Totaal aantal pageviews

zaterdag 18 november 2017

Meccano

'Opa, wat zit er die doos?' Mijn kleinzoon wees naar een plastic doos waar ooit een slaatje in had gezeten en nadat het was uitgelikt en afgewassen een nieuwe bestemming had gekregen als handig opbergmiddel ter vanging van een versleten kartonnen doos met Meccano.

Meccano is metalen kinderspeelgoed uit de vorige eeuw waarmee je als kind zelf allerlei technische dingen kon bouwen.

'Daar zitten ijzeren dingen in waarmee je iets kunt bouwen', legde ik sumier uit. We moesten met vier kinderen de onderwijsstakingsdag zien te overbruggen en eigenlijk stond dit soort priegelwerk niet op de dag-rol.

Twintig seconden later stond de doos op tafel. Enerzijds omdat mijn kleinzoon zich niet liet afschepen met een voor hem onbegrijpelijk argument en anderzijds omdat ik wel heel nieuwsgierig was naar mijn eigen verleden. Het deksel ging eraf.

'Opa, wat mooi!', riep hij enthousiast.
'Ja hè', zei ik al slikkend. In gedachten zag ik mijzelf na een intensieve sinterklaasavond rond de jaren zestig vorige eeuw aan onze met een formicablad uitgeruste tafel zitten. Het met rode wol geknoopte tafelkleed was door mijn moeder weggehaald en ik had de complete doos Meccano op tafel omgekeerd. Het lag er  bezaaid met schroefjes, moertjes, groene en rode ijzeren plaatjes, wielen, stangetjes... kortom een enorme uitstalling aan technische bouwmaterialen...

'Hoe moet dat dan opa?', vroeg hij. Ondertussen was ook bengel nummer twee aangeschoven.
'Hoe moet dat opa?'
Tja, zoveel verzoeken om uitleg kun je niet negeren. De jongste twee vermaakten zich ondertussen prima in de neergeplante speeltent zodat ik wel even wat Meccano-uitleg kon geven aan de twee boys.
'Kijk mannen, dan steek je dit stangetje door de gaatjes van dit plaatje, drukt er een wiel op en draai je dit schroefje met een schoevendraaier aan totdat die vast zit. Probeer maar.' Ze gingen nu aan de gang en ik maakte aanstalten om de werkplaats te verlaten.

'Opa, het lukt niet.'
'Nee opa, het lukt niet.'

Tja, dan nog maar een keer voordoen. Samen met de techneuten-in-spé bouwden we een auto in elkaar. Tenminste, een plaat met vier wielen en een hoge stang wat wel iets weghad van een hijskraan. Helaas waren de heren nog niet helemaal tevreden met het ontwerp. Ik gaf ze nu allebei een schroevendraaier waarna de auto weer werd gesloopt.

'Gaat het goed hier?', vroeg mij echtgenote.
'Ja hoor oma, we bouwen een auto van ijzer.'

'En hoe gaat het met die andere twee?', vroeg ze vervolgens.
'Gaat prima, ze zitten nog steeds in de tent. Ze spelen met poppen. Er ligt een pop op sterven en ze hebben de complete medische speelgereedschapskist naar binnen gesleept om pop te reanimeren.'
'Mooi', zei ze.
'En hoe gaat het met jou?'
'Ik voel geen werkdruk', zei ik met een cynisch lachje.
Ze stak haar tong uit.

'Ik ga zo boodschappen doen. Hou jij de boel in de gaten? Moet ik die twee medisch specialisten meenemen?'
Ik keek naar de tent. 'Nee joh, ze spelen lief. Laat ze maar.'
Ze vertrok en ik verdiepte me weer in het ontwerp van een nieuwe auto. De twee mannekes keken geboeid toe, schoefden hier en daar op aanwijzing een schroefje vast en langzaam maar zeker verrees er een auto die wat weg had van een kruising tussen een T-ford en een Lada. De T-ford vanwege het model, de Lada vanwege het instortingsgevaar.
Toch voelde ik enige trots en bleef met het puntje van mijn tong uit mijn mond mijn best doen om het steeds een beetje op te leuken. 

Ik probeerde er nu ook nog een motortje op de bouwen zodat hij uit zichzelf kon rijden. Dat scheelde mankracht.
'Ik moet plassen', riep een monteur en verdween van de werkbank.
'Ik ook', hoorde ik de tweede monteur vanuit de verte.
Het was best nog een hele klus om de motor in te bouwen. Eerst maar weer de motorkap van de Lada afgeschroeft. Nieuwe beugeltjes geplaatst, schroefjes erin, moertjes erop, motor op zijn plaats en kapje er weer op. Testen. Niet goed. Kapje er weer af, ander beugeltje, ander wieltje, moertjes vast. Ik moest erkennen dat het niet zo gemakkelijk was.
Tja, toen de bodemplaat eraf gehaald nadat ik eerst de motorkap had gedemonteerd. Mijn vingers waren eigenlijk iets te dik voor het friemelwerk...

Toen werd de gangdeur opengegooid en verscheen een briesende oma in beeld.
'Ik dacht dat je op zou passen!', riep ze boos.
'Ja, dat doe ik ook. De monteurs moesten plassen en die anderen spelen heel lief in de tent. Ze vermaken zich prima.'
'Ja, inderdaad, ze vermaken zich prima. Bart, al onze vier kleinkinderen lopen zonder jas en op hun sokken buiten in de regen.'

Ik heb de auto door de monteurs laten slopen en me er verder niet meer mee bemoeid.


Bart

vrijdag 17 november 2017

Een breuk..

Onlangs zaten we tijdens een verjaardag als familie gezellig bij elkaar. De kleinkinderen waren leuk aan het spelen en nadat de alledaagse aardse zaken waren gepasseerd en de gebruikelijke stekeligheden waren uitgewisseld, schoven we naadloos door in de richting van de 'weet je nog wel' hoek. Het moment dat er door een losse opmerking iemand plotseling een herinneringsflits krijgt en er spontaan over begint te beppen.

Dit keer kreeg ik hem en moest terugdenken aan een onhandige actie van de jarige uit het verleden. Nou ja, onhandig, laten we maar zeggen dat het te maken had met een levens-ontdekkingstocht van een kind.
Het speelde in de tijd dat een simpele medische ingreep nog werd opgeblazen tot een groot evenement waarbij je een paar dagen in het ziekenhuis moest verblijven. Ik had indertijd een liesbreuk en de behandelend specialist vond dat ik een matje moest krijgen om de breuk te herstellen. Hij zou hem er in boetseren. Voorwaarde was dat ik me dan wel vier dagen op moest offeren om in het ziekenhuis te verblijven.

Tegenwoordig gaat dat natuurlijk veel simpeler. Je wordt naar een operatiezaal gebracht, mes gaat erin, de mat wordt uitgerold, de snee wordt dicht gezigzagd, je gaat je roes uitslapen waarna je het verzoek krijgt weer snel op te zouten. O ja, nog wel even je ponskaart laten zien want er moet wel worden afgerekend. Zoiets.

Maar goed, ik heb het over meer dan twintig jaar geleden waarbij ik mij mocht melden in het Wilhelminaziekenhuis. Nadat ik met behulp van een bak koffie volledig op mijn gemak was gesteld, werd het behandelplan ontvouwen om daarna in alle rust naar de operatiekamer te worden geduwd. Daar aangekomen kreeg ik nogmaals uitleg en onderging ik de eerste behandelstap. Die bestond uit het aanbrengen van een naald in mijn arm, het inspuiten van narcosespul en het wegzakken in een diepe slaap.

Ik werd wakker op een slaapzaal en nadat ik mijn ogen een beetje open kon houden, kreeg ik een stevige pijnstiller ingespoten waaarna men mij in alle rust terugbracht naar mijn startplaats. Daar werd ik meteen vertroeteld. Ik kreeg wat te eten, beetje drinken en kwam er elk kwartier iemand vragen hoe ik mij voelde. Ik voelde me best prima. De mat lag zo te voelen wel aardig, ik had niet zoveel pijn en ik was ook niet misselijk.
Ik mocht nu rechtop zitten en de zuster drukte nog een extra kussen in mijn rug. Ik zat als een koning.

Omdat de mobiele telefoon nog niet was uitgevonden, belde ik met het toestel aan het bed en informeerde de hele wereld dat ik weer terug was op aarde. Zo ook mijn echtgenote die beloofde zo snel mogelijk te komen.

'Jongens, pas op met papa, papa heeft nog veel pijn', zei mijn echtgenote toen ze samen met de kinderen op bezoek kwam. De kleintjes vroegen honderd uit en ja, zoals dat gaat, maakte ik er een leuk verhaal van. Dat was pedegogisch gezien volledig verantwoord omdat "onze mannekes" ongetwijfeld zelf ooit ook nog wel een ziekenhuis avontuur zouden mee gaan maken. Ze konden dan maar beter een positieve indruk vasthouden dan een negatieve.

De oudste van de twee was meer geinteresseerd in de techniek van het ziekenhuis. Zo drukte hij tot twee maal toe op de rode "zuster" knop die aan een snoertje onder het bed bungelde en uiteraard moest de koptelefoon op zijn koppetje om naar muziek te luisteren. Ik vond het eigenlijk best heel gezellig en de tijd vloog...

Tja, en toen ontstond er direct naast mijn bed beweging. Mijn oudste zoon onderzocht, met koptelefoon, mijn bed en ontdekte toch nog meer interessante zaken. Zo vond hij het voetpedaal om de rem eraf te halen, een knop om het bed hoog en laag te bliepen en nog een hele interessante uitdagende hendel met een zwart handvat.
Ik zat vrolijk tegen mijn ruggesteun geleund, die rechtop stond.
Die dus rechtop stond....

'Papa, waarvoor is die hendel?'

Mijn rugsteun klapte plat, ik klapte plat, mijn stembanden vlogen van hun velgen en tot slot kon mijn mat linea recta terug naar de vlechterij.

De hendels zijn kort daarna van de bedden geschroefd en de naam van het ziekenhuis is veranderd.

Mijn jarige zoon kon zich het voorval niet meer herinneren.

donderdag 16 november 2017

Opstopping

Het was druk in de stad. Tenminste, die indruk zou je zomaar kunnen krijgen als je, zoals ik, je in de winkelstraat een weg moest banen door een file van auto's. Ik vond het best wel vreemd. Uiteindelijk was het pas negen uur. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik normaal gesproken op dit tijdstip nog in mijn gevechtspak door het huis sluip en dus niet zoveel ervaring heb met de hoeveelheid verkeer wat rond negen door de stad sukkelt.

De reden dat ik hier al zo vroeg ronddwaalde was simpel: er moest een aanbiedingsdingetje worden aangeschaft waarvan we beide, mijn echtgenote en ik, van te voren hadden ingeschat dat het snel zou zijn uitverkocht. En aangezien ik sinds mijn pensionering ben benoemd tot de logistieke familie-pakezel, was ik het die deze aanbieding rond negen uur ging scoren.

Toen ik zo door de rij laveerde, bekroop mij het onzalige gevoel dat deze wachtenden allemaal het aanbiedingsbonnetje thuis hadden uitgeknipt en nu in de file stonden voor het scoren van het dingetje. Ik keek tijdens de tocht dan ook bij alle bestuurders naar binnen of ik het roodomrande knipseltje op een dashboard zou zien liggen. Ik kon echter niets ontdekken.

Uiteindelijk vond ik de reden van de file. Het had blijkbaar toch indirect te maken met deze aanbieding want strak voor de winkel stond een grote vrachtwagen van het concern wat het dingetje in de aanbieding had gegooid. Hij belemmerde door zijn grootte de doogang.

Blijkbaar was de chauffeur binnen bezig want behalve wat lichten die ombeurten aan en uit gingen, was er weinig activiteit zichtbaar. Ja, de chauffeur van het busje wat strak achter de vrachtwagen stond, die was druk. Hij zat zich zichtbaar te ergeren en drukte vol enthousiasme op de claxon. Het was net een virus, want meteen begon de automobilist dáárachter te toeteren en drie seconden later de hele file.

