Totaal aantal pageviews

maandag 9 maart 2026

Delen

‘Volgens Annie van de Heuvel is die vrouw van hierachter bevallen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Leuk. Heeft ze weer eens wat te doen.’
‘Bedoel je die vrouw?’
‘Nee, Annie. Kan ze op de klep.’

‘Wat bedoel je met klep?’
‘Kraamvisite. Kindje wiegen, schudden of weet ik veel hoe dat tegenwoordig heet.’
‘Kraamschudden. En dat heet al eeuwen zo.’
‘Nou ja, ze kan er op visite. Zal die van Krul ook wel mee willen. Heeft ze weer wat te roddelen voor als ze bij de Super achter de kassa zit.’

‘Joh, ik zeg alleen dat die vrouw is bevallen. Jij maakt er weer een kermis van.’
‘Truusje, leer mij onze buurt kennen. Ze zijn zo nieuwsgierig als de pest.’

‘Ik denk dat wij ook wel een geboortekaartje krijgen.’
‘Wij? Waar heb jij dat aan te danken?’
‘O, ik heb al een paar keer met haar gesproken en vorige maand ben ik bij haar op de thee geweest, dus..’
‘En waarom weet ik daar niks van?’
‘Van de gesprekjes of van de thee?’
‘Dat je omgang met haar hebt.’

‘En waarom zou ik dat moeten melden?’
‘Nou ja zeg, hier zit je man! Lees vooral het trouwboekje nog even door. Ligt boven in het nachtkastje.’
‘Welk hoofdstuk?’
‘Het hoofdstuk dat je alles samen deelt.’
‘Ah… kijk. Dat hoofdstuk.’ Ze lachte.

‘Ben ik benieuwd wanneer jij mij gaat vertellen dat je vorige week wel een uur met Carla-van-de-Porsche hebt staan beppen.’
‘En wie heeft je dat verteld?’

‘O, dat hoorde ik terloops van iemand aan de kassa van de Super.’

Bart


zondag 8 maart 2026

Vrouwendag

'Het is vandaag internationale vrouwendag', riep Truus enthousiast. 
'Alweer?', vroeg ik. 
'Ja, wij vrouwen staan vandaag in het zonnetje.' 
'Mooi, dan kom ik naast je staan', grapte ik. 'Ik kan ook wel wat zon gebruiken.'

'Maar wat moet ik eigenlijk met die wetenschap?' 
'Het gaat om de rechten van de vrouw. Daar mankeert hier en daar nog wel wat aan.'
'Heb je klachten?'
'Ik niet, alhoewel....' 

'Dat "alhoewel" zegt weer genoeg. Brandt maar los, schat.' Ik plaatste mijn hand achter mijn oorschelp.
'Nou ja, zaken zijn altijd zo vanzelfsprekend. Ik doe de was, ik vul de afwasmachine, ik kook, ik maak schoon, stofzuigen, tuin, verschoon de bedden...'

'En wat wil je nu met die opsomming? Je weet dat ik je hiervoor waardeer.'
'Het gaat niet zozeer om de waardering, maar meer om het verdelen van de taken. Snap je?'
'Nee. Ik snap het niet. Wat heeft dat met vrouwenrecht te maken?'
'Nou ja Bart. Ik heb best recht op verlichting van de huishoudtaken.'

'Moet ik soms een wifecave voor je maken?'
'Graag even serieus. Je kunt best wat taken overnemen.'
'Ga ik doen vandaag. Roep maar schat.' Ik meende het serieus.

'Jij kan gemakkelijk stoffen, zuigen, toiletten boenen of ons bed verschonen.'
'Wacht even. Het is toch vrouwendag?'
'Ja, hoezo?'
'Nou ja. Jij maakt er meteen weer een vrouwenweek van.'

Bart

zaterdag 7 maart 2026

Vive la France serie 2023-43

‘Mijn God, wat maken de buren 's nachts toch een herrie', mopperde ik nadat ik op aarde was teruggekeerd.
'Ik heb niks gehoord', zei Truus. 'Maar jij hoort altijd wel iets. Dat heeft jouw type.' Ze kneep in mijn bovenbeen.
'Volgens mij komt het van hun pot. Dat er iets mis mee is. Ik zal het eens vragen.'
'Je doet je best maar.'

'Hebben jullie soms een probleem?', vroeg ik wat later. Ze zaten nog aan het ontbijt.
'Hoezo een probleem?', vroeg de mannelijke helft terwijl hij iets van een croissant in zijn mond stak.
'Nou, ik hoor jullie 's nachts altijd zo mopperen. En het geluid komt uit jullie toilet.'
'Hahaha, klopt. We hebben een Dometic toilet. En die heeft een schuif. En dat ding gaat zo stroef....', legde hij uit.
'Wim moet mij dan altijd helpen. Ik krijg hem niet open of dichtgeschoven.'
'Wim heeft er trouwens zelf ook moeite mee', lachte hij.

'Wij hebben ook zo'n Dometic-ding.', zei ik. 'Maar ik heb er speciale zalf bij. Even op het rubber smeren en klaar! Kun je de klep met één vinger dichtschuiven.'
'O, geweldig buurman. Mogen wij een kliedertje lenen?', vroeg de "zij".
'Nou lenen is geen optie. Ik geef een kliedertje cadeau. Ik haal het even.'

De nacht daarop werden wij beide wakker van een flinke schreeuw gevolgd door gevloek en getier.
'Je zalfje heeft niks gedaan", gaapte Truus.
'Toch is het een fijn zalfje", gaapte ik terug.

'Nou, het heeft niet veel geholpen hè, dat zalfje van Bart', merkte Truus op toen ze de buurvrouw bij het toilet tegenkwam.
'Niet geholpen? Het is echt geweldig spul.'
'Maar wij hoorde jouw man vannacht toch behoorlijk tekeer gaan.' 
'Klopt. Maar dat kwam omdat de schuif nu heel licht gaat en met de minste geringste duw sluit.
'O? En wat was dan het probleem?'
'Hij schoof hem dicht terwijl hij nog op de pot zat. Zijn persoonlijke eigendommen hingen er nog in.'

Bart



Sokken

‘Er zit een gaatje in je sok’, merkte Truus op.
‘Is maar klein’, stelde ik vast.
‘Het is wel een gat. Dat kan zo niet.’

‘Ik zou niet weten waarom niet.’
‘Omdat het armoedig staat.’
‘Schat negenennegentig procent van mijn voet is nog afgedekt. Bovendien vertoeft mijn voet óf in een schoen óf in een pantoffel.’
‘We gaan niet met een gat lopen. Je trek hem uit.’ Ze klonk heel streng.

‘En als ik weiger?’, riep ik balorig.
‘Dan heb je straf.’
‘Straf?’
‘Bart, zwam niet. Trek die sok uit en gooi hem weg.’

‘Wat doe ik dan met die andere sok?’
‘Ook weggooien. Of wil je ze inlijsten?’
‘De rechtersok is nog goed. Die bewaar ik.’
‘Hoezo bewaren? Voor later of zo?’
‘Nee, maar mocht er ooit een rechtersok sneuvelen, dan heb ik er nog één.’

Ik hoorde haar zuchten.

‘Wat zucht je nou?’
‘Ik krijg een punthoofd van jou.’
‘Hm, wees maar blij met een punt. Als je er een gaatje in zou krijgen weet ik inmiddels hoe het afloopt.’

Bart

vrijdag 6 maart 2026

Rolientje

‘Goh, liep ik net op dijk, kwam ik Bertje Jonasse tegen’
‘Bertje? Wie is Bertje?’, vroeg Truus.
‘Bertje zat bij mij in de klas.’

‘Klas? Man waar gaat dit over?’
‘Bert zat bij mij op de MULO. Hij is van een tweeling. Zijn zus zat er ook.’
‘Hoe heette die dan?’
‘Rolientje. Rolientje Jonasse. Die liepen dus samen over de dijk en ik kwam ze tegen!’

‘Ik ken ze niet.’
‘Ach vast wel. Het was zo’n mooie meid vroeger. En heel lief. Ik was smoor op haar.’
‘Wás een mooie meid?’, lachte Truus.
‘Ja, maar als ze er een keer met een strijkbout overheen gaan, keert de schoonheid vast weer terug.’

