Totaal aantal pageviews

vrijdag 31 juli 2026

Een parkeerkaartje

Ik zag het meteen: het moet een volledige mislukking zijn geweest. Ik heb het over een ordinaire schreeuwerige dame die vermoedelijk met een doe-het-zelfpakketje haar lippen iets meer volume had willen geven. 

Ik stond naast haar pal voor zo'n automaat waar je je parkeerkaartje in één van de aanwezige gleuven moet duwen om het verschuldigde bedrag op een scherm te toveren en af te rekenen. Ik heb altijd ruzie met die apparaten want ik snap ze niet. Volgens Truus ligt dat aan mij. 

'Je moet hem in die gleuf drukken', riepen de lippen.'
'Gebeurt niks', zei ik. 'Hij komt zelfs terug.' 
'Moet je hem omdraaien', schreeuwde ze. De lippen vermorzelden de aanwijzing.
'Zo?', vroeg ik terwijl ik hem omdraaide.'
'Nee, andersom!'
'Dat heb ik net geprobeerd.'
'Nee, doe nou maar. En opschieten ik heb haast.' 

'Je mag wel eerst', stelde ik voor.
'Schuif hem er nou maar in.' 

Ze draaide zich om richting parkeerplaats. 
'Piet!!! Pietjeeeee!!!! Rij de wagen hierheen. Duurt nog!!!'
'Kijk dan, het werkt niet hoor.'
'Hoe sta je hem nou om te draaien dan?'
Ik deed het voor.

'Ik zei toch omdraaien. Je draait hem niet om.' Ze beet bijna haar lippen stuk.'
'Nou ja', probeerde ik.
'Geef hier!', riep ze terwijl ze het kaartje uit mijn handen trok.
'Kijk, zo moet hij erin.' Ze duwde hem er op haar manier in. 

We keken verwachtingsvol naar het scherm. De hatelijke nul bleef nul. Het kaartje werd weer uitgespuugd.
'Kloteding.' Ze balde haar vuist en sloeg tegen het apparaat. De lippen trilden van de dreun.

'Doet ie het niet Bart?', hoorde ik Truus achter mij. Ze kwam polshoogte nemen.
'Apparaat is naar de klote!', riep hotlips boos.
'Hij blijft op nul staan', riep ik wanhopig.
'Dat zal ook wel zo blijven', lachte Truus.

'Vind jij het leuk of zo?', vroeg het lippending.
'Ja, want parkeren is tijdens feestdagen gratis.'

Bart


Vive la France (serie 2026-4) Het hondje

Ze hadden het constant over hun hondje wat aan het eind van de lijn er maar bij was gaan liggen.Blijkbaar had het in de loop der tijd voldoende ervaring opgedaan en was hij wel klaar met de veren die steeds weer in zijn achterste werden gepropt.

‘Hij ligt dan in de caravan, in zijn mandje tussen onze bedden in. Zo lief!’, vertelde het “vrouwtje”. ‘En je hoort hem ook helemaal niet, de schat.’ De heer des caravans vond het nodig deze toevoeging te plegen.

‘En als je ‘s nachts naar de WC moet? Ligt hij dan niet vreselijk in de weg?’, vroeg ik.
‘O nee, echt niet. Hij schuift zelfs een stukje op. Alsof hij het aanvoelt.’ 

‘Het is ook wel een schatje’, vond mijn Truus met een voor mij gevaarlijke blik in haar ogen.
‘Dus jullie hebben er eigenlijk niks mee te doen?’, vroeg ze.
‘Helemaaal niks, één brok gezelligheid’, bepte het vrouwtje.

‘Hoor je dat Bart?’
Ik hoorde het en had hem meteen door: kinderen de deur uit, hond de deur in. Dat ging niet gebeuren.

‘Ja hoor’, antwoordde ik zuinigjes. ‘Ik heb het helemaal gehoord.’

Die nacht werden we om een uurtje of vier ruw gewekt. Uit de caravan naast ons, die van het hondje, klonk een enorm gevloek en gescheld, gevolg door geblaf.
‘Wat was dat dan?’, vroeg mijn Truus.
‘Hm, ik denk dat de buurman naar het toilet moest en het hondje niet voldoende is opgeschoven.’

We hebben het niet meer over een hond gehad.

Bart





donderdag 30 juli 2026

Irritatie

‘Wanneer we de caravan weer naar de stalling brengen.’ Ik stelde deze vraag tijdens ons ochtend koffiemomentje.
‘Van der Heuvel vroeg dat’, voegde ik eraan toe.

‘Joop of Annie?’, vroeg Truus.

‘Annie was de woordvoerster. Ze hebben er de hele nacht over vergaderd. Ze zag er vermoeid uit.’

‘Hebben ze er last van dan?’
‘Geen idee schat. Joop is oud gemeente ambtenaar en loopt de hele dag met het gemeentelijk verordeningsboek rond om te kijken of hij iemand op de valreep nog een gemeentelijke oor aan kan naaien.’

‘Zo is Joop niet.’
‘Zo is Joop wel.’

‘In het voorjaar maakte hij nog een opmerking over de berm.’
‘Kan ik mij niet herinneren. Wat was dat dan?’

‘Ik wilde wat zand in de berm vegen en toen riep hij met het boekje in de hand, een veto uit. Ik hielp zogenaamd de biodiversiteit naar de barrebiertjes.’

‘Dat klopt toch ook? Je moet het met stoffer en blik opvegen en in de kliko deponeren.’

‘Maar goed, wanneer brengen we hem nu weg?’
‘Voorlopig nog niet’, antwoordde ik.

‘Waarom niet?'
'Omdat Joop zich nog niet genoeg geërgerd heeft. Dat loopt nog wel een weekje of twee aan.'



Bart



woensdag 29 juli 2026

Het bankje

‘Zullen we hier dan maar even gaan zitten?', stelde ik mijn echtgenote voor. Ik wachtte het antwoord niet af, liep het betegelde paadje op en nam plaats op het bankje aan het oude-ijsselhaventje wat recent door de gemeente moest zijn geplaatst.

