Totaal aantal pageviews

zaterdag 14 februari 2026

Vive la France serie 2023-44

‘Er heeft een duif op de luifel gescheten’, meldde ik.
'O? En hoe weet je dat het een duif was?', vroeg Truus.
'Hm, mussen draaien kleine poepjes en de buuf is al naar het toilet geweest vanmorgen.'
'Jij let ook overal op!'
'Nou ja, ik hou haar wel in de gaten.'

'Maar hoe krijg je het er nu af?', vroeg ze.
'Hoezo ik?'
'Lijkt mij logisch, toch? Jij bent lang. Dat is handig.'
'Het kan ook met een zwabber. Nat maken en boenen. Jij bent expert.'
'Bart, zoek jij het even lekker uit. Jij hebt het ontdekt en de ontdekker maakt het schoon.'

'Zo buurman, bezoek gehad?', hoorde ik wat later een stem achter mij. Ik draaide en ontdekte de achterbuurman.
'O, kijk, de handyman', lachte ik.
'Ze zijn vanochtend goed bezig geweest hè?', stelde hij vast terwijl hij op het dak wees.
'Ja, klopt. We zijn nu op zoek naar de dader. Truus kijkt op dit moment de beelden na.'
'Beelden nakijken? Hebben jullie een camera?', vroeg hij verbaasd.
'Ja, een die 360 graden opneemt. Die steken wij als we naar bed gaan boven het dakluik.'

'Zozo. En waarom een camera? Zijn jullie soms bang voor inbrekers?'
'Nee, dat niet maar we kunnen wel de dakschijters in de gaten houden. Dat levert als bijvangst zeer vermakelijke beelden op.'
'Mag dat wel vanwege de privacy?', vroeg hij.
'Zoals wij het doen wel.'
'En hoe bewaken jullie dat dan?'
'Simpel, ik bestudeer eerst alle opnames en gooi die van jullie daarna weg.'

Bart



Een puist

‘Mijn man heeft een puist op zijn zitvlak’, legde de dame vóór mij uit aan de drogist. ‘Heeft u daar iets voor?’
‘Steen?’, vroeg de drogiste.
‘Nee puist.’
‘Dat bedoel ik, steenpuist?’
‘Dat heeft hij niet verteld. Het doet zeer.’
‘Hoe ziet hij eruit?’
‘Mijn man is grijs, heeft een….’
‘Ik bedoel de puist. Hoe ziet ie eruit?’, onderbrak de toonbank.
‘O, eh… ongeveer één centimeter groot.’ Ze hield haar vingers een centimeter uit elkaar.
‘En de kleur?’
‘Zwart met een geel puntje.’
‘Is die warm?’
‘Mij man is altijd warm. Behalve ‘s nachts, dan…’
‘Ik bedoel de puist.’ 
Ik bespeurde enig ongeduld vanachter de toonbank.
‘Geen idee, dan moet ik hem even bellen.’
‘Laat maar, ik heb hier een zalfje dat hij er op kan smeren.’
‘Kost dat?’, vroeg ze.
‘Ja, dat is niet goedkoop, twaalf euro zestig.’
‘Twaalf euro zestig? Voor een zalfje?’
‘Jazeker, maar het hoeft niet. Zo’n puist knapt vanzelf als hij rijp is.’
‘O, kijk, dan laat ik hem voorlopig lekker in de boom hangen.’

Bart

vrijdag 13 februari 2026

Carnaval

‘Gaan jullie nog carnaval vieren?’, vroeg mevrouw Meijer. 

Mevrouw Meijer woont vijf huizen verderop en ik liep haar bij de drogist tegen het lijf. Ik was daar in opdracht van Truus voor de aanschaf van een potje cement.

‘Ziet u mij, nuchtere Hagenees, verkleed als een over-rijpe banaan-met-steeltje door Schuursponsengat huppen? Dacht het toch niet mevrouw Meijer.’
‘O, ik dacht dat Truus dat altijd leuk vond. Ze had het daar wel eens over.’
‘Truus vindt alles leuk, maar ik stel wel grenzen. Geen carnaval!’

‘Nou nou, zo erg is het toch niet?’
‘Het is erg, mevrouw Meijer. Mijn schoonvader heeft ooit tijdens carnaval mijn schoonmoeder ontdekt. Dus u begrijpt vast mijn boycot van dit feest der feesten.’
‘Nou ja, Truus is er wel uit voortgekomen. Dus het had wel iets goeds!’
‘U zegt het mevrouw Meijer.’

‘Viert je schoonmoeder nog steeds carnaval? Ze kwam toch van “onder de grote rivieren”?’
‘Als u de Bonkevaart als grote rivier wil kwalificeren, dan klopt het wel.’
‘Maar ze viert geen carnaval meer?’
‘Nee, en ze zitten ook niet meer op haar te wachten.’

‘Te oud?’
‘Nee, dat niet maar er lopen inmiddels meer dan genoeg Eucalipta’s rond met een bezem tussen de benen en een druppel aan de neus.’

Bart

donderdag 12 februari 2026

Vive la France (Serie5-2020-11)

'Weet je wat ik ben vergeten?', hoorde ik mijn echtgenote vanuit de caravan roepen.
'Je zwembroek?', raadde ik.
'Mijn strijkijzer. Ligt nog thuis in de gang op het kastje.' 
Ze kwam naar buiten.

'En wat nu?', vroeg ik. 'Hoe erg is het?'


'Nou ja, ik heb een paar broeken thuis zo uit de droogtrommel getrokken.'
'Ja, èn?' 
Ik begreep het niet helemaal. 
‘Die heb je dan toch?'
'Die wilde ik hier dus strijken, Bart.’

Ze keek me aan terwijl ik nog volop in het denkproces zat.

‘Ja, snap je het nou?' Ze klonk wanhopig.
'Bijna.Want wat deed dat ding op het kastje in de gang?', 
Ik wilde dat toch wel weten.
'Ja, daar had ik hem neergelegd. Zodat ik hem niet zou vergeten.'
'Nou, dat is dan niet gelukt', constateerde ik droogjes.

'Vroeger legde mijn moeder mijn broek onder het matras. Dat werkte ook', herinnerde ik mij.
'Dat kan niet in de caravan', zei ze.
'Ik zou niet weten waarom niet.'
'Bart, we hebben een lattenbodem.'

'Jij had me trouwens ook nog even kunnen helpen herinneren! Hoe vaak ben je er langsgelopen?'
'O, ontelbaar. En ik heb hem vaak zien liggen.'
'Waarom heb je hem dan niet even in de caravan gelegd?' 
Ze was echt nijdig.
'Nou ja schat, ik was echt bang dat je hem dan zou vergeten.'

Bart

Vive la France (Serie5-2020-17)

‘Die vrouw van die caravan hier tegenover heeft nu voor de zesde dag op rij dat roze jurkje aan’, merkte ik op. 
‘Hou jij dat bij?’, vroeg mijn echtgenote. ‘Vind je het zo’n leuk jurkje?’
‘Ach nee. Maar met dit weer trek je toch af en toe wat schoons aan?’
‘Hoezo? Jij loopt toch ook de hele vakantie met dat Max Verstappen shirt aan?’
'Alleen als hij rijdt schat. En het is zwart, zie je niks op.'
'Nee, daarom vraag ik mij ook af wat de lol is van dat shirtje.'

'Ik zie ook geen waslijn hangen', zei ik.
'Dan kijk je niet goed. Er hangt er één aan de achterkant. Bungelen zijn sokken aan.'
'Het gaat mij om dat jurkje van haar, schat. Niet om die sokken van hem.'
'Ik snap niet waar je je mee bemoeit, Bart. Die vrouw vindt het vast een prettig jurkje.'
'Kan me niet voorstellen. Heb je gezien hoe strak hij zit? En hij is vast niet te warm gewassen want wassen doet ze dus niet.'

'Kijk, daar loopt ze weer. En nu heeft ze ook nog van die wandelschoenen aan. Ik denk dat ze gaat klootschieten.'
'Klootschieten?', vroeg mijn echtgenote.
'Ja, daar is het echt zo'n jurkje voor.'
'Hoezo?', wilde ze weten.
'Valt enorm op langs de weg. Is een stuk veiliger. Misschien oefent ze wel voor de clubkampioenschappen. Die zijn altijd zo rond juni.'
'Man wat kan jij toch zwammen.' Ze pakte haar tablet.

