Totaal aantal pageviews

donderdag 23 maart 2017

Tuinplannen...

Het signaal kwam op het moment dat ik net een dag van hard werken achter de kiezen had en ik achter mijn gesloten oogleden een intensieve evaluatie hield. En dat ging al moeizaam omdat ik tijdens deze evaluatie steeds beelden van Corendon doorkreeg die ik afgelopen dagen blijkbaar onbewust van de televisie had geplukt. Een mooie blauwe zee, een parelwit strand en een prachtige dame die mij een ijskoud drankje kwam aanbieden.

'Heb je er al over nagedacht ?', vroeg mijn echtgenote. Ja, dat had ik. Ik voelde wel iets voor de caribien, heel ver weg van mijn werk.

En toen kwam het. Het signaal. Het tikte tegen mijn oogluiken, die piepend en krakend omhoog schoven. Weg evaluatie, weg Corendon, weg wit strand, weg prettige vrouw.

'Ik bedoel de tuin'.

O ja, de tuin. Hij moet worden "aangepakt". Alles eruit en dan alles er weer in. Maar dan op een andere plek. Ik kreeg het er mexicaans benauwd van.

'En, wat gaan we nu doen ?'.

Ik had geen idee. En dat komt omdat ik ben opgegroeid in een flatje aan de Haagse Roldestraat. Het enige stukje tuin wat we daar hadden was een asbest plantenbak die met twee beugeltjes aan het houten balkonhek hing.

Ik weet nog dat mijn moeder daar veel tijd en zorg aan besteedde. Mijn vader vond het bakje helemaal niks en aangezien mijn vader indertijd mijn superman was, vond ook ik het bakje niks.

In die tijd, een kleine zestig jaar geleden, is de basis gelegd voor mijn afkeer van alles wat met het begrip "tuin" van doen heeft. Zo krijg ik een enorme jeuk van die tuinprogramma's op televisie waarbij de presentator als een regenworm met groene vingers een sleepspoor door de modder trekt en in een mum van tijd zo'n tuin heeft volgepropt met de meest exotische planten.

Meestal staat er dan zo'n blije muts bij die dan probeert uit te leggen wat er allemaal gebeurt en dat je het beste bij de plaatselijke Intrashit je spullen kunt kopen. Overigens de meest dure winkel die je kunt treffen...

De tuin. Er moet een nieuwe schutting in, bestrating en andere zaken die je in een optimistische en licht dronken bui hebt geopperd. Om de boel tevreden te houden.

Inmiddels stond er een krantenbak vol met folders, kortingsbonnen en andere tuinzaken te wachten op de dingen die gingen komen. En zo dus ook mijn echtgenote.

'Ik vind dat we dit weekend een besluit moeten nemen en de spullen moeten bestellen'. Ik voelde nu iets van drang en ik was er nog niet helemaal klaar voor.

'Volgende week komt mij beter uit, schat', zei ik. 'Dan heb ik iets meer tijd en gaan we samen op pad. Het komt helemaal goed'. Tja, en dan wordt haar jarenlange samenleef-ervaring met mij in de strijd gegooid. Niet helemaal eerlijk vond ik.

'Bart, ik ken jou. Volgende week is er weer een andere smoes. Nu zijn er aanbiedingen en dat scheelt heel veel euro's. Dat moet jou toch aanspreken ?'.

Haar woorden schoten als goed gerichte projectielen in de richting mijn financiele verstand. Ontwijken was niet zinvol en ik stemde met enige tegenzin toe. Met een diepe zucht zakte ik terug in mijn dagevaluatie en zocht naarstig naar Corendon. Tevergeefs, het werd de Intratuin.

Ik droomde van een dikke laag asfalt...

Bart

Copyright Brompot Maart 2017



dinsdag 21 maart 2017

De ideale schoonzoon....

'Hallo meneer, mag ik u iets vragen ?'. Ik draaide me om en keek in het gezicht van een wat oudere dame. Ze had het bovenste gedeelte van haar hoofd afgedekt met een doorzichtig plastic kapje wat met twee witte vetertjes onder haar kin was vastgeknoopt. Het miezerde en ik stond veilig en droog geschuild onder mijn paraplu.

'Jazeker, wat kan ik voor u doen ?', hoorde ik mezelf vriendelijk antwoorden.
'Weet u, ik ben een beetje verdwaald. Ik moet naar het station, kunt u mij de kortste weg wijzen ?'.

Tja, ik stond halverwege de Van Nispenstraat richting stad en moest toch even nadenken hoe je nu het snelst op het station kwam.

'Bent u lopend ?', informeerde ik.
Het kapje knikte instemmend.
'Ja, ik ben lopend. Alhoewel, mijn schoonzoon heeft me hier neergezet'.
Ik rook iets van een vreemd luchtje.
'Kon hij u niet even naar het station brengen dan ? Het is best nog een eindje lopen'.
'Nee, daar had hij geen zin in'.

'O', zei ik en dacht kort na.
'Weet u een klein beetje de weg in Doetinchem ?'.
Het kapje schudde heen en weer.

'Hij heeft me er bij de Mediamarkt uitgegooid', zei ze met een behoorlijke boosheid.
'Oké', zei ik. Het "eruit gooien" had behalve iets van een onenigheid ook vast iets van een heel lang verhaal in zich. Ik besloot er maar niet op te reageren.
'Ik moet even nadenken hoor', zei ik terwijl ik zo dom mogelijk probeerde te kijken.

