Totaal aantal pageviews

zaterdag 23 juni 2018

Afwas

'Zeg schat, je hoeft echt maar een klein druppeltje afwasmiddel in het water te doen hoor. Dat is genoeg.' Ze stonden samen af te wassen. Bert aan het teiltje en Truus met een theedoek in de aanslag wachtend op de zaken die uit het teiltje op het veel te kleine aanrechtje zouden worden gedeponeerd.
'Dat is niet genoeg, Truus', vond Bert. 'Het schuimt voor geen meter. Ik doe er gewoon nog een drupje bij.'
Bert pakte de fles van het aanrecht en spoot een flinke straal.
'Wat doe je nou??!!!', riep Truus.
'Ik kies altijd voor het ruime sop want zoals een bekend spreekwoord zegt: een afwas zonder sop is als een kip zonder kop.'
'Inderdaad', zei Truus. Je redeneert dan ook zo.'
'Maar ik heb nu wel voldoende schuim.' Met enige trots pakte hij een handje vol en blies het in de richting van Truus.
'Toch heeft het wel wat, vind je niet?', vroeg Bert. 'Ik mis Miep Miele voor geen meter.'
'Wat bedoel je?'
'Dat handmatig afwassen vind ik heerlijk. Vooral die goede gesprekken die je dan onder elkaar hebt.'
'O, is dat zo?', lachte Truus. 'En wanneer gaan die van ons beginnen?'
'Nu, en jij trapt af. Goed?' Hij keek haar aan.
'Bert, wat ben je toch een heerlijke vent', lachte ze. 'En schiet eens een beetje op met die afwas. Je hebt nog niets gepresteerd.'
'Hallo, wat ligt daar dan?' Hij wees op een heuveltje sop. 'Daaronder ligt een kopje.'
'Daar kan ik nog niks mee. Teveel sop. Moet eerst uitlekken.'
'Dan spoel je het toch af bij die andere bak?', vond hij.
'Ik wil trouwens morgen met Tiny naar Argelès. Aan de boulevard heb je een leuk boetiekje. Wij willen daar even neuzen.'
'O', riep Bert terwijl hij een lading bestek op het aanrecht kwakte. 'Dan ga ik met Hans vissen. Dan hebben wij ook een keer een verzetje.'
'Je doet maar. En vanmiddag wil ik even met mama bellen. Ze moest naar de dokter. Ben benieuwd hoe het is afgelopen.'
'Wat heeft ze nu weer?'
'Bert, zo praat je niet over mijn moeder. Ze is wat doof aan één kant. Ze gaan haar oren uitspuiten.'
'Oké, nou ja, als ze dan toch bezig zijn', lachte Bert.
'Haha, wat flauw. En schiet eens een beetje op met die afwas.'
'Ik weet trouwens niet wat er met dat sop aan de hand is. Er moet nu weer een drupje bij.'
Truus keek naar het teiltje. 'Inderdaad', stelde ze vast. 'Het sop is weg.'
'Ja, en weet je wat mij opvalt, schatje?'
'Nou?', vroeg Truus.
'Iedere keer als wij een goed gesprek hebben, slaat het sop morsdood.'

Bart

vrijdag 22 juni 2018

Slippertje

'En, wat vind je dan van deze?', Truus stond voor enorm rek met strandslippers en trok een modelletje tussen de anderen naar voren.
'Schat, ik wil geen teenslippers. Ik wil slippers met een band over de voet.'
'Jawel Bert, maar die zijn niet zo leuk. Kijk nou, deze zijn heel modern en heerlijk om over de camping te lopen.'
'Ik wil ze niet. Klaar.' Hij liep door naar een volgend rek.
'Maar waarom dan niet?', vroeg ze.
'Omdat ik niet zo'n ding tussen mijn tenen wil. Dat doet zeer! Kijk, hier hangen ze die ik bedoel.' Hij trok de slippers naar voren.
'Dat is niet jouw maat.'
'Het gaat niet om de maat maar om het model. Kijk dan. Deze heeft een zachte band van badstof.'
'Bert, dat ziet er niet uit. Dan moet je ook van die witte bootsokken aantrekken. Met van die gekleurde streepjes aan de boord.'
'Ik wil geen boot. Ik wil slippers.' Truus slaakte een diepe zucht.
'Eigenwijze drol. Maar goed. Hangt jouw maat er tussen?' Truus schoof stuk voor stuk de slipperparen aan de kant.
'Zo zijn we een uur bezig. Ga eens aan de kant? Dat kan ook anders.' Truus deed een stapje opzij en Bert begroef zich in het rek.
'Hier heb ik de juiste maat. Helemaal de achterste. Kan er bijna bij.' Er klonk een zwaar gekreun van tussen het rek, gevolgd door een vloek en een lawine van een vijftig paar slippers.
'HEBBES!!!!', riep hij triomfantelijk terwijl hij ze als een trofee hoog hield. Hij gooide ze vervolgens vóór zich op de grond en stapte in. Truus probeerde ondertussen de berg weer terug te hangen.

