Totaal aantal pageviews

zondag 22 oktober 2017

Tuinperikelen

'Het regent, en het is vast een regentje voor de hele dag.' Mijn echtgenote stond voor het raam en keek naar buiten.
'Ja, maar best goed voor de tuin, toch?' Ik probeer altijd maar weer het positieve erin te duwen.

'Schat, het is oktober. Er gaat nu echt niets meer groeien, dus zal het die tuin een zalige zorg zijn of hij water krijgt of niet. Je hebt er ook geen verstand van.'
'Nou, ik vind dat ik me, startend vanaf een Haags balkonnetje met plantenbakje, toch aardig heb weten te ontwikkelen.'
'Je hebt het nog steeds over de tuin?' Ze keek me aan.

'Ik heb het gevoel dat ik er even uit moet vandaag', zei ik.
'Vluchtgedrag?', vroeg ze.
'Hoezo vluchtgedrag?'
'Je moet je met dit weer ook thuis kunnen vermaken, toch?'
'Lieve schat, ik ben drieënzestig, je verwacht toch niet van me dat ik de lego-kist pak en hier op de grond mijzelf ga "vermaken"?'
'"Vermaken" is ook iets van het pakken van een boek en lezen.' Ze glimlachte.
'Zie je mij in hoekje zitten met een boek? Waar gaat dit over? Ik heb gewoon zin om er even uit te gaan. Hoezo vluchtgedrag.'

Het werd even stil.

'Hm, eigenlijk zou ik de indeling van de tuin wel iets willen veranderen, een leuk prieeltje achterin met een mooie Engelse border.'
Ze keek nog steeds naar buiten. Naar de tuin. Ik reageerde maar even niet.

'En dan links achterin iets van een jacuzzi. Dat zou best kunnen, toch?'
'Je bedoelt zo'n houten bak water waar je een kachelpijp insteekt en dan met hout verwarmt?'
'Bijvoorbeeld. Hoe noemen ze zo'n ding ook alweer?'
'Hot-tup', wist ik.
'Lijkt me heerlijk. Dat kan ook in de winter.'
'Zie je mij in zo'n bak water zitten met zo'n smerige stinkende kachelpijp naast me?'

Ze keek me aan. 'Ja, dat is het landleven, Bart.'
'Ik krijg heimwee naar mijn balkonnetje.'

'En dan een mooi beeld, of een mooie grote staande plantenbak. Zo'n ding op een sokkel.'
'Ik zou er twee nemen', grapte ik.
'Ja, dat zou wel mooi kunnen, twee. En dan rechts iets van een vijver. Hoeft niet zo groot.'
'En dan een Hollandse kabouter-Plop-border met zo'n hengel? Of heb je liever een molentje ? Pfft, het klinkt zó burgerlijk.'
'Hoe zou jij het dan willen?', vroeg ze. Ik ging naast haar staan.

'Ik zou die stinkende hot-tup daar links weghalen. Ik denk ook dat ik de vijver zou dempen, kabouter Plop met pensioen zou sturen en die molen in de fik zou steken. Dan zou ik vervolgens dat prieeltje slopen, de border afbreken en die twee plantenbakken inclusief sokkel verpatsen.'
'Zullen we maar een bakje koffie gaan drinken in de stad?', stelde ze zuchtend voor.

'Lijkt me echt een uitstekend plan', zei ik.



zaterdag 21 oktober 2017

Bestel nu de BROMPOT verzamelbundel

Vanaf nu kunt u de BROMPOT verzamelbundel bestellen.


Het boekwerkje kost € 12,50 exclusief verzendkosten (€ 3,25)

Bestellen uitsluitend via de onderstaande webwinkel-link.
De levertijd bedraagt ca 3 weken.






druk op de onderstaande link om te bestellen


woensdag 18 oktober 2017

Een patatje

'Ik begin trek te krijgen', zei ik. We liepen op mijn initiatief door de Ernumse binnenstad te winkelen en mijn maag begon wat onrustig te worden.
'Ik lust ook wel wat', merkte mijn echtgenote op. 'Maar wat'.
Ik haalde mijn schouders op. 'Een broodje of zoiets.'
'Prima, bij de Hema?', stelde ze voor.
'Bij de Hema? Ik ga niet naar de Hema', zei ik.
'O, nou, daar hebben ze best lekkere broodjes hoor.'

'Lieve schat, bij de Hema hebben ze vette rookworst wat tussen een klèf broodje wordt geprutst waarna er een kwak mosterd overheen gaat. Op het moment dat je hem in je kwakert duwt, stroomt de mosterd eruit en komt negen van de tien keer op je kleren terecht.'
'Dat is echt gezwam Bart, ze hebben ook andere broodjes.'
'Ik ga niet naar de Hema', besloot ik. Ik had vanwege mijn winkelinitiatief wel het één en ander aan krediet opgebouwd en dat gooide ik nu in de strijd.
'Oké, dan geen Hema. Maar wat dan?'

Op dat moment liepen we langs een eettentje wat op een patatzaak leek.
'Patatje?', stelde ik voor.
'Tja, in principe liever niet, maar ik ben snel over te halen hoor.' Ze lachte.
'Oké, als jij dan hier buiten op het bankje gaat zitten, dan haal ik wat te kanen. Alleen patat? Of ook een mét.'
'Tja, doe dan maar zo fout mogelijk', zei ze. 'Trouwens, dit is een friet-atelier. Ik weet niet of je hier...'
'Vast wel', voorspelde ik.