'Het ging eigenlijk helemaal nergens over', zei het kapje. 'Ik vond dat hij mijn dochter niet respectvol behandelde. Hij noemde haar een sloerie en toen heb ik hem de waarheid verteld'.

Ik glimlachte maar wat en bleef in de richting van het station kijken. Onderwijl stak ik mijn arm uit om te wijzen.

'En de waarheid kan hard zijn meneer, keihard. En daar kunnen sommige mensen niet tegen'.

'Eens even kijken, mevrouw', zei ik hardop. Ik had geen behoefte aan waarheid.
'Als u nu hier die straat inloopt...'.

'Hij drinkt, hij gokt, jaagt op alles wat een rok draagt en noemt dan mijn dochter een sloerie. En dat zei ik tegen hem. En toen kreeg ik twee minuten tijd om mijn koffer te pakken.
Wat vind u hier nou van ?'.

Ik vond er niks van. Ik moest een boodschap doen bij de Xenos en wilde dat vanwege de druilerige regen zo snel mogelijk afwerken.
'Ja, zulke dingen gebeuren mevrouw', zei ik om ervan af te wezen.
'U gaat dus die straat daar rechts in, en dan volgt u de bocht naar links en aan het eind rechts af. Dan ziet u het gemeentehuis en....'.

'Dat is toch raar ?', ging ze onverstoorbaar verder. 'Zelfs mijn dochter kon hem niet op andere gedachten brengen. En ik was er pas een week en zou drie weken blijven. Ik heb trouwens altijd al tegen mijn dochter gezegd dat hij niet deugt. Ik vind het een waardeloze vent. Maar goed, het is haar leven en als moeder moet je haar keus dan maar respecteren'.

Ik raakte er zo langzamerhand klaar mee.
'U loopt dan langs het gemeentehuis en volgt die weg tot aan de stoplichten. Het is echt een behoorlijk eindje lopen nog'.

'Zeulen zult u bedoelen. De koffer moet ook nog mee. Ik kan die vent wel vernielen', zei ze nog steeds boos. De tranen stonden in haar ogen en ik voelde toch iets van een splintertje medelijden. Ik dacht koortsachtig na en nam toen een besluit.

'Blijft u maar even hier staan mevrouw. Ik loop naar die winkel daar en ben binnen vijf minuten terug. Mijn auto staat hierachter en dan breng ik u wel even naar het station. Ik moet toch die kant op'.

Ze keek me verrast aan. 'Meent u dat ?', vroeg ze.
'Ja hoor, dat meen ik. Ik ben zo terug'.

Toen ik haar wat later op het stationsplein afzette, gaf ze mij een hand.

'Ik ben u zeer erkentelijk meneer', zei ze met een snik. 'Ik ben mijn geloof in de goedheid van sommige mensen nog niet kwijt'.
'Ik wens u sterkte met uw dochter en uiteraard wens ik u een goede reis', zei ik ten afscheid.

Terwijl ik wegreed en nog een keer toeterde stak ze haar hand op en zwaaide.

Ik voelde iets van een column aankomen rond de "ideale schoonzoon".


Bart

Copyright Brompot maart 2017.



maandag 20 maart 2017

Mobiele bejaardenzorgen

Er viel de afgelopen verkiezings propaganda-periode niet aan te ontkomen: de onheilstijdingen rond de aanrollende bejaardentjsunamie die ons komende jaren gaat overspoelen. Hele hordes ouderen die volgens de politiek al plintenklotsend de zorg komen uitwonen en gaan leunen op de sociale grondvesten die ze, hoe wrang ook, ooit zelf hebben opgebouwd.

Vroeger werden ze ondergebracht in reservaten, maar aangezien die te kostbaar zijn geworden zijn ze nu op zichzelf aangewezen of overgeleverd aan een eventuele mantel die hier en daar nog aan een haakje hangt en regelmatig door familie al dan niet liefdevol wordt aangetrokken. Met alle gevolgen van dien.

Gelukkig gaat de politiek er nu iets aan doen. Tenminste, dat is de belofte van Rutte die er twee miljard extra gaat "inpompen". Of het hier gaat om een serieuze aanpak dan wel het afkopen van een schuldgevoel, moet nog blijken. Voorlopig maar even het voordeel van de twijfel gunnen.

Wat in de discussies wordt doodgezwegen is de mobiliteit van onze ouderen. En dan specifiek hun eigen mobiliteit wat ze met het vijftig à zestig jaar geleden behaalde rose papiertje ooit hebben weten te legaliseren. Nu gun ik iedereen zijn mobiele vrijheid maar de vraag blijft of de ronduit lachwekkende medische testjes voldoende zijn om verantwoord rijgedrag bij benadering te kunnen garanderen.

Onlangs was ik getuige van een inparkeeractie van een oudere dame die net over het stuur kon kijken en vermoedelijk blokjes op de pedalen had laten monteren om toch nog iets van een rem te kunnen benutten. Ze poogde op de Bardetplaats achteruit in te parkeren. Toen ze uiteindelijk stond, miste er een niet onbelangrijk aantal verlichtingsonderdelen. En niet alleen aan haar eigen achterkant.

Ook binnen onze eigen familie wordt er geklaagd over soms vreemde schades. Een bejaard familielid heeft regelmatig last van bumperkrassen en deukjes. 'En ze doen niet eens een briefje achter de ruitenwisser', klaagt hij. Tja... heel bijzonder.

