Totaal aantal pageviews

maandag 27 februari 2017

De kuch...

Ik had al een paar weken last van een irritante hoest. Nou ja, hoest, het was meer een langdurige kuch met een doorlooptijd van minimaal tien seconden. En hij kwam steeds op een tijdstip waarop je hem niet kon gebruiken. Zoals het moment waarop je besluit een belangrijke mededeling te doen die vervolgens smoort in een kuchbui.

Ik kon dus eigenlijk niet goed meer uit mijn woorden komen en volgens mij echtgenote werd het wel een keer tijd om een dokter te raadplegen. Al was het alleen maar omdat ze helemaal gek werd van mijn geblaf en gejank. Tja, en dan maak je uiteindelijk toch maar een afspraak en ga je op audiëntie.

Ik ken de huisarts niet. Niet omdat ik er nooit kom, maar vanwege het simpele feit dat mijn eigen huisarts ergens in Lech op de lange latten stond. Een vervanger dus die mij uit de wachtkamer kwam plukken. Hij stelde zich vervolgens netjes voor, ik trouwens ook en ik kreeg de microfoon en zendtijd om uit te leggen wat eraan mankeerde.

'Tja dokter, geen echte hoest, meer een doorlopende kuch en die kuch begint als ik begin te praten. Zoiets'.
'Nu kucht u niet', zei hij met een lachje.
'Toeval', wist ik.
'Heeft u last van een allergie, heeft u bronchitis gehad, astma... '. Ik schudde steeds mijn hoofd.
'Dan mag u even meelopen, dan luister ik naar uw longen'.

Ik huppelde achter hem aan en even later stond ik met een ontbloot bovenlijf te zuchten en te kreunen.
'U moet wel flink doorzuchten hoor', zei hij, 'Anders hoor ik niets'.
'Jawel, maar dan moet ik kuchen'.
'Dat is toch prima, daarvoor bent u hier. Zuchten, diep zuchten...'.

Ik zuchtte me een ongeluk, kuchte af en toe wat en kreeg uiteindelijk het signaal dat ik mocht stoppen en me aan mocht kleden.
'Ik hoor wel een vaag roggeltje, maar niets verontrustend. We gaan even uw bloed nakijken en dan mag u terugkomen'.

Ik werd naar de assistente gedirigeerd die vervolgens een gat in mijn vinger beulde om wat bloed af te nemen en te onderzoeken. Voorzien van een pleister en het gevoel dat ik elk moment in een huilbui kon uitbarsten, mocht ik in de wachtkamer plaatsnemen om na vijf minuten weer opgehaald te worden.

'Ik denk aan een lichte infectie aan de luchtwegen', luidde de diagnose. 'Ik geef u een kuurtje, goed ?'. Alsof ik hier iets over te melden had. 'U kunt bij de apotheek uw kuur ophalen, het recept is digitaal verzonden', besloot hij. Ik kreeg een hand, kuchte een stevig "tot ziens" en liep naar de apotheek.

Half uurtje later las ik thuis de bijsluiter. Drie keer daags moest ik zo'n onmogelijke capsule met een glaasje water naar binnen zien te werken. Vervolgens schoven mijn ogen nog even richting bijwerkingen. Altijd weer leuk om te lezen wat je allemaal als bijvangst meesleept.

Mij ging vermoedelijk het volgende overkomen:

Misselijk, diarree, duizelig, hoofdpijn, huiduitslag... Verminderde eetlust, winderigheid, boeren en nog een hoofdstuk met overige ellende.

En tot slot ook nog twee dingetjes die aanmerkelijk ernstiger waren.

Als ik last zou krijgen van een jeukende vagina, dan zou ik meteen de dokter moeten bellen. En mocht er een anticonceptie-pil binnen onze relatie in het spel zijn, dan kon er sprake zijn van verminderde bescherming.

Ik heb voor de zekerheid mijn echtgenote hiervan op de hoogte gebracht.

Bart

Copyright Brompot februari 2017

zondag 26 februari 2017

Het snoepje..

Hij wilde de winkel uit en ik de winkel in. En dan onstaat er zo'n overbekend moment waarop je op basis van beleefdheid iemand al dan niet de eer laat om als eerste over de drempel te stappen. Het is maar een fractie van een seconde. Een flits. Op een mensenleven een niet meetbaar moment... maar er gebeurt van alles...

Ik bekeek hem in diezelfde tel en zag dat hij was gestoken in een potlootventerjas compleet met kraagje en ook nog in de juiste kaki-kleur. De knopen zaten overigens allemaal dicht maar ik vond op datzelfde moment dat die waarneming nergens op sloeg. Het ging om het soort jas en niet om de persoon. Overigens is mijn ervaring dat dit soort jasdragers allemaal een uitstraling kennen van "onbespoten" gedrag. Oftewel: niks mee aan de hand.

Ja, mijn moeder waarschuwde mij vroeger altijd voor dit soort types omdat ze volgens haar vaak zakken vol met lekkere snoepjes te vergeven hadden. En aangezien je nooit een snoepje van een vreemde aan mocht nemen, kon je maar het beste een ommetje maken als je zo één tegen het lijf liep. Tja, een ommetje was nu niet aan de orde. Ik wilde via de kortste route die winkel in, snoepjes of niet.

Hij droeg een brilletje. Zo'n Prins Bernhard brilletje wat prinslief altijd op zijn neus had als hij voor de televisie verscheen in zijn rol als de brave "Pappie" van het koninklijke gezin. Mij bekroop altijd het gevoel dat hij die bril nodig had om steeds gericht IN de pot te kunnen pissen en er niet naast. Hij moet in dat kader ook nog een minder scherpe bril hebben gehad. Maar dat is een ander verhaal.

Een man dus met bril, een potlootventerjas met daaronder een paar van die keurig glimmende bruine schoenen met punt. Daar heb ik zo'n vreselijke hekel aan. Ik vraag me altijd af wat die strak opgehokte tenen daar nou van zouden vinden. Daar kun je gewoon niet fatsoenlijk op lopen. En zeker niet als je, net zoals ik, in de loop der jaren een flinke eksteroog hebt ontwikkeld. Wellicht had hij er geen, maar ook hij zou er binnenkort één vanwege die schoenen gaan kweken.

Ik veronderstelde dat hij nu ook bezig met zijn "één-telmoment" en zijn gezicht straalde iets van een onvoorspelbaarheid. Dat paste volledig in het beeld wat ik van deze specifieke jasdragers had. Ik ontdekte ook nog een klein borstelig peperkleurig snorretje onder zijn roodgeaderde dopneus. Dat zou tijdens de vent-momenten behoorlijk moeten prikken en sporen achterlaten. 'Pffft, wat hou ik er toch een volstrekt idiote gedachte op na', mopperde ik op mijzelf.

Hij droeg een grote tas in zijn rechterhand met daarop een reclametekst van de "WE".

