Totaal aantal pageviews

dinsdag 24 april 2018

kapper




Brompot's korte campingverhalen...

Een kapper...

'Je moet eigenlijk zien dat je van de week nog ergens bij een kapper komt', merkte Truus op terwijl ze Bert door zijn haren streek.'
'Doe effe schat, daar heb ik net jeuk', riep hij met een prettige glimlach.
'Ja, die jeuk van jou kennen we, Bert Jansen. Je hebt van je moeder twee handjes gekregen dus doe je best. Serieus, het is te lang.'
'En waar in dit boerenland vind je, behalve schaapscheerders, volk wat een beetje fatsoenlijk kan knippen?'
'Dat moet je dan even uitzoeken, schat. Misschien dat boer Wim dat weet. En dan, mensen gaan hier ook naar de kapper, toch?'
'Volgens mij Truus, is hier het bloempotkapsel uitgevonden.'

'Joehoe, Lies, ben je daar?' Truus liep naar de buren.
'Morgen Truus, als je een kopje suiker wil lenen, dan denk ik dat je beter even bij Brad aan de overkant aan kunt kloppen. Wij gebruiken geen suiker.'
'Hahaha, ja zoiets. Nee, even een andere vraag: Bert moet naar een kapper en jullie zijn hier vaker geweest. Enig idee of er één in het dorp zit?'
'Joh, ik heb geen idee. Wacht even. AREND!!!! KOM EENS!!!!', riep ze. 'Arend is wat doof en hij heeft zijn gehoorapparaat nog niet ingenomen.' Er klonk wat gestommel vanuit de caravan.
'Ja, waf moef je?', vroeg hij ietwat geïrriteerd. 
'En ik mis ook nog een onder en bovengebit. Liggen nog in het bakje. Arend, weet jij hier een kapper? Jij bent vorig jaar een keer geweest, toch?'
'Ja, in het dorf, naaf die fiefenzaak.'
'Niet te verstaan. Waar?', vroeg Lies.
'NAAF DIE FIEFZAAK.' 
'Volgens mij naast de frietzaak. Cafetaria. Klopt dat Arend?' Hij schudde meewarig zijn hoofd, en verdween met hangende schouders in de tent.

'Is er ergens brand?', hoorden ze een stem. Het bleek overbuurman Pitt die nieuwsgierig zijn hoofd uit de caravan had gestoken.
'Goedemorgen, hebben wij jullie gewekt?', vroeg Truus.
'Nee hoor, we zitten nog aan de borrel. Is er iets?'
'Oh nee, niks bijzonders, mijn man Bert moet naar de kapper. Ik vroeg onze buurman of hij er één kent in het dorp.' 

'O, maar ik ken er één. En hier op de camping. Moment.' Hij trok zijn hoofd terug in de caravan. Daarna kwam hij weer naar buiten. 'Yvon vraagt wat voor een model het moet worden.'
'Welk model? Hoezo?', vroeg Truus verbaasd.
'Ze kent er drie: Kort, gedekt of cabrio.'
'Cabrio?', lachte Truus. 

'Ja, daarin is ze gespecialiseerd en kan ik jullie van harte aanbevelen. Dan maait ze namelijk met één streek het complete dak eraf. Zonder verdoving.'

Bart

Een mug

Brompot's korte campingverhalen (nr 30)

Een mug...

'Goede morgen, Arend. Lekker geslapen?’
'Morgen, Bert. Nou, als ik mijn slaap van de afgelopen nacht een cijfer zou moeten geven, dan zat ik op een vijf-min.'
'Dus niet zo lekker', concludeerde Bert.
'Nee. Er vloog een mug door de caravan en die was blijkbaar op zoek naar een landingsbaan.'
'Heb je hem niet neergeknald dan? Dat zou ik doen.'
'Ja, wel geprobeerd. Maar één van de granaten kwam bij Liesje in haar verkeerstoren terecht en toen raakte het complete vliegveld in de alarmfase. Die mug had daar trouwens geen last van. Die bleef vrolijk rondcirkelen.'

'Morgen Bert', zei Liesje met enige somberheid. Ze kwam in ochtendjas de voortent uitgesukkeld en zag er uit alsof ze de hele nacht in een loopgraaf had doorgebracht.
'Zo, jij hebt vast niet lekker geslapen', lachte Bert.
'Hou maar op. Er vloog zo'n klotemug door de hut.'