Afgelopen zondag reden we over de energieweg toen ons vanaf de stoplichten aan de Liemersweg plotseling een Fiat Panda tegemoet kwam. Het bleek een hoog bejaarde dame die niet alleen op een spook leek, maar ook in die hoedanigheid reed.

Toen ik haar eindelijk zover had dat ze begreep dat er iets fout ging, wees ze eerst naar haar voorhoofd en schoot toen enthousiast het fietspad op om vervolgens een leeftijdsgenoot-met-rollator van de gebreide sokken te rijden.

Misschien zou het goed zijn om bij een leeftijd van een jaartje of tachtig het rijbewijs standaard in te vorderen en alleen terug te geven als men een strenge en een wat mij betreft gratis rijtest heeft ondergaan. Dat kan dan wel uit die twee miljard van Rutte worden gefinancierd. En laten ze het vooral morgen politiek regelen en overmorgen al in laten gaan. Te beginnen bij blinden en slechtzienden.

Gaat op termijn vast heel veel zorgkosten schelen.

Bart.

Copyright Brompot maart 2017

donderdag 16 maart 2017

De postzegelverzamelaar...

Onlangs had ik een snoertje nodig om verbinding te leggen tussen een onzinnig apparaat en mijn computer. En aangezien ik in de buurt was van de Doetinchemse mediamarkt, besloot ik deze voor mij nog altijd heilige grond te betreden. Het bezoekje duurde overigens maar vijf minuten want het onzinnige snoertje werd voor een onzinnige prijs aangeboden. Tja, hoe zegt de mediamarkt dat altijd ? "Ik ben toch niet gek ?"

Overigens: de heilige grond betrof het voormalige postkantoor waar ik eind jaren zeventig van de vorige eeuw aan het PTT loket de kost verdiende.

Onlangs had ik het er nog met een oud collega over. Ik kwam hem toevallig tegen bij café Jansen en het werd al snel een gezellige "oude koeien" ontmoeting. Het opdreggen van "mooie" verhalen zoals over de plaatselijke dorpsgekken die daags in de hal stonden. En over mevrouw huppeldepup die zomers zo schaars gekleed was dat ze bij wijze van spreken met haar boezem een handtekening kon zetten.

En ja, er kwam ook een voor mij wat pijnlijker onderwerp aan de orde: De filatelist...

In ons land kennen we het fenomeen "verzamelaars". Dat zijn mensen die als hobby van alles verzamelen. Zo heb je verzamelaars van speldjes, voetbalplaatjes, mensen die een hele avond naar een sigarenbandje kunnen staren. Je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt verzameld. Het zijn in mijn ogen mensen met een zogenaamde "prettige tik".

Maar er bestaat ook een andere categorie. Niet met een tik, maar met een dreun. Dat zijn de filatelisten. In de volksmond beter bekend als de postzegelverzamelaars. En die zijn gevaarlijk. Tenminste, voor een lokettist van het zogenaamde filatelie loket.

In Doetinchem was dat speciale loketje één keer per maand open en wel op de woensdagavond tussen zes en acht. Dan kwamen ze achter hun plakboeken vandaan om op het postkantoor precies dát zegeltje te kopen die ze nog misten. Ik vond het de meest verschrikkelijke "dienst" en meestal "verkocht" ik hem aan een collega die zelf met een dikke dreun rondliep.

Toch moest ik ook zelf een keer. Dat was op het moment dat het net bekend was geworden dat er hier en daar een zegel met de beeltenis van toenmalig vorstin Juliana een misdruk vertoonde. Ze had een oorring en die zegels waren zeldzaam en dus geld waard. Het gevolg: er kwamen hordes fanaten het kantoor binnen stuiven.

Bij de derde klant ging het al goed mis. De man was zo gestoord dat hij mijn postzegelmap met een waarde van enige duizenden guldens uit mijn handen trok en zelf begon te scheuren. Eén seconde later had ik hem bij zijn stropdas en trok hem half over de balie. En toen ging er iets goed mis...

Onder de balie bevond zich een pedaal voor het stil alarm. En blijkbaar heb ik er in de commotie tegenaan getrapt.

Hoe dan ook: nog geen vijf minuten later stoof er onbedoeld een peloton politie met getrokken pistool het postkantoor binnen en dwongen iedereen alles los te laten en vooral de handjes op te steken.

De volgende ochtend heb ik een gesprek gehad met mijn directeur en er werd in mijn richting een ongekend stevige disciplinaire maatregel genomen:

Ik mocht niet meer achter het filatelistenloket.

Bart

Copyright Brompot maart 2017

dinsdag 14 maart 2017

Een onterecht vooroordeel

Hij zat ietwat onderuitgezakt aan een terrastafeltje aan de rand van het Simonsplein. En ik zat aan een tafeltje naast hem. Het betrof een militair. Tenminste, hij had zo'n camouflagepakje aan waarmee je normaal gesproken ergens tussen de bladeren in het bos zou moeten liggen. Maar nu blijkbaar even niet.

Hij keek wat voor zich uit terwijl hij onderhand aan een strootje trok wat uit zijn mond stak. De rook kringelde driftig in het rond en zoals dat dan gaat: de slierten trekken altijd naar degene die niet rookt. Ik moest dus licht hoesten en keek of er elders nog een plek te vinden was. Blijkbaar viel mijn zoektocht hem op.