'En, nog wat ontwikkelingen?', vroeg ik. 'Nieuws?'
'Nee joh, ik blader gewoon wat door de reclame-app.'
'Nog leuke aanbiedingen?'
'Nou, dat niet, maar ik weet nu iets meer over haar roze jurkje. Het mysterie is opgelost.'
'O? Vertel?'
'Die jurkjes zijn in de aanbieding. Drie voor vijfentwintig euro. Ze trekt elke twee dagen gewoon een nieuwe aan. Zaak opgelost. Moeten we het nu nog even over haar ondergoed hebben?'

Bart
 

Blessure

‘Hé Carla, hoe gaat ie?’, vroeg ik belangstellend toen ik onze altijd weer frivool  uitgedoste buurtgenote, beter bekend als Carla-van-de-Porsche, voorbij zag lopen. Ik liep net buiten de oprit te inspecteren.

‘Redelijk’, antwoordde ze op een wat sneu toontje.
‘Verkering uit?’, gokte ik.
‘Nee, ik heb een spiertje verrekt en nu moet ik van de fysio bewegen. En dat doet zeer.’
‘Rug?’
‘Nee, lies.’

‘Ja, dat kan zeer doen. Heb ik ooit ook eens gehad. Toen ik nog in militaire dienst lag.’
‘Lag jij toen?’, vroeg ze onnozel.
‘Nee, ik moest tijdens het nemen van de stormbaan over een hek klimmen. En toen schoot het erin. En jij? Hoe heb jij het opgelopen?’
‘O, kwam door mijn vriend. Die doet altijd zo gek!’

‘Oei, dat hoef ik allemaal niet te weten hoor’, lachte ik. ‘Hou dat maar voor jezelf.’
‘Nou ja Bart, honderd meter hordelopen op de atletiekbaan is toch niks bijzonders?’

Bart




Vive la France (serie 2024-3)

‘En waar komt u vandaan?’, vroeg Truus. Ze stond op de scheiding tussen onze plek en die van de buren die net waren gearriveerd.

‘Uit Oss.’ Wij komen uit Oss, weet u waar dat ligt?’
‘Jazeker, in de buurt van Den Bosch, toch?’
‘Nou, in de buurt, je zou het moeten lopen’, lachte ze.

‘Mijn Truus kan goed lopen hoor’, merkte ik op. ‘Hulp nodig?’, vroeg ik aansluitend toen ik de nieuwe buurman zag zweten om de moverloze caravan op zijn plek te duwen. 

‘Geen mover?’
‘Jawel, maar die staat nu te ouwehoeren over Oss.’

‘U komt zo te horen van origine niet uit Oss’, stelde ik naar aanleiding van zijn plat-Haagse accent vast.
‘Niet geboren. Ik ben Hagenees, maar woon al een poosje in dat Oss. Nog een klein zetje… ‘

Ik duwde met volle kracht en na tien centimeter trok hij de handrem erop. 
‘Die staat’, riep hij terwijl hij enthousiast zijn beide armen in de lucht stak.

‘Wij komen uit Doesburg’, hoorde ik Truus vrolijk doorbeppen.
‘En waar ligt dat?’, vroeg de mover.
‘In de buurt van Arnhem.’
‘O, kijk. Maar je man komt vast uit het westen.’
‘Klopt, ook Hagenees.’

‘Maar hoe komt een Hagenees in Oss terecht?’, vroeg Truus nieuwsgierig.
’Waarschijnlijk op dezelfde manier als jouw man in Doesburg. Vlaag van totale verstandsverbijstering.’

Bart

woensdag 11 februari 2026

De hondenfluisteraar.

‘Daar gaat ze weer', riep ik naar mijn echtgenote in de caravan.
'Had je het tegen mij?', vroeg ze.
'Nee, tegen de tentstok. Ik heb eerst de haring geprobeerd, maar die gaf geen antwoord.'

'Wat moest je nou?', vroeg ze toen ze naast mij stond.
'Kijk, dat mens met die twee honden. Die gaat nu alweer wandelen. Dat is al voor de derde keer vanochtend.'
'Moest ik hiervoor uit de caravan komen?'
'Ik heb niet gezegd dat je moest komen', zei ik.
'O ja, je had het tegen de tentstok.'

'Trouwens, wist je dat je die honden niet mag aaien?'
'Hoe weet je dat?'
'Staat op het tuigje. "Niet aaien". Ik denk dat het opleidingshonden zijn', opperde ik.
'Je bedoelt dat oude doorgezakte tekkeltje en dat blaffende hangbuikzwijn? Opleiding?'
'Dat kan toch!? Zij lijkt me er echt een tiep voor.' Ik vond dat echt.

'Ze heeft meer weg van een strenge meesteres. Die zie ik nou niet bepaald geduldig een hond opvoeden.'
'Ik denk zelf dat ze zo'n fluisteraar is', zei ik. 
'Man, hoe kom je daar nou weer bij', lachte ze.
'Nou ja, ik zie haar vaak op haar knieën tegen die honden praten.' Ik had dat al een paar keer gezien.
'Dat is echt geen opleiden, Bart.'
'Hoe zie jij dat dan?', wilde ik weten.

'Ik denk dat ze die honden uitlegt dat ze zich niks van die oude grijze man twee caravans verderop moeten aantrekken. Ook al lopen ze tachtig keer per dag voorbij.'

Bart

Jaarringen

‘Goh, wat zie jij er netjes uit’, complimenteerde buuf Agnes mij toen ze de voordeur uitliep en mij op de oprit ontdekte. ‘Vier je je veegjubileum of zoiets? Ik kan niet op visite komen hoor, want ik moet werken’, voegde ze er lachend aan toe.

‘Morgen Agnes. Nee, Truus haar moeder krijgt er vandaag een jaarring bij. En ik moet getuigen.’
‘O, is ze jarig?’
‘Ja, Truus vertelde zoiets.’

‘Een jaarring, bomen hebben jaarringen’, grinnikte ze.
‘Klopt, mijn schoonmoeder, want daar hebben we het over, is ook net een eik: keihard en onverwoestbaar.’
‘Ja, zo ziet ze er ook wel uit.’
‘Dat bedoel ik. Alhoewel ze wel continu in een wintertoestand verkeerd. Zit geen blad meer aan.’

‘En hoe oud wordt deze eik vandaag?’
‘Geen idee. Dan moet ik haar eerst doorzagen.’
‘Doorzagen?’
‘Ja, dan worden de jaarringen zichtbaar en kun je ze tellen.’

Bart

Handigheidje

‘Hé meneer Bart, wat leuk!’
Ik keek op van mijn boodschappenlijstje en ontdekte een buurtgenote die bekend staat als vrouwtje stofdoek. 

‘Wat is er leuk?’, vroeg ik.
‘U. leuk dat ik u in de winkel ontmoet.’ 
Mij ontging “de leuk” volledig.
‘Ja, lachen. Ook aan de boodschap?’
‘Ja, soms moet je, hè. Maar u blijkbaar ook!’
Ik moest even nadenken of ik ook onder de “soms” viel.
‘Ik loop hier anders dagelijks hoor.’
‘Doet uw Truus nooit boodschappen?’
‘Nee, die moet schoonmaken’, stuurde ik het gesprekje.
‘Ja, onze huizen zijn heel stoffig’, merkte ze op.
‘Die van ons niet’, antwoordde ik. ‘Wij hebben een stofvanger.’
‘Een stofvanger? Wat is een stofvanger?’ Ze keek nieuwsgierig.
‘Ja, eigenlijk mag ik het van Truus niet verklappen, maar goed. Eh.. zij wast haar stofdoeken in een met bloem aangemaakt papje. Daarna drogen, niet uitkloppen en dan in één keer alles afstoffen. Dan blijft er een beschermlaag achter en komt er geen stof meer op de meubels.’

Ik zag haar nadenken. Na een incubatietijd van twintig seconden reageerde ze.

‘Het is de moeite van het proberen waard’, zei ze enthousiast. ‘Dank je Bart. Toch leuk dat ik je ontmoette.’

Vijf minuten later zag ik haar met drie pakken bloem de winkel verlaten.

Bart

dinsdag 10 februari 2026

Vive la France (serie 5-2020-6)

'Die van hier tegenover slaan de haringen er electrisch in', meldde mijn echtgenote.
'Wat doen ze?', vroeg ik geschrokken. Ik lag net op de lanceerinrichting klaar om de aarde te verlaten.
'Ze doen de haringen er electrisch in', herhaalde ze.
'Mooi. Ik nu even niet schat.'

'Hij heeft een boormachine met een lange pen. Daarmee wroet hij in de grond.'
'Hij zal wel water zoeken. Ik ben nu even van de camping. Doei!' Altijd dat gezanik.
'Het lijkt wel heel handig, Bart. Zij houdt de haring vast en hij prut hem erin.'
'Herkenbaar. Mag ik nu misschien even tukken?'
'Ach, jij altijd met dat slaapje. Waar ben jij nou moe van? Je hebt niks gedaan!!' Ik ontdekte haar hoofd pal boven mij. 
'Piekeren. Ik pieker me suf en dat vreet energie.'