'Nou schat, wat vind je ervan?' Truus keek op en schudde afkeurend haar hoofd.
'Wil je het echt weten?', vroeg ze.
'Probeer eens?'
'Walgelijke dingen. Daar loopt Fransje Bouwer mee door de wagen.'

Bert wilde nu een stap naar voren zetten, maar er zat iets tegen. Hij raakte onverwacht uit evenwicht, viel voorover en trok in zijn val de volledige stellage van de muur. Hij eindigde met een daverende dreun op de betonnen vloer.
'WAT DOE JE NU?????', schreeuwde Truus. De vloer lag bezaaid met slippers en stellingonderdelen.
'Ze zijn nu al stuk', riep Bert beteuterd. Hij hield beide slippers hoog. De banden waren afgescheurd. Alleen het plasticje wat beide slippers van een vroege scheiding moest behoeden, zat nog vast.
'EN WAT NU?', riep Truus radeloos. Ze keek naar de enorme ravage en een naderende franse filiaalmanager met een enorm rood briesend hoofd.

'Ik denk dat ik toch maar voor de teenslippers moet gaan, schat. Maar misschien is het beter dat jij dan de juiste maat uit het rek trekt.'

Bart

donderdag 21 juni 2018

Gestoken

'Wij hebben nu toch een stel naast ons staan', riep Tiny. Ze zaten gezellig met elkaar aan de koffie.
'Man en vrouw?', vroeg Bert.
'Ja', zei Hans. 'En volgens mij zijn ze lid van speeltuinvereniging "de wipkip" uit Schuursponseradeel.'
Truus moest lachen. 'Pas getrouwd of zo?'
'Het zou maar zo kunnen. Een herrie wat die lui maken!'
'Het zijn friezen neem ik aan?', vroeg Bert.
'Ja, volgens mij wel. Toen de deur van hun campertje open werd getrokken, kwam er als eerste een friese vlag naar buiten en die werd meteen in de franse aarde gestampt.'
'Dan zijn het friezen. Leuk man', vond Bert. 'Die brengen hun eigen cultuur mee. Kunnen die fransen nog iets van leren.'
'Nou, het is niet te hopen dat ze in dat campertje 's nachts ook nog college gaan geven', lachte Hans.
'Het werkt wel inspirerend, toch? Hans?'
'Je bedoelt die friese vlag?', vroeg hij.
'Laat maar.' Bert wuifde wat met zijn hand.
'Mannen, houden we nog een beetje ons fatsoen?', riep Tiny.
'Trouwens, als je het over de duvel hebt, kijk, onze friese buren. Ze komen hier op aan. Ze loopt heel moeilijk, Bert.'
'Wat heb ik nou gezegd!', riep Tiny boos. 'Dat stomme dubbelzinnige gedoe.'

'Goede morgen, u allen', begon de vrouwelijke helft.
'Goede morgen buurvrouw, buurman', zei Hans. De rest knikte wat.
'Goede ochtend, mag ik jullie iets vragen? Zijn jullie hier bekend?'
'Dat ligt eraan. U zoekt iets?', vroeg Truus.
'Ja, een apotheek', zei ze. Hans gaf Bert een stevige knipoog.
'In het dorp zit er één. Halverwege de dorpsstraat op het pleintje. Ze hebben een groen verlicht kruis aan de muur hangen', wist Truus.
'Mooi, dan moeten we daar maar even heen. Dank u wel hoor.' Ze wilde doorlopen.

