Totaal aantal pageviews

zaterdag 18 november 2017

Meccano

'Opa, wat zit er die doos?' Mijn kleinzoon wees naar een plastic doos waar ooit een slaatje in had gezeten en nadat het was uitgelikt en afgewassen een nieuwe bestemming had gekregen als handig opbergmiddel ter vanging van een versleten kartonnen doos met Meccano.

Meccano is metalen kinderspeelgoed uit de vorige eeuw waarmee je als kind zelf allerlei technische dingen kon bouwen.

'Daar zitten ijzeren dingen in waarmee je iets kunt bouwen', legde ik sumier uit. We moesten met vier kinderen de onderwijsstakingsdag zien te overbruggen en eigenlijk stond dit soort priegelwerk niet op de dag-rol.

Twintig seconden later stond de doos op tafel. Enerzijds omdat mijn kleinzoon zich niet liet afschepen met een voor hem onbegrijpelijk argument en anderzijds omdat ik wel heel nieuwsgierig was naar mijn eigen verleden. Het deksel ging eraf.

'Opa, wat mooi!', riep hij enthousiast.
'Ja hè', zei ik al slikkend. In gedachten zag ik mijzelf na een intensieve sinterklaasavond rond de jaren zestig vorige eeuw aan onze met een formicablad uitgeruste tafel zitten. Het met rode wol geknoopte tafelkleed was door mijn moeder weggehaald en ik had de complete doos Meccano op tafel omgekeerd. Het lag er  bezaaid met schroefjes, moertjes, groene en rode ijzeren plaatjes, wielen, stangetjes... kortom een enorme uitstalling aan technische bouwmaterialen...

'Hoe moet dat dan opa?', vroeg hij. Ondertussen was ook bengel nummer twee aangeschoven.
'Hoe moet dat opa?'
Tja, zoveel verzoeken om uitleg kun je niet negeren. De jongste twee vermaakten zich ondertussen prima in de neergeplante speeltent zodat ik wel even wat Meccano-uitleg kon geven aan de twee boys.
'Kijk mannen, dan steek je dit stangetje door de gaatjes van dit plaatje, drukt er een wiel op en draai je dit schroefje met een schoevendraaier aan totdat die vast zit. Probeer maar.' Ze gingen nu aan de gang en ik maakte aanstalten om de werkplaats te verlaten.

'Opa, het lukt niet.'
'Nee opa, het lukt niet.'

Tja, dan nog maar een keer voordoen. Samen met de techneuten-in-spé bouwden we een auto in elkaar. Tenminste, een plaat met vier wielen en een hoge stang wat wel iets weghad van een hijskraan. Helaas waren de heren nog niet helemaal tevreden met het ontwerp. Ik gaf ze nu allebei een schroevendraaier waarna de auto weer werd gesloopt.

'Gaat het goed hier?', vroeg mij echtgenote.
'Ja hoor oma, we bouwen een auto van ijzer.'

'En hoe gaat het met die andere twee?', vroeg ze vervolgens.
'Gaat prima, ze zitten nog steeds in de tent. Ze spelen met poppen. Er ligt een pop op sterven en ze hebben de complete medische speelgereedschapskist naar binnen gesleept om pop te reanimeren.'
'Mooi', zei ze.
'En hoe gaat het met jou?'
'Ik voel geen werkdruk', zei ik met een cynisch lachje.
Ze stak haar tong uit.

'Ik ga zo boodschappen doen. Hou jij de boel in de gaten? Moet ik die twee medisch specialisten meenemen?'
Ik keek naar de tent. 'Nee joh, ze spelen lief. Laat ze maar.'
Ze vertrok en ik verdiepte me weer in het ontwerp van een nieuwe auto. De twee mannekes keken geboeid toe, schoefden hier en daar op aanwijzing een schroefje vast en langzaam maar zeker verrees er een auto die wat weg had van een kruising tussen een T-ford en een Lada. De T-ford vanwege het model, de Lada vanwege het instortingsgevaar.
Toch voelde ik enige trots en bleef met het puntje van mijn tong uit mijn mond mijn best doen om het steeds een beetje op te leuken. 

Ik probeerde er nu ook nog een motortje op de bouwen zodat hij uit zichzelf kon rijden. Dat scheelde mankracht.
'Ik moet plassen', riep een monteur en verdween van de werkbank.
'Ik ook', hoorde ik de tweede monteur vanuit de verte.
Het was best nog een hele klus om de motor in te bouwen. Eerst maar weer de motorkap van de Lada afgeschroeft. Nieuwe beugeltjes geplaatst, schroefjes erin, moertjes erop, motor op zijn plaats en kapje er weer op. Testen. Niet goed. Kapje er weer af, ander beugeltje, ander wieltje, moertjes vast. Ik moest erkennen dat het niet zo gemakkelijk was.
Tja, toen de bodemplaat eraf gehaald nadat ik eerst de motorkap had gedemonteerd. Mijn vingers waren eigenlijk iets te dik voor het friemelwerk...