De tel liep nu op zijn eind. Tijd voor actie en ik nam een besluit.

Ik knikte uitnodigend en hij kwam in beweging. En terwijl hij met een vriendelijke beleefde tegenknik langsliep en de Hamburgerstraat in dribbelde hoorde ik hem in gedachten de onmiskenbare vraag stellen: 'Zeg vent, wil je een lekker snoepje van ome Joop ?'.

Ik ben op mijn beurt met grote passen de winkel ingelopen.

Bart

Copyrights Brompot februari 2017.

donderdag 23 februari 2017

De Mac

Er was een probleem: we kwamen uit een lange file op de A12 en landden daardoor te laat op de A18 om thuis nog fatsoenlijk te kunnen koken en aansluitend te eten. Te laat omdat ik dan te lang met mijn spijsvertering bezig zou zijn en mijn darmen pas ver na middernacht tot rust zouden komen. Ik ga dan in bed ongegeneerd liggen boeren en scheten en dat is slecht voor mijn relatie.

Overigens: dit alles met dank aan die Duitse Messerschmitt piloot die via het dak van een vóór hem in een Corsa rijdende bejaarde, probeerde naar de heimat terug te vliegen in plaats van te rijden.

Dus geen kokerij maar wel een knorrende maag. En dan zie je in de buurt van de Doetinchemse afritten een gele letter M aan de horizon verschijnen. De McDonald's. Het instituut waar volgens zeggen niemand wenst te eten maar waar elke middag en avond het volk met de armen en benen uithangt. Overigens nog even voor alle duidelijkheid: Ook wij eten daar niet.

Je hebt ter plaatse twee mogelijkheden: of je rijdt de parkeerplaats op en gaat binnen eten of je rijdt door de McDrive en gaat redelijk anoniem in de auto dineren. Elke keus heeft zo zijn voordelen en nadelen. Ik zag wel iets in het gemak van binnen, mijn echtgenote in de anonimiteit.

Ik reed dus de McDrive in en stopte bij een groot bord met foto's van de meest ongezonde en dus lekkere hapklare brokken.

'Zegt u het ma..', klonk een stem ergens vanuit een struik.
'Dag, wij komen eten', zei ik.
'Mooi, heeft u al een keu... ku... mak...'.
'Wat zegt u ?, de verbinding is slecht, u kraakt'.
'Heeft u al een keu... ku... mak...?'. Opnieuw gekraak.
'Ik versta u niet, maar ik neem aan dat u vraagt wat we wensen. Wel, daar moeten we even over nadenken. Moment'.

'Graag twee big Mac menu's met koffie', bestelde ik na een stevige interne "wikken en wegen" discussie.

'Wi.. u gro.. of klei..., mayonai.. er...'.
'Mevrouw, u kraakt nog steeds, maar wij willen graag een normale portie met mayonaise'.
'Hoe wi.. u de ko.. met me.. en sui... of zo..'.
'U bent nog steeds slecht te verstaan. We willen koffie: één zwart en de ander met melk. Beide zonder suiker'.
'We.. u ve.. nog iets ?'.
'Nee, dit lijkt me ongezond genoeg'.

'Da.. mag u doorrijden naar het ...venster'.
'Welk venster ?', vroeg ik want het was echt niet te verstaan.
'Naar het ... venster'.
'Het laatste venster ?'.
'Nee, het t... venster'.

'Ik hoor nu het eerste venster ?', zei ik ter bevestiging.

Ik dacht even dat de struik nu persoonlijk onze auto binnen werd geschreeuwd want er klonk een oorverdovende scheepstoeter.

'He... tweed.. venster'.

'Oké, ik hoor nu het tweede venster. We komen eraan'.

Ik startte de auto en stoomde op naar het tweede raam. Daar zat een juffrouw voorzien van koptelefoon en microfoon. Volgens mij probeerde ze hiermee rechtstreeks in verbinding te komen met het McDonald's hoofkwartier in New York. Het door deze dame geproduceerde geluid reikte in westelijke richting tot ver over de oceaan.

'Pinnen ?', schreeuwde ze. Ze had echt het idee dat ze met een paar doven te maken had.
'Ja graag', zei ik en pakte de pinautomaat aan om hem na de afhandeling terug te geven. Vervolgens werd er een papieren zak door het raam gepropt en wenste ze ons zonder haperen een "eet smakelijk".

Even later stonden we voor het pand in een vak ons op te maken voor het diner.

De evaluatie kan kort zijn: De hamburger was moddervet, het broodje glibberig en zacht, de saus droop op mijn trui en broek, de patat was slap en zout en de mayonaise was zuur. En er waren te weinig servetjes om het leed wat te verzachten.

Verder nog iets te zeuren, Brompot ?

Ja, ik verbrandde mijn mond aan de gloeiend hete koffie, het roerhoutje had ik bijna achter in mijn strot hangen en mijn spijsvertering heeft uiteindelijk nog flink overuren gedraaid met alle boerende en schetende gevolgen van dien.

Die laatste melding kwam overigens de volgende ochtend uit de mond van mijn echtgenote. Tijdens een heerlijk gezond ontbijt.

Bart

Copyright Brompot februari 2017

dinsdag 21 februari 2017

Tijden veranderen...

Hij zat naast me op een bank in de stad. Met zijn onderarmen steunend en leunend op zijn bovenbenen, hield hij met zijn handen een telefoon omklemd van waaruit twee touwtjes staken die naar zijn oren leiden om ergens in zijn gehoorgang te eindigden. Tenminste, dat vermoeden had ik. Meer kon ik ook niet zien vanwege een capuchon die half over zijn hoofd was getrokken en zo het uitzicht belemmerde.

Er galmde wat gekras uit zijn linkeroor, hij zat rechts naast mij, en waarschijnlijk kraste ook zijn rechteroor. Maar dat kon ik niet goed vaststellen want aan die kant zat een meisje in identieke houding en ook voorzien van touwtjes. Die van haar waren wit, die van hem rood. Mogelijk duidde dat kleurverschil op het merk telefoon waarbij ik niet aan de indruk kon ontkomen dat die van haar heel duur was en die van hem goedkoop.

Goedkoop of niet: met zijn duimen schoof hij met hoge snelheid over het scherm. Ik had het idee dat hij een belangrijk tekstje schreef en wat ongetwijfeld de ether ingeslingerd zou gaan worden op weg naar een eindbestemming.

Ook zijn buurvrouw was aan het typen. Af en toe kwam ze omhoog en drukte, al wijzend op het scherm, het apparaat onder zijn neus. Hij knikte dan bijna onzichtbaar maar ging gewoon verder.

Ik vond dat ik er een mening over moest hebben. Over de tegenwoordige puberjeugd die zich alleen nog maar bezig hield met telefoons en waarbij de rest van het leven slechts bestond uit een virtuele beleving. Van enig initiatief of creativiteit was tegenwoordig blijkbaar geen sprake meer.

