Totaal aantal pageviews

dinsdag 31 januari 2017

Joep

Ik zag ze, beter gezegd, hóórde ze de bocht omkomen vanuit de Waterstraat de Boliestraat in. Een nieuwe moeder, duwend achter een kinderwagen met naast haar of haar oude moeder dan wel schoonmoeder. Ze liepen achter zo'n moderne kinderwagen: anderhalve meter hoog, vier goedkope zwenkwielen eronder en bovenop het onderstel een halve fruitschaal geschroefd waarin een baby bezig was zijn longen te ontwikkelen.

Ik kende haar. Niet goed, dat niet, maar ze woonde bij ons in de buurt en had ook een hond zodat ik ze tijdens het honden-uitknijpuurtje met een goede morgen-middag-avond regelmatig passeerde. Ze moet toen zwanger zijn geweest maar dat was mij niet opgevallen. Volgens mijn echtgenote vallen mij zulke dingen nooit op. Dat klopt.

'Hoi', zei ik. Ze herkende me.
'Hoi', zei ze. De schoonmoeder knikte slechts en stak haar hoofd als een struisvogel in de fruitschaal om via het uiten van wat opvoedkundige grondbeginselen de baby stil te krijgen. Het hielp niet. De moeder stond er wat onrustig bij en haar rode gezicht sprak boekdelen. Ze voelde zich ongetwijfeld opgelaten en ze wist waarschijnlijk niet goed wat ze moest doen.

Ik plaatste nu mijn handen op mijn rug. Dat had ik overgehouden aan de militaire dienst. Als de commandant riep "op de plaats rust", dan stopte de oorlog en kwam alles tot rust.

'Wat een lief kind', zei ik terwijl ik mij met beide handen op de rug in alle rust in de bak boog. 'Meisje ?', gokte ik. De baby begon nu nog harder te krijsen. 'Sorry, ik wist niet dat je boos werd', lachte ik.

'Het is een jongetje', zei de schoonmoeder. 'Ik denk dat hij honger heeft, Wil', klonk haar diagnose.
'Hoe heet hij ?', vroeg ik nu aan de moeder. 'Joep', antwoordde de schoonmoeder.
'Hallo Joep', zei ik tegen hem, 'heb jij het niet zo naar de zin, knulletje ?'. Ik denk dat hij mijn hoofd wel prettig vond want hij stopte pardoes met blèren.
'Joepie, Joepie, Joepie', riep nu schoonmama in de fruitschaal. Het geblèr begon weer. Ik kuchte een keer en richtte mij op.

'Hoe oud is Joep ?', informeerde ik.
'Vijf weken, twee dagen en eh.. vijf uur hè Wil ?', antwoordde de schoonmama.
Wil knikte slechts.

'Als je even wacht Wil, dan vraag ik hier op de hoek of ze in de keuken een flesje kunnen opwarmen. Joep heeft honger hè', zei ze. Weer geblèr. Wil gaf geen antwoord. De schoonmoeder liep met grote passen het terras op. Joep werd nu stil en terwijl ik naar hem keek leek het net of hij iets van een lachje toverde.

'Hij lacht', riep ik enthousiast. Het bevroren gezicht van de moeder ontdooide en ik zag een warme liefdevolle gloed in de fruitschaal neerdalen.
'Lief mannetje hè', zei ze zacht terwijl ze hem onder zijn kinnetje kriebelde. Hij lachte opnieuw.
'Heeft u de hond nog ?', vroeg ze met hernieuwde energie.
'Ja hoor, die doet het nog steeds'. Vanuit de bak kwam nu weer een lachje.
'Wat een lief kind', zei ik. Ze knikte.
'Nou, fijne dag nog', besloot ik.
'Dag Joep'. Joep lachte opnieuw.

Toen ik drie meter verder was kwam schoonmama aangerend. Drie seconden later lag Joep weer heerlijk te krijsen.

Ik mijmerde na over de schuldvraag.

Bart

Copyright Brompot januari 2017









zondag 29 januari 2017

Spiegelen...

Onlangs moest ik naar de stad. Thuis had ik namelijk een behoorlijke misdaad begaan en was door mijn echtgenote veroordeeld tot een taakstraf. En die was heel toepasselijk: het herstellen van de veroorzaakte schade.

Wat was er gebeurd ? Ik moest stofzuigen en die flexibel geachte kloteslang van dat kloteding bleek helemaal niet zo flexibel als in de folder stond. Toen hij achter de tafel bleef steken gaf ik slechts twee korte maar stevige rukken. De slang schoot van het mondstuk wat op zijn beurt door de kracht op de plavuizen kletterde. Toen ik uit pure frustratie met mijn voet op de vloer stampte, bleek hij er tussen te zitten.

Tja, dan ga je even naar een onderdelenwinkel om een nieuwe te scoren. Het zijn ideale winkels voor een misdadiger want ze stellen geen lastige vragen in de trant van 'hoe is dát nou zo gekomen', waarbij je uit moet leggen wat je hebt misdaan.

Stofzuigerdealers doen dat wel omdat ze bang zijn op een schadeclaim en zich vóóraf al proberen in te dekken door je om een verklaring te vragen. Ik hoefde dus niet uit te leggen dat ik hem had vermoord.

Vijf euro verder liep ik de Boliestraat in toen ik mijzelf in de spiegeling van de ruiten van een failliete modezaak zag. Ik stopte en keek naar mijzelf. Het zag er allemaal wat over-fors uit maar ik had het vermoeden dat de ruit wat bolde. Zoals je vroeger in het circus zag. Lachspiegels. Tegenwoordig mag dat niet meer omdat het de te dikke medemens niet aan het lachen maakt maar juist aan het huilen.

Ik schoof een beetje met mijn hand door mijn haar, nam een "en profile" houding aan en kwam tot de conclusie dat de slijtage best nog wel meeviel. Ja, het was allemaal niet meer zoals veertig jaar geleden, maar dat hoeft ook niet. Zolang mijn echtgenote alleen maar zeurde over een stofzuigerslang, viel het allemaal best nog mee.

Terwijl ik zo stond te kijken kwam er iemand naast me staan. Het was zo'n type met een baard en van die achterover gekamde haren. Nou ja, gekamd, laten we zeggen geplakt. Mijn echtgenote noemt dat een hipster. Ik een sukkel.

'Ziet er niet meer uit hè', zei hij.
'O ?, vind u dat ?', zei ik na een korte slik-stilte.
'Ja, zo jammer, het lijkt zelfs wel wat op een gezwel'.
Ik wreef instinctief over mijn buik. Gezwel ? Hoezo een gezwel.
'Wat dat betreft zag het er vroeger beter uit', lachte hij.
Vroeger ? Ik kende die vent helemaal niet. Toen ik in mijn betere jaren verkeerde had hij net zijn eerste zwemles achter de rug. Als zaadcel.
'Een echte magneet voor vrouwen', ging hij onverstoorbaar verder.

Nou, dat klopte dan weer wel, bedacht ik mij. Ik keek nog een keer in de spiegelruit en ontdekte een vlekje, maar dat was waarschijnlijk een vogelpoep.