Ik sprong van mijn fiets, zette hem op slot en liep de winkel binnen waar ik binnen twintig seconden het dingetje scoorde. Zeer tot mijn frustratie zag ik dat ik ook wel een uurtje later had kunnen komen. Er lag genoeg om de complete provincie Gelderland te voorzien.

Toen ik weer buiten stond, zag ik rook uit het busje komen. De chauffeur had blijkbaar het kookpunt bereikt. Zijn toeter was inmiddels schor en haalde ook niet veel meer uit. Terwijl ik voor hem langsstak om de andere kant richting huis op te rijden, stak ik vriendschappelijk mijn hand op. 'Wat duurt dat lang hè', zei ik in een poging wat extra olie op het vuur te spuiten. Hij had het raampje opengeknopt. 'Ja ik snap er niks van. We staan hier al bijna tien minuten. Ik begrijp niet wat die sukkel aan het doen is.' Hij wees naar de vrachtwagen.

Tja, ik vond het ook wel een beetje idioot. Ik keek nog even naar de winkel, toen naar de chauffeur en voelde iets opborrelen.
'Het zal nog wel even duren. Hij staat binnen met een gloeiende bak koffie en een saucijzenbroodje in zijn hand. Succes.' Het flapte er zomaar uit.

Terwjjl ik opstapte en achterom keek zag ik de busjeschauffeur richting winkel stampen.

Ik denk dat de file snel is opgelost. Ik heb de verdere ontwikkelingen niet afgewacht.

Bart.

woensdag 15 november 2017

Nieuwe spiegel

'Ik denk dat er in de badkamer een nieuwe spiegel moet komen', zei ik nadat ik mij in orde had gemaakt voor het beleven van een nieuwe dag in mijn leven.
'Nieuwe spiegel?', vroeg mijn echtgenote met een klein lachje. Zo'n lachje wat niet wordt ingegeven door een humoristisch motiefje maar meer vanuit datgene wat niet wordt gezegd maar wel wordt bedoeld. Ze suggereerde dus eigenlijk middels deze kleine lach dat het aan mijn gezicht zou liggen en absoluut niet aan de spiegel.

'Er is niets mis met mijn hoofd maar er mankeert van alles aan de spiegel.' Ik had namelijk geconstateerd dat het weer erin zat. Ik zei het.
'Het weer zit erin. Vooral op de hoeken.'
'Dat is niet te hopen.' Ze wees naar buiten. Er volgde opnieuw een kleine lach.
'Dat jij dat zelf nog niet hebt gezien. Die donkere vlekken op de hoeken.' Dat kon mij mateloos irriteren. Zo'n spiegel moest voor mij honderd procent in orde zijn.

'Ik gebruik de hoeken niet, ik heb genoeg aan het middenstuk. En als je dan een metertje afstand neemt, dan lukt het prima.'
'Een metertje?' Ik verbaasde me.
'Ja, jij staat elke dag met je gezicht strak voor het glas. Waarom is mij niet duidelijk. Het maakt namelijk niets uit.' Opnieuw dat lachje.

'Joh, ik heb af en toe wat oneffenheidjes en die wil ik inspecteren. Dat was laatst nog op TV. Daar adviseerden ze het zelfs om het elke dag te doen.'
'Nou, dat heb ik dan zeker gemist', zei ze. 'Nee, dat heb je niet gemist. Toen had ik het nog met jou over dat vlekje op mijn wang.'
'O ja, dat vlekje wat met een beetje spuug op de vinger zo kon worden weggepoetst en wat erg naar pindakaas smaakte?' Ze lachte nu wat groter.

'Nou ja, als jouw geheugen alleen te activeren valt met de herinnering aan een stipje pindakaas.' Ik was klaar met het verhaal. 'Ik meen het serieus, het weer zit erin en ik wil een nieuwe spiegel. Zo'n ding kost uiteindelijk maar een paar euro.'

'Ik vind het echt grote onzin Bart. Die paar milimeter aan het randje doen niks. En wat dat TV programma betreft: dat was gesponsord door de één of andere beauty-farm. Eén en al commerciële onzin.'
'Het onderwerp was bloedserieus', zei ik. 'Puistjes kunnen uitgroeien tot veel medische ellende.'
'Lieve schat, het ging over schoonheidsdingetjes in combinatie met zalfjes van een eurootje of vijftig per potje. En dan heb je vanuit de commercie geredeneerd al snel onoverkomelijke pukkels. Snap je het nou?'

'Het gaat mij alleen om een spiegel zonder lelijke hoekjes waar het zicht wordt belemmerd door het weer.' Ik voelde nu echt boosheid opkomen. Ze had het blijkbaar niet door, want ze lachte voluit.

'Als je dan toch een nieuwe wilt, dan heb ik nog een advies.'
Ze had een advies. Ik was benieuwd.
'Als het je om de hoekjes gaat, neem dan een ronde. Scheelt een hoop gezeur.'

Ik meende een klein aanvullend lachje te horen.

Bart

dinsdag 14 november 2017

Belletje trekken

'Kan het zijn dat u net op de bel heeft gedrukt?', klonk een wat snauwerige stem. De eigenaresse stond aan de balie, strak achter een schuifluikje wat ze vanwege het belletje had opengeschoven. Ik keek overdreven om mij heen en stelde vast dat er verder niemand in de wachtruimte aanwezig was. Het was dus een overbodige vraag. En dat wist zij natuurlijk ook. Maar dit soort balie-tiepjes hebben dat nu eenmaal over zich. Vanuit een machtspositie een beetje interessant doen. Ik had dan in haar plaats gewoon gezegd "zegt u het maar meneer", ingegeven door het feit dat er niemand anders te bekennen was en ik strak voor de balie stond.

'Het heeft er wel alle schijn van.' Ik glimlachte erbij om mijn wat stekelig antwoord een opgeleukte lading mee te geven. Ze vond het niet leuk.
'Heeft u op de bel gedrukt of niet', herhaalde ze haar vraag. Ik voelde een borrel in mijn lijf. Dat is meestal het voorteken van een ergernis.
'Wat denkt u zelf?', vroeg ik.

'Het gaat er niet om wat ik denk maar wat u heeft gedaan. Heeft u gebeld of niet.' Haar ogen schoten vuur.
'Ja, ik denk dat de feiten wel zo liggen dat u er gevoeglijk van uit kunt gaan dat ik de dader ben. Ik wil eventueel nog wel wat DNA afstaan om een daderprofiel op te kunnen stellen maar ik denk dat deze bekentenis wel voldoende bewijs is. Als u dan een schriftelijke verklaring opstelt, dan wil ik die wel ondertekenen.'

Ze trok zowaar een beetje met haar opgeschilderde lippen en ik meende iets van een lachje te zien, of misschien wilde ik die wel zien. 'Wij hebben veel last van kinderen die hier op de bel drukken en dan snel weglopen. Vandaar mijn vraag.' 

Ik toonde begrip, wetende dat belletje-trekkende kinderen uiterst irritant kunnen zijn.
'Ja, dat ken ik', blaatte ik in een poging het ijskonijn wat verder te laten ontdooien. 'Wij hebben daar in het verleden thuis ook al eens een tijdje flink last van gehad.'

'Ja weet u, ze zijn ook nog watervlug en hondsbrutaal.' Ze keek nu weer streng. Blijkbaar had ze zelf haar thermostaat weer ver onder nul gedraaid. Ik kreeg het er ijskoud van. Tijd voor een nieuwe dooipoging.
'Op een keer hebben ze zelfs een krant bij onze voordeur in de fik gestoken. Ik rukte toen de deur open en probeerde het vuurtje enthousiast uit te trappen. Het bleek een bekend grapje. In de krant zat een hondendrol.'

Haar hele gezicht trok nu samen en nam de vorm aan van een rimpelige bloemkool. 'Gatsie', riep ze. 'Wat vieees!!!!' 

'Wat kwam u overigens voor?' vroeg ze. Ze was weer op winterbandentemperatuur. Ik haalde een envelop uit mijn zak en gaf hem af. 'Ik wil graag een handtekening en een stempeltje. Dan ben ik weer weg.' Ze nam hem aan, trok het papier eruit en begon te lezen. 'Ik zie het. Momentje.' Ze zei het toonloos en schoof het luikje met een klap dicht. Ik keek naar het belknopje en voelde neiging om voor de grap nog een keer te drukken. Op dat moment echter ging het luik weer open, vloog het papier onverschillig over de toonbank, klonk er een grom en klapte het luik weer dicht. Ik bleef verbauwereerd achter.

Toen ik het pand "koud" had verlaten, liep ik een plukje kinderen tegen het lijf. Er waren slechts drie woorden nodig.

Ik denk dat het ijskonijn inmiddels in de diepvries ligt.

maandag 13 november 2017

Op safari met een Lada

Ooit reden we met een Russische Lada en ooit had Burgers Zoo in Arnhem een safaripark waar je voor tien gulden doorheen mocht rijden...

'Papa, lopen daar dan echte leeuwen?', vroeg onze oudste zoon enthousiast vanaf de achterbank.
'Ja, maar of ze lopen... meestal liggen ze lekker lui te slapen.'
'Dan kun je toch toeteren?', stelde de jongste voor.
'Nou, dat kun je beter niet doen, want dan schrikken ze en worden ze misschien wel boos', zei mijn echtgenote in een poging de spanning bij de mannen wat extra op te voeren. Ik was onderhand bezig om de "tank" zonder schade door de leeuwensluis te loodsen.
Het laatste hek schoof open en we mochten het terrein nu oprijden.

'Kijk, daar, daar liggen er een paar.' Mijn vrouw wees naar een plukje leeuwen die languit in het zand lagen te slapen.
'Ze hebben het warm, mama', riep de jongste. 'Ik heb het ook warm. Mag het raampje open Pap?'
'NEE!!!', riep ik. Er zaten aan deze auto's gewoon nog raamslingertjes en die kon je niet zoals tegenwoordig electrisch blokkeren.
'Je blijft eraf, hoor je! Let jij even op?', vroeg ik mijn echtgenote. 'Het is echt levensgevaarlijk als ze de raampjes opendraaien.'
'Rustig Bart, er gebeurt niks. Jongens, niet aan de ramen draaien. Papa is bang dat hij wordt opgegeten.'

Ik keek haar aan.
'Rustig maar, die leeuwen zijn tegenwoordig erg kieskeurig hoor', lachte ze.
'Maak geen gijn, we zullen niet de eersten zijn.'
'Zijn er hier al eens mensen opgegeten, Pap?'
'Jazeker, en ze zijn gek op kinderen met krullen', grapte ik.
'Ik heb geen krullen', riep de jongste vanaf de achterbank. Ik keek in het spiegeltje naar de mooie blonde krullen op zijn hoofd. Hij had zijn handen als camouflage op zijn koppie gelegd.'
'Ik zal het tegen meneer de Leeuw zeggen.'

'Het wordt inderdaad wel warm hier', pufte mijn echtgenote.
'Het is ook warm buiten', wist ik.
'Heb je de kachel aan?'
'Ja, een beetje, als je zo langzaam rijdt, dan koelt de motor niet goed af.'
'Typisch Lada', vond ze.
'Nee, dat hebben ze allemaal.' Ik troostte mezelf met deze gedachte terwijl ik de naald van de temperatuurmeter nog steeds zag klimmen.

'Kijk eens jongens, daar liggen er nog meer!' Ze wees naar een ander clubje waarvan er één was opgestaan en loom over de weg liep.
'Hij komt naar ons toe', riep de oudste enthousiast.
'Ja, hij eet Lada's', grapte ik. Op de achterbank brak lichte paniek uit.
'Nee hoor, papa maakte maar een grapje.' Ik keek nog een keer naar het metertje waarvan het rode wijzertje nog steeds onderweg was naar de gevarenzône.
Ik drukte de verwarmingsschuif nog iets verder open en zette de aanjager aan. 