Ik ging naar binnen en wilde plaats nemen achteraan een kort rijtje. Dat hoefde niet want ik was meteen aan de beurt. Alhoewel, aan de beurt... Degene die normaal achter de toonbank hoort te wonen, kwam erachter vandaan en ging bij me staan.
'Zegt u het maar', nodigde ze me uit.
'Graag twee patat mét', zei ik.
Ze glimlachte. 'O, uh... bij ons gaat dat anders.'

Ach Jezus, dat had ik weer.
'Kijk meneer, hier hangen de voorbeelden van samenstellingen van onze frites. Ze wees naar een plakaat aan de muur met daarop voorbeelden. Het ene bakje nog luxer opgemaakt dan het andere.
'Ik ga het u uitleggen', zei ze vriendelijk.
Het was een leuk en ongetwijfeld lief meisje wat je doorgaands niet snel in een patatzaak aantreft. Dat zijn meestal doorpakkers die vijf klanten tegelijk bedienen en niet van de uitleg zijn.

'Ik wil geen uitleg, ik wil patat. Twee zakjes en mét maionaise. Kunt u dat leveren of niet.' Ik klonk wat nors.
'U wilt dus twee bakjes frites met mayonaise. Dan mag u als het klaar is, zelf twee soorten mayonaise kiezen die u langs de muur aantreft.' Ze wees naar een rijtje mayonaise-kleurige tankjes met doseerknop die inderdaad langs de muur stonden. Ik zag ook een tankje met curry, maar dat was niet de bedoeling, daar moest extra voor worden betaald.
'Dat was het, meneer?', vroeg ze nog steeds vriendelijk. Ik knikte.
'Dat is dan tien euro.'
'Wacht even, tien euro? Ik hoef er maar twee, geen vijf.'
Ze glimlachte. 'Tien euro, meneer. Pinnen?'

Schoorvoetend betaalde ik en wilde naar achteren stappen.
'Ik wil alleen nog even uw naam.'
'Oooo, daarom is het zo duur. Vergissing. Ik eet het hier op, u hoeft het niet bij mij thuis te bezorgen.'
Opnieuw de glimlach. 'Nee hoor, dat snap ik. Maar als het klaar is, kan ik uw naam omroepen, en dan weet u dat u het hier kunt afhalen.'
Ik weigerde mijn naam te noemen.
'Je mag het voor dat tientje ook wel even komen brengen hoor', zei ik chagerijnig.

Tien minuten later was het kunstwerk klaar en mocht ik zelf de mayonaise erop prutten. Met vier klodders liep ik naar buiten en konden we aanschuiven.
'Tjonge jonge, wat is dat spul hard', mopperde mijn vrouw.
'Ja, dat vind ik ook. Je hebt verdorie een pikhouweel nodig om erdoor te komen.'
Na vijf moeizame happen had mijn prothese er genoeg van en weigerde op zijn plek te blijven zitten.
'Die van jou ook?', vroeg ik terwijl ik naar de tegenover het atellier aanwezige vuilnisbak wees. 
'Ik snap het wel: ze hadden al ernorme moeite met een simpel "patatje mét".
Hun specialiteit ligt meer op het terrein van "frites de kliko". Met een sierlijke boog gooide ik het in de bak.

'Ik heb nog steeds trek', klaagde ze en liep vervolgens terug de Rijnstraat in.
Ik had het vermoeden dat ik over vijf minuten met een sappige Hemaworst zou rondlopen.

Ik kon haast niet meer wachten.

zondag 15 oktober 2017

Snoeppapiertje

'Er valt iets uit uw zak', zei ze. "Ze" was de kassajuf van de Hema.
'O', zei ik en keek om me heen. 'Ik zie niks liggen.'
'Jawel, ik zag het duidelijk. Er vloog iets door de lucht.'
'Oké, door de lucht. Waar naartoe dan?' Ik stak mijn handen in mijn beide jaszakken en voelde of ik iets miste. Ik miste niets want mijn zakken waren leeg.
Ik trok zelfs de voering naar buiten. 

'Ziet u, niks', zei ik terwijl ik aan de naar buiten hangende stukjes jaszakvoering plukte.
'Nee, dat klopt want wat er in uw zak zat, is eruit gevlogen.' Ze lachte.
'Maar waar naartoe dan?' Ik keek nogmaals om me heen. Ze kwam nu achter haar kassa vandaan en keek ook zoekend naar de grond.
'Dan moet het onder het meubel zijn gevlogen', merkte ze op. Ze zakte door haar knieën en speurde op een halve meter hoogte over de vloer. Ik zakte ook waarna we samen een inspectietochtje over de Hemavloer maakten.

'Ik zie niks hoor', zei ik.
'Nee, vreemd. Ik weet zeker dat er iets viel.' Ze was overtuigd.

'Bent u iets kwijt?', vroeg een grijze man die in zijn ene hand een doosje batterijen hield en in zijn andere hand een portemonnee.
'Er viel blijkbaar iets uit mijn zak. Ik weet alleen niet wat', zei ik.
'Geld of zoiets?' Ik haalde mijn schouders op. 'Echt geen idee.'
'Maar waarom zoekt u dan?'
'Ik zag iets vallen uit meneer zijn zak', zei de kassadame die nu nóg iets dichter bij de vloer terecht was gekomen doordat ze op haar knieën was gezakt. Ik zakte uit solidariteit ook nog een standje mee. Ook de man keek nu onderzoekend rond. 

