Totaal aantal pageviews

dinsdag 16 januari 2018

Klusje

'Je vingers zijn te groot voor zo'n onnozel schroefje', zei ze. Ik was bezig een schroefje aan een moertje te draaien en dat lukte niet zo best.
'Noem jij het maar een onnozel schroefje. Heb je enig idee hoe belangrijk dat dingetje is?' Ze haalde haar schouders op.
'Als ik dit niet aan elkaar krijg, dan heb jij geen licht meer op je fiets.'  'Hoe kan dat dan?' Ze keek met een blik die ik meteen herkende: die van lichte paniek.
'Nou schat, omdat het originele schroefje besloten heeft met pensioen te gaan. Het is weg, vertrokken, en daardoor hapert de voorlamp.'
'Kun je er niet beter iemand bijhalen?', opperde ze. Ik had zo'n antwoord al verwacht. Dat paste bij haar blik.
'Ik ga het gewoon repareren. Dat kan ik prima. Maar los daarvan: ik denk dat ik aan een nieuwe bril toe ben. Ik kan het niet zo goed meer zien.'
'Dat is voor het eerst dat ik je over je ogen hoor klagen.'
'Nee hoor, ik klaag wel vaker. Ik kon laatst ook die gebruiksaanwijzing van dat klokje niet lezen. Weet je nog?'
'Schat, dat kon je ook niet lezen, want het was in het chinees. Dat krijg als je allemaal van die rotzooi op internet koopt.'
Ik voelde een schoen op mijn ziel. 'Het is een fijn klokje. Hij doet het prima.'
'Hij is overbodig. Er zit een klok op je telefoon en je doet de hele dag niets anders dan naar dat scherm staren. Lukt het nou? Of moet ik het proberen.'
'Jij bent niet technisch genoeg', zei ik.
'Het is toch gewoon dat schroefje op dat moertje doen?' Ik keek haar aan. 'Nee, fout. Het moertje moet op het schroefje worden gedrááid. Snap je? En daar heb je technisch inzicht voor nodig. En gevoel.'
'En goede ogen', vulde ze aan.
'Juist', zei ik.

Ondertussen probeerde ik voor de tiende keer het moertje op het schroefje te draaien. Zij leunde met haar hoofd op haar handen en keek toe.

'Je trilt een beetje', zei ze.
'Valt mee.'
'Het lijkt me helemaal niet zo moeilijk, dat technisch inzicht.'
'Moet jij niet iets belangrijks doen?', informeerde ik.
'Zoals?', vroeg ze.
'Iets met eten voor straks?' Ik had het nog niet uitgesproken of de twee onderdelen namen definitief afscheid van elkaar. Het moertje rolde onder de kast, het schroefje verdween met onbekende bestemming.

'Was ik nou maar naar Specsavers gegaan', probeerde ik in een grappige afleidingspoging.
'Wat dacht je van een fietsenmaker?'

Bart

zondag 14 januari 2018

Moddergevecht

'Zullen we zo zodadelijk een eindje met de hond in het bos gaan wandelen?', stelde mijn echtgenote voor. 'Het is heerlijk weer en ik wil iets doen.'
Het leek me wel wat. Vooral dat "eindje" stond me wel aan. Zo kon ik op een simpele, niet veel tijd vretende manier iets bijdragen aan een gezamelijk stukje dagvulling en klokslag twee voor de TV ploffen om de formule1 te kunnen volgen. Ik zei het haar.
'Lijkt me wel een goed plan.'

Ik keek tegelijkertijd naar Cooper, onze Golden Retriever, die op dat moment ongegeneerd zijn kruis likte, vervolgens in zijn mand omviel en al gapend zijn soepogen sloot. 'Gaan we naar het BOS?', riep ik met verhoogde stem in zijn richting. Hij reageerde meteen, sprong uit zijn mand, rekte zich een keer en huppelde toen vrolijk naar de gang. Daar bleef hij met zijn snuit tegen de voordeur gedrukt wachten op de dingen die gingen gebeuren.
Tien minuten later stapten we in de auto en nadat onze hond zich achter in onze stationwagen had genesteld, vertrokken we richting Zeddam om daar ergens Montferland in te duiken.