'Piekeren? Jij? Je hebt nogal veel om over te piekeren.'
'Breek me de bek niet los. Maar eh.. heb je soms niks te doen? Moet er niet nodig iets schoongemaakt worden? Scheerlijnen misschien?'
'Ik heb vakantie. Ik hoef niks.'
'Nou kijk, ik ook niet.'
'Oké, dat gepieker van jou slaat dus nergens op.' 
'Natuurlijk wel. Ik zeg dat niet voor niks!' Ik voelde een opkomende gaap en viel niet meer te onderdrukken.
'Waarover moet jij dan zo nodig piekeren, gapert?'
'Over jou. Hoe ik je een uurtje uit kan zetten.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

maandag 9 februari 2026

Een veter

‘Uw veter is los’, waarschuwde een dame mij die op een bankje zat waar ik op weg naar de Super langs liep.

Ik keek als reactie instinctief op mijn horloge.
‘Het is half één’, lachte ze.
‘O, maar daarvoor keek ik niet. Ik kijk bij zulke waarschuwingen altijd naar de datum.’
‘Het is februari meneer.’
‘In ieder geval geen één April’, lachte ik.

‘Ah… daarom keek u.’
‘Ja, mijn kleinkinderen foppen mij altijd en u raadt het vast wel…’
‘U trapt er altijd weer in’, lachte ze.
‘Zoiets.’

‘U mag wel even plaats nemen’, nodigde ze me uit.
‘Misschien handig’, antwoordde ik en nam naast haar plaats.

‘Heeft u een doel? Of loopt u gewoon wat rond’, vroeg ze.
‘Ik moet van mijn Truus een boodschapje doen. En aangezien mijn band lek is en de winkel niet ver weg, vond ik dat ik maar eens moest lopen.’

‘En u? Ook een doel?’
‘Ik? Nee hoor. Ik zit hier als tijdverdrijf. Mijn Jan is overleden en aangezien ik geen kinderen heb en de “overigen” mij ontvallen zijn, zit ik mijn tijd uit.’

‘Goh, vervelend’, probeerde ik mee te leven.’
‘O, nee hoor. In geen geval vervelend. Ik vermaak mij prima.’
‘Fijn. Ik ga weer verder. Fijne dag nog.’

Ik stond op en liep weg. Terwijl ik de eerste stappen zette herinnerde ik mij haar waarschuwing. Ik hield in en keek naar mijn veters. Toen naar haar. Ze gaf me een knipoog. 
Toch gefopt.

Bart

zondag 8 februari 2026

Vive la France (Serie5-2020-9)

‘Hé Bart, moet jij niet eens naar de gasfles kijken?', vroeg mijn echtgenote. We zaten in het zonnetje voor de caravan. Zij met een folder van Obelink, ik met mijn tablet. 
'Wat is er met de gasfles aan de hand?', vroeg ik ongeïnteresseerd. Ik zag iets van een actie aankomen. En aangezien ik mij net had begraven in mijn luie stoel met voetenbankje, was ik niet echt "happig".
'Nou ja, ik kook nu inmiddels drie weken op die fles, straks sta ik te koken en is hij leeg.
'Dan koppel ik toch de reservefles aan!', zei ik. Pffftt altijd dat gezeur om niks.
'Is die wél vol? Misschien moet je daar ook nog even naar kijken.'

'Ben je soms bij de letter "G"?', vroeg ik.
'Wat bedoel je?' 
Ik wees naar de Obelinkfolder. 'De letter "G" van Gasfles?'
'Klopt', lachte ze. 'Ik zag toevallig net een aanbieding.'
'Thuis gooi je die folders ongelezen bij het oudpapier.'
'Hier niet. En weet je, dat komt door jou', zei ze met een glimlach.
'O ja, geef mij maar weer de schuld. Hoe bedoel je dat eigenlijk? Dat het door mij komt?'
'We ondernemen niks. Je hangt hele dagen in die stoel. Dus...'
'Dus ga je een folder lezen', vulde ik aan.
'Precies schat. Je moet iets.'

'Geef mij die folder eens?', vroeg ik.
'Wat moet je dan?', vroeg ze terwijl ze hem overslingerde.
'Even kijken. Eh.. juist. Let op schat. Ik citeer: "geniet eindeloos van uw vakantie in onze Obelink campingstoel".'
'Mooi, en toen?'
'Ik moest hem van jou kopen, toch? Moeten we het nog over de schuldvraag hebben?'

Bart




De opening

‘En nog naar de Olympische spelen gekeken?’, vroeg mevrouw Boerstoel die ik bij de Super tegenkwam. 
‘Ja, heel eventjes.’

‘O, niet het hele openings-spektakel gevolgd?’
‘Nee, tijdens het gegalm van Maria Herrie ben ik afgehaakt. Dat ding zong zo vals dat ik bang was getuige te worden van een enorme sneeuwlawine.’
‘Ja, dat was niet best. Maar verder was het wel mooi toch?’
‘Hm, ik heb toch wel een heel andere opvatting van “mooi” mevrouw Boerstoel.’

‘Zaterdag nog wel naar het schaatsen gekeken?’
‘Van de meisjes?’
‘Ja, was spannend hè?’
‘Truus heeft gekeken. Ik ben de tuin ingestuurd. Ze heeft me liever in de tuin dan dat ik in de commentaarpositie plaatsneem. Maar ik hoorde dat het niet best was.’

‘Nee, dat klopt. Het werd ook uitgebreid nabesproken.’
‘Dat heb dan weer wel meegekregen. Tot vervelends toe. Ik heb vijfentwintig analyses geteld.’

‘Ja, dat krijg je als de resultaten achter blijven.’
‘Ik heb zelf ook een analyse gemaakt. Maar die had ik vooraf al klaar.’
‘Vooraf?’

‘Ja, misschien moeten ze voortaan wat minder in de playboy poseren, wat minder discussiëren en misschien gewoon wat harder schaatsen. Gaat vast enorm helpen!’

Bart

zaterdag 7 februari 2026

Vive la France (Serie5-2020-12)

‘Kun je niet iets aan die trekhaak doen?', vroeg mijn echtgenote nijdig.

'Wat zou je willen dat ik eraan doe?', vroeg ik.
'Dat is jouw afdeling. Maar iedere keer als ik de was op wil hangen stoot ik mijn scheenbeen aan dat ding.' Ze wreef over de pijnlijke plek.

'Hoe vaak is je dat nu overkomen?', vroeg ik lauwtjes vanuit mijn campingstoel. 
'Al een paar keer', riep ze.
'Meer als twee?'
'Hou op met die stomme vraagspelletjes en doe er wat aan.'
'Want meer als twee lukt zelfs een ezel niet', lachte ik. 'Heb je een voorstel?'
'Wat bedoel je?', vroeg ze kortaf.
'Nou ja, wat ik aan die trekhaak kan doen. Ik heb namelijk geen idee.'

'Hoezo geen idee? Wie is hier technisch?', vroeg ze.
'Schat, je kunt er toch ook omheen lopen?'
'Met die zware emmer? Kijk, als jij nou even zou helpen?'
'Wat moet ik helpen dan?'
'Wat dacht je van het ophangen van de was? Ik heb ook vakantie.'
'Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik zou niet weten hoe dat moet.' Het moest toch niet gekker worden.
'Dat snap je zó, het is ongeschoold werk. Zal ik het even uitleggen?' 

Zij pakte de emmer en ik stond op.

'Bart, ik ben echt trots op je... Wacht even, waar ga je naartoe? De waslijn is hier!' 
'Ik moet even iets pakken.' Ik liep de voortent in.
'Was ophangen doe je met knijpers hoor.'
'Dat klopt, maar een auto omdraaien doe je met sleutels.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen mei 2021



Het paradijs...

Ik zat heel even met een appel in de hand te genieten van het leven zoals het ooit in het paradijs moet zijn geweest: Eenvoud en rust. Absolute rust. En toen stond er een vrouw. 'Je kunt vanmiddag mijn fiets wel even doen. Je hebt nu toch niks om handen.'
In die vijftien woorden hoorde ik minstens één rustbedervend woord: "doen". Dat betekende actie.
'Wat is ermee?', vroeg ik.
'Banden moeten gepompt en hij is vies. Er zit aangekoekte modder onder de motor.'