'Ik zie alleen stof', lachte hij.
'Dat kan niet', reageerde de juf pinnig. Er wordt hier elke dag schoongemaakt.'
'Nou, ik denk dat als je hier de kasten aan de kant schuift....' zei hij op zeurderige toon.
'Schuift u thuis wel elke dag de kasten aan de kant? Nou wij niet hoor.' Ze klonk nog steeds geïrriteerd.
'Wij thuis ook niet', grinnikte ik.

Ze stond nu op en klopte wat pluisjes van haar knieën. 'Ik geef het op.'
'Ik ook', zei ik. Het kostte me enige moeite om overeind te komen en leunde op het kassameubel toen mijn oog op een rekje naast de kassa viel. Ik zag iets groens wat niet in de Hema thuishoorde. Ik bukte me iets en pakte het.

'Gevonden!', riep ik enthousiast en hield het triomfantelijk hoog.
'Een snoeppapiertje van een hoestbonbonnetje van de Aldi.'
'Nou, kijk, en die is van u?' Ook zij was enthousiast.

Ik bekeek het en dacht na over het moment dat ik het in mijn zak had gestopt. 

'Ik had vorige week een crematie. En toen heb ik een bonbonnetje genomen. Ik was wat hoesterig.'
'Dan heb ik het toch goed gezien hè', zei ze.
'Ja, inderdaad. Het moet uit mijn zak zijn gefladderd toen ik mijn hand eruit trok om mijn portemonnee uit mijn achterzak te trekken.'
'Goh, mooi dat het is opgelost.' Ze stak haar duim op.
'Ja, ik ben blij toe want je weet maar nooit.'

'U mag het wel aan mij geven hoor, dan gooi ik het hier wel weg.'
Ik dacht even na en nam toen een besluit. 'Nee, ik wil het toch nog even bij mij houden. Ter nagedachtenis.'
'Tja, daar kan ik me iets bij voorstellen. Een crematie heeft altijd impact.' Ze zei het op een mooie, gevoelige toon.

'Nou, het heeft niets met de crematie te maken hoor. Dat was maar een verplicht nummertje.
'O', zei ze.

'Nee, ter nagedachtenis aan het zeldzame moment dat ik op een zaterdagmiddag in een Hema vestiging met een voor mij totaal onbekende caissière op mijn knieën heb gelegen en op zoek ben geweest naar een totaal onbelangrijk snoeppapiertje.'

woensdag 11 oktober 2017

Het K-woord

'Zal ik straks ook nog even langs uw wenkbrauwen lopen?', vroeg de kapster. Ik moest lachen.
'Ja graag, maar wel voorzichtig. En als je er dan toch loopt, knip ze dan gelijk maar bij.'
'Dat kan niet', lachte zij nu op háár beurt. 'Ik kan niet toveren.'
Ik moest nu weer lachen en zo pingpongden we heen en weer.
'En u bent aan het genieten van uw pensioen?', vroeg ze op enig moment.
Ik vroeg mij af hoe ze dat zo wist. Ik had er niks over gezegd en ik kon me niet voorstellen dat ze mijn knipbeurt van maart nog kon herinneren. Alhoewel, het zou kunnen dat ik een onwisbare indruk had achtergelaten. Volgens mijn echtgenote doe ik dat soms wel. En bewust. Omdat ik me dan volgens zeggen erger aan zaken en er meteen op inhak. En met een dermate enthousiasme dat er een niet weg te plamuren brandmerk achterblijft.
Ik zat me suf te prakkezeren wat dat geweest zou kunnen zijn. Het zal wel over het weer zijn gegaan. Of misschien wel over een stompzinnige uitspraak dan wel voorstel die men binnen het kappersgilde wel eens bezigd. Zoals over de kleur van mijn haar. Dat is grijs, bij wit af en dan valt er soms het K-woord. Kleuren. Zwart schijnt dan volgens het gilde goed te passen.
Ik ken dat kleuren. Ooit moest ik voor het optreden als figurant in een kindervakantiekamp mijn haar kleuren. Ruim honderd kinderen waren toen getuige van mijn verplichte kleurwisseling waarmee de boze geest die in mij school, verjaagd moest worden waarna ik weer "normaal" door het leven zou kunnen. Ik had nog expleciet gevraagd om een uitwasbare spoeling. En dat was geen probleem. Ik koos voor iets van bruin waarmee het verschil ten opzichte van mijn grijze haar heel duidelijk zou uitpakken.
Toen het keurtje erin zat en ik na een droogkapbeurt in de spiegel keek, bleek ik alles behalve bruin te zijn. Het was knal-lila geworden. Iedereen vond het leuk en de kinderen waren blij voor mij dat ik weer "normaal" was geworden. Ik ben zelfs ten einde raad nog bij de bouwmarkt geweest voor een chemisch goedje om mijn originele kleur weer terug te krijgen. Maar helaas. Er bleef maar één optie over: kaal scheren.
Ik bleef nadenken maar kon me geen moment herinneren dat ik mijn pensioen met haar had besproken. Ik besloot het te vragen.
'Kunnen jullie dat ruiken?', vroeg ik met een lach.
'Wat bedoelt u?'
'Nou ja, je vroeg net of ik van mijn pensioen aan het genieten was. En dan vraag ik mij af hoe je daar zo bijkomt.'
'Ervaring', zei ze. Ze hield haar schaar en kam boven mijn hoofd even stil en keek me via de spiegel aan. Ze lachte. Ze had wel leuke kuiltjes vond ik. Dat hebben sommige vrouwen als ze lachen. Staat altijd zo grappig.
'Ervaring. Oké, maar er moet wel iets van een prikkel zijn geweest dat je daar in één keer aan moest denken.'
Ze knikte en ging verder met haar restauratiewerk. 'Mensen zoals u komen vaak op dit soort tijdstippen. Omdat ze alle tijd van de wereld hebben. Vandaar.'
'Je bedoelt op dinsdagochtend om elf uur.'
'Ja, zoiets, of op woensdag, donderdag, maar dan wel rond dit tijdstip.'
'O, dat heb je slim bedacht. Maar mensen die in de WW lopen kunnen ook rond dit tijdstip komen.'
'Dat klopt, maar er komt in uw geval nóg een element bij kijken.' Ze stopte opnieuw. Ze verwachtte vast mijn vervolgvraag.
'Welk element?' Ze ging weer verder. 'Grijze haren', lachte ze terwijl ze een plukje hoog hield.
'Daar heb ik eigenlijk geen goed tegenargument voor. Behalve dat er ook grijze WW-ers in de stad zijn gesignaleerd. Maar je hebt het in mijn geval wel goed. Ik ben inderdaad met pensioen.'
Ze keek triomfantelijk.
Het werd nu stil. Alleen het tikken van de schaar verveelde de stilte.
'Ik kan trouwens wel iets aan dat ene element doen', zei ze na een poosje.
'Welk?', vroeg ik.
'Dat van de grijze haren.'
Ik keek haar via de spiegel aan. Haar kuiltjes vulden zich met een blossig rood.
'Misschien tijd voor een kleurtje ?', hoorde ik haar in de verte voorstellen.
Ik heb niet meer gereageerd.
Het K-woord was gevallen. De bom stond op ontploffen.