'Ja, dat je uiteindelijk op zo'n manier moet aftakelen. Zo jammer'.
Ik voelde nu iets van irritatie en boosheid opkomen en maakte mij klaar voor het begaan van een tweede misdaad die dag.

'Laten we maar hopen dat hij weer snel wordt verhuurd'. Hij keek nog een keer in spiegelruit en legde voorzichtig een haar op zijn plek. Toen krabte hij in zijn hipstersik knikte een keer en liep toen weg.

Opgelucht slaakte ik een diepe zucht en wierp ik een laatste spiegelblik. "Een magneet voor vrouwen". Het bleef toch hangen. Fluitend begon ik aan de laatste fase van mijn taakstrafje.

Bart

Copyright Brompot januari 2017.

vrijdag 27 januari 2017

Een saucijzenbroodje

'Goedemorgen, mag ik van u een lekker saucijzenbroodje ? Een warme graag'. De winkeljuf trok een glimlach waarbij de uithoeken van haar mond iets naar boven bogen waardoor ik de indruk kreeg dat er iets niet in orde was met mijn vraag. Mooi is dat toch, bedacht ik mij, dat als je goed naar gezichten kijkt je dat kunt aflezen.

Dat kun je overigens niet zomaar, daar moet je enige levenservaring en mensenkennis voor bezitten. En dan ook nog een leeftijd hebben bereikt die minimaal zo rond de zestig hangt. Zeg maar een paar jaar voorbij de midlife.

Er bleek dus inderdaad iets aan de hand.

'Ik moet u helaas teleurstellen meneer, de saucijsjes zijn uitverkocht'. Ze zei het verontschuldigend en het kwam op mij heel natuurlijk en welgemeend over. Dit was niet het opdreunen van een geleerd lesje en ook niet geregisseerd door haar baas. Dit was zij zoals ze waarschijnlijk was.

Ik vond het eigenlijk best vervelend om nu te zeggen dat ik het zeer vervelend vond. Dat vond ik wel, ik ben een saucijsliefhebber, maar ik kreeg het ten overstaan van deze goedwillende winkeljuf niet uit mijn mond. Omdat ik toch iets moest zeggen, stelde ik dan maar een naar mijn idee logische vervolgvraag.

'Bedoelt u de warme saucijsjes, de koude of heeft u helemaal niets meer'. Ik probeerde ook een glimlach maar ik had het idee dat ie volledig mislukte. Dat komt dan weer omdat ik ook maar een mens ben en mijn teleurstelling toch op één of andere manier tot uitdrukking moet brengen.

'Ik heb helemaal niets meer', zei ze ietwat monotoom. Ze haalde daarbij haar schoudertjes op en draaide de binnenkant van haar handen richting hemel in de hoop dat onze lieve Heer wellicht nog een broodje naar beneden zou duvelen.

'En u bakt vandaag ook niet meer ?', informeerde ik. Ze schudde haar hoofd.
'Nee, er wordt alleen 's nachts gebakken. De bakker ligt nu in bed'.
Tja, ik kon nu natuurlijk moeilijk voorstellen hem te wekken om speciaal voor mij als vaste klant, een broodje te bakken.

'Maar hoe kan dat dan ?', vroeg ik om mijn teleurstelling toch nog iets te bevredigen. 'Ik haal hier iedere vrijdag een saucijs, is er iets bijzonders gebeurd ?'.
'Ik heb vanochtend een klant gehad die de hele voorraad heeft opgekocht', zei ze.
'En u heeft er niet één voor deze vaste klant bewaard'. Ze schudde haar hoofd.

'En wat nu ?'. Ik gooide mijn probleem naar haar zijde van de toonbank.
'Ik heb nog wel een paar kaasbroodjes'. Ze wees ze met een gracieuze beweging aan.
'Daar moet ik even over nadenken', zei ik. 'Helpt u deze dame eerst maar even'. Ik deed een stapje opzij.

'Dank u', zei de dame. Ze keek tevreden. Dat was overigens ook zonder de vereiste mensenkennis en levenservaring te zien.
'U heeft geen saucijzenbroodjes meer hoorde ik ?', vroeg ze vriendelijk.
'Nee, helaas'. Nu geen trekkende mondhoekjes. De spanning was er blijkbaar af. Of misschien kwam het wel door de vriendelijke en begripvolle benadering van deze dame.
'Ik heb nog wel kaasbroodjes'.
'Mooi, doe die maar dan. Vijf graag'.
'Warm ?'.
'Nee hoor. Ik warm ze zelf wel op'.

De kaasbroodjes verdwenen in een zak, er werd afgerekend, de dame knikte nog een keer tevreden vriendelijk in mijn richting en verliet de winkel.

'Doe dat kaasbroodje maar', zei ik afgaand op een signaal vanuit mijn maag. 'En gooi hem een paar extra minuutjes in de coufeuse'.

De winkeljuf trok wederom een glimlach waarbij de uithoeken van haar mond wederom iets naar boven bogen waardoor ik wederom de indruk kreeg dat er iets niet in orde was met mijn vraag. Ze staarde naar de lege vitrine. Ik ook.

Ik draaide me om en verliet zonder iets te zeggen de winkel. De lekkere trek was volledig verdwenen.

Bart

Copyriht Brompot januari 2017









woensdag 25 januari 2017

Straatverkoop

'Mag ik u iets vragen meneer?', vroeg een niet onaardig ogende dame. Ze stond met een klembordje in de hand op een strategische plek midden in de Hamburgerstraat. Ik probeerde haar nog te ontwijken maar ze ving me op professionele wijze met haar ogen en liet niet meer los.

Ik heb er altijd een verschrikkelijke pesthekel aan. Dat onbekenden je vragen of ze je iets mogen vragen waarbij je geen nee kunt zeggen. Omdat je het gewoon niet "uit je bek" krijgt. "Ja" zeggen doe je ook niet want dan loop je met open ogen in de opgezette val. Ik zei dus niks en probeerde aan haar ronddraaiende lasso te ontsnappen.

Behalve een klembordje in haar hand, stak er een krant vanonder haar arm die ze even daarvoor van een tafeltje had gepakt wat overigens eveneens in mijn weg stond. "Telegraaf, de krant voor wakker Nederland", meende ik te lezen.

Het betrof dus een colporteur of wellicht een colporteuse. Ik weet eigenlijk helemaal niet of er wel een vrouwelijke uitvoering van bestaat. Het klinkt niet echt goed, colporteuse. Het heeft iets weg van een friteuse. Maar dat is een apparaat en dat was deze dame absoluut niet.

De Hamburgerstraat dus. Ze stond daar met haar Telegraaf-jasje, Telegraaf-klembordje, Telegraaf-tafeltje klaar om mij te bestoken met overtuigingsvuurpijlen om vooral een abonnement te nemen op dit dagblad. En ik had daar geen zin in. En ik had ook helemaal geen zin om er ook maar één woord aan vuil te maken.