Hoe anders verliep mijn pubertijd. Ik sleutelde aan brommers, werkte ik in mijn vrije tijd bij een fietsenmaker en sjouwde achter de meiden aan. Daarnaast zat je op school of maakte je huiswerk. Een telefoon hing thuis aan de muur en daar kon je mee bellen. Niet schrijven. En in de stad hangen ? Geen tijd.

Ik bekeek het setje nog eens van opzij. Het restje zichtbaar hoofd bij hem was kaal en er hing een stuk glimmend prikkeldraad uit zijn wenkbrauw. Zij had peenrood haar en een veligheidsspeld in haar neus. Blijkbaar zat er ergens een steekje los, bedacht ik mij zo.

Plotseling kwam er actie. Hij trok de touwtjes uit zijn oren, de capuchon ging af en stond op. Zij trok nu ook de kurken uit haar hoofd en kwam eveneens overeind. Hij pakte ondertussen zijn rugtas en trok er zo'n grijs-witte Arafat-doek uit.

'Ik moet naar huis Els', zei hij. 'Mam wil een zuurkoolschotel maken en vraagt of ik even een boodschap wil scoren'.
'Hm, lekker, heb ik ook wel trek in. Denk je dat ik mee mag eten ?', vroeg ze.
'Natuurlijk wel. Zal ik mam vragen ?'
'Ja, doe maar, dan bel ik mijn moeder'.

Ze zakten weer terug naast mij op de bank en belden. Er ontstond een kortdurende en niet te volgen kakafonie. Even daarna was het klaar. Hij drukte nog wat op een nekpuist met-gele-punt, stopte toen zijn telefoon in zijn tas en stond op. Zij volgde zijn voorbeeld.

'Ma vond het goed', zei ze.
'Mijn ma ook', bromde hij terwijl hij de Arafat om zijn nek trok.
'Oké ik wil nog wel even een bloemetje voor je moeder scoren in de Waterstraat. Voor het eten en zo', zei ze.

Hij sloeg een arm om haar heen, drukte een kus op haar mond en fluisterde wat in haar oor waarna ze begon te giechelen en in een fractie van een seconde naar mij keek.
Nadat hij het hengsel van zijn rugtas over zijn schouder had geslagen, lieten ze zich omarmd opslokken door de voorbijschuivende massa.

"Times they are a changing", zong Bob Dylan vijftig jaar geleden. Tijden veranderen.
Tja, ik moest in dat kader vooral even nadenken over dat bloemetje. Dat kwam in mijn tijd echt niet in ons op.

Bart

Copyright Brompot februari 2017

zaterdag 18 februari 2017

De boodschappenkar

Volgens het wegenverkeersreglement kwam ze van rechts en had dus voorrang. Maar of de wetgeving ook van toepassing is op boodschappenkarren was voor mij nog even de vraag. Volgens mij gaat het dan veel meer om fatsoen en wederzijds respect. En dan duw je niet door maar wacht je even op de dingen die dan gaan komen.

Het was aan de Dokter Bardetplats. Ik kwam dus van links met een overvolle kar en probeerde de zaak in evenwicht te houden op de schuin aflopende stoep. Zij van rechts met een bijna lege wagen. Ja, ik ontdekte onderin een klein kratje bier waarvan ik het niet de moeite zou hebben gevonden om überhaupt een kar te pakken.

En als ik zo vanaf mijn schuine positie naar deze "schone" keek, dan was ze ook met meer dan voldoende spieren uitgerust om een kratje van een kilo of drie probleemloos mee te kunnen tillen.

Ze had wat ordinairs over zich. Geverfde haren, zwaar opgemaakt, een half opengewerkt bloesje waarbij haar te strak ingesnoerde boezem wat bollend naar buiten kwam. Daaronder een te korte leren rok en een paar lange, flink gespierde in nylons verpakte benen met te dikke kuiten die halverwege in een paar zwarte en opzichtig glimmende laarzen verdwenen. Ook hier wat opgestroopt vlees want zoals dat ook voor een laars geldt: vol is vol.

Ik vond het een ietwat hoerig type waar je maar beter geen ruzie mee kon krijgen. Niet vanwege een fysieke dreiging, dat zeker niet. Nee, dit soort types hebben over het algemeen de beschikking over een enorme vocabulaire waarmee ze zelfs de meest doorgewinterde politieagent plat konden schelden. Ofschoon ik geen agent ben, had daar hoe dan ook geen zin in.

Ik was gewoon bezig met het uitvoeren van een vreedzame opdracht van thuis: doe boodschappen. En dan wil je dat ook gewoon zonder problemen doen. Ik stopte dus maar even om voorrang te verlenen en terwijl ik daar stond, voelde ik de kar richting afgrond glijden en zag ik het naderende gevaar van de goot snel op mij afkomen.

Ze bleef nu ook staan. Blijkbaar wist ze niet goed hoe ze de kruising vrij moest maken en wie er als eerste de parkeerplaats op kon rijden.

'Sorry meneer, ik zag u niet. Wacht even, dan help ik u'. Ze liet snel haar kar los, kwam naast me staan en greep het ijzerwerk van het laadbakje. Samen duwden we hem weer op de stoep en twee tellen daarna stond ik waterpas op de parkeerplaats. Haar kar was inmiddels in de goot geëindigd maar bleef gelukkig overeind.

'Ik had u echt niet gezien', zei ze verontschuldigend in een keurig algemeen beschaafd Nederlands. Ze lachte vriendelijk. Ik lachte terug. Haar gezicht had nu ineens iets prettigs, de opgemaakte ogen bleken in het geheel te passen en maakte het tot wat je zou kunnen noemen: een vriendelijk uitstraling.

Haar boezem was zichtbaar teruggezakt en haar te korte rok leek plotseling ook wat opgerekt. De laarzen stonden haar eigenlijk best grappig en de ballonnen hadden duidelijk wat lucht afgelaten.

'Dank u. Ik had u ook helemaal niet gezien', loog ik. 'Dat dacht ik al', lachte ze. 'Maar dat kan ook niet anders met zo'n overvolle kar'. Ze greep onderhand haar eigen karretje en rolde naar haar auto die naast de mijne stond.

'Eigenlijk kwam u van rechts', zei ik toen ze met haar lege karretje langsreed op weg naar de karrenstandplaats.

'Maakt niet uit, verkeersregels gelden hier niet. Ik had even moeten wachten. Het is gewoon een kwestie van fatsoen'.

Ze knikte nog een keer vriendelijk en verdween in het leven.

Bart

Copyright Brompot 2017



vrijdag 17 februari 2017

Een oude ansichtkaart

Afgelopen week liep ik tijdens een zolder-opruimactie tegen een schoenendoos aan waarbij ik me nog wel de schoenen kon herinneren maar niet meer de nieuwe bestemming die we er vervolgens aan hadden gegeven. Het betroffen overigens van die tien geboden look-a-like slippers waarmee ooit een bijbels figuur een berg op is gezeuld.