‘Was ze ook smoor op jou?’
‘Dat dacht ik wel.’ 
‘Hoezo “dacht ik wel”?’
‘Ze heeft een keer een hartje in mijn agenda getekend. Je weet wel, met zo’n pijltje er doorheen.’
‘Nou, dan was dat toch duidelijk? Haar naam erbij, en die van jou…’

‘Dat was nou net het punt, Truus. Ze schreef mijn naam verkeerd. Ron in plaats van Bart.’
‘Was ze je naam vergeten?’ 
‘Nee, ze had de verkeerde agenda te pakken. Ron zat naast mij.’

Bart

woensdag 4 maart 2026

Het ontslag

‘Hoi Bart, had jij het al gehoord?’ 
Ik stond net onze oprit te vegen en wat onkruid weg te kratsen toen deze stem zonder toestemming bij mij binnendrong. De gevolgen bleven niet uit: het onkruid keerde enthousiast terug en het bij elkaar geveegde hoopje ellende zag zijn kans schoon om zich als een wervelwind te verspreiden. Voor mij stond namelijk de Majesteit van de betere roddel, buurtmadame de Pompadoer oftewel Karin Krul. 

‘Had jij het al gehoord?’, herhaalde ze haar vraag.
‘Je bedoelt dat Truus zwanger is?’
‘Ik ben niet langer telefoniste bij de huisartsenpost, Bart.’
‘O dat. Ja, oud nieuws’, riep ik quasi ongeïnteresseerd. 

‘Hoezo “oud nieuws”? Ik heb er een paar dagen geleden pas een punt achter gezet. Of was het soms op het nieuws?’
‘Nee, dat zou teveel eer zijn geweest, Karin.’
‘Bah, wat doe je weer flauw.’

‘Nou ja, je bent ontslagen dus…’
‘Niet ontslagen, we hadden een verschilletje van inzicht. En toen hebben we mijn proeftijd met wederzijds goedvinden beëindigd.’

‘En waarover ging dat verschilletje?’, vroeg ik naar de bekende weg.’
‘O, een pissewisje. Trouwens, jouw Truus is helemaal niet zwanger.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Simpel, er stond niks over in haar dossier.’

Bart

Herrie

‘Heb jij vannacht ook herrie gehoord?’
Deze vraag bracht Truus in tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Buuf Agnes een nieuw vriendje?’, opperde ik. Ach nee, dat zal wel niet want de foto van je moeder hing nog op zijn plaats.’
‘Het was geschetter buiten, Bart.’
‘Misschien dat Karin Krul buiten is gezet vanwege wangedrag in de slaapkamer?’

‘Bart, het is een serieuze vraag maar krijg al twee keer een idioot antwoord.’
‘Hallo Truus, jij stelt toch een vraag?’
‘Ja, en die kun je gewoon met Ja of Nee beantwoorden.’
‘Oké, nee!’
‘Wat nee?’
‘Antwoord op je vraag.’

‘Dus jij hebt niks gehoord?’
‘Dat zeg ik: Nee.’
‘Raar want het was oorverdovend.’
‘Klopt.’
‘Wat klopt?’
‘Dat het oorverdovend was.’
‘En je hebt niks gehoord!’ 
‘Nee, want mijn oren waren door de herrie verdoofd.’

Bart

dinsdag 3 maart 2026

Vive la France (serie 2024-7)



‘Op welke plek staat u?’, vroeg een man met in zijn kielzog een vrouw. Hij had een velletje papier in zijn hand wat leek op iets van een schatkaart. 

Hij stond op het pad. 
Ik zat in mijn campingstoel pal voor onze luifel.

‘Nummer veertig zou nog vrij zijn’, verklaarde de vrouw de vraag van de man.
‘Vrij zijn? Nee hoor, wij staan op veertig.’
‘U moet volgens deze kaart op negenendertig staan.’

‘Ik moet niks’, zei ik. Er begon iets te kriebelen.
‘Kijk dan, veertig staat hier vrij en negendertig is bezet.’ Hij wees met zijn vinger nadrukkelijk op het papier.

‘Dat zal, maar wij staan hier en blijven hier.’ Ik richtte mij weer op mijn krantje.

‘Sorry, wij hebben ruim dertienhonderd kilometer gereden voor plek veertig. Wij eisen nummer veertig op.’
‘Harry, kom maar, we gaan wel naar de beheerder.’ Ze trok hem aan zijn arm. 

Ik was er nu helemaal klaar mee, stond op, liep naar het pad, trok bordje veertig uit de grond, liep naar negenendertig, trok ook dat bordje eruit, duwde veertig in de grond en liep toen terug naar mijn eigen plek. 
‘Opgelost’, riep ik.
‘Nee, niet opgelost. Kijk maar op de kaart’, herhaalde hij. Ik keek hem hoofdschuddend aan. 
‘Ja, en?’, vroeg hij.
‘Je moet natuurlijk ook de kaart omdraaien!’

Bart



Struikelen

‘Hallo’, riep ik tegen het winkelmeisje waarover ik bij binnenkomst bijna struikelde. ‘Jeetje meneer, dat ging bijna fout.’

Had ik weer. Een “jeetje”. Ik heb altijd een pesthekel aan dit soort uitingen. “Wauw” is er ook zo één. Die hoor je vaak bij verbouwprogramma’s op TV. Het verbouwde huis wordt dan aan de bewoners getoond waarna een niet te stoppen hoeveelheid “Jeetjes” en “Wauw’s” over de kijker wordt uitgestort. Ik denk dan altijd “doe alsjeblieft normaal”.

Dat kon ik natuurlijk niet tegen dit goedbedoelende kind roepen. Die zou dan meteen denken dat ik boos ben. Natuurlijk was ik niet boos. Dit “Jeetje” was meer een schrikreactie.

‘Heeft u zich niet bezeerd?’, vroeg ze bezorgd.
‘Nee joh, ik bleef toch op de been? Zo erg is het niet. Sterker nog: ik keek niet uit.’
‘O, maar ik ook niet, meneer. Ik was een beetje in gedachten verzonken.’

‘Toch niks ernstigs?’, vroeg ik bezorgd. 
‘Nee hoor, mijn vriendje is gisteravond voor mij op zijn knieën gegaan’, lachte ze blij.
‘Nou, dat was ik ook bijna’, blijde ik terug.
‘Hij heeft mij ten huwelijk gevraagd en een ring gegeven.’

‘En heb je zijn aanzoek geaccepteerd?’
‘Ja, natuurlijk’, antwoordde ze licht blozend. ‘Ik vond het echt helemaal “Wauw”!’

Bart

maandag 2 maart 2026

Traag bloed

‘Meneer, kunt u even een momentje uw arm stil houden? Ik kan zo niks beginnen!’ 
Vóór mij zat een zorgprofessional onrustig op mijn arm te tikken in de hoop dat er een nieuwsgierige ader zijn kop op zou steken.

‘U klopt steeds op mijn arm’, klaagde ik.
‘Komt omdat u traag bloed heeft. Nog even meneer. Ja, kijk, hij komt.’
Ik zag niks komen. Maar ja, ik ben geen professional. Ik ben eigenaar en dat is toch net even anders. 
Ik ga nu prikken!’, waarschuwde ze mij. 

De naald verdween in mijn arm en in het buisje druppelde wat bloed.
‘Hij heeft er geen zin in’, klaagde ze toen ze naar de schamele opbrengst keek.
‘De baas ook niet’, klaagde ik.

‘Andere arm!’, riep ze. 
Het tik-ritueel herhaalde zich.
‘Ik denk dat ze met elkaar hebben gesproken want deze komt meteen omhoog’, grinnikte ze. 
‘In ieder geval niet met mij’, stelde ik vast.

‘Zo, komt de naald… ja, kijk, deze kant heeft er echt zin in’, stelde ze tevreden vast terwijl ze de naald verwijderde.
‘En nu?’, vroeg ik wijzend op beide buisjes.

‘Hoe bedoelt u?’
‘Hoe houd u ze nu uit elkaar?’
‘Wat bedoelt u met “uit elkaar”?’

‘Nou ja, ik neem toch tenminste aan dat ze met een plakkertje links en een plakkertje rechts naar het lab worden gestuurd. Anders zit ik hier morgen weer.’

Bart

zondag 1 maart 2026

Vive la France serie 2023-19

‘Ik word helemaal gestoord van de airco van hiernaast', gaapte ik tijdens het ontbijt.
'Airco? Ik hoor niks. Geef mij even het mes aan.' Ze stak haar hand uit.
'Nu niet. Nu staat hij uit. Die eikel doet hem alleen 's nachts aan.'
'Ik hoor nooit wat. Misschien wil je het horen', zei ze. 'De margarine!' 

