Totaal aantal pageviews

dinsdag 3 februari 2026

Stijf

‘Ik kon het bed niet uitkomen vanmorgen', klaagde ik tijdens het ontbijt.
'Maar het is blijkbaar toch nog gelukt', mompelde mijn echtgenote. Ze hing in de krant.

'Hoezo?'
'Omdat je er hier aan tafel melding van maakt. Nu verwacht je natuurlijk dat ik naar de oorzaak informeer?'
'Nee want die ga ik je gratis geven: ik heb last van stijfheid. En voordat je de moeite neemt om te vragen hoe dat dan komt bij deze alvast het antwoord: ik heb gisteren een eind gelopen.'
'Daar moet je juist soepel van worden. Niet stijf.'

'Dat is normaal gesproken ook zo', gaf ik toe.
'Maar jij bent niet normaal', lachtte ze.
'Op het moment ben ik dan soepel. Maar blijkbaar is dat maar een tijdelijk effect.'
'Dat is gewoon een reactie van je lijf. Je hebt je natuurlijk weer vreselijk lopen uitsloven.'

'Ik heb inderdaad flink gas gegeven. Ik ben niet van het slenteren.'
'Nee, dat merk ik altijd als we winkelen.'
'We winkelen bijna nooit samen’, reageerde ik. 
'Ik bedoel bij de super. Ben ik nog een karretje aan het pakken, sta jij al bij de kassa.'
'Dat valt best mee', vond ik.
'Dat valt helemaal niet mee. Ik krijg nog geen tijd om op mijn briefje te kijken.'

'Mens, ik kom bijna niet meer overeind', klaagde ik in een poging op te staan. ‘Komt vast door dat nieuwe sporthorloge wat ik gisteren heb gekregen.’
'Een nieuw sporthorloge?’
‘Ja, kijk.’ Ik showde hem.
‘Is dat hem? Snel terugsturen dat ding.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

maandag 2 februari 2026

Een nieuwtje

‘Harmsen is ook weer terug’, riep Truus vanuit de keuken.
‘Zat ie in de bak?’, vroeg ik zonder ook maar enig idee te hebben wie of die Harmsen zou moeten zijn. 
‘Nee joh, hij werkt op een booreiland. Hij is drie maanden weggeweest. Ik sprak zijn vriendin gisteren.’

‘Wie is dat dan? Die vriendin?’
‘Janine. Ach die ken je wel. Zij is de dochter van de kaasboer. Ze staat wel eens in de winkel.’
‘Kom ik nooit.’

‘Waar wonen ze?’
‘Aan de dijk. In dat witte boerderijtje. Dat hebben ze vorig jaar gekocht.’
‘En wat moet ik eigenlijk met die informatie?’, vroeg ik. Het interesseerde me geen dropje.
‘Kun je gebruiken als je straks weer gaat vegen.’

‘Hoezo ga ik straks vegen?’, vroeg ik. 
‘Omdat ik dat verwacht.’
‘Hoezo verwacht je dat?’
‘Omdat je dan met voorbijgangers een nieuwtje kunt delen.’
‘Een nieuwtje?’
‘Ja, dat Harmsen terug is.’

Bart

zondag 1 februari 2026

Zondagklus

Ik zag het lijk alweer drijven. Tijdens het zondagochtend ritueel bestaande uit broodjes, glaasje jus en een eitje werd er door de andere zijde van de tafel een wens gelanceerd. Mijn Truus had het voor mij onzalige idee opgevat om “even” naar de ikea te gaan. Waarheen? NAAR DE IKEA. Zo, dat is eruit. Er moest een dingetje worden gekocht. Saillant detail: ze wist niet precies waar het zou moeten liggen. Ik besloot voor de veiligheid mijn GPS aan te zetten zodat ik in ieder geval de uitgang zou kunnen vinden.

‘Zou het dan beneden liggen?’, vroeg ze. Ik had pas zes keer geadviseerd om een Hej-er aan te schieten. Dat zijn medewerkers in een geel overhemmetje die er hun beroep van hebben gemaakt om je wegwijs te maken. 
‘Ach nee, we volgen gewoon de pijl “zo zie je alles” riep ze steeds. ‘Goed op de grond letten.’

Na een strak uurtje tutten hadden we beet. Er werd gescoord. 
‘Wat sta jij nou te kijken, schat? Lopen we niet verder?’, vroeg ze enigszins verbaasd toen ik driftig om mij heen keek.

‘Ik ben ook zoekende’, verklaarde ik.
‘Wat zoek je dan?’
‘Ik zoek een pijl.’
‘Hier, op de grond’, riep ze enthousiast.
‘Nee, ik zoek een andere.’ Ze keek verbaasd.
‘Ik zoek de route “zo zie je niks meer”.’

Bart
 

Klusje

‘Bart, wil jij even mijn schoenen uit de berging halen?’, hoorde ik Truus vanuit de keuken vragen.

‘Kun je dat zelf niet?’
‘Nee’, klonk het antwoord.
‘Nee? Wat nee?’
‘Nee meneer.’
‘Hou op, dat bedoel ik niet.’
‘Wat bedoel je dan?’
‘Dat je het zelf niet kan.’

‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Nou ja, ik vroeg mij af wat de reden is van je immobiliteit.’
‘Dus moet ik het dan toch uitleggen?’
‘Nee hoor, je moet alleen even geduld hebben.’
‘Hoezo geduld?’
‘Omdat ik in de wacht sta.’

‘Wat ben je aan het doen dan?’
‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Man doe niet zo moeilijk.’
‘Ik doe niet moeilijk.’

‘Ik vroeg alleen of je even mijn schoenen wilde pakken.’
‘En ik naar het waarom.’
‘Omdat ik een lekke band heb, nou goed?’
‘Kijk, nu snap ik het. Ze komen eraan.’

Bart

zaterdag 31 januari 2026

Hulpje

‘Kun jij een kop thee zetten?’, vroeg Truus terwijl ze diep zuchtend op de bank plofte. 
Eigenlijk zou ik nu moeten vragen of er “iets was”, maar ik besloot dat tijdens het thee-moment te doen.

‘Goh’, begon ik, ‘je ziet er uitgepierd uit. Druk geweest?’
Ik schatte in dat ik nu een waterval aan afgewerkte huishoudelijke klusjes zou moeten aanhoren, maar ze beperkte zich tot een simpel “Ja”.
‘Ik kan het zien’, zei ik liefdevol.
‘O, is het je wel opgevallen dat ik druk was?’ Het klonk licht cynisch.
‘Natuurlijk schat. Hoezo?’
‘Nou ja, je was heel erg druk met spelletjes op je tablet.’
‘Nee hoor, ik heb het allemaal gezien. Je was echt druk.’

‘Je had ook wel mogen helpen hoor’, mopperde ze.
‘Dan had je dat moeten vragen’, antwoordde ik terwijl ik plagerig in haar been kneep. ‘Wat had ik trouwens kunnen doen dan? Ik ben volgens jou een absolute klungel  in huishoudelijk werk.’ 
‘Je had mooi de buitenkant van de ramen kunnen lappen.’
Ik keek naar het raam.
‘O, maar je hebt toch hulp gehad?’
‘Hoezo hulp?’
‘Kijk maar eens goed: een hulpvaardige meeuw heeft net zijn handtekening op zijn werkje gezet.’

Bart

vrijdag 30 januari 2026

Het momentje

‘Je mag de auto wel eens wassen’, hoorde ik Truus vanuit de keuken roepen. Ik zat net op mijn gemakje de Donald Duck te lezen. 
‘Hij is echt heel smerig!’

Ik heb daar zo’n hekel aan: heb je net een momentje voor jezelf gecreëerd, begint er iemand op je gemoed te duwen. Weg momentje.

‘Ja, moet een keer gebeuren’, probeerde ik nog. Tevergeefs.

‘Een keertje? Ik moet vanmiddag met Mama naar de pedicure. Ik schaam me dood met die auto.
‘Je fiets is schoon. Staat in de garage.’
‘Je laat mij dat eind toch niet fietsen terwijl er een auto voor de deur staat?’
‘Truus, wat wil je nu. Zeg even.’

‘Ik zeg alleen maar dat de auto smerig is en ík ermee weg moet.’
‘En ík zit nu in mijn privémoment.’
‘Dan kom je daar even uit, neem je hem onder je arm mee, rij je naar de wasstraat en ga je daar verder.’
‘Waarmee?’
‘Dat zeg ik, met je momentje.’

‘Kan je moeder zelf niet naar de pedicure? Ze is inmiddels dik in de tachtig. Kan ze zo langzamerhand toch wel een keer alleen?’
‘Ze staat onzeker op haar benen.’
‘Maar ze mankeert toch niks aan haar handen?’
‘Nee, ze mankeert niks aan haar handen.’
‘Oké. Dan kan ze als jullie klaar zijn mooi de auto even wassen.’