'Hallo, de leeuwen zijn buiten hoor, hier binnen hoeft het geen tropische temperatuur te worden', riep mijn echtgenote.
'Papa, het is hier zo warm, mag het raampje echt niet een beetje open?'.
'Bart, zet die verwarming uit man, ik smelt.'
Ik begon nu ook te zweten. Angstzweeg want de meter zat nu vast in het rode vlakje.

'Bart, er komt rook onder de motorkap vandaan!!', riep ze.
Ik zag het nu ook. En er was maar één uitweg.
'HOU JE VAST, IK GEEF GAS', schreeuwde ik. Vervolgens plakte ik mijn hand vast op de claxon. De leeuwen stoven van de weg evenals de bezoekers die net als wij voor een tientje door het park sukkelden.
'Je mag niet toeteren Papa, dan schrikken de leeuwen en dan worden ze boos!'
Gehuld in een wolk van rook en stoom, schoten we door het parkje,  op weg naar de uitgang. Achterin was de paniek compleet evenals naast mij waar mijn echtgenote de Lada naar Siberië verwenste.

Toen we na een paar minuten veilig door de sluis waren gereden, viel de auto zwaar vermoeid in slaap en weigerde verder alle dienst.
Bij de autopsie bleek de Lada al langere tijd ernstig ziek en tijdens de recente safari-rit alvast inwendig te zijn gecremeerd.

Het safaripark van Burgers Zoo is kort daarna voor alle verkeer gesloten.

Deze column is ook opgenomen in "57 knipogen van een BROMPOT"

zaterdag 11 november 2017

Een fijne dag

Het zag er naar uit dat het een fijne dag ging worden. Dat heb je wel eens, dat je 's morgens je ogen open doet, op de klok kijkt en dat er zich een heel enthousiast gevoel meester van je maakt. Ik voel dan altijd de neiging om het bed uit te sprinten, de gordijnen weg te rukken, het raam open te stampen en dan uit volle borst de buurt wakker te schreeuwen. Zoiets van "LANDGENOTEN, IK BEN WAKKER!!"

'Is er iets?', vroeg mijn echtgenote met een droge slaapstem.
'Neu, ik ben wakker', zei ik. 'Hoezo?'
'Ik voel enige onrust', kraakte ze. 'Onrust? Wie, ik?'
'Nee die stoelpoot daar. Hoepel alsjeblieft het bed uit en laat mij even rustig wakker worden.' Ze draaide zich om.

Ik gehoorzaamde braaf, liet mijn plan voor de dagouverture voor wat het was en verliet de "slaap-scene".

Tja, en dan kom je beneden, trekt de pantoffels aan en stapt de kamer binnen. Ik begin dan altijd met een bak stevige koffie. "Daarmee versterk je de vezels in je lijf", heb ik me ooit laten vertellen. Mijn echtgenote noemde het "op je mouw laten spelden" van een onzinnige stelling. Zij gelooft niets van dat verhaal en gaat altijd voor de ochtendthee.

Terwijl ik stilletjes aan tafel zat te genieten van de eerste "fijne-dag" bouwsteen, zat ik te bedenken hoe het vervolg zou kunnen zijn. Iets leuks gaan ondernemen bijvoorbeeld. Tja, iets leuks. Voor buitenactiviteiten was het te koud en te nat. En voor "iets binnen", zoals een overdekt winkelcentrum, ben ik niet geschikt. Ik schijn geen prettige winkelpartner te zijn. Tenminste, dat heb ik in de loop der jaren wel begrepen.

Ja, dat "iets leuks" was best lastig in te vullen. Er vlogen nog wat losse flodders door mij  hoofd zoals het "op visite" gaan, maar om iemand nou met mijn  "fijne-dag" obsessie op te zadelen gaat dan ook weer te ver. Ik slaakte een diepe zucht en slurpte mijn koffie op. Ik besloot het te laten varen en mijn echtgenote te verwennen met een kopje thee-op-bed.

Terwijl het waterketeltje op weg was naar zijn orgasme pakte ik een theeglas en wilde er een zakje inhangen. Tja, een zakje. Ik ontdekte rooibos, groen, citroen, kaneel, zwart, paars... geen idee wat ze normaal gesproken nam. Misschien lag er nog een zakje van gisteren in het vuilnisbakje onder het aanrecht. Ik opende hem en trof nogal het één en ander aan. Het werd even zoeken, maar uiteindelijk trok ik na het opschudden van de complete dagvulling een touwtje naar boven.

Op het vervuilde labeltje ontdekte ik een inmiddels onleesbaar tekstje. Dat doen ze tegenwoordig. Van die tekstjes erop drukken. Ik denk dan altijd dat ze het beter achterwege kunnen laten en de thee een paar cent goedkoper maken. Maar goed, nadat ik het dna spoor veilig had gesteld ontdekte ik sporen van groene thee. Ik pakte een nieuw zakje uit de van de postcodeloterij gewonnen theekist en legde hem op het schoteltje. Toen water in het glas, gezicht op "leuk" en de trap op.

'Ben je wakker schatje?', vroeg ik overdreven vriendelijk. Ik hoorde de lichte kreun van iemand die bezig was op aarde terug te keren. Er ging een oog open, toen nog één, de communicatieverbindingen werden gelegd en er bleek een gesprek mogelijk.

'Lekker kopje thee voor jou.' Ik keek er zo braaf mogelijk bij.
'Ah wat lief', zei ze. Ik groeide. De tweede bouwsteen was gelegd. Ik plaatste het kopje met assecoires op het nachtkastje. Ze richtte zich nu langzaam op, gaapte een keer, lanceerde een luchtkusje en opende het zakje.

'Hm, en ook nog de juiste theesmaak gekozen. Even snel kijken wat er op het labeltje staat.' Ze pakte haar bril, pakte het papiertje en begon toen te gniffelen.
'Wat een aardige tekst', zei ze.
'O', blaatte ik quasi nieuwsgierig.
'Ja, ze wensen mij een "fijne dag". Nou Bart als jij nou eens iets leuks verzint dan gaat het echt wat worden vandaag'

Ik voorzag een loodzware dag.

Bart

vrijdag 10 november 2017

Wennen

'Ik moet toch steeds nog een beetje wennen aan het idee dat ik eigenlijk nooit meer hoef te werken. Dat is zo apart.'
'Ja hè', zei mijn echtgenote na een poosje. Ik wachtte op dit retoursignaal zodat ik zeker wist dat ik "in beeld" was.
'Ja', zei ik.

'Het is voor mij ook wennen', zei ze.
'Ja, dat denk ik ook wel. Je hebt nu minder te doen als eerst.'
'Dat snap ik niet. Hoe bedoel je dat?' Ze keek vragend.
'Tja, hoe ik dat bedoel. Eh, hoe zeg je dat? Je hoeft nu bijvoorbeeld minder te wassen, en aangezien ik nu ook een deel van het huishoudelijk werk op me heb genomen, moet het allemaal wat eenvoudiger voor je zijn.' Ik pakte haar hand en gaf een vriendschappelijk knijpje.

'We hebben het zo best goed samen hè?' Ik kneep opnieuw.
Ze glimlachte terug. 'O ja hoor, het is prima. Maar voordat het achtergrondkoortje begint te oehoehen en de engeltjes uit het plafond zakken, zou ik toch graag zien dat je voortaaan zelf je smerige sokken in de wasmand gooit. En als je dan toch bezig bent: af en toe spontaan de stofzuiger aantrappen zou ook leuk zijn.' Zij kneep nu in mijn hand. 'Hè schat?', lachte ze.
Ik proefte iets van een ondertoontje wat gedrenkt was in een irritatiesopje en trok nu mijn hand terug.

'Ik doe toch alles al?', stelde ik. Ik kon me niet voorstellen dat er nog huishoudelijke klussen te verzinnen waren die ik nog niet had gedaan.
'Nou ja, koken, dat doe ik dan niet.' Slim als ik ben gaf ik dat vol overgave toe.
'Daar gaat het niet om, Bart. Het gaat er niet om wat je doet. Uiteindelijk doe je alles wel. Behalve koken dan. Het gaat erom dat ik alles moet voorkauwen.'

'Voorkauwen? Nou, dat is voor het eerst dat ik het hoor. Ja, jij hebt de regie in huis. In plaats van zelf de manager uit te hangen, heb ik nu een direct leidinggevende boven mij. En die stuurt mij aan. En daar geniet ik van. Heerlijk.'
'O, zo heb ik het nog niet gezien. Je spreekt nu voor het eerst een verwachting in mijn richting uit. Je wilt worden aangestuurd. Oké, krijg ik er een joystick bij?'

'Nou ja, zo bedoel ik het natuurlijk niet. Ik heb jarenlang de lakens uit mogen delen, ik vind het nu wel prettig dat de rollen worden omgedraaid. Niet voor altijd hoor. Gewoon een poosje.' Ik vond dat ik het allemaal wel aardig onder woorden had gebracht. Wat dat betreft ging het me nu beter af dan een jaartje terug. 'Begrijp je?', vroeg ik voor het goede doel: de bevrediging van mijn gedachten.

'Ik snap het. Zal ik dan nu mijn verwachting naar jou uitspreken?'
'Ja, doe eens?' Ik was best benieuwd.

'Oké, hier komt ie: ik verwacht van "mijn personeel" volledige zelfontbranding en initiatief.'
Het werd stil aan tafel.

'Zal ik dan maar even de tafel afruimen?' Ze glimlachte, greep nu mijn hand en kneep. 'Je begint het te leren', lachte ze.

Tja, het blijft wennen...

donderdag 9 november 2017

Sinterklaasfeest

'Bart, heb je al nagedacht over Sinterklaas dit jaar?' We zaten rustig aan tafel te ontbijten toen deze vraag onverwachts uit de mond van mijn echtgenote rolde. Ik vind het altijd weer verbazend hoe mensen zo uit het niets dit soort onderwerpen op de agenda kunnen plaatsen. En onvoorbereid. Niet zo van "goh, ik ga je zo meteen een interessante vraag stellen". Nee, gewoon zoals ze nu deed. Confronterend.

'Zodra hij ook maar één been aan wal zet, oppakken, een versnelde uitzettingsprocedure starten en zo snel mogelijk het land uitgooien. In ieder geval nog vóór zijn verjaardag.' Ze schudde haar hoofd. 'Ik stel een serieuze vraag.'

'Ik geef serieus antwoord. Ik denk dat we hem dit jaar maar gewoon eens een keer overslaan. Lijkt me heerlijk.' Ze verslikte zich in het broodje. 'Overslaan? Hoezo?'
'Nou ja, de winkels hangen al vol met kerstspullen, dus..'
'Wat "dus"? Wat bedoel je?'

'Nou ja, als het nu overal al kerst is, wat moeten we dan nog met die Sinterklaas.' Ze boog zich iets voorover. 'Lieve schat, we hebben kleinkinderen die nog volop in het geloof hangen. Hoe ga je dat uitleggen?'
'Nou, gewoon, dat hij dit jaar niet bij ons komt. Wat mij betreft verzinnen een verhaal dat Opa niet zo lief is geweest.'
'Dat hoef je niet te verzinnen. Dat is een feit. We gaan gewoon Sinterklaas vieren en we doen het bij ons. Punt uit.' Ze pakte haar mobiel en wilde meteen een what's-app de wereld insturen.

'Mag ik er nog wel iets van vinden?', vroeg ik terwijl ik mijn vinger opstak. 'Ik vind het gewoon niet meer leuk. Het is geen feest meer, maar een politiek dingetje geworden. Afgelopen week hebben ze nota bene in de tweede kamer gedebatteerd over de basiskleur van de Piet en ik heb begrepen dat die Sylvana Simons, die anti-Piet, inmiddels ook weer uit haar hol is gekropen. En dat bedoel ik dus. De lol is er af, en dat is blijkbaar ook precies de bedoeling.'

'Ben je klaar? Bart, we vieren Sinterklaas. Punt uit.' Ze klonk enorm strijdvaardig.