'Kom op Truus, ik wil rustig kunnen slapen. Ik loop er na het ontbijt wel even naar toe.'
'Om wat te doen?'
'Om hem van de camping af te bonjouren. Wat denk je nou zelf?' 
'Hm, ik zou vragen om de airco 's nachts uit te laten.'

'Hoi buurman, ik heb een vraag', begon ik.
'Mooi, en wat wilt u daarmee?', vroeg hij. 'Stellen?'
'Ja, stellen. Wij hebben 's nachts last van uw airco en ik verzoek u hem voortaan uit te laten.'
'Airco? Wij hebben geen airco hoor. Hoezo dan?'

'Meneer, 's nachts horen wij duidelijk een irritant gezoem. Ik kan er niet van slapen. Dat ding bedoel ik!' Ik wees naar zijn dak. Hij keek.
'Dat is geen airco maar een geluidsdemper', legde hij uit.
'Geluidsdemper? Dat ding?' Ik geloofde er geen bal van. 'Als dat een geluidsdemper is, vreet ik een bezem.'

'Door dat apparaat kunnen wij lekker slapen. Hij dempt geweldig.'
'Wat dempen?'
'Wij hebben door het eentonige gezoem geen last meer van dat irritante gesnurk van u. Eh.. zal ik de bezem alvast pakken? Of heeft u liever eerst een voorafje. Dan pak ik eerst de handstoffer.'

Bart



Influencers

‘De dochter van de Meijers doet dat ook’, vertelde Truus. 

We zaten samen op de bank TV te kijken en waren getuige van een onderwerp over “influencers”. Ik heb mij recent nog door een vage kennis uit laten leggen wat voor soort Mensch het hier betreft: Tweecelligen die op sociale media ééncelligen van alles proberen wijs te maken en daar blijkbaar een bak geld mee verdienen. 

‘Wat doet ze ook?’, vroeg ik.
‘Ze is ook influencer.’
‘O? En wat influenst ze dan precies?’
‘Ze probeert mensen over te halen crémes te kopen via internet.’
‘O? En zijn er nog aardbewoners die erin trappen?’
‘Dat weet ik niet, maar ze rijdt in een dikke Mercedes.’
‘Kijk, een Mercedes, dat zegt al genoeg over het aantal hersencellen wat ze aan boord heeft.’
‘Doe niet zo sneu, Bart, het is een lieve hardwerkende meid.’

‘O, hoor je? De medische wereld is ook fel tegen dit soort randdebielen’, merkte ik op toen ik een huisarts op het scherm hoorde verzuchten dat het de ongezonde spuigaten uitspoot.

‘Dat geldt vooral voor de jeugd’, stelde Truus. ‘Volwassenen denken wel drie keer na voordat ze daar intrappen.’
‘Dat denk ik niet, Truus.’
‘Hij denkt weer van niet. En waarop is dat “denken” gebaseerd?’

‘Dat zal ik uitleggen: Vorige week hoorde ik zo’n influencer nog roepen dat een teentje knoflook in je achterste duwen helpt tegen stankoverlast. De volgende dag was er geen knoflook meer bij de Appie te krijgen.’

Bart




zaterdag 28 februari 2026

Vive la France (serie 1-2020)

‘Wat hebben jullie toch een prachtige voortent', merkte een voorbijganger op. Hij stopte met voorbijgaan.
'Ja, mooi hè?', antwoordde mijn echtgenote vanuit haar regisseursstoel.'
'Mooie kleurstelling dat blauw met grijs. Is die combinatie nieuw?'
'O nee hoor', bemoeide ik mij ermee. 'Ik ben al jaren grijs en draag al jaren blauwe T-shirts.'

'Grappig', vond hij. 'Ik bedoelde eigenlijk de tent.'
'Hij zat bij de caravan. En die is drie jaar.'
'Leuk. En bevalt hij?'
'Prima: hij doet wat van hem wordt verwacht: voortenteren.'

'Ik bedoel de indeling. Is die praktisch?' 
'Nou, dat valt een beetje tegen, of niet schat?' 
'Wat bedoel je Bart?'
'Ach, je klaagt altijd over de indeling. Er zit een open keuken in en daardoor dringen de etensluchtjes door tot in de woonkamer.'

'Open keuken?', vroeg hij.
'Ja, en vanwege het brede aanrecht is de totale ruimte wat krap.'
'O, maar hij lijkt zo van buiten best groot.'
'Dat valt tegen hoor', kletste ik verder. 'Je krijgt er geen bankstel in. We hebben ons moeten beperken tot twee klapfauteuils.'
'Dat klinkt inderdaad wat krap. Wij hebben er nog een kast in staan. Voor de pannen.' 

'Dat hebben wij ook', merkte mijn echtgenote op. 'Maar er blijft toch weinig opbergruimte over.'
'Hm, ja, dat is jammer', beaamde hij.
'Maar volgend jaar is dat opgelost', zei ik. 'We gaan uitbreiden.'
'O? een stuk luifel erbij aan? Hebben wij ook. Dat lost inderdaad wat op', vond hij.
'Nee, geen luifel. We denken meer aan een dakkapel.' 

Bart.

Copyright Brompot columns en korte verhalen juni 2021

Opletten

‘Heb jij aan de lamp gezeten?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘Welke lamp?’, vroeg ik. Er staan er drie in de kamer.
‘Die naast de bank. Kap staat scheef.’
‘Nee, niet aangezeten’, zei ik.

‘Jawel, jij hebt gisteravond de schakelaar uitgezet.’
‘Dat was de schakelaar, niet de lamp.’
‘Dat moet. De schakelaar zit onhandig aan het snoer. Dan moet je haast wel tegen de kap hebben gestoten.’

‘Als je de schuldige nu al te grazen hebt, waarom dan nog vragen om een bekentenis?’

Ik kan altijd zo balen van dat gezeur.

‘Om je te laten weten dat je voortaan op moet passen.’
‘Misschien kun jij hem dan beter uitdrukken?’, opperde ik.
‘Nee mannetje, zo gemakkelijk kom je er niet vanaf. Je moet gewoon kijken wat je doet.’

‘Ik kijk altijd, Truus.’
‘Nou dat blijkt anders van niet.’ Ze wees naar de kap. ‘Blijkbaar kijk je dan ergens anders naar.’
‘Dat klopt.’
‘Zie, ik heb wel gelijk.’ Ze klonk triomfantelijk. 
‘En waar kijkt Bartje dan naar?’
‘Dan kijkt Bartje naar jou. En als jij dan niet kijkt, draai ik snel de schakelaar uit en druk ik de kap scheef.’

Bart

vrijdag 27 februari 2026

Een raadsel

‘Ik zag vanmorgen één van die jongens van Boerstoel voorbij fietsen. Woont er weer één thuis?’
‘Bedoel je Herbert? Of Johan.’

‘Weet ik veel, ik zag een knul bij hun uit huis lopen, op de fiets springen en vervolgens bij mij langsrijden.’

‘Oké, was het een lange knul?’
‘Ik heb hem niet opgemeten maar hij zei “Hoi”. Zegt dat iets?’ Ik had alweer spijt van mijn melding.

‘Herbert is langer dan Johan terwijl Johan ouder is.’
‘Ik heb geen idee hoe oud hij is, Truus. Heb ik ook niet gevraagd. Voordat ik het kon vragen was hij al voorbij.’ 

‘Het kan ook Robin zijn geweest. Dat is een neef van Johan. Die studeert in Nijmegen en logeert er af en toe. Was hij rossig?’

‘Van dat kleine stukje fietsen? Daar word je niet rossig van.’
‘Nee, de kleur van zijn haar. Was dat rossig?’
‘Niet gezien. Hij had een muts op.’
‘Dan moet het Herbert zijn geweest.’
‘Herbert? Hoezo Herbert?’

‘Johan heeft geen fiets en is te klein om op de fiets van Herbert te fietsen. Komt niet bij de pedalen.’

‘Maar dan kan het ook Robin zijn geweest, toch?’, opperde ik.
‘Nee, Robin woont in Engeland en zegt geen “hoi”.’
‘Wat zegt die dan?’, vroeg ik.
‘Die zegt dan ‘Hai’.’

Bart




donderdag 26 februari 2026

Een fotolijstje

‘Mogguh Bart’, hoorde ik een bekende stem achter mij roepen. Ik stond op de oprit en draaide me om. ‘Hé Jos, mag je weer los?’
‘Ja, Rita is een weekend naar haar zus, dus…’
‘Jij blij’, lachte ik.
‘Nou, dat valt te bezien. Ze moest de klussenpot met haar voet aanstampen dus dan weet je het wel.’
‘Nou lekker dan.’