'Hoe heb je dat gezien dan?'
'Nou, bij daglicht.'
'Flauw. Heb je eronder gelegen? Vanwege die modder?'
'Nee, ik liet een aardappel vallen. En die rolde onder de fiets. En toen ik hem op wilde rapen zag ik de modder.'
'En wat heb je toen gedaan?' 
'Vastgesteld dat het jouw volgende klusje zou worden.'
'Ik heb al klusjes', zei ik terwijl ik een hap appel nam.'
'Ja, bankzitten en raamstaren. Bovendien heb ik het vorige week al gevraagd. Van die banden.'
‘Toen moest ik sneeuwruimen. En toen bedacht ik mij dat je toch niet kon fietsen.’
‘Deze week kan het weer, Bart. Dus als je tijd hebt... Graag.’

‘Ik moet even kijken. Agenda-technisch zeg maar. Zo’n fiets-doen-klus kost al snel een middagje.’
‘Dan blijven er nog zeker vier middagen over.’
‘Wat bedoel je? Vier middagen?’
‘De garage is ook een bende.’

Ik zakte terug op de bank en zocht vol heimwee naar de ingang van het paradijs om daar met gesloten ogen van mijn restantje appel te genieten. Tevergeefs. De toegang bleek geblokkeerd. Door een slang met agenda en enorme klussenpot in zijn bek.

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen februari 2021

vrijdag 6 februari 2026

Olympische toekomst

‘Het wil nog niet zo opschieten met de medailles’, vond ik.

‘Olympische spelen?’, vroeg Truus.
‘Nee, met de vierdaagse. Waar zitten we nou hele dagen naar te kijken!’

‘Valt wel mee toch? Volgens onze Koning komt het nog.’
‘O ja, dat is waar ook: hij heeft er verstand van.’
‘Nee jij. Onze minister van sportzaken. Zie hem zitten’, hoorde ik haar spotten.

‘Nou, laat ik je dan vertellen dat er in mijn pubertijd hardop werd gespeculeerd over mijn toekomstige sportieve kansen. Een zogenaamde gouden toekomst.’

‘Jij?’, schaterde ze.
‘Ja, ik. Jouw man.’
‘Nou ik vond je nou niet bepaald goed ganzenborden’, lachte ze. ‘Man hou toch op.’

Ik voelde me niet serieus genomen.

‘Ik kon ontzettend hard lopen. Ik was de snelste van de klas.’
‘Ja, als de bel ging en je naar huis mocht.’
‘Nee, nee, nee, Truusje. Met de sportdagen stond ik altijd wel op het podium.’

Ze keek me aan.

‘Ik geloof er geen snars van. Is er iets van bewijs?’
‘O ja hoor, de getuigschriften liggen op zolder.’
‘Zeker naast je versleten hardloopschoenen.’
‘Maar wie voorspelde nou eigenlijk die olympische gouden toekomst? De school?’

‘Nee, de plaatselijke veldwachter. Hij betrapte me tijdens het appeljatten in de kloostertuin. Hij kreeg me de volgende dag pas te pakken.’

Bart

donderdag 5 februari 2026

Een signaal

‘Heb jij iets met de Wifi gedaan?’, vroeg ik Truus.
‘Met de wat?’
‘Met de Wifi. Voor de computer.’

‘Joh, ik doe nooit iets met een.. hoe zei je?’
‘De Wifi. Ik heb geen signaal.’
‘O, dat heb ik zo vaak.’
‘Jij? Hoezo?’
‘Dan vraag ik iets aan jou maar krijg ik geen antwoord.’

‘Verdorie, altijd net als je iets moet.’
‘Wat moet je dan?’
‘Een dingetje voor in de krant.’
‘Je kunt ook een brief schrijven.’
‘Dat duurt een week voordat het over is. Een mailtje is er meteen.’

‘Dan stuur je toch een mail?’
‘Dat gaat niet omdat ik geen verbinding heb met internet. Dat zeg ik net!!’
‘Dat is dan pech.’ 

Ik meende iets van vrolijkheid op te merken.

‘Vind je het leuk of zo?’
‘Een beetje. Scheelt veel tijd. Je zit hele dagen achter dat ding. Kunnen we weer een keer onder elkaar signalen uitwisselen.’
‘Ik heb het niet over ons maar over een signaal wat ervoor zorgt dat ik zonder kabel kan internetten.’

‘In dat geval zou ik zeggen blijven proberen, Bart. Dat adviseerde mijn vader mij ook toen ik zonder zijwieltjes moest leren fietsen. En dat is uiteindelijk ook gelukt.’

Bart

woensdag 4 februari 2026

Roddelgevaar

‘Hé Bart, Bahart!!!’, hoorde ik haar roepen. De achter de kassa zittende Karin Krul (buurtroddelaarster) had mij in het vizier en probeerde met deze lokroep mij naar haar afwerkplek te dirigeren. Ik reageerde niet en schoof snel de broodgang in. Uit zicht. Veel hielp dat niet want daar liep ik buurtgenote Annie van der Heuvel tegen het lijf. Zij kan weliswaar qua roddelen ook een stevig partijtje meedreunen maar valt nog in categorie twee: lastig maar niet gevaarlijk.

‘Karin riep jou’, waarschuwde ze me. ‘Ze zit aan de kassa.’
‘Klopt, ik ben nu onderweg naar de nooduitgang.’
‘Nooduitgang? En je boodschappen dan?’
‘Die leg ik terug. Ik rij wel even naar de Appie.’

‘Dat meen je toch niet serieus, Bart.’
‘Jazeker Annie. Ik heb geen zin in roddels.’
‘Hoezo roddels? Ze wil je alleen op de hoogte brengen van het feit dat ze een andere baan heeft.’

‘Andere baan? Karin? Gaat ze dorpsomroepster worden? Met een megafoon op het dorpsplein de laatste nieuwtjes delen?’
‘Hahaha, nee, dan zouden we van de drup in de eh.. van de regendrup..’
‘Van de drup in de regen’, verbeterde ik haar met een lach.
‘Zoiets.’

‘Nee, ze gaat wat anders doen.’
‘En wat gaat ze dan doen, Annie?’
‘Ze wordt baliemedewerkster bij onze huisartsenpraktijk.’

Bart

dinsdag 3 februari 2026

Stijf

‘Ik kon het bed niet uitkomen vanmorgen', klaagde ik tijdens het ontbijt.
'Maar het is blijkbaar toch nog gelukt', mompelde mijn echtgenote. Ze hing in de krant.

'Hoezo?'
'Omdat je er hier aan tafel melding van maakt. Nu verwacht je natuurlijk dat ik naar de oorzaak informeer?'
'Nee want die ga ik je gratis geven: ik heb last van stijfheid. En voordat je de moeite neemt om te vragen hoe dat dan komt bij deze alvast het antwoord: ik heb gisteren een eind gelopen.'
'Daar moet je juist soepel van worden. Niet stijf.'

'Dat is normaal gesproken ook zo', gaf ik toe.
'Maar jij bent niet normaal', lachtte ze.
'Op het moment ben ik dan soepel. Maar blijkbaar is dat maar een tijdelijk effect.'
'Dat is gewoon een reactie van je lijf. Je hebt je natuurlijk weer vreselijk lopen uitsloven.'

'Ik heb inderdaad flink gas gegeven. Ik ben niet van het slenteren.'
'Nee, dat merk ik altijd als we winkelen.'
'We winkelen bijna nooit samen’, reageerde ik. 
'Ik bedoel bij de super. Ben ik nog een karretje aan het pakken, sta jij al bij de kassa.'
'Dat valt best mee', vond ik.
'Dat valt helemaal niet mee. Ik krijg nog geen tijd om op mijn briefje te kijken.'

'Mens, ik kom bijna niet meer overeind', klaagde ik in een poging op te staan. ‘Komt vast door dat nieuwe sporthorloge wat ik gisteren heb gekregen.’
'Een nieuw sporthorloge?’
‘Ja, kijk.’ Ik showde hem.
‘Is dat hem? Snel terugsturen dat ding.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

maandag 2 februari 2026

Een nieuwtje

‘Harmsen is ook weer terug’, riep Truus vanuit de keuken.
‘Zat ie in de bak?’, vroeg ik zonder ook maar enig idee te hebben wie of die Harmsen zou moeten zijn. 
‘Nee joh, hij werkt op een booreiland. Hij is drie maanden weggeweest. Ik sprak zijn vriendin gisteren.’

‘Wie is dat dan? Die vriendin?’
‘Janine. Ach die ken je wel. Zij is de dochter van de kaasboer. Ze staat wel eens in de winkel.’
‘Kom ik nooit.’

