Totaal aantal pageviews

dinsdag 15 augustus 2017

Visserslatijn

Ik fietste in de straffe wind langs de oude ijssel en moest even van de fiets vanwege een flinke niesbui. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker. Mijn echtgenote heeft mij al eens geprobeerd uit te leggen dat zo'n niesbui niet heel erg normaal is en dat ik er eigenlijk iets mee zou moeten doen in de richting van de medische wetenschap.

Ik vond dat onzin. Niezen doe je vanwege een dingetje in je neus. En dat moet eruit en daarom nies je. Ik heb het ook tegen haar gezegd, dat het eigenlijk alleen maar om het dingetje ging. 'Misschien een keertje vaker stofzuigen?', had ik voorgesteld. Ze was behoorlijk gepikeerd geraakt maar het doktersadvies heb ik sindsdien niet meer vernomen.

Een in het riet verscholen visser keek gestoord op.

'Willen ze een beetje bijten?' Ik lanceerde uit nieuwsgierigheid de standaard-vissersvraag. Onderhand poetste ik een flinke druppel van mijn neus.

'Nee', antwoordde hij nors.

Hij tuurde weer geconcentreerd naar zijn dobbertje wat ergens tussen de plukken schuim op het ontstuimig klotsende water heen en weer moest schommelen.

'Waar vis je op?'
'Op vis'.
'Wat voor vis?'
'Tonijn'.

Ik had het al door, hij had waarschijnlijk nog niks gevangen en was behoorlijk chagerijnig.

'Vis je vaker hier?'
'Ja'.
'En dan bijten ze wel?'
'Ja'.
'En wat vang je dan?'.
'Vis'.

Ik kreeg er geen fatsoenlijk antwoord uit. Hij bleef stoïcijns naar zijn dobber staren die ook ik nu ontdekte: een klein rood puntje aan het eind van een stokje wat tezamen met een stuk kurk zorgde dat hij niet meteen onder zou gaan.

Ik zette mijn fiets op de standaard en liep een eindje over het met gras begroeide talud. Daarna zakte ik vanwege mijn ietwat stramme spieren voorzichtig op mijn hurken.

Hij keek weer op maar zei niets.
Stil keken we naar het rusteloze dobbertje.

'Vroeger heb ik ook veel gevist. Op karper. Uren heb ik aan de waterkant doorgebracht. Totdat ik een vrouw aan de haak sloeg die zo tegenspartelde dat ik besloot de hele viskraam aan de wilgen te hangen'.

Hij bleef onbeweeglijk zitten en hield zijn kaken stevig op elkaar.

'Je kunt je dobber moeilijk zien zo tussen die schuimkoppen', zei ik.
Geen reactie.

'Vroeger deden we er een alluminium blikje aan. Die ging dan dansen als je beet had'.
geen reactie.

'Neem je ze mee naar huis als je wat vangt?', informeerde ik.
Geen reactie.

'Een lekkere tonijn is natuurlijk nooit weg', deed ik grappig.
Geen reactie.

Waarschijnlijk stond zijn vrouw hem met een koekepan in de aanslag op te wachten. In geval hij wat had gevangen kon ze meteen aan de slag. In het andere geval kon ze het als wapen gebruiken om hem een flinke aframmeling te geven. In gedachten zag ik het voor mij.

'Heb je voer in het water gegooid?'
Geen reactie.

'Dat deden wij vroeger altijd. Daar kwamen ze met bosjes tegelijk op af. Hengeltje erbij en hup, vis aan de haak'.
Geen reactie.

Ik kreeg het een beetje koud en pijnlijk knieën. Voorzichtig stond ik op.

Op dat moment verdween het dobbertje spontaan onder water. De man gaf een korte ruk waarna hij het spul naar binnen trok. Er werd nu een klein voorntje zichtbaar wat hevig heen en weer spartelde.

'Nou, je hebt in ieder geval iets gevangen. Gooi je hem terug?'.
Geen reactie.

Hij haalde hem voorzichtig van het haakje, trok een leefnet uit het water en gooide hem er voorzichtig in.

Ik was er wel klaar mee en liep terug naar mijn fiets waar ik, voordat ik kon opstappen, opnieuw in een enorme niesstorm belandde.