'Heeft u last van de rook ?', informeerde hij.
'Wat zegt u ?', vroeg ik. Ik had hem niet verstaan.
'Of u last heeft van mijn sigaret'. Hij wees naar het nog niet opgerookte deel.

Ik had het gevoel dat hij het over zijn sigaret had, maar helemaal verstaan deed ik hem niet. Het was overduidelijk dat het geen achterhoeker betrof. Hier zat iemand in vol ornaat van over de grote rivieren en naar ik vermoedde een Limburger.

'Ik rook niet, vandaar', antwoordde ik op goed geluk.
Hij knikte en drukte het peukje uit.
'U komt hier niet vandaan ?', informeerde ik.
Hij schudde zijn hoofd. 'Nee, Limburg'.
'Dat dacht ik al', zei ik.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik niet veel met Limburgers heb. Ik kan het niet goed onderbouwen, maar op de één of andere manier bekruipt mij altijd het gevoel dat het onverstaanbare feestnummers zijn die het leven niet al te serieus nemen en in ontwikkeling wat achter lopen.

Uiteraard is dat klinkklare onzin want de Limburgers die ik ken, zijn gewoon hardwerkende Nederlanders waar helemaal niets mis mee is.

Misschien heeft het te maken met het beeld wat de vele televisieseries over dit stukje land bij mij hebben opgeroepen. Series zoals bijvoorbeeld "een dagboek van een herdershond" waarin ene kapelaan Odekerke te maken kreeg met een pastoor die het binnen de gemeenschap voor het zeggen had en de rest van de bevolking dom en naïef hield.

Bij mij is waarschijnlijk daardoor het "Limburgs" beeld blijven hangen van een op zwaar katholieke leest geschoeide gemeenschap waar vooral de drie letters "K" de boventoon voerden. "Kut, Kerk en Kapitaal".

Vooral de rol van meneer pastoor was er daarbij één van verregaande inmenging en bemoeienis in het leven van de gemiddelde parochiaan.

Zo heb ik ooit gehoord dat de eminentie zelfs een boekje bijhield met datums waarop de diverse vrouwelijke inwoners van zijn parochie hun eisprong beleefden waarna hij diezelfde avond nog even langs kwam wippen om pa en moe onder het genot van een glaasje pleegzuster-bloedwijn "gezellig" in te stoppen.

Zoals gezegd was mijn vooroordeel nergens op gebaseerd en om dat nogmaals voor mijzelf te bewijzen, knoopte ik een geanimeerd gesprekje aan met deze zuiderling. Ik kon hem weliswaar moeilijk verstaan maar ik zocht de oorzaak daarvan als eerste bij mijzelf: grijze doofheid.

Zo vroeg ik hem wat hij in onze stad kwam doen waarop hij wist te melden dat hij zijn luitenant bij zijn vriendin had afgezet om hem over een uurtje of twee weer op te halen. Hij had nu even tijd voor een toeristisch bezoekje aan de stad waar hij in het verleden al eens met MVV, zijn voetbalclub, was geweest.

En natuurlijk, we hadden het over zijn opa die eerst in de mijnen had gewerkt en daarna Dafjes met het "pientere pookje" in elkaar had gezet. Over zijn vader die bij de brouwerij werkte en uiteraard over hemzelf die zijn school niet had afgemaakt en dan maar min of meer noodgedwongen voor een legercarriere had gekozen.

Het werd best gezellig en mijn vooroordeel ebte snel weg. Tot zelfs aan het randje van het putje toe. Tot aan het randje, want toen ik hem vroeg waar in Limburg hij was geboren, raakte ik van zijn antwoord onbewust toch weer in een onbegrijpelijke twijfel.

Meneer kwam uit Simpelveld.

Bart

Copyright Brompot Maart 2017





zondag 12 maart 2017

Een test-ontbijtje...

Onlangs hoorde ik dat er onderzoek wordt gedaan naar de haalbaarheid van het bouwen van een nieuwe "van der Valk" vestiging aan de rand van Doetinchem. Nee, ik bedoel niet een dependance van het "Het Slingeland", want dat betreft een ander onderzoek. Het gaat echt om de bekende hotelvogel die blijkbaar drang voelt om aan de A18 neer te strijken.

Uiteraard vindt iedereen er wel iets van, en zo ook ondergetekende. Maar omdat wij altijd wel van de objectieve meting zijn, besloten we om met een paar vrienden een bezoekje te brengen aan de "van der Valkjes" in Duiven. En dan niet om te overnachten, maar om de basis te testen wat hoort bij het traditionele zondagse gekriek van deze dag: het ontbijtje.

Ik kan er kort over zijn: er waren meer dan voldoende calorieën beschikbaar om je maag de rest van de dag, zeg maar dagen, prima mee af te troefelen. Bovendien was het er ook nog prettig toeven. Prima stoelen, vriendelijk personeel, kortom: we voelden ons geheel op ons gemak.

Naast een aantal mede-kriekers zaten er ook wat stelletjes die een nachtje waren blijven hotellen. Je pikte ze er moeiteloos uit: vermoeide blikken, omzoomd door niet meer weg te poederen oogwallen. Dit alles in het teken van een vermoedelijk zware nacht. Meer hoef ik er niet over te melden want het hoort allemaal tot de "van der Valk-geheimen" die wellicht over honderd jaar nog een keer op Shownieuws openbaar worden gemaakt.