‘Maar eh.. heb jij een hamer?’
‘Om de klussenpot kapot te slaan?’
‘Nee, ik moet een spijker in de muur timmeren.’
‘Een spijker?’
‘Ja, Riet wil een foto van onze kleindochter op haar pony aan de muur hebben. Vandaar.’
‘Gaat dat jou lukken?’
‘O ja hoor. Breng hem zo terug’, zei hij terwijl hij hem aanpakte en naar huis liep.

Wat later keerde hij teleurgesteld terug.
‘Niet gelukt?’, vroeg ik.
‘Nee, hij flikkerde pardoes van de muur.’

‘Kapot?’, vroeg ik.
‘Nee, dat niet. Maar als je een stukadoor weet voor de muur en een timmerman voor de reparatie van de deuk in het parket, dan ben ik je dankbaar.’
‘En dat voor een fotolijstje?’, vroeg ik verbaasd.
‘Ja, heb je enig idee hoe zwaar zo’n pony is?’

Bart


woensdag 25 februari 2026

Vive la France serie 2023-3

‘Meneer, uw neuswiel staat nog uitgedraaid', waarschuwde een buurman. Ik had de caravan net provisorisch op zijn plek gezet en genoot van een verdiende alcoholische verfrissing.
'Klopt', antwoordde ik. 
'Die kunt u beter hoogdraaien', adviseerde hij.
'Dat lijkt mij niet hoor.'
'Jawel, want zo staat er teveel druk op de dissel.'

'Wat kan er dan gebeuren?', vroeg Truus ongerust.
'Dan kan hij doorbuigen. En dan gaat de dissel stuk.'

'Hoor je dat Bart?'
'Ja hoor, ik heb het allemaal gehoord en u heeft gelijk. Het is niet goed.'
'Nou kom op dan. Voordat hij afbreekt.'
'Hij breekt niet zomaar af hoor. Hij kan wel wat hebben', riep ik zelfverzekerd.

'Heeft u er verstand van?', vroeg Truus.
'Gebruikersverstand', riep hij.
'O, u gebruikt ook?', vroeg ik wijzend op mijn biertje. Ik heb een aangeboren pesthekel aan dit soort bemoeials.
'Nee, verstand van caravans. Gebruikersverstand.'

'Kijk, mooi. En daarmee loopt u over de camping en adviseert u medegebruikers.'
'Ja, zoiets. Maar u moet het natuurlijk zelf weten, het is niet mijn caravan.'
'Klopt. Ik zou zeggen succes met uw adviesen.'
'Dank, maar Ik zou er echt wat aan doen hoor.'

'Wat een bemoeial', riep ik toen hij weg was.
'Maar je gaat wel dat neuswiel opdraaien, Bart!'
'Komt goed schat. Maar dan moet ik eerst de voorpoten uitdraaien. Anders ligt hij op zijn neus en moet ik die bemoeial alsnog om hulp vragen.'

Bart



Een paperclip

‘Ben je wat kwijt?’, vroeg Truus toen ze mij vanuit de kamer in de keukenla hoorde rammelen.
‘Ik zoek een paperclip.’
‘In de keukenla?’
‘Nee, in het naaimandje.’

‘Truus er lag hier een paperclip in de la. Daar heeft hij jaren gelegen en net nu ik hem nodig heb, is hij weg, foetsie, onvindbaar.’ 
Ik kon hier zo van balen.

‘Waar heb je hem voor nodig?’
‘Is niet interessant, Truus. Waar is hij gebleven.’
‘Is dat zo’n gebogen ijzeren dingetje?’
‘Ja.’
‘En hij lag los in de la?’
‘Ja.’
‘Oké.’

‘Trouwens even wat anders’, hoorde ik haar van onderwerp veranderen. Het klonk verdacht.
‘Weet je nog die rok van Mama. Die jij zo leuk vond?’
‘Hoezo leuk?’
‘Nou ja, dat zei je toen ze hem indertijd kwam showen.’
‘Truus, dat ding was net een aardappelzak. Hoezo vond ik hem leuk?’
‘Nou ja, hoe dan ook, ze was hier van de week omdat ze hem niet meer open kreeg. Het lipje van de rits was kapot.’

‘Oké, jammer van die zak, maar waar is mijn paperclip gebleven?!’ Ik baalde als een stekker.
‘Dat paperding kun je heel handig buigen en dan…’

‘Wacht even Truus. Loopt je moeder nu met mijn paperclip?’ Het moest toch niet gekker worden!

‘Ja, ze wilde de rok niet wegdoen.’
‘Niet wegdoen?’
‘Nee, dat vond ze sneu voor jou.’

Bart

dinsdag 24 februari 2026

Krul

‘Morgen Bart, ook onderweg naar de Super?’, vroeg een licht hijgende mevrouw Freriks toen ze mij had bijgehaald.

‘Ja, boodschapje voor Truus.’
‘Leuk dat je dat voor haar doet.’
‘Ach ja mevrouw Freriks, je moet soms wat voor elkaar over hebben. En dan, het is tegenwoordig geen probleem meer.’
‘Hoe bedoel je dat? Geen probleem?’
‘Ach ja, vroeger moest ik altijd de dagen in de gaten houden vanwege “haar”.’

‘“Haar”?’
‘Ja, die van Krul. Die zat drie dagen per week achter de kassa.’
‘O, je bedoelt Karin.’
‘Klopt, maar die is telefoonmiep geworden bij de huisartsenpost. Zo fijn!’

‘O, maar die is weer terug hoor!’
Ik hield van schrik mijn pas in.
‘Ja, wist je dat nog niet?’
‘Nee, niks van gehoord.’
‘’Die is na een week al gewipt.’

‘Gewipt? U bedoelt dat ze is ontslagen?’
‘Ja, en in haar proeftijd. Ze heeft vertrouwelijke informatie naar buiten gebracht.’
‘Waarom verbaast mij dat niet?’, reageerde ik.

‘Ze bazuinde rond dat de man van mevrouw Boerstoel kalknagels heeft aan zijn tenen en daaraan geopereerd moet worden. Me vrouw Boerstoel hoorde dat van Carla met die Porsche en toen heeft ze een klacht ingediend bij de huisartsenpost. En zo kwam het balletje aan het rollen.’

‘Ik wist het. Een roddelaarster als telefoniste bij een huisartsenpost. Dat is als de kat op het spek knopen.’
‘Inderdaad Bart, en het klopte ook nog niet.’
‘Hoe dan?’
‘Het waren niet zijn tenen maar zijn vingers.’

Bart

maandag 23 februari 2026

Een defectje

De telefoon rammelde. Mijn schoonmoeder. Ik nam op. 

‘Met Bart. O, hallo Ma, je moet zeker Truus hebben, ik zal haar even roepen… O? U moet mij hebben? Wat is er? Doet ie het niet? Zal ik even het telefoonnummer van de helpdesk opzoeken? 

O? Die weten het ook niet? Wat? Ik? Hoezo ik? Heb ik geen verstand van. Wat zegt u? O, dat ik nergens verstand van heb. Mooi dan. 

Maar wat mankeert er dan aan? Hij doet helemaal niks? Stekker er wel in? O, Geen stekker. Batterij vol? Geen groen lampje? Helemaal geen lampje? O, er zit geen lampje op. Tja, dan weet ik het ook niet. 

Ja, sorry, ik ben geen monteur hoor! Wat je er mee moet? Ik zou hem wegbrengen. Nee hoor, dat kunt u zelf ook wel. Zo ver is het niet.’
‘Nee, het is in de buurt. Nog geen tien meter lopen. Wat? Nee nee, ik zal het uitleggen. 

Ja, even goed opletten nu. Pak hem maar in uw hand, ja, hebbes? Dan loop je nu naar de keuken. Ja? U bent in de keuken? Wat u daar moet? Ja, dat leg ik net uit. 

Er staat een grote glimmende trommel met een voetpedaal in de hoek. Trap nu met je rechtervoet op het pedaal, gaat er een klep open, hou dat ding er boven en als ik Vuur riep laat u hem los. VUUUUUURRRRRR. Succes Ma.’

Bart

zondag 22 februari 2026

Nieuwe jas

‘Ik vind dat rood je prima staat’, stelde Truus vast.
‘Ik niet’, protesteerde ik terwijl ik voor de spiegel mijn aspirant zomerjack aanschouwde.
‘Rood staat vrolijk’, probeerde ze.
‘Ik ben niet vrolijk, Truus.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik geen rood wil.’