De visser keek me geirriteerd aan. Zijn blik sprak boekdelen.
Ik glimlachte.

'Het is maar een dingetje in mijn neus. Die moet er even uit', zei ik.
geen reactie.

In één keer begreep ik de echte betekenis van "Visserslatijn"

Ik stapte op en reed met de wind op de boeg naar huis.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017



maandag 14 augustus 2017

Een onenigheidje

'Je hebt me indertijd alleen maar gekozen vanwege mijn tieten'. Ze drukte ter ondersteuning van haar statement met een nijdige beweging haar borsten hoog. Het vuur spoot uit haar ogen, ze was pisnijdig. Hij stond er een beetje met zijn handen in zijn zakken bij en schudde zijn grijze kop. Nee, niet alleen dáárom, bedacht hij zich, maar het was wel het eerste wat indertijd bij hem in het oog was gesprongen.

Ze hadden eigenlijk maar een klein onenigheidje. Zoals je dat wel eens kunt hebben. Het ging over niks en maar was door wat grappig bedoelde opmerkingen die verkeerd waren uitgepakt, inmiddels uitgegroeid tot een behoorlijke brand.

'Waarom zeg je nu niks?', ratelde ze door.
'Alles wat ik nu nog kan zeggen, gaat verkeerd vallen. Dus zeg ik maar niks'.
'Zie je wel, ik heb gelijk. Het ging je puur om mijn lijf en van enige liefde was dus geen sprake'.
'Schatje, je weet dat je nu een enorme onzin uit loopt te kramen. Natuurlijk had je een Goddelijk lijf en natuurlijk viel ik daar voor. Maar als je je toen zo had gedragen zoals je nu doet, dan was het nooit wat geworden'.

'Hoezo niet?', gilde ze.
'Omdat ik geen zin zou hebben mijn leven te delen met een hysterisch wijf. Ook al had een setje gouden borsten'.
'Dus jij vindt mij een hysterisch wijf?'
'Ja, nu even wel ja'.
'Ik bén helemaal niet hysterisch. Ik ben alleen boos. Op jou', benadrukte ze extra.
'En ik heb níks verkeerds gedaan', zei hij.
'Hoezo niks verkeerds gedaan. Alléén maar !'.

'Waarom heb je mij indertijd eigenlijk gekozen?', vroeg hij.
'Waarom denk je?' Hij haalde zijn schouders op. 'Geen idee'.
'Omdat je er aantrekkelijk uitzag en toen ik je goed leerde kennen je mijn prins op het witte paard bleek te zijn'.
'Dus ook eerst vanwege mijn uiterlijk, mijn gespierde lijf, mijn blonde haar, mijn uitstraling, noem maar op. Daar viel jij dus op'.
'Ja, is dat zo raar dan?', vroeg ze.
'Ja, dat is raar. Je verwijt mij nog geen tien seconden geleden dat ik je alleen maar vanwege je tieten heb gekozen'.
'Dat heb ik helemaal niet gezegd', riep ze.
'Dat heb je wel'.
'Maar zo bedoel ik het helemaal niet'.
'Wat bedoel je dan?'.
'Ik mis gewoon een beetje persoonlijke aandacht. Snap dat dan'.

Hij haalde zijn schouders op. Het laatste couplet was inmiddels uitgezongen en het refrein ingezet. Zo ging dat altijd. Ze zou zich nu gaan beklagen over de kinderen, haar ouders, haar werk, en het feit dat ze onvoldoende steun kreeg. Van hem.

'Weet je Arnold, van de kinderen hoor je ook niks. Net zoals van mijn ouders. Als ze je nodig hebben dan staan ze vóóraan in de rij. Maar verder helemaal niks. Zelfs op mijn werk krijg ik weinig gehoor voor de problemen. En van jou krijg ik al jaren geen steun meer. Je ziet me niet eens meer staan. Ja, die tieten, daar gaat hem om. Als ik optel hoe vaak je het daar over hebt'.

'Ik ga mijn nagels knippen', zei hij en verliet hoofdschuddend de arena.