'Wat is het toch heerlijk hier', merkte mijn echtgenote op.
'Ja echt geweldig', blaatte ik.
'En zo lekker rustig.'
'Ja hè.'
'Het heeft de laatste tijd ook zoveel geregend. Ik ben zo blij dat we er uit kunnen.'
'Ja, zo'n eindje lopen is nét lekker.' Ik legde nog maar even de nadruk op het "eindje" zodat ze daar later niet over kon vallen. Ik ken haar.
'En Cooper vindt het ook leuk', zei ze. Hij rende van de ene kant van het pad naar het andere bleef soms even snuffelen maar kwam dan weer met gestrekte draf achter ons aangerend.'

'Hier moeten we zo meteen rechts', zei ik toen we een kruising naderden.
'Hier al rechts? Dan zijn we zo weer bij de auto.' Ze keek teleurgesteld.
'Nou, dat valt wel mee hoor', zei ik. 'We hebben nu een half uur gelopen, dus ook een half uur terug en nog een kwartier uitloop.'
'We kunnen best nog verder', vond ze.
'Hallo, we zouden een eindje gaan lopen. Jij wil er meteen weer de vierdaagse van maken. Ik ben akkoord gegaan met een eindje en geen eind.'
'Waar is Cooper?', vroeg ze.
'Ook in Montferland', grapte ik in een poging om van de afstandsdiscussie af te komen.
'Ja, serieus Bart, waar is hij. Cooper... COOPER !!!!.' Haar stem verscheurde de stilte van het bos.

Ik had daar altijd zo'n pesthekel aan. Aan dat gegil.
'Cooper, kom!', riep ik rustig. Ik weet dat een hond vele malen beter hoort dan een mens. Dus waarom gescheeuwd.
'Hij zal toch niet.... '
'Water hebben gevonden?', vulde ik haar aan. Onze hond was keurig opgevoed en luisterde perfect totdat hij water rook. En soms al van ver. Dan gingen de stekkers eruit, werkte de afstandsbediening niet meer en kende hij nog maar één richting: het volgen van zijn eigen kompas.
'COOPER!!!', schreeuwde ik. 'Schreeuwen heeft geen zin', wist mijn echtgenote wijs.

We stonden nu op de kruising en ik zag een man en een vrouw vanuit de verte naderen.
'Maar even wachten hier?', stelde ze voor.
Ik knikte slechts maar liep me behoorlijk op te vreten. Toen zag ik achter het naderende stel iets bewegen wat op een hond leek en tevens onze kant opgerend kwam.

'Daar komt ie', riep ik opgelucht. 'Hij is van kleur veranderd', stelde mijn vrouw vast.
'Inderdaad, hij heeft gloeiende gloeiende in de modder liggen rollen', zuchtte ik.
'Gaat dat goed daar?', vroeg ze zich ongerust af.
'Vast wel.' Terwijl ik het zei volgden de gebeurtenissen elkaar in rap tempo op.

Sir Cooper stopte bij het stel en keek een keer goed. Vervolgens begon hij herkenbaar te bewegen en schudde op professionele wijze de modder volledig van zijn vacht. Wij keerden behoorlijk snel om en liepen terug. Het was op dat moment even niet onze hond.
Toen we wat later hij de auto stonden en onze adelborst weer in zijn residentie hadden geladen kwam het stel aangelopen.
'Heeft uw hond ons net met modder besmeurd?', vroeg de mannelijke helft van het stel.
'Liep u net met een witte jas in een modderig honden-losloopgebied?', vroeg ik.

Ik heb zijn antwoord maar niet meer afgewacht. We zijn ingestapt en weggereden.

Bart 

vrijdag 12 januari 2018

Inspiratie

'Heb jij nog leuke dingetjes die het benoemen waard zijn?', vroeg ik mijn echtgenote.
'Hoezo?', vroeg ze.
'O nee, zomaar.'
'Wat bedoel je dan?'
'Nou gewone leuke dingetjes. Vakanties, kleinkinderen, over vroeger, weet ik veel.'
'Heb je onderwerpen nodig voor je verhaaltjes?'
'Ja, misschien ook wel.'