'Ja, ik hoorde het al van Arend. Jullie hebben hem niet te pakken gekregen?'
'Nee, ondanks de inzet van een bataljon tanks, raketwerpers en een vliegdekschip is het niet gelukt. Arend is een mietje. Hij is trouwens ook niet in dienst geweest dus wat dat betreft was mijn verwachting ook nul.'
Bert moest lachen.

'Wat zit jij nou in je eentje te lachen', vroeg Truus. Ze kwam teruggelopen van de toiletten.
'O, Arend en Lies van hiernaast hadden vannacht een mug op visite. En die wilde graag aanschuiven voor een rood wijntje.'
'O ja, daar moet je inderdaad om lachen. Weet je hoe irritant zo'n mug kan zijn?'

'Heb je spul om te smeren, Lies?', vroeg ze.
'Nee, ik moet straks naar de drogist. Een spuitbus halen. En dan spuit ik Arend voor komende nacht alvast helemaal vol.'
'O, is Arend de oorzaak?', vroeg Bert.
'Ja, want bij mij komen ze vast niet', riep ze.

'Dan heb jij je aderen wat dieper liggen', wist Truus. 'Ik heb er ook geen last van. Bert wel. Die heeft zoet bloed of zo.'
'O ja, nou ligt het weer aan mij', lachte hij. 'Jullie vrouwen hebben altijd je antwoord klaar. Het ligt altijd aan de man.'
'Ja, Bert Jansen, dat is nu eenmaal zo.'

'Lieve schat, dit ligt wel even anders. Volgens een recent Wagenings onderzoek blijken die muggen in het donker ontzettend goed te kunnen zien. Dan moet je als mug echt de wanhoop nabij zijn voordat je je leven op het spel zet om doornroosje wakker te prikken.'

Bart.

maandag 23 april 2018

Een stormverwachting

Brompot's korte campingverhalen.

Storm

'Volgens mij gaat het gebeuren hoor', merkte Bert op. 'Brad Pitt gaat de voortent opzetten.' Bert zat vóór de tent een kopje koffie te tanken.
'Hè, wat vervelend nou', riep Truus vanuit de voortent. 'We zouden samen naar het dorp fietsen.'
'Waarom zou ik nu niet met jou naar het dorp fietsen?', vroeg Bert.
'Omdat jouw nieuwsgierigheid een plakrandje heeft waardoor je niet uit de stoel te rukken bent.'

'Hij heeft de tent al naar buiten gegooid en ik hoor het gerammel van de stokken', hield Bert haar op de hoogte.
'En die kapster dan? Hoe heet ze ook alweer?'
'Je bedoelt Yvon? Die heeft met een hutkoffer zojuist het getroffen gebied verlaten en is nu onderweg naar de natte groep.'
‘Nou, zeg maar natte troep want ik heb het idee dat er iemand een plasemmer heeft laten vallen. Dus Brad mag het nu alleen doen?', concludeerde ze.
'Ik denk het. Op zich is dat geen gek idee hoor', vond Bert.
'Hoezo? Je kunt dat beter samen doen', vond Truus.
'Nou, soms...'
'Hoe bedoel je "soms"? Bedoel je te zeggen dat je "soms" uit pure eigenwijzigheid de stokken verkeerd aan elkaar knoopt?’
'Wie? Ik?', vroeg Bert.
'Nee, mijn moeder. Kijk, het spul ligt nu in het gras', riep ze.
‘Wie is er hier nu nieuwsgierig?', merkte Bert op. Truus verdween weer in de voortent.

'Er wordt nóg een zak uit de caravan gegooid', riep Bert. 'Dat lijkt wel iets van een windscherm.'
'Wat moet je in hemelsnaam met een windscherm', riep Truus. 'Er staat geen zuchtje wind.' Ze stak haar hoofd weer naar buiten. 'Inderdaad, dat is een windscherm. En nog een hoge ook. Die vangt vast veel wind.'
'Daar zijn die dingen voor', wist Bert.

Hij keek ondertussen met enig leedvermaak toe hoe de overbuurman worstelde om het doek-met-stokken overeind te krijgen. Steeds viel hij om.

