Totaal aantal pageviews

maandag 22 mei 2017

De knutsel-oppasdag




'Opa, kan jij voor mij een vliegtuigje vouwen ?'.
Voor mij stond mijn kleinzoon met een velletje wit papier in zijn hand wat hij ergens van een blocknote had afgescheurd.

'O ja hoor, dat kan opa wel', riep mijn echtgenote vol vertrouwen vanuit de keuken.
'Ik hoor net dat opa dat kan', zei ik met een licht cynisme in mijn stem.

Hij legde het velletje voor mij op tafel en bleef erbij staan kijken.

'Tja, wat voor vliegtuig wil je dan ?', vroeg ik in de hoop dat hij de rest van de dag zou gaan nadenken.
'Zoals papa die altijd maakt', klonk het. Hij ketste daarmee een extra moeilijke hobbel op de route want nu moest hij ook nog ergens op gaan lijken.
'Zal opa dan een raket vouwen ?', stelde ik voor. 'Nee, zoals papa doet'.

'Dat kan opa heel goed hoor'. De bemoeizucht vloog vanuit de keuken naar de kamer en viel met een zware plof pal voor mij op tafel. Ik stuurde een diepe veelbetekenende zucht-zonder-tekst retour.
'Ga jij nog maar even spelen nog, vent, dan gaat opa vouwen. Als hij klaar is, dan roep ik wel'.
Hij bleef staan.

'Wanneer begin je opa ?', vroeg hij ongeduldig.
'Opa moet heel even nadenken', zei ik om wat extra tijd in te kopen.
'Papa kan dat heel snel', voegde hij eraan toe.

'Kom op opa, hoe moeilijk kan het zijn', riep de keuken.

'Ik denk dat oma het beter kan'.
'Oma heeft nu geen tijd, ik ben aan het soppen'.
'Dacht al zoiets', bromde ik. 'Zo gaat dat meestal'.

Plotseling herinnerde ik mij nog dat er op zolder ergens een doos vol knutselspullen moest staan. Mijn redding.
'Opa moet even naar zolder, ik kom zo terug en dan maak ik een heel mooi vliegtuig voor je'.

'Wat ga je doen ?', vroeg de keuken.
'Even naar zolder'. Ik stond op en liep de trap op.

Wat later vond ik eindelijk de verhuisdoos die inmiddels een jaartje stond te wachten om uitgepakt te worden. Ik trok hem open, het werd vervolgens even zoeken maar toen had ik het te pakken. "Origami voor de beginnende vouwer". Ik pakte het boekje, stootte nog even mijn hoofd aan de lage dakbalken en strompelde toen terug naar de kamer.

'Waar bleef je zo lang ?', informeerde mijn echtgenote.
Triomfantelijk hield ik het boekje omhoog. 'Het vouwen van een vliegtuig', riep ik enthousiast. 'Fluitje van een cent'.

Ofschoon het zo op het eerste oog niet erg op een vliegtuig leek, vond ik op bladzijde tien toch iets wat in de buurt kwam. Mijn kleinzoon was er in ieder geval enthousiast over, en dus begon ik aan de vouwklus.

Half uur later pakte ik met een diepe zucht het laatste velletje in een poging nu tot een luchtwaardig ding te komen en waarmee mijn kleinzoon tevreden zou zijn.

'Het lijkt nergens op', zei mijn echtgenote.
'Moet jij niet soppen ?', informeerde ik op zoek naar rust.
'Opa wat is dat ?', mijn kleinzoon keek beteutert naar de berg mislukte papiertjes en het ding wat nu onder mijn vingers zijn voltooiing naderde. Ik was inmiddels een uur verder.

'Oma, ik wil niet meer een vliegtuig, ik wil een boot. Zoals papa altijd doet. Kan jij dat ?'. Oma knikte enthousiast.

Ik keek ondertussen even naar het miegeltje van het manneke en toen naar mijn creatie. Met een beetje proppen moest het passen.

Bart

Copyright brompot mei 2017

zaterdag 20 mei 2017

Middagje Hamburgerstraat

Onbedoeld kwamen we terecht in een enorme heksenketel. Een kakafonie van bandjes en loslopende muzikanten die volgens mijn echtgenote ter ere van de afsluiting van de avondvierdaagse hun optredens verzorgden. En aangezien onze kleinzoon meedeed aan deze volstrekt nutteloze onderneming, sloot ik mij enthousiast aan en storte mij in een wereld vol Doetinchemse gezelligheid.

Terwijl mijn familie het enorm gapende tijdsgat tussen vertrek verzamellokatie Metzo en finish op het plein voor het gemeentehuis vulden met het doorlopen van de nog resterende kledingzaken die Doetinchem rijk is, plofte ik van lieverlee maar op een bank in de Hamburgerstraat. De familie heeft liever niet dat ik mee ga shoppen.