'Is dat wel veilig?', vroeg ze, wijzend op een laagje geel zand wat rond de twee zwart geschilderde stalen poten uit moeder aarde kruimelde.

'Stevig als een huis', zei ik nadat ik als test wat heen en weer had geschud. Ze knikte goedkeurend en nam naast mij plaats.

'Goed plan van de gemeente’
'Wat bedoel je?', vroeg ze.
'Dat ze hier een bankje hebben geplaatst.’
'Ja, inderdaad een goed plan. Het is prachtig hier.’
'En ook nog op een handige plek, zo op de route.’

'Ja, echt handig, zeker voor jou.’
'Hoezo voor mij?', vroeg ik.
'Nou ja, ik merk aan jou dat je af en toe moeite hebt om naar de stad te lopen.’
'Wie, ik?'
'Ja, jij. Dat is toch zo?'
'Ik niet hoor. Ik weet niet wat je hiermee wilt zeggen.’
'Nou ja, Bart, laten we eerlijk zijn.’
'Ja, laten we eerlijk zijn. Jij had het toch over "effe zitten", of ben ik nou gek?’
'Effe zitten voor jou.’
'Wat een onzin zeg.’
'Onzin? Je bent het alweer vergeten. Je loopt hier op de weg en roept "effe zitten".’
'Dat zei ik juist voor jou', zei ik.
'Laat maar', reageerde ze.
'Hoezo?', vroeg ik. Ik wilde het er nog even over hebben.

'Joh, ik heb geen zin in discussie over zo'n dom onderwerp. Trouwens, ik heb binnenkort een paar nieuwe wandelschoenen nodig.’
'O?, je hebt toch nog een paar in de berging staan?'
'Heb je die al eens goed bekeken?', vroeg ze ietwat geïrriteerd.

Nee, natuurlijk had ik ze niet bekeken. Ik ga echt niet elk paar schoenen onderzoeken of ze al dan niet vervangen moeten worden. Ik zei het.

'Nee, wat is daar dan mee?’
'Zolen versleten. Ik loop helemaal scheef.’
'Oké, en een paar nieuwe zolen?’
'Dat helpt niet.’
'Snap ik niet.’
'Ze zijn ook helemaal uitgelopen. Daar wordt je doodmoe van in je voeten.’
'Dan moet je nieuwe kopen', vond ik.
'Deze zijn trouwens ook niet best meer.’ Ze zette haar voeten tegen elkaar en keek naar beneden. 'Zie maar', nodigde ze uit.

Ik keek, maar ontdekte niks bijzonders.

'Ik zie niks. Wat is er dan mee?', vroeg ik.
'Ze gapen aan de zijkant. Daar heb ik geen stevigheid meer van.’
'En dan krijg je vermoeide voeten', vulde ik aan. 
'Ja, zoiets.’

We bleven nog een minuutje of drie stilletjes zitten.

'Ik krijg pijn in mijn kont van die stalen bank', zei ze.
'We gaan', besloot ik terwijl ik opstond. Even later liepen we weer.

'Toch een mooi bankje', vond ik.
'Ja, handig. Kun je effe zitten.’

Ik keek haar aan en lachte. 'Voor als je vermoeide voeten hebt.’
'Precies', zei ze.

Tja....

Bart

Copyright Brompot juli 2017

Vive la France (serie 2026-3) Afwassen

De man die op de camping naast mij aan de afwas stond, had volgens mij weinig tot geen ervaring. Er zat geen enkele structuur in. Hij spoelde niets af, begon met een pan en spetterde met zijn kwast alle kanten op. Niet alleen in mijn richting maar ook een dame links van hem ontving een stevige spetterdouche. En daar was ze niet van gediend.

‘Kan dat niet wat minder?’, vroeg ze.
‘Ik heb geen idee’, antwoordde hij.
‘Hoezo geen idee? Je bent zo wild aan het afwassen dat ik helemaal nat word.’ 

Ze stapte iets naar achteren en showde een natte plek op haar Tshirt.

‘Vervelend. Maar ik kan er niks aan doen’, reageerde hij, stak de borstel terug in de bak en ging al spattend verder.

‘Nou ja zeg, wat is dit?’
‘Dit is afwassen anno tweeduizend zesentwintig oftewel “het nieuwe afwassen”, mevrouw.’
‘Het nieuwe afwassen?’
‘Ja, u heeft thuis toch ook een afwasmachine?’
‘Ik? Ja, hoezo? We staan hier op een camping hoor.’
‘Dat klopt, wij ook.’
‘En wat heeft dat gespetter in vredesnaam met een afwasmachine te maken?’
‘Alles, de machine thuis doet niet anders, en alles wordt snel en prachtig schoon.’
‘Dit is toch niet te geloven’, riep ze ontzet.
‘Nee hè? En dit is nog maar het korte programma. Kunt u nagaan als ik het lange draai.’

Bart

dinsdag 28 juli 2026

Vive la France (Serie 2026-2) Van stand.

Ze kwamen aan op het moment dat ik net de armleuninkjes van mijn campingstoel optrok met het doel achterover de luie stand in te schieten: een dame en heer van, zoals dat in de volksmond heet, van stand. Tenminste, als mijn ooghoeken mij niet bedrogen. 

Hij, gekleed in een merk-polo-outfit met opgezet kraagje, korte broek en een paar schoenen uit een beroemd Brabants schoenenatelier. De “zij” van het setje droeg een jurkje wat ook niet bepaald uit de tweedehandswinkel was geplukt. Ook het collier wat in de Franse zon schitterde zei meer dan genoeg.

De Mercedes waarin het stel aankwam was er één uit de hogere klasse evenals de caravan wat het voiture voorttrok. 