Toen nam Bert een besluit, rukte zich uit zijn stoel en liep naar de overkant. 'Ik zal hem even vasthouden, als u dan de haring erin mept, dan staat hij zo.'
Brad keek hem aan. 'Fijn dat je even helpt. Dat krijg je alleen bijna niet voor elkaar.'
'Het is een mooi ding', zei Bert. 'En lekker hoog. Er staat alleen geen wind', lachte hij.

'Nou buurman, dat is slechts een kwestie van tijd. Let maar op: als Yvon en ik straks de voortent gaan opzetten, ontstaat er vanuit diverse regiseursstoelen een storm van bemoeizuchtige kritiek. En daar hebben we met zo'n windscherm geen last meer van.'

Bart

zondag 22 april 2018

Een eitje

Brompot's korte campingverhalen.

Eitje tikken.

'Zeg Truus, het valt mij enorm op dat mijn beide buurmannen elke dag een eitje bij het ontbijt tikken.'
'En nu wil jij dat natuurlijk ook', antwoordde Truus. 'En dat gaan we niet doen.'
'O, en mag ik vragen waarom niet?', vroeg Bert.
'Omdat het ongezond is.'

'Wat een onzin. Als het ongezond zou zijn, dan zou zo'n kip zich wel drie keer bedenken voordat hij dagelijks een ei zou baren. Maar jij hoeft hem niet te koken hoor, als het daar om gaat. Dat kan ik zelf ook.'
'Lieve schat, daar gaat het mij niet om en bovendien, dat gaat jou ook niet lukken. Jij kookt een ei in een koekepan en bakt ze in een steelpan.'

'Truus, een eitje koken lukt mij best wel.'
'Dat zal, maar ik vind het onzin. Maar, wacht maar even.'

'Alie, even een persoonlijke vraag: krijgt Hendrik van jou elke dag een ei? Bert heeft het erover.'
'Alleen als hij iets heeft gepresteerd', lachte ze.
'Zie je wel', riep Truus. Ze spreidde haar armen.

'Dat is gezwam, Truus, ik zie het toch elke dag gebeuren. En bij Arend is het ook elke dag feest.'
'Mooi meneer Jansen, dan gaat nu de microfoon naar buuf Lies.'

'Liesje, krijgt Arend elke dag een ei bij het ontbijt?'
'Dat zou hij willen. Het enige wat hij krijgt is het ei wat ik regelmatig in zijn achterste prop als hij weer eens zenuwachtig is. Dan kun je hem daarbinnen goedkoop gaarkoken. Zoals vanmorgen. Hij hoorde dat er een speciale trein bij het station zou langsrijden. En die moest en zou hij spotten.'

'Zie, Bert Jansen. Het is dus geleuter. Jullie mannen maken elkaar gek. Wie is er trouwens over begonnen?', vroeg ze.
'Nou ja, begonnen, het is in gang gezet door boer Wim. We stonden van de week 's avonds een beetje met hem te geiten. De kippen van Wim produceren namelijk teveel eieren. En dan weet je wel hoe zo'n gesprekje gaat.'
'Nee, geen idee Bert. Vertel.'

'Boer Wim heeft negen kinderen, Truus', lachte hij. 'Dus....'
'Oké, dat is een reden temeer om je droog te leggen.'
'Droogleggen? Hoezo droogleggen?'

'Lieve schat, ik weet niet wat je allemaal in die grijze kop van je haalt, maar ik heb met mijn zestig jaar geen enkele behoefte aan nóg een setje kinderen.'

Bart

vrijdag 20 april 2018

Een pijnlijk wasje..

'Bert, ik wil zo een wasje draaien. Heb jij nog iets wat mee moet?'
'Wat denk je zelf?', vroeg Bert.
'Ja, eh... ik vraag je wat. Even goed nadenken want ik heb ook vakantie en ga niet elke dag wassen.'
'Waarom doe je zo gestresst?'
'Omdat ik op wil schieten. De wasmachine was net onbezet. Dus gas op de lollie, Bert Jansen.'
'Maar ik heb niks. Alleen wat in dat zakje zit in het badkamertje.'
'En wat zit er in dat zakje?'
'Smerige was, schat.'

'Morgen Bert', hoorde hij buur Hendrik.
'Morgen Hendrik. Uitgeslapen?'
'Volgens Alie wel. Zelf heb ik nog mijn twijfels.'
'Haha, ben je er uitgegooid?'
'Ach ja, dat gezeur van die vrouwen. Ze moest een wasje draaien. Nou dan weet je het wel. Zowel boven als onderlaken werd uit mijn bunker getrokken.'