Toen werd de gangdeur opengegooid en verscheen een briesende oma in beeld.
'Ik dacht dat je op zou passen!', riep ze boos.
'Ja, dat doe ik ook. De monteurs moesten plassen en die anderen spelen heel lief in de tent. Ze vermaken zich prima.'
'Ja, inderdaad, ze vermaken zich prima. Bart, al onze vier kleinkinderen lopen zonder jas en op hun sokken buiten in de regen.'

Ik heb de auto door de monteurs laten slopen en me er verder niet meer mee bemoeid.


Bart

vrijdag 17 november 2017

Een breuk..

Onlangs zaten we tijdens een verjaardag als familie gezellig bij elkaar. De kleinkinderen waren leuk aan het spelen en nadat de alledaagse aardse zaken waren gepasseerd en de gebruikelijke stekeligheden waren uitgewisseld, schoven we naadloos door in de richting van de 'weet je nog wel' hoek. Het moment dat er door een losse opmerking iemand plotseling een herinneringsflits krijgt en er spontaan over begint te beppen.

Dit keer kreeg ik hem en moest terugdenken aan een onhandige actie van de jarige uit het verleden. Nou ja, onhandig, laten we maar zeggen dat het te maken had met een levens-ontdekkingstocht van een kind.
Het speelde in de tijd dat een simpele medische ingreep nog werd opgeblazen tot een groot evenement waarbij je een paar dagen in het ziekenhuis moest verblijven. Ik had indertijd een liesbreuk en de behandelend specialist vond dat ik een matje moest krijgen om de breuk te herstellen. Hij zou hem er in boetseren. Voorwaarde was dat ik me dan wel vier dagen op moest offeren om in het ziekenhuis te verblijven.

Tegenwoordig gaat dat natuurlijk veel simpeler. Je wordt naar een operatiezaal gebracht, mes gaat erin, de mat wordt uitgerold, de snee wordt dicht gezigzagd, je gaat je roes uitslapen waarna je het verzoek krijgt weer snel op te zouten. O ja, nog wel even je ponskaart laten zien want er moet wel worden afgerekend. Zoiets.

Maar goed, ik heb het over meer dan twintig jaar geleden waarbij ik mij mocht melden in het Wilhelminaziekenhuis. Nadat ik met behulp van een bak koffie volledig op mijn gemak was gesteld, werd het behandelplan ontvouwen om daarna in alle rust naar de operatiekamer te worden geduwd. Daar aangekomen kreeg ik nogmaals uitleg en onderging ik de eerste behandelstap. Die bestond uit het aanbrengen van een naald in mijn arm, het inspuiten van narcosespul en het wegzakken in een diepe slaap.

Ik werd wakker op een slaapzaal en nadat ik mijn ogen een beetje open kon houden, kreeg ik een stevige pijnstiller ingespoten waaarna men mij in alle rust terugbracht naar mijn startplaats. Daar werd ik meteen vertroeteld. Ik kreeg wat te eten, beetje drinken en kwam er elk kwartier iemand vragen hoe ik mij voelde. Ik voelde me best prima. De mat lag zo te voelen wel aardig, ik had niet zoveel pijn en ik was ook niet misselijk.
Ik mocht nu rechtop zitten en de zuster drukte nog een extra kussen in mijn rug. Ik zat als een koning.

Omdat de mobiele telefoon nog niet was uitgevonden, belde ik met het toestel aan het bed en informeerde de hele wereld dat ik weer terug was op aarde. Zo ook mijn echtgenote die beloofde zo snel mogelijk te komen.

'Jongens, pas op met papa, papa heeft nog veel pijn', zei mijn echtgenote toen ze samen met de kinderen op bezoek kwam. De kleintjes vroegen honderd uit en ja, zoals dat gaat, maakte ik er een leuk verhaal van. Dat was pedegogisch gezien volledig verantwoord omdat "onze mannekes" ongetwijfeld zelf ooit ook nog wel een ziekenhuis avontuur zouden mee gaan maken. Ze konden dan maar beter een positieve indruk vasthouden dan een negatieve.

De oudste van de twee was meer geinteresseerd in de techniek van het ziekenhuis. Zo drukte hij tot twee maal toe op de rode "zuster" knop die aan een snoertje onder het bed bungelde en uiteraard moest de koptelefoon op zijn koppetje om naar muziek te luisteren. Ik vond het eigenlijk best heel gezellig en de tijd vloog...

Tja, en toen ontstond er direct naast mijn bed beweging. Mijn oudste zoon onderzocht, met koptelefoon, mijn bed en ontdekte toch nog meer interessante zaken. Zo vond hij het voetpedaal om de rem eraf te halen, een knop om het bed hoog en laag te bliepen en nog een hele interessante uitdagende hendel met een zwart handvat.
Ik zat vrolijk tegen mijn ruggesteun geleund, die rechtop stond.
Die dus rechtop stond....

'Papa, waarvoor is die hendel?'

Mijn rugsteun klapte plat, ik klapte plat, mijn stembanden vlogen van hun velgen en tot slot kon mijn mat linea recta terug naar de vlechterij.

De hendels zijn kort daarna van de bedden geschroefd en de naam van het ziekenhuis is veranderd.