‘Waar wonen ze?’
‘Aan de dijk. In dat witte boerderijtje. Dat hebben ze vorig jaar gekocht.’
‘En wat moet ik eigenlijk met die informatie?’, vroeg ik. Het interesseerde me geen dropje.
‘Kun je gebruiken als je straks weer gaat vegen.’

‘Hoezo ga ik straks vegen?’, vroeg ik. 
‘Omdat ik dat verwacht.’
‘Hoezo verwacht je dat?’
‘Omdat je dan met voorbijgangers een nieuwtje kunt delen.’
‘Een nieuwtje?’
‘Ja, dat Harmsen terug is.’

Bart

zondag 1 februari 2026

Zondagklus

Ik zag het lijk alweer drijven. Tijdens het zondagochtend ritueel bestaande uit broodjes, glaasje jus en een eitje werd er door de andere zijde van de tafel een wens gelanceerd. Mijn Truus had het voor mij onzalige idee opgevat om “even” naar de ikea te gaan. Waarheen? NAAR DE IKEA. Zo, dat is eruit. Er moest een dingetje worden gekocht. Saillant detail: ze wist niet precies waar het zou moeten liggen. Ik besloot voor de veiligheid mijn GPS aan te zetten zodat ik in ieder geval de uitgang zou kunnen vinden.

‘Zou het dan beneden liggen?’, vroeg ze. Ik had pas zes keer geadviseerd om een Hej-er aan te schieten. Dat zijn medewerkers in een geel overhemmetje die er hun beroep van hebben gemaakt om je wegwijs te maken. 
‘Ach nee, we volgen gewoon de pijl “zo zie je alles” riep ze steeds. ‘Goed op de grond letten.’

Na een strak uurtje tutten hadden we beet. Er werd gescoord. 
‘Wat sta jij nou te kijken, schat? Lopen we niet verder?’, vroeg ze enigszins verbaasd toen ik driftig om mij heen keek.

‘Ik ben ook zoekende’, verklaarde ik.
‘Wat zoek je dan?’
‘Ik zoek een pijl.’
‘Hier, op de grond’, riep ze enthousiast.
‘Nee, ik zoek een andere.’ Ze keek verbaasd.
‘Ik zoek de route “zo zie je niks meer”.’

Bart
 

Klusje

‘Bart, wil jij even mijn schoenen uit de berging halen?’, hoorde ik Truus vanuit de keuken vragen.

‘Kun je dat zelf niet?’
‘Nee’, klonk het antwoord.
‘Nee? Wat nee?’
‘Nee meneer.’
‘Hou op, dat bedoel ik niet.’
‘Wat bedoel je dan?’
‘Dat je het zelf niet kan.’

‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Nou ja, ik vroeg mij af wat de reden is van je immobiliteit.’
‘Dus moet ik het dan toch uitleggen?’
‘Nee hoor, je moet alleen even geduld hebben.’
‘Hoezo geduld?’
‘Omdat ik in de wacht sta.’

‘Wat ben je aan het doen dan?’
‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Man doe niet zo moeilijk.’
‘Ik doe niet moeilijk.’

‘Ik vroeg alleen of je even mijn schoenen wilde pakken.’
‘En ik naar het waarom.’
‘Omdat ik een lekke band heb, nou goed?’
‘Kijk, nu snap ik het. Ze komen eraan.’

Bart

zaterdag 31 januari 2026

Hulpje

‘Kun jij een kop thee zetten?’, vroeg Truus terwijl ze diep zuchtend op de bank plofte. 
Eigenlijk zou ik nu moeten vragen of er “iets was”, maar ik besloot dat tijdens het thee-moment te doen.

‘Goh’, begon ik, ‘je ziet er uitgepierd uit. Druk geweest?’
Ik schatte in dat ik nu een waterval aan afgewerkte huishoudelijke klusjes zou moeten aanhoren, maar ze beperkte zich tot een simpel “Ja”.
‘Ik kan het zien’, zei ik liefdevol.
‘O, is het je wel opgevallen dat ik druk was?’ Het klonk licht cynisch.
‘Natuurlijk schat. Hoezo?’
‘Nou ja, je was heel erg druk met spelletjes op je tablet.’
‘Nee hoor, ik heb het allemaal gezien. Je was echt druk.’

‘Je had ook wel mogen helpen hoor’, mopperde ze.
‘Dan had je dat moeten vragen’, antwoordde ik terwijl ik plagerig in haar been kneep. ‘Wat had ik trouwens kunnen doen dan? Ik ben volgens jou een absolute klungel  in huishoudelijk werk.’ 
‘Je had mooi de buitenkant van de ramen kunnen lappen.’
Ik keek naar het raam.
‘O, maar je hebt toch hulp gehad?’
‘Hoezo hulp?’
‘Kijk maar eens goed: een hulpvaardige meeuw heeft net zijn handtekening op zijn werkje gezet.’

Bart

vrijdag 30 januari 2026

Het momentje

‘Je mag de auto wel eens wassen’, hoorde ik Truus vanuit de keuken roepen. Ik zat net op mijn gemakje de Donald Duck te lezen. 
‘Hij is echt heel smerig!’

Ik heb daar zo’n hekel aan: heb je net een momentje voor jezelf gecreëerd, begint er iemand op je gemoed te duwen. Weg momentje.

‘Ja, moet een keer gebeuren’, probeerde ik nog. Tevergeefs.

‘Een keertje? Ik moet vanmiddag met Mama naar de pedicure. Ik schaam me dood met die auto.
‘Je fiets is schoon. Staat in de garage.’
‘Je laat mij dat eind toch niet fietsen terwijl er een auto voor de deur staat?’
‘Truus, wat wil je nu. Zeg even.’

‘Ik zeg alleen maar dat de auto smerig is en ík ermee weg moet.’
‘En ík zit nu in mijn privémoment.’
‘Dan kom je daar even uit, neem je hem onder je arm mee, rij je naar de wasstraat en ga je daar verder.’
‘Waarmee?’
‘Dat zeg ik, met je momentje.’

‘Kan je moeder zelf niet naar de pedicure? Ze is inmiddels dik in de tachtig. Kan ze zo langzamerhand toch wel een keer alleen?’
‘Ze staat onzeker op haar benen.’
‘Maar ze mankeert toch niks aan haar handen?’
‘Nee, ze mankeert niks aan haar handen.’
‘Oké. Dan kan ze als jullie klaar zijn mooi de auto even wassen.’

Bart

donderdag 29 januari 2026

Smoesjes

‘Moeten we vandaag nog iets?’, vroeg ik aan tijdens het ontbijt.
‘Hoezo?’, vroeg mijn wederhelft in vol ochtend-ornaat vanaf de overkant.
‘O, zomaar. Vanwege de dagplanning.’
‘Ja, weekboodschappen doen. En je gaat mee!’
‘O, wat klink je streng.’

‘Ja, ik ken jou. Altijd als je zo’n vraag stelt dan is er wat.’
‘Wat moet er zijn dan?’
‘Bart, je hebt altijd wel de één of andere drie-letter smoes paraat om er onderuit te komen.’
‘Truus, ik heb nog helemaal niks gezegd!’
‘Nee, maar dat komt vast nog.’
‘Ik zou het niet weten hoor.’ Ik haalde ter ondersteuning mijn schouders maar eens op.

‘Vegen? Tuin? Auto? Garage opruimen? Sporten? Smoezen genoeg.’
‘Sporten? Wie, ik?’
'Nou ja, het is er één die onder de drie-letteroptie zou kunnen vallen.'

'Schat, sporten, dat is nou echt weer zoiets…’
‘Dat is met alle smoezen zo, Bart.’
‘Dat zal, maar sporten is echt onzin.’
‘Onzin?’
‘Ja, jij bent dan toch boodschappen doen?’

Bart



woensdag 28 januari 2026

De vampier

WhatsApp wisseling.

Truus: Hoi,  waar hang jij uit?
Antwoord: Ik hang niet, ik zit.
Truus: Waar zit je dan?
Antwoord: Bij de vampier.
Truus: Vampier?
Antwoord: Ja, prikpost. Ze willen bloed zien.
Truus: Wist ik niet. Moest dat van de dokter?
Antwoord: Nee, van de bloemist.
Truus: Wat doe je knorrig. Is er iets?
Antwoord: Ja, ik zit hier al een half uur. Schiet niet op.
Truus: Hoe kan dat dan?
Antwoord: Er is maar één prikkenist.
Truus: Waarom ga je dan niet een andere dag?
Antwoord: Omdat ik hier nu zit.
Truus: Moet je geen potje meenemen?
Antwoord: Bloed tappen ze in een buisje. Niet in een potje.
Truus: Ik bedoel of je geen ochtendurine in moet leveren.
Antwoord: Ja, dat moet. Maar ze hebben maar een klein beetje nodig.
Truus: Maar je hebt toch geen potje bij je?
Antwoord: Nee, maar wel een volle blaas.