Maar toch... het voelde best lastig want ze was woest aantrekkelijk. Gewoon een leuke vrouw om samen thuis op de bank "de krant voor wakker Nederland" door te nemen. Maar ik schatte in dat ze niet bij het welkompakketje hoorde wat je dan ongetwijfeld als aanschafbonus mee zou krijgen.

Ik gooide nu mijn geheime wapen in de strijd. Ik ging nors kijken. En dat kost mij geen enkele moeite want volgens zeggen heb ik bij mijn geboorte behoorlijk klem gezeten en dat heeft iets gedaan met mijn hoofd.

Het had weinig effect. Deze Telegraafdame had ongetwijfeld een cursus "hoe benader ik een oude grijze chagrijn" gevolgd en bleef mij onveranderd met een alles verwoestende prettigheid aanstaren. Haar ogen begonnen zelfs in mijn gemoed te prikken en mijn ballon van zelfvertrouwen begon abrupt te lekken en leeg te lopen.

Ik voelde me steeds ongemakkelijker worden en maakte een schijnbeweging. Ik wilde om haar heen en vooral doorlopen. Helaas stond dat "wakkere" klote-tafeltje in de weg en aan de andere kant liepen drommen mensen die stuk voor stuk van het tafereeltje wegkeken om vooral niet zelf gevangen te worden.

Ze trok nu de krant van onder haar arm vandaan, legde het klembordje weg, nam een aanloop en wilde haar verkooppraatje starten.

Op dat moment zag ik een bekende passeren en ik twijfelde geen seconde.

'Hé Johan', riep ik. Het voorgenomen verkooppraatje keerde terug in haar mooie Telegraaf-hoofd. De "Johan" stopte en draaide zich om.
'Hoi Bart, kerel, wat sta jij daar ?'.

De dame zag haar kans schoon om een triootje te starten. 'Dag meneer, mag ik u ook iets vragen ?'.
'Jazeker', antwoordde hij zonder na te denken.

Ik gaf hem een dreuntje op zijn schouder. 'Je redt het wel hé', zei ik. 'Ik moet snel door, kom deze week nog wel bakkie doen'. Ik was nu uit haar magnetische blikveld verlost en liep met grote passen de stad in.

Toen ik een paar dagen later bij Johan op de koffie kwam zag ik hem op tafel liggen: dagblad De Telegraaf.

We hebben het er niet meer over gehad.

Bart

Copyright Brompot januari 2017

zaterdag 21 januari 2017

De fietstest...

Onlangs schreef ik er al over: de gemeente is voornemens om de wandelzone in de binnenstad open te stellen voor de fietsende medemens. Het kwam voort uit de wens van één of ander clubje wat blijkbaar belang heeft. Ik denk dat leden van dit clubje bestaan uit gemeenteambtenaren die daags met hun fietsplan-fiets zo gemakkelijk mogelijk hun werkgever willen bereiken. En dan is het opheffen van zo'n fietsverbod in de binnenstad natuurlijk een uitkomst.

Inmiddels is er dermate tegen het plan gepist dat de gemeente het van lieverlee heeft moeten aanpassen. Als compromis in de richting van het clubje wordt de fietstest nu in de ochtenduren uitgevoerd. Maar daar moet natuurlijk wel iets tegenover worden gesteld. En jawel, als tegenprestatie staat de gemeente toe dat men dan door de hele binnenstad mag peddelen.

En om nóg wat pijnlijke angels uit het plan te halen heeft men een argument bedacht wat nu als verzachtende omstandigheid wordt gebruikt. Er mogen namelijk in de ochtenduren ook lossende vrachtwagens in de binnenstad rijden. En bestemmingsverkeer. En dan kunnen die paar fietsers er ook nog wel bij.

Hoe dan ook: het wordt er voor de winkelende medemens niet duidelijker van. En ook niet veiliger. En het is de vraag of het allemaal te handhaven valt. Het koste al moeite om het totale verbod te behappen, laat staan een deelverbod. De praktijk zal al snel uitwijzen dat we de hele dag volk door de stad zien fietsen en dat het vervolgens allemaal onder het gedoogbeleid gaat vallen.

Toch heb ik ook wel begrip voor de drang die mensen voelen om "even snel door te steken". Het Doetinchemse centrum is een gedrocht als het gaat om verkeer. Je moet er altijd omheen waarbij er ook nog talloze hindernissen in de vorm van verkeerslichten zijn geplaatst. Wat dat betreft was het een jaartje of dertig geleden heel wat gemakkelijker.

Toen knapte je nog vanaf de Terborgseweg bij Willemsen op de hoek rechtdoor de Hamburgerstraat in om vervolgens na een half rondje kerk en de Grutstraat de Keppelseweg op te scheuren. Lekker snel en geen gedoe.

Wellicht is het een optie om een paar echte stedelijke planologen bij elkaar te zetten en een studie te laten maken naar het uitblazen van het "Doetinchemse ei" en te kijken naar een situatie waarbij het belang van zowel het winkelend publiek als het doorgaand verkeer op een goede manier wordt belicht. En dan hebben we het vooral niet over zo'n onzinnige fietstest.

Een fietstest doe je bij de cardioloog. En als we het er toch over hebben: hang wat mij betreft de hele binnenstad aan de monitor. Het is volgens mij de hoogste tijd om de boel een keer flink te laten dotteren.

Bart

Copyright Brompot januari 2017.





donderdag 19 januari 2017

Treinverhalen van een forens

Het is al wel een hele poos geleden, zo rond midden jaren negentig vorige eeuw. Maar met de recente stroomstoring in Amsterdam moest ik even terugdenken aan dit historisch moment...

'Dus u weet het zeker hè, deze trein rijdt echt naar Doetinchem ?', vroeg ik de machinist die naast zijn cabine op het perron stond.
'Ja meneer, deze trein gaat naar Doetinchem. En ik zou maar snel instappen, want ik ga nu rijden'. Hij verdween grotendeels in de machinistencabine en alleen zijn hoofd-met-pet stak nog naar buiten, wachtend op het definitieve signaal van vertrek.

Ik keek ondertussen nog één keer naar de trein, nogmaals naar het aankondigingsbord en uiteraard naar mijn medepassagiers waarvan ik er vanwege mijn dagelijkse reis van Doetinchem-Arnhem en terug, een aantal van gezicht kende.

Terwijl ik naar binnen dromde en plaats nam bij het raam vroeg ik mij af wat ik tijdens mijn recente vakantie had gemist. Nee, ik had geen werkzaamheden aan het spoor ontdekt, er waren geen verlengkabels uitgerold en nee, het had niet in de krant gestaan.

Dan bleef er nog maar één theoretische mogelijkheid over: Een nieuwe manier van rijden oftewel met driehonderd kilometer per uur een aanloop nemen en de trein vervolgens vanaf Zevenaar uit laten rollen tot op het station in Doetinchem.
'Geloof je het zelf ?', vroeg ik.
'Nee', zei mijn hoofd.