Ik kan me overigens nog steeds mateloos ergeren aan de derde-rangs architect die ooit had begrepen dat niet de Achterhoek als gebied maar juist de achterhoeker als mens zou krimpen. Qua lengte. En als gevolg daarvan alvast een voorschot had genomen op de hoogte van het zitvlak van de bank: ca 10 centimeter van de grond. Direct gevolg: tegen die tijd dat je zit heb je een dubbele hernia en kom je er zonder takel of ziekenhuis-papagaai nooit meer af.

Ik zat daar dus te zitten en een beetje dom voor mij uit te staren. Er viel weinig intelligents te zien. Ja, een paar dames met op hun hoofd een feestelijke papieren puntmuts. Blijkbaar bezig met een soort van vrijgezellenmiddag hetgeen werd bevestigd door de aanwezigheid van één dame waarbij het vriendinnengroepje nog een ludiek grapje had toegepast. Hou je vast: ze hadden een snor onder haar neus getekend. Men had beter voor een sik kunnen kiezen want echt vrolijk keek deze aanstaande bruid niet.

Ik moest er nog even over nadenken. Over de geschiedenis van dit inmiddels tot op het bot toe versleten fenomeen: dit was zó 1972. Wellicht had de toekomstig echtgenoot dit in gang gezet zodat hij de handen vrij had om zich in het bijzijn van zijn vrienden nog een keer lekker ouderwets en ongestoord vol te laten lopen in de bananenbar op de Amsterdamse wallen.

Naast mij zat een oudere man, ik denk een opa, die door zijn kinderen op het bankje was gedropt met de opdracht naar het vierdaagse wandelende kleinkind te zwaaien. Hij had een snoepzakje-met-halsketting op schoot alsmede een papieren vlaggetje van de plaatselijke Jumbo om het kind als ware het een Max Verstappen bij de finish af te kunnen vlaggen.

Plotseling verscheen er vanuit het niets een fietsend muziekkorps. Ik miste even de link tussen het wandelevenement en de fietsende fanfare. Maar zoals gezegd mis ik sowieso het nut van dit soort activiteiten. Ja, het is een prestatie om de tocht te volbrengen, dat wel, maar dat is een middagje winkelen ook. En dan staat er niemand met een snoepzakje en een Jumbo-vlaggetje bij de finish.

Opeens klonk er een vingerfluit. Ik moest in beweging want de wandelclub was in aantocht. Snel zocht ik een plek tussen het publiek, ergerde me nog kort aan een sukkel die voordrong maar kreeg toen onze kleine man in beeld. Lekker enthousiast huppelde hij met zijn klasgenootjes door de erehaag.

'Dat is mijn kleinzoon', riep ik als een grijze pouw zo trots tegen een dame naast mij.
'Ja, dat is toch een prachtige activiteit voor die kinderen. En een hele prestatie. HENKIEEEEE !', schreeuwde ze enthousiast. Ik kreeg een bos tulpen in mijn snuit gedrukt.

Ik ben snel naar mijn manneke toegelopen en heb hem een dikke knuffel gegeven. Vervolgens zijn we hand in hand achter de muziek aan naar de finish gelopen.

Het was een geweldige middag.

Bart

Copyright brompot mei 2017

donderdag 18 mei 2017

Onwillig..

'En wat gaan we er nu concreet aan doen ?', vroeg hij. 'Dit kan hier niet zo blijven liggen'.
Ik keek somber naar de scherven van iets wat even daarvoor nog een volle pot doperwten was geweest. De groene erwtjes lagen er wat sneu tussen, zich ongetwijfeld realiserend dat dit het onverbiddelijke einde betekende van de voedselcirkel waar ze deel van uitmaakten.

'Tja, ik denk dan aan iets van een bezem ?'.
Hij keek mij aan. 'Denkt u dit enkel met een bezem op te kunnen lossen ?'.
'Heeft u een beter voorstel dan ?', vroeg ik.
'Nee, maar die hoef ik ook niet te hebben. Het is namelijk uw probleem. U laat die pot hier vallen '.

'Heeft u nu een bezem of niet ?', herhaalde ik ongeduldig. Ik had geen zin om hier nog een urenlange discussie te voeren rond de "onnut" van het uit mijn handen laten vallen van een pot doperwten. Bovendien moest ik nog een nieuwe scoren.

'Ja, die heb ik'.
'Mag ik die dan van u gebruiken ? Dan is het snel opgelost'.

'En hoe raapt u de bijeen geveegde rommel dan op ?'. Mij bekroop het gevoel hier te maken te hebben met een machtswellusteling die er het duivelse genoegen in had om me zo afhankelijk mogelijk te laten voelen.