'Is er iets ernstigs aan de hand?', vroeg Tiny. 'Kunnen we helpen?'
'Dat denk ik niet. We hebben een zware nacht achter de rug', zei ze met een zielige stem. Hans durfde Bert niet aan te kjjken.
'Ik ben gestoken', ging ze verder. 'En niet één keer maar wel vijf maal achter elkaar.' Ze stak haar hand met gespreide vingers hoog.
De mannen proesten het nu uit. 'Sorry', riep Bert, sorry, sorry, sorry.' Hij bleef erin.
'Jongens, doe even volwassen. Stelletje pubers', riep Truus.

'Ach, ik snap het wel mevrouw', zei de buurvrouw. 'Als ik vijf keer achter elkaar seks had gehad, had ik waarschijnlijk ook zo gelachen. Maar dat gaat me met mijn broer hier niet gebeuren. Ik moet nu al blij zijn met zo'n klotemug.'

Bart

woensdag 20 juni 2018

Een vraag

'Heb jij die man gezien?', vroeg Bert.
'Welke man? Er lopen hier veel mannen', merkte Truus op. Ze las in haar boek.
'Die van die vrouw. Je weet wel.'
'Bert, ik heb geen idee. Denk eerst even na. Over wie gaat het, waar bevindt zich dat persoon en dan als laatste: wat is er mee aan de hand.' Ze keek kort op en dook meteen terug.
'Ik bedoel die Fransman met dat lichtgevende kanariegele shirtje. De man van die vrouw die elke ochtend met dat grammofoonplatenkoffertje uit negentientien onder de arm naar de douche loopt.'
'Oké, en over wie gaat het dan precies? Over hem of over haar?'
'Over hem.'
'En wat is er met hem?'
'Geen idee wat er met hem is.'
'Wat moet ik er dan mee?'
'Niks. Ik vroeg alleen of je hem had gezien.'
'Ja, maar lieve schat, je stelt een vraag, ik heb geen idee over wie het gaat, je begint een hele uitleg en dan is er blijkbaar niks aan de hand met die vent.'
'Mag ik geen vraag stellen?'
'Bert, je mag altijd een vraag stellen. Zolang het maar ergens over gaat. En dit gaat helemaal nergens over. En laat me nu alsjeblieft lezen.'
'Wat doe je stug?'
'Ik doe niet stug. Ik probeer in eerste instantie antwoord te geven op je vraag die bij nader inzien geen vraag blijkt te zijn omdat het nergens over gaat. Er is geen vraagonderwerp. Snap je het nou?', vroeg ze.
'Nee, ik snap er niks meer van. Je bent nu heel vaag.'
'Ik ben niet vaag, jij bent vaag.' Ze sloeg met een zucht het boek dicht.
'Hoef je nu ineens niet meer te lezen?', vroeg Bert.
'Ik kan niet meer lezen. Concentratie is weg.'
'Wat een gezwam. Sorry Truus. Ik kan hier slecht tegen.'
'Ik ook', riep ze en trok haar benen van het voetenbankje.

'Lieve schat, ik vroeg gewoon of je die man hebt gezien', herhaalde Bert.
'Nee, die heb ik niet gezien. Is het nou goed?'

'Ja hoor, helemaal goed. Dan is mijn conclusie dat hij waarschijnlijk is vertrokken.'

Bart

maandag 18 juni 2018

Bejaarden

'Ik moet zeggen dat je toch wel goed kunt zien dat Nederland fors vergrijst', riep Bert.
'Hoezo? Heb je in de spiegel gekeken?', vroeg Truus.
'Leuk, Truus. Leuk. Nee, ik heb eens even een rondje over de camping gemaakt en als je ziet wat er aan nederlandse bejaarden rondwaggelt, dan is dat toch weer meer dan vorig jaar. Laat ik het zo zeggen: de bejaardenberg groeit gestaag.'
'Ik vind dat je je nogal oneerbiedig uitlaat over onze bejaarde medemens. Het zijn wel de mensen die Nederland na de oorlog hebben opgebouwd. En die gun ik van harte hun pensioen.'
'O, maar dat doe ik ook, Truus. Ik bedoel alleen maar te zeggen dat je kunt zien dat Nederland steeds grijzer wordt. En dat je dat soms ook kunt voelen', voegde hij er droogjes aan toe.