Het fluitje ging en zacht zoemde de trein weg uit Arnhem om via Duiven naar Zevenaar te sporen. Heerlijk zo'n elektrische trein. Geen kabaal, geen geschud of getril en geen stank van de vaak over-gestookte diesels. Lekker comfortabel. Op zo'n moment bedenk je je dat het wonen in de Achterhoek toch ook wel zijn beperkingen heeft als je daags met zo'n vooroorlogse veewagen moet forensen. Maar goed, dit was prima en dus even genieten.

Toen we een korte tijd later Zevenaar binnenreden, afremden en stopten keek ik nieuwsgierig uit het raampje en vroeg mij af wat er nu ging gebeuren. Aan de andere kan van het perron ontdekte ik mijn oude vertrouwde diesel die klaarstond om te vertrekken. Ik rukte mijn tas uit het bagagenet, struikelde door het gangpad en verliet met razende vaart de trein om heel snel in de andere te stappen.

Net op tijd want toen ik binnen was ging de fluit en sloten de deuren. Ik keek nog even snel of meer mensen mijn voorbeeld hadden gevolgd, maar het gemiddelde passagiersgehalte leek niet bijster snugger. Men bleef gewoon zitten en wachten. Totdat...

'Dingdong.... De passagiers die om 16:46 zijn aangekomen uit Arnhem en verder willen reizen naar Doetinchem met eindbestemming Winterswijk, moeten overstappen naar het andere perron waar uw vertrouwde dieseltrein klaarstaat om te vertrekken in de richting Didam, Wehl, Doetinchem de Huet en Doetinchem'.

Ik zag op hetzelfde moment hele volksstammen uit de elektrische trein sprinten, maar helaas... Op dat moment kwam de diesel in beweging en had men het nakijken. Toen ik even later de kaartjesknipper vroeg waarom hij zo snel was vertrokken en hij niet even had kunnen wachten haalde hij zijn schouders op.

'Als je als passagier denkt elektrisch van Arnhem naar Doetinchem te kunnen reizen, dan zal je echt nog een poosje moeten wachten. En dat staan ze nu te doen. Uw kaartje alstublieft'.

Ik denk zelf dat deze conducteur anno 2017 alleen nog elektrische rondjes om de kerk draait. Maar dan wel met zijn speelgoedtrein thuis. Ik heb hem nooit meer gezien.

Bart

Copyright Brompot 2017

maandag 16 januari 2017

Kruimeldief

'Goedemiddag', begroette ik bij binnenkomst de verkoper achter de toonbank van een plaatselijke witgoed-zaak. 'Goedemiddag, wat kan ik voor u doen?'

Ik pakte vanuit mijn boodschappentas een defecte kruimeldief en legde hem op de toonbank. 

'Stuk', zei ik.

'Oké, stuk. En hoe stuk?', vroeg hij terwijl hij hem oppakte en bekeek.

'Hij heet een dief te zijn, maar als hij langs is geweest, mis ik niks.'

'Hoe bedoelt u?'

'Zoals ik het zeg. Hij doet zijn naam geen eer aan.'

De man stak zijn hand door het handvat en drukte op de knop. Hij schakelde meteen in.
'Hm, zo te zien is hij weer gemaakt', lachte hij en legde hem terug.


'Nee hoor, de motor loopt weliswaar, maar hij zuigt niet.'

Hij pakte hem opnieuw, stak zijn hand wederom door het handvat, schakelaar om en... 'Hij moet het doen', stelde hij vast.

'Meneer, ik nodig u uit om wat stof op de toonbank te leggen. En dan mag u het opzuigen.'

De verkoper keek vluchtig om zich heen. Ik ook en zag een suikerzakje op een schoteltje liggen, naast een leeg kopje.

'Mag ik?', vroeg ik hem.
Hij knikte.
Ik scheurde het zakje open en leegde het op de toonbank.
'Gaat uw gang', nodigde ik hem uit.
Hij schakelde hem weer in en bewoog met de zuigmond in de richting van de suiker. Er gebeurde niets.

'Ziet u, hij zuigt niet', stelde ik triomfantelijk vast.

'Nou, dat is iets te voorbarig meneer, kijk u moet de suiker wel een beetje helpen. Het is maar een licht dingetje.'

Hij schoof de zuigmond als een sneeuwschuif over de suiker wat vervolgens naar binnen werd geduwd. Daarna tilde hij hem op, hield hem achterover waarna de suiker naar beneden viel.
'Ziet u, het werkt wel', zei hij triomfantelijk.

Ik keek hem aan alsof ik water zag branden. 'De grote verdwijntruc met het suiker', zei ik. 'Meneer, hij zuigt niet, u schépt het spul naar binnen. Maar dat is niet de bedoeling.'

Hij keek nog een keer goed.
'Ik mis iets aan dit apparaat', zei hij toen. 'Een essentieel onderdeel.'
'Hoe bedoelt u dat?'
'Er hoort een stofzakje in te zitten. Zo verdwijnt al het stof de motor in. Logisch dat hij het niet goed doet.'

'Oké, dus u bent het dus met mij eens dat hij het niet goed doet', stelde ik tot mijn tevredenheid vast.

'Dat heb ik niet gezegd. Wacht, ik haal mijn collega erbij. Die heeft er echt verstand van.'

Even later verscheen de collega.

'Problemen?', informeerde hij met zware stem.
'Nee hoor, ik niet. De kruimeldief heeft een probleem. Hij doet het namelijk niet.'
'Hm, wat doet hij niet?',vroeg hij terwijl hij het ding met zijn grote kolenschoppen oppakte.
'Zuigt niet', zei ik. 'Probeer die suikerkorreltjes maar eens.'
'Hoeft niet', stelde hij vast. 'Er mist een stofzakje, daarom doet hij het niet.'
'Meneer, dat is gezwam. Ik heb dat zakje er even uitgehaald omdat hij het anders helemaal niet doet.'

'Sorry, we kunnen niets voor u betekenen. Hij is niet compleet. Eerst dat zakje erbij, dan kunnen we constateren of hij werkt of niet en eventueel garantie verlenen.'

Ik werd nu echt boos.

'Wat een flauwekul. Dit is een echte Black en Decker en geen Aldi-klungel. Hij kostte vijfendertig euro, heb hem hier gekocht en hij deed het vanaf het begin al niet.'

'Het zakje meneer, het zakje.'
Ik graaide het apparaat van de toonbank, blies de overgebleven suiker onder de kassa en liep nijdig de winkel uit.

Toen ik twee weken later opnieuw naar de stad moest, herinnerde ik me de kruimeldief. Ik pakte het apparaat inclusief het vereiste stofzakje, zocht voor alle zekerheid nog even het bonnetje en toog op pad.

Toen ik bij de winkel aankwam, mijn fiets stalde en naar binnen wilde zat de deur dicht.

"Wegens omstandigheden gesloten".
Op zijn Hollands: Failliet.

Ik keek mijn kruimeldief aan, nam afscheid en smeet hem met een sierlijke boog in de vuilnisbak naast de winkel.
Ik heb niets met dit soort gestoorde criminelen.