'En eigenlijk is het pedagogisch ook niet meer verantwoord anno 2017.'
'Hoe bedoel je?', vroeg ze ietwat afwezig.
'Nou ja, volgens mij gaat het in dit leven over eerlijkheid. Wij presteren het om een kind de eerste zes, zeg zeven levensjaren vol te proppen met leugens en bedrog.' Ze slaakte een zucht. 'Doe toch niet zo moeilijk, man.'

Ik was nog niet klaar. 'En omdat wij het zo geweldig vinden dat ze het bedrog voor zoete koek aannemen, krijgen ze nog een cadeau ook. Er is dan uiteindelijk geen enkel kind wat de waarheid wil weten, toch? Dat is toch hardstikke krom?'

'Rustig maar, denk aan je hart', zei ze met een lach.
'Wat lach je?'
'Ik heb je eerlijkheid inmiddels beloond.'
'Beloond? Wat is dit nou weer.'

'Ik heb het in het bericht richting familie meteen meegenomen: Opa heeft liever geen cadeau.'

Ik zei het al: zeer confronterend.

woensdag 8 november 2017

De buurvrouw

'Ik stond net even voor het huis naar het grind te kijken toen ze weer langs kwam', zei ik.
'Over wie hebben we het?', vroeg mijn echtgenote. Ze was druk met de wasmachine.
'Ja, over wie hebben we het steeds', zei ik.
'Nou, jij hebt het sinds je pensionering over iedereen. Dus zo vreemd is mijn vraag niet.' Ze bukte zich voor het machinegat en trok de schone was eruit.

'Ja, je weet wel. Die van de hoek. Met dat rare hondje. Waarvan die vent zo raar met zijn hoofd trekt.'
'Oké, ik heb haar in beeld. En wat was ermee aan de hand?' Ik haalde mijn schouders op. 'Weet ik niet, het viel me alleen op dat ze weer langs kwam lopen.'
'Met of zonder hond', vroeg ze wat ongeduldig. Ze stond met de kletsnatte was in de hand.
'Ja, even nadenken. Uhhh ik denk met hond.'
'Oké, je denkt met de hond. Maar je weet het niet zeker.'

Ik moest even nadenken. Zo'n spervuur aan vragen had ik niet verwacht. 'Ja, met de hond. Ik weet het zeker.'
'Bart, je staat vreselijk in de weg. Ga eens aan de kant, ik moet de was ophangen.'
'Ik snap niet dat ze nooit de andere kant oploopt. Altijd bij ons langs het huis.' Ik vond dat raar. De andere kant op liep je zo het bos in. Ik zei het.

'Ze kan zo het bos inlopen. Loopt het domme ding steeds hierlangs.'
'Volgens mij is iedereen vrij om te lopen waar hij wil. Daar heb jij niks over te melden, Bart.'
'Ik vind het vreemd en ik ga het toch een keertje vragen.'
'Dat zou ik niet doen. Trouwens, nu je het er zo over hebt: ze doet dat sinds jij met pensioen bent.'
'O, dat is mij niet opgevallen. Is dat zo?' Ik geloofde er niks van.

'Ja, jij hebt het er steeds over, je hebt er mij nooit over gehoord, toch?' Er ging nu een onderbroek richting waslijn.
'Heb jij het haar verteld dan? Dat ik met pensioen ben?'
'Nee, ik niet, maar ik kan mij zo voorstellen dat de buurt dat zelf heeft ingevuld.'
Dat vond ik flauwe kul. 'Wat een onzin', zei ik.
'Nou, zo'n onzin is dat niet. Ze zien toch dat jij hele dagen bij huis loopt. Bovendien ben je grijs, bij wit af. Dat zegt genoeg.' Ze trok een glimlach.
'Links om, rechts om, ik ga haar toch vragen waarom ze steeds langsloopt. Ik zou niet weten waarom ik dat niet zou mogen doen.'

'Nou ja, als het dan daar over gaat: heeft ze nog niet gevraagd wat jij daar stond te doen?', ze hield een knijper tussen haar tanden.
'Nee, waarom zou ze?'

'Nou ja, het moet haar toch ook opvallen dat iedere keer als ze hier langsloopt, jij in de tuin een beetje dom naar het grind staat te staren. Ik denk dat ze het daar thuis vast heel vaak over hebben.'

Bart

dinsdag 7 november 2017

De wandeling

'Ik geloof dat ik zo meteen eens een eindje ga wandelen', zei ik nadat ik voor mijn gevoel tijdens de lunch nét iets teveel had gegeten.
'Vanwaar dit rare idee? Je wandelt nooit', zei mijn echtgenote.
'Nou, dat is niet waar, schat, ik wandel best veel.'

'Onzin Bart, je wandelt echt nooit. Als ik voorstel om naar de stad te gaan, dan is het ene diepe zucht in combinatie met een chagrijnige kop.'
'Hallo, laten we dat meteen maar even aftikken: met jou in de stad is geen wandelen maar slenteren. En ik denk dat wij mannen daar niet op zijn gebouwd. Slenteren is een typische vrouwenkwaal' Ik nam nog een slok koffie.
'O ja, typisch jij, kun je het niet winnen, dan haal je er de complete mannengemeenschap erbij. Maar goed, als jij wilt wandelen, ga je gang. Het is droog. Rugzakje mee?'
'Hou toch op. Rugzakje. Ik heb gewoon het gevoel dat ik even moet bewegen. Ik heb last van het eten.'

'Dat heeft te maken met het feit dat je nooit genoeg hebt. Je kent geen rem. Je kaant maar door', zei ze. 'Vandaar dat je afgevuld bent. Als een volle benzinetank'
'Wat doe je toch negatief.' Ik voelde me slachtoffer worden van een lastercampagne.
'Joh, ga jij even lekker wandelen, dan schoffel ik ondertussen de tuin, ruim ik de garage op en zorg ik dat je straks je ongetwijfeld leeggewandelde maag weer kunt vullen. Doe je wel voorzichtig met oversteken?'
'Hoezo zeg je dat zo.'

'Wat bedoel je?', vroeg ze.
'Je doet vervelend. Volgens mij ben je niet blij met mijn voornemen.'
'O nee hoor, als dat jouw gebruikelijke manier is om dat volgegeten lijf van je wat te verlichten, dan moet je dat vooral doen. Stoor je niet aan mij als ik het op mijn manier doe.'
'Op jouw manier?', vroeg ik. 'Hoezo op jouw manier?'
'Nou, ik beweeg me ook maar ik maak me tegelijkertijd nuttig. Jij loopt alleen maar doelloos je volle maag achterna. Snap je?'

Toen ik wat later met een enorm gevoel van tegenzin in de tuin aan het schoffelen was geslagen, zag ik haar voor het raam staan. Ze stak haar linkerduim op en met haar rechterhand omklemde ze een kopje thee. 'Wil de lunch nog een beetje zakken?', informeerde ze toen ze de tuindeur had geopend.
'Ik heb de auto alvast uit de garage gezet, dan kun je er straks gemakkelijker bij.' Ik voelde het zuur op mijn gezicht bijten. Het was een onprettige situatie.

'Ik ga touwens zo even wandelen', lachte ze. 'Dat je me niet kwijt bent, mocht je straks klaar zijn.'
'Wandelen?', ik kreeg het mijn mond bijna niet uit.
'Ja, even naar de Appie. Boodschappen voor het eten vanavond. Ik denk dat jij straks na al dat inspannende werk, een enorme honger zal hebben.'  Ze gaf een knipoog en sloot de deur.

Ik voelde geen behoefte nog iets te zeggen.

Bart

maandag 6 november 2017

Soepje

'Als ik wat voor je kan doen, dan moet je het even zeggen hoor', zei ik op een sociaal toontje. Ik hing op de bank en zij stond in de keuken achter het fornuis. Ik had zo ingeschat dat mijn aanbod weinig reactie zou opleveren. De maagvulling van de zondagavond is meestal simpel: soepje met een broodje uit de oven. En daar valt weinig aan te helpen. Ook het dekken van een tafel is niet nodig: we eten op zondag niet aan een tafel.

Ik schudde het ondersteuningskussen op de bank nog een beetje op en wilde me net in de Romeinse decadentiezit vouwen toen er toch een noodsignaal vanuit de keuken de kamer binnendrong. Ik moest opdraven.
Met de snelheid van een slak op weekendverlof sukkelde ik richting keuken.
'Wat is er aan de hand?', vroeg ik terwijl ik een luide gaap ten gehore bracht.

'Je mag even in de soep roeren. Gaat dat lukken?' Of het mij ging lukken om met een lepel in een pan groentensoep te roeren. Tja, ik kreeg wel een wereldprobleem voorgeschoteld. Ik krabte me achter mijn oor. 'Heb je iets waarmee je dat doet?', vroeg ik.
'Dat moet je even uit dat bakje pakken. Die zwarte plastic lepel daar.' Ze wees naar de hoek van het aanrecht. Ik pakte het aangewezen gereedschap en liet hem in het pannetje zakken.

Nu heeft mijn moeder mij ooit uitgelegd dat je eerst voorzichtig het soepje aan moest voelen voordat je met de lepel vol gas mocht geven. Mijn moeder is echter al lang geleden overleden en ik ben haar wijze lessen inmiddels vergeten.
'Oeps', riep ik.
'Bart, wat doe je. De soep gaat er overheen. Roer dan verdomme niet zo hard!! Je gaat als een idioot tekeer. Geef maar hier, aan jou heb ik niks.'
'Hoho, dat valt wel mee hoor', zei ik. 'Het is maar een klein beetje.' Er dreven op het gafornuis slechts een paar sliertjes vermicelli in een klein plasje bouillon. 'Ik kan jou in de keuken ook niks laten doen', mopperde ze.

'Sorry schatje, ik heb nou eenmaal niks met koken. Ik kan het niet, ik heb er geen gevoel voor en het belangrijkste: ik vind er ook geen drol aan.' Ik had inmiddels het roerwerk hervat.
'Wat dacht je van een kookcursus. Je bent nu toch met pensioen, je hebt tijd genoeg.'
'Schat, ik kan een eitje bakken, eitje koken en ik weet hoe je brood kunt ontdooien in een magnetron. En dat is meer dan genoeg om te kunnen overleven.'
'Maar in een soepje roeren kun je blijkbaar niet. Kijk nou uit !!, het klotst er zo wéér overheen. Kan ik straks die hele plaat schoonmaken. Ik heb ook zondag hoor.'  'Ik maak het wel schoon hoor', zei ik. Ze schudde haar hoofd. 'Zelfs dat kun je niet, Bart.'

'Moet ik nog verder roeren?', vroeg ik ietwat gepikeerd.
'Ja, dan draai ik onderhand de ballen en kunnen ze er meteen in.' Ik keek naast mij waar op een simpele manier wat ballen werden gedraaid. Dat moest ook ik kunnen. 'Zal ik dat doen? Dan roer jij in de soep. Jij hebt daar meer gevoel voor.' Ik stelde maar wat voor.
'Goed plan', zei ze tot mijn verrassing en we verwisselden van plaats. Ik kreeg nu het ultieme Jamie Oliver gevoel en draaide de ballen fluitend tot hapklare brokjes vlees en gooide ze enthousiast in de soep. 'Er is geen bal aan', grapte ik tegen mijn echtgenote die een lamme arm kreeg van het roeren.

Even later hingen we aan de soep.
'Hmmm Bart, die balletjes smaken echt geweldig. Je kunt dat echt heel goed.' Ik glunderde. 'Ach ja, een kwestie van oefenen. Na het derde balletje had ik hem te pakken.'

Nu was ik aan de beurt om een veer te steken.
'Echt een heerlijk soepje. Je kunt goed proeven dat het vakkundig is geroerd', zei ik.
Ze glimlachte. 'Denk jij nog wel even aan het schoonmaken van het fornuis?'
'O', hoorde ik mijzelf zeggen. 'En ik kon dat niet volgens jou.'

