Totaal aantal pageviews

zondag 15 juli 2018

Slimme buren...

'Er valt me iets op', zei Bert. 'Hier schuin tegenover staan toch van die Fransen ?'
'Zijn dat Fransen?', vroeg Truus na enige tijd en met een afwezige stem. Ze las een libelle die ze van het tafeltje bij de toiletten had weggeplukt.
'Ja, Fransen. Dat weet je toch? Daar hebben we het gisteravond nog uitgebreid over gehad.'
'Geen idee', ze haalde haar schouders op en las verder.
'Ach ja, die hadden van die stinkende vis op de barbecue. Dat zei ik nog tegen je.'

Ze legde het blad met enige tegenzin op schoot en richtte zich tot Bert.

'Lieve schat, ik hou geen boekhouding bij van alle onzin die jij allemaal uitkraamt. Oké, Fransen. Prima. En wat is daar dan mee?'
'Niks', zei Bert. 'Ga maar verder met lezen. Is niet interessant.'
'Wat is daar dan mee?', vroeg ze na een moment van stilte.

'O, wil je het nu toch weten? Ze hebben maar twee washandjes', zei hij zachtjes terwijl hij zich een beetje in haar richting boog. 
'Wat zeg je?', ze hoorde het blijkbaar niet goed.
'Ze hebben maar twee washandjes in gebruik', riep hij nu iets harder.
'Oké. En wat nu?', vroeg Truus. De irritatieknop werd weer wat open gedraaid.
'Nou, dat is toch heel raar en heel onhygiënisch?', vond Bert.
'O, is dat zo? En hebben ze inmiddels zichtbare pukkels, exceem of andere rare plekken ?'.
Bert haalde nu zijn schouders op. 'Is me niet echt opgevallen, misschien moet ik iets beter kijken'.

'Jij moet helemaal niet kijken, schat. Die mensen leiden hun eigen leven. Laat ze. Mag ik nu weer verder met lezen, of heeft onze Sherlock nog meer geheime zaken ontdekt'. 
'Nou, het rare is dat ze met twee washandjes onder de arm gaan douchen', voegde hij eraan toe. 'Dat is raar, toch ?'.
'Hoezo raar?'
'Nou ja, wat moet je ermee, vroeg ik mij af.'
'Wat dacht je van de onderkant en bovenkant? Twee aparte lichaamsgedeeltes. Héél hygiënisch dus.'
'Laat maar', zuchtte Bert.
'Oké', zei ze en trok de libelle weer voor haar neus.
'Ze hebben trouwens wel dezelfde kleur', zei hij na een poosje van stilte. 'De washandjes. Die van boven en die van onder. Dezelfde kleur. Zwart.'

De libelle zakte nu door een enorme ruk.

'Moet ik het je nu ook nog uitleggen, Bert Jansen? Ze hebben dezelfde kleur zodat ze zich niet kunnen vergissen. Hele slimme jongens, die Fransen'.

Bart

maandag 9 juli 2018

Ligbedjes

'Het zal toch niet waar wezen, Truus. Alle bedjes zijn bezet.' Ze stonden met volle bepakking bij het campingzwembad waar een bonte verzameling handdoeken alle ligbedden bedekten.
'Ik zie maar vier zonaanbidders. Waar is de rest dan?'
'Misschien liggen ze eronder?', grapte Bert.
'Nee joh, ze hebben die handdoeken er alvast neergelegd om zeker te zijn van een ligbedje.'
'En wat nu?', vroeg Bert. 'Ik ga echt niet op de grond zitten.'
'Nee, ik ook niet. Zoek er maar één uit, dan halen we die handdoek er gewoon af.'
'Dat wordt ruzie.'
'Nou èn? Jij bent toch sterk?'
'Zal ik de campingbaas erbij halen?', vroeg Bert.
'Nee, dat heeft geen zin. Die mengt er zich niet in.'
'Dat zal, maar dit is echt asociaal.'
'Ik trek er gewoon twee weg.' Truus bukte, trok een handdoek van het bed en legde haar zwemtas erop. 'Hier Bert, neem deze maar.' Ze trok eenzelfde handdoek van het naastgelegen bed.
'En wat nu?', vroeg hij.
'Nu niks. We gaan gewoon liggen.' Ze voegde de daad bij het woord en plofte op het bedje. Bert aarzelde nog wat maar ging toen naast haar liggen.