Mijn jarige zoon kon zich het voorval niet meer herinneren.

donderdag 16 november 2017

Opstopping

Het was druk in de stad. Tenminste, die indruk zou je zomaar kunnen krijgen als je, zoals ik, je in de winkelstraat een weg moest banen door een file van auto's. Ik vond het best wel vreemd. Uiteindelijk was het pas negen uur. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik normaal gesproken op dit tijdstip nog in mijn gevechtspak door het huis sluip en dus niet zoveel ervaring heb met de hoeveelheid verkeer wat rond negen door de stad sukkelt.

De reden dat ik hier al zo vroeg ronddwaalde was simpel: er moest een aanbiedingsdingetje worden aangeschaft waarvan we beide, mijn echtgenote en ik, van te voren hadden ingeschat dat het snel zou zijn uitverkocht. En aangezien ik sinds mijn pensionering ben benoemd tot de logistieke familie-pakezel, was ik het die deze aanbieding rond negen uur ging scoren.

Toen ik zo door de rij laveerde, bekroop mij het onzalige gevoel dat deze wachtenden allemaal het aanbiedingsbonnetje thuis hadden uitgeknipt en nu in de file stonden voor het scoren van het dingetje. Ik keek tijdens de tocht dan ook bij alle bestuurders naar binnen of ik het roodomrande knipseltje op een dashboard zou zien liggen. Ik kon echter niets ontdekken.

Uiteindelijk vond ik de reden van de file. Het had blijkbaar toch indirect te maken met deze aanbieding want strak voor de winkel stond een grote vrachtwagen van het concern wat het dingetje in de aanbieding had gegooid. Hij belemmerde door zijn grootte de doogang.

Blijkbaar was de chauffeur binnen bezig want behalve wat lichten die ombeurten aan en uit gingen, was er weinig activiteit zichtbaar. Ja, de chauffeur van het busje wat strak achter de vrachtwagen stond, die was druk. Hij zat zich zichtbaar te ergeren en drukte vol enthousiasme op de claxon. Het was net een virus, want meteen begon de automobilist dáárachter te toeteren en drie seconden later de hele file.

Ik sprong van mijn fiets, zette hem op slot en liep de winkel binnen waar ik binnen twintig seconden het dingetje scoorde. Zeer tot mijn frustratie zag ik dat ik ook wel een uurtje later had kunnen komen. Er lag genoeg om de complete provincie Gelderland te voorzien.

Toen ik weer buiten stond, zag ik rook uit het busje komen. De chauffeur had blijkbaar het kookpunt bereikt. Zijn toeter was inmiddels schor en haalde ook niet veel meer uit. Terwijl ik voor hem langsstak om de andere kant richting huis op te rijden, stak ik vriendschappelijk mijn hand op. 'Wat duurt dat lang hè', zei ik in een poging wat extra olie op het vuur te spuiten. Hij had het raampje opengeknopt. 'Ja ik snap er niks van. We staan hier al bijna tien minuten. Ik begrijp niet wat die sukkel aan het doen is.' Hij wees naar de vrachtwagen.

Tja, ik vond het ook wel een beetje idioot. Ik keek nog even naar de winkel, toen naar de chauffeur en voelde iets opborrelen.
'Het zal nog wel even duren. Hij staat binnen met een gloeiende bak koffie en een saucijzenbroodje in zijn hand. Succes.' Het flapte er zomaar uit.

Terwjjl ik opstapte en achterom keek zag ik de busjeschauffeur richting winkel stampen.

Ik denk dat de file snel is opgelost. Ik heb de verdere ontwikkelingen niet afgewacht.

Bart.

woensdag 15 november 2017

Nieuwe spiegel

'Ik denk dat er in de badkamer een nieuwe spiegel moet komen', zei ik nadat ik mij in orde had gemaakt voor het beleven van een nieuwe dag in mijn leven.
'Nieuwe spiegel?', vroeg mijn echtgenote met een klein lachje. Zo'n lachje wat niet wordt ingegeven door een humoristisch motiefje maar meer vanuit datgene wat niet wordt gezegd maar wel wordt bedoeld. Ze suggereerde dus eigenlijk middels deze kleine lach dat het aan mijn gezicht zou liggen en absoluut niet aan de spiegel.

'Er is niets mis met mijn hoofd maar er mankeert van alles aan de spiegel.' Ik had namelijk geconstateerd dat het weer erin zat. Ik zei het.
'Het weer zit erin. Vooral op de hoeken.'
'Dat is niet te hopen.' Ze wees naar buiten. Er volgde opnieuw een kleine lach.
'Dat jij dat zelf nog niet hebt gezien. Die donkere vlekken op de hoeken.' Dat kon mij mateloos irriteren. Zo'n spiegel moest voor mij honderd procent in orde zijn.

'Ik gebruik de hoeken niet, ik heb genoeg aan het middenstuk. En als je dan een metertje afstand neemt, dan lukt het prima.'
'Een metertje?' Ik verbaasde me.
'Ja, jij staat elke dag met je gezicht strak voor het glas. Waarom is mij niet duidelijk. Het maakt namelijk niets uit.' Opnieuw dat lachje.