'Met een stoffer en blik', stelde ik impulsief voor.
'Heeft u die dan ?', dramde hij door.
Ik klopte zoekend op mijn zakken. 'Ik geloof het niet. Helemaal vergeten mee te nemen. Zou ik die dan ook even mogen lenen ?'.

'Toe maar, ook nog een stoffer en blik'. Hij slaakte een zucht.

'Maar dan ben ik er nog niet. Ik heb namelijk ook geen vuilnisbak bij me. Mag ik het dan bij u in de kliko mikken ?'. Een eerbaar voorstel.... hij schudde echter fanatiek met zijn arrogante kop.

'Ik wil dat glas absoluut niet in mijn vuilnisbak meneer', zei hij streng. 'Wij scheiden hier alle afval'.

'Waar moet ik het dán laten ?'. Hij haalde zijn schouders op.
'Ik zou het meenemen naar huis en daar weggooien'.

'En hoe meenemen ? In mijn hand ?', vroeg ik nijdig terwijl ik ze veelbetekenend naar voren stak.
'Dat is wederom UW probleem meneer'.

Ik was er helemaal mee klaar. Tijd voor een evaluatie.

'Meneer, ik laat voor uw deur per ongeluk een pot doperwten vallen. Ik wil het opruimen. Zoals het ook hoort. Ik vraag om een bezem, aansluitend om een stoffer-en-blik en verzoek gebruik te mogen maken van uw kliko. Het enige wat u bijdraagt is de melding dat het vooral MIJN probleem is. Wat verwacht u nu nog meer van mij ?'. Ik was inmiddels tot wit-heet opgestookt.

'Ik verwacht dat het wordt opgeruimd', zei hij hatelijk rustig.

'Dat verwacht ik inmiddels ook', zei ik. 'Succes ermee'.

Ofschoon de man nog stevig protesteerde, verliet ik met grote driftige passen de crime-scene.

Toen ik die middag nog even langsfietste was de rommel opgeruimd en ongetwijfeld in de kliko beland.

Ik vermoed met behulp van een pincet.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

dinsdag 16 mei 2017

Een lesje

'En toen kwam ik net de bocht om en was het raak', zei ze.

Ze zat naast me op een bankje aan het oude-ijssel-haventje. Ik zat even uit te puffen van een fietstocht en zij zocht blijkbaar aanspraak en was naast mij gaan zitten. Ze klaagde over "roekeloos fietsende jeugdpuisten die elke verkeersregel aan hun laars lappen" .

'Veel schade ?', informeerde ik quasi belangstellend. Ik was zo langzamerhand wel klaar met het geklaag en maakte aanstalten om verder te gaan.

'Nou, die schade viel uiteindelijk wel mee, een krom voorspadbord en een kapotte koplamp'.
'O, gelukkig dan maar', zei ik kort.

'Maar ik zat zelf wel in de kreukels', ging ze onverstoorbaar verder. 'Kapotte knie, hand geschaafd en een behoorlijke buil op mijn voorhoofd'. Ik keek automatisch naar het voorhoofd. Kon weinig afwijkends ontdekken.

'Hij is inmiddels al behoorlijk geslonken', stelde ik geruststellend vast.

'Maar het doet nog wel zeer als ik er overheen wrijf. En mijn knie doet ook nog steeds zeer'. Ze bukte zich, pakte de rechter pijp van haar broek en trok hem hoog tot net boven de knie. Behalve een stuk kous die om haar kuit knelde, viel er weinig te zien. 'Valt ook nog wel mee, toch ?', zei ik.

'De pijn meneer, het doet zeer. Binnenin is het niet goed'.
'Is er al een foto van gemaakt ?', vroeg ik.
'Nee, dat vond de dokter niet nodig. Het moet met een paar weken over zijn'.
'O dan, dan komt het vast allemaal weer goed'. Ik schoof onderhand naar voren, klaar om op te staan.
De broekspijp werd nu weer naar beneden geduwd.

'Maar wat vindt u dan van de brutaliteit van de jeugd', vroeg ze. 'Het is toch ongehoord. Hij riep alleen maar "sorry" en fietste toen gewoon door'.

'Ik vind er niks van, mevrouw. Jeugd is jeugd en dat is steeds vallen en opstaan. Daar leren ze van', zei ik wijs.

'Nou, maar ze hebben tegenwoordig helemaal geen manieren meer'.

Ik schoof weer naar achteren. Het werd nu interessant.
'Mevrouw, ik weet niet hoe oud u bent, maar ik schat in dat uw haren rond het midden van de jaren zestig in de vorige eeuw wild aan het wapperen waren. Kunt u zich dat nog herinneren ?'.
Ze keek me aan.