Toen ze 's avonds in bed lagen en het leven weer op gang leek te zijn gekomen draaide hij zich in haar richting en drukte nog wat speels op haar borsten. 'En toch zijn ze nog steeds prachtig', lachtte hij terwijl hij zijn hoofd ondersteunde met zijn arm. Ze gaf hem een flinke tik over zijn vingers.

'Je bent een schoft, Arnold van Zanten'. Ze knipte het donker aan, draaide zich in zijn richting om en na een diepe zucht werden de vredesfeesten luidruchtig ingezet

Bart

Copyright Brompot augustus 2017


zaterdag 12 augustus 2017

Een bejaard fotomodel...

'Weet u misschien hoe laat het is?', vroeg een bejaarde dame die naast mij op een bankje zat in het park. Ik vermoedde dat ze in één van de nabijgelegen bejaardenwoninkjes woonde en voor wat aanspraak met enige regelmaat op dit bankje plaatsnam. Het vragen naar de tijd was waarschijnlijk een beproefde methode om in gesprek te raken.

'Ik heb geen idee mevrouw', zei ik. 'Ik heb geen horloge om. Maar ik vermoed zo tegen half drie'.
'Heeft u geen telefoon bij u?', vroeg ze.
'Een telefoon? Hoezo, moet u bellen?'
Ze schudde haar hoofd. 'Nee, maar volgens mijn schoonzoon heeft zo'n ding tegenwoordig ook een klok'.

Ik moest even nadenken.

'Inderdaad, u heeft gelijk. Eens even kijken'. Ik ging even wat scheef zitten om met mijn rechterhand mijn smartphone uit mijn achterzak te trekken.

'En?', vroeg ze.
'Even, een momentje hoor. Ik moet hem eerst van het slot halen'.

'Mijn schoonzoon heeft er geen slot opzitten. Heeft u er een sleutel bij dan ?'.

Ik moest lachen. 'Nee, met een sleutel bedoelen ze een code'. Ik typte de code in waarna het schermpje oplichte.
'Het is precies half drie. Zat ik er toch niet ver naast'.

Ze knikte en boog zich iets in mijn richting.
'Dat is een mooi toestelletje', merkte ze op.

'Nou ja, laat ik het zo zeggen: hij doet het. Maar mooi is iets anders'.

'Kun je er ook foto's mee maken? die van mijn schoonzoon kan dat namelijk wel'.
'Deze ook hoor'. Ik hield hem in haar richting en deed alsof ik een foto maakte.
Ze ging er echter goed voor zitten.

'En is het wat?', vroeg ze toen.

'Hahaha, ik deed nét alsof'.
'O, maar klikt u maar hoor. Wacht even, dan ga ik goed zitten'.

Ze draaide zich ietwat, drukte met haar hand haar grijze krullenhoofd wat in model, duwde haar bril wat op en legde haar handen op schoot. Vervolgens rechtte ze haar rug en trok een enorme glimlach.

Ik schoof iets van haar af totdat ze volledig in beeld was en drukte toen op het scherm.

'Heeft ie geklikt', vroeg ze.
'Ja', zei ik en bekeek het plaatje. Hij was nog aardig gelukt ook. Ik liet hem zien.

'U kunt goed fotograferen. Mooi', voegde ze eraan toe.
'Kun je zo'n foto ook gemakkelijk versturen ?', vroeg ze toen.

'Hoezo ? Wilt u meedoen aan de miss Holland verkiezing?', lachte ik.
'Nee, dat niet, maar het is zo'n leuke foto. Ik denk dat mijn dochter hem graag zou willen hebben'.
'O, maar ik kan hem zo versturen hoor. Maar dan heb ik wel haar mobiele nummer nodig'.

'Die heb ik', zei ze.
Ze zocht even in haar handtasje om vervolgens met een nummer op een papiertje op de proppen te komen.
'Dit is zijn nummer, van mijn schoonzoon'.

Ik nam het over en koppelde hem aan de whats-ap. Vervolgens maakte ik een berichtje met uitleg aan met als bijlage haar foto.

Ik las hem aan haar voor. 'Hoi, ik ontmoette uw schoonmoeder en die vroeg of ik een foto kon maken en naar u en haar dochter wilde doorsturen. Wel  bij deze, met de groetjes uit Doetinchem'.