'Wat bedoel je daarmee?', vroeg ze.
'Nou ja, vanmorgen reed zo'n opbouwnederlander met een enorme rotgang zijn rollator tegen mijn scheenbeen. Maar geen woord van excuus. Het was echt zo'n gevalletje van "snotneus ga jij eens aan de kant voor ome Jan".'
'Nou ja, Bert. Dat kan gebeuren. Je moet er ernstig rekening mee houden dat bij deze mensen het gezichtsvermogen vaak ook terugloopt.'
'Dat lijkt me in dit geval sterk want deze toerist rijdt in zo'n babyboom-mobiel. Een hagelnieuwe mercedes van een ton. Nee, die mankeert zowel aan zijn portemonnee als aan zijn ogen helemaal niets.'

'Enig idee waar hij staat?', vroeg Truus.
'Ja, vooraan ergens. Zijn vrouw loopt elke ochtend met een paar van die mikadostokken naar het dorp om brood te prikken.'
'Dat is toch leuk?', vond Truus.
'O ja hoor, geweldig allemaal.'
'Jij mag hopen dat je straks ook nog zo vitaal bent als je die leeftijd hebt bereikt.'
'Dat duurt nog minstens twintig jaar. Daar maak ik me nog niet druk om', lachte Bert.

'Goede ochtend gewenst, u beide', hoorden ze plotseling een stem achter zich. Bert draaide zich om en keek in het gezicht van de man die hem had aangereden.
'Goede morgen', antwoordde hij met enige gereserveerdheid.
'Ik kom u mijn excuses aanbieden', zei hij.
'O?, vanwaar?',vroeg Bert. Hij voelde zich wat ongemakkelijk.
'Ja, ik heb u vanochtend met mijn rollator aangereden en heb daar geen enkele aandacht aan geschonken. Toen ik het er met mijn echtgenote over had, vond ze dat ik mij moest schamen.'
'Dat is toch niet nodig?', zei Truus.
'Ja toch wel mevrouw, mijn echtgenote wees mij er terecht op dat er onder de ouderen een vorm van solidariteit hoort te zijn. Uw man en ik vallen namelijk beide onder de categorie van hoog bejaard, en horen elkaar daarom te respecteren. Vandaar mijn welgemeende excuus.' Hij knikte vriendelijk en sjokte verder.

'Zeg Truusje', vroeg Bert na een paar slikmomenten. 'Hoe zat dat nou met dat afnemend gezichtsvermogen?'

Bart

zaterdag 16 juni 2018

Zoektocht

'Wat zit je toch te rommelen?', vroeg Truus. Bert zat met zijn hoofd in het zijluik van de caravan.
'Ik ben op zoek naar de hamer', riep hij.
'Wat moet je daar dan mee?', vroeg Truus nieuwsgierig.
'Een trui breien!', riep hij geïrriteerd.
'Ben je nu boos omdat je hem niet kan vinden?', vroeg ze.
'Lieve schat, ik zoek de hamer. Klaar. Verder commentaar niet gewenst.'
'Ligt hij niet achterin de auto?', vroeg ze. 'Je hebt hem gebruikt toen je met die stoel bezig was.'
'Nee, dat was een schroevendraaier. Die ziet er anders uit.'
'Heeft Hans hem niet gebruikt?'
'Nee, hij moet hier ergens liggen.'
'Misschien in het luik aan de andere kant?'
'NEE!!!!!'
'Dan weet ik het ook niet', zuchtte ze.
'Nou, ik ook niet', zei Bert. Hij trok zijn hoofd uit het luik en slaakte een diepe zucht.
'En wat nu?', vroeg Truus.
'Nu niks.'
'Dan kun je niet timmeren.'
'Ik hoef niet te timmeren.'
'Waarom heb je hem dan nodig?'
'Ik heb hem niet nodig.'
'Waarom zoek je hem dan?'
'Omdat ik niet weet waar hij ligt. Heb jij dat nooit?'
'Nee, ik weet waar ik mijn spullen laat. Je moet trouwens de hordeur dichthouden. Zo vliegen er muggen binnen.'
'Klotehamer', mopperde Bert terwijl hij de hor dichtschoof.
'Zal ik eens kijken?', stelde ze voor.
'Nee.'
'Waar heb je mijn zwembroek verstopt?'
'Ligt in de kast, op zijn plek. Tenminste, als je hem daar weer hebt teruggelegd.'
'Welke kast?'
'Bert, de kast in de caravan.'
'Waar precies? Hij schoof de hordeur weer open.
'Je loopt via de trap naar binnen, linksaf, dan loop je langs de kastjes totdat je aan het eind bent. Dan rechts af, over de tafel klimmen en alsmaar doorlopen. Het laatste bovenste kastje links op de hoek. En denk aan de hordeur.'
'Ja hoor, er vliegt echt geen mug uit.'
'Hij ligt er niet', riep hij even later.
'Dat moet', riep Truus. 'Of heb je hem aangehad toen je gisteren de stormbandharingen in de grond hebt getimmerd.'
'Hoezo?', vroeg Bert.
'Dan ligt hij vast in de gereedschapkist. Naast de hamer.'