Bart

Copyright Brompot januari 2017

zaterdag 14 januari 2017

Winter

Op dit moment zijn wij, Nederlanders, collectief van de leg. Oorzaak: de buitentemperatuur is richting "nul" gezakt en er ligt hier en daar wat sneeuw. De kranten staan inmiddels bol van de winter, worden er uit voorzorg allerlei maatregelen genomen om ellende te voorkomen en gaan we massaal plat vanwege de "Code Geel" die sinds de eerste geconstateerde sneeuwvlok officieel is uitgespuugd.

Ook de NS grijpt zijn kansen om zijn structurele vertraging tijdelijk aan de nationale excuus-truus op te hangen.


Daarnaast worden er schaatsen uit het vet gehaald, worden ijsbanen in gereedheid gebracht, doen we een massale hamsteraanval op het strooizout en waaien de eerste geruchten rond een naderende Elfstedentocht over het land.

Uiteraard doen daar de nationale piskijkers zoals "oant-moarn-Piet" van harte aan mee want hun weerzwam-praatje is commercieel interessant. Hoe hoger de koude-koorts, hoe harder de kassa bij SBS rinkelt. En zelfs al heeft het KNMI het over invallende dooi, dan wintert het bij dit soort figuren nog een paar dagen door.


'Goh, het is nu echt winter hè', riep een man in mijn richting. Hij stond naast me bij een onbemand tankstation op het industrieterrein. Hij vulde zijn tank.

'Valt wel mee, toch ?', lachte ik.
'Nou, ik vind het bar en bar koud'.

'In Syberie is het koud', wist ik.
'Ja ook, maar hier nu ook. Misschien dat u dat weet: Vroeger moest je bij kou een beetje benzine bij de diesel doen. Zou dat nu ook moeten ?'.

Ik haalde mijn schouders op. 'Als u dat handig vindt, dan moet u dat doen. Maar bij twee graden boven nul zou ik nog even wachten'.
'Ja, hier in Doetinchem is het misschien boven nul, maar ik kom uit Friesland'.
'Ja èn ?', vroeg ik.
'Daar is het altijd kouder'. Ik trok een glimlach.

'Bent u een Fries ?, dat kan ik mij niet echt voorstellen', grapte ik.
'Hoezo niet ?'.
'Ik heb altijd begrepen dat Friezen zelfs bij min twintig nog in hun overhemmetje met een Berenburg in de hand bij de koek en zopie op het ijs staan. Friezen zijn bikkels, toch ?'.

'Wij Friezen hebben inderdaad een reputatie hoog te houden', gaf hij toe. 'Wij weten wat kou is. Neem de winter van 1963...'.

'Nou, dan zal ik u eens iets vertellen meneer', onderbrak ik hem. 'Ik werk in Friesland en ik heb nog nooit zo'n stelletje watjes meegemaakt. Als er ook maar sprake is van één graadje vorst, dan moeten ze in Groningen vrezen voor een stevige aardbeving want de thermostaat gaat in Friesland meteen op vijfentwintig. Het zijn ras-koukleumen, die Friezen'.

'Hahaha, nou, overdrijven is ook een kunst', lachte hij.
'Dat zal, maar het is een feit. Hoezo bikkels, klagen en kleumen staat hoog in het vaandel'.

Hij had de tank vol. Ik ook. Ik wenste hem veel warmte toe en adviseerde hem sneeuwkettingen voor zijn aanstaande Friese veldtocht. Toen ik instapte en weg wilde rijden zag ik hem opnieuw de slang in de tank hagen. Een litertje benzine stelde ik vast.

Terwijl ik de motor startte hoorde ik het weerbericht op de radio. 'Eind van de week gaat de temperatuur weer omhoog'. De temperatuurmeter gaf drie graden aan.

Hoezo winter.

Bart

copyright januari 2-017



donderdag 12 januari 2017

Oversteken op de Europaweg.

'Wat duurt dat wachten toch lang hè ?', zei ze.

'Ja, dat klopt. Met die verkeerslichten ben je als voetganger nergens meer. Je kan op die knop blijven drukken'. Ik knopte nogmaals in de hoop dat het licht op groen zou springen.

We stonden voor het zebrapad om bij "groen " de Europaweg over te steken richting Grutstraat. Naast mij stond een dame van middelbare leeftijd. Zo aan haar gezicht te zien had ze haast want ze zag er gestrest uit. De strak aangetrokken rimpels trokken geultjes in haar voorhoofd en haar ogen priemden in de richting van het hatelijk op rood staande oversteeklicht.

'Klopt', beaamde ze met een behoorlijke dosis strengheid. 'Ik snap niet dat het niet anders kan. En moet u opletten, als hij op groen springt, dan gaat ie ook weer meteen op rood. Dan sta je halverwege en kun je weer wachten'.

'Ja, je zou maar invalide zijn, of slecht ter been', klaagde ik mee. 'Dan kom je helemaal nooit meer aan de overkant'.
Heerlijk dit, bedacht ik mij. Dat ongenuanceerde naar buiten kwakken van je frustratie. En als dat dan ook nog wordt gedeeld... geweldig.

'Wat een waardeloze oversteekplaats is dit toch', hoorde ik iemand achter mij brommen. Een ietwat gedrongen man schoof aan mij voorbij en drukte ook op de knop'.  'Dat is zinloos', zei ik. 'Eén keer drukken is genoeg'.

Hij keek me aan. 'Het liefst zou ik die hele knop van die paal willen rammen. Ik moet hier wel tien keer per dag oversteken, en altijd staat dat verrekte ding op rood'.

'Ja, en als hij dan op groen springt, kun je halverwege nog weer wachten', herhaalde de dame.

'Nou, dan loop ik meestal maar gewoon door. Tenminste als er niks aan komt'.
'Dan moet je wel geluk hebben, want het verkeer raast hier de hele dag door', wist ze.

'Ik dacht dat we een rondweg hadden'. Ik gooide nog maar wat olie op het vuur. 'Randweg ?, waar is de randweg ?', riep een andere man die net aan kwam lopen. 'Het is hier een zooitje met het verkeer. En altijd als je aan komt lopen staat dat verrekte ding op rood'.

'Ja, en als hij dan op groen springt, kun je halverwege nog weer wachten', ze had nu wat weg van een hangende grammofoonplaat.

'Inderdaad, je zou maar invalide zijn', klaagde hij. 'Waarom geen tunnel of een bruggetje'.
'Kost geld', wist de gedrongen man'.
'Nee, dit hier kost niks. Kijk, nu moet eerst dat verkeer uit de Hofstraat hier nog langs', mopperde hij verder.

'Ja, en dan is de Keppelseweg weer aan de beurt. Heeft u wel goed gedrukt ?', vroeg de streskip in mijn richting.
'Ja hoor, en deze meneer heeft ook gedrukt'. 'O, zal ik het dan ook nog een keer proberen ?', stelde ze voor. Ik deed een stapje aan de kant en ze drukte op de knop.
'Nou, dat helpt', mompelde bromsnor.
'Als u een beter idee heeft', zei ze pinnig.

'Is dat ding soms kapot?', informeerde een grijze in bontjas gestoken dame die met driftige pas aan kwam lopen.