'Joh, ik heb af en toe wat oneffenheidjes en die wil ik inspecteren. Dat was laatst nog op TV. Daar adviseerden ze het zelfs om het elke dag te doen.'
'Nou, dat heb ik dan zeker gemist', zei ze. 'Nee, dat heb je niet gemist. Toen had ik het nog met jou over dat vlekje op mijn wang.'
'O ja, dat vlekje wat met een beetje spuug op de vinger zo kon worden weggepoetst en wat erg naar pindakaas smaakte?' Ze lachte nu wat groter.

'Nou ja, als jouw geheugen alleen te activeren valt met de herinnering aan een stipje pindakaas.' Ik was klaar met het verhaal. 'Ik meen het serieus, het weer zit erin en ik wil een nieuwe spiegel. Zo'n ding kost uiteindelijk maar een paar euro.'

'Ik vind het echt grote onzin Bart. Die paar milimeter aan het randje doen niks. En wat dat TV programma betreft: dat was gesponsord door de één of andere beauty-farm. Eén en al commerciële onzin.'
'Het onderwerp was bloedserieus', zei ik. 'Puistjes kunnen uitgroeien tot veel medische ellende.'
'Lieve schat, het ging over schoonheidsdingetjes in combinatie met zalfjes van een eurootje of vijftig per potje. En dan heb je vanuit de commercie geredeneerd al snel onoverkomelijke pukkels. Snap je het nou?'

'Het gaat mij alleen om een spiegel zonder lelijke hoekjes waar het zicht wordt belemmerd door het weer.' Ik voelde nu echt boosheid opkomen. Ze had het blijkbaar niet door, want ze lachte voluit.

'Als je dan toch een nieuwe wilt, dan heb ik nog een advies.'
Ze had een advies. Ik was benieuwd.
'Als het je om de hoekjes gaat, neem dan een ronde. Scheelt een hoop gezeur.'

Ik meende een klein aanvullend lachje te horen.

Bart

dinsdag 14 november 2017

Belletje trekken

'Kan het zijn dat u net op de bel heeft gedrukt?', klonk een wat snauwerige stem. De eigenaresse stond aan de balie, strak achter een schuifluikje wat ze vanwege het belletje had opengeschoven. Ik keek overdreven om mij heen en stelde vast dat er verder niemand in de wachtruimte aanwezig was. Het was dus een overbodige vraag. En dat wist zij natuurlijk ook. Maar dit soort balie-tiepjes hebben dat nu eenmaal over zich. Vanuit een machtspositie een beetje interessant doen. Ik had dan in haar plaats gewoon gezegd "zegt u het maar meneer", ingegeven door het feit dat er niemand anders te bekennen was en ik strak voor de balie stond.

'Het heeft er wel alle schijn van.' Ik glimlachte erbij om mijn wat stekelig antwoord een opgeleukte lading mee te geven. Ze vond het niet leuk.
'Heeft u op de bel gedrukt of niet', herhaalde ze haar vraag. Ik voelde een borrel in mijn lijf. Dat is meestal het voorteken van een ergernis.
'Wat denkt u zelf?', vroeg ik.

'Het gaat er niet om wat ik denk maar wat u heeft gedaan. Heeft u gebeld of niet.' Haar ogen schoten vuur.
'Ja, ik denk dat de feiten wel zo liggen dat u er gevoeglijk van uit kunt gaan dat ik de dader ben. Ik wil eventueel nog wel wat DNA afstaan om een daderprofiel op te kunnen stellen maar ik denk dat deze bekentenis wel voldoende bewijs is. Als u dan een schriftelijke verklaring opstelt, dan wil ik die wel ondertekenen.'

Ze trok zowaar een beetje met haar opgeschilderde lippen en ik meende iets van een lachje te zien, of misschien wilde ik die wel zien. 'Wij hebben veel last van kinderen die hier op de bel drukken en dan snel weglopen. Vandaar mijn vraag.' 

Ik toonde begrip, wetende dat belletje-trekkende kinderen uiterst irritant kunnen zijn.
'Ja, dat ken ik', blaatte ik in een poging het ijskonijn wat verder te laten ontdooien. 'Wij hebben daar in het verleden thuis ook al eens een tijdje flink last van gehad.'

'Ja weet u, ze zijn ook nog watervlug en hondsbrutaal.' Ze keek nu weer streng. Blijkbaar had ze zelf haar thermostaat weer ver onder nul gedraaid. Ik kreeg het er ijskoud van. Tijd voor een nieuwe dooipoging.
'Op een keer hebben ze zelfs een krant bij onze voordeur in de fik gestoken. Ik rukte toen de deur open en probeerde het vuurtje enthousiast uit te trappen. Het bleek een bekend grapje. In de krant zat een hondendrol.'

Haar hele gezicht trok nu samen en nam de vorm aan van een rimpelige bloemkool. 'Gatsie', riep ze. 'Wat vieees!!!!' 