Ze stonden wat te overleggen, nou ja, overleggen, laten we het op niveau houden: ze stonden te delibereren over de plek waar het één en ander moest gaan plaatsvinden. 
Het gesprekje verliep nagenoeg geluidloos. Af en toe produceerde hij een kort kuchje in zijn vuist en zij streek met enige regelmaat over haar rok. 

Op een gegeven moment draaiden ze zich een kwartslag om, richting onze plek. 

Hij knikte kort in mijn richting. 
Ik knikte kort terug. 

Zij hield ondertussen haar blik op onze waslijn gericht, waar de onderbroeken van Truus en die van mij gezellig wapperend hun levenservaringen deelden. Toen ik goed keek meende ik bij haar een mondtrekje te zien die ik herkende als een trekje bij Truus wanneer ze het had over de zomerse maaien in de kliko. 

De dame mompelde vervolgens iets waarna beide terug de auto instapten. De deuren gingen dicht, de motor gestart en langzaam trokken ze op. 

Terwijl ze mij passeerden knikte de man nogmaals. Ik knikte terug waarna ik wederom de armleuningen optrok, mij in volle tevredenheid achterover liet zakken en in een diepe slaap viel.

Bart


Vive la France (serie 2026-1) De Kip

Ze stelden zich netjes voor: Ans en Willie, wat oudere kampeerders die zich naast ons hadden genesteld. 

Het “nest” betrof een oude Kip met klapdak die na enig gepruts en gemopper werd opgeklapt. Truus vond het een “poepig” dingetje. Ik een kruiphok voor pas verliefde stelletjes die de hele dag op elkaars lip wensen te hangen. 

Nu wil ik Kip-liefhebbers niet in een verdomhoekje plaatsen, maar je moet toch wel heel erg van kamperen of van je vriendin houden als je in zo’n dingetje je vakantie door wil brengen. 

Het voortentje werd met behulp van drie dozijn mikado-stokken en evenveel haringen aan de aarde vastgeklonken. Maar volgens de mannelijke helft van het setje stond hij dan ook als een huis. Een Tiny-house wel te verstaan. 

Toen we een paar dagen later werden uitgenodigd voor een drankje, mocht ik de ingewanden van de kip bekijken. Dat begon met een schaafwond op mijn hoofd vanwege de lage deur, maar de pijn maakte al snel plaats voor een prettige verbazing.

De Kip bleek een prachtig compleet caravannetje met stel lengte-bedden die bij menigeen thuis niet zouden misstaan.

‘Wat een prachtig compleet wagentje. Alleen wel wat klein’, merkte ik op. ‘Hebben jullie hem al lang?’
‘Nee, sinds dit jaar. Dit is de eerste vakantie. En wat de ruimte betreft, wij hebben nog niet veel nodig.’
‘Nog niet?’
‘Nee, ik ken Ans nog maar kort, wij genieten nog volop van elkaars lip.’
Tja…

Bart


maandag 27 juli 2026

Verjaardag

‘Agnes is zaterdag jarig. Wat moeten we haar geven?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Een nieuwe vriend. Zal rondkijken.’
‘Ze heeft net een nieuwe. André. Even serieus graag.’

‘Geen idee. Vraag maar aan Annie Heuvel of die van Krul’, adviseerde ik.
‘Hoezo?’
‘Kun je met hun afstemmen. Jullie vrouwen hebben namelijk het fatale talent allemaal met hetzelfde cadeau aan te komen zakken.’
‘Karin en Annie zijn helemaal niet uitgenodigd.’

‘Iets van een bloemetje doen?’
‘Of een doos bonbons. Heb ik er ook wat aan.’
‘Jij krijgt een uitdeelzakje chips. Meer niet.’

‘Abonnementje op Tinder? Kan ze zelf iets uitzoeken.’
‘Ik zeg net dat ze al een nieuw vriendje heeft.’
‘Jawel, maar die slaapt er inmiddels twee weken.’
‘En wat wil dat zeggen? Twee weken?’
‘Dat de houdbaarheidsdatum in haar geval al minstens een week verlopen is.’

Bart


vrijdag 24 juli 2026

Een eikel

‘Die van de Hoek hebben een caravan gekocht’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Boerstoel?’, vroeg ik.
‘Boerstoel? Nee, van de Hoek.’

‘Boerstoel woont toch op de hoek?’
‘Ik bedoel de familie van de Hoek. Jonas en Rietje. Hij heeft een kale kop. Die ken je toch wel?’
‘O, je bedoelt die eikel.’
‘Eikel? Wat heeft ie uitgevreten dan?’
‘Mij een eikel genoemd.’

‘O? En wat was de aanleiding?’
‘Hij liet zijn hond hier loslopen.’
‘Stroefje?’
‘Zijn hond.’
‘Ja, dat is stroefje. Dat is toch geen probleem?’
‘Geen probleem? Hoezo geen probleem?’
‘Stroefje luistert goed. Het is een scheet van een hond.’

‘Klopt, hij liet een scheet en toen kwam er iets mee.’
‘En toen?’
‘Toen ontstond er een kleine woordenwisseling met die eikel.’
‘Kan Stroefje toch niks aan doen? Trouwens, het is jou ook al eens overkomen.’
‘Truus, even voor de duidelijkheid: ik ben geen hond.’
‘Klopt, maar je loopt wel los.’

Bart

woensdag 22 juli 2026

Een pakketje

Hoi Bart, zijn jullie thuis vandaag?’ Voor mij stond Agnes, onze buurvrouw. Ze zag er wat gehaast uit: half opgemaakt, haren wat warrig, kortom, die kwam net uit bed.

‘Verwacht je iets?’
‘Ja, een pakketje. Ik heb alvast een voorschotje genomen en gemeld dat ze het bij jullie af moesten geven maar natuurlijk helemaal vergeten het jullie te vragen.’
‘Dus kom je het nu vragen’, lachte ik.