zondag 8 oktober 2017

Oh oh Den Haag...

Het is inmiddels al best een poosje geleden: ik denk zo begin jaren zeventig van de vorige eeuw, dat ik erachter kwam dat wij, mijn vriendin en ik, een half jaar verkering hadden. En aangezien dat best al wel een hele tijd was, besloten we het te vieren. En ik trakteerde. Het werd een traktatie op een dagje Den Haag, mijn geboortestad. Ik wist vanuit mijn beginjaren daar nog wel aardig de weg en vond het best leuk mijn vriendin een rondleiding te geven.

De reis in mijn Fiat 850 richting kust verliep eigenlijk best goed. Ja, ze moest een uurtje met haar benen op het dashbord leunen omdat de met platgeslagen colablikjes vervangen bodemplaat, zo lek was als een zeef en het opspattende regenwater haar tot aan haar enkels reikte. Maar ach, in die tijd werd er niet gezeurd en waren we blij dat we vooruit kwamen.

Het werd een prettige dag. Eerst stiekem het ANWB bord Scheveningen gevolgd waarna ik de dikke complimenten kreeg dat ik de weg nog zo goed wist. Ik glunderde van oor tot oor. En dat werd nog sterker toen ik probleemloos Madurodam wist te vinden. Geweldig, die borden. Ook het Malieveld werd zonder zoeken gevonden, evenals het Vredespaleis. Trots als een pauw reed ik weer verder door de stad.

Na een uurtje echter werd ik overmoedig en stelde voor om maar eens naar het Binnenhof te knorren. Het was inmiddels al een uurtje of vier in de middag en ik moest behoorlijk opschieten om in deze donkere dagen nog met licht te arriveren. Ze genoot zichtbaar van mijn stuurmanskunst en mijn kennis van Den Haag. Ook het Fiatje deed het prima. De badkuip was inmiddels leeg en de stinkende kachel zorgde voor het opdrogen van de bodem.

Er was echter één probleem: geen routebord te vinden. Maar uiteraard bleef ik gewoon gas geven. Mijn ingebouwde kompas stuurde me in de richting van het centrum en ofschoon de halve binnenstad was afgesloten vanwege ingrijpende verbouwingen bleef ik stug doorknorren.

'Gaan we wel goed?', vroeg ze. Ik knikte
'Het wordt al aardig schemer', stelde ze vijf minuten later vast.
'Moeten we het niet even vragen?'
'Raar dat je het niet kunt vinden.'
'Ik denk niet dat we er komen.'

'Heb ik jou in het afgelopen half jaar al een keer teleurgesteld?', vroeg ik wat narrig.
'Nee, dat niet', klonk het naast mij.
Ik reed ondertussen voor de achtste keer langs het Malieveld en ook ik kreeg het idee dat het niks zou worden. Maar ik vond het ook wel lastig om mijzelf van mijn troon te stoten. Uiteindelijk was ik toch de Den Haag kenner binnen de schoonfamilie en ik kende de zure cynische grappen van mijn schoonvader. Dat nooit !! Ik trapte opnieuw het gas in om uiteindelijk in de verte iets te zien wat er wel voor het Binnenhof doorkon. Ik stopte.