Bart

vrijdag 15 juni 2018

Franse pot.

'Zeg schat, misschien dat jij dat weet: in dat achterste toilethok staat geen WC pot maar zit er een gat in de vloer en zijn er twee voetafdrukken in de bak gegoten. Het is natuurlijk een toilet maar ik vraag me dan af hoe of dat moet.' Bert keek verwachtingsvol naar Truus.
'Bert, zoals je ongetwijfeld ziet, zit ik te ontbijten. Ik heb nu geen behoefte om over dat toilet te praten. Snap je?'
'Nee. Ik vraag je namelijk niet om te komen kijken, maar om uitleg. Hoe het moet.'

'Bert, hou op. Ga op één van die andere vijf zitten en vergeet die bak.'
'Dat is nou weer typisch zo'n vrouwenantwoord. De weg van de minste weerstand. Ik vraag het Tiny wel.'
'Oké', zuchtte ze. 'Ze noemen zo'n ding een Frans toilet. Het werkt heel eenvoudig: je laat je broek zakken, gaat op die voetstappen staan, hurkt en laat de boel in dat gat vallen. Hoe moeilijk kan het zijn.'
'En wat is dan het voordeel?', vroeg hij verder.

'Omdat je het toilet niet met je billen raakt, is het enorm hygienisch.'
'Waarom hebben wij dan niet zo'n ding thuis?', zeurde hij door.
'Omdat wij lui zijn. Wij zitten liever. Kun je een krantje lezen, of, zoals jij altijd doet: een spelletje doen op de tablet.' Ze stak een broodje in haar mond.
'En, heb ik het nu voldoende uitgelegd, Jansen? Het gaat dus om persoonlijke hygiëne.'
'Flauwe kul. Maar goed, het ding zit er niet voor niets', lachte hij.
'Dus?', vroeg ze.
'Dus niks', zei hij.

'Waar zit Bert toch?', vroeg Hans. Ze stonden klaar om gezamelijk boodschappen te doen.
'Bert moest nog op de pot. Hij komt zo', zei Truus.
'Hij lijkt Tiny wel. Die moet ook altijd op de pot op het moment dat iedereen klaar staat om te vertrekken', lachte Hans.
'Ik moet dan plassen. Niet op de pot.'
'Kijk, daar komt ie aan', zei Hans. 'Handdoek om zijn nek.'
'Waar blijf je nou?', riep Truus. 'We staan allemaal te wachten.'

'Jij roemde toch de hygiëne van dat Franse toilet?', riep hij.
'Ja, dat klopt. Dat is zo. Of niet Tiny?' Truus keek haar zus aan.
'Ik heb net vastgesteld dat het inderdaad klopt', riep Bert. 'Ik heb mijn broek laten zakken, ben vervolgens gehurkt gaan hangen, heb mijn ding gedaan en na het doortrekken meteen wezen afdouchen.'

Bart

donderdag 14 juni 2018

Familie

'Ik ben blij dat jullie er eindelijk zijn, Tiny', zei Truus. Ze legde haar hand op die van haar zus. Zus Tiny en zwager Hans waren die ochtend aangekomen.
'Ja, wij ook. De reis was best vermoeiend', zei Hans.
'Kan ik me voorstellen met zo'n ratelslang naast je in de auto', grapte Bert. 'Heeft ze zich tijdens de rit nog ergens mee bemoeid of heb je haar in het mandje opgesloten?'
'Nee hoor, viel best mee. Tot aan Lyon lag ze te slapen. Alleen het laatste stuk was even een dingetje. Nou ja, het is "de zus van", dus jij kent het ook', lachte Hans.
'Is het leuk hier, Bert?', vroeg Tiny.
'Ja, tot nu toe wel. Ik hoop het zo te houden.'

