Totaal aantal pageviews

woensdag 30 augustus 2017

stofzuigtactiek

'Wil jij dan straks boven stofzuigen? Het is toch slecht weer.'
Ik vroeg mij meteen af wat de relatie was tot het zuigen van de bovenverdieping en het slechte weer. Ik vroeg het haar.

'Wat bedoel je met slecht weer?'.
'Wat ik met slecht weer bedoel? Ga een uurtje buiten staan.' Ze keek me aan alsof ik van een andere planeet was komen aanvliegen.

'Ik bedoel, je zegt net dat het slecht weer is en dat ik dan wel even boven kan zuigen.'
'Ja, is dat zo moeilijk dan? Wat moet ik nog meer uitleggen?'
'Nou, gewoon. De reden is dus niet omdat er stof ligt, maar omdat het slecht weer is. En dat vind ik een vreemde reden. Dus vraag ik om uitleg.'

Ze tikte veelbetekenend met haar vinger tegen haar voorhoofd. Daar waar sommige volkeren een rode stip hebben geplaatst. 'Kijk, als het mooi weer was geweest, had je eindelijk wat in de tuin kunnen doen. Snap je? Het regent nu, dus kun je in plaats van tuinactiviteiten, waarvoor ik overigens al lange tijd geleden een verzoek bij je heb ingediend, boven aan de bak.'

Ik slaakte een diepe zucht en blies de afgewerkte adem in het ballonnetje van de vrouwenlogica. Hij begon enthousiast te zweven.

'Kortom, je twijfelt aan mijn inzet binnen dit huishouden en verwacht nu dat ik vanwege het slechte weer in plaats van het nutteloos in de tuin grasduinen, wel stof kan zuigen. Oké, gaan we doen.'

Uiteindelijk deed ik liever een huishoudelijke klus dan harken, schoffelen en andere groene activiteiten die ik vanwege mijn Haagse balkon-genen verafschuw.

'En ook even de douche meenemen', zei ze terwijl ik met stofzuiger en slang de trap opzeulde.

Na een korte worsteling met de slang, snoer en zuigmond, kreeg ik hem aan de praat en trok ik fluitend baantjes over de slaapkamervloer.

Nu heb ik ooit van een verre buurvrouw, in de volksmond Toos Stofdoek genoemd, op een verjaardagsfeestje gehoord dat als je iemand tevreden wil laten zijn met het resultaat van je zuigactiviteit, je de meubeltjes en overig anders neer moet zetten dan het stond. Goed voor het beeld.

Ik was dus redelijk snel klaar.
'Stop de klok', grapte ik toen ik korte tijd later met de volledige apparatuur weer beneden stond.

'Nu al klaar?', vroeg ze.
'Ja, het is niet zo groot allemaal. Paar flinke halen en hatsenflats.'
'Oké.' Ik zag aan haar houding dat ze het liefst naar boven was gesprint om mijn "geslaagde" recordpoging te checken. Maar omwille van de vrede liet ze dat maar achterwege.

'Heb je ook de douche meegenomen?', vroeg ze. Ik knikte.
'Je moet alleen nog het spul op de juiste plaats terugzetten.'
'Terugzetten? Hoe bedoel je?'
'Ik heb ze vanwege het in de weg staan, aan de kant geschoven. Anders kon ik er niet bij om te zuigen.'

Ze keek me veelbetekenend aan, ze kende de Stofdoektactiek blijkbaar ook, en bezorgde mij vervolgens het gevoel dat mijn zuigrecord vanwege geconstateerde malversaties niet zou worden erkend.

Iets zei mij dat ik daarvoor in de plaats op korte termijn een taakstraf in de tuin ging uitvoeren. Weer of geen weer.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017




dinsdag 29 augustus 2017

Botmoeheid

'En, vindt u het wat ?', vroeg ze. Ze hield de spiegel schuin achter me zodat ik vrij uitzicht had over mijn landschapje.
'Ja hoor, en ook nog prima op kleur', zei ik lachend.
'Ja, mooi egaal grijs.'
'Dat kan ook niet anders', zei ik. 'Ik ben al vanaf mijn vijfendertigste bezig grijs te worden.'
'Zolang al?'
'Ja, zo lang al.'

Ze keek intussen langs mijn hoofd. 'Toch zijn de bakkebaardjes niet helemaal gelijk.'

Ze bleek behoorlijk kritisch op haar eigen kunstwerkje en persoonlijk houd ik daar wel van.
Ze testte nu met twee vingers de lengte en stelde nogmaals vast dat het niet goed was.

'Kan ook zijn dat mijn hoofd wat is scheefgezakt', merkte ik op. 'Uiteindelijk staat hij al ruim zestig jaar op mijn nek, dus best mogelijk dat hij wat botmoeheid vertoont en uit het lood zakt.'

'Nee hoor, er is niets mis met uw hoofd, ze zijn gewoon ongelijk afgeknipt. Ik haal er nog een stukje af.'

Ik zag in gedachten de klussers "Buurman & Buurman" voorbij flitsen. 'Deze tafelpoot is iets te lang, Buur', hoorde ik één van de twee roepen. Vervolgens werd hij een halve meter ingekort. 'Voor mekaar, Buur. A je to!' De tafel wankelde nu op een andere poot.

'Voor mij is het goed zo hoor', zei ik nog. Ik was de regie kwijt.
Ze glimlachte. 'Voor mij niet.' Ze pakte het scheerapparaatje en maaide er nog een stukje af. Vervolgens werden de twee vingers er weer bijgehaald. 'Zo, nu is het goed', zei ze.

Voor mij niet. Ze waren nu echt ongelijk. Ik twijfelde even of ik het zou melden maar ik besloot van niet. Ik had "Buurman & Buurman" nog op mijn netvlies branden. Ze moest trouwens ook nog aan mijn wenkbrauwen sleutelen en daar hechtte ik even meer waarde aan.
Thuis kon ik altijd nog met een centimeter en mijn scheermes aan de gang.

Ze boog zich nu wat voorover, zette een kam op mijn wenkbrauw, trapte het scheerapparaat aan en met een paar woeste bewegingen behoorde het ongewenste borsteleffect tot het verleden. Ook mijn andere wenkbrauw werd nog flink onder handen genomen en toen was het projectje klaar. De cape ging af en ik had mijn vrijheid terug.

'Dat is dan tweeëntwintig euro vijftig', zei ze nadat ik bij het kassameubel was aangekomen.
Ik rekende af en dacht klaar te zijn. Ze keek me echter onderzoekend aan.
'Is er iets?'

'Ja, het lijkt net of de wenkbrauwen toch ook iets ongelijk zijn.' Ik fronste en zij plaatste opnieuw haar twee vingers om wat aanvullend meetwerk uit te voeren.

'U had het net over botmoeheid van uw hoofd', begon ze na enige ogenblikken nagedacht te hebben. 'Dat was serieus bedoeld, toch?'