Ze stak ter instemming haar duim op.

'Wel, daar gaat ie dan'. Ik drukte op het schermpje en hij werd verzonden.

'De techniek staat toch voor niets tegenwoordig', merkte ze vrolijk op.
'Ja', blaatte ik, 'nog niet zo lang geleden moest je voor zoiets naar de fotograaf en naar het postkantoor. Ze knikte.

Ondertussen keek ik naar het schermpje en zag twee blauwe vinkjes achter het bericht verschijnen ten teken dat ze het hadden gelezen.
'Nou, ze hebben uw foto binnen hoor', lachte ik. 'En ze typen ook een berichtje terug'.

'O, en wat schrijven ze ?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Ze zijn nog bezig. Duurt altijd even'.

Toen verscheen het bericht.

'Beste verzender, wilt u zo vriendelijk zijn en mijn schoonmoeder uitleggen dat ze nu eindelijk op moet houden met het versturen van foto's. Ze spant iedereen voor haar karretje en dit is inmiddels foto vierentachtig die we deze maand van haar op dat kutbankje hebben ontvangen. Ze kan er nog vijfduizend sturen maar ons besluit staat vast: deze bemoeizuchtige intrigant komt ons huis nooit meer in'.

'En ?', vroeg ze.
Ik dacht twee tellen na en stond op.
Toen:  'U moet de groeten terug hebben, ze vinden het een leuke foto en ze houden heel erg van u'. 

'Ik wens u trouwens nog een prettige middag'.

Ik knikte een keer beleefd en maakte me voordat ze iets kon zeggen uit de voeten.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

maandag 7 augustus 2017

Zadelpijn

'Zullen we zometeen even stoppen?', stelde ik mijn echtgenote voor.

We maakten een zogenaamde knooppunt-fietstocht van een kilometer of veertig en ik had nu na de eerste tien kilometer het gevoel dat mijn speciale "brooks-zadel" meer weg had van een spijkerbed dan van een comfortabele salonstoel zoals dat bij de fietsenmaker was gepromoot.

'Nu al?', klonk het overdreven teleurgesteld achter mij.


'Hoezo nú al?'
'We zijn nét onderweg'.
'We zijn al tien kilometer onderweg'.
'Dat is dus nét'.

'Dat is niet nét. We rijden al ruim een uur'. Ik drukte op de knop van mijn fietscomputer en zag dat we eigenlijk pas drie kwartier onderweg waren en nog maar acht kilometer hadden gefietst. Toch gaf mijn kontgevoel minstens een uur aan.

'We rijden pas drie kwartier', hoorde ik haar achter mij. Tja, zij had ook zo'n ding.

'Dan gaan we wel bij een bankje stoppen', zei ze.
'Dan moet hij wél snel komen', zei ik.

'Kom op Bart, niet zo aanstellen'.
'Ik stel me niet aan, mijn kont doet zeer'.
'Dat komt omdat je steeds beweegt. Je moet stil op dat zadel blijven zitten'.
'Ik zit stil', zei ik.
'Dat is niet zo, ik rij achter je en zie dat je op dat zadel heen en weer schuift'.
'Dat heeft er niets mee te maken', vond ik.

'Zullen we teruggaan?', stelde ze voor. Ik hoorde een irritatie.
'Nee, we gaan niet terug, ik wil gewoon even ontspannend op een bankje zitten. Mijn kont heeft rust nodig'.

'Wat ben je toch een aansteller. Waar blijf je nou met die mooie verhalen over vroeger? Dat je op een racefiets de Ventoux bent opgeklommen. En de Mont Blanc, of hoe heet dat ding'.

'Ik ben de Mont Blanc helemaal niet opgefietst. Dat kan niet want er loopt geen weg naar boven'.

'Nou ja, als ik al die fietsverhalen van jou moet geloven, dan heb je de Tour-de-France zowel vooruit als achteruit gefietst. "Ik heb pijn aan mijn kont". Mietje'.

'Ik ben geen Mietje. Ik heb het gevoel dat de zadelpen tien centimeter mijn darmkanaal is binnengeschoven. Ik zit hier verdorie op een zadel van beton en die gaat pijn doen. Nou ja, gaat... die doet pijn'.