De nieuwe functie bleek een foto-opbergdoos te zijn geworden vol foto's uit een grijs verleden. Ik had ze ooit gecatagoriseerd op leuk, leuker, heel leuk en erg leuk. Aan de zijkant stak nog een foto van mijn schoonmoeder. Blijkbaar had ik ooit getwijfeld. Ik schoof haar nu vergevingsgezind tussen de stapel "leuk".

Behalve een foto van mijn schoonmoeder, ontdekte ik tussen het stapeltje "vernietigen" een ansichtkaart van het st Jozef ziekenhuis. "Groeten uit Doetinchem" stond eronder. Vreemde kaart. Meestal stuur je een ansicht naar een zieke, maar niet snel andersom.

Het Sint Jozef: ik moest meteen terugdenken aan mijn eerste en enige ervaring met dit katholieke instituut. Dat was in de tijd dat niet alleen de vrouw meer de geboortebeperking regisseerde maar nu ook de man een bepalende functie kreeg. Nou ja, kreeg, soms ook opgedrongen. En dan meteen ook definitief.

Het begon met een bezoekje aan de dokter die dan, nadat je hem had overtuigd dat je gezin compleet was, een briefje schreef voor de specialist die het ritueel nog een keer herhaalde. Ik kwam terecht bij ene dokter Tan. Een aardige man waarbij het me meteen opviel dat zijn vingers wat gekromd aan zijn handen waren genaaid. En dan kom je toch nog even aan het nadenken.

Bovendien vroeg ik mij indertijd af of de paus wel op de hoogte was van de activiteiten van dit op rooms fundement gebouwd ziekenhuis en ik geen last zou krijgen met een duivelse vloek. En bij de gedachte alleen al aan de eventuele gevolgen kreeg ik het "rooms" benauwd. Vooral het idee dat mijn stem tien octaven hoger zou kunnen uitvallen...

Toen ik thuis mijn twijfel nog een keer besprak, ging ik na een discussie van vijf minuten overstag: vrouwen weten feilloos hoe ze zoiets moeten aanlopen waarbij zo gezegd geen middel wordt geschuwd. Er werd niet zelden zelfs een cilibatair leven in het vooruitzicht gesteld.

Het meegeleverde briefje was volstrekt helder: ik moest zelf de voorbereidende werkzaamheden uitvoeren en over een paar weken ook zelf het resultaat ophoesten voor een zwemtest.

En daar lig je dan. In een treintje. Vóór je een kandidaat, achter je een kandidaat daarachter een kandidaat... het was best gezellig. Iedereen had zijn eigen verhaal bij de voorbereidende werkzaamheden en vooral de stoere kapperspraat die nu eenmaal bij het scheren hoort, maakte het tot een weliswaar gezellig maar toch ook gespannen sfeertje. Na een half uurtje was ik aan de beurt.

Aan de lopende band zat een verpleegster die het scheerwerk nog even controleerde en vervolgens met een kwast het kruis in de grondverf zette. Vervolgens werd ik vol enthousiasme de snijzaal ingerold. Dokter Tan knikte een keer vriendelijk, wist mij te melden dat de lijdensweg slechts zeven minuten per kant zou duren en wenste mij veel succes. Ik hem ook.

Na enig gespuit, geknip en geplak was ik klaar en werd het hele spul in een holster geduwd en strak om mijn middel gespannen. Alsof ik nog in staat was het pistool te trekken. Hoe dan ook: ik mocht van het bed stappen, aankleden en naar huis. Ik kreeg nog het advies vooral niet met de fiets te gaan. Maar dat grapje had ik al tien keer voorbij horen komen tijdens de kapperpraat in het voorportaal.

Na een paar dagen rust had ik weer het hoogste woord, en na een paar weken mocht ik met het aquarium op controle. Toen ik een weekje later een briefje van dokter Tan ontving dat er in de vijver niet meer werd gezwommen, heb ik hem ingelijst en als een diploma boven het bed gespijkerd.

Ik denk dat ze uiteindelijk in Rome lucht hebben gekregen van deze geloofsleer-onvriendelijke activiteiten. Een half jaar later werd het Sint Jozef afgebroken. Van dokter Tan heb ik overigens nooit meer iets vernomen.

"Groeten uit Doetinchem", las ik nogmaals op de ansichtkaart.

Hij ligt inmiddels tussen de stapel "vergane glorie" in de vuilnisbak.

Bart

Copyright Brompot Februari 2017





donderdag 16 februari 2017

Bankpraat

Ik zat op dringend advies van mijn echtgenote te wachten op een bankje in de Hamburgerstraat. Ze moest iets in een kledingwinkel. Vroeger ging ik nog wel eens mee naar binnen maar nadat ik een paar keer een vervelende opmerking had geplaatst in de richting van het verkopend personeel, had ze liever dat ik buiten bleef wachten of nog beter, helemaal niet meer mee de stad in zou gaan.

Tja, als zo'n verkoopster je zaken aan probeert te smeren die je helemaaal niet staan, dan vind ik dat je als hoofdfinancier er wel iets van mag vinden. En als je dan de opmerking krijgt dat het een kwestie van smaak is, oftewel bemoei je er niet mee, dan weet ik genoeg. Onder "smaak" kun je alle missers wegvegen. Ik had het op mijn lippen om de verkoopster te vragen of ze getrouwd was. Over smaak gesproken.

Ik zat daar dus te wachten met naast mij een wat oudere heer. Hij zag er ietwat onverzorgd uit. Niet dat je zegt dat hij van het zwerversgilde was, dat niet, nee gewoon. Dat heb je wel eens, dat je aan het uiterlijk kunt zien dat er iets aan schort. Zijn vingernagels deden me aan rouwkaarten denken en zijn gezicht aan de periode dat ik me nog met een bot mes schoor: hier en daar een stoppel afgewisseld met kleine rode beschadigingen.

'Het is rustig in de stad', zei hij.
'Ja, inderdaad, er is niet veel te doen'.
'Dat is altijd zo in deze periode', wist hij.
'Zou kunnen', zei ik. Ik had echt geen idee wat drukke en rustige periodes waren. Ik vond elke periode vervelend om te shoppen.

'Is uw vrouw ook aan het winkelen ?', informeerde ik.
'Nee, mijn vrouw is thuis'.
'Oké, de mijne loopt nu de kledingzaken af. Ik mocht niet mee vandaar dat ik hier zit'.

'O, nou dat is dan nog niet zo erg. Ik kreeg vanmorgen de melding dat ik maar eens even een poosje iets voor mezelf moest gaan doen'.
Ik keek hem aan. Hij keek er erg verdrietig bij. 'Vertel', nodigde ik hem nieuwsgierig uit.
'Ik ben vorige maand met pensioen gegaan en dan zit je de hele dag bij elkaar op de lip. En haar lip begon nu zeer te doen. Het is een best wijf hoor, maar ze bemoeit zich overal mee. Dat merk ik nu'.