‘Ja, en? Zijn jullie thuis?’
‘Nou, dat ligt eraan.’
‘Waaraan? Het weer zeker. Wilden jullie gaan fietsen? Natuurlijk, stom, niet aan gedacht.’
‘Nee hoor, het ligt aan het soort pakket.’

‘Aan het soort pakket? Hoe bedoel je. De inhoud?’
‘Nee, het gewicht. Is het zwaar?’
‘Nee, denk het niet.’
‘Ik hoor enige twijfel?’
‘Ach nee joh, wat weegt zo’n dingetje. Alhoewel, er zitten wel oplaadbare batterijen in.’
‘Zijn die vol of leeg’, vroeg ik. ‘Vanwege het gewicht.’

Truus verscheen ten tonele. 

‘Morgen Agnes, is Bart weer moeilijk aan het doen?’
‘Nee hoor, ik vroeg of jullie thuis zijn voor het aannemen van een pakketje. Bart vroeg naar het gewicht.’
‘Gewicht? Hoezo gewicht?’ Ze keek mij aan.
‘Nou ja, ik mag met drie hernia’s niet te zwaar tillen.’

‘Hoe zwaar is het?’, vroeg ze.
‘Geen idee. Het is een nieuwe satisfyer. Wat weegt zo’n ding?’
‘O, die weegt vast minder dan een kilo. Die kan Bart prima tillen.’

Bart


dinsdag 21 juli 2026

Tevredenheid

‘Morgen Bart, weer lekker aan het vegen?’ Ik draaide mij om: mevrouw Putman, buurtgenote. 

De putmannen, of liever gezegd de Putman en Putvrouw wonen om de hoek. Je ziet ze niet zo vaak, zeker niet sinds hun hondje is overleden. Dat was zo’n dingetje waarbij de voor en achterkant niet goed te onderscheiden waren. Of daarmee iets mis is gegaan, is niet bekend gemaakt. Wel dat het hondje door een noodlottig ongevalletje is overleden. 

Mevrouw Putman dus.

‘Bart, wat heb jij je oprit toch altijd netjes schoon. Je ziet geen stofje liggen.’
‘Dank u, mevrouw Putman. Het is natuurlijk altijd hard werken, maar dan heb je ook wat.’ 
‘Ja, een schone oprit’, lachte ze.

‘Niet alleen een schone oprit.’
‘O? Wat nog meer?’
‘Een tevreden gevoel, mevrouw Putman. Dat komt door een stofje in de hersens. Dat wordt door mijn veegwerk geactiveerd.’ 

‘Een geluksgevoel bedoel je?’
‘Nou, dat gaat mij dan weer te ver. Nee, volgens universitair onderzoek ligt er een duidelijke relatie tussen het vegen van de oprit en het activeren van het tevredenheidsgevoel in de hersenen.’

‘En dat komt door dat stof?’
‘Jazeker mevrouw Putman.’
‘Kijk, als je volgende keer weer gaat vegen, geef mij dan ook wat van je stof? 
Ik kan nog wel wat tevredensheidsgevoel gebruiken.’

Bart

zondag 19 juli 2026

Een retourtje

‘Goedemiddag mevrouw, meneer, zegt u het maar', nodigde de ikea-dame ons uit.
'Hej', riep ik blij. Mijn echtgenote gaf me een por.
'Hahaha, ook Hej', lachte ze vriendelijk. 'Wat kan ik voor u doen?'
'Dat zal ik u uitleggen', zei Truus.

'Wij hebben hier namelijk gisteren een hapjespan aangeschaft, maar die doet het niet', legde ze uit.
'Doet het niet?', vroeg de dame.
'Nee, voldoet niet aan de verwachting.'
'En wat was uw verwachting dan?', wilde ze weten.
'Nou, dat ik iets kon braden zonder aanbak. Maar eh...'
'De ballen plakten vast aan de bodem. Muur en muurvast. En weet u hoezeer ik daarvan baalde??', vulde ik aan.
'Ja, dat is vervelend', erkende ze.

'Vervelend? We hebben het niet over een stukje spek!! Het gaat hier over ballen gehakt! Met liefde gedraaid, in de pan gelegd en toen...'
'Plakten ze vast', riep de dame. 'Inderdaad heel, heel, héél vervelend.'
'En nu willen we hem retourneren. Ik heb gebeld en het kon. Dus...'
'O ja hoor, dat kan inderdaad. We nemen hem gewoon terug', lachte ze.

'Even kijken, ja, kijk, u krijgt het aankoopbedrag als tegoedbon. Daarmee kunt u hier weer andere spullen kopen.'
'Krijgen we geen geld terug?', vroeg Truus.
'Nee, de pan is gebruikt en zit niet meer in de verpakking', legde ze uit.
'Snap ik', vond Truus.

'Ik snap dat niet', sputterde ik tegen. 'Er bracht net iemand een matras terug en die kreeg wél geld.'
'Dat is toch héél wat anders!', vond Truus.
'Hoezo "héél wat anders"?', vroeg ik.
'Nou ja, je slaapt toch niet op een hapjespan!'

Bart

Entre Nous

‘Carla is met vakantie’, bracht ik tijdens de rondvraag van ons tien uur koffiemomentje in. 

‘Carla? Je bedoelt die Hittepetit van de zwarte snollenbak aan het begin van de straat?’, vroeg Truus.
‘Als je daarmee Carla bedoelt die in het bezit is van een prachtige zwarte Porsche, wonend op nummer zestien, dan hebben we het over dezelfde persoon.’

‘Mooi, denk jij nog aan de kliko? Vandaag komt plastic.’

‘Oké, je zou ook kunnen vragen waar Carla naar toe gaat, en misschien wil je ook nog weten met wie?’, stelde ik.

‘En jij zou misschien kunnen vragen of de bak met plastic onder het aanrecht nog in de kliko geleegd moet worden.’

‘Carla is samen met een collega naar Mexico, Truus.’
‘De bak onder het aanrecht is inmiddels leeg, Bart.’