Bart

donderdag 29 januari 2026

Smoesjes

‘Moeten we vandaag nog iets?’, vroeg ik aan tijdens het ontbijt.
‘Hoezo?’, vroeg mijn wederhelft in vol ochtend-ornaat vanaf de overkant.
‘O, zomaar. Vanwege de dagplanning.’
‘Ja, weekboodschappen doen. En je gaat mee!’
‘O, wat klink je streng.’

‘Ja, ik ken jou. Altijd als je zo’n vraag stelt dan is er wat.’
‘Wat moet er zijn dan?’
‘Bart, je hebt altijd wel de één of andere drie-letter smoes paraat om er onderuit te komen.’
‘Truus, ik heb nog helemaal niks gezegd!’
‘Nee, maar dat komt vast nog.’
‘Ik zou het niet weten hoor.’ Ik haalde ter ondersteuning mijn schouders maar eens op.

‘Vegen? Tuin? Auto? Garage opruimen? Sporten? Smoezen genoeg.’
‘Sporten? Wie, ik?’
'Nou ja, het is er één die onder de drie-letteroptie zou kunnen vallen.'

'Schat, sporten, dat is nou echt weer zoiets…’
‘Dat is met alle smoezen zo, Bart.’
‘Dat zal, maar sporten is echt onzin.’
‘Onzin?’
‘Ja, jij bent dan toch boodschappen doen?’

Bart



woensdag 28 januari 2026

De vampier

WhatsApp wisseling.

Truus: Hoi,  waar hang jij uit?
Antwoord: Ik hang niet, ik zit.
Truus: Waar zit je dan?
Antwoord: Bij de vampier.
Truus: Vampier?
Antwoord: Ja, prikpost. Ze willen bloed zien.
Truus: Wist ik niet. Moest dat van de dokter?
Antwoord: Nee, van de bloemist.
Truus: Wat doe je knorrig. Is er iets?
Antwoord: Ja, ik zit hier al een half uur. Schiet niet op.
Truus: Hoe kan dat dan?
Antwoord: Er is maar één prikkenist.
Truus: Waarom ga je dan niet een andere dag?
Antwoord: Omdat ik hier nu zit.
Truus: Moet je geen potje meenemen?
Antwoord: Bloed tappen ze in een buisje. Niet in een potje.
Truus: Ik bedoel of je geen ochtendurine in moet leveren.
Antwoord: Ja, dat moet. Maar ze hebben maar een klein beetje nodig.
Truus: Maar je hebt toch geen potje bij je?
Antwoord: Nee, maar wel een volle blaas.

Bart


dinsdag 27 januari 2026

Kletspraat

‘Weet je van wie jij de groeten moet hebben?’, vroeg de aan onze oprit passerende Karin Krul (buurtroddelaarster). Ik was net op zoek naar een kerstbal die zich volgens Truus nog in de door mij recent in de tuin gepote kerstboom moest bevinden. 

‘Van de kerstman?’, vroeg ik.
‘Rinus Andriessen. Ik kwam hem gisteren in de Super tegen.’
‘Ken ik niet. Dus geen groeten terug.’

‘Hij kent jou wel.’
‘Hoe moet hij mij kennen?’
‘Omdat ik hem heb verteld wie jij bent.’
‘Wat heb je hem verteld?’
‘Dat jij Bart bent, getrouwd bent met Truus, dat je hier woont, veel veegt en vooral alles van de buurt weet.’
‘En toen zei hij “goh, die ken ik. Doe hem de groeten van mij”? Raar gesprek Karin.’

‘Nee Bart, nee. Deze Rinus heeft bij jou op school gezeten.’
‘En hoe weet hij dat zo zeker?’
‘Omdat ik onlangs hoorde dat jij op de MULO hebt gezeten. Dat hoorde ik van de zus van Ans Hofma. En dat vertelde ik Rinus en toen ging er bij hem een lampje branden. Snap je?’

‘En wat deed hij met dat lampje?’
‘Wat bedoel je? Met dat lampje? Ik snap je niet. Daar deed hij niks mee.’
‘Dat is jammer, Karin. Als hij even goed op je nek had geschenen had hij vast dat mondje ontdekt waar jij constant kletsverhalen uit laat ontsnappen.’

Bart

maandag 26 januari 2026

Een luchtje

‘Dag meneer, u mag het zeggen’, nodigde het meisje vanachter de toonbank mij uit. Ze keek me daarbij aan met een paar ogen waar je zelfs met de zwemdiploma’s A tot en met Z op zak in zou kunnen verdrinken. 
Tenminste, als je tot haar doelgroep zou kunnen behoren. Ik niet want ik behoor tot de groep die vanwege het hoge aantal vlieguren al snel door het landingsgestel zou zakken. 

Maar ik zou me zo kunnen voorstellen dat menig twintiger een kaartje zou willen kopen om met haar een selfie te mogen maken.

‘Zegt u het maar meneer’, herhaalde ze haar uitnodiging. Ik schrok. Ik schrok wakker.
‘Eh…, goh, ik moet even nadenken.’ Vervolgens hoorde ik mijzelf zeggen ‘Ik weet het niet meer.’

‘De meeste klanten komen hier voor een lekker luchtje’, lachte ze. Oh.. die ogen.. 
‘Lekker luchtje, lekker luchtje… O ja, ach wat stom. Inderdaad ik zoek een luchtje. Een luchtje voor mijn schoonmoeder. Die is binnenkort jarig.’

‘Tjonge jonge meneer, dat zie ik niet vaak. Dat een man een luchtje voor zijn schoonmoeder komt scoren. Voorkeur? Iets in de richting van een chanelletje 5?’

Het was net alsof ik nog steeds door een doolhof doolde. 

‘Eh, ja, prima hoor’, blaatte ik. 
‘Mooi, dan pak ik het even leuk in.’

Ze glipte even weg om kort daarna een ingepakt dingetje op de toonbank te plaatsen. 

‘Pinnen?’
Ik trok mijn pinpas en hield hem tegen het apparaat.
‘Bonnetje?’
‘Ja, doe maar.’

Toen ik daarna de winkel uitglipte en alvorens het papiertje in de afvalbak te gooien een korte blik op het bonnetje wierp, schrok ik me een ongeluk. Ik had mij door mijn dwaling een cadeautje van vijfentachtig euro voor schoonmama aan laten smeren. 

Bart

zondag 25 januari 2026

Dromen

‘Ik heb vannacht zo raar gedroomd’, vertelde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Dat heb ik gemerkt’, merkte de overkant van de tafel op.
‘Wat heb je gemerkt dan?’
‘Dat je droomde.’
‘Klopt, ik heb heel raar gedroomd’, beaamde ik.

‘Waar ging die droom over?’
‘Dat ik aan het dromen was.’
‘Ja, maar wat? Wat was er dan raar? Je zei  dat je raar had gedroomd!’
‘Dat leg ik net uit, Truus. Ik droomde dat ik raar droomde.’
‘Neem nog maar een slok koffie en ga lekker buitenspelen!’

Ik kreeg het idee dat ze me niet serieus nam. Poging twee.

‘Ik heb gedroomd over een droom die ik ooit had toen ik jou net kende.’
‘Bart, alsjeblieft. Dit is voor normale mensen niet te volgen.’
‘Hm, jij bent voor mij heel bijzonder Truus, dus moet het lukken. Ik droomde dat ik ergens tussen hemel en aarde zweefde.’
‘En toen?’
‘Toen stelde jij mij voor aan je moeder.’
‘En toen viel je terug op aarde?’
‘Nee, uit bed.’
‘Maar vannacht droomde je dus over deze droom? En verder?’
‘Dat je moeder vandaag langs zou komen om je weer op te halen.’
‘Dan zal ik je meteen maar uit je droom helpen: ze komt inderdaad vanmiddag. En ook om mij op te halen. We gaan namelijk rummikubben.

Bart

zaterdag 24 januari 2026

Herrie

‘Wat een lekker weer hè', merkte ze op. 'Echt voorjaar.'
'Inderdaad mevrouw Harmsen. Ik denk dat de mussen hun jaarvergadering inmiddels hebben ingepland', grapte ik.
'Hoe bedoelt u?'
'Om te bepalen wie er dit jaar dood van het dak gaat vallen.' Ik trok een glimlach.
'Oja, als we het spreekwoord moeten geloven.'
'Dat bedoel ik. En dan is het altijd handig vóóraf afspraken te maken. Scheelt veel discusierend geschetter in de tuin.'
'Ja, dat kunnen ze goed!', vond ze.
'Nou ja, niet alleen mussen.'