'Nou, ik denk op dit moment toch meer in de richting van een lengteverschil van je vingers', concludeerde ik met een lach.
Ik gaf haar vervolgens een dikke knipoog en verliet het pand.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

maandag 28 augustus 2017

Snoep

'Opa, ik lust wel een snoepje', zei mijn kleinzoon. Hij liep, efficient als hij is,  alvast naar de snoepkist die bij ons op het aanrecht staat.

'Wat gaan we doen?', vroeg ik.
'Ik mag toch een snoepje?'.
'Nee, je hebt om een snoepje gevraagd, maar ik heb niet gezegd dat je er één mocht'.
'O, maar van mama mag ik dat wel hoor'.
'Jouw mama woont hier niet. Opa en oma wonen hier.'
'Van oma mag het wel.'
'Van oma mag het ook niet.'
'Maar ik wil het.'

'Bram mag wel een snoepje hoor', bemoeide zijn kleine broertje zich ermee.
Tot op dat moment had hij heel sneaky in een hoekje staan wachten om mee te liften op het eventuele succes van zijn oudere broer. Hij zag nu zijn eigen plan in duigen vallen.

'Mijn mama vindt dat goed hoor opa, en mijn papa ook.'
Ik had nu twee druiloren in de keuken staan. Ik meende zelfs het water uit hun mond te zien druppelen. Ik zette er in gedachten een emmer onder die meteen overstroomde.

Ik vond dat ik mijn verantwoordelijkheid als oppassende opa moest nemen en er wat opvoedkundige grondbeginselen in moest stampen.

'Mannen, ik vind dat jullie zeuren. En wie zeurt komt niet aan de beurt'.
'Ik zeur niet, opa, ik wil een snoepje.'
'En ik wil ook', papagaaide de jongste.

Ik was terug bij de start. Het maakte geen indruk.

'Snoep is heel slecht voor jullie buik. Dat kan heeeeel zeer doen. Hebben jullie wel eens pijn in jullie buik?'
'Nee, wij hebben helemaal niet pijn in de buik. Kijk maar.' Hij tilde zijn shirtje hoog en sloeg zich op zijn buikje.

Ik kon niet van de startbaan loskomen. Tja, nieuwe poging. De tanden.

'En van snoep gaan je tanden stuk',  zei ik.
'Nee hoor', zei de oudste nu. Hij miste twee tanden.
'Jij mist twee tanden. Komt van de snoep.'
In principe zou dat natuurlijk kunnen maar sloeg nu nergens op. De oudste wist dat sterk te omzeilen.

'Dat heeft de tandenfee gedaan, Opa, dat heb jij toen gezegd.'
Tja, dat klopte. Weer een dood spoor.

'Maar je kan zo wel al je tanden kwijtraken', zei ik toen. Ik bedacht mij namelijk dat ik een prothese bezit. Zowel boven als onder. Om mijn betoog kracht bij te zetten, trok ik mijn ondergebit eruit en legde hem op het aanrecht. Dat had wél effect.

'Opa, hoe kan dat?'
'Dfat komft omdat ofa teveel gesnoeft heevt', probeerde ik te verwoorden.

Ze rolden over de grond van het lachen. Ik voelde nu iets van een naderende overwinning.

'Dat is leuk opa, dat wil Lars ook', gilde de jongste.

Voordat ik het goed en wel in de gaten had, was mijn gebit van het aanrecht verdwenen en moest ik er achteraan. Het woord "snoep" was nu volledig naar de achtergrond verschoven. Daarvoor in de plaats, moest ik mij nu ernstig zorgen maken over mijn gebit die ik ondanks smeekbedes en uitgevaardigde stalorders niet zomaar terugkreeg.

Plotseling schoot er mij een oplossing in gedachten.

'Jongefs willen jullie een snoefje van ofa?'

'Jaaaaaa', klonk het.
'Dan eerfs mijn fanden.'
'Wat zeg je opa?'

Ik heb ze als antwoord een zak snoep voorgehouden en ik kreeg het idee dat voor dit moment de strijd was beslist.

Ik moet er nog wel over nadenken of ik uiteindelijk een opvoedkundige overwinning heb binnen gesleept.
Ben ik nog niet uit.

Copyright Brompot augustus 2017

vrijdag 25 augustus 2017

Vakantie-afspraken

'Weet je, aan de ene kant vind ik de vakantie-tijd altijd heerlijk, maar aan de andere kant is het wel een behoorlijke spannende periode.'
'Hoe bedoel je, "spannend"?', vroeg ik.
'Precies zoals ik het zeg. Spannend. Je zit drie weken bij elkaar op de lip, en dat kan soms best lastig zijn.'
Ik haalde mijn schouders op.

'Beetje gezwam, Rob, bij ons is het drie weken genieten. Je hebt even lekker tijd voor elkaar. Beetje kletsen, beetje eten, drinken, beetje liefde. Gewoon heerlijk ontspannend.'

'Nou, bij ons is dat toch minder. Zit ik in de auto richting Frankrijk, kijk ik opzij en dan denk ik: drie weken... hoe kom ik het door.'
'Was je liever blijven werken dan?'
'O, nee, dat ook niet. Maar dat gezeur de hele dag.'
'Gezeur?'

'Ja, "gaan we nog iets leuks doen, ik wil nog even naar de markt, ik wil zwemmen, ik wil dit, ik wil dat... ", doodziek wordt je ervan. Ik wil rust en verder niks.'
'Tja, dan kun je beter alleen gaan of nét iets slimmer wezen.'
'Iets slimmer? Hoezo?' Hij reageerde als door een wesp gestoken.
'Nou gewoon. Afspraken maken. Vóóraf.'
'Pffft, afspraken. Lekker dan. Ga je op vakantie voor je rust, moet je een afsprakenlijstje afwerken.'

Ik keek hem aan. 'Beste Rob, spreek af dat je maximaal twee marktjes gaat bezoeken, één stad, één keer naar zee en dat ze voor de rest vrij is om haar eigen tijd in te vullen maar jou met rust moet laten. Het geeft je alle ruimte voor luieren en niks doen. Ik werk al jaren zo.'

'Nou, maar dan ken jij Joke niet. Die laat zich niet vasttimmeren in afspraken'.
'Doe het nou maar. Alle beetjes helpen'.

Paar weken later kwam ik hem weer tegen.
'En, leuke vakantie gehad?', vroeg ik hem.
'Nou, geweldig.' Hij keek er behoorlijk chagerijnig bij.

'Vertel', nodigde ik hem uit.

'Twee marktjes, één stad, één keer naar zee en voor de rest vrij om haar eigen tijd in te vullen en mij met rust te laten'
'Precies, dat werkt', lachtte ik.
'Inderdaad, het werkt. Twee marktjes, één stad, één keer naar zee. Prima. Maar toen begon het laatste bedrijf: vrijheid om haar eigen tijd in te vullen.'

'En waarom nu chagerijnig ?', informeerde ik.

'Wel, ze heeft haar eigen tijd goed besteed: één dagje shoppen in Saint Tropez en daarna heeft ze me inderdaad met rust gelaten. Noodgedwongen want de creditcard was namelijk tot en met de allerlaatste euro leeg.'