'Man, wat doe je geheimzinnig. Of ik iets weet. Schrijf dan iets over de camping vorig jaar. In Frankrijk.'
'Gebeurde daar dan iets leuks?', vroeg ik mij hardop af.
'Lieve schat, het was toch een aaneenschakeling van leuke dingetjes?'
Ik moest even diep nadenken.
'Die keer dat je in dat winkeltje het complete kleedhok afbrak. Weet je niet meer?'
'O ja, dat was wel een beetje leuk. En weet je toevallig nóg iets?'
'Ja, die vent die elke dag met die pisemmer langs kwam lopen ?'
'Ja, die kan ik me nog herinneren.' Ik moest lachen.

'Misschien nog iets over mijn pensioen?'
'Dan ga je wel heel erg privé voor een column.'
'En als ik iets over onze kleinkinderen meld?', vroeg ik.
'Ja, ik denk dat je daar wel een boek mee kunt vullen', zei ze met een lach.
'En wat hebben we het afgelopen weekend gedaan?' Ik was het alweer vergeten.
'Afgelopen weekend? Geen idee. Gewoon. Ontbijtje, beetje kletsen, visite en verder dom TV kijken.'
'Tja, ook niet echt leuk natuurlijk.'
'Nou, ik vond het wel leuk hoor.' Ze gaf me een knipoog.

'Maar weet je Bart, je hebt toch over al deze dingetjes al een keer een column geschreven?'
'O, vast wel.'
'Maar waarom ben je dan zo op zoek naar onderwerpen.' Ze begreep het niet.
'Heb je dat niet meegekregen dan?'
'Wat?'
'Ik heb om half drie een afspraak bij de kapper.'

Bart.

donderdag 11 januari 2018

Tabletverslaving

Toen wij vanochtend aan het ontbijt zaten, gaf mijn op tafel liggende tablet ongevraagd een pingel. Dat is meestal een teken dat iets of iemand het belangrijk acht om mijn aandacht te vragen. En aangezien ik best fatsoenlijk ben opgevoed, wilde ik ook deze lokroeper niet te lang laten wachten en pakte het apparaat om te kijken waarom de afzender het nodig achtte om mij op mijn digitale schouder te tikken.

'Bart, ik wil het er eens even met je over hebben', zei mijn echtgenote die tegenover mij zat.
'Waar wil je het over hebben, schat?', vroeg ik.
'Nou, ik erger mij aan het feit dat als ik iets tegen je zeg, ik vaak geen aandacht krijg, maar als dat ding een piep geeft je alles laat vallen en op onderzoek uitgaat.'

Tja, dat was eigenlijk best een lastig dingetje waar ik zo geen antwoord op wist. Misschien had het te maken met het feit dat ik het huiselijke grammofoonplaatje inmiddels wel kende en wist dat in veel van de gevallen een simpele antwoordbrom voldoende was. Toch lag er in haar opmerking behalve een kern van waarheid vooral ook het gevaar dat ik bij toegeven daarvan verstrengeld zou raken in een lijstje met afspraken rond het tabletgebruik. En dat zou dan weer betekenen dat ik mijn mannelijke nieuwsgierigheid niet langer zou kunnen bevredigen met mijn wijsvinger.

Terwijl ik er over mijmerde maakte ik een fout: ik reageerde niet meteen. En dat was dan weer het bekende vat olie op het vuur.
'Kijk, dit bedoel ik dus. Je reageert niet. Je kijkt me niet aan en blijft maar naar dat ding staren.'
'Ik reageer wel, maar je ziet het alleen niet, omdat ik intern bezig ben met het formuleren van een verklaring.'

'Doe niet zo Rutte', riep ze. 'Je praat als een mislukte politicus. Hallo, hier zit ik!' Ze zwaaide.
Ik voelde iets van een naderende uitbarsting en zocht naar een kalmeringsmiddel. Er klonk nu een tweede pingel en ik voelde druk om nu echt te gaan kijken.

'Ik praat met je, Bart. Waarom doe je dat?'
'Wat bedoel je?'
'Ja, waar hebben we het nou over. Dat je alleen maar met dat kloteding bezig bent en verder alles om je heen vergeet.'
'Ik vergeet helemaal niks, maar als de tablet pingelt, is er een belangrijke melding. Jij loopt toch ook naar de gang als de brievenbus kleppert?' Ik vond het een goed argument en had het idee dat de modderstroom onder mijn voeten opdroogde.