Ik grinnikte. 'Zo hebben we allemaal wat'.
'Dat klopt. Maar ik begin me nu wel af te vragen waarom ik in Godsnaam ooit met haar ben getrouwd'.
'Hahaha, die vraag stellen wij ons mannen allemaal wel een keer. En niet één keer, meerdere keren'.
'Dan ben ik dus niet de enige', zuchte hij.
'Welnee, maar je moet altijd zorgen dat jij de baas blijft. En ik zou me zo maar niet laten wegsturen'.
'Nee, eigenlijk niet', mijmerde hij. 'Maar het was op dat moment toch beter dat ik vertrok'.

'Daar komt ze', zei ik toen ik mijn echtgenote aan zag komen. Ze had een grote plastic tas in haar hand.
'En, geslaagd ?', informeerde ik met enige belangstelling terwijl ik opstond.
'Ja hoor, maar jij vindt het vast niet mooi. Maar dat geeft niet. De verkoopster...'.
'Laat maar', onderbrak ik haar. 'Het is vast weer een kwestie van smaak'.
'Juist. Maar we gaan nu eerst een kop koffie drinken'.

Ik keek nog even naar mijn bankgenoot. 'Succes en denk aan mijn woorden, hou de regie !'.

'Kom op nou Bart, ik wil dat we nú koffie gaan drinken'.

Ik zag een vrolijke trek op zijn gezicht verschijnen.
'Bedankt voor uw opbeurende woorden. We hebben inderdaad allemaal wat', lachte hij en stak zijn duim op.

Mijn echtgenoot keek me ietwat verwonderd aan.

Mij bekroop het gevoel dat ik binnenkort iets moest gaan uitleggen.

Bart

Copyright Brompot februari 2017



dinsdag 14 februari 2017

De verkiezingen...

Ik ben politiek niet meer "geëngageerd". Dat wil zeggen dat ik mij er niet meer mee bezig hou. De oorzaak is divers: om te beginnen liggen mijn persoonlijke belangen en interesses tegenwoordig op een ander vlak, en voor de rest vind ik het niveau van de Haagse schiettent dermate laag dat ik er het liefst niets meer mee te maken wil hebben.

Om dat duidelijk te maken moet ik het als referentie over "vroeger" hebben. De periode van de na-oorlogse jaren zestig, zeventig en nog een stukje tachtig. De periode dat er weliswaar flinke debatten werden gevoerd en dat er om de haverklap kabinetten omvielen of naar huis werden gestuurd, maar wel de periode dat men nog met enig respect voor elkaars standpunt in de slag ging.

Ik heb het dan over de periode Hans Wiegel, Joop den Uyl, Dries van Agt, Ruud Lubbers, Hans van Mierlo en overige coryfeeën uit vervlogen tijden. Mensen die goed konden debatteren en waarbij het altijd ergens over ging. Helaas ligt die periode ver achter ons en keert ook nooit meer terug.

Tegenwoordig hebben we te maken met partijen zoals Denk, de PVV, VVD, 50 plus, socialistische partij, CDA, PvdA en nog zo'n handvol die menen dat als je maar hard genoeg schreeuwt, scheldt en beloofd, je het wel gaat redden.

Ze maken elkaar niet alleen uit voor rotte vis, ze mikken enthousiast de complete viskraam door de tweede kamer. En het stinkt. Het stinkt bij voortduring. Het stinkt zo hard dat de hele maatschappij erdoor verrot raakt.

Zo probeert Denk volgens goed Turks politiek en op Erdogan geënt gebruik, met een portie list en bedrog de Turkse kiezer te beïnvloeden, is Limbabwaanse Wilders tegen elke allochtone Nederlander behalve tegen zichzelf, is Rutte niet te vertrouwen en hebben we sinds kort ook ene Sylvana Simons die het steeds over ons slavernijverleden heeft.

Ik zou in haar geval maar eens een boompje opzetten over de vermeende misdaden die Bouterse in Suriname heeft gepleegd. Maar ook dat zal vast terug te voeren zijn op ons verleden in de slavenhandel.

En wat te denken van dat groen-links-achtig kikkertje wat steeds uit de kruiwagen springt ? Jesje Klaver, die meent dat hij weet wat goed is voor Nederland. Ik zou eerst maar eens een paar jaartjes ervaring opdoen als turfsteker in de veenkoloniën. Een flinke periode stage lopen in de volle grond en zelf ervaren wat "werken" en "groen" nu werkelijk betekenen.

En dan het socialistische clubje van Emille Roemer. De partij die nog uit de tijd stamt dat de weg naar de hemel geplaveid was met slapende ambtenaren. Ik heb begrepen dat hij nog steeds de helft van zijn salaris moet doneren aan de partijkas. Ik zou dan toch minimaal vijfenzeventig procent voor willen stellen. Dan houdt hij nog een vorstelijk salaris over voor wat hij presteert.

O ja, we hebben ook nog de "vijftig plus" van Henk en Jan. Dat spulletje wat zichzelf na de verkiezingen volgens goed gebruik gaat euthanaseren. Ik kan haast niet wachten. En ja, ook het CDA doet nog een klein duitje in het kerkzakje. De heer Buma in de rol van Markies de Canteklaer uit de strip van Olie B Bommel. "Verzin een list Tom Poes", hoor ik hem roepen.

Over de PvdA hoeven we het niet meer te hebben. Die kunnen het beste een groot gat graven en contact leggen met de Dela voor een passend afscheid.

En dan hebben we tot slot nog een handvol lonely-wolves. Van die eencelligen die alleen maar in de kamer blijven zitten om hun frustraties te kunnen botvieren en hun hand op te houden. Daar kom je geen steek mee verder want die zijn principieel overal op tegen.

Men voorspelt dat de aanstaande verkiezingen heel spannend gaan worden. Volgens mij gaat het er alleen maar om wie als eerste de bodem van de schatkist heeft leegbeloofd. En dan zijn er achtentwintig winnaars en dik zeventien miljoen verliezers.

Ik ga ondertussen weer columns en korte verhalen schrijven. Ik ben, zoals gezegd, politiek niet meer "geëngageerd". En dat wil ik de komende jaren graag zo houden.

Bart

Copyright Brompot Februari 2017

maandag 13 februari 2017

Bokworst

Onlangs ging mijn echtgenote een dagje uit met een vriendin en bleef ik alleen achter. Nou ja, alleen, ook onze hond moest thuisblijven en hield mij noodgedwongen gezelschap. En dat had best gezellig kunnen worden ware het niet dat hij een slechte nacht had genoten en nu zijn kans schoon zag om direct na het vertrek van het vrouwtje zich terug te trekken. Hij verdween in zijn mand, wurmde zijn kleed over zich heen en was vertrokken. Niet storen !