‘Wat wil je dan?’
‘Hebben ze hem niet in donkerblauw of zo? Kijk nog eens even?’
‘Bart, ik heb al drie keer het hele rek afgezocht, ze hebben jouw maat niet meer! Je bent te laat!’
‘Schat, het is toch bezopen dat ik in februari al te laat ben voor een zomerjas!’
‘Ik heb je gewaarschuwd, maar jij vond het onzin. Dus…’

‘Dus wat?’
‘Dus heb je pech en zal je het met deze moeten doen.’ Ze keek blij.
‘Andere winkel?’
‘Nee, daar heb ik geen zin in.’
‘Geen zin in? Hoezo geen zin?’
‘Omdat het gezeur dan weer van voren af aan begint.’

‘Leuke jas, meneer’, vond een verkoopster die langs liep.
‘Dat vind ik ook maar mijn man vindt de kleur niet mooi.’
‘Uw man heeft er weinig van te vinden, toch?’
‘Hoho, hoezo heb ik er niks van te vinden?’, chagrijnde ik.
‘Meneer, ze moet de hele dag al naar uw gezicht kijken, gun haar als beloning ook een pretje.’

Bart

zaterdag 21 februari 2026

Het bakje

‘Schat, wil jij er voortaan aan denken om het bakje dicht te doen?’, hoorde ik Truus vragen. 
Ik lag net in mijn tablet begraven om het krantennieuws tot mij te nemen.

‘Ik denk er constant aan. Van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond’, mompelde ik.
‘Dat denk ik niet want het stond open’, constateerde ze droog.

‘Het gaat om het denkproces, Truus. Dat is iets anders dan het ook te doen.’
‘Hou toch op met je gezwam’, riep ze nijdig.
‘Truusje je vraagt mij om eraan te denken. En dat is precies wat ik doe. Van ‘s morgens vroeg…’
‘Tot ‘s avonds laat’, vulde ze aan.
‘Het is uiteindelijk maar een bakje.’

‘Joh, ik vraag gewoon of je het klepje van het bakje voortaan dicht wil doen.’
‘Nu gaat het ineens over een klepje. Truus, alsjeblieft. Ik zit nu even de krant te lezen.’

Ze moeten me ‘s morgens niet steeds aan mijn kop zeuren. Een man moet in alle rust zijn krantje kunnen lezen en niet lastig worden gevallen. En al helemaal niet over zo’n k-bakje.

‘Het klepje hoort het bakje luchtdicht af te sluiten ’, ging ze verder. Ik was er nu klaar mee en legde met een zware zucht mijn tablet aan de kant.

‘Oké, je hebt gewonnen. Alle aandacht voor jou en de bakjes.’
‘Mooi’, klonk het van tegenover. 

Ik pakte een beschuitje, keek nog even quasi blij, smeerde een laag margarine en strooide een lawine suiker. Daarna stak ik het in mijn mond om het er meteen weer uit te halen.

‘Is er iets?’, vroeg ze.
‘Mens dat beschuit is nog van voor de oorlog. Zo oud en slap als…’ 
Als reactie wees ze naar het bakje. 
Het was duidelijk.

Bart

vrijdag 20 februari 2026

Koffie

‘Hebben we soms andere koffie?’, vroeg ik tijdens ons tien uur koffiemomentje nadat ik een slokje had genomen en ook al vond dat het anders rook.

‘Lekker?’, vroeg de andere kant.
‘Dus is het andere koffie’, concludeerde ik.

‘Kun je het proeven? Dit is koffie uit Duitsland. Kreeg ik van Annie. Haar zus werkt over de grens en had het voor haar meegenomen.’
‘Het smaakt vreemd’, constateerde ik.

 ‘Het smaakt net als de koffie van je moeder: een kommetje vocht van een uitgeknepen vaatdoek waar een toiletbril mee is afgepoetst.’
‘Het is wel een stuk goedkoper.’
‘Zou kunnen, maar ik wil gewone Hollandse koffie en niet van die zut uit Pruisen.’
Hm, ik vind het anders prima te drinken.’

‘Is het niet meer iets van “wat de boer niet kent…”?’
‘Schat, Annie en Joop vinden het ook niet te zuipen. Anders had die zuinige Annie het jou vast niet cadeau gedaan. Of heb je er voor betaald?’
‘Nee hoor, ik heb het zo gekregen. En dan, Annie vindt het heerlijke koffie.’

‘Dan is het toch raar?’
‘Nee hoor, zo raar is het niet. Joop heeft ruzie met zijn schoonzus en heeft haar met koffie en al de deur uitgegooid.’

Bart

donderdag 19 februari 2026

Bietjes

‘Heb jij nog iets voor de boodschappen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘O, is het alweer donderdag?’, vroeg ik als reactie. ‘Ja, slome, het is inderdaad weer donderdag.’

‘Ding-dong, aandacht! Heb jij nog iets voor de boodschappen?’
‘Nou ja, als jij bietjes hebt opgeschreven, dan heb ik verder niks meer.’
‘Bietjes? Hoezo bietjes? Hoe kom je nou weer bij bietjes?’
‘Nou ja, het zou vandaag de verjaardag van mijn moeder zijn geweest.’ 

‘En dat wil je met bietjes vieren?’
‘Mijn moeder was van de bietjes.’
‘En dat aten jullie altijd op haar verjaardag?’
‘Nee, dat niet.’
‘Wat dan?’
‘Spruitjes.’
‘Spruitjes? En ze was van de bietjes!’
‘Mijn vader was van de spruitjes.’
‘Die was toch niet op dezelfde dag jarig?’
‘Nee, maar die lustte geen bietjes.’

Bart

woensdag 18 februari 2026

Vive la France serie 2023-17

‘Zeg schat, dat kooktafeltje is toch wel echt een geweldig dingetje', stelde Truus terwijl ze onder de luifel stond te koken.
'Ja hoor, ge-wel-dig', echoode ik met een cynisch ondertoontje.
'Ja, ik had toch wel gelijk hè', riep ze terwijl ze het er zonder doekje nog wat dieper inwreef.
'Ja hoor', riep ik zuinig terug.

Ik had hier zo'n hekel aan.

'Ik kan me onze discussie bij Obelink nog goed herinneren. Jij wilde die andere, die goedkopere. Weet je nog?'
'Ja hoor, die was ook goed geweest. Maar ja...'
'Wat nou "maar ja"?'
'Jij moest persé deze. Dus heb je deze.'
'Die andere was te gammel. Kijk dan hoe stevig.' Ze schudde aan het ding.

'Ik wil volgend jaar een andere stoel', riep ik om van het kooktafeltjesgezeur af te zijn.
'En die haakjes zijn ook zo handig. Dat had die andere ook niet', wreef ze onverstoorbaar verder.
'Die had ook haakjes.'
'Ja, hele kleine. Deze heeft van die heerlijke grote haken. Echt ideaal!'

'O, en dit plankje. Kom nou eens even kijken, Bart. Hoe handig kan ik nu het bakje met zout, peper enzovoorts neerzetten.'
'Ja hoor, ben je nu klaar?'
'Waarmee?'
'Met het ophemelen van jouw geweldige kooktafeltje. Ik zou zeggen keer maar snel terug op aarde.'
'Kun je het niet hebben of zo?', vroeg ze.
'Jawel hoor, maar de aardappels niet. Die bakken op dit moment aan.'

Bart


het ontbijtje

‘Wat ben jij nou aan het doen?', vroeg mijn echtgenote toen ze de keuken binnen liep en mij een broodje zag smeren.
'Ik maak een ontbijt. Is dat zo bijzonder?'
'Nou ja, je neemt altijd yoghurt met acht scheppen suiker. En nu smeer je brood.'
'Ja, ik heb van een goeroe gehoord dat brood als ontbijt heel goed is.'
'Nou dat weer.'
'Hoezo?'
'Ach, jij hebt altijd wat bijzonders. Maar ga lekker je gang. Mijn goeroe adviseert yoghurt.'

'Wist je dat je lichaam dankzij een broodontbijt beter wakker wordt?'
'Nou de mijne is al prima wakker hoor. Mag ik er even bij?' 
'Vooral het kauwen blijkt heel goed te zijn. Hoe meer je kauwt, hoe meer activiteit je lichaam ontwikkelt.'
'Heb je vannacht ook brood gegeten?', vroeg ze.
'Hoezo? Je neemt mij niet echt serieus hè?' 
'Je lag heel onrustig te wezen. Ik heb zelfs een logeerkamertje overwogen.'
'Had het maar gedaan', zei ik.
'Hoho, niet ik maar jij natuurlijk. Voor straf. En schiet een beetje op nou. Ik wil ook ontbijten.'