'Nou, hier hetzelfde, Hendrik. Ze trok me bijna mijn onderbroek van mijn gat. Nu zijn er tijden geweest dat ik dat heerlijk vond, maar eh...'
'Hou maar op, Bert. Heerlijke nostalgie. Ik weet nog dat ik moest smeken om een nachtje met rust gelaten te worden.'
'Jajaja', lachte Bert. 'Ga je trouwens nog wat leuks doen vandaag?'
'Ja, straks dat gezeur van Alie aanhoren over gebrek aan voldoende waslijn. Ik voel het aankomen.'

'Ja, die discussie heb ik ook gehad', lachte Bert. 'Ze wil zo'n droogmolen op de dissel.'
'Op mijn dissel geen droogmolen. Ik heb een lijntje achter de caravan gespannen en daar doet ze het maar mee.'
'Altijd als je het over de duvel hebt... Truus komt er aan en ze kijkt alsof ze in een huilbui gaat uitbarsten...

'Wat is er schat?', vroeg Bert.
'De hele dag weer verpest. Ik zei nog tegen je: schiet nou een beetje op want ik wil de was vroeg draaien. Was mij er verdorie toch één voor', mopperde ze.
'O', riep Bert. 'Dat is pech.'
'Ja, en ze heeft nog een lang hoofdprogramma ingesteld ook. Duurt bijna drie uur. Volgens mij draait ze lakens. Lakens op een camping, hoe verzin je het.'
'Sssst', probeerde Bert nog.
'Wat nou sssst, het is toch verdorie zo?'

'Morgen, Hendrik, is Alie binnen? Ik heb behoefte aan een stevige klaagmuur.' Ze lachte.
'Nee, Alie is er niet. Ze moest eerst een dingetje en staat nu onder de douche. Trouwens, even over die lakens: wij slapen er al jaren onder. Ik ben namelijk allergisch voor dekbedden.'

Bart

woensdag 18 april 2018

Roddelen

Brompot's korte campingverhalen

Overleg

'Morgen Bert, goedemorgen Truus.' Buurvrouw Alie kwam uit de voortent gelopen.
'Leuke dag gehad gisteren?', vroeg Truus.
'Ja, heerlijk. Vooral het eten was geweldig, en goedkoop joh!'
'Typisch een Hollands antwoord: was het leuk? Ja het eten was goed en goedkoop.' Bert schaterde het uit.
'Nou ja Bert, ik weet niet hoe het met jouw portemonnee is gesteld, maar die van ons heeft altijd honger.'
'Ik zit maar wat te dollen, Alie, heeft Hendrik het ook overleefd?'
'Ja, ik geloof van wel. Hij ligt zijn roes uit te slapen.' Ze kwam nu hun plek opgelopen en boog zich richting Truus. 'Ik moest vanochtend naar het toilet, komt er aan de overkant een kanjer uit die witte caravan gestapt.... Pfffft, dan is het met die Hendrik van mij behelpen hoor', zei ze op een zachte toon.
'Wat een kerel hè? De Brad Pitt van de camping. En heb je die spierbundels gezien. Ge-wel-dig', grinnikte Truus.

'Ik geloof dat ik ga vissen. Gewoon even met mijzelf bezig zijn', riep Bert met een diepe zucht en stond op.

'Heb je die vrouw van hem al gezien? Een hele leuke vlotte tante. Ze ziet er goed uit, maar ik kan nou niet bepaald zeggen dat ze omvalt van de capsones', zei Truus.
'O, dat niet?', vroeg Alie.
'Nee, dat niet. Maar hoe hij haar nou heeft gevonden is voor mij wel een beetje een raadsel.'
'O?, vertel?'
'Ga even zitten.' Alie plofte op de stoel.
'Volgens mij is zij een stuk ouder dan hij. Daar zit al snel tien jaar tussen, schat ik zo in. Maar ik kan het natuurlijk mis hebben.'
'Oké, maar dat heb je soms. Een nicht van Hendrik is ook getrouwd met een man die tien jaar jonger is. En het gaat best goed', voegde ze eraan toe.