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

donderdag 24 augustus 2017

Een dingetje

'Goedemorgen meneer, waarmee kan ik u helpen?' Aan de andere kant van de toonbank stond een in een witte jas gestoken medewerkster van middelbare leeftijd die over haar halve leesbril mij verkoop-bereid aankeek. De veiligheidskettinkjes waarmee haar leesbril was uitgerust hingen in een boogje richting haar ietwat gerimpelde nek.

'Ja, dat kunt u vast wel', zei ik vriendelijk. 'Ik ben op zoek naar een blikje Purol.'
Ze kuchte licht. 'Purol... eh... even denken hoor.'
Ze keek bedenkelijk.
'Dat is een zalfje', hielp ik haar.
'Dat weet ik meneer, ik ken het. Maar het is wel even een dingetje.'
'O', hoorde ik mezelf zeggen. 'Hoezo een dingetje?'

Ik kan me altijd mateloos ergeren aan deze 'nieuwe' uitdrukking. 'Een dingetje.' Het komt uit dezelfde categorie als 'Dan heb ik zoiets van.'
Pure taal-verkrachting. De kettinkjes rammelden licht.

'Waar heeft u het voor nodig?', informeerde ze.
'Om te smeren', zei ik droog.
'Dat begrijp ik, daarvoor is het een zalfje, nietwaar ? Ik bedoel, wat mankeert u?'

Ik dacht even na of ik mijn kwaal prijs moest geven aan een plaatselijke drogist.
'Ik heb een kloof in mijn duim', zei ik toen en stak hem demonstratief naar voren.

'Zo, dat is een flinke', zei ze terwijl ze er bedenkelijk naar keek en haar bril iets omhoog schoof. 'Het is toch wel een gewone kloof, hoop ik? niets bijzonders toch?'

Ze pakte nu mijn duim en onderzocht hem.
'Au !!', riep ik en trok hem terug.

'Nou ja zeg, zo erg is het nu ook weer niet', lachte ze. Vervolgens draaide ze zich om en zocht met haar wijsvinger langs één van de schappen. Even later stonden er vijf potjes voor me op de toonbank.

'Alstublieft. Allemaal echte klovenzalfjes en allemaal even goed. Zegt u het maar.'

Ik staarde naar de uitstalling.

'En de purol?', vroeg ik.

De kettinkjes kwamen opnieuw in beweging.

'Meneer, het is echt wel een dingetje hoor want Purol is namelijk ouderwets en stamt uit de tijd van de kwakzalvers en pillendraaiers. Bovendien stinkt het en is het moddervet zodat binnen de kortste keren alles onder zit. Uw echtgenote wordt daar vast niet blij van.'

Tja, mijn echtgenote werd sowieso niet blij van mijn kloof.

'Deze hier', ze pakte een flesje van het schap, 'deze is homeopathisch. Twee keer daags een druppeltje innemen.'

'Ik neem daags al twee druppeltjes. Met een schuimkraag', mompelde ik. 'Ik wil toch graag een blikje Purol mevrouw.'

'Tja, een blikje Purol dan maar'. Ze liep achter de toonbank een magazijntje in en keerde terug met een blikje.

'Kijkt u eens', zei ze triomfantelijk. Ik pakte het aan en trok het dekseltje eraf. De geur nam me mee in oude tijden en in een flits zag ik mijn moeder een likje op mijn door de kou schraal geworden kont smeren. Ik keerde meteen weer terug in de winkel en smeerde een klodder moddervette Purol op mijn duim.
'Zo', lachte ik. 'Dat verzacht meteen'.

De kettinkjes rammelden richting kassa. 'Dat is dan drie euro vijftig', zei ze.

Ik betaalde en wilde mijn portemonnee terug in mijn kontzak steken. Tja, en toen de klodder.

Ze volgde nieuwsgierig mijn beweging. 'Ja, die klodder is nu wel even een dingetje hè?', zei ze in een poging alsnog haar gelijk te halen.

Ik haalde mijn schouders op, stak hem in één beweging in mijn zak, knikte een keer en liep de winkel uit.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

zondag 20 augustus 2017

Lekke band

Ze keek met een lach naar het schermpje van haar telefoon. Ik vond dat opmerkelijk omdat ze naar mijn idee helemaal geen reden had om blij te kijken. Naast het bankje stond namelijk haar fiets geparkeerd met een behoorlijke lekke voorband.

'Hij appt net dat hij mij komt ophalen. Minuut of tien', zei ze. Ik snapte nu de lach.
'En wie is "hij"?'
'Mijn vriend.'

Ze had dus een vriend. Niet zo verwonderlijk, want ondanks het ontbreken van een trouwring zag deze dame er niet bepaald uit dat ze zich jarenlang had verscholen achter de muren van een klooster en er appelig uit was ontsnapt. Ik schatte haar op eind middelbare leeftijd. Zo rond de zestig.

Ik was haar achterop gereden toen ze met haar fiets aan de hand over het bospad zeulde en ik haar vroeg of ze soms pech had en wellicht hulp nodig had. Een volstrekt overbodige vraag want toen ik naar de fiets keek, ontdekte ik de lege band. En de hulp... ach het was misschien handig dat ik de zware tas over kon nemen zodat ze wat eenvoudiger naar het honderd meter verderop gelegen bankje kon klûnen.

Aangezien ik toch tijd genoeg had en deze dame in mijn ogen niet de meest vervelende leek om de honderd meter al kruiend over een bospad af te leggen, vond ik het prima.

'Heeft hij een aanhanger?', vroeg ik belangstellend.
'Nee zo'n ding wat je achter op de auto drukt.
'Een fietsdrager', stelde ik vast.

'Ja, zo'n ding wat je op de haak drukt en waar je dan twee fietsen op kwijt kunt.'
'Die zijn handig', wist ik.
'Die zijn héél handig', lachte ze.

'En moeten jullie de fietsen dan met zo'n beugel vastzetten of met een riempje.'
'Ik heb werkelijk geen idee. Johan doet dat altijd. Eh... ik denk met zo'n beugel. Ja, met een draaiknop erop. Zo'n rode knop'.

'Ja, die zijn inderdaad handig', oudewijfde ik verder.
'Wij hadden er eerder één waarbij je de fietsen met een riempje moest vastzetten. Heel onhandig', voegde ik eraan toe.

Ze keek ondertussen bijna onafgebroken op haar telefoonschermpje.

'Ja, normaal gesproken heb ik altijd een reparatiesetje bij me. Die zit in het tasje wat onder mijn zadel hoort te hangen.'
Ze keek op. 'Nu dus niet', stelde ze met een betoverende glimlach vast.

'Nee, helaas  anders had ik de band wel voor u geplakt.' Eigenlijk was ik blij dat ik hem niet bij me had want ik had helemaal geen zin in dat gefrunnik aan zo'n band.

'Nou ja, geeft niet hoor. Johan kan elk moment hier zijn en u heeft mij trouwens prima geholpen. Ik red het verder wel.'
'Mooi', hoorde ik mijzelf zeggen en dacht even na.