Het was dus een prettige ochtend en als ik er zo over nadenk, dan mag de Doetinchemse ontbijthoreca zich best eens op de kop krabbelen. Een droog broodje met een eitje, glaasje jus en een bakkie koffie zijn echt niet genoeg om de dreigende concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Maar gelukkig heeft men nog alle tijd om zich op de komst voor te bereiden want voorlopig zit de Toekan veilig opgehokt in zijn kooi.

Toch is het niet allemáál halleluja bij "de Valk". Dat ondekte ik toen we op het punt stonden om te vertrekken..

Ik sta binnen de familiekring bekend om het hebben van een sterke blaas. Maar als ie uiteindelijk vol is, dan is ie ook echt vol en moet er worden geleegd.

Bij van der Valk volg je dan de borden om na een stevige wandeling uiteindelijk bij twee deuren uit te komen waar je wordt uitgenodigd tot het maken van een definitieve keus.

Men heeft ervoor gekozen om de toiletdeuren te voorzien van een tekening waarbij de gasten dan zelf moeten bepalen wat met de mannenafdeling of de vrouwenvleugel wordt bedoeld. Ik zag iets van een gezicht op één van de deuren en ik zou zweren dat ik een snor boven een lip zag hangen. Ik nam dan ook vanwege de druk een resoluut besluit.

Ik heb ook de volgens mijn echtgenote onhebbelijke gewoonte bij het binnenlopen van een toiletruimte wat voorbereidende activiteiten te ondernemen. De toegangspoort annex uitgang rits ik al lopend los om snel te kunnen lozen. Tja, en dan zoek je in zo'n moderne ruimte naar een basisvoorziening zoals een aan de muur geschroefde urinoir.

Terwijl ik haastig rondkeek hoorde ik achter mij een toilet spoelen en draaide ik mij om. De deur ging open en er verscheen een niet onaardig ogende dame van rond de dertig lentes...

Ze keek mij met open mond aan. Ik haar....

En terwijl ik bijna onzichtbaar mijn rits dichttrok, kon ik maar tot één conclusie komen: deze vrouw had weliswaar behoorlijke wallen onder haar ogen, maar er was absoluut geen sprake van een snor.

Bart

Copyright Brompot maart 2017



vrijdag 10 maart 2017

De aai-pet

Afgelopen week zat ik gezellig met mijn jongste kleinzoon van vier in de kamer op de bank. Hij aan de limonade, ik aan de koffie. Hij een ontbijtkoek, ik een stuk speculaas. We zaten lekker gezellig te keuvelen over de belangrijke dingen van het leven. Hij sprak daarbij enthousiast over de "aai-pet" en ik over onze hond die heel sneaky probeerde de koek uit zijn handje te trekken.

'Opa, mag ik nu op de "aai-pet" ?'. Hij doelde op de tablet die voor mij op de tafel lag.
'Verveel je je een beetje ?', vroeg ik. 'Waarom ga je niet met de auto's spelen ?'. Ik wees daarbij op de enorme kist speelgoed die we ooit hadden bewaard voor de eventuele kleinkinderen.

'Ik wil op de "aai-pet"', klonk het opnieuw.
'Nee knul, dat gaan we niet doen. Je kunt gaan spelen met de lego en met de autootjes. We gaan nu niet op de tablet'.
'Maar ik wil het', jammerde hij.
'Maar ik wil het niet', herhaalde ik streng.

Ik hoorde nu iets van een huilbui aankomen. En daar heb ik zo'n ongelooflijke pesthekel aan. Dat kinderen uit pure chantageoverwegingen gaan huilen omdat ze hun zin niet krijgen. Ik trok hem bij me op schoot.
'Waarom moet je nu huilen ?', vroeg ik.
'IK WIL MET DE AAI-PET !!!'. Hij snikte het uit.
Ik zocht ondertussen naar de schuldvraag en kwam toch bij de ouders uit. Welke ouder laat nou zijn kind met een tablet spelen...

Het snikken hield aan en hij drukte er nog een paar decibellen bij op.

Plotseling echter kwam er een kentering. Onze hond was het "aai-pet" gezanik ook zat, zag zijn kans schoon en hapte de koek uit zijn hand. Toen ging het niet meer over de tablet maar over de hond die zijn koek had gejat. Tja, en dan kun je wel een nieuwe koek doneren, maar het helpt niet in het troosten. Er moest iets leuks gebeuren. 'Ik wihihil de "aai-pehet" Opa'.....

'Zal Opa de TV aanzetten dan ?', stelde ik voor, eigenwijs als ik ben.
Hij knikte al snikkend en drie tellen later zaten we ergens op een kinderpulp-programma.
'Vind ik niet leuk !!', riep hij.
'Ik ook niet !!!', riep ik.
Toen dacht ik aan YouTube waar de nodige oude kinderprogramma's op terug te halen zijn. Onze kinderen vonden die vroeger leuk.

Even later leefden we in Swiebertjesland en legde ik de kleine man uit dat Bromsnor en Opa toch echt twee verschillende personen zijn en dat Oma niets te maken heeft met Saartje. En dat Oma niet de rol van huishoudster heeft binnen ons gezin. Ja, je moet altijd opletten wat je zegt.

Na vijf minuten bleek ook Swiebertje niks. Hij wilde toch liever Bob de Bouwer of de "aai-pet". Ik gaf het nog niet op. Onze kinderen konden vroeger ook altijd heel erg genieten van Theo en Thea.