'O? Hoe dan?', vroeg ze nieuwsgierig.
'Nou ja, gisteravond was het óók herrie in de buurt. Toen lagen de mussen al plat.'
'Meent u dat?' Ze keek me vol ongeloof aan.
'Of heeft u dat soms niet gehoord?'
'Nee, niks gehoord. Wat was er aan de hand dan?'
'Harde muziek, dronken geschreeuw, kortom: asociaal gedrag.'

'Goh, is dat zo? Ja, die van dat rijtje achter ons kunnen er ook wat van.' Ze wees met een flauw armpje in de richting van het rijtje bungalowtjes.
'Nou, dat valt wel mee. Daar woont vooral grijs nederland. Het enige geluid wat daar vandaan komt is het avondritueel.'
'Avondritueel?'
'Ja, als de gebitten in de bakjes gaan. Dat gekletter weerkaatst tegen onze achtergevel.'
Ze moest lachen. 'Kun je ook last van hebben.'
'Dat valt echt mee. Die maken verder geen herrie. Het kwam echt ergens anders vandaan denk ik.'

'Tja, dan vind ik toch vreemd dat ik het niet zo heb gehoord.'
'Heeft u soms iets van een gehoorstoornis?', vroeg ik.
'Nee, dat niet hoor. Wij hadden gisteren een feestje.'

Bart.

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021


vrijdag 23 januari 2026

vermist

‘Heb jij mijn blauwe pen ergens zien liggen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Wat moet je daarmee?’, vroeg ik.
‘Boodschappenbriefje maken’, antwoordde ze.
‘Schrijven bedoel je’, verbeterde ik haar. ‘Briefjes maken ze in de papierfabriek. En ik zou dat niet weten als mijn oom Anton niet in zo’n fabriek had gewerkt.’ 
‘Oom Anton produceerde daar briefjes en plakte ze dan samen tot notitieblokjes. En die blokjes gebruik jij om je boodschappen op te schrijven.’ 

‘De blauwe pen Bart. Heb je die nou of niet?’, hoorde ik haar met lichte kracht in haar stem vragen. 
‘Nee, die heb ik niet.’

‘Heb jij oom Anton nog gekend? Of was jij toen nog geen lid.’
‘Geen lid?’
‘Ja, van onze familie. Kende jij hem?’
‘Nee, en dat hoeft toch ook niet?’
‘Je hebt wel wat gemist hoor, Truus.’
‘Dat zal. Maar hij heeft vast zijn lidmaatschap inmiddels opgezegd.’

‘Lidmaatschap opgezegd?’
‘Ja, van jouw geweldige familie. Hij is lid geworden van de “laatste rust”. En als we het dan toch over “missen” hebben, ik mis nog steeds mijn blauwe pen.’

Bart



donderdag 22 januari 2026

Sfeer

 
‘Morgen meneer, mag ik u iets vragen?’ Die vraag werd mij gesteld terwijl ik net bezig was met het poten van onze kerstboom. Truus had namelijk besloten dat hij in de voortuin moest worden geplaatst. Dus was ik druk.

‘In principe kunt u een vraag stellen, maar ik antwoord wel onder voorbehoud’, antwoordde ik.
‘Dat snap ik. Ik hoef u vast niet om geld te vragen.’ 
‘Klopt helemaal. Prettige dag verder!’ Ik richtte mij weer op mijn kerstboomplan.

‘Hoho, ik kom niet om geld vragen. Wij hebben in deze straat een huis toegewezen gekregen en ik wilde voordat we de woning accepteren wat sfeer proeven. Vandaar.’

‘En aan welke sfeer dacht u? Of wilt u eerst de menukaart inzien.’
‘Menukaart?’
‘Ja, we hebben nogal wat sferen. Zo is er de intieme knuffelsfeer beheerd door ene Carla met een Porsche, vooraan de straat, kunt u kiezen uit de ambtenarensfeer van onze buurvrouw, de roddelsfeer van mevrouw Krul op nummer achttien of zelfs een koetjes en kalfjessfeer beheerd door mevrouw van der Heuvel op veertien.’

Hij keek mij verbaasd aan. 

‘Ik zou er nog maar eens goed over nadenken’, adviseerde ik hem.
‘Volgens de bewoonster op nummer zestien woont er ook nog iemand die continu voor een moppersfeer zorgt’, ging hij onverstoorbaar verder. ‘Maar ik denk dat ik die inmiddels ook heb geproefd.’

Bart

woensdag 21 januari 2026

Nelis

Ik zag vanmorgen die van de hoek langsschuiven. Wat een slome doperwt is dat toch’, vond ik.

‘Doperwt? Nelis van Someren? Bedoel je die?’
‘Ja, van die vrouw die mij laatst vroeg of ik ook hun stoep een keer goed kon komen vegen.’
‘Is dat zo? Heb ik niks van meegekregen’, antwoordde Truus.

‘Ze keek eerst naar mijn spierbundels en vroeg het toen.’
‘Ach ja, zolang je er zelf in geloofd. Maar dat heb je toch niet gedaan?’
‘Nee, wat denk je? Uurtje later stond hij zelf te vegen. Hij is twee uur bezig geweest om dat stukje postzegel schoon te krijgen.’

‘Misschien mankeert hij iets?’
‘Ja, verstopte zweetklieren.’
‘Nou Bart, die man heeft altijd hard moeten werken en geniet nu van zijn pensioen.’
‘Truus die vent is nog te lui dat hij uit zijn ogen kijkt.’

‘Nelis heeft altijd in de bouw gezeten.’
‘Kijk, daar heb je het al: “in de bouw gezeten”.’
‘Hij heeft volgens zeggen na de oorlog meegewerkt om ons land op te bouwen.’

‘Kijk Truusje, ik zal je even uit je droom tillen. Volgens mijn bronnen heeft hij zijn hele leven met een pot bier in zijn hand tegen de deurpost geleund staan kijken of het een beetje opschoot met de opbouw.’

Bart

Emigreren

‘Ik hoorde van mevrouw Hendriksen dat de familie van Roden gaat emigreren’, hoorde ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje vertellen. Het zei mij niks…

‘Mevrouw Hendriksen, Hendriksen, Hendriksen… het zegt mij niks, Truus.’
‘Ach jawel. Ze wonen in de straat hierachter. Naast de vioolkist zoals jij die van Lennep altijd noemt.’
‘O, heten die Hendriksen? Kan me er helemaal niks bij voorstellen.’

‘Bart, Jan Hendriksen werkt bij de bouwmarkt. Die jou een verkeerde kwast verkocht. Toen je hier aan het schilderen was. Of ben je dat alweer vergeten.’
‘Dus die drol heet Jan Hendriksen? Goed om te weten.’

‘En toen?’
‘Wat “en toen”?’
‘Ja jij begon je verhaal dat de vrouw van Jan Hendriksen, die van de bouwmarkt, rondbazuint dat ene familie van Rooien gaat emigreren.’
‘Niet van Rooien, van Rooden.’

‘Weet je nou over wie mevrouw Hendriksen het dan had?’
‘Ja, over van Rooden.’
‘Ik bedoel weet je wie dat zijn?’
‘Ja, blijkbaar zijn dat kennissen van Hendriksen.’
‘Ik bedoel waar ze wonen.’
‘Geen idee Truus. Maar dat ga je mij nu vast uitleggen.’ 

‘Dat kun je vergeten Bart.’
‘Want?’
‘Is niet meer interessant. Voordat ik dat jou aan je verstand heb gepeuterd zijn ze al lang en breed vertrokken.’

Bart

dinsdag 20 januari 2026

De bel

   
‘Voordat ik het vergeet, jij bent vanochtend toch thuis?’, vroeg Truus terwijl ze haar jas aantrok en haar hand ophield voor de aanpak van de autosleutels die ik uit mijn zak had gevist.

‘Ja, hoezo?’
‘Marian komt straks de stofschaar ophalen. Ligt op de tafel in mijn naaikamertje.’

‘Marian? Wie is dat?’
‘Van Rolf, de autoverkoper van verderop. Zij werkte bij de NS.’
‘O, je bedoelt die bij de stationsomroep zat?’
‘Juist Bartje, die bedoel ik.’
‘Zal vast pas vanmiddag komen’, veronderstelde ik.
‘Hoezo vanmiddag?’
‘Ik denk vanwege vertraging. Ik zal zo even luisteren.’

‘Hoezo luisteren?’
‘Gaat ze vast omroepen’, grapte ik.
‘Ze was geen omroepster, ze assisteerde.’
‘Maakt voor de vertraging niks uit!’
‘Zwamneus. Kusje.’ Ze boog zich voorover en met een “pas op met oversteken” vertrok ze.