'Ik wil nog wel even wachten, dan help ik uw vriend met de fiets op de drager te zetten'.

'Dat mag, maar hoeft niet echt', zei ze vriendelijk.

'Ach, anders zit u ook maar alleen aan dit bospad', zei ik terwijl ik me iets in haar richting boog.

'Gezellig.'

Vanuit de verte naderde er een stofwolk en ze sprong op. 'Ik denk dat hij eraan komt. Ja, dat is hem'.

Ze liep naar het midden van het pad en zwaaide. Ik stond eveneens op en ontdekte een donkerblauwe Jaguar uit de jaren zeventig. Hij knipperde met de koplampen en nam gas terug.

'Nou, zie dan, ze zijn met twee man sterk. Mijn zoon is er ook bij.'

Even later stonden de twee mannen naast de auto. Eén van een jaartje of veertig, Johan, en naast hem een jeugdige uitvoering van Brad Pitt. En dan in de volledige stralende  uitvoering.

'En daar staat de fiets?' De oudere man liep er heen en ik volgde.
'Ik zal u even helpen', zei ik. 'Ik ben trouwens Bart'.
'En u bent degene die mijn moeder heeft geholpen?'.

'Mijn moeder?', herhaalde ik verbaasd. Ik draaide mij met een ruk om...

Ze hing half op de motorkap van de Jag en de "Brad" hield haar liefdevol in evenwicht.

Ik ben maar op de fiets gestapt. Ik was hier niet meer nodig.

Ik verwacht dat ze inmiddels samen het bandje liefdevol hebben geplakt.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

donderdag 17 augustus 2017

De hoortest

De laatste tijd kreeg ik vanuit de huiskamer met enige regelmaat het signaal dat ik mijn gehoor eens moest laten testen. Het aantal keren dat een vraag moest worden herhaald stak boven het landelijk gemiddelde uit en dat viel op. Sterker nog: het begon de nodige irritatie op te wekken.

Nu steek ik op een bepaalde manier in elkaar en ga ik vrijwel meteen op zoek naar de oorzaak. Ik vond er twee.

Ten eerste ontdekte ik dat mijn echtgenote te zacht praatte en oorzaak twee: een groot aantal aangeroerde onderwerpen vond ik dermate oninteressant dat mijn gehoor vanuit een soort van zelf-lerende ontwikkeling automatisch standje "Oost-Indisch" inschakelde.

Toen ik afgelopen week echter werd gewezen op het irritante geluid van een verkering-zoekende krekel, bleef er nog maar één mogelijkheid over: de lieve vrede bewaren en mij op korte termijn onderwerpen aan een gehoortest.

Op naar de onbekende planeet van de audiciens.

'Goede morgen mevrouw en meneer. Wat kan ik voor u betekenen?'
'Wat zegt u?', vroeg ik.
We waren geland bij een audicien oftewel een winkelketen voor hoorapparaten.
'Ja, die kennen we', lachte de medewerkster.

'Ik wil graag een gehoortest. Kan dat?'

Het kon wél, maar ik moest even wachten. Er werd nét een kwartel getest op doofheid en dat liep nog even aan.

'Duurt een kwartiertje', zei ze vriendelijk. 'Maar daar staat een koffiezetapparaat. Gaat dat lukken?'

Ja, dat ging vast wel lukken. Alhoewel, ik stond voor een Jura koffiezetter ter waarde van vijf hoorapparaten inclusief tien jaar batterijen. Er blijkt nog voldoende handel te zitten in ouderdomskwalen. Ik zei het tegen mijn echtgenote.

'Mag wat kosten.' Ze keek me aan.
'Je houdt je gemak, Bart. Ik wil dat je je serieus laat testen.'

Met het overheerlijk luxe kopje koffie in de hand nam ik plaats op een leren bank en nam de nieuwe ervaring van een hoorwinkel in mij op.

Aan de muur een groot televisie-scherm met de bekende reclamefilm die je bij de "commerciëlen" ongeveer zes keer per uur over het scherm ziet huppelen. Een oudere man en een enorme blije muts die hem een nieuw apparaat had aangeluld. En natuurlijk helemaal gratis want zorgverzekerend nederland betaalt de rekening.

Ik moest nog even denken aan het mopje "hoe verkoop je een dove een hond" en moest lachen.

'Wat lach je?'
'Weet je hoe je een dove een gehoorapparaat verkoopt?'
Ze schudde haar hoofd. Ik plaatste mijn mond tegen haar oor.

'WIL JE EEN GEHOORAPPARAAT KOPEN?', schreeuwde ik in de schelp.
'Wat flauw.'

Op dat moment ging de deur van het onderzoeklokaaltje open en mocht ik plaatsnemen. Nadat ik mijn hele hebben en houwen in de computer had laten zetten begon het verhaal. Wat ik in ieder geval ontdekte was dat een audicien geen hoorapparaten verkoopt maar doet aan het revalideren van je gehoor. Heel bijzonder.

Vijf minuten later zat ik in een hokje wat veel weg had van de tijdmachine van professor Barabas uit Suske en Wiske. Koptelefoon op en een dingetje in mijn hand met een knopje. Als ik een toontje zou horen, dan moest ik op het knopje duwen. Het deed geen zeer.

Na diverse drukjes werd ik vrijgelaten en keerde terug in deze eeuw. Ze keek me prettig aan. Meestal voorspelt zoiets niet veel goeds en ik bereidde me geestelijk voor op het slechte nieuws.

'Uw gehoor is nog prima meneer', zei ze. 'De hoge tonen worden wat minder, maar verder geen probleem.' Ze draaide de monitor in mijn richting en ik ontdekte wat lijntjes in een grafiekje.

'Kunt u hem uitprinten?',vroeg ik.
'Jazeker.'

Even later verlieten we, gewapend met het papiertje, de winkel.

Toen we die avond voor de TV hingen, mijn echtgenote mij een vraag stelde en mijn systeem op Oost-Indisch schakelde, keek ze me geïrriteerd aan.

Ik beperkte me tot het wijzen naar het printje aan de koelkast.

Aan mijn gehoor mankeert helemaal niets.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

dinsdag 15 augustus 2017

Visserslatijn

Ik fietste in de straffe wind langs de oude ijssel en moest even van de fiets vanwege een flinke niesbui. Dat heb ik de laatste tijd wel vaker. Mijn echtgenote heeft mij al eens geprobeerd uit te leggen dat zo'n niesbui niet heel erg normaal is en dat ik er eigenlijk iets mee zou moeten doen in de richting van de medische wetenschap.

Ik vond dat onzin. Niezen doe je vanwege een dingetje in je neus. En dat moet eruit en daarom nies je. Ik heb het ook tegen haar gezegd, dat het eigenlijk alleen maar om het dingetje ging. 'Misschien een keertje vaker stofzuigen?', had ik voorgesteld. Ze was behoorlijk gepikeerd geraakt maar het doktersadvies heb ik sindsdien niet meer vernomen.