'Nee, dat denk ik niet. Het is gewoon druk met verkeer', verklaarde ik.
'Dat zal, maar daarom hoef je als voetganger toch niet zo lang te wachten. Laat mij eens', riep ze. Ze duwde mij aan de kant en drukte op de knop.
Geen beweging en het verkeer raasde door.

'Het is hier al tijden een ramp', zei ze. 'Ik moet om tien uur beginnen maar dat ga ik zo niet redden'. Ze trok haar bontjas recht.

'Nee, en als hij dadelijk op groen springt, dan kun je halverwege weer wachten. Het loopt niet synchroon'.

'Wat loopt het niet ?', vroeg bromsnor.
'Synchroon. Dat ze op elkaar zijn afgestemd', verduidelijkte ze.
'O, bedoelt u dat. Synchroon. Mooi woord voor Wordfeud'.
'Voor wat ?', vroeg ze.
'Wordfeud, scrabble op de computer'.
'O, ken ik niet'.

'Opletten nu !! riep ik. GROEN'.

De hele meute stak half over het fietspad de weg over naar het midden. Inmiddels sprong het licht alweer op rood.

'Zo, en nu moeten we weer wachten', zei de gestreste dame die misschien wel blij was te moeten wachten al was het maar om haar geëchode gelijk te halen.
'Klopt, het loopt niet synchroon', heb ik net geleerd. Hij lachte.
'Iemand gedrukt ? Je moet hier ook drukken !'. Er staken zes handen naar voren.

'Ja, en... GROEN !!!!, rennen'.

Vijf seconden later stonden we aan de overkant en ging ieder verder met zijn eigen leven.

En terwijl ik nog een keer omkeek, zag ik aan de overkant een bejaarde heer achter een rollator voor het oversteeklicht. Het licht stond op rood.

Hij had vast nog een lange en vooral langdurende weg te gaan...

Bart

Copyright Brompot januari 2017









dinsdag 10 januari 2017

Een zieke hond.

'Mag ik van u een fricandel speciaal met curry, een bamischijf en een grote patat zonder ? En ik wil het graag meenemen'.
'Jazeker, dat was het ?', vroeg de cafetariamedewerkster terwijl ze de bestelling op een kladblokje schreef.

'Ja, dat was het. Hoeveel bedraagt de schade ?'.
Ze rammelde wat in de kassa, druk op de totaaltoets en er schoof een bon in mijn richting. 'Zeven euro tien alstublieft'.
'Kan ik pinnen ?'.
'Jazeker'. Ze toetste iets in een los kastje en overhandigde het mij. 'Pas onderin steken, pin toetsen en op akkoord drukken'.

Ik pakte mijn portemonnee, trok het pasje en stak het in de gleuf waarna ik mijn pin intoetste. Daarna gaf ik het kastje terug.

'Mooi, dank u, pin-bonnetje nog hebben ?', informeerde ze met een automatische stem.
'Nee hoor, niet nodig'.

Ze trok het bonnetje van het rolletje, frommelde het tot een propje en mikte het in een bak onder de balie. Vervolgens scheurde ze het velletje van het kladblok en gaf dat aan de patatbakker die het in een klemmetje op de immense afzuigkap bevestigde. Ik zag drie opdrachten op de rij hangen en schatte in dat ik tijd genoeg had om de Donald Duck door te bladeren.

Ik liep naar een bankje, klapte de leesmap open en zocht tussen de bladen naar mijn lijfblad die ik ergens halverwege tegenkwam. Ik nam plaats en wilde nét gaan lezen toen een dame naast mij begon te preken.

'Ik had eigenlijk goede voornemens', zuchtte ze. 'Maar ja, soms lukt dat niet'.

Ik trok slechts een glimlach. Hier zat weer typisch zo'n mens wat dan hoopte dat je zou reageren met de vraag waarom het niet zou lukken waarna ik dan de rest van mijn wachttijd kwijt zou zijn aan het één of ander zwamverhaal.

Intussen zag ik oom Dagobert Duck in zwempak op de duikplank van zijn geldpakhuis staan, klaar om een verfrissende duik te nemen in zijn geld.

'Mijn hond is ziek en nu moet ik met spoed naar de dierenarts. Die zit van zes tot zeven. Ja, en dan heb je geen tijd om te koken'.

Ze verwachtte nu natuurlijk dat ik zou vragen wat die hond dan mankeerde. Ik zei niets want ik zag Dagobert een aanloop nemen.

'Mevrouw, wilt u de pindasaus er overheen of apart', informeerde de patatbakker aan mijn buurvrouw. 'Doe maar apart', zei ze. Ze stond op en pakte de bakjes.

Ik bekeek mijn buurvrouw van opzij. Het was er één van het type "vetklep". Vieze vette haren, een glimmende kraag, een jas vol vlekken, een smoezelige spijkerbroek met daaronder een paar smerige laarzen. En ze stonk. Ik kon het in eerste instantie niet helemaal thuisbrengen maar het had iets weg van een schillenboer-lucht ergens diep uit de vorige eeuw. Ze prikte met een rood plastic vorkje een eerste frietje, haalde dat door de pindasaus en kletste door.

'De arts vermoedt dat hij iets aan zijn darmen heeft. Vanmorgen heeft hij in huis gekakt en vanmiddag liet hij het opnieuw lopen. Nu heel dun, het was echt diarree, ik kreeg het ook bijna niet uit de vloerbedekking. Ik denk dat hij een darmontsteking heeft, denkt u ook niet ?'.

Mijn maag maakte wat eerste draaibewegingen.

'Mevrouw, ik heb absoluut geen verstand van honden', zei ik zuinig in de hoop nu klaar te zijn en richtte mijn gedachten geforceerd weer op Dagobert Duck.

'Ik ook niet, maar als je aan de diarree bent, dan moet er toch iets aan je darmen mankeren. Mijn man heeft dat ook gehad. Ze boog zich iets in mijn richting. 'Hij had K', zei ze zacht. Dat is best ernstig'.

'Vervelend voor uw man', mompelde ik. Ik zag Dagobert nu met een sierlijke duik van de duikplank duiken.

'Ik hoop niet dat hij nu de boel thuis heeft ondergekotst. Dat zie je vaker hé, dat zo'n zieke hond alles onderkotst'.
Mijn maag kwam opnieuw in beweging en begon nu heftig te schommelen en ik begon te zweten.

'Ik denk dat hij ziek is geworden van de kat', ging ze al etend verder. Vorige week heeft hij kattenstront gegeten uit de kattenbak. Ik stond te koken en zag het gebeuren... '. Ze smakte smerig en ze lekte wat saus op haar jas.

Mijn maag was er klaar mee en begon heftig te protesteren. Ik smeet de Donald Duck op het tafeltje en snelde naar buiten.
Terwijl ik daar stond te kokhalzen kwam ze achter mij aan.

'U vergeet iets', riep ze. 'Uw bestelling is klaar'. Ze hield me een papieren tas voor.

'Geef maar aan uw zieke hond, die moet toch al naar de dokter', riep ik. 

Mijn eetlust was voor de komende dagen volledig verdwenen.