‘Collega van de club?’, ging ze verder.
‘Club? Wat bedoel je met de club?’
‘Ze staat toch achter de bar van die louche tent aan de provinciale weg?’
‘Je bedoelt de Entre Nous?’ 
‘Ja, precies. Onder Ons. Volgens mij een nogal onfris clubje.’

‘Daar werkt ze inderdaad, maar niet achter de bar.’
‘O nee, dat zal ook vast niet. Wat doet ze daar dan? Laat me raden.’

‘O, dat hoeft niet want ze heeft het beheer over het gebouw.’
‘Over het gebouw?’
‘Ja, ze zet net zoals ik wekelijks de kliko’s aan de weg.’

Bart



vrijdag 17 juli 2026

Inspectie

Soms heb je de nijging om een poosje voor de spiegel plaats te nemen om jezelf eens goed te beschouwen. Vraag daarbij: wat vind je nou van jezelf. En dan zowel intern als extern. 

Dat klinkt raar, intern, maar als je intern rust voelt, toont dat aan de buitenkant. Voel je je niet lekker, dan is dat ook direct zichtbaar.
Ik voelde me kiplekker, dus ging ik op zoek naar positieve signalen.

Ik begon maar eens met het tellen van de rimpels. Kwam ik niet goed uit. Het vermoeden borrelde op dat ik tijdens het tellen mijn voorhoofd van verbazing ietwat optrok waardoor de telling niet klopte. 

Tja, dan mijn neus. Behalve wat blauwe aders, vanwege het feit dat ik in mijn jonge jaren in een bierketel was gevallen, zag het er allemaal toch nog redelijk uit…

‘Wat zit jij nou te doen?’, hoorde ik de stem van Truus achter mij. Ik schrok.
‘O, ik ben mijzelf aan het inspecteren. Ik voel me goed en wil bewijs zien op mijn gezicht.  Mijn moeder vertelde namelijk ooit dat je gemoedstoestand zichtbaar is op je gezicht.’
‘O? Echt? Laat eens kijken?’ 

Ze pakte mijn hoofd en gaf er een ruk aan.

‘Ik zie een aankomende vet-vulkaan op je wang.’ Ze wreef er overheen.
‘Een puist?’
‘Ja, en er komen ook nog wat broertjes aan.’
‘Hoe kan dat nou? Ik voel me juist zo goed.’
‘Dat kan ik je wel vertellen, schat.’
‘Nou? Leg uit?’, vroeg ik ongerust.

‘Ik mis namelijk drie stukken mars uit de snoeppot in de keuken.’

Bart





donderdag 16 juli 2026

Bemoeienis

Wie het fenomeen “schoonmoeder” kent, heeft het ongetwijfeld al wel eens meegemaakt: De ongekende als “zorg” verpakte bemoeienis met jouw interne familiezaken. 

Ik kom erop doordat ik onlangs weer eens geconfronteerd werd met zo’n gevalletje “zorg”. 
Het ging erover dat mijn Truus in haar beleving teveel hooi op haar vork nam, daardoor te druk was, en als gevolg daarvan te weinig tijd had voor “andere zaken”.

Toen ik naar die “andere zaken” vroeg kwam als antwoord dat ze Truus zo weinig zag. En toen wist ik alweer genoeg. 

Ze zit hele dagen op haar krent, voert geen bal uit, en zit maar naar de deur te staren of er niet toevallig een familielid binnenkomt. En dan bedoel ik specifiek op woensdag want de andere zes dagen zijn voorzien. En dan bijna altijd door mijzelf want er staat een enorme klussenpot op tafel. En mocht die leeg raken dan weet ze altijd wel iets te verzinnen waardoor hij weer vol stroomt. 

En dan niet alleen fysieke klussen, nee, het gaat vaak om het oplossen van probleempjes. Zoals met de buurvrouw, de supermarkt, de Belastingdienst, de bank, de fietsenmaker en zoals laatst, met de rollatordealer die naar haar opvatting een te hoge rekening had ingediend.
Zo is er elke keer wel wat. 

Maar het ergste vind ik toch de bemoeienis met onze interne familiezaken. Vorige week vond ze dat ik veel te dik werd waarop Truus, grappig als altijd, opperde dat ik wat meer in beweging zou moeten komen. Daarop volgde een enorm onzedelijk voorstel: 'Je mag bij mij de tuin omspitten.' 

Ik dacht het niet.

Bart


dinsdag 14 juli 2026

Groenvoorziening

Morgen meneer, mag ik vragen wat u gaat doen?', vroeg ik een man die gestoken in een oranje hesje bezig was met het opstarten van een omploeg-ploeg. Ik was net naar buiten gelopen om de kliko met een emmertje afvalgroen te vullen.

'De gemeente heeft besloten dat er struiken moeten worden gepoot. En dan moet het gras eruit', verklaarde hij.
'Struiken?', vroeg ik.
'Klopt helemaal.'
'En waarom? Wat is er mis met gras?'
'Honden poepen op het gras meneer.'
'Er geldt toch een opruimplicht?', vroeg ik ontzet.
'Die wordt niet nageleefd. Vandaar.'

'En wanneer halen jullie van de gemeente de straatkeien weg?', discussieerde ik verder.
'Dat doen we niet. Hoezo?'
'Automobilisten rijden hier te hard. Die regels worden ook niet nageleefd. Dus, eruit met die keien.'

'Meneer, maak u niet druk. U krijgt een mooie struikenpartij voor uw deur. Dat is heel wat beter dan gras', probeerde hij.
'Mag ik zelf bepalen of ik dat mooier vind?'
'O ja hoor. Er komen trouwens ook paaltjes met ijzerdraad. Dat houdt het volk tegen.'
'Hoezo het volk tegen? Wie zou er behoefte hebben aan een wandeling tussen het struikgewas?', vroeg ik. 'Ik wil gras.'
Hij keek mij aan: 'het is net als de op het gras poepende honden. Je zou ze de kost moeten geven, meneer.'