'Lieve schat, de postbode brengt geen onzinnige facebookmelding dat tante Toos vandaag naar de sauna gaat. Snap je het verschil?' Ze keek triomfantelijk.
'Nee die stompzinnige reclame van de postcodeloterij, dat is belangrijk.' Een mooi tegenargument. Ze stond hoofdschuddend op. 'Ga maar snel tabletje kijken', zei ze en liep naar de keuken.

Toen dik tien minuten later haar smartphone pingelde en ze met gezwinde spoed de kamer instormde gaf ik haar een veelbetekenende knipoog.

Ik voelde iets van een alles bevredigend gelijkspel.

Bart.

woensdag 10 januari 2018

Mislukte missie

Ik heb mijn best gedaan. Dat mag ik wel van mijzelf zeggen. En mijn echtgenote in haar rol ook. Maar helaas, het is uiteindelijk toch niks geworden. En dan dient zich uiteraard iets van een schuldvraag aan: wie of wat was nou de oorzaak van de mislukking. Mijn echtgenote was van mening dat ik het antwoord vooral bij mijzelf moest zoeken. Ik keek meer naar de rol van het winkelpersoneel.

Ik zal het even uitleggen. Mijn eega had een lege plek gevonden in haar gardarobekast. Nee, geen inloopkast maar gewoon zo'n ding met een schuifdeur-met-spiegel. Omdat ze weet dat ik een pesthekel heb aan winkelen, pakte ze het slim aan. Het had wat weg van de "all you need is love-show" van Robert ten Brink: je belt aan, zegt dat je iemand op komt halen en dat de bus voor de deur staat. Ontsnappen is niet meer mogelijk. Zoiets. Dus voordat ik ook maar kon kuchen zat ik al in de auto en werd ik naar de stad gereden. Kort daarna liepen we in de Doetinchemse Hamburgerstraat.

Ofschoon men roept dat er veel winkels zijn gesloten, had ik toch de indruk dat deze straat alleen maar bestaat uit modezaken. Veel modezaken...

Het begon met een winkel van een modeketen die onlangs uit de as is herrezen. En dat was ook zichtbaar want men had het interieur een nieuw verjongd uiterlijk gegeven in de hoop dat het meer kopers zou trekken. Het zwart geschilderde plafond had echter iets deprimerends en de kleding was nauwelijks zichtbaar onder de felle lampen.

Bij de volgende zaak vroeg een verkoopster of ze mijn echtgenote kon helpen met het maken van een keus. Ik heb in drie woorden uitgelegd dat dit een overbodige vraag was. 'Waarom denkt u dat ik hier loop?'. Ze droop af.

Pandje verder werd mij als afleidingsmanoeuvre een kopje koffie aangeboden. Ik ken dat. Dan geef je alle controle uit handen en wordt jouw mening pas gevraagd als de pinpas zijn werk heeft gedaan. Ik heb de boot dan ook maar afgehouden.

Na nog tien winkels kwamen we terecht bij een pas geopend pand. Grote zaak met een mooie uitstraling. Daarmee was dan ook alles gezegd. De bedrijfsfilosofie schrijft blijkbaar voor dat de klanten vooral moeten worden geconfronteerd met akkimakki muziek. Dat bestaat uit een zich elke drie seconden herhalende electronische gronddreun met daarop een synthesizerflits. Genoeg om alles wat buiten de doelgroep valt het pand uit te dreunen. Ik had nog even de neiging om aan zo'n verkoper te vragen of deze muziek de omzet voldoende nivelleert, maar mijn echtgenote zag het naderend gevaar van de confrontatie en trok mij overhaast de winkel uit.

De mislukte inkoopactie werd afgesloten met een kopje thee. Het was dan ook weer heel erg jammer dat ze tegenwoordig het theezakje in een plastic hoesje aanbieden. Het viel niet los te peuteren. Toen ik uit pure nijd het complete zakje in het water wilde donderen om vervolgens het établissement te verlaten, greep ze in.

De volgende keer mag ik niet meer mee.