'Jullie liggen op onze bedjes', riep de vrouw ontzet. Ze stond samen met haar man voor het meubilair.
'Van jullie?', vroeg Truus.
'Ja, wij hebben vanochtend hier in alle vroegte onze spullen neergelegd. En u heeft het eraf gehaald.' Haar ogen spoten vuur. De Harrie die naast haar stond probeerde haar te kalmeren. 'Rustig schatje, dan nemen wij toch een ander bedje?'
'Die zijn allemaal bezet. Dat zie je toch?', gilde ze.
Bert keek overdreven in het rond. 'Ja, inderdaad, die zijn allemaal bezet. Vervelend voor jullie.'
'Heeft u toevallig het bonnetje nog van de aankoop?', vroeg Truus rustig.
'Bonnetjes? Hoezo? Het zijn onze bedjes.'
'Misschien dan een bonnetje van de huur?'
'Nee, dat hoeft hier niet', beet ze van zich af.
'Meneer, wat had u in dit geval gedaan?', vroeg Bert. 'U komt hier bij het zwembad aan en ziet dat alles is bezet omdat een stelletje asocialen al vroeg de handdoeken hebben neergelegd.'
De man keek hem verbaasd aan. 'Wat ik zpu doen? Is dat de vraag? Ik zou teruglopen naar de caravan en over een uurtje kijken of er wèl plek is. Zo hoort dat toch?'
'Mooi', zei Bert.
'Hoezo mooi?', gilde het mens.
'Wel mevrouw, uw man heeft zojuist zelf een elegante oplossing aangedragen. Tot over een uurtje. Succes!!.'

Bart

zondag 8 juli 2018

Het sloofje

'Bert, wil jij afwassen? Dan veeg ik de boel aan.'
'Dat is prima schatje. Zit alles in afwasbak? Of moet ik nog even wachten.'
'Op wie wachten?'
'Op jou, Truus. Dat je alles hebt verzameld.'
'O, je leeft nog in de tijd van de sloofjes. Wel, Bert Jansen, tijden zijn veranderd. Afwassen is tegenwoordig een containerbegrip. En dat betekent dat onder de kreet van afwassen ook het inzamelen van de af te wassen spullen, het afwassen zelf, het afdrogen en tot slot het opruimen hoort.'
'Oké, ik snap het.'
'Mooi, en dan graag een beetje opschieten, ik wil straks ook nog zwemmen.'
Bert keek nog eens naar de afwasbak, pakte toen de theedoek en liep naar de wasruimte.

'Bonjour', riep hij tegen een man die zijn handen onder een dikke schuimlaag had begraven.
'Ook goeiedag', mompelde hij.
'Hollander?', informeerde Bert.
'Zou maar zo kunnen', zei hij. 'Ook op karwei gestuurd?', vroeg hij vervolgens.
'Ja, ik moet vanochtend even flink aan de bak.' De man keek met een scheel oog in de afwasbak van Bert en trok toen een glimlach. 'Je vrouw is zo te zien wel gek met je', lachte hij.
'Ja, behoorlijk. Ons huishouden staat momenteel op een laag pitje. Uiteindelijk heeft zij ook een beetje vakantie.'
'Ja, daar schermen ze mee. Maar bij mijn vrouw is het geen kwestie van een lager pitje, ze heeft het complete fornuis opnieuw ingericht.'
'Opnieuw ingericht?', lachte Bert.
'Ja, de totale hoeveelheid werk blijft gelijk, alleen doet zij vanwege de vakantie minder en ik meer. Ik een grote pit en zij het spaarbrandertje.' Hij smeet een handvol in het teiltje gevangen bestek op het aanrecht.
'En is het nog onderhandelbaar?', vroeg Bert. Hij liet zijn teiltje vollopen.
'Nou ja, wat heet. Ik mocht eventueel ook vegen. Maar daar ben ik niet van. Dan moet je vegen, stoffer en blik pakken, op de knieën, handel opvegen, in de afvalbak gooien die dan net vol blijkt te zittten zodat je die ook nog dicht moet binden, eruit moet trekken en naar voor aan de camping moet brengen om hem daar in de container te flikkeren. Nee, dan was ik toch liever af.'