'Wat kwam u overigens voor?' vroeg ze. Ze was weer op winterbandentemperatuur. Ik haalde een envelop uit mijn zak en gaf hem af. 'Ik wil graag een handtekening en een stempeltje. Dan ben ik weer weg.' Ze nam hem aan, trok het papier eruit en begon te lezen. 'Ik zie het. Momentje.' Ze zei het toonloos en schoof het luikje met een klap dicht. Ik keek naar het belknopje en voelde neiging om voor de grap nog een keer te drukken. Op dat moment echter ging het luik weer open, vloog het papier onverschillig over de toonbank, klonk er een grom en klapte het luik weer dicht. Ik bleef verbauwereerd achter.

Toen ik het pand "koud" had verlaten, liep ik een plukje kinderen tegen het lijf. Er waren slechts drie woorden nodig.

Ik denk dat het ijskonijn inmiddels in de diepvries ligt.

maandag 13 november 2017

Op safari met een Lada

Ooit reden we met een Russische Lada en ooit had Burgers Zoo in Arnhem een safaripark waar je voor tien gulden doorheen mocht rijden...

'Papa, lopen daar dan echte leeuwen?', vroeg onze oudste zoon enthousiast vanaf de achterbank.
'Ja, maar of ze lopen... meestal liggen ze lekker lui te slapen.'
'Dan kun je toch toeteren?', stelde de jongste voor.
'Nou, dat kun je beter niet doen, want dan schrikken ze en worden ze misschien wel boos', zei mijn echtgenote in een poging de spanning bij de mannen wat extra op te voeren. Ik was onderhand bezig om de "tank" zonder schade door de leeuwensluis te loodsen.
Het laatste hek schoof open en we mochten het terrein nu oprijden.

'Kijk, daar, daar liggen er een paar.' Mijn vrouw wees naar een plukje leeuwen die languit in het zand lagen te slapen.
'Ze hebben het warm, mama', riep de jongste. 'Ik heb het ook warm. Mag het raampje open Pap?'
'NEE!!!', riep ik. Er zaten aan deze auto's gewoon nog raamslingertjes en die kon je niet zoals tegenwoordig electrisch blokkeren.
'Je blijft eraf, hoor je! Let jij even op?', vroeg ik mijn echtgenote. 'Het is echt levensgevaarlijk als ze de raampjes opendraaien.'
'Rustig Bart, er gebeurt niks. Jongens, niet aan de ramen draaien. Papa is bang dat hij wordt opgegeten.'

Ik keek haar aan.
'Rustig maar, die leeuwen zijn tegenwoordig erg kieskeurig hoor', lachte ze.
'Maak geen gijn, we zullen niet de eersten zijn.'
'Zijn er hier al eens mensen opgegeten, Pap?'
'Jazeker, en ze zijn gek op kinderen met krullen', grapte ik.
'Ik heb geen krullen', riep de jongste vanaf de achterbank. Ik keek in het spiegeltje naar de mooie blonde krullen op zijn hoofd. Hij had zijn handen als camouflage op zijn koppie gelegd.'
'Ik zal het tegen meneer de Leeuw zeggen.'

'Het wordt inderdaad wel warm hier', pufte mijn echtgenote.
'Het is ook warm buiten', wist ik.
'Heb je de kachel aan?'
'Ja, een beetje, als je zo langzaam rijdt, dan koelt de motor niet goed af.'
'Typisch Lada', vond ze.
'Nee, dat hebben ze allemaal.' Ik troostte mezelf met deze gedachte terwijl ik de naald van de temperatuurmeter nog steeds zag klimmen.

'Kijk eens jongens, daar liggen er nog meer!' Ze wees naar een ander clubje waarvan er één was opgestaan en loom over de weg liep.
'Hij komt naar ons toe', riep de oudste enthousiast.
'Ja, hij eet Lada's', grapte ik. Op de achterbank brak lichte paniek uit.
'Nee hoor, papa maakte maar een grapje.' Ik keek nog een keer naar het metertje waarvan het rode wijzertje nog steeds onderweg was naar de gevarenzône.
Ik drukte de verwarmingsschuif nog iets verder open en zette de aanjager aan. 

'Hallo, de leeuwen zijn buiten hoor, hier binnen hoeft het geen tropische temperatuur te worden', riep mijn echtgenote.
'Papa, het is hier zo warm, mag het raampje echt niet een beetje open?'.
'Bart, zet die verwarming uit man, ik smelt.'
Ik begon nu ook te zweten. Angstzweeg want de meter zat nu vast in het rode vlakje.

'Bart, er komt rook onder de motorkap vandaan!!', riep ze.
Ik zag het nu ook. En er was maar één uitweg.
'HOU JE VAST, IK GEEF GAS', schreeuwde ik. Vervolgens plakte ik mijn hand vast op de claxon. De leeuwen stoven van de weg evenals de bezoekers die net als wij voor een tientje door het park sukkelden.
'Je mag niet toeteren Papa, dan schrikken de leeuwen en dan worden ze boos!'
Gehuld in een wolk van rook en stoom, schoten we door het parkje,  op weg naar de uitgang. Achterin was de paniek compleet evenals naast mij waar mijn echtgenote de Lada naar Siberië verwenste.