Bart.

maandag 8 januari 2018

Remspoor

'Ik hoorde vannacht een auto heel hard remmen', merkte ik op tijdens het ontbijt.
'O, ik niet', klonk het vanaf de overkant van de tafel.
'Ik dus wel, en ik vroeg mij af wie dat zou kunnen zijn.' Ze haalde haar schouders op. 'Gebeurt wel vaker toch, dat er iemand 's nachts thuis komt?'
'Jawel, maar ik vraag mij dan af wie dat zou kunnen zijn geweest.'
'Het is vast een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker. Ik zal nog even vragen naar zijn naam.'  Ze keek me lachend aan. 'Herken je het liedje nog?'
'Ik meende het serieus.'

Ik kon daar altijd zo pissig om worden. Bedoel je iets serieus, maakt ze er een grapje van.

'Joh, wat interesseert het mij nou wie er hier remt. Zolang het niet wordt gevolgd door een klap. Was het niet de buuf?'
'Nee, die was gisteravond gewoon thuis.'
'O, dat had je al gezien?'
'Ja, en die daarnaast ook niet.'
'Wie bedoel je?'
'Die oude dame met die rollator.'
'Tja, die heeft ook geen auto.'
'Nee, maar wel een zoon die haar af en toe ophaalt en thuisbrengt.'
'Je bent wel goed op de hoogte hè?', zei ze.
Ik haalde mijn schouders op. 'Ik heb sociale interesse.'
'Ik noem het sociale bemoeizucht.'

'Ik ga toch straks even kijken', besloot ik.
'Hij zal nu toch wel uitgeremd zijn?', lachte ze.
'Ik wil even kijken naar eventuele remsporen.'
'En dan neem je DNA monsters?'
'Nou ja, ik kan het in ieder geval melden in de buurtapp. Misschien dat er meer meldingen zijn.'

De aandacht richtte zich nu van beide zijden van de tafel op de krant, het kopje thee en naast het eitje ook nog het broodje.

'Zeg Bart, nog even terugkomend op jouw remmende auto van vannacht', zei ze na een poosje.
'Ja, wat dan? Toch iets gehoord?'
'Nee, maar nu je het er over hebt, ik meende wel iets te ruiken vannacht.'
'Oooo, verbrand rubber? Dat zou best kunnen natuurlijk.'
'Nou nee, daar leek het niet direct op', zei ze.
'Maar als je straks toch naar die sporen gaat kijken, dan zou een persoonlijk remsporenonderzoekje niet verkeerd zijn. En, ehhh wat mij betreft... de uitslag hoeft niet in de buurtapp....'

Bart

zaterdag 6 januari 2018

Het verkeerde been.

'Wat ben jij nou aan het doen?', vroeg mijn echtgenote toen ik wat aarzelde om het bed te verlaten.
'Ik denk bewust na over welk been nu het handigst kan worden ingezet om uit bed te stappen.'  Ik meende te zien dat ze met een losse hand een beweging maakte bij haar voorhoofd.
'Wat is dit nou weer. Gaat het wel goed met je?'
'Ik heb er gewoon over nagedacht. Je hoort zo vaak dat iemand met het verkeerde been uit bed is gestapt. Dat kan niet alleen een grappige opmerking zijn, daar moet in het verleden over zijn nagedacht.'

'Ik denk dat jij teveel vrije tijd hebt, Bart. Dan ga je over dit soort idiote dingen nadenken.' Ze schudde haar hoofd.
'Dat kun je nu wel zeggen, maar denk eens na. Hoe vaak zeg je dat niet tegen mij.'
'Hoe bedoel je?'.
'Nou, dat ik met het verkeerde been ben opgestaan.'
'Vind je het goed dat ik dit onzinnige en stompzinnige gesprek nu beëindig?'
'Kijk schat, ik observeer je nu al een paar dagen en ik zie dat je van de vier dagen, drie keer met je rechterbeen als eerste bent uitgestapt.' Ze keek me veelbetekenend aan.
'Ik zeg hier niks meer over', zei ze.
'Gisteren begon je met links. Herkenning bij?'
'Bart, alsjeblieft. Ga wat zinvols doen.'
Ik vond echter dat ik nog even door moest borduren.