'Zeg Bert, als jij nou even met stoffer en blik de boel op wil vegen?', vroeg Truus toen hij van het afwassen terug kwam bij de caravan. Hij keek haar aan.
'O ja, die kennen we, schatje. Stoffer en blik pakken, op de knieën, handel opvegen, in de afvalbak gooien die dan net vol blijkt te zittten zodat ik die ook nog dicht moet binden, eruit moet trekken en naar voor aan de camping moet brengen om hem daar in de afvalbak te flikkeren. Hoe noemde je dat ook alweer, Truus? O ja, een containerbegrip. Ik begrijp nu wat je daarmee bedoelt.'

Bart

woensdag 4 juli 2018

Campingyoga

'Zie dat blondje daar vreemde bewegingen maken', merkte Bert op.
'O, die doet aan yoga', zei Truus.
'Raar.'
'Hoeze raar?'
'Dat doe je toch niet zo in het openbaar voor je caravan?'
'Ik zou niet weten waarom niet.'
'Omdat het niet goed is voor de omgeving, Truus.'
'Hoezo niet? Zij heeft er blijkbaar behoefte aan.'
'Dat zal, maar ik niet.'
'Dan kijk je niet.'
'Waarom zou ik niet die kant op mogen kijken?'
'Man, zeur niet. Ga een uur slapen, dan is ze klaar.'
'Gaat dat gymnastieken een uur duren?'
'Weet ik veel, misschien is ze eerder klaar.'
'Waarom zeg je dan een uur?'
'Ik weet het niet, Bert. Ik gok maar wat.'
'Zie, nu doet ze een flamingo na. Staat ze op één been.'
'Mooie beheersing van haar lichaam. Geweldig!', riep Truus.
'Weet je wat ze nu denkt?', vroeg Bert.
'Hoef ik niet te weten.'
'Als ik mijn andere been nu ook optil, val ik op mijn snuit.'
'Flauw', vond Truus.

'Ik krijg er een stijve nek van', zei Bert na een poosje.
'Wat nu weer?', vroeg Truus.
'Steeds dat opzij kijken.'
'Ze legt nu haar been in haar nek', merkte Truus op. 'Hup, tweede been er achteraan.'
'Moet ik al een ambulance bellen?', vroeg Bert.
'Lieve schat, dit is een kwestie van opperste concentratie en bezig zijn met je lichaam. Heel knap.' Ze keek hem aan.
'Wat kijk je?'
'Ik vraag me af hoe jij eruit zal zien met je beide benen in je nek.'
'Dat bedoel ik dus, Truus.'
'Wat bedoel je?'
'Zo'n openbare voorstelling brengt je alleen maar op rare ideeën. Het zet je volledig op het verkeerde been.'

Bart

woensdag 27 juni 2018

Gesnurk

'Tjonge jonge wat een nacht, zeg', riep Bert. Hij kwam wat gammeltjes de caravan uitgestuiterd.
'Ja, je hebt slecht geslapen hè', zei Truus.
'Ik heb niet slecht geslapen, ik heb helemáál niet geslapen.'
'Hoe dan?', vroeg ze.
'Die engelse hotdog hierachter. Die heeft me toch liggen snurken.'
'Ja, ik heb in de verte wel iets gehoord.'
'In de verte? Hij heeft pal naast mijn hoofd een boom om liggen zagen.'
'Joh, dat meen je. Was het zo erg?'
'Zit je me nou te belazeren, Truus?'
'Nee, ik vind het hartstikke vervelend voor je. Misschien doppen in je oren?'
'Ja, dat is wel een goed plan. Laten we straks even bij monsieur specsavers binnen lopen. Truus zwam niet. Daar heb ik toch geen bal aan.'
'Nou ja, ik zeg maar wat.'
'Inderdaad, je zegt maar wat.
'Ach, wie weet, misschien heeft hij er komende nacht geen last van', opperde ze.
'Nou reken daar maar niet op want hij heeft een kapvergunning voor het complete bos.'
'Hou toch op, Bert. Jij kan echt overdrijven.'
'Die vent zuipt als een ketter. Daar snurkt hij van.'
'Hoe weet jij dat nou?'
'Heb ik toch zelf gezien. Hij is door de campingbaas met het electrische golfkarretje vanaf de kantine bij zijn caravan afgeleverd.'
'Tjonge jonge, het wordt wel steeds spannender, Bert. En zo vreemd dat ik het allemaal niet heb meegekregen.'
'Nee, jij hebt zwaar liggen slapen. Dat heb ik óók gehoord.'
'Misschien moest je Tiny straks om een slaappil vragen. Die heeft een flinke voorraad want zwager Hans vergrijpt zich 's nachts ook nog wel eens aan een eik.'
'Ik wil geen symptoombestrijding maar ik wil de oorzaak aanpakken.'
'Hoe dan?', vroeg Truus.
'Ik laat een letselschade advocaat op hem los.'
'Hahaha, jij bent helemaal gek. Heb je schade dan?'
'Lieve schat, er is niet alleen een boom omgezaagd, hij heeft me in zijn val op een haar na geraakt.'
'En wat is dan precies de schade?', vroeg ze lachend.