'Hm, dan geef ze maar "de kost". Dat is goedkoper dan gras weghalen en struiken poten.'

Bart

zondag 12 juli 2026

Het onderzoek

‘Goh, wat worden er tegenwoordig toch veel onderzoeken gedaan', meldde Truus vanachter de tablet.
'Onderzoeken? Hoe bedoel je?', vroeg ik vanachter mijn tablet.
'Wetenschappelijke onderzoeken. Door van die promoverende universitaire piefjes.'

'O, je bedoelt van die onderzoeken over het aantal met groene zeep ingesmeerde dakpannen en in relatie tot geboortebeperking?', vroeg ik.
'Dat onderzoek ken ik niet', zei ze.
'De relatie is dat ooievaars daar moeilijk kunnen landen en doorvliegen.' 

'Nee, er is onderzoek gedaan naar het hebben van seks in relatie tot leeftijd.'
'Ook interessant. En wat was de uitkomst? Dat er meer groene zeep gebruikt moet worden?'
'Nee, het blijkt dat jongeren minder en ouderen vaker seks hebben.'
'Hm, dat herken ik niet', zei ik.

'Toch wel goed dat de jeugd het nog even uitstelt', ging ze onverstooorbaar verder.
'Kom op Truus, je hoeft toch niet eerst op de verjaardagskalender te kijken alvorens samen het bed in te duiken?'
'Daar gaat het niet om. Het gaat om de trent. Die is onderzocht. En die geeft dit als conclusie.'

'En wat was nou precies de uitkomst over de ouderen?'
'De conclusie is dat ouderen boven de vijfenzeventig vaker seks hebben dan vroeger.'
'Is dat dan ook meteen een advies?', vroeg ik mij met enig enthousiasme af.
'Eh.. ik weet niet wat je nu allemaal in je hoofd haalt, Bart...'
'Nou ja, het biedt wel perspectief' vond ik.
'Dat kun je voorlopig wel op je buik schrijven', lachte ze. 'Je bent nog lang geen vijfenzeventig.'

Bart
 

zaterdag 11 juli 2026

Vergeten

‘Heb jij nog aan Annie gedacht?’
‘Annie?’, vroeg ik terwijl ik mijn hersens als de gesmeerde bliksem aan het werk zette. 

Het schijnt dat ik nog wel eens wat vergeet. Is niet zo, maar in de beleving van anderen. Zoals mijn Truus. Ik verwijt haar op mijn beurt wel eens dat ze is vergeten mij iets te vertellen. Dat leidt dan weer tot enorme discussies. En daar had ik nu geen zin in. Vandaar.’

‘Annie Heuvel bedoel je toch?’, vroeg ik om wat extra tijd te kopen.
‘Hebben wij nog een andere Annie in de buurt?’ 

Goh weer zo’n vraag waarbij ik mijn hersens aan het werk moest zetten. Ik besloot tot een aanvallende gok.

‘Ja, Annie de Groot.’ 
‘Annie de Groot? Wie is Annie de Groot?’
‘Ken je die niet?’
‘Nee, wie is dat dan? Waar woont ze?’
‘Hier in de buurt geloof ik.’

‘Geloof ik?’
‘Ja, maar ze kan natuurlijk inmiddels ook elders wonen’, blaatte ik.

‘Annie de Groot, Annie de Groot… is die niet getrouwd met Joris de Groot?’, vroeg ze bedachtzaam.
‘Precies! De vrouw van Joris. Klopt Truus, zie je wel!’
‘Nou, dat klopt helemaal niet. Ik ken geen Joris die met een Annie is getrouwd.’
‘Niet?’
‘Nee. En dat is zeker geen Annie waar je in de slaapkamer moet helpen om het nieuwe bed op te bouwen. Of was je dat soms vergeten?’

Bart



vrijdag 10 juli 2026

Puber

We krijgen er in de rol van Opa en Oma allemaal mee te maken: opgroeiende kleinkinderen die zich door deze als lastig bestempelde puber-periode heenworstelen. Uiteraard zien ze dat zelf heel anders. Hoezo worstelen? Je doet gewoon de dingen die je goeddunkt. En verder niks…

‘Hoe is het met de proefwerkweek gegaan?’, vroeg ik aan ons puistenhoofd.
‘Goed Opa.’ 
Stilte
‘En wat is goed?’
‘Gewoon, goed.’
‘Cijfers?’
‘Ja.’

‘Ik bedoel goede cijfers?’
‘Goede cijfers? Ik ga over, Opa.’
‘Ja, maar ik ben benieuwd naar je cijfers.’
‘Die zijn goed. Hebben jullie nog koekjes in de trommel?’
‘Moet je niks drinken?’
‘Nee, te vroeg voor bier.’
‘Bier?’
‘Grapje.’

‘Nou, vertel. Hoe zagen de cijfers eruit?’
‘Staan in mijn telefoon.’
‘Pak je die toch?’
‘Batterij leeg.’
‘Oké, geen onvoldoendes?’
‘Neu, viel mee.’
‘Wat is dat? Viel mee?’
‘Ja joh, ik ga toch over!’

‘Wie zegt dat?’
‘Heb ik berekend. Ik voldoe aan de norm.’
‘Wat is de norm?’
‘Opa, ik heb hier niet zo’n zin in!’
‘Ik wel. Hoe was je Nederlands?’
‘Spreek het vloeiend, toch?’
‘Cijfer?’
‘Eh, onderkant gemiddeld.’

‘Hoe kan dat?’
‘De wekker Opa.’
‘De wekker?’
‘Ja, op mijn telefoon. Die deed het niet.’
‘Wat heeft dat met je cijfer Nederlands te maken?’
‘Alles, ik was te laat voor het proefwerk.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Ach, niks bijzonders. De batterij was leeg.’
‘En toen?’
‘Toen niks. Ik voldoe aan de norm. Heb je nou nog koekjes in de trommel of niet?’