'Gisteren stapte je met links uit, ik vond je gisteren soms een beetje lastig doen.'
'Lastig? Hoezo lastig?' Ze reageerde fel.
'Nou ja, je vond dat ik me als een oud wijf gedroeg en je bleef daar de hele dag een beetje in hangen.'
'Nou, dat was toch ook zo? Als jij mij gaat uitleggen dat ik de was op een andere manier in de machine moet doen, dan klopt mijn stelling van "oud wijf" wel.'
'Schat, ik zag een alternatief wat het voor jou wat gemakkelijker zou maken.'
'Nee Bart, je bemoeide je met iets waar je je niet mee moet bemoeien. En zo ook met dat breipatroon. Waar bemoei je je mee man.'
'Hallo, ik ben analytisch heel sterk. Dat bied ik je aan. Maar dat wordt dan blijkbaar niet gewaardeerd.'

'Ik ga naar beneden. Ik wil het er gewoon niet meer over hebben.'
'Met welk been stapte je nu als eerste uit bed? Ik heb het net niet kunnen zien.'
'Geen idee. Vul dat zelf maar in', riep ze vanaf de overloop.

Tja... ik voorzag een stroef ontbijt.

Bart.

donderdag 4 januari 2018

De houseparty.

Afgelopen week zat ik in een kantine aan een tafel een broodje kaas te eten. Een bijzondere kantine want als je in deze kantine een broodje kaas koopt, dan moet je die zelf samenstellen. Dat blijkt beter voor het milieu want dan hoeven er in de keuken geen milieubelastende activiteiten te worden ondernomen. Zo staat het op een bordje bij de ingang: "Wij zijn milieubewust". Dus pak je een bord, een dienblad, een broodje in een plastic zakje, een plastic kuipje margarine en twee plakjes kaas die dan weer in een plastic hoesje steken. Tot slot als garnering een in een onverwoestbaar en lekdicht zakje gespoten kloddertje sambal.

Ik was dus doende mijn broodje in elkaar te kleien toen hij bij mij aanschoof. Een collega. Hij had een thuis klaargemaakt lunchpakketje bij zich wat was verpakt in een tupperware-trommel. Dat is zo'n plastic langwerpig trommeltje met een blauwe deksel. Als je het deksel erop klust, moet je in het midden met je duim duwen. Dan zegt ie "pfffft" en ontsnapt er overbodige lucht. Ik had er ooit één in het groen maar die is stuk gegaan. Volgens mijn moeder omdat ik te scherpe nagels had en daarmee te hard op het deksel had geduwd. Ik zei het tegen hem. Dat ik er ooit ook één had, maar dat ie was stuk gegaan. Hij knikte en zei iets over lange nagels en hij kon het weten want zijn vrouw bleek ooit een tupperware-demonstratrice te zijn geweest.

Ik keek hem vol medelijden aan. Het zal je maar gebeuren. Getrouwd zijn met een tupperware-party-truus. Ik spoot wat sambal. Hij grinnikte wat terwijl hij een plastic tupperware beker uit zijn tasje trok en hem schudde. Vervolgens begon hij een enorm enthousiast relaas over tupperware. Ik hoorde hem aan en kreeg er beelden bij.

's Morgens de tupperware wekker, opstaan, gebit uit het tupperware gebittenbakje, poetsen met een tupperware tandenborstel, poetsdoekje uit het tupperware poetsdoekenbakje, neus poetsen, afval in het tupperware afval-bakje. Naar beneden, keuken in, kastje open, alle tupperware-bakjes, bekertjes en overige hulpstukken die er enthousiast uitpleuren. Brood uit de tupperware broodtrommel, smeren met een tupperware-mes. Melk in een tupperware beker, brood in een tupperware voerbak, spullen in een tupperware rugtas, kusje op de tupperware-bek van zijn vrouw... Sneu.