Toen we na een paar minuten veilig door de sluis waren gereden, viel de auto zwaar vermoeid in slaap en weigerde verder alle dienst.
Bij de autopsie bleek de Lada al langere tijd ernstig ziek en tijdens de recente safari-rit alvast inwendig te zijn gecremeerd.

Het safaripark van Burgers Zoo is kort daarna voor alle verkeer gesloten.

Deze column is ook opgenomen in "57 knipogen van een BROMPOT"

zaterdag 11 november 2017

Een fijne dag

Het zag er naar uit dat het een fijne dag ging worden. Dat heb je wel eens, dat je 's morgens je ogen open doet, op de klok kijkt en dat er zich een heel enthousiast gevoel meester van je maakt. Ik voel dan altijd de neiging om het bed uit te sprinten, de gordijnen weg te rukken, het raam open te stampen en dan uit volle borst de buurt wakker te schreeuwen. Zoiets van "LANDGENOTEN, IK BEN WAKKER!!"

'Is er iets?', vroeg mijn echtgenote met een droge slaapstem.
'Neu, ik ben wakker', zei ik. 'Hoezo?'
'Ik voel enige onrust', kraakte ze. 'Onrust? Wie, ik?'
'Nee die stoelpoot daar. Hoepel alsjeblieft het bed uit en laat mij even rustig wakker worden.' Ze draaide zich om.

Ik gehoorzaamde braaf, liet mijn plan voor de dagouverture voor wat het was en verliet de "slaap-scene".

Tja, en dan kom je beneden, trekt de pantoffels aan en stapt de kamer binnen. Ik begin dan altijd met een bak stevige koffie. "Daarmee versterk je de vezels in je lijf", heb ik me ooit laten vertellen. Mijn echtgenote noemde het "op je mouw laten spelden" van een onzinnige stelling. Zij gelooft niets van dat verhaal en gaat altijd voor de ochtendthee.

Terwijl ik stilletjes aan tafel zat te genieten van de eerste "fijne-dag" bouwsteen, zat ik te bedenken hoe het vervolg zou kunnen zijn. Iets leuks gaan ondernemen bijvoorbeeld. Tja, iets leuks. Voor buitenactiviteiten was het te koud en te nat. En voor "iets binnen", zoals een overdekt winkelcentrum, ben ik niet geschikt. Ik schijn geen prettige winkelpartner te zijn. Tenminste, dat heb ik in de loop der jaren wel begrepen.

Ja, dat "iets leuks" was best lastig in te vullen. Er vlogen nog wat losse flodders door mij  hoofd zoals het "op visite" gaan, maar om iemand nou met mijn  "fijne-dag" obsessie op te zadelen gaat dan ook weer te ver. Ik slaakte een diepe zucht en slurpte mijn koffie op. Ik besloot het te laten varen en mijn echtgenote te verwennen met een kopje thee-op-bed.

Terwijl het waterketeltje op weg was naar zijn orgasme pakte ik een theeglas en wilde er een zakje inhangen. Tja, een zakje. Ik ontdekte rooibos, groen, citroen, kaneel, zwart, paars... geen idee wat ze normaal gesproken nam. Misschien lag er nog een zakje van gisteren in het vuilnisbakje onder het aanrecht. Ik opende hem en trof nogal het één en ander aan. Het werd even zoeken, maar uiteindelijk trok ik na het opschudden van de complete dagvulling een touwtje naar boven.

Op het vervuilde labeltje ontdekte ik een inmiddels onleesbaar tekstje. Dat doen ze tegenwoordig. Van die tekstjes erop drukken. Ik denk dan altijd dat ze het beter achterwege kunnen laten en de thee een paar cent goedkoper maken. Maar goed, nadat ik het dna spoor veilig had gesteld ontdekte ik sporen van groene thee. Ik pakte een nieuw zakje uit de van de postcodeloterij gewonnen theekist en legde hem op het schoteltje. Toen water in het glas, gezicht op "leuk" en de trap op.

'Ben je wakker schatje?', vroeg ik overdreven vriendelijk. Ik hoorde de lichte kreun van iemand die bezig was op aarde terug te keren. Er ging een oog open, toen nog één, de communicatieverbindingen werden gelegd en er bleek een gesprek mogelijk.

'Lekker kopje thee voor jou.' Ik keek er zo braaf mogelijk bij.
'Ah wat lief', zei ze. Ik groeide. De tweede bouwsteen was gelegd. Ik plaatste het kopje met assecoires op het nachtkastje. Ze richtte zich nu langzaam op, gaapte een keer, lanceerde een luchtkusje en opende het zakje.

'Hm, en ook nog de juiste theesmaak gekozen. Even snel kijken wat er op het labeltje staat.' Ze pakte haar bril, pakte het papiertje en begon toen te gniffelen.
'Wat een aardige tekst', zei ze.
'O', blaatte ik quasi nieuwsgierig.
'Ja, ze wensen mij een "fijne dag". Nou Bart als jij nou eens iets leuks verzint dan gaat het echt wat worden vandaag'

Ik voorzag een loodzware dag.