'Ik ben nu een emotioneel wrak.'

Bart

dinsdag 26 juni 2018

Plankgas

'Wat rij je toch wild', riep Truus. Ze moest zich vasthouden aan de handgreep die boven het portier zat geschroefd.
'Ach ja, er zit weer eens zo'n franse zenuwenlijder achter me te drukken.'
'En jij laat je door die idioot opjagen?'
'Nou nee, dat niet. Maar als hij ons hier in gaat halen, wordt het nog veel gevaarlijker.'
'Bert, voet van het gas en laat hem alsjeblieft gaan.'
'Oké', riep Bert en liet het gas los. De volvo remde wat af en de achterligger schoof als reactie nu bijna tegen de trekhaak.
Hij knipperde als protest met zijn lampen en drukte waarschijnlijk op iets wat voor een claxon moest doorgaan maar inmiddels net zo was versleten als de oude gammele 205 waarmee hij zijn zenuwcentrum transporteerde. Ondertussen zag Bert hem in de binnenspiegel wild zwaaien.
'Hij is het er niet mee eens, Truus.'
'Dat ben ik ook wel eens niet. Laat hem maar.'

De chauffeur schoof nu iets naar links, wachtte een naderende tegenligger af en haalde toen luid toeterend in. Zijn vuist stak hij zwaaiend uit het zijraampje omhoog. Bert zwaaide enthousiast terug. Toen hij voor hun reed trapte hij nog een paar keer nijdig op de rem waarna hij zijn 205 de sporen gaf en in een enorme rookwolk verdween.

'Ik denk dat hij snel naar huis moet om aardappels te schillen', merkte Bert op. 'Er zijn in Frankrijk traditioneel twee van die stressmomenten per dag. Tijdens de middagpauze en als ze klaar zijn met hun werk. Maar vooral die middagpauze is zo'n lastig momentje.'
'Hoezo?', vroeg Truus.
Bert blikte opzij en legde zijn hand op haar knie. 'De franse "EDNS" regel. Ken je die niet?'
'Nee. Wat is dat nou weer voor een verzinsel?'
Hij kneep nu lachend in haar been.
'Eten, Drinken, Liefde, Slapen. EDNS.'
Ze keek hem hoofdschuddend aan en telde op haar vingers. 'Eten, Drinken, Liefde, Slapen. Dat klopt niet. Je hangt "liefde" aan de letter "N".'
'Hahaha, het klopt echt wel. Ik ben alleen netjes opgevoed, Truus Jansen.'
'O, is dat zo? Ik heb daar soms wel zo mijn bedenkingen bij, Bert Jansen.'
'Ik zal je zometeen bij de caravan laten zien dat het klopt, schatje. Gaan we gezellig samen de complete franse pauzeregel toepassen.' Hij lanceerde een luchtkus, verplaatste zijn hand naar het stuur en drukte toen stevig op het gaspedaal. De auto schoot vooruit.
'Waarom ga je nu weer harder?', vroeg Truus.

'Wel, als je de regel goed wil toepassen, moet hij wel binnen twee uurtjes zijn afgewerkt, want de franse medemens moet op tijd weer aan het werk. En dat betekent dus op zijn frans: plankgas naar huis.'