'Voel je al wat?', vroeg ze aan tafel.
'Wat bedoel je?'
'Je kauwt je suf maar ik zie geen beweging.'
'Schat, het gaat om interne activiteit. Die neemt toe.'
'O, de interne activiteit. Darmen?', lachte ze.
'Hersenactiviteit. Het is heel goed voor je hersens!', zei ik. 
'O? Voor je hersens? En dat helpt?', vroeg ze.
'Ja, dat helpt!', antwoordde ik ietwat korzelig.
'Mooi, dan zou ik als ik jou was nóg een boterham nemen.'
 
Bart.



dinsdag 17 februari 2026

Hulp

‘U mag het zeggen’, nodigde de in een groene stofjas gestoken verkoper van de boerenbond mij uit. 

Ik keek hem aan en constateerde een zwaar verweerd gezicht wat boekdelen schreef. Een deel over zijn boerenleven, een deel over de strenge winters, een over het keihard werken en misschien wel één over een leven met een dominante schoonmoeder. Daarmee was het gezicht er nog niet want ik stond voor zijn toonbank.

‘Wat moet ik zeggen?’, vroeg ik.
‘Waar ik u mee kan helpen’, verduidelijkte hij.
‘Nou, dat aanbod pak ik met beide handen aan.’
‘Mooi’, reageerde hij. ‘Dan zou ik zo zeggen: brandt los!’
‘Oké, heeft u een pen en papier bij de hand?’, vroeg ik voor de zekerheid. 
‘Nou, die heb ik niet nodig, meneer. Ik ben nog helder van geest.’
‘Kijk, dat is goed nieuws.’

‘Volgens mijn Truus moet het gras eerst geverticuteerd. Klopt dat?’
‘Jazeker, dat heeft uw Truus goed gezien.’
‘Mooi, dan moet er kalk op en misschien ook nog een laagje mest. Vervolgens moeten de kanten recht worden afgestoken en wil ze schone tegels. En dan liefst niet met een hogedrukspuit want dan vliegen de voegen eruit. Tot slot moet er mest over de border en de takken van de vlinderstruik gesnoeid.’ 

Ik keek hem verwachtingsvol aan.

‘En toen?’, vroeg hij.
‘Ach ja, de belangrijkste vraag: wanneer heeft u tijd?’
‘Tijd? Zal ik niet eerst een offerte maken?’
‘Een offerte? Hoezo een offerte? U vroeg toch waarmee u mij kon helpen? De rest doe ik zelf wel.’

Bart

Vive la france serie 2023-1

‘Het klepje van de watertank kleppert', meldde mijn echtgenote toen ze in de buitenspiegel van de auto keek.
We waren na een tussenstop-met-overnachting in Bannes op doorreis naar Zuid Frankrijk. 

'Dat is het klepje van de stroom.'
'Nee hoor, van de watertank. Die van de stroom zit aan de andere kant.' Er sprak een behoorlijke zekerheid vanuit haar stem.
'Schat, je kijkt in de spiegel, en dan is alles net andersom. Dat is het zogenaamde spiegeleffect.'
'Bart, je zwamt. Dit is overduidelijk het klepje van de watertank. Die heb je niet goed afgesloten.'

'Daar heb ik niet aangezeten vandaag, schat', zei ik na enig nadenken. 'Jij wel aan de stroom. Tenminste, jij hebt de kabel eruit getrokken en opgerold.' Ik probeerde triomfantelijk te kijken.
'Onzin. Ik druk het klepje altijd extra dicht want het veertje is slap.'
'Er zit helemaal geen veertje in. Hij sluit met een rubbertje. Dat schiet dan in het gaatje als je hem dichtdrukt.'
'Van de stroom? Hoe kom je erbij!!' 

Ze werd nijdig.

'Er zit een gaatje in het klepje van de stroom en daar past het rubbertje precies in. Gewoon een technisch dingetje.'
'En wat wil je daarmee zeggen?', vroeg ze op oorlogssterkte en klaar voor de beslissende aanval.
'Dat jullie vrouwen nooit zo technisch zijn. Dus ik snap...'

'Gaan we nu op die toer? Dat ik niet technisch ben? Dat ik geen onderscheid kan maken tussen het stroom en het waterklepje?' 
'Nou, zo bedoel ik het niet. Maar jullie hebben altijd wat moeite...'
'Hou toch op man. Jij met je rubbertje en je gaatje. Maar je stopt maar bij de eerstvolgende parkeerplaats want op deze manier gaat het stuk.'
'Het gaat niet zomaar stuk hoor', probeerde ik nog geruststellend.

'Stroomt er geen water uit?', vroeg ze.
'Nee, en dat kan natuurlijk ook niet', lachte ik. 
'Ach nee, stom', zei ze. 'De tank zal inmiddels wel leeg zijn.'

Bart


De piep

‘Ik hoor een piep. Ik denk in de ventilator’, stelde Truus vast. 
‘Ik hoor geen piep.’ Ik richtte mij oor nog een keer richting ventilator, maar geen piep..

‘Hij piept echt. Hoor!’ Ze stak haar vinger in de lucht.

‘Ik hoor alleen je vinger’, merkte ik op.
‘Mijn vinger? Hoezo mijn vinger?’
‘De snelheid waarmee je hem opstak veroorzaakt een luchtverplaatsing en dat hoor je. Trouwens, geen piep.

‘Bart, ik ben toch niet gek?’
‘Dat hoor je mij niet zeggen. Alhoewel,…’
‘Wat “alhoewel”.’
‘Je hoort dingen die je niet kunt horen omdat ze niet worden gebezigd.’

‘Sorry hoor. Wat probeer je mij nu in mijn schoenen duwen? Dat ik doof ben?’
‘Dat hoor je mij niet zeggen, alhoewel…’, lachte ik.

‘Links om, rechts om, het ding piept. Doe er wat aan! Ik ben Mama ophalen.’

Jaja, ook dat nog. Tja, er blijft dan maar één ding over: ventilator slopen….

Ik had het net de ingewanden eruit gehaald toen schoonmama binnenstuiterde.

‘Goh, komt dat nog goed?’, vroeg ze.
‘Als u er zich niet mee bemoeit, gaat het lukken.’
‘Ik hoor trouwens iets piepen’, merkte ze op.
‘Ja, klopt. Volgens Truus is het deze ventilator.’
‘Nou die piept niet Bartje. Het is je gehoorapparaat wat op het aanrecht ligt.’

Bart

maandag 16 februari 2026

De put

‘Ik vind dat de gemeente eens iets moet doen aan de straatput’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘Straatput?’, vroeg Truus. 
‘Ja, dat ding in het midden van de straat. Waar het water in moet lopen.’

‘Wat mankeert er dan aan? Hij doet toch precies datgene waarvoor hij bedoelt is?’
‘Klopt, maar hij doet meer dan dat!’
‘Wat doet hij meer dan?’
‘Schat, kijk er nou maar eens goed naar. En dan valt het je vanzelf wel op.’

‘Bart, ik zit aan de koffie en voor dit soort raadspelletjes heb ik geen tijd. Dus of je vertelt wat je dwars zit, of neem een ander onderwerp. Dit gaat nergens over.’ Ze pakte het oortje van haar koffiekopje tilde het op en nam een slokje.

‘Joop van Annie wil een andere fiets kopen.’
‘O? Voor Annie?’
‘Nee, voor zichzelf.’
‘Ik dacht dat hij pas een nieuwe had.’
‘Dat had hij ook. Sinds gisteravond niet meer.’
‘Ooo??? Gestolen? Hier in de straat?’, riep ze verbaasd.
‘Nee niet gejat!’
‘Wat dan?’

‘Toen hij gisteravond stomdronken uit de stad terugkeerde, vond hij dat het putdeksel ook als stalling kon dienen.’

Bart

zondag 15 februari 2026

Een propje

Ik zag haar vanuit de verte aankomen: mevrouw Hansen met haar hondje. 

Ze schuifelde langzaam in mijn richting totdat het hondje pardoes aan de handrem trok en aan een struikje begon te snuffelen.

‘Ja, goed zo. Ga maar plasje doen, Bopje. Ja, een plasje! Pootje hoog, plasje. Bopje, kijk eens, luister eens naar het vrouwtje! Pootje hup, doe eens hup? Bopje? Bopje!! Waarom luister je niet naar het vrouwtje?’

Het “Bopje” keek haar met enige wanhoop aan. Ik sloeg ondertussen het circusje vanaf onze oprit gade.