'Nou, dit hier is dan het Binnenhof. Ik mag niet verder, schat. Kijk, daar zie je de poort en daarvoor het Mauritshuis en ik zie het torentje. Ik wees naar de contouren van een paar gebouwen die nog half in de schemer zichtbaar waren.

'Bart, wat ben je toch geweldig', hoorde ik naast mij. Ik kreeg een kus en begon aardig te groeien in mijn Fiat.
'Jammer dat je geen bekende ministers ziet. Dat zou zo leuk zijn geweest', zei ze blij.
'Ach ja, je kunt ook niet alles hebben', lachte ik. 'We gaan ter afsluiting zo nog even lekker ergens eten.' Ik kneep haar zachtjes in haar knie. 

'Heb je nog wel genoeg geld?', vroeg ze.
Ik rammelde met mijn portemonnee. In die tijd kon je alleen cash-geld scoren bij de bank. Cheques en pinautomaten waren er nog niet dus had ik als voorzorg ruim opgenomen. Uiteindelijk moest ook de benzine cash worden afgerekend.
Ik wilde net weer wegrijden toen er op het raampje werd geklopt. Ik schrok, keek naar buiten en ontdekte het gezicht van iemand met een pet. Hij maakte draaibewegingen met zijn hand.

'Je moet het raampje opendraaien', zei mijn verkering.
Het bleek een agent.
'Goedenavond meneer, jongedame, wat moeten we hier? Wilt u eerst even een klein stukje optrekken en daar stoppen ? Bij die straatlantaarn?' Ik trok op.
'U stond geparkeerd op een verboden plek. Mag ik uw rij en kentekenbewijs?'
'Schat, pak dat mapje even van het plankje. Ja, dat mapje.'
Ik pakte het mapje en gaf de papieren.
'Mijn vriend hier wilde me het Binnenhof laten zien. We wilden net weer wegrijden.'

'Sorry, u mag hier niet parkeren. U krijgt een bekeuring. Bovendien heb ik het idee dat u een eenrichtingsweg bent ingereden.'
'O, dat is mij niet opgevallen. Ik heb geen bord gezien', zei ik terwijl ik in gedachten mijn chineesplannen in rook op zag gaan.
Er viel een stilte van twee minuten.

'Ik zal het bij deze bij een parkeerbekeuring laten. Dat kost u vijfentwintig gulden.' Hij had de gegevens in een opschrijfboekje genoteerd, liep toen nog een rondje om de auto, bekeek met zijn zaklantaarn de banden en keerde terug aan het opengedraaide loketraam van de 850.
'U komt hier niet vandaan hé?', vroeg hij.
'Nee, uit Silvolde. Achterhoek', zei ik.
'Hij liet me alleen maar even het Binnenhof zien', zei mijn vriendin beteutert.

Hij gaf me de bon en ik hem een geeltje. Toen ik het raampje dicht wilde draaien keek hij nog even naar mijn vriendin.
'Ik weet niet wat hij u heeft wijsgemaakt, dame, maar dit gebouw is de Scheveningse gevangenis. Toegegeven: ook ik vind dat er een aantal politici in thuishoren, maar het is zeker niet het Binnenhof.'

'Ik wens jullie een prettige thuisreis.'

woensdag 4 oktober 2017

De jongensdroom

'Opa, moest jij ook in de oorlog?' Mijn kleinzoon bladerde naast mij door het familiealbum en had een foto van mij in legerkleding ontdekt.

'Nee hoor, Opa was niet in de oorlog.'
'Maar waarom moest jij dan die kleren aan?'
'Opa was in het leger. Net zoals jij bij de padvinders. Daar heb jij toch ook een speciale blouse aan?'

Tja, leg zo'n kind maar eens uit dat je indertijd verplicht in dienst moest en dat je, zoals in mijn geval, veertien maanden lang in zo'n pakje moest lopen. Omdat men vond dat je een echte kerel moest worden om vervolgens, in geval van de vijandelijke aanval, als figurant in een oorlog te kunnen worden ingezet.

Hij zat nu de hele serie "dienstplicht" te bekijken. Inclusief de foto waarbij ik zo dronken als een tor de WC pot schoonborstelde met een tandenborstel.

'Wat ben je daar aan het doen, Opa?' Hij wees naar een andere foto waarop ik met een zwart geschminkt gezicht en een takkenbos op mijn hoofd, op mijn buik tussen de bosjes lag.
'Opa moest daar liggen.'
'Waarom dan?'
'Dat weet Opa niet meer. Ik denk dat we verstoppertje speelden.'
'Hahaha, ik kan jou wel zien hoor.'

Ik voelde een opkomend schaamtegevoel. Dat ik als volwassen vent aan dat soort onzin mee moest doen.
'En hier doe je raar met de emmer.' Ik wist meteen waar hij het over had. De ontgroening bij de "parate hap". De keuze tussen het leegdrinken van een emmer bier of dezelfde emmer vol water over je heenkrijgen waarbij je werd geacht je armen als ruitewissers heen en weer te bewegen.

'Opa dronk daar ranja. Dat moest van die meneer.'
'Dat was bier Opa, geen ranja.' Hij schaterde het uit.
'Volgens mij niet hoor', blaatte ik.