Een in het riet verscholen visser keek gestoord op.

'Willen ze een beetje bijten?' Ik lanceerde uit nieuwsgierigheid de standaard-vissersvraag. Onderhand poetste ik een flinke druppel van mijn neus.

'Nee', antwoordde hij nors.

Hij tuurde weer geconcentreerd naar zijn dobbertje wat ergens tussen de plukken schuim op het ontstuimig klotsende water heen en weer moest schommelen.

'Waar vis je op?'
'Op vis'.
'Wat voor vis?'
'Tonijn'.

Ik had het al door, hij had waarschijnlijk nog niks gevangen en was behoorlijk chagerijnig.

'Vis je vaker hier?'
'Ja'.
'En dan bijten ze wel?'
'Ja'.
'En wat vang je dan?'.
'Vis'.

Ik kreeg er geen fatsoenlijk antwoord uit. Hij bleef stoïcijns naar zijn dobber staren die ook ik nu ontdekte: een klein rood puntje aan het eind van een stokje wat tezamen met een stuk kurk zorgde dat hij niet meteen onder zou gaan.

Ik zette mijn fiets op de standaard en liep een eindje over het met gras begroeide talud. Daarna zakte ik vanwege mijn ietwat stramme spieren voorzichtig op mijn hurken.

Hij keek weer op maar zei niets.
Stil keken we naar het rusteloze dobbertje.

'Vroeger heb ik ook veel gevist. Op karper. Uren heb ik aan de waterkant doorgebracht. Totdat ik een vrouw aan de haak sloeg die zo tegenspartelde dat ik besloot de hele viskraam aan de wilgen te hangen'.

Hij bleef onbeweeglijk zitten en hield zijn kaken stevig op elkaar.

'Je kunt je dobber moeilijk zien zo tussen die schuimkoppen', zei ik.
Geen reactie.

'Vroeger deden we er een alluminium blikje aan. Die ging dan dansen als je beet had'.
geen reactie.

'Neem je ze mee naar huis als je wat vangt?', informeerde ik.
Geen reactie.

'Een lekkere tonijn is natuurlijk nooit weg', deed ik grappig.
Geen reactie.

Waarschijnlijk stond zijn vrouw hem met een koekepan in de aanslag op te wachten. In geval hij wat had gevangen kon ze meteen aan de slag. In het andere geval kon ze het als wapen gebruiken om hem een flinke aframmeling te geven. In gedachten zag ik het voor mij.

'Heb je voer in het water gegooid?'
Geen reactie.

'Dat deden wij vroeger altijd. Daar kwamen ze met bosjes tegelijk op af. Hengeltje erbij en hup, vis aan de haak'.
Geen reactie.

Ik kreeg het een beetje koud en pijnlijk knieën. Voorzichtig stond ik op.

Op dat moment verdween het dobbertje spontaan onder water. De man gaf een korte ruk waarna hij het spul naar binnen trok. Er werd nu een klein voorntje zichtbaar wat hevig heen en weer spartelde.

'Nou, je hebt in ieder geval iets gevangen. Gooi je hem terug?'.
Geen reactie.

Hij haalde hem voorzichtig van het haakje, trok een leefnet uit het water en gooide hem er voorzichtig in.

Ik was er wel klaar mee en liep terug naar mijn fiets waar ik, voordat ik kon opstappen, opnieuw in een enorme niesstorm belandde.

De visser keek me geirriteerd aan. Zijn blik sprak boekdelen.
Ik glimlachte.

'Het is maar een dingetje in mijn neus. Die moet er even uit', zei ik.
geen reactie.

In één keer begreep ik de echte betekenis van "Visserslatijn"

Ik stapte op en reed met de wind op de boeg naar huis.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017



maandag 14 augustus 2017

Een onenigheidje

'Je hebt me indertijd alleen maar gekozen vanwege mijn tieten'. Ze drukte ter ondersteuning van haar statement met een nijdige beweging haar borsten hoog. Het vuur spoot uit haar ogen, ze was pisnijdig. Hij stond er een beetje met zijn handen in zijn zakken bij en schudde zijn grijze kop. Nee, niet alleen dáárom, bedacht hij zich, maar het was wel het eerste wat indertijd bij hem in het oog was gesprongen.

Ze hadden eigenlijk maar een klein onenigheidje. Zoals je dat wel eens kunt hebben. Het ging over niks en maar was door wat grappig bedoelde opmerkingen die verkeerd waren uitgepakt, inmiddels uitgegroeid tot een behoorlijke brand.

'Waarom zeg je nu niks?', ratelde ze door.
'Alles wat ik nu nog kan zeggen, gaat verkeerd vallen. Dus zeg ik maar niks'.
'Zie je wel, ik heb gelijk. Het ging je puur om mijn lijf en van enige liefde was dus geen sprake'.
'Schatje, je weet dat je nu een enorme onzin uit loopt te kramen. Natuurlijk had je een Goddelijk lijf en natuurlijk viel ik daar voor. Maar als je je toen zo had gedragen zoals je nu doet, dan was het nooit wat geworden'.

'Hoezo niet?', gilde ze.
'Omdat ik geen zin zou hebben mijn leven te delen met een hysterisch wijf. Ook al had een setje gouden borsten'.
'Dus jij vindt mij een hysterisch wijf?'
'Ja, nu even wel ja'.
'Ik bén helemaal niet hysterisch. Ik ben alleen boos. Op jou', benadrukte ze extra.
'En ik heb níks verkeerds gedaan', zei hij.
'Hoezo niks verkeerds gedaan. Alléén maar !'.

'Waarom heb je mij indertijd eigenlijk gekozen?', vroeg hij.
'Waarom denk je?' Hij haalde zijn schouders op. 'Geen idee'.
'Omdat je er aantrekkelijk uitzag en toen ik je goed leerde kennen je mijn prins op het witte paard bleek te zijn'.
'Dus ook eerst vanwege mijn uiterlijk, mijn gespierde lijf, mijn blonde haar, mijn uitstraling, noem maar op. Daar viel jij dus op'.
'Ja, is dat zo raar dan?', vroeg ze.
'Ja, dat is raar. Je verwijt mij nog geen tien seconden geleden dat ik je alleen maar vanwege je tieten heb gekozen'.
'Dat heb ik helemaal niet gezegd', riep ze.
'Dat heb je wel'.
'Maar zo bedoel ik het helemaal niet'.
'Wat bedoel je dan?'.
'Ik mis gewoon een beetje persoonlijke aandacht. Snap dat dan'.

Hij haalde zijn schouders op. Het laatste couplet was inmiddels uitgezongen en het refrein ingezet. Zo ging dat altijd. Ze zou zich nu gaan beklagen over de kinderen, haar ouders, haar werk, en het feit dat ze onvoldoende steun kreeg. Van hem.

'Weet je Arnold, van de kinderen hoor je ook niks. Net zoals van mijn ouders. Als ze je nodig hebben dan staan ze vóóraan in de rij. Maar verder helemaal niks. Zelfs op mijn werk krijg ik weinig gehoor voor de problemen. En van jou krijg ik al jaren geen steun meer. Je ziet me niet eens meer staan. Ja, die tieten, daar gaat hem om. Als ik optel hoe vaak je het daar over hebt'.