'Hoe bedoelt u dat ?', vroeg ze.

'Nooit ondeugend geweest ? Brutaal tegen vader of moeder ?'.
Ze haalde haar schouders op. 'Nou meneer, als ik brutaal was, dan kreeg ik van mijn vader een pak op mijn duvel', lachte ze.
'Het doet vast nog zeer als u eraan denkt ?', vroeg ik.
'Ja, hahaha, inderdaad'.

'Mooi, vooral veel aan blijven denken. Dan wens ik u behalve een fijne dag, nog veel herinneringen toe'.


Bart

Copyright Brompot mei 2017

zaterdag 13 mei 2017

Het trouwalbum

'Dat waren even andere tijden schat', zei mijn echtgenote. 'Toen zag je er nog heel strak uit'. Ze lachte. We bladerden door het gevonden trouwalbum.
'Wil je dat nog één keer herhalen ?', vroeg ik. Ik ging er nog even goed voor zitten.

'Toen zag je er nog strak uit'. Opnieuw een lach.
'Nee, zo zei je het niet. Je zei het anders'.
'Hoezo ?'.
'Je zei er iets vóór, vóór dat "strak"'.
'Ja hallo, ik heb het nu twee keer gezegd. Nog meer veren nodig ? En bovendien, dat was 1978, negenendertig jaar geleden'.

'Je zei dat ik er toen nog HEEL strak uitzag. Dat klinkt nèt iets gemeender'.
'Je bent een zeurende ijdeltuit. Hoe dan ook, dat trouwpak van je had nu nooit meer gepast. En bovendien volledig uit de mode'.

'Hm, het is nu weer modern. Hoe noemen die interieur-opleuk-sukkels dat ook alweer op TV ? Vintage ? Zoiets toch ?'.
'Over vintage gesproken'. Ze streek haar vingers door mijn haar. 'Grijs met kalende plekken'.

'Toch was het een mooi pak. Bruin staat mij altijd goed'.
'Nu niet meer', ze streek opnieuw.

'Ik zou echt niet weten waarom niet. Ik sloeg voorzichtig het blad om.
'Kijk, je moeder. Als je het nu over vintage hebt', zei ik voorzichtig.
'Ik had het niet over vintage schat, jij begon erover'.

'Je moeder was toen jonger dan jij nu bent. Volgens mij moest ze hier huilen'.
'Dat komt omdat ze zag aankomen dat ik met jou een zwaar leven tegemoet zou treden'. Opnieuw een streek door mijn haar.
'Wat zit je toch in mijn haar te wroeten'.
'Het zit niet', lachte ze. 'Het is net zo eigenwijs als de baas zelf'.

'Kijk, het gemeentehuis. Nog vóór de verbouwing'.
'Welke verbouwing ?, het is al talloze malen verbouwd', wist ik.
'Zeur'.

'En de antieke Fordjes van Monnereau'.
'Zie, jij was toen al van de oude meuk', kaatste ze.
'Vintage', zei ik.

'En kijk, mijn trouwboeket. Die was toch zo mooi'.
'Ja, kwestie van smaak toch ?'. Ze keek me aan. 'Mijn moeder was toch mee ?'.
'Ja, voor de kleur. Ze was bang dat het ging vloeken. Ik mocht de kleur van de jurk namelijk niet weten. Geheim'.

'Ohhh, kijk hier dan. Ons statieportret'. Ik keek naar een gelukkig ogend paar.
'Ja, prima fotograaf die Botvliet. Hij kon toen al goed fotoshoppen'. Ik kreeg een por.

'Wat denk je nu, nu je jezelf zo op die foto naast mij ziet staan ?', vroeg ze vol verwachting.

'Dat ik er toch wel HEEL strak uitzag'.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

donderdag 11 mei 2017

Friesch bloed

'Het is best nog fris', zei de man terwijl hij met een enorme open-gevouwen zakdoek een druppel van zijn neus veegde. Hij had net een volgnummer uit de automaat getrokken en nam plaats naast mij in de "prik" wachtkamer van het Slingeland.

'Ja, we hebben echt een koud voorjaar', zei ik terwijl ik naar mijn eigen nummer keek.
'Toch zijn deze temperaturen eigenlijk wel normaal voor de tijd van het jaar', blaatte ik verder.

Hij knikte en veegde een nieuwe drup. 'April doet wat hij wil'.

Inderdaad en weet u wat mijn moeder altijd zei ?: Aprilletje zoet geeft ook wel eens een witte hoed.
Ze gebruikte die kreet altijd als excuus om er bij mij een lepel olifantenlevertraan in te kunnen gieten omdat de "R" nog steeds in de maand zat. Ik protesteerde dan altijd door te roepen dat er in het hele woord sneeuw geen "R" te vinden was'.