Nu kan ik mijzelf altijd prima alleen vermaken. Ik verricht dan eerst wat "in het zicht" liggende huishoudelijke klussen zodat ik niet bij de thuiskomst van mijn eega van die veelbetekenende vragen krijg voorgeschoteld of ik soms "druk" ben geweest.

Wat dat betreft heb ik wel wat ervaring opgedaan. Ik pak dan steevast de stofzuiger trek vervolgens een paar zichtbare rondjes,zorg voor een opgeruimd aanrecht, pak de afwasmachine uit, stof hier en daar wat over een kast en zak dan weg in mijn eigen wereld van schrijven, puzzelen, lezen, motorrijden en eh... eten.

Tja, eten. Een hoofdstuk apart.

Eten kan ik goed, heel goed. Maar voordat je iets in je mond kunt duwen, moet je het eerst klaarmaken. Koken. En dat kan ik niet. Enerzijds omdat mij de directe kennis ontbreekt, anderzijds omdat ik er een ongelofelijke pesthekel aan heb.

Ik vind het echt verschrikkelijk werk en ik schaam me er niet voor. Uiteindelijk racet een autocoureur ook met een auto die hij zelf niet in elkaar heeft gezet. En dat is maar goed ook.

Het knagend gevoel begon tegen de middag. Ik probeerde wat kaakjes maar dat was geen oplossing. Dus trok ik de koelkastdeur open in de hoop iets snels en lekkers tegen te komen. En jawel. Mijn schat had een tweetal bokworsten aangeschaft die broederlijk naast elkaar in een tweepersoons bakje lagen te wachten op de dingen die gingen komen.

Ik trok ter ontdooing fluitend een viertal boterhammen uit de diepvries en legde ze alvast op een bord. Toen ketchup uit de koeling en mosterd uit de kast. Het water drupte uit mijn slecht afgesloten mond en ik hoorde nu iets van het geluid van een klopboor uit mijn maag galmen.

Ondertussen ging het kleed van de hondenmand iets omhoog en zag ik twee nieuwsgierige ogen de keuken inpriemen. Drie seconden later waren ze weer verdwenen. Hij had ervaring met mijn kookkunsten.

Ik kon niet ontdekken hoe ik de twee broertjes warm moest krijgen. Er stond niets op de verpakking en dus moest ik mij in dit probleem verdiepen. Uiteindelijk was een fietstochtje naar de Lidl om te vragen "hoe het moest" een beetje al te dol.

Ik besloot om er één bij wijze van probeersel in de magnetron te duwen. Met het boekje erbij lukte het mij om hem aangetrapt te krijgen. Maar toen ik na tien minuten een zware plof hoorde en niet meer door het ruitje kon kijken wist ik dag de test was mislukt. Het was één en al bokworst.

Vijf minuten later was de schade verwerkt en stond ik nog steeds voor een uitdaging. Plotseling een ingeving: Water. Stop de bokworst in een pannetje met water en zet hem op. Hoe simpel kan het zijn.

Tien minuten later draaide ik tevreden het gas uit, pakte creatief als ik ben een barbecue-tang en viste het ding uit het gloeiend hete water.

Vervolgens gebeurden er binnen vijf seconden een zestal ingrijpende zaken.

-De worst schoot uit de tang en viel op de grond.
-Het kleed van de mand ging wederom omhoog.
-De hond schoot uit de mand.
-Hij greep de worst in zijn bek.
-Hij trok zich terug binnen zijn veilige omgeving.
-Het kleed ging dicht.

Ik at mijn teleurstelling weg met een extra laag plakkerige pindakaas op brood.

Bart

Copyright Brompot februari 2017.

vrijdag 10 februari 2017

Geklaag in de wachtkamer..




Afgelopen week moest ik in opdracht van mijn medisch specialist ter controle op de poli langskomen van het Slingelandziekenhuis. Voor de leken onder ons: officieel heet dat een polikliniek. Maar aangezien ik inmiddels bij de ervaringsdeskundigen hoor bezig ik het woord poli en snapt iedereen in mijn directe omgeving wat ik dan moet.

Overigens heeft dat "moeten" langskomen iets dwingends in zich en daar heb ik best wat principiële bezwaren tegen. Ik ben niet zo van het moeten. Of het moet ècht. Omdat er bijvoorbeeld iets van een levensbedreiging gaat ontstaan als ik niet kom. Dat is bij mij, voor zover ik dat zelf heb kunnen constateren, niet het geval.

Ik heb dan ook nog overwogen met de assistent te bellen en te zeggen dat ik op vrijwillige basis best wel bereid ben even langs te komen maar dat er in mijn geval van enig moeten geen sprake kan zijn. Mijn echtgenote vond dat geen goed plan. Ze vond dat ik zeurde en dat ik niet zo moeilijk moest doen... Ik had daar niet echt herkenning bij.

De wachtkamer waar ik volgens mijn afsprakenkaart en de bevestigende bordjes moest gaan zitten, bleek een combi. Er hield ook een nestje cardiologen zitting. En het zat er vol. Ik kon helaas niet goed zien wie er nu voor de cardioloog zat, en wie voor mijn specialist en ik bedacht mij dat ze eigenlijk bij de ingang gekleurde bandjes uit zouden moeten reiken.

Bandjes die je zichtbaar zou moeten dragen zodat het duidelijk werd wie er nu precies voor wie zat. Maar goed: dat is nog niet zo geregeld in de zorg.

Ietwat verveeld zette ik mijn oren open om wat afleidend omgevingsgeluid op te vangen. Soms is dat best wel vermakelijk. Vooral het oeverloze geklaag want er wordt namelijk wat afgeklaagd in dit land. En dan vooral over niks

Zo zat er een tiepje tegenover mij die haar op een hyena lijkende en lachende buurman intetterde dat ze al twee jaar iets had, maar dat ze niet wist wat, dat de dokter dat ook niet wist, dat ze nu allerlei onderzoeken had ondergaan en dat de dokter nu hopelijk kon vertellen wat ze mankeerde. Ze had soms een "drukje" op haar middenrif. Ik schatte spontaan in dat ze er voor de cardioloog zat.

Overigens vond de hyena het nodig nog maar eens te benadrukken dat ze zich vooral niets op de mouw moest laten spelden door "die heren". Hij kende iemand die ook een "drukje" had gevoeld. Hij kwam uiteindelijk met een naamkaartje aan zijn grote teen terecht bij de Dela in de koelcel.

Er strompelde een nieuwe klant. Een vrouwelijke patiënt die hijgend als een postpaard zwaar leunend en kreunend in balans werd gehouden door een verpleger. Achter haar trok een meur van zware Van Nelle de verf van de muur. Ze keek even rond en vond het toen wel genoeg. Ze maakte zich los van de postkoets en zakte vervolgens tegenover mij op de bank, pal naast het tiepje.