'Bij ons is dat met de zus van Bert. Maar dat verschil is maar vijf jaar. Hoe oud is Frieda, Bert?', vroeg ze.
'Honderveertig', riep hij vanuit de voortent. 'Maar ze ziet er nog uit als nieuw.'
'Daar heb je niks aan. Dat heeft Bert altijd. Als het over andere mannen gaat haakt hij af. Ga maar lekker vissen schat. Hoe laat ben je terug?'
'Volgende week woensdag. Als ze tenminste willen bijten. Anders kan het nog een weekje aanlopen.'

'Waar hadden we het ook alweer over?', vroeg ze.
'Over je schoonzus', wist Alie.

'Ho, wacht even, de caravandeur gaat open.' Ze richten hun blik op de caravan van Brad.

'Goede morgen allemaal', riep de overbuurman terwijl hij van het trapje afstapte. Hij lachte breeduit. 'Kom maar Yvon, de kust is veilig. Er zit alleen nog een journaliste van de Telegraaf en één van de Volkskrant. Maar die schrijven een artikel over geroddel op de camping. Gaat niet over ons'

Bart

dinsdag 17 april 2018

Schaamtegevoel...

'Tjonge jonge, zo zou ik toch niet snel over de camping lopen', merkte Bert op.
'Hoe bedoel je?', vroeg Truus.
'Nou, zoals ik het zeg. Dat stelletje daar.' Hij wees naar een man en vrouw die onderweg waren naar de doucheruimte.
'Wat is daar mis mee? Die mensen gaan zich douchen.'
'Ja, dat snap ik ook. Maar dan zorg je toch in ieder geval dat je er een beetje redelijk bijloopt. Moet je die ochtendjas van háár zien.'
'Nou ja, die kleur vind ik ook niet mooi, maar hij is functioneel.'

'Is dat jouw gevoel bij functioneel? Dat ding laat meer zien dan dat ze in haar ondergoed over de camping zou hebben gelopen.'
'Bert, man, waar let je allemaal op. Wat moeten ze niet van jou denken.'
'Nou ja Truus, ik heb een fatsoenlijke ochtendjas en de zichtbare delen zien er best nog goed uit.'
'Je doelt op die witte stokjes waar het hele gammele bouwwerk op steunt?'
'Ik heb mooie gespierde benen. En mijn armen zien er ook nog prima uit. Alsof ik elke dag in de sportschool train.'
'Droom lekker verder. Wil Tarzan nog koffie?', vroeg ze. 
'Graag.'

'Ze mag trouwens hopen dat ze het stukje zeep onderweg niet laat vallen', lachte hij. Toen: 'Nou ja zeg, als je het erover hebt! Ze laat iets vallen. En ze heeft het niet eens in de gaten.'
'Een washandje', stelde Truus vast terwijl ze de kopjes op tafel zette. 'MEVROUW, UW WASHANDJE!!!', schreeuwde ze. De dame stopte en keek om. 'WASHANDJE!!!', herhaalde Truus. Ze wees.
De dame stak haar duim op en bukte zich.

'Ik kijk even niet', zei Bert. 'Gevalletje van plaatsvervangende schaamte.'
'Je kunt rustig kijken hoor. Ze heeft het opgeraapt en loopt alweer door. Man, wat stel jij je aan.'
'Nee, helemaal niet. Ik vind dat je rekening moet houden met de andere campinggasten. Die kunnen zich eraan storen.'

Ze slaakte een diepe zucht. 'Sta jij eens op, Bert?', vroeg ze na een korte stilte.
'Hoezo?'
'Sta nou maar op.' Hij schoof zijn stoel naar achteren en stond op. Truus pakte zijn stoel en draaide hem een halve slag om.
'Zo schat, je mag weer gaan zitten. Ook jij gaat vanaf vandaag rekening houden met de overige campinggasten. Met je blik op het kippenhok gericht, kan iedereen voortaan ongestoord zijn eigen gang gaan.'

Bart

Gewiebel...

'Zeg Bert, zou jij straks de caravan willen controleren? Ik heb het idee dat hij niet goed meer vaststaat. Hij wiebelt.'
'Hij wiebelt', herhaalde hij. 'Wanneer wiebelt hij precies?'
'Als hij er zin in heeft. Goh Bert, doe niet zo bijdehand.'
'Lieve schat, het is belangrijke informatie. Het kan zijn dat ik een pootje moet bijdraaien.'
'Nou, dat had ik dus ook al verzonnen. Wanneer ga je het doen?'
'Binnenkort. Ik moet eerst mijn koffie opdrinken, krantje uitlezen, daarna eerst nog stevig op de pot... Laten we zeggen over een uurtje? Kan de caravan dat nog aan? Of bestaat er gevaar op totale instorting.'