'Ik ga mijn nagels knippen', zei hij en verliet hoofdschuddend de arena.

Toen ze 's avonds in bed lagen en het leven weer op gang leek te zijn gekomen draaide hij zich in haar richting en drukte nog wat speels op haar borsten. 'En toch zijn ze nog steeds prachtig', lachtte hij terwijl hij zijn hoofd ondersteunde met zijn arm. Ze gaf hem een flinke tik over zijn vingers.

'Je bent een schoft, Arnold van Zanten'. Ze knipte het donker aan, draaide zich in zijn richting om en na een diepe zucht werden de vredesfeesten luidruchtig ingezet

Bart

Copyright Brompot augustus 2017


zaterdag 12 augustus 2017

Een bejaard fotomodel...

'Weet u misschien hoe laat het is?', vroeg een bejaarde dame die naast mij op een bankje zat in het park. Ik vermoedde dat ze in één van de nabijgelegen bejaardenwoninkjes woonde en voor wat aanspraak met enige regelmaat op dit bankje plaatsnam. Het vragen naar de tijd was waarschijnlijk een beproefde methode om in gesprek te raken.

'Ik heb geen idee mevrouw', zei ik. 'Ik heb geen horloge om. Maar ik vermoed zo tegen half drie'.
'Heeft u geen telefoon bij u?', vroeg ze.
'Een telefoon? Hoezo, moet u bellen?'
Ze schudde haar hoofd. 'Nee, maar volgens mijn schoonzoon heeft zo'n ding tegenwoordig ook een klok'.

Ik moest even nadenken.

'Inderdaad, u heeft gelijk. Eens even kijken'. Ik ging even wat scheef zitten om met mijn rechterhand mijn smartphone uit mijn achterzak te trekken.

'En?', vroeg ze.
'Even, een momentje hoor. Ik moet hem eerst van het slot halen'.

'Mijn schoonzoon heeft er geen slot opzitten. Heeft u er een sleutel bij dan ?'.

Ik moest lachen. 'Nee, met een sleutel bedoelen ze een code'. Ik typte de code in waarna het schermpje oplichte.
'Het is precies half drie. Zat ik er toch niet ver naast'.

Ze knikte en boog zich iets in mijn richting.
'Dat is een mooi toestelletje', merkte ze op.

'Nou ja, laat ik het zo zeggen: hij doet het. Maar mooi is iets anders'.

'Kun je er ook foto's mee maken? die van mijn schoonzoon kan dat namelijk wel'.
'Deze ook hoor'. Ik hield hem in haar richting en deed alsof ik een foto maakte.
Ze ging er echter goed voor zitten.

'En is het wat?', vroeg ze toen.

'Hahaha, ik deed nét alsof'.
'O, maar klikt u maar hoor. Wacht even, dan ga ik goed zitten'.

Ze draaide zich ietwat, drukte met haar hand haar grijze krullenhoofd wat in model, duwde haar bril wat op en legde haar handen op schoot. Vervolgens rechtte ze haar rug en trok een enorme glimlach.

Ik schoof iets van haar af totdat ze volledig in beeld was en drukte toen op het scherm.

'Heeft ie geklikt', vroeg ze.
'Ja', zei ik en bekeek het plaatje. Hij was nog aardig gelukt ook. Ik liet hem zien.

'U kunt goed fotograferen. Mooi', voegde ze eraan toe.
'Kun je zo'n foto ook gemakkelijk versturen ?', vroeg ze toen.

'Hoezo ? Wilt u meedoen aan de miss Holland verkiezing?', lachte ik.
'Nee, dat niet, maar het is zo'n leuke foto. Ik denk dat mijn dochter hem graag zou willen hebben'.
'O, maar ik kan hem zo versturen hoor. Maar dan heb ik wel haar mobiele nummer nodig'.

'Die heb ik', zei ze.
Ze zocht even in haar handtasje om vervolgens met een nummer op een papiertje op de proppen te komen.
'Dit is zijn nummer, van mijn schoonzoon'.

Ik nam het over en koppelde hem aan de whats-ap. Vervolgens maakte ik een berichtje met uitleg aan met als bijlage haar foto.

Ik las hem aan haar voor. 'Hoi, ik ontmoette uw schoonmoeder en die vroeg of ik een foto kon maken en naar u en haar dochter wilde doorsturen. Wel  bij deze, met de groetjes uit Doetinchem'.

Ze stak ter instemming haar duim op.

'Wel, daar gaat ie dan'. Ik drukte op het schermpje en hij werd verzonden.

'De techniek staat toch voor niets tegenwoordig', merkte ze vrolijk op.
'Ja', blaatte ik, 'nog niet zo lang geleden moest je voor zoiets naar de fotograaf en naar het postkantoor. Ze knikte.

Ondertussen keek ik naar het schermpje en zag twee blauwe vinkjes achter het bericht verschijnen ten teken dat ze het hadden gelezen.
'Nou, ze hebben uw foto binnen hoor', lachte ik. 'En ze typen ook een berichtje terug'.

'O, en wat schrijven ze ?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Ze zijn nog bezig. Duurt altijd even'.

Toen verscheen het bericht.

'Beste verzender, wilt u zo vriendelijk zijn en mijn schoonmoeder uitleggen dat ze nu eindelijk op moet houden met het versturen van foto's. Ze spant iedereen voor haar karretje en dit is inmiddels foto vierentachtig die we deze maand van haar op dat kutbankje hebben ontvangen. Ze kan er nog vijfduizend sturen maar ons besluit staat vast: deze bemoeizuchtige intrigant komt ons huis nooit meer in'.

'En ?', vroeg ze.
Ik dacht twee tellen na en stond op.
Toen:  'U moet de groeten terug hebben, ze vinden het een leuke foto en ze houden heel erg van u'. 

'Ik wens u trouwens nog een prettige middag'.

Ik knikte een keer beleefd en maakte me voordat ze iets kon zeggen uit de voeten.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

maandag 7 augustus 2017

Zadelpijn

'Zullen we zometeen even stoppen?', stelde ik mijn echtgenote voor.

We maakten een zogenaamde knooppunt-fietstocht van een kilometer of veertig en ik had nu na de eerste tien kilometer het gevoel dat mijn speciale "brooks-zadel" meer weg had van een spijkerbed dan van een comfortabele salonstoel zoals dat bij de fietsenmaker was gepromoot.

'Nu al?', klonk het overdreven teleurgesteld achter mij.


'Hoezo nú al?'
'We zijn nét onderweg'.
'We zijn al tien kilometer onderweg'.
'Dat is dus nét'.

'Dat is niet nét. We rijden al ruim een uur'. Ik drukte op de knop van mijn fietscomputer en zag dat we eigenlijk pas drie kwartier onderweg waren en nog maar acht kilometer hadden gefietst. Toch gaf mijn kontgevoel minstens een uur aan.