De verpleger liep met een vies getrokken en veelbetekenend gezicht een paar meter door en meldde haar komst aan de balie. Ondertussen roggelde ze tegenover mij een zakdoek vol, snoot vervolgens haar dikke borrelneus leeg en vond toen in het tiepje een gewillig klaag-oor.

Ze zei dat ze boos was maar dat was overbodige informatie. Ze had zoals ze zei een hartkwaal, moest maandelijks op controle en dat kostte haar het complete eigen risico. Het tiepje vond het ook duidelijk een schande en de hyena dikte het aan tot een schofterig niveau. Ze klaagde al roggelend verder. De kleine man werd hier duidelijk gepakt want uiteindelijk kon zij er toch niks aan doen dat ze een kwaal had opgelopen.

De tiep en de hyena knikten instemmend en keken mij veelbetekenend aan in de hoop dat ik ter versterking ook nog wat noten klaagzang zou kunnen toevoegen.

Ondertussen dacht ik nog even na over de toevoegende waarde van mijn geopperde kleurbandjes. Ik zou haar een knalrode geven. Het betrof hier duidelijk een klantje voor de psychiatrie.

Ik stelde vervolgens simpel vast dat ze op grond van de kleur in de verkeerde wachtkamer zat.

Bart

Copyright Brompot februari 2017

dinsdag 7 februari 2017

Vijftig tinten grijs....

Een jaartje of wat geleden ging het er in één keer over: het levenswerk van schrijfster E.L.James. Drie dikke boeken vol erotische prietpraat met een tweeledig doel: het vullen van schrijfsters portemonnee en het doorbreken van niet bestaande taboes. Het was “hot” om het maar passend te verwoorden.

Als ik het goed heb begrepen was het de oorzaak van de kortdurende periode dat vrouwelijke hormomen uit pure honger uit hun roestige kruiwagen sprongen en dat het mannelijk zaad zich, als ware het een dagen durende tsunami, luid klotsend zijn weg zocht richting hunkerende en uitgehongerde dames.

Ook bij ons verschenen de drie boeken. Verpakt in een strakke condoom werden ze voor een bedrag van vijftig euro over de toonbank geduwd. En zoals dat dan gaat: behalve de vrouwelijke doelgroep werden ook wij mannen door alle opwindende ophef geprikkeld. Zo ben ook ík vol optimisme aan het spul begonnen. Tot aan bladzijde zestien want toen kreeg ik heimwee naar mijn Donald Duck die nog half uitgelezen op de WC lag.

Vijftig tinten grijs, gezwam tot op het bot. Ik kreeg het gevoel van een “deja vu”. Dat komt omdat ik voor een deel de jaren zestig heb meegemaakt. De tijd waarin op seksgebied alles kon en mocht. Hele wagonladingen seksspeeltjes rolden ons land binnen, seksblaadjes kon je op straat kopen, buren gaven elkaar gevraagd en ongevraagd een beurt en bij de padvinderij gebruikten we ons zakmes om een houtwerkje in de vorm van een vibrator te snijden. Alles kon en alles mocht.

En de hele gemeenschap deed er ook aan mee. De film Deep Throat werd in de bioscoop vertoond en de toenmalige minister van justitie, de katholieke Dries van Agt kwam hoogstpersoonlijk kijken of de film wel geschikt was voor het publiek. Hij kwam er met een afgetrokken bekkie en rode oortjes uit. Bovendien kreeg hij geen woord meer uit zijn diepe strot. Vijftig tinten grijs, het doorbreken van taboes. Hoezo bestaan die nog.

Na het jaren zestig gedoe hebben we nog diverse overbodige pogingen gezien. Zoals die van Paul de Leeuw die het nodig vond om vooral veel schuttingwoorden in zijn programma’s te bezigen en mensen te confronteren met zijn eigen persoonlijk taboe-doorbreking. En wie kent Jef van Oekel niet met zijn Barend Servet shows. Of de naakte VPRO vertoning van Phill Bloom waar bijna het complete kabinet over struikelde..

Een jaar of twee geleden verscheen de film “vijftig tinten grijs” full color in de bioscoop. Hordes zijn er geweest en hebben thuis in de verlenging nog een poosje doorgeborduurd waarbij het complete servies richting slaapkamer verdween om vooral veel uit te proberen. Ik heb begrepen dat er bij de Blokker een run is ontstaan op strak geveerde wasknijpers.

Deze week wordt het kunstwerk voor inmiddels de tweede keer op Net5 geslingerd. Inmiddels gedegradeerd tot een slapstick met een waardering van twee sterren.

Bij ons zijn de boeken inmiddels verdwenen. Ik weet niet waar ze zijn. Jammer want ik wilde ze doneren aan de pauselijke masturbaris van het Vaticaan. Daar hebben ze na de onthullingen van de laatste jaren heel erg behoefte aan een nieuw elan.

Het gaat die oude kruisenpoetsers vast enorm helpen.

Bart

zaterdag 4 februari 2017

De Holle Kies

'Meneer, mag ik u iets vragen ?'. Ze stond schuin voor me. Een wat oudere vrouw met in haar hand een scheef gevouwen stuk papier wat ze met behulp van een aan hulpkettinkjes gemonteerde zwarte bril probeerde te lezen.

'U mag mij iets vragen mevrouw', zei ik vriendelijk. 'Als het maar niet om geld is, want dat heb ik niet'. Een flauw grapje natuurlijk. Ze boog haar hoofd iets zodat ze over haar bril heen kon kijken. Dat zie je wel vaker dat mensen dat doen. Dan hoeven ze hun leesbril niet af te zetten en kunnen ze je toch gewoon zien.

'U maakt een grapje', zei ze. En dan op zo'n toon dat ik een licht blosje voelde opkomen.

'Wat kan ik voor u betekenen mevrouw ?', riep ik wat overdreven duidelijk ten teken dat het grapje genoeg persoonlijke imagoschade had toegebracht en het nu tijd werd voor het serieuze werk.

'Kunt u mij vertellen wat dit ding hier moet voorstellen ? Ik kan het namelijk niet in de VVV brochure terugvinden'. Ze prikte met haar wijsvinger in de lucht richting de Holle Kies die al jaren op de hoek stond en waarvan veel inwoners het oorspronkelijke doel inmiddels al lang waren vergeten.

'Dat is een lastige vraag mevrouw', zei ik.

'Wat is er lastig aan deze vraag ?', vroeg ze. 'Gaat het om de wijze waarop ik het vraag, maak ik een fout in de vraag, of weet u gewoon het antwoord niet'. Ze keek nog steeds van over haar bril. En ze had de strengheid van een schooljuf die bezig was met een overhoring en de indruk kreeg dat de materie niet werd beheerst.

Ik lachte een beetje. 'O nee, uw vraag was duidelijk genoeg. Ik moet alleen even terugdenken waarom dit onooglijke ding er is neergezet'.