'Blijf dan gewoon eens stil op die fiets zitten', adviseerde ze opnieuw.
'Als ik op één plek blijf zitten, dan gaat het nog meer pijn doen'.

'Waarom heb je eigenlijk geen fietsbroek aangetrokken? Daar zit zo'n zemen lap in. Hij ligt thuis boven in de la'.
'Niet aan gedacht. Waarom heb je dat thuis niet gezegd, dan?'

'Ja hallo, is het jouw kont of mijn kont'.
'We zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd?', zei ik.

Toen we wat later op een bankje zaten,  zakte de pijn. Ik zei het.

'Zie je wel, de pijn is nu bijna weg'.
'logisch', wist ze.
'Hoezo, logisch?'

Ze lachte geniepig. 'Die bank kan niet naar binnen zakken. Als ik jou was, zou ik hem op mijn fiets monteren. Scheelt een hoop gezeur'.

Mij bekroop het gevoel dat er een lijdensweg van nog eens tweeëndertig meedogenloze kilometers aan zat te komen. Op enig medelijden hoefde ik als man niet te rekenen.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

vrijdag 4 augustus 2017

Muntjesrelletje

'Kunt u misschien wisselen?', vroeg een bejaarde dame terwijl ze mij een twee-euromunt voorhield. We stonden bij de winkelwagentjes in de plaatselijke AH.

Eigenlijk had ik geen tijd want mijn auto stond illegaal geparkeerd en ik was hier alleen maar om even een kratje bier te halen.

'Dan moet ik even kijken', zei ik terwijl ik mijn winkelwagenmuntje in de gleuf stak en het karretje naar achteren trok.

'Dank u, zo kan het natuurlijk ook.' Ze pakte het handvat en wilde hem uit mijn hand trekken.

'Dat is niet de bedoeling', lachte ik.
'Hoezo niet?', vroeg ze. Ze keek me verbouwereerd aan.
'Dat is mijn muntje', lachte ik. Ik dacht aan een grap met een verborgen camera of zoiets.
'Dat is een muntje van deze winkel. Niet van u. En nu heb ik hem.' Ze keek me heel boos aan en wilde de kar lostrekken.

Ik werd nu ook boos. 'Mevrouw, het is mijn muntje. Ik wil met alle plezier even kijken of ik uw twee-euro kan wisselen, maar het is en blijft mijn muntje en dus mijn karretje'. Ik nam het handvat en wilde hem nu op mijn beurt lostrekken.

Het gekibbel trok de aandacht van een man die ook iets moest met een kar.

'Problemen mevrouwtje?', vroeg hij aan de dame.
'Ja, deze man hier wil het karretje niet loslaten.'
'Het is mijn muntje en mijn karretje', zei ik nijdig.

Ik keek om en ontdekte achter mij een boom van een vent met een kaalgeschoren kop, gestoken in een trainingsjasje en een niet bijbehorende bloemetjesbroek. Een enorme kolenschop omklemde een postcodeloterijtas van waaruit het geluid klonk van lege flessen.

'Loop jij oude vrouwtjes te treiteren?', vroeg hij. Hij stonk enorm uit zijn ongeschoren bakkes en keek mij met een alles vermorzelende blik aan.

'Bemoei je er niet mee', begon ik moedig.

'Is dat uw kar mevrouwtje?'
'Ja, met een muntje van de winkel.'
'En jij wil dat afpakken?', vroeg hij.

'Bemoei je er niet mee', herhaalde ik nog maar een keer, 'je weet helemaal niet waar het hier over gaat.'

'Jij loopt deze dame af te bekken en te terroriseren. Hier die kar.'

Hij liet zijn tasje vallen en plaatste nu beide kolenschoppen op het blauwe handvat. Met een krachtige ruk trok hij hem uit mijn handen en rolde hem naar de dame.

'Dank u', zei ze. Ze zette haar handtas in de kar en liep door de klaprekjes de winkel binnen.

'En jij nu opfucken', norste hij in mijn richting.

Ik had geen zin in een zinloze discussie en liep vol ongeloof de winkel in. Toen ik bij de kassa aankwam met mijn kratje, en even later ook een nieuw gratis muntje had gescoord, zag ik hem schuiven.

