‘Bedoel je Herbert? Of Johan.’
‘Weet ik veel, ik zag een knul bij hun uit huis lopen, op de fiets springen en vervolgens bij mij langsrijden.’
‘Oké, was het een lange knul?’
‘Ik heb hem niet opgemeten maar hij zei “Hoi”. Zegt dat iets?’ Ik had alweer spijt van mijn melding.
‘Herbert is langer dan Johan terwijl Johan ouder is.’
‘Ik heb geen idee hoe oud hij is, Truus. Heb ik ook niet gevraagd. Voordat ik het kon vragen was hij al voorbij.’
‘Het kan ook Robin zijn geweest. Dat is een neef van Johan. Die studeert in Nijmegen en logeert er af en toe. Was hij rossig?’
‘Van dat kleine stukje fietsen? Daar word je niet rossig van.’
‘Nee, de kleur van zijn haar. Was dat rossig?’
‘Niet gezien. Hij had een muts op.’
‘Dan moet het Herbert zijn geweest.’
‘Herbert? Hoezo Herbert?’
‘Johan heeft geen fiets en is te klein om op de fiets van Herbert te fietsen. Komt niet bij de pedalen.’
‘Maar dan kan het ook Robin zijn geweest, toch?’, opperde ik.
‘Nee, Robin woont in Engeland en zegt geen “hoi”.’
‘Wat zegt die dan?’, vroeg ik.
‘Die zegt dan ‘Hai’.’
Bart









