'Ach, het is net zoals met die ballen: gewoon een kwestie van oefenen. Na de derde keer gaat het je vast lukken.'

zondag 5 november 2017

De vogelaar

'Hé Bart, kijk eens naar buiten. Moet je snel zijn !!, de pindakaaspot. Daar zit een hele vreemde vogel bij!'
Ik schrok me dood en de vogel ook, want toen ik mijn blik op het raam richtte was hij al gevlogen. 'Wat was dat voor een beest dan?', vroeg ik.
'Geen beest, een vogel. Ik weet niet wat voor één dat was. Wel zeldzaam schat ik zo in.'
'Dat zou bijzonder zijn', zei ik om me vervolgens weer op mijn tablet te richten waar ik net bezig was met een spelletje Wordfeud. 'Moet je een foto van maken', adviseerde ik.

'Misschien komt hij terug. Blijf nou even kijken.' Ik keek opnieuw. Niks te zien. 'Ik denk dat hij zijn biezen heeft gepakt. Hij is vast geschrokken. Van jou', zei ik pesterig.
'Toch is dat leuk, al die vogels in de tuin.' Ze bleef kijken.
'Ja, het is een vrolijke boel met dat mussentuig', zei ik. 'Tjonge jonge, ik zit me hier toch een partijtje te klungelen. Ik kan vierendertig punten scoren, maar dan bied ik tegelijkertijd wel een onbedoelde opening voor Toos. En die ketst hem er ongetwijfeld vol in.'
'Jij altijd met die stomme spelletjes', zei ze terwijl ze met haar armen over elkaar naar buiten stond te kijken.

'Is die peenvogel inmiddels al weer teruggekeerd?', vroeg ik wat later.
'Nee, nog niet. Waar heb je het fototoestel?', vroeg ze.
'Batterij is leeg. Neem je telefoon maar. Die maakt ook mooie plaatjes.' Ze pakte haar telefoon van tafel en stelde zich weer op voor het raam.
'Dat zal je dan net zien, dan komt hij niet meer.'
'Ik kan "qat" leggen. Maar dat scoort zo te zien ook niet echt.' Ik moest ervan zuchten.
'Er is momenteel een pindakaas-veldslag gaande onder de mussen.' Ze richtte haar telefoon en schoot een plaatje.
Ik keek op. Plotseling stoof de kolonie uiteen en werd het stil in de tuin.

'Bart, kijk, daar zit ie weer', zei ze nu zacht. Ze richtte het telefoontje.
Ik ontdekte een gekleurd dingetje op het stokje voor de ingang van de calvépot. 'Verdomd, dat moet een zeldzaam vogeltje zijn. Heb je hem op beeld?' Ze knikte. 'Mooi vogeltje hè, trouwens geen idee wat het is.'
'Ik ook niet', zei ik. 'Stuur die foto eens door, dan kijk ik even.' Wat later ontving ik een "ping" op mijn tablet en opende het app-je.
'Ik heb hem. Hij is wel mooi, maar ik kan hem niet zo één-twee-drie vinden op internet.' Ik keek nog wat vogelsites na en besloot toen het fotootje maar op Facebook te plaatsen met de vraag of iemand dit zeldzame vogeltje herkende.

'Is dat wel handig?', vroeg ze.
'Hoezo? Dit is héél handig.'
'Schat, vóór je het in de gaten hebt, staan hier vijfduizend vogelaars op de stoep.'
'Nou, dat zou niet verkeerd zijn. Mogen ze hier tegen betaling plassen en dan schenk jij koffie. Dat wordt kassa !!' Ik zag het wel zitten.
Er klonken nu wat pingeltjes uit de tablet. 'Je hebt beet', zei ze.
Ik keek naar het scherm en telde in de gauwigheid twaalf berichtjes. Ik opende de eerste, toen de tweede en de derde... 'En?', vroeg ze.

Ik schraapte mijn keel en las voor. 'Hé Bart, ouwe vogelaar, dat zeldzame vogeltje van jou is niets anders dan een simpele bonte specht. Daar vliegen er honderdduizend van in het rond. Trouwens, nu je zo'n interesse aan de dag legt voor onze gevleugelde vrienden: Ik kan je lid maken van vogelclub de gele kanarie. Heel leerzaam. Stuur maar een berichtje of je dat wilt.' Het werd afgesloten met een schaterende smiley.

Ik heb mijn bericht van Facebook gehaald.

vrijdag 3 november 2017

Laarzen

Ik zat heerlijk in het zonnetje op een terrasje op het Simonsplein aan een glaasje wijn, toen ik haar langs zag lopen. Nou ja, lopen, het was nèt iets sneller dan lopen en nèt niet snel genoeg om het als rennen te betitelen. Laat ik het zo zeggen: ze had een stevige haast.
Nou vallen mij dit soort mens-verplaatsingen normaal gesproken niet echt op. Er lopen zoveel mensen door de stad, dat ik het gewoon niet kan bijhouden zonder gek te worden.
Maar goed: deze vrouw viel wel in mijn oog. Misschien wel omdat ik inmiddels twee rode wijntjes achter de kiezen had en ik het idee kreeg dat het kleurenpallet wat door elkaar begon te lopen. Dat ik het verkeerd zag. Niet omdat ik dronken was, dat zeker niet. Nee, het had met een combinatie van factoren te maken. En die combinatie, waar alcohol zeker onderdeel van uitmaakte, maakte dat ik wat loslippiger werd en misschien over zaken begon te praten waar je het normaal gesproken niet over hebt.

'Wat een mooie vrouw en wat een oerlelijke laarzen.' Ik zei het tegen mijn echtgenote die aan een kopje thee naast mij zat.
'Wie bedoel je?'
'Die vrouw daar, ja je bent al te laat want ze is al voorbij. Daar, met die witte jas en daaronder van die lila knielaarzen.'
Ze haalde haar schouders op. 'Ik kan het niet goed zien. Tja die laarzen, wel apart.'
'Mens mens mens, hoe kun je daarin lopen. En weet je, het is een keurig uitziende vrouw. Misschien wel één die als CEO een groot concern leidt.'
'Droom jij even lekker verder. Zo'n hotemetoot gaat vast niet boodschappen doen in de Doetinchemse binnenstad.'
'Dat weet je maar nooit', zei ik.
'Toch kan ik er met de kop niet bij. Hoe kun je er in Godsnaam zo bijlopen.'

'Ben je dronken of zo?', vroeg ze. 'Je hebt al twee wijntjes achter de kiezen.'
'Hoezo nou weer dronken.'
'Omdat je zo blijft doorzeuren over de laarzen van een vrouw die allang voorbij is en nog belangrijker: die je helemaal niet kent.'
'Ze loopt straal voor gek, dat wil ik alleen maar even zeggen.'
'Jij moet eens leren Bart, dat je niet overal een mening over hoeft te ventileren. Als iedereen eerst met jou moet overleggen over wat ie mag aantrekken, dan lopen we allemaal in een saaie spijkerbroek met een versleten T-shirt.'
'Onzin, ik heb best wel smaak.'
'Ja, dat kan ik zien. Wijntje nummer drie?', vroeg ze. Toen: 'Schat, al loopt ze in haar blote kont. Wat maakt mij dat nou uit.' Ze hing het zakje in het glas.
'Nou, als dat zo was, dan had je waarschijnlijk je handen voor mijn ogen gehouden.'

'Zag u die vrouw ook voorbij lopen?', vroeg ik aan een man naast mij.
'Wie?', vroeg hij.
'Die vrouw, die met die witte jas met van die oerlelijke lila knielaarzen daaronder.'
'Nee, die heb ik niet gezien. Waar is ze dan?', vroeg hij nieuwsgierig.
'Ze is al weg', zei mijn echtgenote die zich iets naar voren boog.
'Nou, dan heb ik haar blijkbaar niet gezien.'
'Dan heeft u echt wat gemist', zei ik.
'Nou, dat denk ik niet. Het maakt mij niks uit wat mensen aantrekken.'
'Hoor Bart, hier spreekt een verstandig iemand.'

Ik nam nog een slokje wijn. "Een verstandig iemand". Ik keek hem nog een keer aan.
'Ach ja, er zijn belangrijker zaken om je druk over te maken, nietwaar?'
'Zoals?', vroeg ik.
Op dat moment schoof er een dame het terras op.
'Wat het allemaal moet kosten', zei hij. 'Dag schat, geslaagd?'
'Jazeker'. Ze zette een aantal volle tassen op een lege stoel en nam plaats tegenover haar man.
'We hadden net een discussie over wat acceptabel is voor een vrouw om aan te trekken', zei hij.
'O, en hoezo dan?', vroeg ze.
'Mijn man zag een vrouw lopen met lila knielaarzen. En dat vond ie idioot', zei mijn echtgenote. Ze wees naar mij. Ik trok een glimlach.

De vrouw bukte zich en haalde een doos uit een tas. Het deksel ging eraf. Toen ik mijn kleurenpaletje eindelijk een beetje scherp had, zat het deksel er weer op en waren de ohhhs en de ahhhs al weggeëbd.

Ik heb besloten om in gezelschap nooit meer een mening te ventileren over lila en zeer zeker niet over appelgroene suède knielaarzen.

donderdag 2 november 2017

De dagstart

'Je doet dat eigenlijk niet zo handig', zei ik toen ik mijn echtgenote zag worstelen met het in een kommetje stukhakken van een beschuit. Ze ging onverstoorbaar verder. Het was namelijk ochtend en dan zijn de reacties over het algemeen anders dan op enig ander moment van de dag. 'Kijk, je kunt het namelijk veel gemakkelijker doen met de lepel. Kijk, zo.'
Ik deed het voor in mijn eigen kommetje. Ze keek niet.

'Kijk dan!', zei ik nu iets dwingender. Ze keek nog altijd niet. Om de uitnodiging nu nóg harder uit de luidspreker te laten schallen leek me vanwege de tot nu toe goede relatie met de buurt niet handig.

'Dan doe je het zoals je zelf wil.' Ik wilde er nog iets van "eigenwijs" achteraan zenden, maar dat leek me politiek gezien niet slim. Het humeur van de ochtend wordt vooral bepaald door de omstandigheden van het eerste half uur na de opstanding. Dat heb ik al eens in een tijdschrift gelezen. Ik meende iets van de "libelle". Die lees ik af en toe als ik een bezoek breng aan het toilet. Daar ligt hij vaak. En daar hoort hij ook.

Het werd stil aan het aanrecht. Alleen het brekend geluid van het gemartelde beschuitje in mijn kommetje verstoorde de stilte. 'Zie je nu hoe gemakkelijk dat gaat?', vroeg ik toen ik klaar was en toe was aan de volgende fase van het yoghurtontbijtje.

Ze beperkte zich tot het lanceren van een luchtkus. En ik meende toch iets van een glimlach te zien. Het gaf mij weer wat energie.

'Liggen er al placemats op tafel?', vroeg ik toen ze in de eetkamer was aangekomen en ik vanuit de keuken nog moest vertrekken.
'Nee, nog niet', meende ik te horen.
'Dan moet je even wachten. Als je het zo op tafel zet, dan kunnen er kringen ontstaan.'

Ik wist dat omdat ze dat mij had geleerd. Een poosje terug al. Toen zette ik per ongeluk een kopje hete thee op de tafel. Sinds die tijd zet ik nooit meer een kopje hete thee op de tafel en waak ik voor overtredingen van anderen.
Ik pakte twee placemats en huppelde naar de kamer. Ze stond nog te wachten en had haar blik op de krant gericht die op de tafel lag.

'Zo, je kan nu landen", zei ik grappig bedoeld. Ze schoof de stoel naar achteren, zette het kommetje op tafel en ging zitten. Ik liep terug om mijn ontbijtje uit de keuken te halen.
Even later zaten we aan tafel met elk ons ontbijtje. Zij las de krant en ik een reclamefolder van de super.