Bart




woensdag 8 juli 2026

Opdrachten

Ik zag haar voor mij schuiven: een wat stevig gebouwde dame waar aan weerszijden van haar hoofd een paar op oorwarmers lijkende knalrode doppen waren gemonteerd. We liepen beide in de Super. Zij met een winkelmand op wielen, ik met een officiële Super boodschappenkar. 

Ze stond blijkbaar in directe verbinding met haar opdrachtgever want ze pakte met enige regelmaat een artikel uit een schap, las de tekst hardop voor waarna het artikel of werd terug gezet werd dan wel in de kar werd gemikt. 

‘Dat is toch ook wat’, hoorde ik een bekende stem achter mij opmerken. Ik draaide mij om en ontdekte buurtgenootje Meijer.

‘Ik bedoel dat mens, met die koptelefoon daar.’
Ik keek naar het aangewezen mens en moest toegeven dat het inderdaad “toch ook wat” was.

‘Ik loop hier met een briefje en zij krijgt opdrachten via de telefoon. Het moet toch niet gekker worden!’, klaagde ze.
‘Ik denk dat ze in verbinding staat met haar relatie’, merkte ik op.
‘Haar relatie? Zou ze een relatie hebben?’
‘Dat denk ik wel’, zei ik. ‘Met wie zou ze anders in contact staan?’
‘Nou dat kunnen er veel zijn, Bart.’

‘Misschien wel haar moeder? Of een buurvrouw’, ging ze verder.
‘Dat lijkt mij stug, mevrouw Meijer.’
‘Stug? Hoezo stug? Dat kan toch?’
‘In theorie wel, maar het lijkt mij toch wel beetje vreemd als je van je moeder een opdracht doorkrijgt en vervolgens een voordeeldoos condooms in je mandje gooit.’

Bart

dinsdag 7 juli 2026

Zegels

‘Hoi, mag ik jou iets vragen’, vroeg ik aan het meisje van het brood. Ik stond in de buurtsuper.

‘Jazeker meneer, zegt u het maar’, antwoordde ze vriendelijk.
‘Oké, ik heb hier vorige week krentenbrood gekocht en ik ben de spaarzegeltjes vergeten.’

Ze keek me verwonderd aan.

‘Spaarzegels? Eh.. daarvoor moet u bij de kassa zijn hoor’, blaatte ze.
‘Nee hoor, het moeten speciale krentenbroodzegels zijn’, probeerde ik haar te overtuigen.
‘Ik zou echt niet weten wat u bedoelt.’ Ze keek verontschuldigend. 

‘Misschien dat je het even bij je chef kunt vragen?’, stelde ik voor.
‘Dat is misschien een goed ideetje’, antwoordde ze terwijl ze op een onzichtbaar belletje drukte. Tenminste, dat veronderstelde ik want ik hoorde in de verte iets rinkelen waarna er een grote boosuitziende man naderde die keek alsof hij uit zijn slaap was gehaald.

‘Wat is het probleem?’, vroeg hij.
‘Ik heb hier vorige week krentenbrood gekocht en geen zegeltjes gekregen.’
‘Zegeltjes? Hoezo zegels?’
‘Spaarzegels die je bij jullie krentenbrood hoort te krijgen’, verklaarde ik plechtig.

‘Meneer, u krijgt helemaal geen spaarzegels bij het krentenbrood. Waar zou u voor moeten sparen dan? Gratis krentenbrood of zoiets?’ Hij klonk nog steeds nors.

‘Nee, sparen voor een speciale krentenfiets om de afstand tussen de krenten te kunnen overbruggen.’

Bart

zondag 5 juli 2026

Soepel

‘Kunt u het vinden?’, vroeg het winkelmeisje toen ik op mijn knieën een pak suiker uit het schap probeerde te trekken.’

‘Ik kan het wel vinden, sterker nog, ik heb het gevonden, maar ik kan er niet goed bij.’

‘Zal ik het voor u doen?’, bood ze aan.
‘Dat vind ik heel lief van je maar kun je dan ook met de rest van het lijstje meelopen?’
‘Dat gaat niet lukken meneer, ik moet de vakken vullen.’
‘Dat is inderdaad wat anders.’

‘Moet je soms ook de suiker bijvullen?’
‘O, dat zou zo maar kunnen. Maar laat ik u eerst maar helpen. Zal ik u overeind trekken? Dan kan ik erbij.’
Ze stak een hand uit. 

‘Zo erg is het niet hoor’, lachte ik politiek correct terwijl ik toch haar toegestoken hand pakte en mijzelf overeind trok.
‘Zo, nu jij’, lachte ik.
Ze ging soepeltjes op de knieën, pakte de suiker en stak het omhoog zodat ik het aan kon pakken.

‘Dan ga ik je nu een wederdienst bewijzen’, zei ik terwijl ik haar op mijn beurt een hand toestak.
‘O, maar dat is niet nodig meneer. Ik ben nog soepeltjes.’ Ze veerde overeind en stond in een flits weer naast mij.

‘Zou jij dat op mijn leeftijd ook nog zo soepel kunnen?’, vroeg ik.
‘Vast wel’, zei ze. ‘Maar dat is niet nodig.’
‘Niet? Laat jij het dan ook door een medewerkster doen?’
‘Nee hoor, ik gebruik gewoon geen suiker.’

Bart

zaterdag 4 juli 2026

Een kookpoging

Zal ik vanavond eens koken?', vroeg ik Truus in een poging mijn sociaal huiselijke kant te laten zien. Met een vleugje voorbedachte rade natuurlijk, want ik verwachtte zoals gebruikelijk een "Nee". Die kwam dus niet. Tja…

'Hoe lang moeten die jongens eigenlijk koken?', vroeg ik wat later nadat ik na een stevige worsteling de aardappels in bad had gekregen.
'Staat geen vaste tijd voor. Je moet prikken', riep de kamer.
'Je moet prikken', mompelde ik de herhaling.
'En dan?'
'Dan kun je voelen of ze gaar zijn.'