Bart

maandag 25 juni 2018

Kusje

'Het is soms toch vreemd volk, die Fransen', riep Bert terwijl hij een stokbrood op tafel deponeerde.
'Ben je er nu ook eindelijk achter?', vroeg Truus. Ze zat voor de caravan aan het gedekte ontbijttafeltje te wachten op Bert die in het campingwinkeltje het bestelde brood had gehaald.
'Nou ja, dat wist ik natuurlijk al langer, maar er komt steeds weer een dingetje bij.'
'Vertel', nodigde ze hem uit.

'Je kent dat blonde grietje toch wel? Bij de receptie?'
'Ja, dat magere dingetje. Waarvan jij altijd voorspelt dat ze bij de eerste de beste windvlaag bij de enkels afbreekt.'
'Juist, dat is ze', bevestigde Bert.
'En toen?', vroeg Truus.'
'Staat ze dat brood uit te geven, komt de tuinman de receptie binnen gelopen. Hij is hartstikke vies, stinkt naar oud zweet maar loopt zonder blikken of blozen langs de rij naar voren en wat denk je?' Hij keek Truus aan.

'Dat zal ik raden, Bert. Let op. Het blonde grietje laat het brood uit haar handen vallen en kust de tuinman. Die verandert spontaan in een prins waarna hij haar voorzichtig optilt en in zijn armen neemt. Een koortje volendamse nachtegalen, onder leiding van Annie Schilder, landt op de balie en zingt een prachtig romantisch lied. Ze snellen de deur uit, hij springt op zijn wit geschilderde paard, trekt haar aan haar arm mee op het zadel, geeft het paard de sporen en samen galopperen ze de camping af. En jij staat je ondertussen bont en blauw te ergeren omdat je op je flûutje staat te wachten en niemand je wil helpen. Zoiets was het toch?', lachte ze.
'Het klopt voor een klein stukje. Tot en met de kus', zei Bert. 'Maar snap jij Truus, dat ze elkaar elke ochtend moeten kussen? En dan zo'n ongelikte beer met zo'n leuk fris dingetje? Ik vind het raar.'

'Zo gaat dat nou eenmaal in Frankrijk, schat. Cultuur.'
'Jawel, maar Frankrijk is toch ook Europa? Dan stem je de boel onderling toch een beetje op elkaar af?
'Bert, doe niet zo raar. Laat die mensen toch.'
'Ik moet er toch niet aan denken, Truus, dat ik vroeger op mijn werk eerst iedereen had moeten kussen. En dan die secretaresse met haar harige pukkel. Vreselijk. Nee, die Fransen blijven in mijn ogen een vreemd volk.'

'Há zwagertje en zus', hoorden ze achter zich. Tiny kwam aangelopen.
'We hebben geen kopjes suiker te leen en ook geen melk', grapte Bert.
'Morgen zusje.' Truus stond op en gaf haar een kus.
'Kijk, dat bedoel ik nou', riep Bert. 'Het is toch onzin om elkaar steeds te kussen?'
'Hoezo?', vroeg Tiny verbaasd.
'Bert was vanmorgen brood halen en zag dat de tuinman het blonde meiske van de receptie kuste. En dat doet ze blijkbaar elke dag', zei Truus.
'Dat lijkt mij volstrekt normaal', vond Tiny.
'Hoezo normaal?', vroeg Bert.

'Gewoon, Bert Jansen. Deze mensen zijn namelijk al jaren met elkaar getrouwd.'

'Bert

Dagje uit

'Ik zag vanmorgen een ontzettend leuk vogeltje', zei Hans.
'Ik ook', antwoordde Bert. 'Een verademing tussen al die bejaarden hier.'
'Ik denk dat jij op een andersoortig vogeltje doelt. Die van mij was lichtbruin met streepjes en had een prachtige kuif.'
'Nou, die ik gezien heb had dat ook. Ze was licht gebruind en met een prachtige kuif. Of ze streepjes had heb ik niet kunnen ontdekken, maar ik sluit niks uit.'

