Mevrouw Potvis is een aardige wat simpele dame. Ze woont halverwege de straat en loopt soms wat met haar ziel onder haar oksel.
Ik had wel iets met haar. Enerzijds omdat ze aardig was en anderzijds omdat ze in haar leven twee medelijwekkende fouten heeft gemaakt: ze is ooit getrouwd met Johan Haaksma, drankorgeldraaier en daarna, als fout twee, van hem gescheiden waardoor ze haar eigen naam weer moest gebruiken. Potvis.
'Goede morgen mevrouw Potvis', wenste ik deze passerende buurtgenote. Ik was in de voortuin bezig een paardenbloem te ontleden.
'Morgen meneer Bart. Lekker bezig?'
'Nou ja, lekker.... Ik probeer deze hardnekkige paardenbloem uit te roeien. Dus...'
'Maar zo te zien wil dat nog niet erg lukken?', lachte ze.
'Nee, ze zijn erg levenslustig. Ze accepteren geen vroegtijdige opoffering. Zelfs niet voor het goede doel.'
'Goede doel?', vroeg ze.
'Ja, onze tuin.'
'Wij kweekten vroeger thuis paardebloemen.'
'Kweken? Waarvoor?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Mijn vader had last van jeukbultjes. En het sap van de steel hielp daartegen. Is enorm geneeskrachtig.'
'Ik krijg er juist jeuk van', merkte ik op.
'Waarvan?'
'Van de zaadjes. Tenminste, dat denk ik.'
'Nou, van de zaadjes krijg je geen jeuk. Heeft u al wel eens zaadjes van de paardebloem gezien?'
'Jawel. Dat zijn toch..'
'Van die grappige zaadjes die aan een parachuutje hangen', onderbrak ze mij.
'Klopt helemaal mevrouw Potvis. Mijn moeder zei altijd dat je een wens mocht doen en dan moest blazen.'
'Ja ja ja, precies. En heeft u al een wens gedaan? meneer Bart?'
'Ja ik heb gewenst dat de paardebloemen nooit meer in mijn tuin opkomen. En toen alles weggeblazen.'
'Kijk, dan heeft u er volgend jaar vast geen last meer van.'
Bart





