'En wat moeten jullie hier doen?', vroeg hij. Hij keek naar een foto van het appèl waarbij we op een rijtje stonden om "acht" te geven.
'Daar werd door de meester gekeken of we er allemaal wel waren. En of de schoenen wel waren gepoetst en of we er netjes uitzagen.'
'Hadden jullie ook een meester dan?'
'Ja, dat is die meneer die ervoor staat. Die met dat mooie pakje aan.'

'En hier was je een kuil aan het graven. Waarom moest dat?'
'Dat was een kuil waar je dan in moest zitten om je te verstoppen. Zodat ze je niet konden zien als ze eraan kwamen.'
'Alweer verstoppertje?' vroeg hij.
'En hier lig je in een tentje. En weer een boom op je hoofd.'
'Ja, dat moest. Ze mochten mij niet vinden. Vandaar.'
'En als ze je dan toch vinden?'
'Vonden', verbeterde ik hem. 'Dan was je af.'

'Net zoals tikkertje bij mij op de school?'
'Bijna net zoals tikkertje bij jou op school, knul.'

'Ik wil ook in de leger', zei hij nadat hij met een zucht het album had dichtgeslagen.
Er ontwikkelde zich hier een jongensdroom vol avontuurlijk verlangen.

Misschien veiliger om het fotoalbum voorlopig maar even goed opbergen.

zaterdag 30 september 2017

Meergranenbrood

Ik mocht vanochtend een boodschap doen in de plaatselijke supermarkt. Mijn echtgenote had namelijk vastgesteld dat er te weinig brood is huis was om het "middagritueel van de lunch" te kunnen uitvoeren. En aangezien de klok doortikte, werd ik geacht op de fiets te klauteren om een brood te kopen.

'Je weet wel welke ik bedoel, toch?', vroeg ze terwijl ik nog met één been aan de grond op de startbaan balanceerde.

In de winkel liep ik meteen naar het bakkerijgedeelte en zocht naar het bekende brood. Helaas, dat was uitverkocht. Toen maar iets gepakt wat er heel erg op leek. Tenminste van de buitenkant. Op de zak stond met sierlijke letters beschreven dat het een brood betrof wat was volgepropt met "Drentse meergranen". Ik twijfelde.

Bij het brood stond een meiske in een supermarktjasje een lading brood in een broodzaagmachine te proppen. Ze zag er wel slim uit en ik schatte in dat het een studente betrof die hier op vrijdag vanwege de financiering van haar studiekosten wat bijverdiende bij de broodafdeling.

Dat heb je wel eens, dat je meteen de indruk krijgt dat mensen meer in hun mars hebben dan het zagen van brood en het verpakken van dat brood in een plastic zak.

'Mag ik jou iets vragen?', probeerde ik toen ze haar hoofd uit de machine trok.
'Natuurlijk meneer', zei ze vriendelijk.

Bingo. De manier waarop ze sprak was zeer hoopgevend en bevestigend voor mijn voorgevoel.

'Ik heb hier een Drents meergranenbrood. Kun je mij uitleggen wat het verschil is tussen "Drents" meergranenbrood en bijvoorbeeld "Zeeuws" meergranenbrood?'

Ze moest lachen. 'Sorry', zei ze verontschuldigend terwijl ze met de rug van haar hand haar neusgaten afsloot.
'Ik meen het serieus hoor', zei ik ook een beetje lacherig.
Ze dacht even na.

'Drents meergranen komt uit Drente en Zeeuws...'
'Ja, die komt uit Zeeland', vulde ik haar aan. 'Die snap ik ook. Maar wat maakt nou het verschil?'

Ze haalde haar schouders op. 'Wilt u het echt weten?', vroeg ze.
'Ja', zei ik.
'Dan haal ik de chef er even bij.'
Dat viel me toch wel wat van haar tegen.

'Morgen meneer, u heeft een probleem?' Voor mij stond nu een stevig persoon in een blauw overhemd met rode das en het logo van de super er prominent opgeprint.

'Nee, ik heb geen probleem. Ik wil wat productinformatie.' Ik herhaalde vervolgens mijn vraag. Het meiske vond het blijkbaar heel leerzaam want ze bleef er bijstaan.

'Het Drents meergranenbrood smaakt wat meer naar zwaar brood en het is heel goed voor de darmflora. Dat merkt u niet zo één-twee-drie maar als u het wat langer eet, dan gaat u het verschil echt opvallen.'
'Ik eet het ook al heel lang', voegde het meisje eraan toe. 'Ik heb het me niet zo gerealiseerd, maar nu u het zo zegt....'

Ik keek haar aan maar kon niet ontdekken of dit bij haar echt verschil had gemaakt.
'Dank voor de uitleg', zei ik en stopte het brood in het mandje.

'Wat heb je je nu weer aan laten smeren?', vroeg mijn echtgenote. 'Dit is niet het brood wat we normaal eten. Alhoewel.' Ze bestudeerde nu de inhoud.

'Dit is speciaal Drents brood. Meergranen oet Drente. Kun je beter van poepen.'

'Hoe kom je aan die wijsheid?'
'Dat zei de supermarktmanager', zei ik. 'En het broodmeisje bevestigde het. Ze vond dat het hielp.'

'De supermarktmanager kletst uit zijn nek en die juf ook. Dit is hetzelfde brood als we altijd eten. Vorige week noemden ze het nog "een Friese mix van veredelde granen" of zoiets.

En, nog belangrijker, als ik het 's morgens allemaal zo ruik, heeft het geen enkel effect op jouw darmflora.'