Maar helaas, ook het "tenenkaas-imperium" van voornoemde toppers bleek niet interessant genoeg. Zelfs niet toen ik mij een tweetal witte tandjes herinnerde, die ik nog ergens tussen de carnavalspullen van onze kinderen had bewaard. Toen ik even later met de konijnentandjes binnenkwam moest hij lachen. Ik had de strijd gewonnen. Alhoewel...

'Mag ik nu dan met de "aai-pet", opa ?'. Ik slaakte een zucht.

Even later aaide hij zijn vingertje over de tablet en ik verdiepte mij verder in de Theo en Thea story. Toen wat later de voordeurbel ging en er zich een collectant van de dierenbescherming aandiende, schoot hij in de lach.

Of ik het konijn op een diervriendelijke wijze had geslacht.

Ik had de tandjes nog in.

Bart

Copyrihgt Brompot maart 2017

woensdag 8 maart 2017

Een visioen

'Ik weet dat ik u een rare vraag stel, mevrouw, maar verkoopt u op dit moment ook softijs ?'. Ze veegde haar handen af aan een rood geruite lap, wat met een rood plastic knijpertje aan een haakje hing.

'Softijs, nee meneer', lachte ze, 'dat hebben we in deze tijd van het jaar nog niet. Ik heb wel verpakt ijs, we hebben ijstaart in de diepvries, maar softijs....'. Ze schudde nogmaals haar hoofd.

'Dat is jammer, want ik heb er zin', zei ik. 'Dat heb je wel eens, dat je zo op straat loopt en dat je ineens een visioen van een ijsje krijgt en dat je er op dat moment ook meteen één wil'.

'Ja, dat ik herken ik wel', zei ze. 'Ik heb dat wel eens als ik dorst heb. Dan zie je ineens een fles frisdrank staan waar aan de buitenkant de condensdruppels vanaf druipen.Je zou hem wel in één teug leeg wil drinken'.

'Juist, dat bedoel ik. Wanneer denkt u weer softijs te verkopen ?', informeerde ik.
'Ik denk zo eind maart, begin april', zei ze.
'Tja, dan is mijn visioen natuurlijk allang gesmolten. Ze glimlachte.

'Kan ik dan verder nog iets voor u betekenen ?', vroeg ze. 'Kroketje misschien, frikadelletje, broodje ham, kaas, broodje gezond... ?'.

'Nee, dank u. Ik wil alleen een ijsje. Denkt u trouwens dat er hier in de buurt een zaakje is waar ze op dit moment wel softijs verkopen ? Ik heb er echt zo'n zin aan'.

Ik ontdekte een ondiepe rimpel op haar voorhoofd. Ze dacht na.
'Nee, ik zou het zo niet weten. Weet u, ik kom hier niet vandaan. Dus ik heb echt geen idee'.

'O, waar komt u dan vandaan ?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Uit Den Haag', antwoordde ze.
'Nou', zei ik, 'dat is ook toevallig: ik kom ook uit Den Haag. En hoe komt u dan zo in Doetinchem terecht ?'.
Ze veegde opnieuw aan het lapje.

'Mijn vriend woont hier en omdat hij niet in Den Haag wilde wonen, ben ik noodgedwongen naar de Achterhoek verhuisd'.
'Ja, voor de liefde doe je alles', lachte ik. 'Ik hoor overigens weinig accent bij u'.

'Dat kan want ik kom van de Veluwe'.
'Oké', zei ik. 'Dus van de Veluwe naar Den Haag. Dat is overigens al een beste stap. En dan ook nog naar de Achterhoek. Dat moet een cultuurshock hebben veroorzaakt'.
'Valt wel mee hoor', lachte ze. 'Maar zo zie je maar weer: het kan allemaal net even anders lopen in het leven'.

Ik keek haar aan en stelde vast dat het een mooie vrouw betrof. Een prachtig gevormd gezicht, mooie donkere ogen, ze had echt een van naturen prettige uitstraling. Vanonder haar grappige "Cora van Mora"-mutsje stak een lok blond krullend haar. Ik kon maar tot één conclusie komen: gewoon een leuk iemand om naar te kijken.

'Wat kijkt u ?', vroeg ze. Haar bruine kijkers vertoonden een lichte fonkeling.
'O niks hoor, ik sta nog wat na te denken'.
'O, waarover ? Toch niet meer over dat softijsje ?', lachte ze.
'Haha, nee hoor', ik blaatte en voelde nu iets van een blozende warmte. Tegelijkertijd ontvouwde er zich een vanuit de verte naderend tafereeltje..

Ik zag haar nu zitten op een terrasje. Ze hing wat onderuit gezakt. Haar zomerjurkje had ze tot iets boven haar knieën opgetrokken en terwijl ze met haar hoofd wat achterover lag, bruinde de zon haar gezicht. Op het tafeltje voor haar stond een flesje frisdrank waar de condensdruppels vanaf gleden...
Ik zat naast haar en eveneens te genieten van de zon. In mijn hand hield ik een softijsje en likte eraan...
'Ohhh wat is dat toch altijd hemels genieten', hoorde ik mezelf vanuit de verte zeggen.

'Wat bedoelt u ?', klonk het vanuit de snackbar op aarde.
Ik schrok en keek op. De warmte was in één keer verdwenen en maakte plaats voor de harde realiteit.

'Helaas, de volgende keer beter', zei ik. 'Het ijsje', merkte ik ter verduidelijking op toen ze niet meteen reageerde. Ik knikte vervolgens vriendelijk, zij fonkelde terug, en ik liep de snackbar uit.