Toen ze aan het begin van de middag terugkeerde en we de schoonmoederbelevenis hadden doorgesproken informeerde ze nog even naar mijn ochtendervaring.

‘Is Marian nog geweest?’
‘Jazeker, was erg leerzaam’, vond ik.
‘Hoezo?’
‘Ik weet nu wat ze, na vier keer professioneel aanbellen, bij de omroepafdeling van de NS uitvoerde.’
‘O? Vertel?’
‘Ze mocht op de “Ding-Dong knop” duwen.’

Bart

Drempels 2

‘Moggûh Bart’, hoorde ik een bekende stem achter mij: straatgenote Carla van de Porsche. Ik draaide mij om. 

‘Goede morgen morgen Carla. Ook aan de boodschap?’, vroeg ik al wijzend op haar deels gevulde boodschappenkar. ‘Ja, ik krijg visite dus moet ik wel.’
‘Maar niet bij de Super?’
‘Nee, die trut van Krul (buurtroddelaarster) zit vandaag achter de kassa en die moet ik even niet zien.’

‘O? Vertel? Heeft ze over jou geroddeld?’
‘Wat heet. Iemand in onze straat heeft bij de gemeente gevraagd of er verkeersdrempels kunnen komen. En daar heb ik met succes bezwaar tegen gemaakt.’

‘O? Wist ik niet!’, jokte ik.
‘Ja, mijn auto kan er niet over. Hij is te laag.’
‘Dat zou maar zo kunnen, Carla. Die van jou hangt bijna op de keien.’

‘Maar goed, ik heb dus bezwaar gemaakt en kreeg vervolgens de hele buurt over mij heen.’
‘De hele buurt?’
‘Nou ja, ik heb het vermoeden dat het van onze Karin Krul kwam.’
‘Wat heeft ze gezegd dan?’
‘Gezegd? Ze heeft een folder van een John Deer in mijn brievenbus gegooid.’

‘Wat is dat? Een John Deer?’
‘Dat is een tractor. En weet je wie er op die folder achter het stuur zat?’
‘Onze minister van landbouw? Femke Wiersma?’
‘O, dat had ik qua uiterlijk nog wel kunnen waarderen. Maar een foto van Caroline van der Plas ging me toch echt te ver.’

Bart

maandag 19 januari 2026

Spioneren

‘Wil jij ook koffie?', vroeg ik aan de monteur. In onze straat werden de verwarmingsketels onderworpen aan een onderhoudsbeurt. Wij waren nu aan de beurt.
'Ik heb eigenlijk geen tijd', riep hij vanaf zolder.
'Dan maak je maar tijd. We gaan koffie drinken. Kom op!!'
'Oké dan. Ik kom eraan.'
'Schat, de monteur drinkt mee', zei ik tegen mijn echtgenote.
'Ja, ik hoorde het. Daar viel ook niet aan te ontsnappen. Je trok hem bijna van zolder!'

'Moet jij nou alle woningen in de straat doen?', vroeg ik.
'Ja, alle zesentwintig. Maar het is goed te doen hoor.'
'Lijkt me best leuk. Zo zie je nog eens wat', lachte ik.
'Hoe bedoelt u?', vroeg hij terwijl hij zijn koffie roerde.
'Nou ja, hoe de mensen het in huis hebben.'
'O, nou wat dat betreft kom je wel wat tegen.'

'Ik denk niet dat het overal zo opgeruimd is als hier', vond mijn echtgenote.
'Zit jij hier nou ordinair een complimentje te hengelen?', vroeg ik.
'Hier ziet het er keurig uit, mevrouw', lachte de monteur. 'Ik kan overal goed bij.' Hij lanceerde een knipoog.

'Dat zal. Hoe is dat trouwens op nummer drie? Begin van de straat. Bij die kale neet en dat slonzige mens. De Flodders.'
'Bart, je bent wel heel nieuwsgierig hoor!', vond mijn echtgenote.
'Hoezo? Dat is een normale vraag.' 
'Hahaha, dat is ook toevallig!', lachte de monteur.'
'Toevallig? Toeval bestaat niet. Vertel.'

'Die man van drie vroeg precies hetzelfde over jullie woning.’

Bart

Drempels 1

 
De voordeurbel ging.

‘Bart, loop jij even? Agnes aan de deur.’
‘Kan jij niet? Ik ben bezig.’ 
‘En ik doe niks?’
‘Dat kan ik van hieraf niet zien. Mijn achteruitkijkspiegel is beslagen.’

‘Loop nou even’, drong ze aan. ‘Ze staat te wachten.’
‘Ze werkt toch bij de gemeente? Die zijn opgeleid in geduld hebben.’

Ik vond dat ik moest zuchten, deed dat ook en liep sloffend naar de voordeur.

‘Agnes, buurvrouw, wat kom je ons brengen?’
‘Morgen Bart, de uitkomst van het gemeentelijke verkeersdrempeloverleg: het gaat niet door.’
‘Wacht even. Krijgen we geen verkeersdrempels?’

‘En wat is de reden?’
‘Bezwaren uit de buurt.’
‘En wie heeft er bezwaar?’
‘Dat zeggen we niet. Maar het zal vast iemand zijn met een lage auto die niet over de drempel kan.’

‘Iets van een Porsche?’
‘Zou zo maar kunnen.’
‘Oké, dan ga ik er meteen iets aan doen.’
‘Wat ga je eraan doen dan? Toch geen ruzie maken met Carla?’

‘Nee, een folder van een ander voertuig achter de deur schuiven. Ik heb er nog één liggen van een tractor. Past ook mooier bij haar uiterlijk.’

Bart

zondag 18 januari 2026

Kritisch


‘leuk jurkje’, complimenteerde ik Truus toen ze  langs mij heen liep richting keuken. Ze stopte, 
keek me ietwat verbaasd aan, trok iets aan beide zijden van het stofje en zwierde toen wat rond. 

‘Vind je hem echt leuk?’
‘Dat zeg ik toch?’
‘Goh, wat lief dat je dat zegt’, zei ze.
‘Vind je?’
‘Ja, ben ik niet van je gewend. Meestal ben je kritisch.’

‘Vind je de kleur ook passen?’
‘Ja hoor, dat kan best.’ 
Ik had meteen al spijt van mijn opmerking…

‘Dus niet!’, reageerde ze fel. ‘Wees eens eerlijk? Je zei dat het “best kon”. Dus eigenlijk niet.’

‘Truusje, zo bedoelde ik het niet. Die kleur is echt fantastisch. Prachtig!’
‘Maar je vindt hem te fel. Zeg maar eerlijk hoor.’
‘Nee hoor, dat rood combineert mooi bij je haar.’

‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Dat rood met dat gr…’

‘Ik ben niet grijs’, onderbrak ze me.
‘Schat, er zitten toch grijze lokjes..’
‘Lokjes, ja, maar niet helemaal grijs!’
‘Het staat leuk zo’, herhaalde ik met een zucht.

‘Je zucht’, zei ze. ‘Waarom zucht je?’
‘Gewoon, dat heb je wel eens.’
‘Hoe bedoel je “dat heb je wel eens”?’
Ze stak haar handen in haar zij en keek me met enige strengheid aan.

‘Dat heb je wel eens als je vrouw een rood jurkje combineert met grijze lokjes’, antwoordde ik voorzichtig.

‘Gelukkig, zo ken ik je weer, Bart. Ik trek snel iets anders aan.’

Bart







zaterdag 17 januari 2026

Een vleugelmoer

 
‘Wat ben jij nou aan het doen?’, hoorde ik Truus achter mij vragen.
‘Ik heb wat roest ontdekt op deze vleugelmoer.’ Ik stak hem als bewijs onder haar neus.

‘Is dat een vleugelmoer?’
‘Ja, het is een moer met twee vleugels. En dit exemplaar is historisch.’

‘Waarom gooi je hem niet weg?’, vroeg ze.
‘Weggooien? Doe even normaal Ja?’ 
‘Ho, rustig maar.’

‘Wat heeft hij meegemaakt dan?’
‘Deze vleugelmoer zat vroeger aan de tafelpoot van een Chinees restaurant.’
‘En die heb jij gekregen? Omdat je vaste klant was?’, lachte ze.

‘Deze vleugelmoer heb ik tijdens een dinertje met mijn ouders er persoonlijk vanaf gedraaid.’
‘Van een tafelpoot?’
‘Ja, ik speelde samen met mijn broer onder de tafel. Dat mocht omdat het zo lang duurde en wij toen nog geen geduld hadden.’

‘En wat speelden jullie dan? Indiaantje?’, lachte ze.
‘Nee, smederijtje. Ik was de monteur en mijn broer de smid.’