Ik voelde me stinkend belazerd.

woensdag 27 september 2017

Huishoudtaken

'Wat een lekker weer hè?', merkte mijn buurvrouw op. Ze hing net als ik op de bovenverdieping half uit het raam en klopte een dekbed uit. Ik beleefde toevallig nét hetzelfde avontuur. 

'Het is heerlijk. Een mooie nazomerdag', wist ik.
'Ja, en de temperatuur is nog zo lekker.'
'Ja, heerlijk hè', beaamde ik. 'Ik dacht vanmorgen nog even dat het niks zou worden vandaag. Zo grijs.'
'Ja, dat dacht ik ook. Ik zei nog tegen Willem: dat wordt een grijze mistige dag.'
'Nou, dat zei ik vanmorgen ook tegen Annie. Maar die wist zeker dat het mooi ging worden.'
'Het was gisteren wel op het nieuws, dat het vandaag met mist zou beginnen', zei ze.
'Toch kan het weer snel omslaan. Je weet het nooit in September.'
'Nee, dat weet je nooit. Vorig jaar was het een heerlijke maand', wist ze. 'Toen zaten we in Egmond.'
'Waar waren wij toen eigenlijk?' Ik wist het niet meer. 'Ik geloof dat we toen nog in Frankrijk zaten. Welke datum is het?'
Ze keek op haar horloge. 'Vijfentwintig september.'
'Zie, toen waren we nog daar', stelde ik vast.
'Ja, dit jaar zijn jullie niet gegaan toch?'
'Nee, we hadden feest van Annie haar ouders.'
'O ja, dat is ook zo. Was het leuk?'.
'Ja, heel leuk', zei ik.

'Bevalt het trouwens? met pensioen?'
'Ja hoor. Heerlijk.' Ik draaide het dekbed nu om en klopte opnieuw.
'En ook lekker druk met het huishouden?', lachte ze.
'Ja, je moet toch wat doen hè.'
'Nou, Willem krijg ik niet aan het huishouden. Die doet niks', vertrouwde ze me toe.
'O', zei ik. 'Nou ik wel hoor. Straks nog even stofzuigen en dan overleg over wat we gaan eten vanavond.'
'Overleggen jullie dat?' Ze klonk verbaasd.
'Ja, dat is toch leuk?'
Ze keek me aan alsof ze het in Keulen hoorde donderen. 'Doe mij ook zo'n man', lachte ze.
'Ik moet even het andere dekbed pakken, ben zo terug.' Ik trok het dekbed uit het raam en liep naar de overloop. Daar was mijn echtgenote bezig met stoffen.

'Wat ben jij een vreselijke slijmbal zeg. "Lekker druk met het huishouden buurvrouw". Je voert geen flikker uit. Het is dat ik je dat dekbed in je handen drukte, anders had je nu nóg in bed gelegen.'
'Nou, dat valt allemaal wel mee, toch? Ik doe best veel.' Ik vond van wel.
'Ach, hou toch op man. Ga nou maar snel dat dekbed uitkloppen. Anders is de buuf al klaar en dan heb je niks meer te lullen.' Ze stak haar tong uit.

Ik pakte het andere dekbed en twee seconden later hing ik opnieuw uit het raam. Zij was inmiddels verdwenen en ik ontdekte nu de kop van buurman Willem. Ook hij was een dekbed aan het uitkloppen. Nou ja, kloppen. Hij schudde het ongeïnteresseerd wat heen en weer. 

'Hé Willem, ook druk aan het werk?', vroeg ik.
Hij bromde iets onverstaanbaars.
'Ben je chagerijnig?'
Waar heb jij het met Truus over gehad?'
'Ik, hoezo? Ik heb gewoon wat geprietpraat. Ging nergens over.'
'Ging nergens over? Ging nergens over? Ze komt gloeiende gloeiende de kamer ingestoven, drukt me het dekbed in mijn hand en gilt dat ik ook nog moet stofzuigen. Om half twaalf volgt dan overleg over wat we gaan eten. En raad eens wie er vandaag moet koken?'

Het dekbed werd naar binnen gerukt en het raam klapte dicht.

Ik denk dat ik toch iets te enthousiast ben geweest.

Bart.

zaterdag 23 september 2017

Kapötjes

Ik moest er vandaag in één keer weer aan terugdenken: aan de periode zo middag jaren zestig van de vorige eeuw toen ik net had gehoord hoe je kinderen moest maken en nóg belangrijker, hoe je ze moest maken maar niet krijgen. Best verwarrend voor een puistenpuber van een jaartje of veertien.

Ik kwam erop door de openheid waarmee ik vanochtend een vrouw een voordeeldoos condooms zag aanschaffen. Gewoon bij de Appie uit het schap en tussen de aardappels en het kropje sla op de band. En zo hoort dat ook. In de voornoemde periode ging dat anders. Je moest ervoor naar de drogist die dan eerst het licht uitdeed, de deur op slot draaide en dan een pakje met drie stuks in een bruine zak stopte. Na het afrekenen keek hij eerst buiten of er geen voorbijgangers waren waarna je het pand kon verlaten.

En dan moest je uiteraard ook nog volwassen zijn. Pubers konden er in het normale circuit al helemaal niet aankomen. Ja, bij de NVSH, maar die zaten altijd nét op een andere planeet. Op het platte land had je pech. Pech? Nou ja, je kon altijd nog naar de buren. De oosterburen. Naar Duitsland. Daar hingen de condoomautomaten gewoon in het toilet van de plaatselijke kroeg.