'Juffrouw, even niet opkijken hoor, maar die vent daar in dat sjonniepak en postcodeloterij-tasje, zag ik net een paar pakken batterijen in zijn zak stoppen. Meer weet ik er ook niet van.'

Terwijl ik de Appie uitliep, zag ik de manager met grote passen de winkel inlopen.

Ik heb de afloop niet meer afgewacht.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

donderdag 3 augustus 2017

Van de buurvrouw en de luis.

Ik zag haar aankomen maar wist op voorhand al dat ik niet op tijd meer weg kon komen. Ik stond namelijk op mijn klompen tussen de planten in de voortuin onkruid te schoffelen. En als ik met dezelfde snelheid als waarmee zij naderderde de tuin had moeten verlaten, dan was alles onder druk van maat zevenenveertig platgestampt en had ik echt een probleem.

Een probleem omdat ik nog in mijn proeftijd liep want ik was namelijk nèt drie dagen met pensioen. In het voorkomende geval had mijn echtgenote mij waarschijnlijk bedankt voor bewezen diensten en verbannen naar één of andere huishoudklus met minder risico's: stofzuigen of poetsen. Dan voelde ik toch meer voor de vrijheid van de tuin inclusief de aanwezigheid van deze persona-non-grata.

Ik was dus te laat en bereidde me op het ergste voor. Ik heb namelijk een enorme hekel aan mijn bemoeizuchtige buurvrouw-van-vijf-huizen verderop.

'Morgen buurman, u bent al vroeg productief. Daar moet uw vrouw toch wel heel blij mee zijn. Met zo'n productieve man.'

Die stem, verschrikkelijk. Ik keek quasi onverschillig op. 'O, u bent het,' zei ik zuinigjes.
'Ja, ik ben het.'

Ze trok een lach waarbij ik me in de film "de exorcist" deel vijf waande waarbij het hoofd van de met de duivel bezeten hoofdpersoon tien keer om zijn as draaide. Zoiets.
'U bent de tuin aan het doen?'

'Lijkt er wel op hè?', antwoordde ik opnieuw zo goedkoop mogelijk.
'Nou, nu u het zo zegt lijkt het er inderdaad wel op.'
'Fijn.' Ik schoffelde door.

'Heeft u geen baan meer of zo?', kraste ze.
'Hoezo?'
'Ik zie u de laatste tijd heel vaak bij huis.'
'Dat klopt, ik woon hier.'
'Dat snap ik', zei ze. 'Ik bedoel dat u hele dagen thuis bent.'
'Ik ben hele dagen aan het werk, buurvrouw.'

Ze liet het onderwerp varen.

'U kunt het beste de uitgebloeide bloemen van de margrietjes afknippen', adviseerde ze terwijl ze met haar hand door de plant schoof. Hij stond aan de rand. Ik keek haar een momentje aan.

'Heeft u met uw hand aan de margrietjes gezeten?', vroeg ik ietwat agressief.
'Ja, u moet die uitgebloeide knoppen er uithalen.' Ze bukte zich en knipte er één met haar vingers van de steel.

'Stop, STOP, STOP, NIET DOEN, NIET DOEN', schreeuwde ik.
'Hoezo ? Wat is er?', vroeg ze geschrokken.

'Ik heb er net gif opgespoten. Dat ding zit onder een agressieve uitheemse bladluis. Laat uw hand eens zien?'

Ze was nu echt geschrokken en stak haar hand voorzichtig in mijn richting.

'Ik zie het al. Lekker dan. Het kan gaan irriteren, jeuken en dat duurt dan een dag of drie. En er is volgens de dokter niets aan te doen. U kunt de ellende enigszins beperken door vooral binnen te blijven, zonlicht is funest, en het beste kunt u hem in een bak koud water steken.'

'Ik zie er niks aan', zei ze terwijl ze haar hand grondig inspecteerde.
'Dat klopt, dat is de ellende met die verrekte luis, je ziet er niks aan maar doet wel zijn vernietigende werk. Doe nou maar wat ik zeg, dat beperkt de gevolgen enigszins.'