Bart

Copyright Brompot januari 2017

vrijdag 6 januari 2017

Honger

Terwijl ik met de laatste etappe bezig was van mijn dagelijkse forensenreis van het hoge noorden richting achterhoek, voelde ik hem: mijn maag. Hij knorde zoals dat heet. En aangezien mijn maag een goede directe relatie heeft met mijn armen, koste het mijn verstand heel wat moeite om op de weg te blijven en niet af te buigen richting tankstation om aldaar een stuk mars aan te schaffen.

Overigens heeft mijn moeder mij altijd voorgehouden dat je de oorlog mee moet hebben gemaakt om van honger te mogen spreken. Dat zal best, maar jammer voor mijn moeder: mijn maag begrijpt dat niet. Honger dus. En stevig.

En dan kom je thuis aangereden, stapt uit, pakt je spullen en loopt naar de voordeur. Nu hebben wij een voordeur met strak daarnaast, op neushoogte, het rooster van de afzuigkap. Die stond op vol vermogen een "gebraden gehakt-lucht" af te voeren en blies via mijn neus de geur rechtstreeks mijn maag binnen.

Die reageerde door water naar boven te spuiten om het vervolgens in mijn mond te laten lopen. Aansluitend begon het ongecontroleerd "uit de bek te lekken" zoals één van mijn zoons weleens opmerkt. Opschieten dus voordat er onherstelbare schade zou kunnen ontstaan.

Maar dan moet alleen die deur nog open. En dat wordt een probleem als je met volle handen de sleutel moet pakken. De geur werd inmiddels nog wat aangewakkerd door een opkomend briesje wat strak langs de gevel blies.

'De sleutel, waar heb ik gloeiende gloeiende die sleutel'.

Hij moest in mijn jaszak zitten. Twee volle handen... Ik nam een besluit en zette mijn koffertje op de grond om mijn zak te kunnen doorzoeken. Geen sleutel. Die moest dus in mijn andere zak zitten.

Tja, en dan ga je proberen om met je rechterhand in je linker jaszak te shoppen om die verrekte sleutelbos te graaien. En dan blijkt die zak nét te diep om erbij te kunnen.

Een vloek en een zucht.

Spullen vanuit de linkerhand overhevelen naar de rechter en dan met links aan het zoeken. Weer mis. Toen uit pure frustratie alles op de grond laten vallen, nou ja, vallen. Het had meer weg van smijten. Weer zoeken, weer geen sleutels.

De geur nam toe en mijn maag nam het besluit om dan zelf maar in actie te komen en probeerde door zich wanhopig in de knoop te trekken een weg te banen richting eten.

De sleutels, dan moesten ze nog in de auto zitten. De voordeurbel dan maar. Geen reactie. Ze moest thuis zijn. Nog een keer. Toen vanuit de keuken een schreeuw.

'Ik kan niet weg hier, sta te bakken. Heb je geen sleutel ?'.
Ja, ja, heb je geen sleutel. Alsof ik voor Jan Lul aan de bel stond te trekken. 'Nee, kan hem niet vinden'.
'Dan moet je zoeken', klonk het advies vanuit de keuken.

'Ik hou het niet meer, lichaam', hoorde ik mijn maag schreeuwen.
'Hou je gemak', riep ik terug. Toen omgedraaid en terug naar de auto. Geen sleutel te zien en de deur op slot.
'Hoe lang duurt het nog ?' knorde het.

Toch hoorde ik ergens sleutels rammelen. Weer een zoektocht door de zakken. Geen resultaat.
Nu continu gerammel vanuit de buikholte. Terwijl ik troostend over mijn buik wreef, voelde ik iets hards ter hoogte van mijn borstkast. Jas open en voelen. Yes, in de binnenzak. Triomfantelijk liep ik terug naar de voordeur.

'Ik heb ze gevonden', zei ik.
'Zou een keer tijd worden, sukkel', knorde het.
Deur open, de spullen weer snel van de oprit opgepakt, en razendsnel naar binnen.

Toen ik wat later de kamer binnenstoof werd ik hoofdschuddend opgewacht.
'Wat was dat nou ?', vroeg ze
'Mens, ik verrek van de honger. Kon de sleutel niet vinden en dan weet je het wel. Wat eten we ?'.
'Ovenschotel zuurkool'.
'Ah, lekker'. Mijn maag begon nu een eindspurt en duwde me richting eettafel.

'Wat ga je doen ?', vroeg ze.
'Eten', zei ik.
'Jammer schat, hij staat net in de oven, over drie kwartier ben je aan de beurt. En als je het over honger hebt: je weet wat je moeder altijd zei. Je moet de oorlog hebben meegemaakt om over honger te mogen spreken'.

Mij bekroop het gevoel dat die oorlog elk moment kon gaan uitbreken.

Bart

Copyright Brompot Januari 2017



dinsdag 3 januari 2017

Glashelder verzekeren met een aandeel in elkaar....

Onlangs ontving ik een nieuwe verzekeringspolis van de firma Interpolis. Voor alle duidelijkheid: dat is een verzekeringsmaatschappij. Het is overigens een bijzondere verzekeringsmaatschappij want voor alles wat je met deze club wilt afhandelen, moet je inkiezen bij de plaatselijke Rabobank. En dat is dan weer een instituut uit de categorie "noodzakelijk kwaad" want helaas helaas kun je tegenwoordig niet meer om ze heen. En dat voelt best benauwend.

Benauwend omdat je bent overgeleverd aan een clubje lieden waarvan je maar moet afwachten of ze je belangen goed vertegenwoordigen. En daar heb ik na de bankencrisis ernstige twijfel en behalve twijfel ook zorg om.

Ik plaats de bankiers tegenwoordig voor het gemak maar in het hokje van de financieel deskundigen, makelaars, advocaten en overigen die er om bekend staan er een tweede agenda op na te houden. Op het kaft van dit boekwerkje prijkt doorgaans met grote gouden sierletters het euroteken met direct daaronder hun eigen bankrekeningnummer.

Ik vertrouw het spul voor geen meter. Vooral als ik die tranentrekkende reclame van bijvoorbeeld de Rabobank zie met hun kreet "een aandeel in elkaar". Dat doet me meteen denken aan Marten Toonder's striphelden Hiep Hieper & Bull Super van de firma List & Bedrog.

Tja, ik ontving dus een nieuwe polis en die heb ik even nauwkeurig bekeken. En ja hoor, de Rabobank is van mening dat hun "aandeel in elkaar" vertaald moet worden in een maandelijks bedrag van acht euro vijftig wat men nodig acht om de zaken van Interpolis af te handelen. "Dienstverlening" heet dat. Ik vroeg mij meteen af waarom ik dat moest betalen naast de één euro vijftig administratiekosten die ook nog een keer maandelijks mag doneren aan deze hobby-club. Even gebeld dus.