'Bert heeft zich tot nu toe prima gedragen', grapte Truus.
'Ben trots op je, zwagertje.' Tiny boog zich naar voren en kneep Bert in zijn wang.
'Al ruzie gehad?', vroeg Hans belangstellend.
'Ach nee, de gewone dingetjes', lachte Truus.
'Zoals?', vroeg Hans
'Boos op de overbuur vanwege loslopende hond, er zijn volgens hem te weinig haakjes in de douche, discussie met een kassajuf, een gevalletje tanken naast de tolweg, navigatiediscussie tussen twee apparaten en volgens mij iets met een afgerukte stekker van de caravan. Niets om je druk over te maken.'
'Je vergeet het belangrijkste, Truus', riep Bert.
'Wat dan?', vroeg ze.
'De vergeten hengels. Die liggen door een blond onachtzaamheidje nog thuis in de garage.'
'Lagen in de garage. Ik kreeg een appje van Truus of ik ze op wilde halen. Samen met jouw ballen', zei Tiny.
'Meen je dat? Jullie zijn schatten', riep Bert blij.

'Kun je hier ook lekker zwemmen?', informeerde Hans.
'Er moet eerst nog een ijsbreker door het bad, maar daarna gaat het vast lukken', zei Bert.
'Ja jullie hebben slecht weer gehad, hè? Bij ons was het heerlijk. Dertig graden. Geweldig', riep Hans.
'Ach, hier wordt het ook wel beter. Misschien nog niet zo warm, maar dan kun je ook leuke dingetjes doen', riep Tiny enthousiast.
'Ja, heerlijk vissen, of niet Hans?' Hans knikte. Hij slurpte zijn koffie.
'En kunnen we leuk gezellig met zijn vieren boulen', riep Truus enthousiast.

'Dat doen we dan waarschijnlijk pas volgende week woensdag', riep Bert.
'Hoezo dán pas?', vroeg Tiny ietwat teleurgesteld.
'Ik denk dat ik tegen die tijd door al het boulen-gezeur van zowel Truus als jou tot een dermate geestelijk wrak ben verworden dat ik voor een zwaar dilemma wordt geplaatst: of volledig instorten of boulen. Ik ben er zelf overigens nog niet helemaal uit maar voel al wel een lichte voorkeur.'

Bart

woensdag 13 juni 2018

Bekend...

'Mag ik u iets vragen?' Een langswandelende dame kwam bij hun plek tot stilstand.
'Dat mag', zei Bert en trok een uitnodigende glimlach.

'Ik loop hier al een paar dagen langs en ik heb steeds sterker het gevoel dat ik u ergens van ken. Dus, mijn vraag: kan ik u ergens van kennen?'
'Daar kan ik zo geen antwoord op geven', zei Bert.
'Niet?', vroeg de dame.
'Nee, ik heb geen idee waar u mij van moet kennen. Misschien van de TV alhoewel mij dat vreemd zou voorkomen. Ik zit er alleen maar vóór. Bovendien: ik ken ú ook niet', lachte hij.
'Maar u komt me zó bekend voor', ging ze verder. 'Dat heb je wel eens. Dat je iemand denkt te kennen maar dat het dan niet zo is.'
'Ja, dat heb ik altijd met mijn schoonmoeder', lachte Bert. 'Dan denk ik haar te kennen, maar dat valt dan toch op de één of andere manier altijd weer tegen.'
'Laat hem maar kletsen hoor, mevrouw', lachte Truus. Ze kwam de voortent uitgelopen.
'Dat heeft dat type. Meneer heeft vakantie.'

'Het weer zit wel een beetje tegen voor een vakantie, vindt u niet?', ging de dame verder.
'Ja, voor Franse begrippen is het ronduit slecht', vond Truus. 'Ik heb dit nog nooit zo meegemaakt.'
'Nee, wij ook niet. Ik zei nog tegen mijn Jan, dit hebben we nog nooit zo meegemaakt.'
'En wat zei uw Jan toen?', vroeg Bert.
Ze keek hem ietwat verbaasd aan. 'Mijn Jan was het natuurlijk helemaal met mij eens.'

