'.
'Hoe bedoelt u dat ?', vroeg ik. 'Het maandmenu is toch van alles een beetje ?'. 'Nee meneer, u moet kiezen. Nasi, bami of witte lijst'.

Ik slaakte een zucht. Ik had bewust voor dit menu gekozen om niet te hoeven kiezen. En nu moest het verdorie toch. Mijn echtgenote is namelijk van de bami, ik van de nasi en de hond van de witte rijst. Ik voorzag straks thuis een stevig verhoor. 'Waarom heb je nasi genomen en geen bami ? Ik lust geen nasi, dat weet je toch ?'.

Tja, en daar sta je dan.
'Ik heb voor de nasi gekozen, schatje, omdat IK geen bami lust'.
'Jawel, maar dan had je toch gewoon een keer een offertje kunnen brengen ?'.

Pffft ik zag het al helemaal voor me.

'Wat had jij in mijn geval gedaan dan ?', zou ik dan vragen.
'Ik had speciaal voor jou nasi gekozen. Om je te plezieren. Ik had dat offertje wel gebracht'.

'Wat wilt u meneer. U moet nu kiezen hoor', riep het Chinese dametje met enig zakelijk ongeduld. Ik kocht met een diepe zucht nog wat extra bedenktijd. 'Eh, doe maar bami', besloot ik. 'Oké, bami, maandmenu met bami. Dat is vijftien euro. Pinnen ?'. Ik voelde toch nog iets van opborrelende twijfel rond de bami-keus. Op het moment dat ik de oranje ING pas in de gleuf zou steken, was de keuze definitief en te laat voor een wijziging. 'Een offertje brengen', ik hoorde het haar zeggen.

'Maak er toch maar nasi van', riep ik iets te hard. 'Kan dat nog ?'. 'Nasi ?', herhaalde ze met een zucht. Ze ging op zeker. Ik knikte. Ze typte het in de kassa, noemde wederom de prijs en schoof het pinkastje in mijn richting. 'In naam van Oranje', riep ik in gedachten, stak de ING pas in de gleuf en rekende af. Vervolgens kreeg ik kreeg een ticket met een nummer en nam plaats op een bankje.

Na een minuut of tien naar de chinese muur tegenover mij te hebben gestaard  klapte het keukenluikje open en schoven er een aantal bakjes naar binnen. Mijn nummer werd nu omgeroepen en liep ik naar de toonbank. Daar werden een aantal bakjes in een papier gepakt en voor mijn neus gezet.

'Sambal bij?', vroeg ze.
'Nee, dank u'.

'Kroepoek bij ?'
'Ja graag'.

'Zegeltjes bij ?'
'Nee dank u'.

'Tasje bij ?'
'Ja, een tasje. Dat wel, is handig'.

Ze pakte een wit plastic zakje, stapelde de bakjes erin en zette hem op de toonbank. Toen ik hem wilde meenemen hield ze hem vast.

'Tien cent alstublieft', zei ze.
'Tien cent voor een tasje ?'. Ik keek haar aan. Ze haalde haar schouders op.
'Moet van regéling', verklaarde ze.

Nu haalde IK mijn schouders op en zocht mijn zakken na. Geen duppie.

'Komt volgende keer wel', zei ik. Ze glimlachte. 
Maar toen ik wederom het tasje wilde pakken graaide ze het snel voor mijn neus van de toonbank. Vervolgens werd het plasticje eraf getrokken en verdween in een vuilnisbak.

Drie tellen later liep ik met een gloeiend heet papieren pakketje in mijn handen richting auto.

Tasje bij ? Wat te denken van een tube gratis brandzalf !

Bart

Copyright Brompot januari 2017

dinsdag 4 juli 2017

Klein en Kort... Aansluitkosten....

Ik probeerde gisteren telefonisch een mobiel abonnement af te sluiten bij de KPN.
Ze waren er zo blij mee dat ik als "welkomsgeschenk" de melding kreeg dat ik 25 euro aansluitkosten moest betalen.

Daarna volgde de belangrijkste KPN vraag: 'Waar kunnen we de rekening naar toe sturen, meneer ?'.
Ik heb er even over nagedacht.