Bart

vrijdag 10 november 2017

Wennen

'Ik moet toch steeds nog een beetje wennen aan het idee dat ik eigenlijk nooit meer hoef te werken. Dat is zo apart.'
'Ja hè', zei mijn echtgenote na een poosje. Ik wachtte op dit retoursignaal zodat ik zeker wist dat ik "in beeld" was.
'Ja', zei ik.

'Het is voor mij ook wennen', zei ze.
'Ja, dat denk ik ook wel. Je hebt nu minder te doen als eerst.'
'Dat snap ik niet. Hoe bedoel je dat?' Ze keek vragend.
'Tja, hoe ik dat bedoel. Eh, hoe zeg je dat? Je hoeft nu bijvoorbeeld minder te wassen, en aangezien ik nu ook een deel van het huishoudelijk werk op me heb genomen, moet het allemaal wat eenvoudiger voor je zijn.' Ik pakte haar hand en gaf een vriendschappelijk knijpje.

'We hebben het zo best goed samen hè?' Ik kneep opnieuw.
Ze glimlachte terug. 'O ja hoor, het is prima. Maar voordat het achtergrondkoortje begint te oehoehen en de engeltjes uit het plafond zakken, zou ik toch graag zien dat je voortaaan zelf je smerige sokken in de wasmand gooit. En als je dan toch bezig bent: af en toe spontaan de stofzuiger aantrappen zou ook leuk zijn.' Zij kneep nu in mijn hand. 'Hè schat?', lachte ze.
Ik proefte iets van een ondertoontje wat gedrenkt was in een irritatiesopje en trok nu mijn hand terug.

'Ik doe toch alles al?', stelde ik. Ik kon me niet voorstellen dat er nog huishoudelijke klussen te verzinnen waren die ik nog niet had gedaan.
'Nou ja, koken, dat doe ik dan niet.' Slim als ik ben gaf ik dat vol overgave toe.
'Daar gaat het niet om, Bart. Het gaat er niet om wat je doet. Uiteindelijk doe je alles wel. Behalve koken dan. Het gaat erom dat ik alles moet voorkauwen.'

'Voorkauwen? Nou, dat is voor het eerst dat ik het hoor. Ja, jij hebt de regie in huis. In plaats van zelf de manager uit te hangen, heb ik nu een direct leidinggevende boven mij. En die stuurt mij aan. En daar geniet ik van. Heerlijk.'
'O, zo heb ik het nog niet gezien. Je spreekt nu voor het eerst een verwachting in mijn richting uit. Je wilt worden aangestuurd. Oké, krijg ik er een joystick bij?'

'Nou ja, zo bedoel ik het natuurlijk niet. Ik heb jarenlang de lakens uit mogen delen, ik vind het nu wel prettig dat de rollen worden omgedraaid. Niet voor altijd hoor. Gewoon een poosje.' Ik vond dat ik het allemaal wel aardig onder woorden had gebracht. Wat dat betreft ging het me nu beter af dan een jaartje terug. 'Begrijp je?', vroeg ik voor het goede doel: de bevrediging van mijn gedachten.

'Ik snap het. Zal ik dan nu mijn verwachting naar jou uitspreken?'
'Ja, doe eens?' Ik was best benieuwd.

'Oké, hier komt ie: ik verwacht van "mijn personeel" volledige zelfontbranding en initiatief.'
Het werd stil aan tafel.

'Zal ik dan maar even de tafel afruimen?' Ze glimlachte, greep nu mijn hand en kneep. 'Je begint het te leren', lachte ze.

Tja, het blijft wennen...

donderdag 9 november 2017

Sinterklaasfeest

'Bart, heb je al nagedacht over Sinterklaas dit jaar?' We zaten rustig aan tafel te ontbijten toen deze vraag onverwachts uit de mond van mijn echtgenote rolde. Ik vind het altijd weer verbazend hoe mensen zo uit het niets dit soort onderwerpen op de agenda kunnen plaatsen. En onvoorbereid. Niet zo van "goh, ik ga je zo meteen een interessante vraag stellen". Nee, gewoon zoals ze nu deed. Confronterend.

'Zodra hij ook maar één been aan wal zet, oppakken, een versnelde uitzettingsprocedure starten en zo snel mogelijk het land uitgooien. In ieder geval nog vóór zijn verjaardag.' Ze schudde haar hoofd. 'Ik stel een serieuze vraag.'

'Ik geef serieus antwoord. Ik denk dat we hem dit jaar maar gewoon eens een keer overslaan. Lijkt me heerlijk.' Ze verslikte zich in het broodje. 'Overslaan? Hoezo?'
'Nou ja, de winkels hangen al vol met kerstspullen, dus..'
'Wat "dus"? Wat bedoel je?'

'Nou ja, als het nu overal al kerst is, wat moeten we dan nog met die Sinterklaas.' Ze boog zich iets voorover. 'Lieve schat, we hebben kleinkinderen die nog volop in het geloof hangen. Hoe ga je dat uitleggen?'
'Nou, gewoon, dat hij dit jaar niet bij ons komt. Wat mij betreft verzinnen een verhaal dat Opa niet zo lief is geweest.'
'Dat hoef je niet te verzinnen. Dat is een feit. We gaan gewoon Sinterklaas vieren en we doen het bij ons. Punt uit.' Ze pakte haar mobiel en wilde meteen een what's-app de wereld insturen.