Hij lachte.

'Ik ben van oorsprong een Fries', zei hij.
'O', zei ik alsof ik nu naast een met uitsterven bedreigde soort zat.
'En waar ergens in Friesland ?'.
'Ik kom uit Wytgaard, in de buurt van Leeuwarden'. Hij herhaalde het in een onverstaanbaar Fries dialect.

Had ik nog nooit van gehoord en ik zei het tegen hem.

'Nooit van gehoord'.

'Waar komt u vandaan ?', een logische wedervraag.

'Van oorsprong uit Den Haag'.

'Nooit van gehoord'. Hij keek mij aan en bulderde om zijn eigen grapje. Ik stak mijn duim op en lachte maar wat mee.

'Nee, vroeger zochten wij, Friezen, altijd naar kievitseieren', ging hij verder. 'En dan kwam het regelmatig voor dat we in deze tijd niets vonden. Omdat het te koud was.

Ik keek hem aan en kon mij er ook wel iets bij voorstellen dat de kievitten met de aanblik van zo'n onbehouwen Fries, eieren voor hun geld kozen om het zo maar even uit te drukken. Het zal je maar gebeuren dat je net hebt gelegd en dat zo'n uit de klei getrokken boerenpummel je nest komt leegtrekken.

'Dus eigenlijk is het niks bijzonders dat het wat fris is', concludeerde hij.
'We zijn teveel verwend', concludeerde ik.

'Zo is het meneer, verwend. Tot op het bot. Wij Friezen worden koud geboren en gaan koud dood. Het maakt ons niet uit. Neem de winter van negentiendrieenzestig. De elfstedentocht. De watjes lagen voor de kachel en de Friezen stonden op het ijs'.

Het "Elfstedenwoord" was gevallen. Hoe voorspelbaar zo'n Fries. Hij balde zijn vuist en mij bekroop het gevoel dat hij het Friese volkslied wilde zingen.

'De winnaar van drieenzestig was toch ene Paping uit overijssel ?', zei ik snel.

'Jawel, maar zijn oma van vaders kant was een Friezin. Nee meneer, het "Friesche" bloed kruipt waar het niet gaan kan en dat is over de hele wereld.

Op dat moment verscheen mijn nummer op het scherm. 'Over bloed gesproken', mompelde ik en stond op.
'Litertje Haags bloed tappen ?', grapte hij.

Ik knikte. 'Ik ben best blij met mijn Haagse bloed. Het kruipt NIET waar het niet gaan kan, maar loopt dadelijk gewoon in een buisje'.

Ik gaf hem een knipoog en liep glimlachend naar de balie.

Bart

Copyright Brompot mei 2017.

dinsdag 9 mei 2017

Een kanarie-probleem

'Ziet ú hem, meneer?', vroeg een dame die ik al vanaf een afstandje met haar hand als zonneklep richting kruin van een eik zag turen.

'Ik zie nog niks mevrouw want ik weet niet wat u zoekt'.

Het was een dame die qua leeftijd zo tegen de zestig liep schatte ik in.

Mijn echtgenote vindt dat altijd zo knap dat ik leeftijden zo goed kan inschatten. Eigenlijk is dat niet meer dan een simpel trucje. Ik gebruik mijn zelfbeeld als referentie.

'Mijn kanarie. Die is vanochtend tijdens het schoonmaken van de volière ontsnapt'.

'O', zei ik. 'En nu zit hij in die boom?'.

'Ja, tenminste, volgens de bewoonster hier. Die heeft hem daarstrakkies gezien.
PIET, PIEHIEEEET, kom dan bij het vrouwtje'. Ze tikte met haar hand uitnodigend op haar schouder.

Ik vond dat niet zo handig. Ik zou me als Piet wel drie keer bedenken voordat ik op die schouder zou landen om terug in gevangenschap te worden genomen.

'Weet u meneer, normaal hoef ik maar te fluiten en dan zit hij al op mijn schouder'.

'Nu niet', zei ik. 'Dan moet er vast iets ergs aan de hand zijn met Piet'.

'Nee toch, zou het echt ?'. Haar lip trok wat scheef weg en ik voorzag een enorme huilbui.

'Of hij is inmiddels al veilig thuis terug in de volière, dat kan natuurlijk ook', opperde ik in de hoop dat ze niet zou gaan janken.
Wat voor een kleur heeft hij ?', vroeg ik voor de afleiding.

'Geel', zei ze.

Ik had al zo'n bruin vermoeden. 'En wat doet zo'n Piet in de dierenwinkel ? Ik bedoel, wat kost een nieuwe ?'.
Dat was fout. Helemaal fout. De dijken braken volledig door en de tranen gutsten over haar rood bollende wangen.