‘En zat die tafelpoot maar met één zo’n dingetje vast?’
‘Nee, met twee.’
‘O, gelukkig, dus er is verder niks gebeurd?’

‘Jawel, de hele tafel kantelde en toen waren wij snel thuis.’
‘Hoe kan dat dan? Hij zat toch nog vast?’

‘Nee hoor, mijn broer heeft namelijk ook een vleugelmoer in de schuur.’

Bart


vrijdag 16 januari 2026

De box

 
‘Bart, wil jij zo even naar de Appie fietsen en een zak van drie kilo aardappels halen? Ze zitten in de box.’
‘Oké, vanmiddag vroeg genoeg?’
‘Nee nu. Ze vliegen de winkel uit.’
‘Tjonge jonge, wat een haast. Maar goed, opdracht is opdracht.’

Ik heb in de loop der jaren geleerd dat je in zo’n winkel het beste een hulplijn kunt pakken voordat je aan het zoeken komt. Dus klampte ik de eerste de beste Appieër aan.
‘Hoi, weet jij waar de kisten staan?’ Ik vertaal Engelse woorden altijd eigenwijs-standaard naar onze eigen taal. Want die ken ik.

Hij keek alsof ik van Mars kwam.
‘Kisten?’
‘Ja, er moet hier ergens een kist staan met daarin een zak met drie kilo aardappels.’

‘Ik heb geen idee, meneer.’
‘Wil je het alsjeblieft reven navragen?’, vroeg ik. Ik ken dat, kom je zonder aardappels thuis en dan zijn in plaats van de aardappels, de rapen gaar. En aangezien ik niet van rapen hou…

‘Er zal een kist staan met daarop de naam van Truus. T.r.u.u.s.’

Hij verdween om korte tijd daarna weer terug te keren. 

‘We snappen het niet want er staat geen kist.’
‘Dat moet. Maar goed, heb je nog drie kilo aardappels op voorraad?’
‘Jazeker, in het vak. En u heeft geluk, ze zijn in de bonus.’
‘Het zal’, antwoordde ik. Geen idee.

‘Ah, je hebt ze’, riep Truus enthousiast toen ik de zak piepers op het aanrecht kwakte.

‘Ja, was wel weer gedoe. Ze hebben met drie man naar jouw persoonlijke kist gezocht maar niks gevonden. Als troost hebben ze maar korting gegeven.’

Bart


donderdag 15 januari 2026

Flauw

‘Morgen Agnes, alles goed?’ Ik stond net het blikgedeelte van mijn stoffer-en-blik boven de kliko leeg te storten toen ik haar naar buiten zag vliegen.’

‘Morgen Bart. Nee, ik had één fout.’
‘Bah wat flauw’, antwoordde ik.
‘Vind ik ook. Ik had hem trouwens van jou. Met jou wel alles goed?’
‘Redelijk.’

‘Ik vraag mij af wanneer jouw werkgever, de gemeente, nu eindelijk hier in de straat met de aanleg van de beloofde verkeersdrempels begint.’
‘Geen idee. Ik ben niet van de drempels. Ik ben van maatschappelijk werk.’
‘Dat ligt in mijn optiek niet ver van elkaar af, toch?’
‘Dat is een hele andere afdeling, Bart.’

‘Maar jullie gaan wel elke ochtend door dezelfde deur naar binnen?’
‘Ja, en we drinken ook dezelfde koffie.’
‘Kijk, dan kun je er tijdens het koffie-uurtje toch ook gewoon naar informeren?’

‘Koffie-uurtje. Dat staat bij ons hoog in het vaandel.’
‘Precies, buuf, precies. Daarom schiet het gewoon niet op.’
‘Koffie klaar, weg ambtenaar’, lachte ze. ‘Ik weet het Bart, het is erg flauw maar eh.. ook deze heb ik van jou.’

Bart

woensdag 14 januari 2026

De knieën

   
‘Dus je bent naar de pedicure geweest’, vatte Truus samen na het onsamenhangende geklaag van buurvrouw Annie van de Heuvel die mijn tien uur koffiemomentje kwam verstieren.

‘Ja. Ik heb nu eenmaal kalknagels en ik kan er zelf niet goed bij. En Joop kan niet goed op de knieën. Die zijn versleten.’

‘Vind je het gek?’, mompelde ik.
‘Wat bedoel je Bart?’
‘Nou ja, als hij elke keer voor jou op de knieën moet…’
‘Voor mij hoeft hij nooit op de knieën.’

‘Behalve die ene keer dan. Dat hij je ten huwelijk vroeg’, lachte ik.
‘Zelfs toen niet.’
‘O? Vertel?’, nodigde ik haar al slurpend uit. 
‘Joop had geen keus.’

‘Wat vertel je me nou? Moesten jullie trouwen?’, vroeg Truus.
‘Ja, maar dat was niet vanwege zijn versleten knieën. Ik was gewoon zwanger.’ 

Bart

dinsdag 13 januari 2026

Tellen

‘Bart, kan de radio niet wat zachter?’, vroeg Truus. Ze zat te handwerken. ‘Ik moet tellen en dan leidt het geluid af.’

‘Moet ik helpen tellen?’, bood ik aan. Ik kan goed tellen.
‘Nee, dat tellen is niet het probleem. Het gaat om die herrie.’

‘Schat, Simon en Garfunkel maken geen herrie, die maken muziek.’
‘Bart, ik moet nu tellen.’
Ik zette de radio zachter.

‘Zo goed?’, vroeg ik. Geen antwoord.
‘Hallo Aarde, hier Bart met een vraag: Is het zo stil genoeg?’
Ik meende iets van een knor te horen.

‘Ben je nu soms aan het tellen?’, informeerde ik. Ze knikte.
‘Waarom geef je geen antwoord? Vrouwen kunnen toch twee dingen tegelijkertijd? Dus in jouw geval tellen en antwoord geven op de door je man gestelde vraag.’

Ze zuchtte en legde het handwerkje op schoot.

‘Zijn die Simon en Garfunkel inmiddels uitgezongen?’, vroeg ze.
‘Nee, vast niet. Het is een lang nummer. Ben je uitgeteld?’
‘Nee, nog niet dus zet ze maar snel weer aan.’

Bart




Lege accu

 
‘Morgen Bart, nog de beste wensen hè’, wenste blonde Carla van de Porsche mij toen ik haar in de Super ontmoette. ‘Ik kus niet hoor’, vulde ze aan. ‘Krul zit achter de kassa en dan weet je het wel.’

‘Ook nog de beste wensen, Carla. Inderdaad, dan heb je geen hoge temperatuur nodig om de sneeuw te laten smelten. Dan neemt zo’n geladen rennend vuurtje die taak wel over.’

‘Gelukkig is de kou weer grotendeels verdwenen’, zuchtte ze.
‘Ja, is goed voor de gasmeter.’
‘Ja, en voor mijn auto. Hij weigerde te starten.’
‘O? De Porsche?’
‘Ja, andere auto heb ik niet. De accu was leeg.’
‘Was die stuk?’
‘Nee, ik heb blijkbaar een oplaaddingetje aan laten staan. En dan loopt ie leeg.’

‘De ANWB erbij gehaald?’
‘Nee, Hans Vruggink heeft mij geholpen.’
‘En die heeft het dingetje ontdekt?’
‘Ja, klopt. Toen heeft hij mijn auto gestart. Met van die snoeren met een knijper.’

‘Startkabels?’
‘Nee joh. Nee, die deden het ook niet. Snap trouwens niet waarom ze die dingen zo noemen.’
‘Startkabels?’
‘Ja, Hans had zijn eigen auto ook nog nodig. Anders startte hij echt niet.’

Bart

maandag 12 januari 2026

Riek

 
‘Riek komt vanmiddag’, kondigde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje aan. Ze komt een breipatroon halen.

‘En wie is Riek? En moet ik dan vluchten of zo?’
‘Riek is van de club en misschien is het inderdaad beter dat je jezelf een poosje elders gaat vermaken. Ze is heel intelligent en verbaal enorm sterk.’

‘En daar moet ik bang van worden?’
‘Nee, ik wil alleen voorkomen dat ik hier getuige ga worden van een middagje verbaal armpje drukken. Ik ken jou namelijk.’
‘Blijkbaar ken je die Riek ook.’
‘Dat klopt, anders zou ik jou niet vragen op te hoepelen.’

‘Dus ik word uit mijn huis gejaagd vanwege de komst van de één of andere trui die hier een breipatroon komt scoren?’
‘Nee, omdat Riek ook nog doorgeslagen  veganiste is en jij dan ongetwijfeld gaat discussiëren over het nut van haar plastic teenslippers.’