'Ik weet niet of hij onooglijk is', antwoordde ze. 'Hij zal er met een doel staan, en zodra ik dat weet kan ik voor mijzelf oordelen of hij past binnen het gestelde doel en er dan pas een kwalificatie aanhangen. Voor u is hij onooglijk, dat betekent dat u het doel kent en op grond daarvan uw conclusie trekt'.

Goedemorgen, deze tante was er één die je niet zo maar met een kluitje het riet in kon sturen. Mij werd even de les gelezen. Ik voelde me dan ook wat opgelaten en het liefst zou ik zo snel mogelijk de Grutstraat inrennen.

'Ze noemen hem de Holle Kies, het is een kunstwerk en inwoners kunnen de eronder hangende lampen via hun computer thuis laten kleuren naar hun gemoedstoestand van dat moment'.

Ze vouwde de folder nu open, duwde haar leesbril op zijn plek en scande in een razende vaart de onderwerpen. Vervolgens draaide ze hem om en vouwde hem toen weer dicht.

'Ik snap er niets van. Een kunstwerk. En wat is dan het nut van die lampen ? Doet de gemeente daar dan iets mee ?'. Ik haalde mijn schouders op. 'Geen idee'.

'Ik kan me zo voorstellen dat als de burgers ontevreden zijn over de gemeente dat hij knetter rood gaat schijnen', riep ze. 'Helaas mevrouw, rood geeft het signaal dat er verliefdheid hangt over de stad', verklaarde ik zo goed mogelijk.

'Hahaha, wat een systeem zeg. Verliefdheid. Nou goed. Ik zal u een plezier doen: ik noem het vanaf nu ook een onooglijk ding. Hahaha, verliefdheid, hoe verzin je zoiets'. Ze schudde haar hoofd en liep naar het volgende item.

Terwijl ik de Grutstraat inliep maalde het nog wat door. Wellicht zijn die kleuren een leuke invulling voor de aanstaande verkiezingen. De politieke voorkeur van een groep inwoners testen. Rood is socialistisch, groen is christelijk, oranje is liberaal en tot slot dan zwart voor de betere populist.

Alhoewel, zwart.... dat laat geen spoortje licht door en zie ik in de toekomst ook op geen enkele wijze schijnen...

Bart

Copyright Brompot februari 2017.





vrijdag 3 februari 2017

Jop uit Putten.


'Goh, uw hondje is al helemaal grijs om zijn snoet', merkte ze op.

'Ja, inderdaad, ik zei het al tegen mijn echtgenote: hij wordt nu echt oud'.
'En hoe oud is oud dan precies ?', informeerde ze.
'Hij is nu vijftien. In september van dit jaar wordt hij dan zestien. Ons fijn gereformeerde hondje is namelijk van september 2001, hè Jop ?'. Ik gaf hem een aai over zijn bol.

'Gereformeerd ? Hoezo ?'.

'Hij komt rechtstreeks van de biblebelt. Uit Putten om precies te zijn. Dat ligt in het episch centrum van gereformeerd nederland'.

'O, juist', zei ze. 'Toch kan zo'n Jack best oud worden, ik hoorde van een geval van zelfs boven de achttien'.

'In dat geval kunnen we nog even', lachte ik.

We stonden op een sombere zondagochtend aan de rand van onze woonwijk. Bij het losloopweitje.
Zij met haar bastaard, ik met mijn Jack Russel.
Zij in een dikke winterjas, ik in een dunne fleece.
Zij met een fruitig hoedje, ik met een verschoten pet.

'Rijdt u motor ?', informeerde ze.
'Ja, klopt. Maar vanwaar deze vraag ? Is het te zien ?', vroeg ik ietwat verbaasd.
'Ja, dat kun je goed zien'.

Ik moest daar toch even over nadenken.

'Aan mijn postuur of zo ?', probeerde ik na vijf tellen. Ik zag de relatie echt niet maar wellicht....

'Uw pet', lachte ze. Ik lees "Yamaha"'. Ik trok hem in een reflex van mijn hoofd en keek. Dat hoefde natuurlijk niet want ik wist drommels goed dat ik geen reclame liep voor de Josti-Band.

'Ik vind dat altijd zó stoer, zo'n motor. Mijn man wil er niet aan maar ik zou het toch heel leuk vinden'.
'Is uw man nog niet aan een midlife-activiteit toe ?', vroeg ik met een lach.
'Pfft, daar is hij al heel lang geleden overheen gesprongen'.

Ik proefde iets van cynisme.

'Daar waar normale mannen qua gedrag interessant en uitdagend worden, haakt hij af', ging ze verder. 'Wat dat betreft is het een beetje een saaie Piet hoor. Maar u rijdt een eh... Yamaha dus. En bevalt dat ?'.

Tja, wat moest ik hier nu weer op antwoorden. "Hoe bevalt dat", alsof het haar ene biet zou kunnen schelen.
'Ja hoor, prima', besloot ik te antwoorden en deed dat.

'Leuk', zei ze.
'Ja hè', zei ik.
'Ja'. Ze glimlachte.

Het werd even stil.

'Dus uit Putten, heeft u iets met Putten ? Uw motor daar soms ook vandaan gehaald ?'.

'God bewaar me', lachte ik. 'Nee, ik heb niks met Putten. Ik kreeg via een kennis een tip dat in Putten flink gefokt werd. Met Jack Russels', haastte ik me eraan toe te voegen. Uiteindelijk stond ik hier met een keurige dame te praten en dan laat je platte grapjes achterwege.

'Hahaha, dat begrijp ik maar al te goed. Ik proef overduidelijk de heerlijke smaak van de dubbele betekenis in het christelijke soepje'.

Ik moest een beetje lachen. Eigenlijk best wel een aardig vrouw. En behoorlijk slim. Mijn echtgenote vond haar wat hautain, wat wereldvreemd.

'Dus een christelijk hondje', concludeerde ze. 'Waar zijn ze trouwens ?'.

Ik keek verschrikt om mij heen. Normaal had ik hem aan de riem, maar op deze stille weg liet ik hem wel eens gaan.
Plots zag ik hem. Zeg maar beide. Blijkbaar hielden ze op dat moment zo van elkaar dat onze Jop had besloten de "daad" bij het gevoel te voegen. En als ik het tafereeltje zo aanschouwde, vond zijn pas verworven partner het prima.

Snel renden we de wei in en trokken ze net op tijd van elkaar af.

'Weet u zeker dat hij uit Putten komt ?', informeerde ze vrolijk.
'Ja, heel zeker. Hoezo ?'.

'Volgens mij ondernemen ze dit soort activiteiten uitsluitend met de gordijnen dicht en zeker niet op de dag "des Heeren". Uw hond onderschrijft geenszins de Veluwse opvatting rond de christelijke zondag'.

'Ik wens u overigens nog een vruchtbare zondag toe', lachte ze en liep verder.

Terwijl ik Jop aanlijnde moest ik daar toch even over nadenken.

Ze was inderdaad een beetje wereldvreemd.

Bart

Copyright Brompot Februari 2017