Terwijl ik op de stoep stond en nog een keer naar binnen keek, bekroop mij het gevoel dat fictie en werkelijkheid soms nét te ver uit elkaar liggen. Ik voelde iets van een teleurstelling.

Bart

Copyright Brompot maart 2017








maandag 6 maart 2017

Rare trekjes...

Volgens mijn echtgenote trek ik altijd een raar gezicht als ik lees. En dan met name als ik onderaan de bladzijde ben aangekomen en om moet slaan. Ik schijn dan mijn bovenlip iets over mijn onderlip te duwen waardoor de boel wat scheef trekt. Ik heb het zelf eens willen bekijken voor de spiegel. Maar dat lukte niet want toen ik onderaan de bladzijde was aangekomen, kon ik nèt niet in de spiegel kijken. Irritant. Ik moet dus maar op haar verhaal afgaan.

Uiteraard ben ik niet de enige die soms een raar gezicht trekt. Maar dan zie je vaak dat er een andere reden aan ten grondslag ligt. En dan gaat het vaak om jokken of soms zelfs om het keihard belazeren van de kluit.

Momenteel worden we min of meer gedwongen om naar de scheeftrekkende tronies van de lijsttrekkers te kijken die op vijftien maart de verkiezingstombola ingaan. Je kunt ze gewoon niet meer ontlopen of je moet een paar weken onder een hunebed duiken. En die koppen spreken, voor wat betreft het belazeren van stemgerechtigd Nederland, boekdelen.

Zo kun je er feilloos gereformeerd nederland uithalen. Met van die zoete prevelmondjes en waar niet alleen de politieke schijnheiligheid vanaf druipt. 

Of die van de SP waar de eurotekens in de ogen met de dag groter worden en bijna niet kunnen wachten op het startsignaal om van Nederland één groot ambtenarenrijk te maken. 

Om vervolgens de euro's vol socialistisch enthousiasme er met bakken tegelijk uit te smijten. Net zolang totdat de volgende crisis zich aandient. Waarschijnlijk binnen twee maanden.

En dan natuurlijk de ongeloofwaardige en onsympathieke uitstraling van de Turkse Denk tank, of die van Sylvana Simons met dat eeuwige geleuter over de slavernij en discriminatie. 

Ze trekt een zo ondeugend streng gezicht dat ik niet aan de indruk kan ontkomen dat ze zelf 's avonds met een flinke zweep achter haar in een matrozenpakje gestoken partner aanrent.

Nog iets speciaals: het Wilders-hoofd. De kop die alleen maar boosheid uitstraalt. Ik zou hem klonen en bij elke ingang van de BV Nederland op een grenspaal spiesen. Durft er geen vluchteling meer ons land binnen te komen.

Pechtold daarentegen trekt continue een komiekenhoofd en treedt regelmatig op in Carré. Dat hij daarmee zijn politieke geloofwaardigheid verliest neemt hij op de koop toe.

En wat te denken van hoofdpiet Rutte die volgens goed VVD gebruik draait, keert, jokt en soms ook keihard liegt. Hij heeft wel het voordeel dat hij "samen" met zijn "arbeidersvrienden" het land uit het crisisriool heeft gesleept. Asscher en consorten hebben er politiek gezien een pijnlijk achterwerk aan overgehouden en hij, Asscher, trekt nog steeds het pruil-lipperige slachtofferbekkie. Komt ook nooit meer goed.

Tot slot: Jesse Klaver van het linkse tuincentrum. Toen ik vorige week Doetinchem uitreed, dook zijn Groen Linkse kop totaal overwacht op uit de berm. Als we het dan over vreemde trekjes hebben: deze struikrover gaat naar verwachting zowel letterlijk als figuurlijk politieke ongelukken veroorzaken. 

Misschien dat hij voortaan eerst in de spiegel zou kunnen kijken alvorens in de berm te duiken. Gaat hem, publiciteitsgeil als hij is, vast lukken.

Bart

Copyright Brompot maart 2017

zaterdag 4 maart 2017

Spiegeltje spiegeltje

Vanochtend stond ik aangekleed en wel rond half zes voor de spiegel. Gewoon zo'n lange spiegel die veelal in de gang hangt en waarbij je ongeveer vijfenzeventig procent van je lichaam kunt bewonderen. Meestal kijk ik nog even alvorens weg te gaan. Een laatste controleblik zeg maar. Dat doe ik omdat ik vaak niet goed wakker ben en er soms dingen tijdens het aankleedproces verkeerd gaan.

Zo wist laatst een vrouwelijke medewerkster mij te melden dat er iets niet goed was met mijn trui. Ik had hem verkeerd aan. Binnenste buiten oftewel "krang" zoals mijn echtgenote het altijd noemt. Overigens treedt zij meestal op als laatste-check moment maar vanwege het feit dat ze zo rond half zes in de ochtend nog op één oor ligt en ik dat graag zo wil houden, moet ik mezelf behelpen met de spiegel.

Het zag er zo op het eerste oog wel goed uit. Maar toen ik een kwartslag draaide ontdekte ik tot mijn frustratie en ergernis dat ik een broeklus was vergeten met het insteken van mijn riem. Ik baalde als de welbekende stekker en besloot nijdig dat ik er iets mee moest. Ik draaide de dimmer van de gang-lamp op vol vermogen en trok in het felle licht mijn riem eruit. En toen begon de ellende. Zo half voor de spiegel probeerde ik hem opnieuw door de lussen te duwen. Kun je vergeten.