'Waar gaat dit gezwam over?', vroeg Truus.
'Bert en ik hebben een hele bijzondere vogel gezien', merkte Hans op.
'Die zie ik elke dag als ik wakker word. Tenminste, als hij niet vroegtijdig van zijn tak is gedonderd', lachte Truus. 'Ik dacht dat jullie gingen vissen. Wij gaan zo naar Argelès.'
'Ben je er inmiddels achter wat voor een vogel dat nou was?', blaatte Bert verder.
'Ja, het was een zogenaamde hopvogel. Mooi dingetje. Hij pikte wat wormen uit de grond en vertok vervolgens met onbekende bestemming. En die van jou?'
'Nou, dat was geen hopvogel. Eerder een sierduifje. Maar, Truus, maak je niet ongerust,  wij gaan inderdaad een hengeltje uitgooien. We wachten alleen nog op een afscheidsbakkie. De spullen liggen al in de auto.'

'Mooi, dan drinken we allemaal nog een kopje koffie. Trouwens, Jansen, mag ik even de kaart?'
'Kaart? Hoe bedoel je? Gewoon de borden Argelès-sur-mère volgen. Dat weet je zo langzamerhand toch wel?'
'Creditkaart, Jansen. Ik ga geld uitgeven.' Ze stak haar hand uit.
'Maar moeten we niet eerst afspreken hoe groot het budget is?', vroeg hij zuinigjes.
'Nee hoor want dan blijft het al snel hangen op twee tientjes. En daar koop je in zo'n boetiek nog geen papieren zakdoek voor. Kom op met dat ding.' Ze bewoog ongeduldig haar hand.

Bert slurpte wat aan zijn koffie. Hij dacht na.
'Nou, komt er nog wat van?', vroeg ze.
'Eh.. hij zit in het tasje in het vakje links.' Ze liep de caravan in en kwam terug met de creditcard.
'Pincode?', vroeg ze.
'Ja, dat is niet handig Truus. Misschien kun je mij dan als je moet afrekenen bij de kassa beter mobiel bellen. Dan geef ik de code door. Is veiliger.' Ze keek hem aan, verdween opnieuw naar binnen en keerde dit keer terug met pen en een stuk papier die ze voor hem neerlegde.

'Bert dit is typisch zo'n gevalletje van onvervalste zuinigheid. Je schrijft nu gewoon de pincode op want ik weet precies hoe dat gejank straks gaat: "Ik kon er niks aan doen, Truusje. Ik had aan het water echt helemaal geen bereik".'

Bart

Een zuur broodje

'Ik ben wel een keer klaar met dat brood uit de franse super. Het smaakt zuur en is binnen een dag oud.' Truus trok een vies gezicht en legde het half opgegeten broodje voor haar op het snijplankje op tafel.
'Maar wel lekker goedkoop', voegde Bert er aan toe.
'Wees eens eerlijk, Bert? Vind jij dit nou echt lekker?'
'Nou ja, het is goed te eten. Mijn ouders hadden er in de hongerwinter een moord voor gepleegd.'
'Dat deden mijn ouders voor een kilo spruiten. Maar die hoef ik jou ook niet voor te zetten.', kaatste ze terug.
'Omdat ik er eczeem van krijg, Truus. Daarom eet ik ze niet.'
'O ja, eczeem. Dat is waar ook. Jij krijgt er spruitjeseczeem van onder je voetzolen.'

'Weet je eigenlijk wel hoe vervelend dat is?', vroeg hij.
'Dat zal, maar weet jij hoe vervelend het is dat het glazuur van je tanden knapt vanwege dat zure brood?'
'Heb ik geen last van. Plastic', riep hij terwijl hij zijn prothese liet rammelen.

'Toch begrijp ik jou niet helemaal, Bert. Thuis heb ik wel eens zo'n duits broodje gehaald en die wilde je absoluut niet eten omdat hij zo zuur was. En hier vind je het blijkbaar lekker.'
'Dat heeft deels ook met de geschiedenis te maken. Duits brood. Snap je?'
'Nee, dat snap ik niet, maar ook dat zal wel iets met die oorlog van dik vijfenzeventig jaar geleden te maken hebben. Maar gewoon lekker in blijven hangen schat.'