'Het toiletpapier is deze week in de aanbieding', zei ik. 'Volgens mij hebben we dat nodig want ik heb vanochtend een nieuwe rol aangeslagen. Ik zal zo even kijken want ik denk de laatste. O, en de koffie. Tweede pak voor de halve prijs. Zal ik dan een lijstje maken?', stelde ik voor.

Ik meende iets van een zucht te horen. Er zat nog leven in. Het was de aanloop naar het "ik ben wakker" moment wat nu snel zou gaan volgen. Ik ken haar. 'Nog een kopje koffie schat?', informeerde ik zoet.

Toen kraakte de krant en schraapte ze haar keel.

'Ze zoeken in het zorgcentrum nog een vrijwilliger om 's morgens met de koffiekar rond te gaan voor een sociaal praatje. Ik zou solliciteren. Echt iets voor jou' Ik begreep hem niet helemaal. 'Wat bedoel je precies?'

'Ze zoeken voor een uurtje of tien in de week tijdens de ochtenduren een koffieschenkend oud wijf. Mocht je solliciteren, geef mij dan maar op als referentie. Dan kun je morgen meteen beginnen.'

Ze was wakker.

Bart







woensdag 1 november 2017

Slaappraten

'Je praat in je slaap', zei mijn echtgenote toen ze zich luid uitrekkend naast mij in bed wakker meldde.
'Wat!!?', riep ik. 'wat doe ik? Praten in mijn slaap?'
'Ja, je praat. Heb je niet gemerkt dan dat ik je vannacht wakker heb geschud?'
'Nee, wat heb ik gezegd dan?', haastte ik mij te vragen. Ik was behoorlijk geschrokken. Je hoort wel eens verhalen over mensen die 's nachts hun hele kortetermijngeheugen leeg laten lopen. En ik had nog wel wat te dumpen stelde ik vast. Gedachtes over zaken die je normaal gesproken liever in je eigen lijf houdt. Uiteindelijk is het jouw persoonlijke harde schijf en je wilt wel graag de regie houden over datgene er al dan niet op de luidspreker wordt gezet.

'Je leek wat verward. Je haalde alles door elkaar.' Ze keek me aan met een blik alsof ik een volledige bekentenis had afgelegd.

'Noem eens wat? Wat heb ik geroepen dan?' Ik wilde het eigenlijk niet horen, maar wilde het wel weten. Zoiets.
Ik keek haar vragend aan. Ze keek er donker bij. Dat doet ze altijd wel als ze net wakker is, maar nu zag ik wat onbekende plooien die niets met "wakker worden" te maken hadden. 'Het ging over mijn moeder', zei ze.

Jezus, daar had je het gesodemieter al, bedacht ik mij. Ik was er recent op visite geweest en had mij lopen ergeren aan haar diepgewortelde vooroorlogse opvattingen. Ik kan verder goed met schoonmama maar ze is zo godvergeten eigenwijs. Dat vind ze trouwens ook van mij. Alleen ben ik het absoluut niet.

'Ja, je moeder. Ze kan zó eigenwijs zijn dat ik er 's nachts over begin te dromen.' Ik probeerde op theatrale wijze het angeltje eruit te trekken.
'Je was niet aan het dromen schat, je was aan het praten. En het kwam luid en duidelijk over.'
Ik besloot tot de aanval. Dat moet de beste verdediging zijn.

'Ach ja, we waren er toch van de week? En toen ging het toch over een aanbieding van brood bij de super? Dat ik zei dat het altijd weer een sigaar uit eigen doos is. Omdat je dan op een ander artikel weer wordt teruggepakt. Wat kijk je me nou aan?'
Ze glimlachte. 'Ga verder', zei ze.
'Verder? Je was er toch bij? Ze werd toen toch boos omdat ik volgens haar altijd wat te zeuren zou hebben.'
'Daarin heeft ze absoluut een punt', vond ze. Ze bleef me aankijken.
'Wat zit je nou naar me te staren. Daar ging het toch over? Of heb ik haar in mijn slaap achter het behang gescholden.'

Het werd even stil in bed en de spanning liep nu op.

'Ik zei al dat je wat verward klonk en dat je alles door elkaar haalde.'
'Nou kom op dan, vertel.' Ik hield het niet meer.
Ze begon nu hard te lachen. 'Zal ik het dan maar vertellen?', zei ze.
'Zoek het uit', riep ik boos en wilde uit bed stappen.
'Ik zal het je vertellen. Ik hoorde iets van eh... "Mama, sorry, ik heb het niet zo bedoeld. Ik hou heel veel van u.' Ze begon opnieuw hard te lachen.

Ik lachte maar wat op de maat mee. Ik moet inderdaad enorm verward zijn geweest.


dinsdag 31 oktober 2017

De kortste weg

'We kunnen wel lopend boodschappen doen', stelde mijn echtgenote voor. 'Het is echt lekker weer.'
We moesten onze kleinkinderen "door de middag loodsen" zoals wij dat noemen. "Oppassen" is sinds ze naar school gaan "uit". Dat doen we niet meer. Je past op een hond of op je schoonmoeder. Maar niet op schoolgaande kleinkinderen. Maar goed, het ging over de boodschappen.

Mijn echtgenote vond het wel een goed plan om vanuit de Doetinchemse "drevenbuurt" naar de Appie op de Bongerd te lopen. Ik vond het een melding om toch even van te schrikken. Ik opende dan ook meteen mijn routeappje op de mobiel om te bepalen hoe groot deze afstand was en hoeveel tijd ermee gemoeid zou zijn. Ik wilde graag vóór donker weer thuis zijn. Ik schatte in dat het ging lukken.
'We lopen achter bij de Coop langs en dan zo tussendoor.' Zij had het idee dat het de kortste route was. Ik niet want ik had net dat appje gezien.

'Nee hoor, je kunt sneller achter het integraal kindcentrum langs, tunneltje door en dan naar de Bongerd.'
'Integraal kindcentrum?' Ze keek me vragend aan. 'Ja, zo noemen ze tegenwoordig toch de lagere school?' Ik had het zelf gelezen.
'Je bedoelt de basisschool. De lagere school is nog iets van vóór de oorlog.'  'Zo oud ben ik nou ook weer niet', zei ik. 

'Ja oma, opa heeft gelijk. Door het tunneltje en dan lopen we langs de skatebaan', riep de oudste. 'Dan ga ik op de step.'
'Ja, langs de skatebaan', riep "spuit elf" of te wel de jongste van de twee die ook nog wat ondersteunende modder spoot. 'Dan ga ik op de fiets', zei hij.
'We lopen wel om hoor', hoorde ik vanuit het deelnemersveld. Vrouwen hebben altijd het laatste woord en dat wordt dan zo gebezigd dat het later ook andersom en tegen je gebruikt kan worden. Normaal hou ik dan maar mijn mond. Maar nu was ik zo overtuigd dat ik weerwoord gaf.
'Dat is niet zo, dit is korter.' Ik wist het zeker. Mijn vertrouwen in de app was echt grenzeloos.

Vijf minuten later waren we op pad. Onze kleinkinderen op hun hulpmiddel, mijn vrouw met een omgekeerde boodschappenrollator achter zich aan sleurend en ik met mijn handen op mijn rug en mobiel in mijn zak.

'Terug lopen we anders', pufte mijn echtgenote toen we na een half uurtje de voorlopige eindbestemming hadden bereikt. Ik keek op mijn horloge.
'Ach ja, dat kan nog wel, het is nog vroeg.'
'Dat kan makkelijk. Het is namelijk veel korter.'
'Daar gaan we weer', bromde ik.

Na een boodschappentochtje door de Appie en een korte pauze op een bankje vóór het bonuskaarteninstituut, vingen we de terugtocht aan. Mijn echtgenote was nu een stuk spraakzamer dan op de heenweg. Dat heeft Max Verstappen ook als hij de overwinning ruikt, bedacht ik mij.
'Zo, en dan gaan we hier het park in, en dan aan het eind de bruggetjes over en dan meteen links af.' Ik keek op mijn horloge en ik zag haar genieten. 'Gaat goed hè?', zei ze met een knipoog. Ik knipoogde terug. Waarom weet ik niet meer maar ik deed het.

Kort daarna stonden we strak voor de Coop.
'Ik moet nog even naar binnen, ben melk vergeten.' Ze parkeerde de boodschappenkar en liep naar binnen.
Ik greep mijn mobiel en keek naar de stiekem ingeschakelde stopwatch die ik nu eigenlijk stop moest zetten.
'Wat doe je opa?', vroeg de oudste wijsneus.
'Opa kijkt naar de tijd.' Ik stelde vervolgens vast dat we sneller waren dan op de heenweg. Ik liet hem toch maar doorlopen. Het was voor een goede zaak.

Toen we wat later de eindbestemming bereikten, pakte ik wederom mijn mobiel.
'Nou, korter, het maakt eigenlijk niks uit.' Ik zei het met een overdreven lachje.
'Heb jij het ook bijgehouden?', vroeg ze.
'Ook?', blaatte ik.
'Ja, ik heb de stopwatch gebruikt op mijn mobiel. Hardstikke nauwkeurig.'
'Opa ook!' Ik hoorde een stem uit de kinderkamer.
'En?', vroeg ze.

Ik heb mijn uitslag omwille van de vrede snel op nul gedrukt en ongeldig verklaard.

zondag 29 oktober 2017

Scheerproblemen

'Waarom laat je je baard niet staan?', vroeg mijn echtgenote nadat ze mijn klaagzang over mijn scheerapparaat had aangehoord. 'Ik hoor je elke dag schelden op dat ding. Of koop een ander.'

'Ze hebben bij Philips gewoon niet nagedacht. Dit is zóóó onhandig', zei ik nijdig.

Ik had sinds enige tijd een scheerapparaat waarbij de ontwerpers het wel een goed idee vonden om er een hele grote "aan en uitknop" op te prutsen. En die zat in het gedeelte waarmee je hem nou net vast moest houden als je een haarspeldbocht ging nemen. En aangezien mijn hoofd er door uitzakverschijnselen tegenwoordig velen kent, is het een ware martelgang om het ding aan de praat te houden. Elke bocht naar rechts geeft extra druk op het handvat waardoor hij uitschakelt. Ik heb hem al een keer nijdig in de hoek gemikt, maar ook dat hielp niet.

'Ik heb geen mooie baard', zei ik. 'En ik kan het weten want vroeger had ik er één. Je kunt hem overigens nog bezichtigen op zolder want hij ligt in de trouwfotodoos.'
'Ik weet hoe je eruit zag. Ik sta namelijk ook op die foto. Je had een rode baard en hij misstond je niet.'
'Ik had een hekel aan het ding', zei ik.
'Gezwam, waarom liet je hem dan staan?'
'Omdat ik een nog grotere hekel had aan scheren', zei ik.
'Je kunt je ook met een mesje scheren', stelde ze voor.
'Kan mijn huid niet tegen. Krijg ik pukkels.'

'En wat ga je nu doen? Ik wil dat gezanik over dat apparaat niet meer horen.'
'Ik heb geen idee. Jij hebt toch ook zo'n ding?'
'Daar blijf je vanaf. Die is van mij.'
'Nou ja, als die het beter doet. Ik kan het toch proberen?' Ik vond dat het moest kunnen.
'Nee', zei ze bitserig. 'Dat is een vrouwending.'
'Oké. Kun je dat dan uitleggen? Wat is het verschil tusen mijn zogenaamde mannending en jouw vrouwending?'
'Dat laat ik helemaal aan jouw verbeelding over.' Ze pakte een stapel reclamefolders.

Ik moest even nadenken.