Bart

zondag 11 januari 2026

struikelen

   
‘Heb jij nog iets van mevrouw Meijer gehoord? Hoe het met haar hondje is afgelopen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat was er met haar hondje?’
‘Hans Vruggink is er over gestruikeld.’
‘Kun je beter vragen hoe het met Hans is’, vond ik. 
Fout.

‘Met die lompe zak? Nou, dat interesseert me nou net geen ene moer. Befje, daar gaat het om. Ze hebben hem naar de dierenarts gebracht. Maar jij hebt dus niks gehoord?’
‘Nee, heb zowel mevrouw Meijer als Vruggink niet gesproken.’

‘Hm, dan loop ik er straks wel even heen. Beetje belangstelling tonen.’

‘Ik vind het trouwens een heel vervelend hondje. Hij bemoeit zich overal mee en loopt steeds voor je voeten. Ik kan me voorstellen dat Hans er over is gestruikeld.’

‘Hans moet beter uit zijn doppen kijken.’
‘Befje moet zich aan de regels houden.’

‘Regels? Hoezo regels?’
‘Hij moet luisteren’, vond ik.
‘Hij luistert juist heel goed. Beter dan jij!’

‘Oké, dan ligt het aan de baas, mevrouw Meijer.’
‘Hoezo aan mevrouw Meijer?’
‘Dan heeft zij hem het “loop in de weg” commando gegeven.’

Bart

De foto

 
‘Zeg schat, zou jij vandaag je oma op willen hangen?’, vroeg Truus toen ze de kamer binnenkwam
‘’Het liefst onder de trap in de gang’, vulde ze aan.

‘Als ze nog geleefd had, had ik het met plezier gedaan’, grinnikte ik. 
‘Ik bedoel haar foto in die antieke lijst die ik gisteren op zolder heb gevonden.’

‘Truus, ik had zo’n ongelooflijke hekel aan dat mens dat ik haar het liefst met lijst en al naar de kringloop breng. Laat een ander maar met dat spook in huis leven.’

‘Het gaat hier wel over je oma!’
‘Klopt. Maar eigenlijk wilde ze liever geen oma van mij zijn.’
‘Omdat je bij de geboorte een jongetje was?’ 
‘Juist. Ze wilde me de eerste maanden na mijn geboorte niet eens zien.’

‘Kan ik mij iets bij voorstellen. Volgens je moeder was je een lelijke baby.’
‘Nee jij trok een volle schouwburg’, schamperde ik. 

‘Nee, tussen mij en mijn oma is het nooit meer goed gekomen. Als ik met mijn ouders bij haar op visite moest, werd ik op een krukje aan tafel gedrukt en mocht vooral nergens aankomen. Kreeg zelfs nog geen snoepje. Echt een oervervelend mens.’

‘Dat zal, maar de lijst is prachtig. Echt antiek. Die staat echt mooi aan de muur.’

‘De lijst is inderdaad mooi’, beaamde ik.
‘Weet je Bart, ik voel met je mee en denk er nog even over na.’ 
Ze streek bij het voorbijgaan nog even liefdevol door mijn haar.

Wat later kwam ze wederom de kamer ingelopen. Nu omgeven door een enorme blijheid. 

‘Ik heb een oplossing Bart, je kunt de lijst aan de muur timmeren. 
‘Heb je de foto omgedraaid?’, vroeg ik.
‘Nee, nog beter! Ik er een foto van mijn moeder ingedaan!’

Bart

Een kus

   
‘Hé Bart, heb ik jou al gehad?’, hoorde ik een bekende stem achter mij galmen. Ik stond net wat sneeuw van de oprit te scheppen en was door de zware klus niet op mijn hoede. Daar stond dus ene Karin Krul (buurtroddelaarster) in vol ornaat voor mij. Ze had haar armen al gespreid en was klaar voor de aanval.

‘Wat gehad?’, vroeg ik vanuit de verdediging.
‘Gelukkig nieuwjaar wensen. Jullie waren niet thuis, dus, kom hier!!’ 

Ze greep me met beide handen bij mijn hoofd en voordat ik mijn tanden kon laten zien had ik hem te pakken: een dikke natte kus midden op mijn voorhoofd.

‘Daar heb ik nou een jaar op moeten wachten’, lachte ze.
‘Waarop?’, blaatte ik terwijl ik het antwoord al wel kon raden.
‘Om jou te kunnen kussen!’
‘Nou, dan heb je geluk. Ik ben normaal gesproken niet kusbaar. Alleen intimi hebben een sleutel’, riep ik ontzet terwijl ik met mijn handschoen de getroffen plek wat gladstreek.

‘Hahaha, dat zal, blijkbaar heb ik dus ook een sleutel.’ Ze klonk enorm triomfantelijk.
‘Nee hoor, die heb jij helemaal niet’, riep ik zelfverzekerd. ‘Ik heb Truus vanmorgen gekust en ben vergeten de boel voor ongewenste intimiteiten af te sluiten.’

Bart

zaterdag 10 januari 2026

Een training

 
‘Agnes is ook weer terug’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Nou ja, tien uur, het was al half elf. 

Dat half uur vertraging kon ik volledig op het konto van Truus schrijven. Ze had namelijk het onzinnige idee opgepakt om een vlek op de tafel weg te halen. Dat deed ze met een flesje met speciale koffietafelpoets. Nadat het vlekje (minuscuul) was behandeld bleek de vlek te zijn verdwenen maar daarvoor in de plaats verscheen een “schone” plek die dermate in het oog sprong dat de rest van de tafel ook aan de koffietafelpoets moest. En daar stond ik dan klokslag tien met twee koppen koffie in de hand bij een tafel met een gebruiksverbod en een Truus die al wrijvend de boel weer aan het opleuken was. 

‘Agnes weer terug? Waarvan terug?’ Ik had onze buuf niet gemist en ik hou de boel toch redelijk in de gaten.

‘Van de training.’
‘Loopt ze hard? Wist ik niet.’ 
‘Nee sul, van een training sociale vaardigheid.’
‘O, is dat op een skippybal door het bos huppen?’
‘Nee, ze heeft een training gehad hoe ze als maatschappelijk werkster om moet gaan met lastige klanten.’

‘O, en was het succesvol?’
‘Ja, volgens haar een geweldige training. En voordat je weer een rare opmerking maakt: ik heb mijzelf ook opgegeven.’

Bart


vrijdag 9 januari 2026

Verrekking

   
‘Wat loop je scheef? Is er wat aan de hand?’, vroeg Truus tijdens onze wekelijkse boodschappenklus. 

‘Pakezels lopen altijd scheef’, gaf ik als verklaring in de hoop dat het gesprek daarmee beëindigd was. Ik ken mijn Truusje. Voordat je het als echtgenoot in de gaten hebt heeft ze zich al in een verpleegsterspakje gehesen en worden er strippen met mollen en een glas wegspoelvloeistof op tafel gezet.

‘Je loopt alsof je een drol in je broek hebt hangen.’
‘Die ligt dan ergens centraal in het midden. Daar loop je niet scheef van.’
‘Neem die tas dan in je andere hand!’, klonk het advies. 
‘Dat helpt niet. Dan loop ik nog scheef. Maar dan aan de andere kant.’

‘Ik zei nog, laten we een karretje nemen.’
‘Voor die paar boodschappen?’ Ik heb een hekel aan die dingen.
‘Dan moet je ook niet zeuren.’
‘Wie zeurt er nou!’, riep ik boos.
‘Jij, jij loopt scheef!’

Pffft, het bleef maar doorgaan.

‘Heb je je soms verrekt?’
Ik slaakte een diepe zucht. Ik zag mijzelf al op de onderzoekstafel liggen met een trechter op mijn mond waar om de vijf minuten een pil in werd gemikt en met een bak water weggespoeld.

‘Geen idee, Truus. Ik zal het straks aan de ezel vragen.’

Bart

donderdag 8 januari 2026

Een sneeuwpak

   
‘Wat een sneeuw hè’, merkte mevrouw Boerstoel op toen ik haar bij de Super tegen het lijf liep. Nou ja, niet letterlijk natuurlijk. Overigens had ze dat vast niet gemerkt want ze was gehuld in een soort van isolatiepak wat het bekende Michelinmannetje (of vrouwtje) niet had misstaan.
‘U bent er in ieder geval goed op gekleed’, stelde ik vast.

Ze keek even naar haar outfit en streek er lichtbuigend met haar behandschoende hand overheen.