'Waar heb je dat aandraaiding? In de disselbak?'
'Schat, wacht nou even. Ik doe dat electrisch. Met de boormachine. Dat kan jij niet, daarvoor moet je enigszins technisch zijn.'
'Dat is echt weer zo'n beschermd mannendingetje. Hoor jezelf. Tot u spreekt ingenieur Jansen vanuit zijn mannenhol.'
'Truus, moet je eens kijken wat je allemaal teweegbrengt met je dadendrang. Ik heb vakantie. Jij signaleert een minuscule probleempje en verwacht dat ik alles laat vallen, op mijn knieën zak en spontaan aan de pootjes begin te draaien.'

'Jansen, ik ken jou. Uitstel en afstel liggen bij jou lepeltje-lepeltje onder de lakens. Je zou die geknapte rubberen ring ook nog vervangen. Weet je nog?' Ze wees naar een stukje rubber wat zielig naast een zinloos ingeslagen haring lag te wachten op de dingen die gingen komen.
'Daar ben ik mee bezig, Truus. Staat op mijn lijstje. Ik moet daarvoor naar een campingzaak want de ringen zijn op.'
'Bert, je kunt dan wel vakantie vieren, maar dat wil nog niet zeggen dat je de boel kan laten versloffen.'

'Pffft, volgens mij verkeren we nu in staat van ruzie. De laatste keer is trouwens al best lang geleden is.'
'Man, zwam niet zo.'
'Ik weet het nog precies. Het ging toen over je moeder. Ze vond dat je de verkeerde vent had getrouwd.' Hij stak zijn tong uit.
'Daar ga ik niet op in. Ik ben er zo langzamerhand helemaal klaar mee', mopperde ze.
'Dat meende ik al te horen. Je doet echt vervelend.'

Truus verdween via de voortent in de caravan. 'Hij wiebelt echt', riep ze.
Bert zuchtte, dronk snel de koffie op, vouwde het krantje dicht en liep naar binnen.

'Goede morgen, hier is de Handyman. U heeft een probleempje?', lachte hij. 'Goh, ik voelde een wiebel. Ik denk dat er een poot moet worden aangedraaid.'
'Flauwe zak', schold ze.
'Ik moet u trouwens waarschuwen, mevrouw. Vanwege het spoedeisende karakter van deze klus, heb ik mijn eigen werk niet afgekregen. Ik ben een beetje aan het voorsleutelen.'
'Wat is dit nu weer voor een kul. Ik zie niks.'

'Dat klopt. Het is aan de ontluchting van mijn geplande stoelgang.'

Bart

De waslijn...

'Ik denk dat ik een droogmolentje op mijn wensenlijstje ga zetten', meldde Truus. Ze probeerde een natte handdoek op te hangen. 'Dit is geen werken zo. Het lijntje hangt door en de was raakt de grond.'
'Dan moet je het anders ophangen. In de breedte. Over zo.' Hij maakte een beweging met zijn armen.
'Lieve schat, dat werkt niet. Die handdoeken zijn meer dan een meter. Dan hangt de lijn meteen vol.'
'Jullie vrouwen verzinnen ook werkelijk voor elke oplossing weer een nieuw probleem', mopperde Bert.
'Ik wil zo'n dingetje voor op de dissel. Die kun je uitklappen. Ideaal.'

'Dat gaat niet werken. Als je de caravan overdwars op een plek hebt staan en je hebt struiken als scheiding, dan sta je tussen het groen te prutsen.'
'Bert, wie verzint er hier nou de problemen? Kijk maar eens rond. Heel veel mensen hebben zo'n ding.'
'Wat is er in vredesnaam mis met een lijntje? Ik kampeer al honderd jaar en het is nooit een probleem geweest.'
'Nu dus wel, Bert. Maar als jij het kunt oplossen is het mij ook goed hoor.'
'Ik zal wel eens kijken', zei hij.
'Wanneer? Ik heb over een half uurtje nog meer was. Ondergoed.'
Hij slaakte een diepe zucht. 'Ik trek zo wel een nieuw lijntje.'