'Dat kan via een incasso van mijn bank. Er is echter wel één voorwaarde: ik reken 35 euro afhandelkosten'.

De deal is niet doorgegaan.

Bart

Copyright Brompot juli 2017

zaterdag 1 juli 2017

de pedicure


Een paar decennia geleden, tijdens het grenen meubeltijdperk, stampte ik tijdens een stoeipartij met blote voeten tegen een poot van het bankstel. Ofschoon grenen niet echt hard is, deed mijn grote teen behoorlijk zeer, zwelde flink op waarna ik mij al huppelend onder doktersbehandeling moest stellen.

Die keek er quasi geïnteresseerd naar, kuchte een keer en kwam toen met zijn diagnose: gebroken en niks aan te doen. Tevens stelde hij vast dat mijn grote teen niet de grootste was qua lengte. Ik had een teen die nog langer was.
Terwijl hij wat lachte kwam hij met zijn ingrijpende conclusie: moeilijke voeten.

Ik heb er uiteindelijk mee leren leven en was het verhaal eigenlijk al lang vergeten tot op het moment dat ik er tijdens een nagelknip-sessie al puffend achter kwam dat mijn armen wat te kort waren geworden om gemakkelijk bij de nagels te kunnen komen. Het werden nu pas echt moeilijke voeten.

Dat is uiteraard een veel voorkomend verschijnsel en om dat probleem te verlichten zijn er pedicures op de wereld gezet.

Dat zijn mensen die alles van nagels weten en over meer dan voldoende armlengte beschikken om erbij te kunnen. Ik maakte dus een afspraak. Althans, ik probeerde een afspraak te maken met één van de plaatselijke pedicures.

'Met voetverzorging Jansen spreekt u'.
'Goedemorgen mevrouw, ik spreek toch met de pedicure Jansen ?'.

'Zo mag u het ook zeggen', zei ze wat zuur. Blijkbaar danste ik op haar onlangs gepedicuurde teentjes.

'Wat kan ik voor u doen ?'.

'Ik wil graag een afspraak maken', zei ik

'Een afspraak, waarvoor ?'.

'Tja, waarvoor. Ik spreek toch met de pedicure ?', riep ik ietwat nors in de hoorn.

'Wij doen aan totale voetverzorging meneer, dus zegt u het maar'.

'Ik ga u mijn probleem uitleggen', begon ik.
'Ik heb een paar lange nagels, wat overdadig eeltgroei en een stekende eksteroog. En daar moet iets aan worden gedaan. En o ja, ik heb moeilijke voeten'.

'Dus een totale voetverzorging, dat kan meneer. U weet hoe het hier werkt ?', informeerde ze.

'Nou, ik kan me zo voorstellen dat ik even langs kom, u op de knietjes gaat, mijn nagels knipt, mijn eelt wegsnijdt en nog wat aan mijn eksteroog knutselt. Dan betaal ik en ga weer weg'.

'Dat is een te simpele voorstelling van zaken, meneer. Zo werkt het niet'.

'O, hoe werkt het dan ?'. Mijn verbazing nam toe.

'We maken een afspraak en we beginnen met een intake-gesprek. Tijdens dat gesprek gaan we eens naar uw voeten kijken en stellen dan gezamenlijk een behandelplan op. Ik reken dat als een eerste consult. Dan maken we een vervolgafspr...'.

Het klomk niet goed en ik zei het.

'Mevrouw, dit klinkt niet goed. We kunnen wel uren samen naar mijn voeten kijken, maar daar worden ze echt niet anders van. Ik kijk er inmiddels twee-en-zestig jaar naar en kan op dit moment alleen maar vaststellen dat ze een beurt nodig hebben en dat ze zich verder, ondanks hun moeilijke periodes, prima gedragen. Wat moet ik in vredesnaam met een behandelplan ?'.

'Zo werkt het hier, meneer. Wij zijn lid van een landelijke organisatie'.

Ik werd nu nijdig, en dan wordt ik vervelend. Soms zelfs onredelijk.

'Mevrouw, volgens mij bel ik met een doodgewone nagelknipper en niet met de orthopeed van het medisch centrum West. Nog één keer mijn vraag: kunt u op een normale manier mijn nagels knippen, of gaat dat niet lukken'.

Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Toen: 'dan kan ik helaas niets voor u betekenen meneer'.

'Dan wens ik u een prettige voortzetting van de dag en wens u veel klanten toe'.
Ik knopte de telefoon uit.

Mijn echtgenote was getuige van dit gesprek en moest lachen.

'Ik heb nog een prima alternatief voor jou', zei ze. Ze bladerde door een stapel folders, trok er toen één uit en legde hem bij me op schoot. Een abonnementje bij een sportschool.

'Echt iets voor jou, daar wordt je soepeltjes van, raak je wat overtollig ballast kwijt en kun je je eigen nagels weer knippen. Ik zou meteen een afspraak maken. Krijg je intakegesprek en stellen ze een behandelplan op'. Ze keek prettig.

Ik vond het een oneerbaar voorstel...

Bart

woensdag 28 juni 2017

Het rolletje

Ik ervaar een toiletruimte altijd graag als het toonbeeld van eenvoud en rust. Het liefst zo minimalistisch, zeg maar functioneel  ingericht. Het geeft mij, zoals gezegd, rust en dat heb ik nodig. Vooral als ik als "tijdelijke" bewoner binnen ben om mijn "ding" te doen.

Hoe ziet zo'n minimalistisch ingericht toilet er dan in mijn ogen uit ?.

Wel, er is een pot, een bril, een deur en meestal drie wandjes. O ja, en een rolletje papier in een houdertje voor het afscheid. Met daarboven een klepje wat al dan niet versierd is met een leuk motiefje. 

Soms heb je dan nog een spuitbus met anti-stank-spray, hangt er een spiegel, een verjaardagskalender maar dan is het meestal wel klaar.

Natuurlijk heb je ook mensen die doorschieten. Die hangen dan nog een poster op van hun favoriete huisdier en sommige hangen zelfs hun complete familie met een spijker aan de muur. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Je zit uiteindelijk in een afscheidsruimte, nietwaar ?

Ik ben daar dus niet van, zat van de rust te genieten en speelde wat met het leuke klepje en het afscheidsrolletje toen er plotseling een veertje losschoot. 

Nu is het losschieten van een veertje op zich niet zo'n probleem. Maar wel als hij het rolletje lanceert. En dat deed ie. Hij schoot uit de houder, viel op de grond en rolde half onder de deur die op deze camping een forse kier liet zien om het schoonmaken wat te versimpelen.

Instinctief pakte ik het papier en trok, in de hoop dat de rol zou omdraaien en een weg terug de wc in zou vinden.

Helaas. Hij rolde juist verder en verdween volledig buiten beeld. Ik trok wanhopig nog een keer... Helaas.

Tja, daar zit je dan. Ik voelde iets van schaamtegevoel opkomen. Wie zou het in de gaten hebben ? Waarschijnlijk alle bezoekers van de toiletten....

Toen hoorde ik voetstappen. Vol spanning wachtte ik muisstil af. Zou hij of zij hem zien ? Of... 

En toen volgden de gebeurtenissen elkaar in snel tempo op: de bezoeker trapte tegen het rolletje, dat rolde snel mijn toilet terug binnen... Ik bukte, wilde het pakken maar was net te laat. Het schoot nu onder het wandje door richting buurtoilet en moest nu bij de buurman of buurvrouw voor de voeten liggen. 

Ik baalde als een stekker, maar voordat ik het goed en wel in de gaten had, klonk er een brullend gelach uit het hokje naast mij en zag ik het rolletje in volle vaart mijn toilet weer binnenrollen. Inmiddels behoorlijk nat en praktisch onbruikbaar. Ik ben er meteen bovenop gaan staan om herhaling te voorkomen. 

"Das ist toch richtig scheisse", hoorde ik de buurman lachen. Ik schatte hem in voor een Duitser. En dat is best raar want onlangs hoorde ik iemand op TV nog roepen dat duitsers geen grapjes maken. Tja, het levende tegendeel zat in een toilethok naast mij. 

Restte mij nog diep na te denken over het leukgehalte van deze duitse grap.

Kwam ik vooralsnog niet uit. 

Bart