'We rijden pas drie kwartier', hoorde ik haar achter mij. Tja, zij had ook zo'n ding.

'Dan gaan we wel bij een bankje stoppen', zei ze.
'Dan moet hij wél snel komen', zei ik.

'Kom op Bart, niet zo aanstellen'.
'Ik stel me niet aan, mijn kont doet zeer'.
'Dat komt omdat je steeds beweegt. Je moet stil op dat zadel blijven zitten'.
'Ik zit stil', zei ik.
'Dat is niet zo, ik rij achter je en zie dat je op dat zadel heen en weer schuift'.
'Dat heeft er niets mee te maken', vond ik.

'Zullen we teruggaan?', stelde ze voor. Ik hoorde een irritatie.
'Nee, we gaan niet terug, ik wil gewoon even ontspannend op een bankje zitten. Mijn kont heeft rust nodig'.

'Wat ben je toch een aansteller. Waar blijf je nou met die mooie verhalen over vroeger? Dat je op een racefiets de Ventoux bent opgeklommen. En de Mont Blanc, of hoe heet dat ding'.

'Ik ben de Mont Blanc helemaal niet opgefietst. Dat kan niet want er loopt geen weg naar boven'.

'Nou ja, als ik al die fietsverhalen van jou moet geloven, dan heb je de Tour-de-France zowel vooruit als achteruit gefietst. "Ik heb pijn aan mijn kont". Mietje'.

'Ik ben geen Mietje. Ik heb het gevoel dat de zadelpen tien centimeter mijn darmkanaal is binnengeschoven. Ik zit hier verdorie op een zadel van beton en die gaat pijn doen. Nou ja, gaat... die doet pijn'.

'Blijf dan gewoon eens stil op die fiets zitten', adviseerde ze opnieuw.
'Als ik op één plek blijf zitten, dan gaat het nog meer pijn doen'.

'Waarom heb je eigenlijk geen fietsbroek aangetrokken? Daar zit zo'n zemen lap in. Hij ligt thuis boven in de la'.
'Niet aan gedacht. Waarom heb je dat thuis niet gezegd, dan?'

'Ja hallo, is het jouw kont of mijn kont'.
'We zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd?', zei ik.

Toen we wat later op een bankje zaten,  zakte de pijn. Ik zei het.

'Zie je wel, de pijn is nu bijna weg'.
'logisch', wist ze.
'Hoezo, logisch?'

Ze lachte geniepig. 'Die bank kan niet naar binnen zakken. Als ik jou was, zou ik hem op mijn fiets monteren. Scheelt een hoop gezeur'.

Mij bekroop het gevoel dat er een lijdensweg van nog eens tweeëndertig meedogenloze kilometers aan zat te komen. Op enig medelijden hoefde ik als man niet te rekenen.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

vrijdag 4 augustus 2017

Muntjesrelletje

'Kunt u misschien wisselen?', vroeg een bejaarde dame terwijl ze mij een twee-euromunt voorhield. We stonden bij de winkelwagentjes in de plaatselijke AH.

Eigenlijk had ik geen tijd want mijn auto stond illegaal geparkeerd en ik was hier alleen maar om even een kratje bier te halen.

'Dan moet ik even kijken', zei ik terwijl ik mijn winkelwagenmuntje in de gleuf stak en het karretje naar achteren trok.

'Dank u, zo kan het natuurlijk ook.' Ze pakte het handvat en wilde hem uit mijn hand trekken.

'Dat is niet de bedoeling', lachte ik.
'Hoezo niet?', vroeg ze. Ze keek me verbouwereerd aan.
'Dat is mijn muntje', lachte ik. Ik dacht aan een grap met een verborgen camera of zoiets.
'Dat is een muntje van deze winkel. Niet van u. En nu heb ik hem.' Ze keek me heel boos aan en wilde de kar lostrekken.

Ik werd nu ook boos. 'Mevrouw, het is mijn muntje. Ik wil met alle plezier even kijken of ik uw twee-euro kan wisselen, maar het is en blijft mijn muntje en dus mijn karretje'. Ik nam het handvat en wilde hem nu op mijn beurt lostrekken.

Het gekibbel trok de aandacht van een man die ook iets moest met een kar.

'Problemen mevrouwtje?', vroeg hij aan de dame.
'Ja, deze man hier wil het karretje niet loslaten.'
'Het is mijn muntje en mijn karretje', zei ik nijdig.

Ik keek om en ontdekte achter mij een boom van een vent met een kaalgeschoren kop, gestoken in een trainingsjasje en een niet bijbehorende bloemetjesbroek. Een enorme kolenschop omklemde een postcodeloterijtas van waaruit het geluid klonk van lege flessen.

'Loop jij oude vrouwtjes te treiteren?', vroeg hij. Hij stonk enorm uit zijn ongeschoren bakkes en keek mij met een alles vermorzelende blik aan.

'Bemoei je er niet mee', begon ik moedig.

'Is dat uw kar mevrouwtje?'
'Ja, met een muntje van de winkel.'
'En jij wil dat afpakken?', vroeg hij.

'Bemoei je er niet mee', herhaalde ik nog maar een keer, 'je weet helemaal niet waar het hier over gaat.'

'Jij loopt deze dame af te bekken en te terroriseren. Hier die kar.'

Hij liet zijn tasje vallen en plaatste nu beide kolenschoppen op het blauwe handvat. Met een krachtige ruk trok hij hem uit mijn handen en rolde hem naar de dame.

'Dank u', zei ze. Ze zette haar handtas in de kar en liep door de klaprekjes de winkel binnen.

'En jij nu opfucken', norste hij in mijn richting.

Ik had geen zin in een zinloze discussie en liep vol ongeloof de winkel in. Toen ik bij de kassa aankwam met mijn kratje, en even later ook een nieuw gratis muntje had gescoord, zag ik hem schuiven.

'Juffrouw, even niet opkijken hoor, maar die vent daar in dat sjonniepak en postcodeloterij-tasje, zag ik net een paar pakken batterijen in zijn zak stoppen. Meer weet ik er ook niet van.'

Terwijl ik de Appie uitliep, zag ik de manager met grote passen de winkel inlopen.

Ik heb de afloop niet meer afgewacht.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017

donderdag 3 augustus 2017

Van de buurvrouw en de luis.

Ik zag haar aankomen maar wist op voorhand al dat ik niet op tijd meer weg kon komen. Ik stond namelijk op mijn klompen tussen de planten in de voortuin onkruid te schoffelen. En als ik met dezelfde snelheid als waarmee zij naderderde de tuin had moeten verlaten, dan was alles onder druk van maat zevenenveertig platgestampt en had ik echt een probleem.

Een probleem omdat ik nog in mijn proeftijd liep want ik was namelijk nèt drie dagen met pensioen. In het voorkomende geval had mijn echtgenote mij waarschijnlijk bedankt voor bewezen diensten en verbannen naar één of andere huishoudklus met minder risico's: stofzuigen of poetsen. Dan voelde ik toch meer voor de vrijheid van de tuin inclusief de aanwezigheid van deze persona-non-grata.