'Weet je, ik snap het niet. Sinds de invoering van de emancipatie worden wij mannen geacht al onze mannendingen te delen. Er is niets meer vanzelfsprekend van ons.'
'Gaan we nu over de emancipatie klagen?', vroeg ze.
'Nou ja, klagen, laatst wilde je een motorrijbewijs halen zodat je ook op mijn, sorry, onze motor kon gaan rijden.'
'Ja, èn? Wij vrouwen hebben dat recht. Voor ons vrouwen is dat fun. Voor jullie pure noodzaak. Midlifebevrediging.'
'Tjonge jonge, je draaft wel door.' Ik vond het nu wel ver gaan.
'Tja, waar moeten jullie mannen anders in vluchten. Zoveel mogelijkheden zijn er niet.' Ze prikkelde me.
'O, is dat zo?' Ik zag er nog wel een paar.
'Ja, een tattoo gaat niet vanwege je gevoelige huidje en jij een andere lief? Met al jouw gezanik en gezeur?' Ze grinnikte.'Nee Bart, dat zie ik echt niet gebeuren.'

Ik heb besloten een ander scheerapparaat te kopen.

vrijdag 27 oktober 2017

De profielschets

'Wilt u een hapje proberen?', vroeg ze toen ze mij in het vizier kreeg. Ik liep op dat moment met hoge snelheid door een plaatselijke groothandel recht op mijn doel af: de afdeling met verpakkingsmateriaal. Ik moest namelijk wat envelloppen zien te scoren voor mijn verhalenbundel die eerdaags verstuurd moest worden.

Ik verdenk deze bakkende ronselaars overigens dat ze gewapend met een profielschetsje de zwakkelingen uit de maatschappij plukken en dan bewust aanspreken. Ik weet dan niet goed hoe zo'n profielschets eruit zou moeten zien, maar er wordt in mijn richting wel mee gescoord: Ik ben zwak. Nou ja, zwak, laat ik het zo zeggen: ik laat mij graag verleiden door de doordringende geur die dit soort stalletjes verspreiden.

Ik hield mijn pas in want ik twijfelde toch een beetje. Doorlopen zou enorm sterk zijn maar vervolgens is er niemand die mij uit de meningte plukt omdat ik in de profielschets van de sterken pas en mij verrast met een proefsessie armpje drukken of zoiets. Dus het was alleen goed voor mijn eigen ego. Verder niet. Ik vond dat enorm teleurstellend.

Ik kwam nu tot een totale stilstand en keek toch ietwat nieuwsgierig naar het stalletje. Ik ontdekte op het plankje voor de dame een aantal met rode vloeistof gevulde flesjes die mij stuk voor stuk lachend aankeken. Ik ontdekte ook een aziatisch tekstje en ik kreeg het idee dat het hier om iets van een oosterse curry ging. Ik was verkocht.

Met twee stappen stond ik bij haar en kwam ze met een plastic bakje achter het stalletje vandaan gehuppeld. Op het bakje lag een stukje vlees, gedrenkt in een paar drupjes rode vloeistof wat ongetwijfeld uit het flesje was geknepen. Ze had er als handvat een bolprikkertje ingeduwd. Ze hield het me voor.

'U mag een stukje proeven hoor', zei ze met zo'n typische verkoopstem. 'Het is een oosterse curry maar dan gemaakt van speciale pepers. Caloriearm.'  Ik meende dat ze naar mijn buik keek. Ongetwijfeld trok ze de conclusie dat de profielschets op het kaartje achter het stalletje klopte. Hier viel wat te verdienen.

'Het is deze week in de aanbieding', zei ze terwijl ze met haar vinger naar een bordje wees waar de prijzen van dit product stonden genoteerd. Ik las iets over de tweede gratis en keek rond of ik niet zo'n klotehamster zag rondlopen met een camera op zijn kop. 'U mag een stukje nemen hoor.' Ze schoof het schaaltje nog iets verder in mijn richting.

'Wat voor een vlees zit eronder?', informeerde ik. Ze haalde haar schouders op. Ik geloof iets van een burger. Ik weet het niet eens precies. Deze curry kun je namenlijk bij alle soorten van vlees gebruiken.'
'Ook bij een gebraden hamster?' Ik lachte.
'Gebraden hamster?' Ze keek verbaasd.
'Laat maar, mag ik bedanken?' Ik voelde me met het hamsterbeeld voor ogen, opeens heel sterk.
'Maar het smaakt echt heerlijk hoor.' Ze klonk overtuigend.
'Nee, ik moet aan mijn calorieën denken.' Ik glimlachte en trok mij, zei het met enige moeite, uit de geurwolk vol verleiding terug.
Ze keek me teleurgesteld na.

Toen ik wat later zonder koopsucces richting uitgang liep, passeerde ik opnieuw een stalletje.
'Wilt u een een overheerlijke en stokoude whiskey proberen?' Hier stond de verkoper al vóór het stalletje.
Ik trapte meteen op de noodrem en pakte zonder één seconde twijfel het voorgehouden glaasje aan.
Ik paste blijkbaar feilloos in zijn profielschets: een sterk uitziende kerel van een jaartje of zestig met een ijzeren discipline.

Ik heb het idee dat hij het op afstand van mijn ietwat roodgeaderde neus heeft kunnen aflezen.

donderdag 26 oktober 2017

BinnensteBuiten

Ik reed op dat moment met ongeveer honderdtwintig op de klok in een vrachtwagen de Posbank af toen ik haar langs de kant hoorde roepen. 'Zeg, wordt je nog een keer wakker?' Ik schrok me rot, probeerde nog een haarspeldbocht te nemen maar vloog de bocht uit en knalde vol tegen een honderdjarige eik.' Wat ben je in Godsnaam aan het doen?', vroeg ze. Ze hielp me overeind.
'Ik weet het niet. Ik geloof dat ik uit de bocht vloog.'
'Wil je er over praten?'
'Nee, doe maar koffie.'

Ik had het gevoel dat er ook nog een honderd kilo eikels uit de getroffen Posbank-boom op mijn hoofd vielen. Ik zat er naar mijn idee ook wat wereldvreemd bij: een dikke opgeblazen slaaptong en een zoemende mug in mijn hoofd die op zoek was naar de uitgang. Op de achtergrond klonk de televisie.

'Mag die zachter?', vroeg ik. 'De TV bedoel ik.'
'Ik zit hier naar te kijken', riep ze vanuit de keuken.
'Kijken is anders dan horen.' Ik graaide de afstandsbediening van tafel en zette hem zachter.

'Wat doe je nou?' De keuken protesteerde.
'Ja, die kloteherrie, ik ben net wakker.' Ik voelde een opkomende hoofdpijn.
'Kom op Bart, ik heb een uur naar jouw gesnurk moeten luisteren, nu pas je je maar een beetje aan mij aan.' Ze zette de koffie op tafel en plofte op de bank tegenover mij en zette de TV weer harder.

Ik keerde nu langzaam terug op aarde. De mug leek overleden en het stopje was blijkbaar uit mijn tong geschoten en liep vervolgens sissend leeg.
'Waar kijk je naar?', informeerde ik.
'Naar binnensteBuiten', zei ze.
'Pardon?'
'Naar het programma binnensteBuiten. Kun je een beetje zachter praten? ik zit het te volgen.'
'Dat meen je niet', zei ik. Ik vind het programma altijd het absolute toppunt van Hollandse truttigheid.
'Op één heb je Matthijs. De wereld draait door.' Ik zei het omdat ik fan ben. Ze schudde haar hoofd. Ze had duidelijk de regie over de afstandsbediening en er bleef niets anders over dan mee te kijken. 
'En je houdt je commentaar voor je', waarschuwde ze.

Tja en dan doe je dat. Omdat je in gemeenschap bent getrouwd en elkaar in goede en slechte tijden hoort te gedogen.
'Ik zie nooit verschil', zei ik na een tijdje. Ik kon het gewoon niet laten een kantlijnopmerking te plaatsen. Op het scherm zag ik namelijk één van de vaste programmafossielen, dat oervervelende en zeurderige Belgische mannetje met dat oervervelende stompzinnige petje uit een oerlelijke eend stappen. 

'Bart, alsjeblieft. Dat doe ik toch ook niet als je naar "de wereld draait door" zit te kijken?'
Mijn tong siste de laatste lucht. In gedachten zag ik een dampend waterkonijn op mijn bord liggen. Gebrouwen naar het recept van deze Belgische allochtoon. 
'Ik vind het gewoon een irritant mannetje. Ik krijg jeuk van die vent.'

'Zou die vrachtwagen er nog staan waarmee je de Posbank probeerde af te rijden?' Ze vroeg het zonder mij aan te kijken.
'Hoezo?'

'Ik zou zeggen, stap in en probeer voorzichtig het laatste stuk naar beneden te rijden. Tegen die tijd dat je beneden bent is dit programma afgelopen en kun je op één vaststellen dat de wereld gewoon door is gedraaid.'

woensdag 25 oktober 2017

Normen en waarden

'Ik zag net, toen ik boven het gordijn openschoof, dat de buurman achter al het gras aan het maaien was.  Dan heb je ze toch niet allemaal op een rij.' Ik liep met mijn yoghurtje en koffie naar de tafel.

'Nu al?', vroeg mijn echtgenote.
'Ja, net, vijf minuten geleden en het is pas half acht. Dan ben je toch gestoord?'
'Nou, gestoord, ik denk dat hij een volle agenda heeft vandaag en vroeg is begonnen.'

'Wat een onzin. Half acht in de ochtend het gras maaien. Nou, laat ik het zo zeggen, als ik ook dit soort neigingen ga vertonen, laat me dan maar opnemen. En het liefst op een gesloten afdeling. Dan vorm je toch een regelrecht gevaar voor je omgeving.'

'Bart, maak je niet zo druk. Wat interesseert het jou nou dat hij dat doet.'
'Het gaat om de maatschappelijke impact. Met zulke daden verschuif je de normen en waarden binnen de maatschappij. Jammer dat jij dat niet zo goed begrijpt.'

Ze keek me aan. 'Nou, dat begrijp ik heel goed. De man is vernieuwend bezig. Mag je een buiging voor maken.'
'Ach, schei toch uit. Het slaat helemaal nergens op. Maatschappelijke vernieuwing, om half acht 's morgens gras maaien.'

'Joh, wat maak je je eigen toch druk. Eet je yoghurt, drink je koffie en hou verder alsjeblieft je mond. Over ergernis in de ochtend gesproken. Het is verdorie pas half acht.'

Ik kon hier slecht tegen. Ik plaatste wat verse munitie.
'Ik zou niet weten waarom ik hier niets van zou mogen zeggen.' Ik vond dat ik gelijk had.
'Omdat je elke ochtend wel iets te mopperen hebt. Je kunt nooit eens vrolijk het bed uitstappen, het gordijn opentrekken, blij worden van het aanblik en opgewekt naar beneden huppelen.'
'Nou, volgens mij is daar met zo'n grasmaaiende sukkel ook geen enkele aanleiding toe. Ik ga het hem vandaag of morgen toch een keer onder zijn neus wrijven.'
'Jij wrijft helemaal niemand iets onder zijn neus', zei ze. Ik proefde iets van een dreiging.

'Ik overweeg een Zweedse band aan te schaffen met een tijdslot.' Ze lachte zoals vrouwen in "the winning mood" kunnen lachen.
Een Zweedse band? Ik had geen idee wat ik daar van zou moeten verwachten. Ik vroeg het haar.

'Wat is een Zweedse band?'
'Dat is zo'n bedband die ze in de psychiatrie gebruiken voor lastige patienten die in bed moeten blijven. Tijdslot erop en voor negen uur kom je het bed niet meer uit.'
'Je wenst me nogal wat toe', zei ik.

'Nou Bart, laat het duidelijk zijn dat ik geen zin heb in dit soort onzinnig geleuter op de vroege ochtend. Over verschuiving van normen en waarden gesproken. Ik zou daar toch maar een keer goed over nadenken.'

Ik heb niets meer gezegd.

www.mijnwebwinkel.nl/winkel/brompot-columns-en-korte-verhalen/

dinsdag 24 oktober 2017

Ontbijtgesprekje

'Schat, ik heb even nagedacht.' Ik zat aan de eetkamertafel te ontbijten samen met mijn echtgenote.

'Jij hebt nagedacht', antwoordde ze. 'Je bent vroeg vandaag. En waarover heeft onze Rodin nagedacht?'
Ik keek haar aan. 'Zo hoef je nou ook weer niet te reageren hoor.' Ik vond dat ze er te lacherig over deed. Ik zei het.