Bart


dinsdag 27 januari 2026

Kletspraat

‘Weet je van wie jij de groeten moet hebben?’, vroeg de aan onze oprit passerende Karin Krul (buurtroddelaarster). Ik was net op zoek naar een kerstbal die zich volgens Truus nog in de door mij recent in de tuin gepote kerstboom moest bevinden. 

‘Van de kerstman?’, vroeg ik.
‘Rinus Andriessen. Ik kwam hem gisteren in de Super tegen.’
‘Ken ik niet. Dus geen groeten terug.’

‘Hij kent jou wel.’
‘Hoe moet hij mij kennen?’
‘Omdat ik hem heb verteld wie jij bent.’
‘Wat heb je hem verteld?’
‘Dat jij Bart bent, getrouwd bent met Truus, dat je hier woont, veel veegt en vooral alles van de buurt weet.’
‘En toen zei hij “goh, die ken ik. Doe hem de groeten van mij”? Raar gesprek Karin.’

‘Nee Bart, nee. Deze Rinus heeft bij jou op school gezeten.’
‘En hoe weet hij dat zo zeker?’
‘Omdat ik onlangs hoorde dat jij op de MULO hebt gezeten. Dat hoorde ik van de zus van Ans Hofma. En dat vertelde ik Rinus en toen ging er bij hem een lampje branden. Snap je?’

‘En wat deed hij met dat lampje?’
‘Wat bedoel je? Met dat lampje? Ik snap je niet. Daar deed hij niks mee.’
‘Dat is jammer, Karin. Als hij even goed op je nek had geschenen had hij vast dat mondje ontdekt waar jij constant kletsverhalen uit laat ontsnappen.’

Bart

maandag 26 januari 2026

Een luchtje

‘Dag meneer, u mag het zeggen’, nodigde het meisje vanachter de toonbank mij uit. Ze keek me daarbij aan met een paar ogen waar je zelfs met de zwemdiploma’s A tot en met Z op zak in zou kunnen verdrinken. 
Tenminste, als je tot haar doelgroep zou kunnen behoren. Ik niet want ik behoor tot de groep die vanwege het hoge aantal vlieguren al snel door het landingsgestel zou zakken. 

Maar ik zou me zo kunnen voorstellen dat menig twintiger een kaartje zou willen kopen om met haar een selfie te mogen maken.

‘Zegt u het maar meneer’, herhaalde ze haar uitnodiging. Ik schrok. Ik schrok wakker.
‘Eh…, goh, ik moet even nadenken.’ Vervolgens hoorde ik mijzelf zeggen ‘Ik weet het niet meer.’

‘De meeste klanten komen hier voor een lekker luchtje’, lachte ze. Oh.. die ogen.. 
‘Lekker luchtje, lekker luchtje… O ja, ach wat stom. Inderdaad ik zoek een luchtje. Een luchtje voor mijn schoonmoeder. Die is binnenkort jarig.’

‘Tjonge jonge meneer, dat zie ik niet vaak. Dat een man een luchtje voor zijn schoonmoeder komt scoren. Voorkeur? Iets in de richting van een chanelletje 5?’

Het was net alsof ik nog steeds door een doolhof doolde. 

‘Eh, ja, prima hoor’, blaatte ik. 
‘Mooi, dan pak ik het even leuk in.’

Ze glipte even weg om kort daarna een ingepakt dingetje op de toonbank te plaatsen. 

‘Pinnen?’
Ik trok mijn pinpas en hield hem tegen het apparaat.
‘Bonnetje?’
‘Ja, doe maar.’

Toen ik daarna de winkel uitglipte en alvorens het papiertje in de afvalbak te gooien een korte blik op het bonnetje wierp, schrok ik me een ongeluk. Ik had mij door mijn dwaling een cadeautje van vijfentachtig euro voor schoonmama aan laten smeren. 

Bart

zondag 25 januari 2026

Dromen

‘Ik heb vannacht zo raar gedroomd’, vertelde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Dat heb ik gemerkt’, merkte de overkant van de tafel op.
‘Wat heb je gemerkt dan?’
‘Dat je droomde.’
‘Klopt, ik heb heel raar gedroomd’, beaamde ik.

‘Waar ging die droom over?’
‘Dat ik aan het dromen was.’
‘Ja, maar wat? Wat was er dan raar? Je zei  dat je raar had gedroomd!’
‘Dat leg ik net uit, Truus. Ik droomde dat ik raar droomde.’
‘Neem nog maar een slok koffie en ga lekker buitenspelen!’

Ik kreeg het idee dat ze me niet serieus nam. Poging twee.

‘Ik heb gedroomd over een droom die ik ooit had toen ik jou net kende.’
‘Bart, alsjeblieft. Dit is voor normale mensen niet te volgen.’
‘Hm, jij bent voor mij heel bijzonder Truus, dus moet het lukken. Ik droomde dat ik ergens tussen hemel en aarde zweefde.’
‘En toen?’
‘Toen stelde jij mij voor aan je moeder.’
‘En toen viel je terug op aarde?’
‘Nee, uit bed.’
‘Maar vannacht droomde je dus over deze droom? En verder?’
‘Dat je moeder vandaag langs zou komen om je weer op te halen.’
‘Dan zal ik je meteen maar uit je droom helpen: ze komt inderdaad vanmiddag. En ook om mij op te halen. We gaan namelijk rummikubben.

Bart

zaterdag 24 januari 2026

Herrie

‘Wat een lekker weer hè', merkte ze op. 'Echt voorjaar.'
'Inderdaad mevrouw Harmsen. Ik denk dat de mussen hun jaarvergadering inmiddels hebben ingepland', grapte ik.
'Hoe bedoelt u?'
'Om te bepalen wie er dit jaar dood van het dak gaat vallen.' Ik trok een glimlach.
'Oja, als we het spreekwoord moeten geloven.'
'Dat bedoel ik. En dan is het altijd handig vóóraf afspraken te maken. Scheelt veel discusierend geschetter in de tuin.'
'Ja, dat kunnen ze goed!', vond ze.
'Nou ja, niet alleen mussen.'

'O? Hoe dan?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Nou ja, gisteravond was het óók herrie in de buurt. Toen lagen de mussen al plat.'
'Meent u dat?' Ze keek me vol ongeloof aan.
'Of heeft u dat soms niet gehoord?'
'Nee, niks gehoord. Wat was er aan de hand dan?'
'Harde muziek, dronken geschreeuw, kortom: asociaal gedrag.'

'Goh, is dat zo? Ja, die van dat rijtje achter ons kunnen er ook wat van.' Ze wees met een flauw armpje in de richting van het rijtje bungalowtjes.
'Nou, dat valt wel mee. Daar woont vooral grijs nederland. Het enige geluid wat daar vandaan komt is het avondritueel.'
'Avondritueel?'
'Ja, als de gebitten in de bakjes gaan. Dat gekletter weerkaatst tegen onze achtergevel.'
Ze moest lachen. 'Kun je ook last van hebben.'
'Dat valt echt mee. Die maken verder geen herrie. Het kwam echt ergens anders vandaan denk ik.'

'Tja, dan vind ik toch vreemd dat ik het niet zo heb gehoord.'
'Heeft u soms iets van een gehoorstoornis?', vroeg ik.
'Nee, dat niet hoor. Wij hadden gisteren een feestje.'

Bart.

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021


vrijdag 23 januari 2026

vermist

‘Heb jij mijn blauwe pen ergens zien liggen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Wat moet je daarmee?’, vroeg ik.
‘Boodschappenbriefje maken’, antwoordde ze.
‘Schrijven bedoel je’, verbeterde ik haar. ‘Briefjes maken ze in de papierfabriek. En ik zou dat niet weten als mijn oom Anton niet in zo’n fabriek had gewerkt.’ 
‘Oom Anton produceerde daar briefjes en plakte ze dan samen tot notitieblokjes. En die blokjes gebruik jij om je boodschappen op te schrijven.’ 

‘De blauwe pen Bart. Heb je die nou of niet?’, hoorde ik haar met lichte kracht in haar stem vragen. 
‘Nee, die heb ik niet.’

‘Heb jij oom Anton nog gekend? Of was jij toen nog geen lid.’
‘Geen lid?’
‘Ja, van onze familie. Kende jij hem?’
‘Nee, en dat hoeft toch ook niet?’
‘Je hebt wel wat gemist hoor, Truus.’
‘Dat zal. Maar hij heeft vast zijn lidmaatschap inmiddels opgezegd.’