Ik was dus te laat en bereidde me op het ergste voor. Ik heb namelijk een enorme hekel aan mijn bemoeizuchtige buurvrouw-van-vijf-huizen verderop.

'Morgen buurman, u bent al vroeg productief. Daar moet uw vrouw toch wel heel blij mee zijn. Met zo'n productieve man.'

Die stem, verschrikkelijk. Ik keek quasi onverschillig op. 'O, u bent het,' zei ik zuinigjes.
'Ja, ik ben het.'

Ze trok een lach waarbij ik me in de film "de exorcist" deel vijf waande waarbij het hoofd van de met de duivel bezeten hoofdpersoon tien keer om zijn as draaide. Zoiets.
'U bent de tuin aan het doen?'

'Lijkt er wel op hè?', antwoordde ik opnieuw zo goedkoop mogelijk.
'Nou, nu u het zo zegt lijkt het er inderdaad wel op.'
'Fijn.' Ik schoffelde door.

'Heeft u geen baan meer of zo?', kraste ze.
'Hoezo?'
'Ik zie u de laatste tijd heel vaak bij huis.'
'Dat klopt, ik woon hier.'
'Dat snap ik', zei ze. 'Ik bedoel dat u hele dagen thuis bent.'
'Ik ben hele dagen aan het werk, buurvrouw.'

Ze liet het onderwerp varen.

'U kunt het beste de uitgebloeide bloemen van de margrietjes afknippen', adviseerde ze terwijl ze met haar hand door de plant schoof. Hij stond aan de rand. Ik keek haar een momentje aan.

'Heeft u met uw hand aan de margrietjes gezeten?', vroeg ik ietwat agressief.
'Ja, u moet die uitgebloeide knoppen er uithalen.' Ze bukte zich en knipte er één met haar vingers van de steel.

'Stop, STOP, STOP, NIET DOEN, NIET DOEN', schreeuwde ik.
'Hoezo ? Wat is er?', vroeg ze geschrokken.

'Ik heb er net gif opgespoten. Dat ding zit onder een agressieve uitheemse bladluis. Laat uw hand eens zien?'

Ze was nu echt geschrokken en stak haar hand voorzichtig in mijn richting.

'Ik zie het al. Lekker dan. Het kan gaan irriteren, jeuken en dat duurt dan een dag of drie. En er is volgens de dokter niets aan te doen. U kunt de ellende enigszins beperken door vooral binnen te blijven, zonlicht is funest, en het beste kunt u hem in een bak koud water steken.'

'Ik zie er niks aan', zei ze terwijl ze haar hand grondig inspecteerde.
'Dat klopt, dat is de ellende met die verrekte luis, je ziet er niks aan maar doet wel zijn vernietigende werk. Doe nou maar wat ik zeg, dat beperkt de gevolgen enigszins.'

'Meent u dat nou echt?'
Ik knikte.
Ze keek nog een keer naar haar hand, draaide zich om en liep, terwijl ze haar getroffen hand met haar gezonde hand ondersteunde, terug naar huis.

Ik verwachtte komende tijd geen last meer van deze ingeluisde buuf te ondervinden.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017.




woensdag 2 augustus 2017

blonde tom tom

Ik hoorde ze van verre herrie maken: een man en een vrouw die midden op een punt van kruisende fietspaden een knallende ruzie uitvochten rond de route die moest worden gevolgd.

In eerste instantie voelde ik de neiging om er met de trapondersteuning op "vol vermogen" langs te scheuren, maar doordat ze de weg versperden moest ik fors in de ankers.

'Ik zeg je toch dat we rechts moeten', riep de man. Hij stond met de stang tussen zijn benen vuurrood te wezen en met zijn handen aan het stuur klaar om zo weer op het zadel te wippen en rechts af te slaan.

'Henk, we moeten eerst nog rechtdoor. Pas op, fietser !', schreeuwde ze in één adem. Zij stond naast haar fiets en eveneens met haar handen aan het stuur.

Ze waren naar mijn inschatting redelijk op leeftijd en ik had het idee dat ze een weekje op vakantie waren in de Achterhoek.  Tenminste, aan hun taal te horen kwamen ze niet "uit de streek" want ze ruzieden met een plat-haags accent. 

Omdat ik ook uit "die mooie stad achter de duinen" kom, herkende ik het meteen. En als ik zo naar het uiterlijk van dit koppel keek, kon ik het zelfs traceren als "weggelopen uit de schilderswijk".

Zij had een blonde dot, een enorm achterwerk wat probleemloos op een ijzeren tractorstoel paste, en aan haar oren schommelden een paar ordinaire oorbellen die je met kerst in de boom hangt. Ze droeg een strakke lila fietsbroek tot op de kuiten en aan haar voeten een paar witte sokken die boven de rand van haar rode sportschoentjes staken.

Hij daarentegen was slank en uit de mouwen van zijn T-shirt-met-scheepsroer-en-kompas-opdruk staken een paar donkergebruinde armen vol versleten plakplaten.

'Hallo meneer, we zijn de weg kwijt', zei hij in de hoop dat ik nu af zou stappen en hem de route uit zou leggen.
'Ja, we moeten naar Doesburg, maar hij wil hier rechtsaf terwijl ik zeker weet dat we nog effe rechtuit moeten', riep ze.

'We moeten hier rechts, Marie. Klopt toch?, vroeg hij terwijl hij mij met een paar versleten en lodderige ogen aankeek.

Ik balanceerde met één voet aan de grond en dacht na.

'U komt hier niet vandaan?', vroeg ik om wat tijd te kopen.
'Den Haag', zei ze.
'Ja Den Haag', echode hij. 'Nou, wat is het?, rechts, links of rechtuit'.
'Terug kan ook', grapte ik. Hij keek me aan alsof hij het in Scheveningen hoorde donderen.

'Hoor je dat, Marie?, het kan ook nog wezen dat we terug moeten'.
'Dat kan niet, Doesburg ligt aan de andere kant', gilde ze.
'Ziet u nou wat een eigenwijs wijf dat is? Ik krijg het er benauwd van. Marie, als die man zegt dat we terug moeten, dan gaan we terug. Hij komt hier vandaan'.
Ze haalde haar schouders op. 

'Dan ga jij lekker terug. Ik fiets rechtdoor. Groeten !'. Ze stapte op en vervolgde haar weg.

'Het is een eigenwijs takkewijf', schold hij.
'Maar ze heeft wel gelijk', lachte ik.
'Hoezo gelijk?'.
'Je moet inderdaad nog een paar kilometer rechtuit. Dan zie je een bord met "Doesburg" erop'.

Hij keek me aan alsof hij me ter plaatse wilde omleggen. Toen schoof hij op zijn zadel, spuugde een keer op de grond en reed scheldend achter zijn "wijf" aan.

Ik moest ook naar Doesburg, en sloeg rechtsaf. De kortste, de snelste en zeker op dat moment ook de meest veilige route.

Bart

Copyright Brompot augustus 2017