'Ik wil geen niehieuwe, ik wil Piet terug', snikte ze.

Dat had ik weer. Kutkanarie.
'En uw man ? Is hij ook aan het zoeken ?'.

Ze schudde haar hoofd. 'Die zei dat ik me niet zo moest aanstellen'. Ze snikte nog wat na.

Daar had hij wel een punt, vond ik. Voor vijf euro heb je een hagelnieuwe.

Ik bedacht mij hoe ik mij hier uit moest redden. Stiekem het getroffen gebied verlaten getuigde niet echt van meelevend sociaal gevoel.
'Verzin een list Tom Poes', zei ik tegen mijzelf.

'DAAR GAAT IE', hoorde ik mijzelf opeens roepen. Ik wees tegelijkertijd in de richting van de brandende zon.

'Waar dan, ik kan niets zien, die rotzon', riep ze. 'Ging hij die kant op ?', vroeg ze al wijzend.
Ik knikte.
'Dan is hij nu onderweg naar huis. Dank u wel meneer, dank u wel'. Ze rende weg.

Ik keek haar kort na.

Komende tijd neem ik een andere wandelroute...

Bart

Copyright Brompot mei 2017

maandag 8 mei 2017

Koningsdag op een terrasje

'Mag ik van u een tosti kaas ?', vroeg ik nadat mijn echtgenote een tosti met tonijn had besteld.
'Dat kan', zei de serveerster. Ze toetste de bestelling in een soort van mobiele telefoon.

Ik was zeer verheugd over het "dat kan" signaal. Ik heb er altijd zo'n pesthekel aan dat als je iets besteld, ze het niet blijken te hebben en dat je dan met de hete adem van de serveerster in je nek snel iets anders moet kiezen wat dan vervolgens niet te hachelen blijkt.

'Wilt u er nog iets bij drinken?', vroeg ze met haar vinger boven de knoppenkast.
Ik keek mijn echtgenote aan.
'Doe mij maar een thee', zei ze.
'Smaak ?'.
'Eh, Earl Grey'.
'En u meneer ?
'Een koffie graag. Een gewone koffie'. Ik heb niks met al die bijzondere koffies. Ooit bestelde ik een exotische bak en kreeg ik een vingerhoedje Turks zoutzuur. 

'Tosti kaas, tosti tonijn, een thee Earl Grey en een gewone koffie voor meneer. Anders nog ?'. Ik schudde mijn grijze kop, de serveerster drukte vervolgens op een knop en liep naar het volgende tafeltje. Ik had het vermoeden dat er nu in de keuken een signaal binnen zou komen met de bestelling.

Ondertussen genoten wij van het wat waterige koningsdag-zonnetje wat boven het Simonsplein hing.

'Lekker hė', zei mijn echtgenote.
'Ja', zei ik.

Naast ons kwam er een tafeltje vrij en tegelijkertijd werd hij aan mijn oog onttrokken. Een enorme rookpluim belemmerde mijn uitzicht. Ergens vanuit de damp klonk een krakende rokersstem van iets wat informeerde of de tafel vrij was. Even had ik de neiging om "nee" te zeggen maar de overijverige serveerster stond er al bij en veegde het blad schoon.

'Zo, hij is vrij hoor. Gaat u maar lekker zitten. Zal ik even een asbakje pakken ?'.

En ja hoor, de schoorsteen zat. Nadat de damp wat was opgetrokken zag ik een oudere vrouw, gestoken in slobberige donkere winterjas met een wat smoezelige van witte wol gebreide sjaal die ze meteen afdeed en over de leuning van haar stoel hing. Pal naast mijn neus. Hij stonk naar overleden sigarettenrook.
Instinctief schoof ik iets van haar weg.

Ze keek me aan en glimlachtte. Er werd een rijtje gele rokers-tanden zichtbaar.
'We hebben geluk', zei ze.
Ik knikte bijna onzichtbaar.
'Het weer', verduidelijkte ze.
'Ja, het weer', echoode ik en schoof iets verder van haar af.
'Wat heb je toch, zit eens stil !', riep mijn echtgenote.

Op dat moment arriveerden er twee tosties, een Earl Grey en een kopje koffie'. De serveerster verplaatste het van haar dienblad naar ons tafeltje.

'Heeft u al besloten ?', vroeg ze mijn buurvrouw.
'Kopje koffie graag. Espresso'.

De opdracht werd ingetoetst. 'Komt er zo aan'.
Ze verdween.

'Eet smakelijk', zei ze. Ik knikte.
Ondertussen had ze een nieuwe sigaret opgestoken en de rook kringelde linea recta naar mijn tosti.
'Rustig blijven', zei mij echtgenote.