‘Ja, mijn man zei nog: trek maar iets warms aan. En toen kwam hij met dit pak.’
‘O? Is het van uw man. Hij heeft dezelfde maat?’
‘Nou ja, niet helemaal natuurlijk. Bij hem mist de borstpartij maar met een beetje gezamenlijk proppen is dat prima gelukt.’
‘Kijk, met wat creativiteit kom je een heel eind.’
‘Ja Bart. Zo is dat.’

‘Maar jij ook aan de boodschap?’
‘Jazeker, ik kreeg vanochtend een lijstje in mijn handen gedrukt en met een kusje in mijn nek de sneeuw ingejaagd.’

‘Maar heb jij het niet erg koud met dat dunne jack?’
‘Nee hoor, ik ben er één van Johan de Witt’, lachte ik. ‘En dan: ik wil niet het risico lopen dat Truus uitglijdt en iets breekt.’
‘Dat vond mijn man ook. Hij heeft me flink gewaarschuwd om goed op te letten.’

‘Maar hij kon het boodschappenklusje niet van u overnemen?’
‘Nee, dat ging niet. Met geen mogelijkheid. Hij heeft namelijk maar één zo’n pak.’

Bart

woensdag 7 januari 2026

Nieuwe bewoner

 
‘Ik zag net de nieuwe bewoner van tweeënzeventig voorbij lopen. Heeft hij nog zulke jonge kinderen?’, vroeg ik Truus die doorgaans goed op de hoogte is van de ontwikkelingen in de straat.

‘Liepen die er ook?’, vroeg ze.
‘Nee, hij hield een bord boven zijn hoofd met de mededeling dat hij twee kleine kinderen heeft. Wat denk je nou zelf Truus.’ 

Vrouwen kunnen altijd van die overbodige vragen stellen.

‘O, hebben we weer zo’n bui?’
‘Wat voor een bui?’
‘Dat je op elke slak zout gooit!’
‘Ik heb het niet over slakken. Ik heb het over Tattoo-johny die net met twee plurken voorbij liep.’

‘Hoezo tattoos? Zie je die dan?’
‘Nee, het staat ook op dat bord boven zijn hoofd.’
‘Bah, ik kan met jou geen fatsoenlijk gesprek voeren.’
‘Stel dan ook niet van die rare vragen!’, kaatste ik terug. 

‘De tattoos groeien vanuit zijn overhemd richting zijn nek!’
‘Dat is modern Bart. Wen er maar aan!’
‘Daar wen ik nooit aan. Maar gelukkig is het niet erfelijk.’
‘Niet erfelijk?’
‘Nee, zijn kinderen waren “schoon”.’

Bart


dinsdag 6 januari 2026

De zus van

   
‘De treinen rijden niet’, hoorde ik Truus vanuit de kamer opmerken. Ik stond met twee kopjes koffie in mijn hand klaar op de startbaan om ze vanuit de keuken naar de kamer te transporteren. 

‘Is de machinist ziek? En dan, waarom is dat het vermelden waard?’
‘Annie van der Heuvel kan dan niet naar haar jarige zus in Amsterdam.’
‘Ze kunnen toch met de auto?’
‘Nee, Joop is een gevaar op de weg. Daar stapt Annie niet bij in.’

‘Dan gaat ze toch niet?’
‘Nou ja, haar zus wordt zeventig. Is toch iets speciaals.’
‘Ik werd vorig jaar zeventig. Zo speciaal is dat niet.’
‘Nee, in jouw geval niet. Maar die zus heeft veel meegemaakt.’
‘Ik heb ook veel meegemaakt.’

‘Bart, de zus van Annie is twee keer gescheiden en vorige maand heeft ze haar hondje in moeten laten slapen.’
‘Nou nou, wat een drama zeg.’
‘Nou ja, ik vind het nogal wat. Wat dat betreft valt jouw meemaak-geschiedenis wel mee.’

‘O ja? Even voor jouw informatie: Ik heb inmiddels al ruim vijftig jaar te maken met een irritante schoonmoeder.’

Bart

maandag 5 januari 2026

Sneeuw

 
 ‘Het sneeuwt!’, riep Truus enthousiast toen ze tijdens ons tien uur koffiemomentje uit het raam keek.

‘Ik bespeur een overdreven enthousiasme in je stem.’
‘O, is het weer niet goed? Kijk dan hoe leuk!’ 
Ze stond op en liep naar het raam.
‘En het blijft nog liggen ook!’
‘Geweldig hoor.’
De pijlen werden nu in mijn richting afgevuurd.

‘Jij vindt er dus niks aan’, concludeerde ze.
‘Nee, inderdaad. Het is als met zoveel dingen: Zolang het maagdelijk is, is het mooi. Maar wij van de mensheid kunnen er dan weer niet van afblijven.’

‘Klets niet. “Wij van de mensheid”.’ 
‘Ja Truus, zo is dat. Wij moeten dan weer van alles. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gooien, de wegen strooien. Kortom, we maken er meteen weer een zootje van.’

‘Is toch leuk! Heb jij vroeger nooit sneeuwpoppen gemaakt of met sneeuwballen gegooid?’
‘Nee, ik niet. Had ik geen tijd voor.’
‘Hoezo geen tijd? Bleef je in bed liggen?’
‘Nee, ik kreeg dan les van mijn vader.’
‘Jij les van je vader?’
‘Ja, hoe je de oprit moest ontmaagden.’

Bart

zondag 4 januari 2026

Goedmakertje

   
Altijd leuk om op de zaterdagmiddag een bezoekje aan de IKEA te brengen. En dan niet direct het kopen van prullaria, nee, het leukgehalte wordt vooral bepaald door het collega-koopvolk wat gericht op zoek is. 

Zo slenterden we door de beddenafdeling waar een koppel ruzie stond te maken over de kwaliteit van het aangeboden bed. Volgens mij hadden ze tijdens hun huwelijkse periode al de nodige kilometers gemaakt en waren voldoende ervaren.

‘De lattenbodem is te slap’, constateerde de vrouw in kwestie.
‘Die kun je stellen’, wist de bedgenoot.
‘Die kun je niet stellen, Albert.’
‘Waarom zou je hem willen stellen?’
‘Omdat jij zwaar bent.’
‘Ik lig toch aan de andere kant?’
‘Dat maakt toch niet uit?’
‘Waarom maakt dat niet uit?’
‘Omdat je dan nog net zo zwaar bent.’
‘Ik ben helemaal niet zwaar.’
‘Man, lul niet. Je bent boven de honderd kilo.’
‘Nee, hoor wie het zegt.’
‘Ik ben er helemaal klaar mee!’
‘Jij bent altijd overal klaar mee’, schreeuwde hij.

‘Zullen we doorlopen?’, stelde Truus voor. Ze ergerde zich.
‘Even wachten, ze gaan zo de lattenbodem testen.’
‘Testen?’
‘Ja, ik herken dat wel: ze staan op het punt om de ruzie bij te leggen.’ 

Bart


Taxi

   
‘Schat, wil jij Mama even ophalen?’
‘Kan niet. Ik heb geen zitje achterop de fiets. Wat moet ze dan?’
‘Met de auto, Bart. Ophalen met de auto. Het regent en ik ga samen met haar boodschappen doen. Sociaal doen. Snap je?’

‘Waarom haal jij haar dan niet op en rij je meteen door?’
‘Omdat ik nog druk ben. En ze staat over tien minuten klaar. Dus..’
‘Word ze soms buiten gezet?’
‘Joh, doe nou gewoon wat ik vraag. Stap in de auto en haal haar op.’

‘Wat een onzin. Ik snap die haast niet.’
‘Soms moet je opdrachten gewoon uitvoeren. Zonder commentaar.’
‘Je kunt het mij toch gewoon uitleggen?’
‘Nee, dit valt niet uit te leggen.’
‘Kijk, dat bedoel ik dus.’

‘En waarom valt het niet uit te leggen?’
‘Omdat ik het ook niet weet.’

Bart

De viering

De viering 

‘En Bart, vieren jullie nog Sinterklaas dit jaar?’, vroeg een dame die ik herkende als buurtgenote Meijer. Ze stond voor mij in de Super waar ik op dat moment net bezig was mijn karretje met zakjes pepernoten te vullen.

‘Nee, die heb ik vorig jaar in een lekke teil de Noordzee opgeduwd. Opzouten met die vent.’
‘Nou nou nou, meneer Bart toch. Je gaat onze kindervriend toch niet de Noordzee opjagen?’
‘Ik wel. Ben er helemaal klaar mee.’

‘Wil je er over praten?’
‘Nee. Geen behoefte. Ik kreeg namelijk vorig jaar een gedicht waar de honden geen brood van lusten.’

‘O? Was het zó erg?’
‘Ja, het was zó erg zelfs dat ik nóg elke letter op kan dreunen.’
‘Nou? Laat horen dan?’
‘Luister en huiver mevrouw Meijer.’