Er bleef uiteindelijk nog maar één mogelijkheid over: broek uit, op de grond leggen en de riem erin prutten. Twee seconden later lag ik in mijn onderbroek, op mijn knieën, in het volle licht in de hal met mijn achterwerk richting voordeur.

Een niet onbelangrijk detail in dit verhaal: wij zijn geabonneerd op de Gelderlander. En die komt elke ochtend rond half zes. Soms precies, soms iets vroeger en soms iets later.

Toen ik bezig was, voelde ik iets van een koude luchtstroom langs mijn onderrug sluipen. Logisch, want terwijl ik op mijn knieën lag te beunen, ontstond er, laten we maar zeggen, wat zichtbare ruimte.

En toen kwam de krant. Tenminste, de krantenjuf stond voor de deur. Ze had vol zicht op het tafereeltje in de hal en vroeg zich af of ze mij moest laten schrikken door de krant in de brievenbus te gleuven of mij even te waarschuwen met een dreun op het raam. Ze besloot het laatste en lachte er meer dan vriendelijk bij.

Ik schrok me rot en viel voorover met mijn kop tegen de trap. Ik heb vervolgens nog even kort contact gehad met Mekka. Meer tijd kreeg ik niet want van boven hoorde ik nu gestommel en dat betekende op dat moment van de dag gedoe.

Uiteindelijk vertrok ik een half uur te laat naar mijn werk.

Ik check vanaf vandaag niet meer en de spiegel hangt inmiddels op een andere plaats.

Bart

Copyright Brompot Maart 2017




donderdag 2 maart 2017

Een boodschapje

Ik was onlangs uitverkoren voor het uitvoeren van een simpele opdracht: "ga naar de winkel en haal twee roombotercakes". Er was wel een kleine hindernis ingebouwd want de winkel lag in Heerenveen, een kleine honderdvijfendertig kilometer boven Doetinchem.

Normaal gesproken zou je niet zo snel naar Heerenveen gaan, of je zou een echt dwingende redenen moeten hebben. Ik denk dan aan iets van een begrafenis, een erfenis of wellicht een elfstedentocht. Alhoewel dat laatste feit niet aan de orde is. Heerenveen beschikt weliswaar over een ijsbaan maar maakt verder geen onderdeel uit van de befaamde elf steden.

Nee, ik werk in Heerenveen. En dat is de reden dat ik daar regelmatig rondzwerf en in de rol van een soort van zendeling probeer nog wat westerse invloeden in te brengen. Ik kan daar overigens kort over zijn: Dat lukt niet. De gemiddelde Heerenveense Fries is dermate stijf dat hij bij de eerste de beste poging om hem buigzaam danwel flexibel te maken, afknapt. En dan bij de enkels zodat zelfs een elfstedentocht hem niet meer op been kan brengen.

Verder zijn het prima mensen en is het na enig inburgeren goed toeven.

Terug naar de cakeopdracht. Ik stapte in de auto en reed naar een plaatselijk winkelcentrum ergens in de stad. Nadat ik voor zestig cent een parkeerplek had gehuurd, liep ik een Duitse winkel binnen. Het was er behoorlijk druk en het was dan ook even dringen en zoeken, maar uiteindelijk had ik twee cakes in mijn hand en toog naar de kassa.

En daar sta je dan. Eén kassa open, een peloton van minimaal vijftien Friezen voor en achter je met evenveel overladen boodschappenkarren. Aan de kassa een blond meisje. Opeens klonk er uit het niets een dingdong, gevolgd door een versterkt geluid wat uit het mondje van het meisje kwam. Het galmde in voor mij onverstaanbaar Fries door de winkel. Ik was inmiddels opgestoomd naar het begin van de kassaband toen het kind wederom begon te praten. En opnieuw onverstaanbaar.

Er gebeurden nu drie dingen.

-Een roodharige Fries, gestoken in een duits winkelpakje kwam aangelopen.
-Het blonde kind gaf hem een sleutel van kassa twee.
-Er stond plotseling niemand meer achter mij. Die hadden het wel verstaan en stonden nu in de korte rij voor kassa twee.

Toen ik uiteindelijk aan de beurt was, heb ik een psalm gezongen uit de achterhoekse bijbel. Het ging over een "blond deerntje" Ze begreep me niet en laat ik het maar zo zeggen: dat was ook precies mijn doel. Vervolgens ben ik nijdig de winkel uitgelopen.


Nu was dit voor mij niet de eerste keer. Het is mij al eens vaker overkomen.

Zo ging ik ooit aan het werk bij een technisch bureau aan de Heelweg. Ik kreeg volgens afspraak op de eerste werkdag een opleiding en die bestond uit het volgen van de baas om langs deze weg alle acties in mij op te nemen.

Ik liep dus de hele dag braaf achter hem aan en ik vond het eigenlijk allemaal heel leerzaam. En hij vond mij wel een prettige leerling. Tot op het moment dat hij aangaf dat hij een "bultje moest drieten" en ik in het kader van mijn opleiding in beweging kwam om ook deze bijzondere activiteit tot mij te nemen.

De opleiding werd voor de toiletdeur abrupt beeindigd. Aan de prettige relatie is daarna best snel een eind gekomen.

Bart

Copyright Brompot Maart 2017