Zo simpel zat de wereld daar in elkaar. Nou ja, nog wel even eerst naar Duitsland fietsen want met een leeftijd van veertien kon je een autoritje wel vergeten. Maar ach, vijfentwintig kilometer heen en vijfentwintig kilometer terug... je moest moest er wat voor over hebben om met zo'n doosje condooms op het schoolplein de blits te kunnen maken.

De fietstocht heen en terug vormde geen enkel probleem. Gewapend met een pakje brood onder de snelbinder en een fles Exota in de tas, togen mijn vriend en ik vroeg op pad. Uiteraard hadden we geen paspoort maar de grensovergang bij Babberich was vaak onbezet en dus wel een gokje waard.
Het was uiteindelijk voor een goed doel.

Elten hadden we dankzij de vanuit de verte zichtbare Elterberg al snel in beeld. De grens bleek geen probleem en uiteindelijk zaten we rond twaalf uur op een bankje in het centrum te dimdammen welke kroeg, en dan ook nog wie "het" zou gaan doen. We kwamen er niet uit, dus dan maar samen.

Eerst werd de Exota soldaat gemaakt en daarna verdween het pakje brood. Tja, en toen naderde het moment van de actie. De eerste Kneipe was nog dicht, de tweede had niet de vereiste automaat en bij de derde begon de barman wat lastige vragen te stellen toen ik, zonder eerst iets te nuttigen, vroeg of ik naar het toilet mocht. De moed begon ons al aardig in de schoenen te zakken toen we een laatste restaurantje tegenkwamen. We hadden vijf Mark op zak waarvan er zeker twee nodig waren voor de boodschap.

Het was behoorlijk druk in de tent. We namen plaats aan een tafeltje en keken door ervaring wijs geworden eerst naar de prijslijst. Er kon net één cola af. We bestelden er één en rekenden maar meteen af om wat kleingeld te krijgen wat we ongetwijfeld nodig zouden hebben.

'Toilet?', vroeg ik op zijn duits.

De barman wees naar een deur pal naast de bar. Hij stond open. Ik gaf mijn vriend een knikje en hij kwam in beweging. Samen sneakten we de toiletruimte binnen en na een korte zoektocht vonden we, iets voorbij de pisbakken en pal naast een wasbak, een automaat. Alsof we een goudader hadden aangeboord aaiden we over hem heen. We hadden ons doel bereikt. Kapotjes. Gewoon een automaat vol spullen waarmee we naar hartelust konden... tja. Wat moesten we er eigenlijk mee?

Verkering hadden we niet en als we dat al zouden hebben, hoe pakte je zoiets dan aan. Ik zei het tegen mijn vriend. Hij haalde zijn schouders op. 'Dat is voor latere zorg', zei hij. 'Marken. Kom op.'
Ik haalde de munten uit mijn zak.

'Kijk jij even of er niemand aankomt?', vroeg hij. Ik liep terug naar de openstaande deur en keek. Er kwam niemand aan. Ik gaf hem een duimteken en enthousiast bewoog hij zijn hand richting gleuf. Hij keek nog een keer om. Ik nog een keer richting toiletingang. Wederom een duimteken.

Toen gooide hij de eerste mark, direct gevolgd door de vereiste tweede in de gleuf. De beide munten rolden met een donderend geweld door de automaat op weg naar het muntenopvangbakje waar ze na een lijdensweg van ruim drie seconden aankwamen.

Het geluid echode in de kale toiletruimte flink na. Toen keerde de rust terug.
Ik bleef bij de ingang staan en mijn vriend bij de automaat. Fase één zat erop. Tijd voor fase twee.

Hij wenkte me want er moest nog een keus worden gemaakt. Welk doosje moest er worden aangeschaft. We keken gespannen naar de voorbeelden voor het ruitje.

We konden kiezen uit condooms met een smaakje, met aparte vormen, met verschillende kleuren en de standaardbox met drie stuks.
We kozen de laatste.

Ik liep weer terug naar mijn wachtpost, keek, stak opnieuw mijn duim op en mijn vriend drukte op de schuif.

Maakte de eerste fase al een hels kabaal, het was niets vergeleken met de herrie die de keuzeschuif maakte. Het leek alsof alle smeer die nodig was om het soepeltjes te laten lopen, was opgedroogd en vastgeroest. Het piepte en kraakte en even dacht ik dat de complete automaat van de muur zou donderen..

Mijn vriend rukte het pakje uit de la, stak het in zijn zak en snel liepen we de gelagkamer binnen. Het was er muisstil. Alle ogen waren op ons gericht en met een paar vuurrode koppen baanden we ons een weg die gevoelsmatig wel een uur duurde naar de uitgang.

Ik riep nog een beleefd "wiedersejen" en trok toen snel de deur achter mij dicht. Terwijl we de tegen de gevel geplaatste fiets pakten, klonk er van binnen een enorme lachsalvo.

Het maakte ons niet veel meer uit. De kapotjes waren binnen, de missie geslaagd.

Restte er thuis nog een zoektocht naar een leuk meisje. En dat heeft nog een flinke tijd geduurd. Zo lang zelfs dat de condooms uiteindelijk in de vuilnisbak zijn beland. Ongebruikt.

Bart