'Mevrouw, vind u het erg dat ik eet terwijl u rookt ?', vroeg ik, leunend op een oud grapje.
Ik had inmiddels tot tien geteld en was redelijk rustig.
Ze keek me aan.
'O, bent u er zo één ? Zelf zeker veel gerookt ?'.
Ik knikte.
Haar ogen schoten vuur. Ze drukte haar sigaret uit, rukte de sjaal van de leuning, stond op en liep met grote passen weg.
Ik keek haar met verbazing na.

Op dat moment verscheen de serveerster met de bestelde koffie. 'Mevrouw, uw koffie !!!', schreeuwde ze de dame achterna.

Ik wenkte de serveerster.
'Doe geen moeite. Zet maar bij mij op de rekening. En eh... neem alsjeblieft die gore asbak mee'.

Even later zat er een nieuw stelletje naast ons.

'Dit is echt genieten hè', zei mijn buurman.
'Het weer bedoel ik'.

Ik knikte, dit was inderdaad écht genieten.

Bart

Copyright Brompot mei 2017

woensdag 3 mei 2017

Het kraakje

'Goedemorgen meneer, wat kan ik voor u doen ?', vroeg een in een keurig grijs overhemd gestoken receptionist met een meer dan professionele vriendelijkheid. Hij zat achter een lange, iets opgehoogde balie zodat hij precies op ooghoogte met de klant vóór de balie kon communiceren.

Daar moest ongetwijfeld over zijn nagedacht, bedacht ik mij. Een balie-ontwerper die samen met een marketingdeskundige had onderzocht hoe de klant zo strak mogelijk kon worden benaderd.

Hij zat met zijn neus strategisch schuin achter een beeldscherm, zodat hij tegelijkertijd zowel het klantbelang als het bedrijfsbelang kon dienen. Vast ook over nagedacht.

'Goedemorgen. Mijn naam is Vlasblom en ik heb een probleem. Recent heb ik hier een auto gekocht en die is niet goed. Er zit namelijk een kraak in de binnenspiegel. En ik wil het nu graag opgelost zien want ik raak er helemaal gestoord van'.

Ik beet voor het effect de woorden kort af.

'Ja, dat kan ik mij voorstellen, kraakjes zijn altijd irritant. Maar geen probleem, ik laat er meteen even een monteur naar kijken'.

'Aan kijken heb ik niks, dat hebben jullie al twee keer gedaan. Ik wil nu dat het echt wordt opgelost'.

Ik zei het met een ongekende strengheid waar ik zelf van schrok.

'Sorry meneer Vlasblom, dat hebben we dan niet goed gedaan. Namens ons bedrijf biedt ik u onze excuses aan. Als u mij de sleutel geeft, dan gaan we het meteen oplossen. En ondertussen kunt u in de koffiehoek plaatsnemen. Dan gaat Riet u een kopje koffie inschenken'.

Ik zag achter de balie een Riet opstaan en naar voren lopen.

'Loopt u maar mee, meneer Vlasblom, dan schenk ik u een lekker kopje koffie in'. Ze ging mij hooggehakt voor en de punten tikten als hamertjes op de houten showroomvloer.

'Ja, zo'n kraak kan zó irritant zijn', blaatte ze. 'Mijn man kan er ook zó slecht tegen'.

Ik vermoedde dat er nu een gefantaseerd verhaal zou volgen rond de kraak van haar man. Tegen welke kraak zou hij slecht kunnen? Kraakje in de stoel, thuis ? Of misschien in het onderstel van de auto ? Het gekraak van haar nieuwe schoenen ? Of wellicht een ondeugend kraakje in het echtelijke bed.

Het zadel van zijn fiets bleek te kraken.
'Hij moest ook twee keer terug voordat het euvel was verholpen. De oorzaak: Een simpele droge veer', voegde ze er met een glimlach aan toe.

Ja, ja, een mooi passend verhaal. Waarschijnlijk ook door de marketingafdeling bedacht. Ik vroeg mij af wat ik voorgeschoteld had gekregen als er een kreun in de spiegel had gezeten.

'Kijkt u eens meneer Vlasblom. Een kopje koffie. Het bakje met ingredienten vind u op tafel. Melk, suiker, lepeltje. Koekje erbij'. Ze glimlachte vriendelijk.
Ik vond dat ze iets te rode lippen had. Het vloekte een beetje met haar blauw-witte stippeltjesjurk.

'Laten we maar hopen dat het kraakje snel wordt opgelost, niet ?'. Ik knikte.
Ze daaide zich om, schoof iets aan haar witte ceintuur en liep toen al hakken-hamerend terug naar haar plaats achter de balie.