‘Volgens mij hoeft hij niet plassen’, bemoeide ik mij ermee.
‘Hij móet plassen, meneer Bart. Zijn tankje is vol. Hij heeft vanochtend al twee bakjes water gedronken.’

‘Misschien zit er een propje voor?’, opperde ik. 
‘Een propje? Waar zit een propje voor?’
‘Waar denkt u mevrouw Hansen? Waar zou het propje vóór moeten zitten? Voor zijn fluitje misschien?’

‘O nee, dat zeker niet, meneer Bart, want hij fluit nog prima. Ik denk dan eerder een propje in zijn oortjes, want hij luistert voor geen meter.’ 

Bart


zaterdag 14 februari 2026

Vive la France serie 2023-44

‘Er heeft een duif op de luifel gescheten’, meldde ik.
'O? En hoe weet je dat het een duif was?', vroeg Truus.
'Hm, mussen draaien kleine poepjes en de buuf is al naar het toilet geweest vanmorgen.'
'Jij let ook overal op!'
'Nou ja, ik hou haar wel in de gaten.'

'Maar hoe krijg je het er nu af?', vroeg ze.
'Hoezo ik?'
'Lijkt mij logisch, toch? Jij bent lang. Dat is handig.'
'Het kan ook met een zwabber. Nat maken en boenen. Jij bent expert.'
'Bart, zoek jij het even lekker uit. Jij hebt het ontdekt en de ontdekker maakt het schoon.'

'Zo buurman, bezoek gehad?', hoorde ik wat later een stem achter mij. Ik draaide en ontdekte de achterbuurman.
'O, kijk, de handyman', lachte ik.
'Ze zijn vanochtend goed bezig geweest hè?', stelde hij vast terwijl hij op het dak wees.
'Ja, klopt. We zijn nu op zoek naar de dader. Truus kijkt op dit moment de beelden na.'
'Beelden nakijken? Hebben jullie een camera?', vroeg hij verbaasd.
'Ja, een die 360 graden opneemt. Die steken wij als we naar bed gaan boven het dakluik.'

'Zozo. En waarom een camera? Zijn jullie soms bang voor inbrekers?'
'Nee, dat niet maar we kunnen wel de dakschijters in de gaten houden. Dat levert als bijvangst zeer vermakelijke beelden op.'
'Mag dat wel vanwege de privacy?', vroeg hij.
'Zoals wij het doen wel.'
'En hoe bewaken jullie dat dan?'
'Simpel, ik bestudeer eerst alle opnames en gooi die van jullie daarna weg.'

Bart



Een puist

‘Mijn man heeft een puist op zijn zitvlak’, legde de dame vóór mij uit aan de drogist. ‘Heeft u daar iets voor?’
‘Steen?’, vroeg de drogiste.
‘Nee puist.’
‘Dat bedoel ik, steenpuist?’
‘Dat heeft hij niet verteld. Het doet zeer.’
‘Hoe ziet hij eruit?’
‘Mijn man is grijs, heeft een….’
‘Ik bedoel de puist. Hoe ziet ie eruit?’, onderbrak de toonbank.
‘O, eh… ongeveer één centimeter groot.’ Ze hield haar vingers een centimeter uit elkaar.
‘En de kleur?’
‘Zwart met een geel puntje.’
‘Is die warm?’
‘Mij man is altijd warm. Behalve ‘s nachts, dan…’
‘Ik bedoel de puist.’ 
Ik bespeurde enig ongeduld vanachter de toonbank.
‘Geen idee, dan moet ik hem even bellen.’
‘Laat maar, ik heb hier een zalfje dat hij er op kan smeren.’
‘Kost dat?’, vroeg ze.
‘Ja, dat is niet goedkoop, twaalf euro zestig.’
‘Twaalf euro zestig? Voor een zalfje?’
‘Jazeker, maar het hoeft niet. Zo’n puist knapt vanzelf als hij rijp is.’
‘O, kijk, dan laat ik hem voorlopig lekker in de boom hangen.’

Bart

vrijdag 13 februari 2026

Carnaval

‘Gaan jullie nog carnaval vieren?’, vroeg mevrouw Meijer. 

Mevrouw Meijer woont vijf huizen verderop en ik liep haar bij de drogist tegen het lijf. Ik was daar in opdracht van Truus voor de aanschaf van een potje cement.

‘Ziet u mij, nuchtere Hagenees, verkleed als een over-rijpe banaan-met-steeltje door Schuursponsengat huppen? Dacht het toch niet mevrouw Meijer.’
‘O, ik dacht dat Truus dat altijd leuk vond. Ze had het daar wel eens over.’
‘Truus vindt alles leuk, maar ik stel wel grenzen. Geen carnaval!’

‘Nou nou, zo erg is het toch niet?’
‘Het is erg, mevrouw Meijer. Mijn schoonvader heeft ooit tijdens carnaval mijn schoonmoeder ontdekt. Dus u begrijpt vast mijn boycot van dit feest der feesten.’
‘Nou ja, Truus is er wel uit voortgekomen. Dus het had wel iets goeds!’
‘U zegt het mevrouw Meijer.’

‘Viert je schoonmoeder nog steeds carnaval? Ze kwam toch van “onder de grote rivieren”?’
‘Als u de Bonkevaart als grote rivier wil kwalificeren, dan klopt het wel.’
‘Maar ze viert geen carnaval meer?’
‘Nee, en ze zitten ook niet meer op haar te wachten.’

‘Te oud?’
‘Nee, dat niet maar er lopen inmiddels meer dan genoeg Eucalipta’s rond met een bezem tussen de benen en een druppel aan de neus.’

Bart

donderdag 12 februari 2026

Vive la France (Serie5-2020-11)

'Weet je wat ik ben vergeten?', hoorde ik mijn echtgenote vanuit de caravan roepen.
'Je zwembroek?', raadde ik.
'Mijn strijkijzer. Ligt nog thuis in de gang op het kastje.' 
Ze kwam naar buiten.

'En wat nu?', vroeg ik. 'Hoe erg is het?'


'Nou ja, ik heb een paar broeken thuis zo uit de droogtrommel getrokken.'
'Ja, èn?' 
Ik begreep het niet helemaal. 
‘Die heb je dan toch?'
'Die wilde ik hier dus strijken, Bart.’

Ze keek me aan terwijl ik nog volop in het denkproces zat.

‘Ja, snap je het nou?' Ze klonk wanhopig.
'Bijna.Want wat deed dat ding op het kastje in de gang?', 
Ik wilde dat toch wel weten.
'Ja, daar had ik hem neergelegd. Zodat ik hem niet zou vergeten.'
'Nou, dat is dan niet gelukt', constateerde ik droogjes.

'Vroeger legde mijn moeder mijn broek onder het matras. Dat werkte ook', herinnerde ik mij.
'Dat kan niet in de caravan', zei ze.
'Ik zou niet weten waarom niet.'
'Bart, we hebben een lattenbodem.'

'Jij had me trouwens ook nog even kunnen helpen herinneren! Hoe vaak ben je er langsgelopen?'
'O, ontelbaar. En ik heb hem vaak zien liggen.'
'Waarom heb je hem dan niet even in de caravan gelegd?' 
Ze was echt nijdig.
'Nou ja schat, ik was echt bang dat je hem dan zou vergeten.'

Bart

Vive la France (Serie5-2020-17)

‘Die vrouw van die caravan hier tegenover heeft nu voor de zesde dag op rij dat roze jurkje aan’, merkte ik op. 
‘Hou jij dat bij?’, vroeg mijn echtgenote. ‘Vind je het zo’n leuk jurkje?’
‘Ach nee. Maar met dit weer trek je toch af en toe wat schoons aan?’
‘Hoezo? Jij loopt toch ook de hele vakantie met dat Max Verstappen shirt aan?’
'Alleen als hij rijdt schat. En het is zwart, zie je niks op.'
'Nee, daarom vraag ik mij ook af wat de lol is van dat shirtje.'

'Ik zie ook geen waslijn hangen', zei ik.
'Dan kijk je niet goed. Er hangt er één aan de achterkant. Bungelen zijn sokken aan.'
'Het gaat mij om dat jurkje van haar, schat. Niet om die sokken van hem.'
'Ik snap niet waar je je mee bemoeit, Bart. Die vrouw vindt het vast een prettig jurkje.'
'Kan me niet voorstellen. Heb je gezien hoe strak hij zit? En hij is vast niet te warm gewassen want wassen doet ze dus niet.'