Ik stak een broodje in mijn mond en duwde een sambalpitje terug. Hij wist vervolgens te melden dat ze al een tijd geleden afscheid had genomen. Van de tupperware. Omdat de handel was opgedroogd. Iedereen was inmiddels ruimschoots voorzien.... En ach, ze ging toch ook richting pensioen. Ik blaatte iets tussen mijn broodje door. Dat het best verstandig was. 'Zonder handel geen geld', zei ik. Hij knikte. Maar over het inkomen maakte hij zich geen zorgen. Ze was wat anders gaan doen. Ondeugende lingerie-party's aan huis voor een maatje meer en vijftig plus. Mocht mijn vrouw nog interesse hebben.... Hij overhandigde me een visitekaartje met daarop een "uitdagende" foto van zijn vrouw gehuld in iets waar mijn kleinkinderen altijd een wigwam van bouwen.

Toen ik milieubewust mijn blaadje vol restafval stond te scheiden, heb ik hem in de overvolle bak "restafval" gedeponeerd.

Wij spelen al jaren geen indiaantje meer.

Bart

maandag 1 januari 2018

Dieet

Ik heb onlangs, het was zo half december, vernomen dat ik per één januari op dieet zou gaan. Aanleiding was een onschuldig bezoekje aan de plaatselijke Mac Shit waarbij het mijn echtgenote opviel dat ik wat moeizaam uit de auto klom en kort daarna hijgerig achter een Big Mac plaats nam. Dit opvallend gedrag werd meteen geassocieerd met een slechte conditie welke zou worden veroorzaakt door een ernstige vorm van zwaarlijvigheid.

Ik probeerde nog uit te leggen dat het met een lichte verkoudheid te maken had, maar toen ik die avond stiekem op de weegschaal stond en de oplichtende cijfers nét iets te lang bleven nabranden was ik er gloeiend bij. Ik zat in de “drie-cijfers-vóór-de-komma” zone en mijn echtgenote noemde in één adem de datum van één januari als het moment des oordeels.

Nu heb ik al wel vaker met dit soort bijltjes gehakt en normaal gesproken zwakt het voornemen met het vorderen van de dagen af zodat het uiteindelijk allemaal met een sissertje zal gaan aflopen. Ik had dus goede hoop. Toen ik echter op één januari, vanochtend dus, een engels ontbijtje bestelde en ik tien minuten later beneden aanschoof, rook ik een vreemde zurige lucht. Niet de lucht die hoort bij een engels ontbijt van eieren en gebakken spek. Nee, ik rook iets van een yoghurt en meteen sloeg me de schrik om het hart.

Inderdaad. Ik kreeg een kommetje voor mijn neus geschoteld en er werd een groen pak met de bekende zure meuk naast gezet. Vervolgens ontving ik een doorzichtig zakje bruinachtige brokken en een pot zoetstof. In plaats van het standaard glas jus d 'orange stond er een glas komkommersap en in plaats van een ei lag er een rijstwafel. “Eet smakelijk, schat”, hoorde ik ergens in de verte...

Natuurlijk heeft mijn echtgenote het grootste gelijk. Het gaat om mijn gezondheid en daar maakt ze zich terecht wat zorgen om. Maar toen er een ontbijtpsalm uit de honger-bijbel “Ik Sonja Bakker” werd voorgelezen, werd het me allemaal teveel. Ik lepelde nog wat bruine brokjes uit mijn kom, doopte ze in de zoetstof en stak ze in mijn mond.

Tja, die Sonja Bakker. "Verzin een list Tom Poes". Ik meende me plotseling te herinneren dat ene Rick Felderhof ooit tot de conclusie was gekomen dat hij tijdens een weekendje stoeien met Sonja meer calorieën had verstookt en het dus meer effect had opgeleverd dan dat hij zich door haar boek had moeten vreten.

Ik vertelde het mijn echtgenote en nam ondertussen nog een brok zure zut. Toen voelde ik haar hand op die van mij en ze keek me aan met zo'n typische zwoele blik. 'Daar heb ik helemáál niet aan gedacht, Bart'. Ik glimlachte en gaf nu vol gas. 'Schatje, kan ik dan nu alsnog een Engels ontbijtje bestellen?'

Ik denk dat er morgenvroeg opnieuw een psalm wordt gelepeld.