'U spreekt met de Rabobank afdeling verzekeringen, waarmee kan ik u van dienst zijn ?', klonk een meisjesachtige stem met een licht Achterhoeks accent..
'Dag, is je moeder er ook ?', grapte ik. 'Ik heb wat vragen over een verzekering'.
'O, maar dan kunt u bij mij terecht. Zegt u het maar'.
'Juffrouw, waarvoor moet ik acht euro vijftig per maand betalen aan de Rabobank voor een verzekering die ik heb afgesloten bij Interpolis ?'.
'U heeft een verzekering bij Interpolis en nu vraagt u waarom u acht euro vijftig moet betalen'.
'Precies, wat is dat voor een onzin ?'.
'Wij behartigen de belangen van Interpolis meneer, en daar vragen wij een vergoeding voor'.
'Dan lijkt het mij dat u die vergoeding in rekening brengt bij de Interpolis. Ik heb toch niet gevraagd om deze constructie ?'.
'Helaas meneer, dat is nu eenmaal zo beslist'.
'Dat is een stom antwoord juffrouw. Kunt u voor mij nakijken hoe dit bedrag is opgebouwd ? Is het een vast bedrag, of een percentage van de poliskosten'.
'Vanwaar deze vraag meneer ?'.
'Wel, ik overweeg een aantal polissen elders onder te brengen. Er blijven er helaas nog een paar hangen bij Interpolis. Ik ben dus benieuwd wat u hiervoor vraagt'.
'Als u een momentje heeft, dan vraag ik het even na bij een collega'.

Vervolgens kreeg ik een saai wachtdeuntje in mijn oor gepropt.

'Kopje thee ?', vroeg mijn echtgenote.
'Graag'.
Het deuntje deunde door en door en door...
'Nog een kopje thee ?'.
'Graag'.

'Hallo meneer, dank voor het wachten. Ik heb het even gevraagd maar ik ben bang dat ik het u niet kan vertellen. We hebben even geen brochure beschikbaar'.
'O, dat is raar. Ik dacht dat Interpolis altijd "glashelder" hoog in zijn reclamevaandel had staan. En wat nu ?'.

Ik vind dat soort antwoorden volstrekt idioot "ik ben bang dat ik het u niet kan vertellen". Ze weet het dus wel, maar ze is bang om het aan mij te vertellen. Omdat ze de brochure niet heeft. Wat een kul.

'Ik zal het naar u toe mailen. Akkoord ?'.
'Ja, als u te bang bent om het te zeggen, dan maar mailen. Wanneer kan ik het verwachten ?'.
'Zo spoedig mogelijk'.
Ik knopte uit.

Vervolgens ben ik aan het shoppen gegaan op internet. Binnen een kwartier had ik een tiental alternatieve aanbieders. Potentiele maandelijkse besparing: flink wat euro's op het totale pakket. En dan buiten de besparing op de "dienstverlening" van de Rabobank.

Die ga ik overigens voortaan doneren aan mijn echtgenote. Want als we het over echte gemeende dienstverlening hebben in relatie tot "een glashelder aandeel in elkaar"...

'Kopje thee nog schat ?'.
'Graag'.

Bart

Copyright Brompot Januari 2017.

zondag 1 januari 2017

Slijterijbezoek

'Wie kan ik helpen ?', vroeg ze terwijl ze enthousiast ergens vanuit de coulissen van de plaatselijke slijterij het toneel opsprong. Ik schrok enigszins en keek verschrikt om me heen maar kon niet iets wat op een "wie" zou kunnen duiden, ontdekken. Er waren verder geen klanten.

'Volgens mij ben ik aan de beurt', glimlachte ik.

'Inderdaad, u bent aan de beurt meneer. Waarmee kan ik u helpen ?'.
'Wel, ik heb voor mijn verjaardag een slijtersbon gekregen en die wil ik nu omzetten in een fles geestverruimend vocht. Ik ga aan de drank want ik kan het allemaal niet meer aan'. Ik zei het ietwat theatraal inclusief een lichte snik.

'O', klonk haar reactie. 'En waar moet ik dan aan denken ?'.
'Ik leef sinds de jaarwisseling in onmin met de staatsloterij. Ik heb dertig euro geinvesteerd in een lot en ik heb niets gewonnen. Hoort u mij ? Niets, helemaal niets. En nu ben ik in een ernstige crisis belandt'.

Ze begon te lachen. 'Dat bedoelde ik eigenlijk niet meneer, ik wilde weten wat voor een drank u wenst. Maar zo aan uw verhaal te horen moet het iets heel sterks worden'.

'Nou, ik wil wel graag een flesje vieux. Waar staan die ?'.

'Die heb ik hierachter'. Ze liep voor mij uit naar een plank waar de flessen vieux mij in alle maten en soorten verlekkerd aankeken.

'Welke mag het worden ?'.

'Ik heb een bon van twaalf euro vijftig. Heb ik daar iets voor ?'.
'Ja hoor, deze is in de aanbieding. Eigen merk', voegde ze eraan toe terwijl ze een literfles uit het schap trok.

Ik bekeek hem alsof de buitenkant belangrijker was dan de inhoud.

'Mijn schoonmoeder noemt dit altijd oudewijvendrank. Ze drinkt het trouwens zelf niet. Gebrek aan realistische zelfkennis denk ik'.

'Deze maar doen dan ?', vroeg ze.
'Ja, hij lijkt me wel mooi'. Ze nam de fles mee naar de kassa en zette hem op de met zink afgetimmerde toonbank.

'Hoeveel procent is dit spul eigenlijk ?'.
'Ik denk in de buurt van de vijfendertig procent'. Ze keek op het label en draaide de fles wat rond. 'Ja, kijkt u maar, vijfendertig procent'. Ze hield hem met haar vingertoppen vast en schoof hem in mijn richting. Haar rood gelakte nagels staken als scheermesjes naar voren.

Ik bukte mij iets en keek zonder leesbril quasi geinteresseerd op het label. Ik zag niets. 'Inderdaad, prima. Deze neem ik dan'.


Ze tikte het bedrag in de kassa en drukte op de totaalknop. 'Dat is dan twaalf euro vijftig'.

Ik trok mijn portemonnaie en gaf haar de drankencreditcard.
'Wij hadden trouwens thuis wel een prijs in de staatsloterij', zei ze met een blije glimlach. 'Wilt u er een papiertje omheen ?'.

'O, nou dat is leuk. Gefeliciteerd. Als u hem dan incasseert, kunt u nog even aan mij denken en mij dankbaar zijn voor mijn vergeefse inleg van dertig euro'.

'Ja, inderdaad. In feite is het wel zo, natuurlijk', lachtte ze.

'Heeft u een groot bedrag gewonnen?, als ik zo brutaal mag zijn'.
Ze boog zich iets naar voren. 'Vijfhonderd euro'. Ze zei het fluisterend. 'Moet ik hem inpakken ?', vroeg ze opnieuw.

Vijfhonderd euro, gloeiende gloeiende, en ik niks, mopperde ik in mezelf.

'Nee, hij gaat zo wel mee', zei ik ietwat chagerijnig. 'Ik denk dat ik er buiten op het bankje meteen mee aan de slag ga'.

Ik gaf haar een knipoog en verliet de winkel. Ik denk dat ze me voorlopig niet zal vergeten

Bart

Copyright Brompot Januari 2017