‘Bard is goed in taal,
Hij schrijft daags een verhaal,
Maar ook verbaal, 
gaat deze Bard met woorden aan de haal. 
De Sint heeft van Bard veel geleerd en hem daarom met dit gedicht geëerd.’ 

‘Nou ja Bart, dat is toch een prachtig gedicht?’
‘Echt niet. De idioot. Hij heeft tot drie keer toe mijn naam verkeerd gespeld.’

Bart

Een kaartje

Een kaartje

‘Gaan we dit jaar nog kerstkaarten versturen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

Ik schrok me rot, verslikte me en spuugde een deel van de koffie terug in het kopje.

‘Wat doe jij nou raar?’ 
‘Kerstkaartjes! Truus, hoe kom je erbij. Dat is zó negentientachtig vorige eeuw.’
‘We sturen elk jaar kaartjes, dus waarom dit jaar niet?’

‘Dat leg ik je net uit, schat. Ik vind het zo’n onzinnige activiteit. Je koopt een kaartje, pakt een pen en schrijft de geweldige originele tekst: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Bart en Truus.” Ome Wim, de ontvanger, vinkt ons dan af van zijn adreslijst, pakt een kaartje en schrijft de geweldige originele tekst terug: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Wim en Tonnie”. Vervolgens vink jij Wim en Tonnie af van jouw adressenlijst en is de actie rond. En dit herhaalt zich dan een keer of vijftig.’

Ze keek me aan. 

‘Klaar?’
‘Ja. Hoezo?’
‘Ik heb net een eerste kaartje ontvangen. Van ome Wim.’

‘Kijk, Truus, dat bedoel ik. En nu gaan wij een kaartje terugsturen.’
‘Nee, niet wij. Ik. 
Ome Wim zag het waarschijnlijk al aankomen. Je bent als ontvanger geëlimineerd.’ 

Bart




Een vraag

Een vraag

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, vroeg ik uit pure nieuwsgierigheid. Gewoon een vraag. Zoals je wel vaker een vraag stelt. Niks bijzonders. Kerstkransjes. Wat kan er mis mee zijn? Ik stel wel vaker een vraag. 

Zo vraag ik ook wel eens wat we eten. Of, wat we gaan doen om de dag op te vullen.
Er worden in je leven zoveel vragen gesteld, dat deze kerstkransjesvraag moet kunnen, toch?

Alhoewel, ik merk wel vaker dat mijn vragen niet altijd serieus worden genomen. Zo vroeg ik laatst hoe het met haar moeder ging. Mijn schoonmoeder. Ze was bij haar laatste bezoekje wat snifferig geweest. Dus dacht ik bij mijzelf: gewoon even vragen, Bart. Medemenselijkheid tonen. 
Ik weet nog dat ze me met een enorme verbazing aankeek. Heel bijzonder. 

Maar goed, kerstkransjes. Ik stelde deze vraag omdat ik er vorig jaar van werd verdacht de kransjes uit de boom te hebben gestolen. Dat was niet ik maar de hond van onze zoon die een paar daagjes was wezen logeren. De ondeugd. Maar volgens Truus kon Fikkie onmogelijk de boom inklimmen. Dus…

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, herhaalde ik mijn simpele doodnormale vraag. 
Ze keek me met een enorme verbazing aan. Heel bijzonder.

Bart

Ene Karl

Ene Karl

‘Ha Carla, jij bent er al vroeg bij vandaag’, merkte ik op tegen onze buurtgenote die aan onze oprit voorbij kwam trippelen. Ik stond nog in mijn gevechtspak bij de kliko om wat overbodig spul te deponeren.

‘Ja, ik moet opschieten. Karl rijdt met mij mee voor een kerstboom.’
‘Karl?’
‘Ja, die woont hierachter. Dat is dat kleine armetierige mannetje. Maar hij heeft een busje. Een kerstboom in een Porsche werkt namelijk niet’, lachte ze.

‘Nou ja, ligt eraan hoe groot hij is. Heb jij altijd zo’n grote boom dat hij alleen met een vrachtwagen aangeleverd kan worden?’
‘Ik hou van groot en stevig, Bart.’Ze lanceerde een knipoog. 

‘Wie is Karl? Ik ken hem niet. Is dat je vriendje?’
‘O, alsjeblieft niet zeg. Nee, ik sprak hem laatst bij de Super. Hij had daar een kerstboom gekocht voor zijn moeder en laadde hem in zijn bus. En toen zag ik mogelijkheden.’
‘Hij waarschijnlijk ook’, lachte ik.

‘Nou, dat kan hij dan vergeten. Zoals gezegd hou ik van groot en stevig.’

Bart

ophangklus

Ophangklus

Morgen Bart’, hoorde ik de stem van Agnes achter mij. Ik balanceerde bij de voordeur op een keukentrapje voor het ophangen van kerstlampjes.

‘Ik kan even niet omkijken, maar ook goede morgen gewenst, Agnes.’

‘Ga jij gezellige verlichting ophangen bij de voordeur?’
‘Ik ga lampen ophangen. Of het gezellig wordt betwijfel ik. Ben al bijna drie keer van dit trapje gelazerd. Klote lampen!’
‘Waarom hang je ze op dan?’
‘Opdracht van Truus.’

‘En jij doet dat zomaar? Met gevaar voor eigen leven?’
‘Ja, zo ben ik. Gehoorzaam tot op het bot.’
‘Er hangt een lampje los. Is van het spijkertje geschoten.’
‘Kan ik op rijmen. Waar?’
‘Halverwege. Ja, nog iets naar rechts, ja, nog iets!’
‘Deze?’
‘Ja, die.’

‘Of is die stuk?’
‘Ja, haakje ligt eraf. Maar ik laat het maar zitten.’
‘Staat niet netjes, Bart.’

‘Wat staat niet netjes?’, hoorde ik de stem van Truus achter mij die op het kabaal was afgekomen.
‘Er hangt een lampje los. Ik heb het de timmerman net uitgelegd.’
‘O ja, ik zie het. Geen gezicht Bart. Haal de hele ketting er maar af. Dat moet je eerst maken.’

‘Ik haal er niks af!’
‘Dat kan zo niet’, vond ze.
‘Oké, pak even een schaar, dan repareer ik het zo wel.’

Vijf seconden later had ik de schaar en knipte het lampje er tussenuit.

‘Wat doe je nou?’
‘Het moest toch gerepareerd? Wel, nu zit het weer netjes, toch?’
‘Maar nu branden de lampjes niet meer!’  
‘Je kan niet alles hebben Truusje. Maar ze hangen nu wel “gezellig” recht.’

Bart

Spiegeltje

Spiegeltje

‘Neem even het spiegeltje mee’, riep Truus vanuit de kamer. Ik stond in de keuken.
‘Wat wil je weten?’
‘De spiegel!’
‘Ja, die komt eraan maar ik vroeg me af wat je hem wil vragen.’
‘Ik wil gewoon even wat bekijken. Neem hem nou maar mee!!’
‘Wat wil je bekijken dan?’
‘Of ik er nog een beetje leuk uitzie. Nou goed?’
‘Kun je mij ook vragen, toch?’
‘Dan krijg ik een raar antwoord. Ik wil zelf kijken.’
‘Beetje vreemd, Truus. Je bent zoals je bent. Daar kan zo’n spiegel ook niet veel meer aan  veranderen.’
‘Joh, neem je die spiegel nou nog mee of niet!’
‘Waarom word je nou boos?’
‘Ja, omdat je weer zo idioot doet!’
‘In dat geval kan ik de spiegel beter in de keuken laten staan. Als hij jou zo boos ziet, geeft hij vast ook een raar antwoord.’

Bart

Kerstmarkt

Kerstmarkt

‘Misschien straks even over de kerstmarkt lopen?’, hoorde ik Truus voorstellen. ‘Dan nemen we Mama ook mee.’

Ik dacht eerst dat ik het niet helemaal goed had gehoord, maar bij de herhalingsvraag kreeg ik hetzelfde te horen.

‘Wacht even Truus, ik hoor twee dingen. Ten eerste “over een kerstmarkt lopen” en dan nog “nemen we Mama ook mee”.’
‘Ja, is toch gezellig? Glühweintje drinken, bratwurst eten, kortom: leuke dagvulling. Ik zal Mama even bellen.’ 

Ze liep naar het kastje om haar telefoon te pakken.

‘Wacht even, heb ik ook nog wat in te brengen?’
‘Hoezo?’
‘Nou ja, de combinatie staat mij niet aan.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Bratwurst, glühwein, je moeder… Niet echt geweldig.’

‘Oké, dan laten we de glühwein en de Bratwurst toch achterwege.’

Bart