Bart

vrijdag 29 december 2017

Van het oortje en de muis

Als ik tegenwoordig een winkel binnenloop om iets aan te schaffen wat ik normaal gesproken niet aanschaf, dan loop ik meteen naar een herkenbare medewerker. Zo voorkom ik een lange zoektocht waarbij ik uiteindelijk toch nog moet vragen waar ze de spullen hebben verstopt. In dit geval zocht ik een muis waarmee ik mijn laptop opdrachten kon geven. Normaal gesproken doe ik dat door met mijn vinger over zo'n schaatsbaantje te wrijven en te drukken. Maar aangezien mijn vinger de laatste jaren wat stijver en minder gevoelig is geworden, leek het mij zo dat het met een muis een stuk gemakkelijker zou gaan. Vandaar.

Ik huppelde dus de winkel-van-sinkel binnen en trof meteen al een multifunctionele medewerkster die op een plastic verhoging bezig was het bovenste schap te ordenen. Ik ging bij haar staan en keek wat hongerig omhoog maar dat had geen direct effect. Aan haar oor ontdekte ik zo'n telefoonding, zo'n oortje, waarmee je draadloos met de wereld kan communiceren. Ik kuchte een keer. Geen reactie in mijn richting maar ze begon nu wel te praten.

'Mam, als hij huilt dan moet je hem gewoon laten huilen. Niet oppakken, dan verwen je hem'. Ze bleef bewegingsloos naar het schap staren. 'Nee, niet oppakken zeg ik. Leg hem nu maar meteen terug en duw er een speentje in. Een speentje. Nee, een SPEENTJE. Juist, die ligt op de commode. Ja, ik wacht wel even. Wat zeg je? Ja, beetje doorduwen. Heb je hem wel eerst nat gemaakt? Mam, als hij te droog is krijg je hem er niet in. Even zelf in je... juist. En nu erin.' Ze slaakte een zucht. 'Stil? Mooi. Dan nu zijn kamertje uit en laten liggen. Gaat ie vanzelf slapen. Oké, tot straks.'

Ik vermoedde dat het gesprek nu klaar was, schraapte mijn keel en wilde nét over mijn muis beginnen toen ze wederom contact had. 'Met Janny. Ja, ik sta hier in de servetten. Kun je Joost niet vragen?' Ik begreep dat er ook ergens een Joost moest rondlopen. 'Els, wacht even, ik heb telefoon.' Ze drukte op haar oor. 'Ja mam, wat is er? Die liggen in het kastje op zijn kamertje. Onderin. Slaapt hij nou of niet? Oké, mooi, ik ga weer gauw aan het werk. Ben hardstikke druk. Doei' ze schakelde met haar vinger. 'Ja, Els, ben je er nog? Joost heeft geen tijd? Oké dan kom ik er wel weer aan.'

Ze sprong van de aardappelbak en wilde ontsnappen. Maar dat liet ik niet gebeuren.
'Mag ik u iets vragen, juffrouw?', vroeg ik terwijl ik breeduit de doorgang versperde. Ze aarzelde maar bleef toen toch even staan.
'Ik zoek een muis voor op de computer.' Ze haalde na één seconde haar schouders op. 'Ik heb geen idee, maar een gang verder staat mijn collega. Die weet het precies.' Ze wees naar het paralelle gangpad. Terwijl ze wegliep begon ze opnieuw te praten. 'Ja, met Janny, wat is er nou weer? Ik heb toch gezegd dat ik eraan kom.' Hoofschuddend liep ze weg.

In de gang ernaast ontdekte ik tussen het publiek een medewerker. Dat moest de Joost zijn. Ik liep naar hem toe en knikte een keer. Hij knikte terug. 'Ik zoek een muis voor op de computer.' Ik trok er een vriendelijke glimlach bij. 'Ik heb geen idee meneer, maar ik vraag even.' Hij drukte op zijn oor.

'Hallo, Janny, weet jij waar de... Ja, oké, ik wacht even.' Hij richtte zich nu tot mij. 'Mijn collega heeft even een spoedje tussendoor, momentje nog.' Ik voelde een kriebel. 'Ehhh, laat die muis maar in zijn hol zitten en zeg tegen die Janny van u dat ze het beste een andere oppas kan zoeken. Of misschien een andere baan. De klanten worden er namelijk stapelgek van.'

Terwijl ik de winkel verliet besloot ik geen muis meer te kopen maar thuis nog wat met mijn vinger te oefenen.

Bart