'Mag ik er nog wel iets van vinden?', vroeg ik terwijl ik mijn vinger opstak. 'Ik vind het gewoon niet meer leuk. Het is geen feest meer, maar een politiek dingetje geworden. Afgelopen week hebben ze nota bene in de tweede kamer gedebatteerd over de basiskleur van de Piet en ik heb begrepen dat die Sylvana Simons, die anti-Piet, inmiddels ook weer uit haar hol is gekropen. En dat bedoel ik dus. De lol is er af, en dat is blijkbaar ook precies de bedoeling.'

'Ben je klaar? Bart, we vieren Sinterklaas. Punt uit.' Ze klonk enorm strijdvaardig.

'En eigenlijk is het pedagogisch ook niet meer verantwoord anno 2017.'
'Hoe bedoel je?', vroeg ze ietwat afwezig.
'Nou ja, volgens mij gaat het in dit leven over eerlijkheid. Wij presteren het om een kind de eerste zes, zeg zeven levensjaren vol te proppen met leugens en bedrog.' Ze slaakte een zucht. 'Doe toch niet zo moeilijk, man.'

Ik was nog niet klaar. 'En omdat wij het zo geweldig vinden dat ze het bedrog voor zoete koek aannemen, krijgen ze nog een cadeau ook. Er is dan uiteindelijk geen enkel kind wat de waarheid wil weten, toch? Dat is toch hardstikke krom?'

'Rustig maar, denk aan je hart', zei ze met een lach.
'Wat lach je?'
'Ik heb je eerlijkheid inmiddels beloond.'
'Beloond? Wat is dit nou weer.'

'Ik heb het in het bericht richting familie meteen meegenomen: Opa heeft liever geen cadeau.'

Ik zei het al: zeer confronterend.

woensdag 8 november 2017

De buurvrouw

'Ik stond net even voor het huis naar het grind te kijken toen ze weer langs kwam', zei ik.
'Over wie hebben we het?', vroeg mijn echtgenote. Ze was druk met de wasmachine.
'Ja, over wie hebben we het steeds', zei ik.
'Nou, jij hebt het sinds je pensionering over iedereen. Dus zo vreemd is mijn vraag niet.' Ze bukte zich voor het machinegat en trok de schone was eruit.

'Ja, je weet wel. Die van de hoek. Met dat rare hondje. Waarvan die vent zo raar met zijn hoofd trekt.'
'Oké, ik heb haar in beeld. En wat was ermee aan de hand?' Ik haalde mijn schouders op. 'Weet ik niet, het viel me alleen op dat ze weer langs kwam lopen.'
'Met of zonder hond', vroeg ze wat ongeduldig. Ze stond met de kletsnatte was in de hand.
'Ja, even nadenken. Uhhh ik denk met hond.'
'Oké, je denkt met de hond. Maar je weet het niet zeker.'

Ik moest even nadenken. Zo'n spervuur aan vragen had ik niet verwacht. 'Ja, met de hond. Ik weet het zeker.'
'Bart, je staat vreselijk in de weg. Ga eens aan de kant, ik moet de was ophangen.'
'Ik snap niet dat ze nooit de andere kant oploopt. Altijd bij ons langs het huis.' Ik vond dat raar. De andere kant op liep je zo het bos in. Ik zei het.

'Ze kan zo het bos inlopen. Loopt het domme ding steeds hierlangs.'
'Volgens mij is iedereen vrij om te lopen waar hij wil. Daar heb jij niks over te melden, Bart.'
'Ik vind het vreemd en ik ga het toch een keertje vragen.'
'Dat zou ik niet doen. Trouwens, nu je het er zo over hebt: ze doet dat sinds jij met pensioen bent.'
'O, dat is mij niet opgevallen. Is dat zo?' Ik geloofde er niks van.

'Ja, jij hebt het er steeds over, je hebt er mij nooit over gehoord, toch?' Er ging nu een onderbroek richting waslijn.
'Heb jij het haar verteld dan? Dat ik met pensioen ben?'
'Nee, ik niet, maar ik kan mij zo voorstellen dat de buurt dat zelf heeft ingevuld.'
Dat vond ik flauwe kul. 'Wat een onzin', zei ik.
'Nou, zo'n onzin is dat niet. Ze zien toch dat jij hele dagen bij huis loopt. Bovendien ben je grijs, bij wit af. Dat zegt genoeg.' Ze trok een glimlach.
'Links om, rechts om, ik ga haar toch vragen waarom ze steeds langsloopt. Ik zou niet weten waarom ik dat niet zou mogen doen.'

'Nou ja, als het dan daar over gaat: heeft ze nog niet gevraagd wat jij daar stond te doen?', ze hield een knijper tussen haar tanden.
'Nee, waarom zou ze?'

'Nou ja, het moet haar toch ook opvallen dat iedere keer als ze hier langsloopt, jij in de tuin een beetje dom naar het grind staat te staren. Ik denk dat ze het daar thuis vast heel vaak over hebben.'

Bart