‘Lidmaatschap opgezegd?’
‘Ja, van jouw geweldige familie. Hij is lid geworden van de “laatste rust”. En als we het dan toch over “missen” hebben, ik mis nog steeds mijn blauwe pen.’

Bart



donderdag 22 januari 2026

Sfeer

 
‘Morgen meneer, mag ik u iets vragen?’ Die vraag werd mij gesteld terwijl ik net bezig was met het poten van onze kerstboom. Truus had namelijk besloten dat hij in de voortuin moest worden geplaatst. Dus was ik druk.

‘In principe kunt u een vraag stellen, maar ik antwoord wel onder voorbehoud’, antwoordde ik.
‘Dat snap ik. Ik hoef u vast niet om geld te vragen.’ 
‘Klopt helemaal. Prettige dag verder!’ Ik richtte mij weer op mijn kerstboomplan.

‘Hoho, ik kom niet om geld vragen. Wij hebben in deze straat een huis toegewezen gekregen en ik wilde voordat we de woning accepteren wat sfeer proeven. Vandaar.’

‘En aan welke sfeer dacht u? Of wilt u eerst de menukaart inzien.’
‘Menukaart?’
‘Ja, we hebben nogal wat sferen. Zo is er de intieme knuffelsfeer beheerd door ene Carla met een Porsche, vooraan de straat, kunt u kiezen uit de ambtenarensfeer van onze buurvrouw, de roddelsfeer van mevrouw Krul op nummer achttien of zelfs een koetjes en kalfjessfeer beheerd door mevrouw van der Heuvel op veertien.’

Hij keek mij verbaasd aan. 

‘Ik zou er nog maar eens goed over nadenken’, adviseerde ik hem.
‘Volgens de bewoonster op nummer zestien woont er ook nog iemand die continu voor een moppersfeer zorgt’, ging hij onverstoorbaar verder. ‘Maar ik denk dat ik die inmiddels ook heb geproefd.’

Bart

woensdag 21 januari 2026

Nelis

Ik zag vanmorgen die van de hoek langsschuiven. Wat een slome doperwt is dat toch’, vond ik.

‘Doperwt? Nelis van Someren? Bedoel je die?’
‘Ja, van die vrouw die mij laatst vroeg of ik ook hun stoep een keer goed kon komen vegen.’
‘Is dat zo? Heb ik niks van meegekregen’, antwoordde Truus.

‘Ze keek eerst naar mijn spierbundels en vroeg het toen.’
‘Ach ja, zolang je er zelf in geloofd. Maar dat heb je toch niet gedaan?’
‘Nee, wat denk je? Uurtje later stond hij zelf te vegen. Hij is twee uur bezig geweest om dat stukje postzegel schoon te krijgen.’

‘Misschien mankeert hij iets?’
‘Ja, verstopte zweetklieren.’
‘Nou Bart, die man heeft altijd hard moeten werken en geniet nu van zijn pensioen.’
‘Truus die vent is nog te lui dat hij uit zijn ogen kijkt.’

‘Nelis heeft altijd in de bouw gezeten.’
‘Kijk, daar heb je het al: “in de bouw gezeten”.’
‘Hij heeft volgens zeggen na de oorlog meegewerkt om ons land op te bouwen.’

‘Kijk Truusje, ik zal je even uit je droom tillen. Volgens mijn bronnen heeft hij zijn hele leven met een pot bier in zijn hand tegen de deurpost geleund staan kijken of het een beetje opschoot met de opbouw.’

Bart

Emigreren

‘Ik hoorde van mevrouw Hendriksen dat de familie van Roden gaat emigreren’, hoorde ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje vertellen. Het zei mij niks…

‘Mevrouw Hendriksen, Hendriksen, Hendriksen… het zegt mij niks, Truus.’
‘Ach jawel. Ze wonen in de straat hierachter. Naast de vioolkist zoals jij die van Lennep altijd noemt.’
‘O, heten die Hendriksen? Kan me er helemaal niks bij voorstellen.’

‘Bart, Jan Hendriksen werkt bij de bouwmarkt. Die jou een verkeerde kwast verkocht. Toen je hier aan het schilderen was. Of ben je dat alweer vergeten.’
‘Dus die drol heet Jan Hendriksen? Goed om te weten.’

‘En toen?’
‘Wat “en toen”?’
‘Ja jij begon je verhaal dat de vrouw van Jan Hendriksen, die van de bouwmarkt, rondbazuint dat ene familie van Rooien gaat emigreren.’
‘Niet van Rooien, van Rooden.’

‘Weet je nou over wie mevrouw Hendriksen het dan had?’
‘Ja, over van Rooden.’
‘Ik bedoel weet je wie dat zijn?’
‘Ja, blijkbaar zijn dat kennissen van Hendriksen.’
‘Ik bedoel waar ze wonen.’
‘Geen idee Truus. Maar dat ga je mij nu vast uitleggen.’ 

‘Dat kun je vergeten Bart.’
‘Want?’
‘Is niet meer interessant. Voordat ik dat jou aan je verstand heb gepeuterd zijn ze al lang en breed vertrokken.’

Bart

dinsdag 20 januari 2026

De bel

   
‘Voordat ik het vergeet, jij bent vanochtend toch thuis?’, vroeg Truus terwijl ze haar jas aantrok en haar hand ophield voor de aanpak van de autosleutels die ik uit mijn zak had gevist.

‘Ja, hoezo?’
‘Marian komt straks de stofschaar ophalen. Ligt op de tafel in mijn naaikamertje.’

‘Marian? Wie is dat?’
‘Van Rolf, de autoverkoper van verderop. Zij werkte bij de NS.’
‘O, je bedoelt die bij de stationsomroep zat?’
‘Juist Bartje, die bedoel ik.’
‘Zal vast pas vanmiddag komen’, veronderstelde ik.
‘Hoezo vanmiddag?’
‘Ik denk vanwege vertraging. Ik zal zo even luisteren.’

‘Hoezo luisteren?’
‘Gaat ze vast omroepen’, grapte ik.
‘Ze was geen omroepster, ze assisteerde.’
‘Maakt voor de vertraging niks uit!’
‘Zwamneus. Kusje.’ Ze boog zich voorover en met een “pas op met oversteken” vertrok ze.

Toen ze aan het begin van de middag terugkeerde en we de schoonmoederbelevenis hadden doorgesproken informeerde ze nog even naar mijn ochtendervaring.

‘Is Marian nog geweest?’
‘Jazeker, was erg leerzaam’, vond ik.
‘Hoezo?’
‘Ik weet nu wat ze, na vier keer professioneel aanbellen, bij de omroepafdeling van de NS uitvoerde.’
‘O? Vertel?’
‘Ze mocht op de “Ding-Dong knop” duwen.’

Bart

Drempels 2

‘Moggûh Bart’, hoorde ik een bekende stem achter mij: straatgenote Carla van de Porsche. Ik draaide mij om. 

‘Goede morgen morgen Carla. Ook aan de boodschap?’, vroeg ik al wijzend op haar deels gevulde boodschappenkar. ‘Ja, ik krijg visite dus moet ik wel.’
‘Maar niet bij de Super?’
‘Nee, die trut van Krul (buurtroddelaarster) zit vandaag achter de kassa en die moet ik even niet zien.’

‘O? Vertel? Heeft ze over jou geroddeld?’
‘Wat heet. Iemand in onze straat heeft bij de gemeente gevraagd of er verkeersdrempels kunnen komen. En daar heb ik met succes bezwaar tegen gemaakt.’

‘O? Wist ik niet!’, jokte ik.
‘Ja, mijn auto kan er niet over. Hij is te laag.’
‘Dat zou maar zo kunnen, Carla. Die van jou hangt bijna op de keien.’

‘Maar goed, ik heb dus bezwaar gemaakt en kreeg vervolgens de hele buurt over mij heen.’
‘De hele buurt?’
‘Nou ja, ik heb het vermoeden dat het van onze Karin Krul kwam.’
‘Wat heeft ze gezegd dan?’
‘Gezegd? Ze heeft een folder van een John Deer in mijn brievenbus gegooid.’

‘Wat is dat? Een John Deer?’
‘Dat is een tractor. En weet je wie er op die folder achter het stuur zat?’
‘Onze minister van landbouw? Femke Wiersma?’
‘O, dat had ik qua uiterlijk nog wel kunnen waarderen. Maar een foto van Caroline van der Plas ging me toch echt te ver.’