Na het kopje koffie en een rondje showroom-gapen kreeg ik een signaaltje dat de auto klaar was.

'Het is opgelost, meneer Vlasblom', zei de receptionist. Hij staat weer voor'.
'Is de kraak eruit ?', vroeg ik.
'Ja, we hebben hem losgehad. Het bleek een eenvoudig te verhelpen euvel', ging hij verder.
'O ? vertel ?'.

'Er zit een veertje in, en die was droog. Beetje vet en klaar'. Hij lachte keurig.
'Mooi, dan ga ik het proberen', zei ik.

Ik nam afscheid en liep langs de balie naar de uitgang. Aan het eind zat Riet. Ik hield even in.

'Het was een droge veer', zei ik.
Ze knikte en er verscheen een glimlach. 'Droge veren kraken altijd'.

Ik gaf haar een veelbetekenende knipoog.

Bart

Copyright Brompot mei 2017.

dinsdag 2 mei 2017

Klaagzang...

'Dag mevrouw, mag ik u iets vragen ?'. De in een oranje jasje gestoken dame die bezig was met het vullen van de vakken, richtte zich op, stak haar handen in haar zij en strekte haar rug.

'Zo, daar ben ik weer, u had een vraag ?'.
'Last van uw rug ?', informeerde ik meelevend.
'Ja, een beetje, dat komt omdat ik teveel gebukt sta als ik die onderste vakken moet vullen'.

Ik kon mij daar wel iets bij voorstellen. Ze had zichzelf in de loop der jaren behoorlijk stevig uitgebouwd en daar heb je met het bukken flink last van.

'Ze hebben mij altijd uitgelegd dat je door de knieën moet. Dat spaart de rug', zei ik wijs. Ze lachte. 'Dat moet je dan ook maar kunnen'.

Ik voelde een klaagzang van minimaal vijf coupletten aankomen.

'Mijn knieën zijn versleten en door de medische wetenschap volledig verknalt. Ik ben drie keer geopereerd geweest'. Ze stak ter benadrukking een drietal stevige vingers de lucht in.

'Tja', zei ik.

'Bent u ook aan de knieën geopereerd ?', vroeg ze.

Ik besloot om in ieder geval "nee" te zeggen anders stond ik hier tegen sluitingstijd nog.

'Nee, het is allemaal gezond en nog origineel'.

'Prijs je maar gelukkig. Toen ze mij de eerste keer opereerden, wisten ze te melden dat het helemaal goed zou komen. Vijf weken niet op staan maar dan zou mijn kwaal volledig zijn genezen'.

'O', zei ik terwijl ik nog maar eens met een overdreven blik op mijn boodschappenbriefje keek.

'Kunt u zich dat voorstellen ? Dat een huisvrouw vijf weken lang niet op haar benen mag staan ? Twee dagen meneer. En toen stond de afwas tot aan het plafond. Ja, hulp krijg je tegenwoordig niet meer. We hebben het nog aangevraagd maar dat kun je beter achterwege laten. Zonde van de energie'.

Het tweede couplet was aanstaand: "de zorg". Ik slaakte een diepe zucht. 'Ja, dat is best vervelend allemaal. Maar ik zou toch maar een beetje oppassen'.

Ze keek me vragend aan.

'Uw rug', verduidelijkte ik.

'O, ja, mijn rug. Ja, voordat je het weet heb je een hernia. Daar weet mijn man alles van. Die hebben ze...'.

'Waar kan ik de maanzaadbroodjes vinden ?', onderbrak ik haar snel.
'De maanzaadbroodjes, ik heb geen idee', zei ze. 'Annie, weet jij waar het maanzaad ligt ?', vroeg ze een voorbijsnellende collega.

'Weet je dat niet ?', lachte de collega.
'Ja, op de maan', kun jij deze meneer even helpen ? Hij zoekt maanzaadbroodjes'.
'Loopt u maar mee, meneer', zei het collegaatje.
'Sterkte nog', wenste ik haar. Ze knikte vriendelijk

'De maanzaadbroodjes liggen dáár, aan de kopse kant', legde ze uit en wees naar een vakkenrij.
'Wel in deze winkel ?', ik raakte wat opstandig. 'Wat is de kopse kant', informeerde ik verder. 'Waar zit ie'.
'Die zit aan de voorzijde van deze vakkenrij aan het eind van deze gang'.

Even later liep ik gewapend met een zak broodjes terug langs de dame-met-de-knietjes. Ze was in gesprek met een klant.

Terwijl ik voorbij liep, ving ik een flard. De klant werd door haar ingewijd in de wondere wereld van de kaakchirurgie.

Ik besloot deze winkel voorlopig te mijden.

Bart

Copyright Brompot mei 2017