'Meent u dat nou echt?'
Ik knikte.
Ze keek nog een keer naar haar hand, draaide zich om en liep, terwijl ze haar getroffen hand met haar gezonde hand ondersteunde, terug naar huis.

Ik verwachtte komende tijd geen last meer van deze ingeluisde buuf te ondervinden.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017.




woensdag 2 augustus 2017

blonde tom tom

Ik hoorde ze van verre herrie maken: een man en een vrouw die midden op een punt van kruisende fietspaden een knallende ruzie uitvochten rond de route die moest worden gevolgd.

In eerste instantie voelde ik de neiging om er met de trapondersteuning op "vol vermogen" langs te scheuren, maar doordat ze de weg versperden moest ik fors in de ankers.

'Ik zeg je toch dat we rechts moeten', riep de man. Hij stond met de stang tussen zijn benen vuurrood te wezen en met zijn handen aan het stuur klaar om zo weer op het zadel te wippen en rechts af te slaan.

'Henk, we moeten eerst nog rechtdoor. Pas op, fietser !', schreeuwde ze in één adem. Zij stond naast haar fiets en eveneens met haar handen aan het stuur.

Ze waren naar mijn inschatting redelijk op leeftijd en ik had het idee dat ze een weekje op vakantie waren in de Achterhoek.  Tenminste, aan hun taal te horen kwamen ze niet "uit de streek" want ze ruzieden met een plat-haags accent. 

Omdat ik ook uit "die mooie stad achter de duinen" kom, herkende ik het meteen. En als ik zo naar het uiterlijk van dit koppel keek, kon ik het zelfs traceren als "weggelopen uit de schilderswijk".

Zij had een blonde dot, een enorm achterwerk wat probleemloos op een ijzeren tractorstoel paste, en aan haar oren schommelden een paar ordinaire oorbellen die je met kerst in de boom hangt. Ze droeg een strakke lila fietsbroek tot op de kuiten en aan haar voeten een paar witte sokken die boven de rand van haar rode sportschoentjes staken.

Hij daarentegen was slank en uit de mouwen van zijn T-shirt-met-scheepsroer-en-kompas-opdruk staken een paar donkergebruinde armen vol versleten plakplaten.

'Hallo meneer, we zijn de weg kwijt', zei hij in de hoop dat ik nu af zou stappen en hem de route uit zou leggen.
'Ja, we moeten naar Doesburg, maar hij wil hier rechtsaf terwijl ik zeker weet dat we nog effe rechtuit moeten', riep ze.

'We moeten hier rechts, Marie. Klopt toch?, vroeg hij terwijl hij mij met een paar versleten en lodderige ogen aankeek.

Ik balanceerde met één voet aan de grond en dacht na.

'U komt hier niet vandaan?', vroeg ik om wat tijd te kopen.
'Den Haag', zei ze.
'Ja Den Haag', echode hij. 'Nou, wat is het?, rechts, links of rechtuit'.
'Terug kan ook', grapte ik. Hij keek me aan alsof hij het in Scheveningen hoorde donderen.

'Hoor je dat, Marie?, het kan ook nog wezen dat we terug moeten'.
'Dat kan niet, Doesburg ligt aan de andere kant', gilde ze.
'Ziet u nou wat een eigenwijs wijf dat is? Ik krijg het er benauwd van. Marie, als die man zegt dat we terug moeten, dan gaan we terug. Hij komt hier vandaan'.
Ze haalde haar schouders op. 

'Dan ga jij lekker terug. Ik fiets rechtdoor. Groeten !'. Ze stapte op en vervolgde haar weg.

'Het is een eigenwijs takkewijf', schold hij.
'Maar ze heeft wel gelijk', lachte ik.
'Hoezo gelijk?'.
'Je moet inderdaad nog een paar kilometer rechtuit. Dan zie je een bord met "Doesburg" erop'.

Hij keek me aan alsof hij me ter plaatse wilde omleggen. Toen schoof hij op zijn zadel, spuugde een keer op de grond en reed scheldend achter zijn "wijf" aan.

Ik moest ook naar Doesburg, en sloeg rechtsaf. De kortste, de snelste en zeker op dat moment ook de meest veilige route.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017