'Ik meen het serieus.'
'Oké, mooi. En waar gaat het dan over?'
'Nou, dat ik vind dat je me serieus moet nemen als ik iets zeg. Ik heb over iets nagedacht en dat wil ik met jou delen.'

'Nou kom op dan, ik kan haast niet wachten', ze hield haar vinger bij een regel in de krant en keek mij aan. Ik proefde iets van ongeduld. Niet omdat ze nieuwsgierig was naar mijn verhaal, maar omdat ze blijkbaar gestoord was bij het lezen van een krantenartikeltje.

'Laat maar.' Ik was er al klaar mee. Ik kan daar altijd zo slecht tegen. Dat je over iets nadenkt, het dan wil vertellen en dat er dan zo vreemd wordt gereageerd. Typisch zo'n ochtenddingetje waarmee de koers van de dag wordt bepaald. Dat zie je wel vaker. Het sentiment van de dag verpakt en bepaald in een dozijn woorden.

'Ga je het nog melden? Of moet ik wachten op een persconferentie van het ministerie van sociale zaken of beter gezegd, het ministerie van oorlog. Zo ziet je gezicht er wel uit.' Ik zag haar vinger in de krant wit worden van het harde duwen.

'Ik heb er nog even over nagedacht, ik ga het je niet vertellen. Je mag weer verder lezen.' Ik zei het op rustige toon. Op dit tijdstip van de dag al met een stemverheffing te spreken, is niet mijn stijl.
'Nou ja zeg, wat is dit voor een geleuter. Bart, wat moet je nou.' Haar ochtendstijl is wat anders. Daar zit iets van een ziekte in.

'Ik moet niks, laat maar. Ga maar verder met de krant. Waar gaat het over?' Ik boog iets naar voren en probeerde het artikel op zijn kop te lezen.
'Ik zie het al, heel Holland bakt. Gaat zeker over dat jurylid, die Janny met dat marsepeinen hoofd en die steeds haar hand gebruikt als spatlap. Voor als ze eet, sorry, vreet.'

'Bart, dit is niet leuk. Wat wilde je nou vertellen? En hou op met dat gefrusteerde geleuter want daar kan ik op dit moment van de dag slecht tegen.'
'Ik vertel het niet want ik ben het vergeten. En als ik het me nog zou kunnen herinneren zou ik het niet vertellen. Morgenvroeg proberen we het gewoon nog een keer. Eens kijken hoe de communicatie dan verloopt. Nog koffie?', vroeg ik terwijl ik met enige nijd de kopjes pakte.
Ze slaakte een zucht. 'Ja doe maar.' Ze verplaatste haar ogen naar haar vinger die het artikeltje weer vrijgaf.

'Weet je het alweer?', vroeg ze ietwat afwezig toen ik even later de volle kopjes op tafel zette.
'Kan ik nu serieus met je praten?', vroeg ik.
'Dat kan met mij altijd.'

'Mooi, ik wilde namelijk voorstellen dat als ik 's morgens aan je vraag welke dag het is, je dan tegen me zegt dat ik daar zelf over moet nadenken. Dat is voor mij dé manier om scherp te blijven. Omdat ik met pensioen ben en mij het gevoel bekruipt dat ik begin af te stompen.'

'Oké, als je dat gaat helpen', zei ze. 'By the way, nu je het er zo over hebt: welke dag is het eigenlijk vandaag?'
'Lieve schat, ik heb echt geen flauw idee.'

-----------------------------------------------------------------------
Brompot verzamelbundel ?
www.mijnwebwinkel.nl/winkel/brompot-columns-en-korte-verhalen/

zondag 22 oktober 2017

Tuinperikelen

'Het regent, en het is vast een regentje voor de hele dag.' Mijn echtgenote stond voor het raam en keek naar buiten.
'Ja, maar best goed voor de tuin, toch?' Ik probeer altijd maar weer het positieve erin te duwen.

'Schat, het is oktober. Er gaat nu echt niets meer groeien, dus zal het die tuin een zalige zorg zijn of hij water krijgt of niet. Je hebt er ook geen verstand van.'
'Nou, ik vind dat ik me, startend vanaf een Haags balkonnetje met plantenbakje, toch aardig heb weten te ontwikkelen.'
'Je hebt het nog steeds over de tuin?' Ze keek me aan.

'Ik heb het gevoel dat ik er even uit moet vandaag', zei ik.
'Vluchtgedrag?', vroeg ze.
'Hoezo vluchtgedrag?'
'Je moet je met dit weer ook thuis kunnen vermaken, toch?'
'Lieve schat, ik ben drieënzestig, je verwacht toch niet van me dat ik de lego-kist pak en hier op de grond mijzelf ga "vermaken"?'
'"Vermaken" is ook iets van het pakken van een boek en lezen.' Ze glimlachte.
'Zie je mij in hoekje zitten met een boek? Waar gaat dit over? Ik heb gewoon zin om er even uit te gaan. Hoezo vluchtgedrag.'

Het werd even stil.

'Hm, eigenlijk zou ik de indeling van de tuin wel iets willen veranderen, een leuk prieeltje achterin met een mooie Engelse border.'
Ze keek nog steeds naar buiten. Naar de tuin. Ik reageerde maar even niet.

'En dan links achterin iets van een jacuzzi. Dat zou best kunnen, toch?'
'Je bedoelt zo'n houten bak water waar je een kachelpijp insteekt en dan met hout verwarmt?'
'Bijvoorbeeld. Hoe noemen ze zo'n ding ook alweer?'
'Hot-tup', wist ik.
'Lijkt me heerlijk. Dat kan ook in de winter.'
'Zie je mij in zo'n bak water zitten met zo'n smerige stinkende kachelpijp naast me?'

Ze keek me aan. 'Ja, dat is het landleven, Bart.'
'Ik krijg heimwee naar mijn balkonnetje.'

'En dan een mooi beeld, of een mooie grote staande plantenbak. Zo'n ding op een sokkel.'
'Ik zou er twee nemen', grapte ik.
'Ja, dat zou wel mooi kunnen, twee. En dan rechts iets van een vijver. Hoeft niet zo groot.'
'En dan een Hollandse kabouter-Plop-border met zo'n hengel? Of heb je liever een molentje ? Pfft, het klinkt zó burgerlijk.'
'Hoe zou jij het dan willen?', vroeg ze. Ik ging naast haar staan.

'Ik zou die stinkende hot-tup daar links weghalen. Ik denk ook dat ik de vijver zou dempen, kabouter Plop met pensioen zou sturen en die molen in de fik zou steken. Dan zou ik vervolgens dat prieeltje slopen, de border afbreken en die twee plantenbakken inclusief sokkel verpatsen.'
'Zullen we maar een bakje koffie gaan drinken in de stad?', stelde ze zuchtend voor.

'Lijkt me echt een uitstekend plan', zei ik.



woensdag 18 oktober 2017

Een patatje

'Ik begin trek te krijgen', zei ik. We liepen op mijn initiatief door de Ernumse binnenstad te winkelen en mijn maag begon wat onrustig te worden.
'Ik lust ook wel wat', merkte mijn echtgenote op. 'Maar wat'.
Ik haalde mijn schouders op. 'Een broodje of zoiets.'
'Prima, bij de Hema?', stelde ze voor.
'Bij de Hema? Ik ga niet naar de Hema', zei ik.
'O, nou, daar hebben ze best lekkere broodjes hoor.'

'Lieve schat, bij de Hema hebben ze vette rookworst wat tussen een klèf broodje wordt geprutst waarna er een kwak mosterd overheen gaat. Op het moment dat je hem in je kwakert duwt, stroomt de mosterd eruit en komt negen van de tien keer op je kleren terecht.'
'Dat is echt gezwam Bart, ze hebben ook andere broodjes.'
'Ik ga niet naar de Hema', besloot ik. Ik had vanwege mijn winkelinitiatief wel het één en ander aan krediet opgebouwd en dat gooide ik nu in de strijd.
'Oké, dan geen Hema. Maar wat dan?'

Op dat moment liepen we langs een eettentje wat op een patatzaak leek.
'Patatje?', stelde ik voor.
'Tja, in principe liever niet, maar ik ben snel over te halen hoor.' Ze lachte.
'Oké, als jij dan hier buiten op het bankje gaat zitten, dan haal ik wat te kanen. Alleen patat? Of ook een mét.'
'Tja, doe dan maar zo fout mogelijk', zei ze. 'Trouwens, dit is een friet-atelier. Ik weet niet of je hier...'
'Vast wel', voorspelde ik.

Ik ging naar binnen en wilde plaats nemen achteraan een kort rijtje. Dat hoefde niet want ik was meteen aan de beurt. Alhoewel, aan de beurt... Degene die normaal achter de toonbank hoort te wonen, kwam erachter vandaan en ging bij me staan.
'Zegt u het maar', nodigde ze me uit.
'Graag twee patat mét', zei ik.
Ze glimlachte. 'O, uh... bij ons gaat dat anders.'

Ach Jezus, dat had ik weer.
'Kijk meneer, hier hangen de voorbeelden van samenstellingen van onze frites. Ze wees naar een plakaat aan de muur met daarop voorbeelden. Het ene bakje nog luxer opgemaakt dan het andere.
'Ik ga het u uitleggen', zei ze vriendelijk.
Het was een leuk en ongetwijfeld lief meisje wat je doorgaands niet snel in een patatzaak aantreft. Dat zijn meestal doorpakkers die vijf klanten tegelijk bedienen en niet van de uitleg zijn.

'Ik wil geen uitleg, ik wil patat. Twee zakjes en mét maionaise. Kunt u dat leveren of niet.' Ik klonk wat nors.
'U wilt dus twee bakjes frites met mayonaise. Dan mag u als het klaar is, zelf twee soorten mayonaise kiezen die u langs de muur aantreft.' Ze wees naar een rijtje mayonaise-kleurige tankjes met doseerknop die inderdaad langs de muur stonden. Ik zag ook een tankje met curry, maar dat was niet de bedoeling, daar moest extra voor worden betaald.
'Dat was het, meneer?', vroeg ze nog steeds vriendelijk. Ik knikte.
'Dat is dan tien euro.'
'Wacht even, tien euro? Ik hoef er maar twee, geen vijf.'
Ze glimlachte. 'Tien euro, meneer. Pinnen?'

Schoorvoetend betaalde ik en wilde naar achteren stappen.
'Ik wil alleen nog even uw naam.'
'Oooo, daarom is het zo duur. Vergissing. Ik eet het hier op, u hoeft het niet bij mij thuis te bezorgen.'
Opnieuw de glimlach. 'Nee hoor, dat snap ik. Maar als het klaar is, kan ik uw naam omroepen, en dan weet u dat u het hier kunt afhalen.'
Ik weigerde mijn naam te noemen.
'Je mag het voor dat tientje ook wel even komen brengen hoor', zei ik chagerijnig.

Tien minuten later was het kunstwerk klaar en mocht ik zelf de mayonaise erop prutten. Met vier klodders liep ik naar buiten en konden we aanschuiven.
'Tjonge jonge, wat is dat spul hard', mopperde mijn vrouw.
'Ja, dat vind ik ook. Je hebt verdorie een pikhouweel nodig om erdoor te komen.'
Na vijf moeizame happen had mijn prothese er genoeg van en weigerde op zijn plek te blijven zitten.
'Die van jou ook?', vroeg ik terwijl ik naar de tegenover het atellier aanwezige vuilnisbak wees. 
'Ik snap het wel: ze hadden al ernorme moeite met een simpel "patatje mét".
Hun specialiteit ligt meer op het terrein van "frites de kliko". Met een sierlijke boog gooide ik het in de bak.

'Ik heb nog steeds trek', klaagde ze en liep vervolgens terug de Rijnstraat in.
Ik had het vermoeden dat ik over vijf minuten met een sappige Hemaworst zou rondlopen.

Ik kon haast niet meer wachten.