Bart

maandag 19 januari 2026

Spioneren

‘Wil jij ook koffie?', vroeg ik aan de monteur. In onze straat werden de verwarmingsketels onderworpen aan een onderhoudsbeurt. Wij waren nu aan de beurt.
'Ik heb eigenlijk geen tijd', riep hij vanaf zolder.
'Dan maak je maar tijd. We gaan koffie drinken. Kom op!!'
'Oké dan. Ik kom eraan.'
'Schat, de monteur drinkt mee', zei ik tegen mijn echtgenote.
'Ja, ik hoorde het. Daar viel ook niet aan te ontsnappen. Je trok hem bijna van zolder!'

'Moet jij nou alle woningen in de straat doen?', vroeg ik.
'Ja, alle zesentwintig. Maar het is goed te doen hoor.'
'Lijkt me best leuk. Zo zie je nog eens wat', lachte ik.
'Hoe bedoelt u?', vroeg hij terwijl hij zijn koffie roerde.
'Nou ja, hoe de mensen het in huis hebben.'
'O, nou wat dat betreft kom je wel wat tegen.'

'Ik denk niet dat het overal zo opgeruimd is als hier', vond mijn echtgenote.
'Zit jij hier nou ordinair een complimentje te hengelen?', vroeg ik.
'Hier ziet het er keurig uit, mevrouw', lachte de monteur. 'Ik kan overal goed bij.' Hij lanceerde een knipoog.

'Dat zal. Hoe is dat trouwens op nummer drie? Begin van de straat. Bij die kale neet en dat slonzige mens. De Flodders.'
'Bart, je bent wel heel nieuwsgierig hoor!', vond mijn echtgenote.
'Hoezo? Dat is een normale vraag.' 
'Hahaha, dat is ook toevallig!', lachte de monteur.'
'Toevallig? Toeval bestaat niet. Vertel.'

'Die man van drie vroeg precies hetzelfde over jullie woning.’

Bart

Drempels 1

 
De voordeurbel ging.

‘Bart, loop jij even? Agnes aan de deur.’
‘Kan jij niet? Ik ben bezig.’ 
‘En ik doe niks?’
‘Dat kan ik van hieraf niet zien. Mijn achteruitkijkspiegel is beslagen.’

‘Loop nou even’, drong ze aan. ‘Ze staat te wachten.’
‘Ze werkt toch bij de gemeente? Die zijn opgeleid in geduld hebben.’

Ik vond dat ik moest zuchten, deed dat ook en liep sloffend naar de voordeur.

‘Agnes, buurvrouw, wat kom je ons brengen?’
‘Morgen Bart, de uitkomst van het gemeentelijke verkeersdrempeloverleg: het gaat niet door.’
‘Wacht even. Krijgen we geen verkeersdrempels?’

‘En wat is de reden?’
‘Bezwaren uit de buurt.’
‘En wie heeft er bezwaar?’
‘Dat zeggen we niet. Maar het zal vast iemand zijn met een lage auto die niet over de drempel kan.’

‘Iets van een Porsche?’
‘Zou zo maar kunnen.’
‘Oké, dan ga ik er meteen iets aan doen.’
‘Wat ga je eraan doen dan? Toch geen ruzie maken met Carla?’

‘Nee, een folder van een ander voertuig achter de deur schuiven. Ik heb er nog één liggen van een tractor. Past ook mooier bij haar uiterlijk.’

Bart

zondag 18 januari 2026

Kritisch


‘leuk jurkje’, complimenteerde ik Truus toen ze  langs mij heen liep richting keuken. Ze stopte, 
keek me ietwat verbaasd aan, trok iets aan beide zijden van het stofje en zwierde toen wat rond. 

‘Vind je hem echt leuk?’
‘Dat zeg ik toch?’
‘Goh, wat lief dat je dat zegt’, zei ze.
‘Vind je?’
‘Ja, ben ik niet van je gewend. Meestal ben je kritisch.’

‘Vind je de kleur ook passen?’
‘Ja hoor, dat kan best.’ 
Ik had meteen al spijt van mijn opmerking…

‘Dus niet!’, reageerde ze fel. ‘Wees eens eerlijk? Je zei dat het “best kon”. Dus eigenlijk niet.’

‘Truusje, zo bedoelde ik het niet. Die kleur is echt fantastisch. Prachtig!’
‘Maar je vindt hem te fel. Zeg maar eerlijk hoor.’
‘Nee hoor, dat rood combineert mooi bij je haar.’

‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Dat rood met dat gr…’

‘Ik ben niet grijs’, onderbrak ze me.
‘Schat, er zitten toch grijze lokjes..’
‘Lokjes, ja, maar niet helemaal grijs!’
‘Het staat leuk zo’, herhaalde ik met een zucht.

‘Je zucht’, zei ze. ‘Waarom zucht je?’
‘Gewoon, dat heb je wel eens.’
‘Hoe bedoel je “dat heb je wel eens”?’
Ze stak haar handen in haar zij en keek me met enige strengheid aan.

‘Dat heb je wel eens als je vrouw een rood jurkje combineert met grijze lokjes’, antwoordde ik voorzichtig.

‘Gelukkig, zo ken ik je weer, Bart. Ik trek snel iets anders aan.’

Bart







zaterdag 17 januari 2026

Een vleugelmoer

 
‘Wat ben jij nou aan het doen?’, hoorde ik Truus achter mij vragen.
‘Ik heb wat roest ontdekt op deze vleugelmoer.’ Ik stak hem als bewijs onder haar neus.

‘Is dat een vleugelmoer?’
‘Ja, het is een moer met twee vleugels. En dit exemplaar is historisch.’

‘Waarom gooi je hem niet weg?’, vroeg ze.
‘Weggooien? Doe even normaal Ja?’ 
‘Ho, rustig maar.’

‘Wat heeft hij meegemaakt dan?’
‘Deze vleugelmoer zat vroeger aan de tafelpoot van een Chinees restaurant.’
‘En die heb jij gekregen? Omdat je vaste klant was?’, lachte ze.

‘Deze vleugelmoer heb ik tijdens een dinertje met mijn ouders er persoonlijk vanaf gedraaid.’
‘Van een tafelpoot?’
‘Ja, ik speelde samen met mijn broer onder de tafel. Dat mocht omdat het zo lang duurde en wij toen nog geen geduld hadden.’

‘En wat speelden jullie dan? Indiaantje?’, lachte ze.
‘Nee, smederijtje. Ik was de monteur en mijn broer de smid.’

‘En zat die tafelpoot maar met één zo’n dingetje vast?’
‘Nee, met twee.’
‘O, gelukkig, dus er is verder niks gebeurd?’

‘Jawel, de hele tafel kantelde en toen waren wij snel thuis.’
‘Hoe kan dat dan? Hij zat toch nog vast?’

‘Nee hoor, mijn broer heeft namelijk ook een vleugelmoer in de schuur.’

Bart


vrijdag 16 januari 2026

De box

 
‘Bart, wil jij zo even naar de Appie fietsen en een zak van drie kilo aardappels halen? Ze zitten in de box.’
‘Oké, vanmiddag vroeg genoeg?’
‘Nee nu. Ze vliegen de winkel uit.’
‘Tjonge jonge, wat een haast. Maar goed, opdracht is opdracht.’

Ik heb in de loop der jaren geleerd dat je in zo’n winkel het beste een hulplijn kunt pakken voordat je aan het zoeken komt. Dus klampte ik de eerste de beste Appieër aan.
‘Hoi, weet jij waar de kisten staan?’ Ik vertaal Engelse woorden altijd eigenwijs-standaard naar onze eigen taal. Want die ken ik.

Hij keek alsof ik van Mars kwam.
‘Kisten?’
‘Ja, er moet hier ergens een kist staan met daarin een zak met drie kilo aardappels.’

‘Ik heb geen idee, meneer.’
‘Wil je het alsjeblieft reven navragen?’, vroeg ik. Ik ken dat, kom je zonder aardappels thuis en dan zijn in plaats van de aardappels, de rapen gaar. En aangezien ik niet van rapen hou…

‘Er zal een kist staan met daarop de naam van Truus. T.r.u.u.s.’

Hij verdween om korte tijd daarna weer terug te keren. 

‘We snappen het niet want er staat geen kist.’
‘Dat moet. Maar goed, heb je nog drie kilo aardappels op voorraad?’
‘Jazeker, in het vak. En u heeft geluk, ze zijn in de bonus.’
‘Het zal’, antwoordde ik. Geen idee.

‘Ah, je hebt ze’, riep Truus enthousiast toen ik de zak piepers op het aanrecht kwakte.

‘Ja, was wel weer gedoe. Ze hebben met drie man naar jouw persoonlijke kist gezocht maar niks gevonden. Als troost hebben ze maar korting gegeven.’

Bart