'Kijk, daar loopt ze weer. En nu heeft ze ook nog van die wandelschoenen aan. Ik denk dat ze gaat klootschieten.'
'Klootschieten?', vroeg mijn echtgenote.
'Ja, daar is het echt zo'n jurkje voor.'
'Hoezo?', wilde ze weten.
'Valt enorm op langs de weg. Is een stuk veiliger. Misschien oefent ze wel voor de clubkampioenschappen. Die zijn altijd zo rond juni.'
'Man wat kan jij toch zwammen.' Ze pakte haar tablet.

'En, nog wat ontwikkelingen?', vroeg ik. 'Nieuws?'
'Nee joh, ik blader gewoon wat door de reclame-app.'
'Nog leuke aanbiedingen?'
'Nou, dat niet, maar ik weet nu iets meer over haar roze jurkje. Het mysterie is opgelost.'
'O? Vertel?'
'Die jurkjes zijn in de aanbieding. Drie voor vijfentwintig euro. Ze trekt elke twee dagen gewoon een nieuwe aan. Zaak opgelost. Moeten we het nu nog even over haar ondergoed hebben?'

Bart
 

Blessure

‘Hé Carla, hoe gaat ie?’, vroeg ik belangstellend toen ik onze altijd weer frivool  uitgedoste buurtgenote, beter bekend als Carla-van-de-Porsche, voorbij zag lopen. Ik liep net buiten de oprit te inspecteren.

‘Redelijk’, antwoordde ze op een wat sneu toontje.
‘Verkering uit?’, gokte ik.
‘Nee, ik heb een spiertje verrekt en nu moet ik van de fysio bewegen. En dat doet zeer.’
‘Rug?’
‘Nee, lies.’

‘Ja, dat kan zeer doen. Heb ik ooit ook eens gehad. Toen ik nog in militaire dienst lag.’
‘Lag jij toen?’, vroeg ze onnozel.
‘Nee, ik moest tijdens het nemen van de stormbaan over een hek klimmen. En toen schoot het erin. En jij? Hoe heb jij het opgelopen?’
‘O, kwam door mijn vriend. Die doet altijd zo gek!’

‘Oei, dat hoef ik allemaal niet te weten hoor’, lachte ik. ‘Hou dat maar voor jezelf.’
‘Nou ja Bart, honderd meter hordelopen op de atletiekbaan is toch niks bijzonders?’

Bart




Vive la France (serie 2024-3)

‘En waar komt u vandaan?’, vroeg Truus. Ze stond op de scheiding tussen onze plek en die van de buren die net waren gearriveerd.

‘Uit Oss.’ Wij komen uit Oss, weet u waar dat ligt?’
‘Jazeker, in de buurt van Den Bosch, toch?’
‘Nou, in de buurt, je zou het moeten lopen’, lachte ze.

‘Mijn Truus kan goed lopen hoor’, merkte ik op. ‘Hulp nodig?’, vroeg ik aansluitend toen ik de nieuwe buurman zag zweten om de moverloze caravan op zijn plek te duwen. 

‘Geen mover?’
‘Jawel, maar die staat nu te ouwehoeren over Oss.’

‘U komt zo te horen van origine niet uit Oss’, stelde ik naar aanleiding van zijn plat-Haagse accent vast.
‘Niet geboren. Ik ben Hagenees, maar woon al een poosje in dat Oss. Nog een klein zetje… ‘

Ik duwde met volle kracht en na tien centimeter trok hij de handrem erop. 
‘Die staat’, riep hij terwijl hij enthousiast zijn beide armen in de lucht stak.

‘Wij komen uit Doesburg’, hoorde ik Truus vrolijk doorbeppen.
‘En waar ligt dat?’, vroeg de mover.
‘In de buurt van Arnhem.’
‘O, kijk. Maar je man komt vast uit het westen.’
‘Klopt, ook Hagenees.’

‘Maar hoe komt een Hagenees in Oss terecht?’, vroeg Truus nieuwsgierig.
’Waarschijnlijk op dezelfde manier als jouw man in Doesburg. Vlaag van totale verstandsverbijstering.’

Bart

woensdag 11 februari 2026

De hondenfluisteraar.

‘Daar gaat ze weer', riep ik naar mijn echtgenote in de caravan.
'Had je het tegen mij?', vroeg ze.
'Nee, tegen de tentstok. Ik heb eerst de haring geprobeerd, maar die gaf geen antwoord.'

'Wat moest je nou?', vroeg ze toen ze naast mij stond.
'Kijk, dat mens met die twee honden. Die gaat nu alweer wandelen. Dat is al voor de derde keer vanochtend.'
'Moest ik hiervoor uit de caravan komen?'
'Ik heb niet gezegd dat je moest komen', zei ik.
'O ja, je had het tegen de tentstok.'

'Trouwens, wist je dat je die honden niet mag aaien?'
'Hoe weet je dat?'
'Staat op het tuigje. "Niet aaien". Ik denk dat het opleidingshonden zijn', opperde ik.
'Je bedoelt dat oude doorgezakte tekkeltje en dat blaffende hangbuikzwijn? Opleiding?'
'Dat kan toch!? Zij lijkt me er echt een tiep voor.' Ik vond dat echt.

'Ze heeft meer weg van een strenge meesteres. Die zie ik nou niet bepaald geduldig een hond opvoeden.'
'Ik denk zelf dat ze zo'n fluisteraar is', zei ik. 
'Man, hoe kom je daar nou weer bij', lachte ze.
'Nou ja, ik zie haar vaak op haar knieën tegen die honden praten.' Ik had dat al een paar keer gezien.
'Dat is echt geen opleiden, Bart.'
'Hoe zie jij dat dan?', wilde ik weten.

'Ik denk dat ze die honden uitlegt dat ze zich niks van die oude grijze man twee caravans verderop moeten aantrekken. Ook al lopen ze tachtig keer per dag voorbij.'

Bart

Jaarringen

‘Goh, wat zie jij er netjes uit’, complimenteerde buuf Agnes mij toen ze de voordeur uitliep en mij op de oprit ontdekte. ‘Vier je je veegjubileum of zoiets? Ik kan niet op visite komen hoor, want ik moet werken’, voegde ze er lachend aan toe.

‘Morgen Agnes. Nee, Truus haar moeder krijgt er vandaag een jaarring bij. En ik moet getuigen.’
‘O, is ze jarig?’
‘Ja, Truus vertelde zoiets.’

‘Een jaarring, bomen hebben jaarringen’, grinnikte ze.
‘Klopt, mijn schoonmoeder, want daar hebben we het over, is ook net een eik: keihard en onverwoestbaar.’
‘Ja, zo ziet ze er ook wel uit.’
‘Dat bedoel ik. Alhoewel ze wel continu in een wintertoestand verkeerd. Zit geen blad meer aan.’

‘En hoe oud wordt deze eik vandaag?’
‘Geen idee. Dan moet ik haar eerst doorzagen.’
‘Doorzagen?’
‘Ja, dan worden de jaarringen zichtbaar en kun je ze tellen.’

Bart

Handigheidje

‘Hé meneer Bart, wat leuk!’
Ik keek op van mijn boodschappenlijstje en ontdekte een buurtgenote die bekend staat als vrouwtje stofdoek. 

‘Wat is er leuk?’, vroeg ik.
‘U. leuk dat ik u in de winkel ontmoet.’ 
Mij ontging “de leuk” volledig.
‘Ja, lachen. Ook aan de boodschap?’
‘Ja, soms moet je, hè. Maar u blijkbaar ook!’
Ik moest even nadenken of ik ook onder de “soms” viel.
‘Ik loop hier anders dagelijks hoor.’
‘Doet uw Truus nooit boodschappen?’
‘Nee, die moet schoonmaken’, stuurde ik het gesprekje.
‘Ja, onze huizen zijn heel stoffig’, merkte ze op.
‘Die van ons niet’, antwoordde ik. ‘Wij hebben een stofvanger.’
‘Een stofvanger? Wat is een stofvanger?’ Ze keek nieuwsgierig.
‘Ja, eigenlijk mag ik het van Truus niet verklappen, maar goed. Eh.. zij wast haar stofdoeken in een met bloem aangemaakt papje. Daarna drogen, niet uitkloppen en dan in één keer alles afstoffen. Dan blijft er een beschermlaag achter en komt er geen stof meer op de meubels.’

Ik zag haar nadenken. Na een incubatietijd van twintig seconden reageerde ze.

‘Het is de moeite van het proberen waard’, zei ze enthousiast. ‘Dank je Bart. Toch leuk dat ik je ontmoette.’

Vijf minuten later zag ik haar met drie pakken bloem de winkel verlaten.

Bart