'En wat doen jullie zoal als het regent?', vroeg Bert.
'Bert, dat vraag je toch niet?', riep Truus boos.
'Hahaha, dat geeft niet hoor. Dat mag best', zei ze vriendelijk. 'Wij gaan dan lezen. Wij kunnen soms uren lezen.'
'Wij ook', zei Truus.
'We hebben stapels boeken bij ons. Ik zei nog tegen mijn Jan: je kunt niet genoeg boeken meenemen.'
'Vandaar dat slechte weer', mompelde Bert.
'En van wat voor een genre houden jullie?', vroeg Truus er snel overheen.
'Griezelfilms en griezelverhalen. O, die vinden we helemaal geweldig.'

Bert keek haar nog eens goed aan.
'Ik denk bij nader inzien toch dat ook ik u ergens van ken. Speelt u niet af en toe voor figurant?'

Bart

maandag 11 juni 2018

Een ingreep

'Wat is dit toch een leuk pleintje', vond Truus. Ze zaten met zijn viertjes op een bankje onder een paraplu van prachtige platanen die stuk voor stuk hun best deden om het geheel er zo frans mogelijk uit te laten zien.
'Ja, mooi hè, met van die leuke balkonnetjes. Zie je die blauwe luiken? Zo frans', vond Tiny.
'Oude troep, meer is het niet', lachte Bert.

'Ja, en het wordt tijd voor een stevige renovatie van al die ongelijke keien. Wat dat betreft staat de tijd hier stil en valt ook niet meer aan te trappen.'
'Over aantrappen gesproken.' Bert wees naar een tafereeltje wat zich pal naast een boulangerie afspeelde. Een bejaard manneke probeerde tevergeefs nieuw leven in een oud brommertje te blazen. Hij gaf het uiteindelijk op, liep de bakkerij binnen en kwam wat later weer terug.
'Dat is een mobyletje', wist Bert. 'Die heb ik vroeger ook gehad.'
'Ik voel iets ergs aankomen', zuchtte Truus. 'Ik ken hem.'
'Ach, effe kijken. Loop je mee?', vroeg Bert. Hans stond op en sjokte er achteraan.

'Kapot?', vroeg Bert. 'Defect?' De man keek hem met zijn ongeschoren gezicht aan. Door het zweet dreef zijn kalotje als een ijsschots over zijn hoofd en zijn stinkende tandeloze mummelmond braakte niet te volgen teksten. Uit de twee tassen achterop stak het groen van een enorme bos waspeen en twee stokbroden. Bert ging op zijn hurken en inspecteerde het motortje. Het manneke bleef ondertussen in willekeurige volgorde blokletters uitspugen.

'Ik weet nog van vroeger dat er vaak kortsluiting zat in het knopje op het stuur waarmee je hem uit moest zetten', zei Bert wijs.
'Waarom zit je dan op je hurken?', vroeg Hans.
'Nou, je moet dan het snoertje uit dit stekkertje trekken, en dan doet hij het weer. Let op.' Hij gaf een flinke ruk aan het kabeltje wat nu met wortel en al uit het motortje schoot. Het manneke keek toe en begon flink te protesteren.
'Rustig maar, rustig, je kunt zo weer naar huis rijden', riep Bert. Hij foemelde wat aan het snoertje, kwam overeind en met een "voilá" wees hij naar het brommertje. 'Klaar', riep hij triomfantelijk, maakte lachend een buiging en liep met Hans terug naar het bankje aan de overkant.

'Moet je hem niet even controleren dan?', vroeg Hans.
'Niet nodig, hij is gemaakt. Even wachten wat er nu gebeurt.'
Het manneke keek boos naar het bankje en raakte de brommer niet aan. Toen verscheen er met piepende remmen een renaultje. Er vloog een stevige jongeman uit met in zijn hand een fles vloeistof. De dop ging van het brommertankje en het spul verdween in de gulzige vulmond. Toen stapte de knul op het brommertje en trapte langere tijd de pedalen in het rond. Er gebeurde niets. Het manneke wees vervolgens op het snoertje en toen op Bert.

'Misschien dat we nu beter kunnen vertrekken', zei hij. 'Hij heeft er foute benzine ingegooid en krijg ik de schuld.'

Bart