'Mijn vader wilde het vroeger absoluut niet op tafel zien', zei hij.
'O, jouw vader, nou ja, dat was ook zo'n portret. Het brood valt wat dat betreft niet ver uit de oven, om het maar zo te zeggen.'
'Mijn vader was gewoon een principieel mens.'
'En dat heeft hem ook enorm veel succes gebracht. Hou toch op Bert.'
'Truus, ik stel vast dat dit gesprek nergens over gaat.'

'Nergens over gaat?', riep ze nijdig. 'Bert Jansen, ik vind dat verpakte franse brood uit de super niet te kanen, dus eet ik het niet meer. En nee, er breekt op korte termijn geen oorlog uit dus gaan we voortaan gewoon aan de croissantjes en lekker stokbrood. Bestellen we hier op de camping en dan hoef je het 's morgens alleen maar op te halen.'
'Weet je hoe duur dat is?', riep Bert met lichte wanhoop in zijn stem. 'Voor dat geld haal je twee verpakte broden in de super.'

'Dat klopt, schat, en ook een kilo Hollandse spruiten. Inclusief een schimmeltje voor je voeten.'

Bart

Een marktje

'Hans, pas op, hou je vast. Truus heeft het foldertje gevonden met de markten hier in de omgeving', fluisterde Bert.
'Dat meen je', riep Hans.
'Ja, en ik had het nog zó  goed weggestopt.'
'Blijkbaar dus niet.'
'Dit geeft ellende. Ik voel het. Ik heb vanmorgen namelijk bij hoog en bij laag lopen beweren dat er vandaag geen marktje zou zijn.'

'Wel verduveld. Hier kan ik slecht tegen. BERT JANSEN, WAAR ZIT JE !!!!!' Ze was boos.
'Wat is er schatje?', vroeg hij.
Ze liep op hem toe en ging met haar handen in haar zij voor hem staan. 'Hoe kom jij erbij om te beweren dat er geen markt is vandaag? Er is er verdorie wel één. Nota bene in Elne, dat is dat dorp pal hiernaast.'
'O, nou, dat is bijzonder. Hebben ze die ingelast of zo? Die is nooit op vrijdag', blaatte hij.
'Ingelast? Hou toch op man. Hier heb ik het foldertje. Het staat er duidelijk in!' Ze zuchtte diep. 'Kom op, spullen pakken. We gaan naar de markt. Om twaalf uur is het afgelopen.'
'Jij kunt toch ook met je zus gaan? Blijven Hans en ik hier', stelde Bert voor. 'Je hebt je rijbewijs.'
'Nee, Jansen, zo gemakkelijk kom je er niet mee weg. Je hebt straf. Je gaat mee.'

'Vinden jullie het goed, Truus, dat wij op dat terrasje daar gaan zitten? Dan lopen jullie tot het eind en dan weer terug. Het is toch maar één lange straat.'
Truus keek naar haar zus.
'Alsjeblieft. Ik word helemaal gek van die kerels met hun commentaar', zei Tiny.

'We hebben het gered, Hans. Koffie of bier?', vroeg Bert toen ze op een schaduwplekje waren geland.
'Biertje. Lekker. Wat een straf hè, Bert. Zo zou ik elk moment van de dag wel gestraft willen worden.'
'Ach ja, altijd dat gezeur met die franse klotemarkten. Proost Hans.'
'Nemen we er nog één?', stelde Hans wat later voor. Bert stak een duim en bestelde er nog twee om vervolgens na een half uur vast te stellen dat ze er inmiddels vijf hadden weggetikt, geen geld bij zich hadden en zowel Truus als Tiny in geen velden of wegen te bekennen waren.

De markt liep nu op het eind en de ober had al een paar keer ongeduldig in hun richting gekeken. Hij wilde afrekenen.
'Daar lopen ze', riep Bert blij. Hij sprong op en zwaaide. 'JOEHOE!!!! HIER ZITTEN WE!!!!' De dames zwaaiden vrolijk terug.
'OVER EEN HALF UUR BIJ DE AUTO!', schreeuwde Truus. Ze stak haar duim en verdween lachend in de menigte.

Bert keek naar Hans. 'Zei jij niet iets over "de hele dag" straf?'
'Hoezo?', vroeg Hans.
'Wel, je gaat het nu meemaken.'

Bart