Na een half uurtje prutsen hing er een nieuw lijntje tussen twee boompjes.

'Tevreden?', vroeg hij.
'Als dat maar houdt. Als het valt kan ik weer opnieuw beginnen.'
'Dat houdt. Als ik zoiets maak...'
Ze begon met het knijperen van het ondergoed.'

'Heu', hoorden ze een stem vanaf het pad. Boer Wim.
'Dat mot oe niet doen zo met die beumkes zo. Die goan mien knappen. En da is sund.'
'Morgen Wim, ik denk dat het meevalt hoor. Ik had hem eerst anders gespannen, maar toen hing de was op de grond.'
'Dat krieg ie met die grote onderbrüken. Het lieken wal tènten.' Ze bunt te zwoar veur die beumkes. Het is sund.' Hij bulderde van het lachen.
'Moar, alle dölligkeit op een stökske: ie mot het toch anders doane heur, de boel geet mien echt kapöt zo.'
'Weet je wat ze bij ons in de buurt in zulke gevallen roepen, Wim? Bak oe een ei!!!'
'Hahahah, bak oe een ei, hahaha, dat goa ik mien vrouw vertellen. Meu dat dialec. Bak oe een ei.' Hij liep lachend weg.

'Zo, en nu een lijstje', riep Truus. 'Schrijf maar op: droogmolen.'
'En ik voeg ook iets toe', zei Bert.'
'En wat heb jij te wensen?', vroeg ze.
'Nieuwe onderbroeken voor jou: wat dacht je van een setje strings?'

Bart.

Cultuur snuiven

Brompot's korte campingverhalen..

Cultuur snuiven...

'Nee hè, kijk eens wat daar aan komt, Truus?', riep Bert.
'Ach, wat leuk! Drentse klederdracht op klompen. Prachtig.'
'Pffft, een geluk bij een ongeluk: ze lopen naar Hendrik en Alie.'
'Maar die zijn er niet', vulde Truus aan. Hallo, de buren zijn er niet', riep ze.
'Dan lopen we door naar u. Goedemorgen, wij zijn van de klompendansgroep "Het Drentsche Klumpke". Even voorstellen: dit is Bep en ik ben Berend. Welkom in het Drentse land.'

'Wacht even, voordat u verder gaat: ik spaar geen suikerzakjes en zeker geen sigarenbandjes.'
'Sigarenbandjes?', lachte de man.
'Mijn opa rookte vroeger sigaren van het merk Elisabeth Bas. En u lijkt sprekend op het plaatje op hun sigarenbandjes. Er mist bij u alleen nog een witte kraag en een bruin brandrandje.'
'Hahaha, wij komen niet voor sigarenbandjes hoor', riep de Berend.
'Mooi', zei Bert. 'En wij hoeven ook geen kleedjes en als het over het geloof gaat...’
‘Nee hoor, wij komen u uitnodigen voor een gezellige klompendansavond in het gemeenschapshuus vanavond.’

‘O wat leuk!!!!‘, riep Truus enthousiast. 

Er werd een meegezeuld ding op het gras gezet, vervolgens werd er op een knop geduwd waarna het oorverdovende kabaal van accordeonmuziek uit het apparaat huilde. Beide klompenartiesten begonnen nu te huppelen. 

‘Kan dat ding niet uit?’, vroeg Bert. ‘Ik zit hier voor mijn rust!’ Het dansje ging nog even verder maar droogde toen langzaam op. Beiden maakten een buiging. Truus klapte enthousiast, Bert blies een wolk vol opluchting.

‘Vanavond acht uur in het gemeenschapshuus. Entrée drie euro en dat is inclusief een consumptiebon.’
Berend pakte het apparaat op en met een “tot vanvond” liepen ze naar het volgende slachtoffer.

‘Wat trek jij vanavond aan? Je nieuwe korte broek?’, vroeg Truus.
‘Wacht even, waar doel jij op? Toch niet die huppelclub?’, vroeg hij.
‘Bert, we gaan vanavond Drentse cultuur snuiven’, riep ze enthousiast.

‘O, dat is prima. Boer Wim heeft net een verse lading schapenstront in de mestopslag gegooid. Drinken we bij hem een bakkie koffie op zijn terras. Maar eh... ik hou wel gewoon mijn lange broek aan.’

Bart