'Met hoeveel kracht moet ik ze prikken?'
'Je moet iets weerstand voelen.'
'Waar moet ik dat voelen?'
'In de aardappel.'
'En waarmee moet ik prikken?'
'Met je vinger!', klonk het zuchtend.

'in het kokende water?'
'Nee Bart, met een vork.'
'Oké. Ik heb drie keer geprikt. De aardappel is nu stuk. Bedoel je dat?'
'Nee, je prikt in een aardappel en dan moet hij er zo doorheen gaan.'
'Jawel, maar je moet weerstand voelen, toch?'
'Ja, een beetje weerstand.'

'Heb je al weerstand?'
'Van jou!', grinnikte ik. 'Moet ik nu een ander slachtoffer prikken?'
'Heb je de boontjes al opgezet?', vroeg ze.
'Moet ik die ook prikken?'
'Nee, proeven.'
'Hoe dan?'
'Met je mond. Denk je ook nog aan het vlees?'
'Constant schat.'

'Wil je even mijn telefoon brengen?'
'Hoe dan?', vroeg ze. 'Ga je een hulplijn bellen?'
'Nee, de chinees. Want zoals gezegd: Ik kook vanavond.'

Bart


donderdag 2 juli 2026

klokkijken

'Heb jij toevallig nog iets van mijn moeder gehoord?', vroeg Truus. We zaten aan tafel de dag door te nemen ondersteund door een kopje koffie en een speculaasje.
'Nee, het is lekker rustig de laatste tijd. Ze begint het te snappen', zei ik.
'Hoe bedoel je?'
'Nou, dat mijn pensioentijd echt van mij is en ik daar de volledige regie over voer.'
'Hm, volgens mij doen we dat samen', stelde ze. 

'Je moet dat speculaasje niet zo lang in de koffie soppen!', waarschuwde ze. 
'Kijk, dat bedoel ik. Het is mijn tijd.' Ik trok een bijbehorend gezicht.
'Dan sop lekker verder', riep ze.

'Ik snap er niks van.'
'Waar snap je niks van?'
'Van mijn moeder. Daar hadden we het toch over?'
'We hadden het over mijn pensioentijd in combinatie met mijn speculaasje.'

'De ene week loopt ze de deur plat, de andere week zie je haar niet', ging ze verder.
'Gemiddeld toch nog te veel. Uurtje in de week is meer dan genoeg.'
'Dat zei ik indertijd toch ook niet over jouw moeder?'
'Mijn moeder kwam gemiddeld een kwartiertje per week.'
'Hm, je was altijd al slecht in klokkijken.'

'O, nou gaan we het nu daar over hebben?', vroeg ik.
'Ja, je kunt amper tot drie tellen.'
'Slaat helemaal nergens op.'
'O nee?', lachte ze. Kijk dan maar eens in je kopje. Je speculaasje moest te lang wachten en is inmiddels verdronken.'

Bart


woensdag 1 juli 2026

Gevaar

‘Heb je wat te doen vandaag?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

Ik schaarde deze vraag meteen onder de categorie “naderend gevaar” en behandelde hem ook als zodanig. Ik heb namelijk een kleine vijftig jaar ervaring en ben er qua klusjes ontelbare keren met open ogen en bovendien met beide voeten ingetrapt. Voorzichtigheid dus.

‘Ja, ik heb wel wat te doen’, blaatte ik.
‘Zoals?’, vroeg ze. 

Tja, nu oppassen Bartje, oppassen.

‘Eh.. de auto moet een wasbeurt, oprit vegen, misschien nog even de fietsen poetsen. En, o ja, ik denk erover om vandaag ook de garage eens goed schoon te maken. Alle spullen eruit, vegen, soppen kortom een flinke beurt.’
‘En dat ga jij allemaal doen vandaag?’
‘Nou ja, ik weet niet of ik alles ga redden, maar ik ga zo wel aan de gang.’

‘Oké’, zei ze. 
Dat zegt ze meestal als ze een teleurstelling verwerkt. Ik zat dus op koers. 
Wat ben je toch slim Bart, wat ben je toch slim.

‘Ja, volle bak Truus. Weinig ruimte voor andere zaken. Of had jij nog een klus?’
Dat moet je dan natuurlijk nog wel even vragen.

‘Nee hoor, het was gewoon puur uit belangstelling. Ga maar snel aan de gang, anders ga je het niet redden.’

Pffft, ik leer vrouwen nooit begrijpen.

Bart

dinsdag 30 juni 2026

Verzorging

‘Morgen meneer Bart, ook nog gekeken?’, vroeg mevrouw Boerstoel toen ze aan onze oprit voorbij liep.
‘Jazeker, daar staan wij voor op.’

‘Ik bedoel de wedstrijd Nederland tegen Marokko’, verduidelijkte ze.
‘Ja, die. Meer wedstrijden waren er toch niet?’
‘Nee, maar omdat je het over “wij” hebt.’

‘Truus ook gekeken?’
‘O, dat weet ik niet, ze moest mij verzorgen. Ik zal het haar eens vragen. Goede vraag mevrouw Boerstoel!’

‘Verzorgen? Hoe dat?’
‘Nou ja, kopje thee zetten, broodje smeren, eitje koken, mij af en toe troosten, kortom: verzorgen.’

‘Nou ja zeg, wat zijn dat voor een streken? Kun je dat zelf niet?’
‘Nee, want ik moest kijken.’
‘Nou dat hoeft mijn Charles niet bij mij te proberen. Ik zou hem meteen zijn oren wassen.’

‘O, maar dat heeft Truus ook nog bij mij gedaan.’
‘Je oren gewassen?’
‘Ja, en nog even de slaap uit mijn ogen gevist. Daar heb ik altijd last van.’

‘Dat Truus dat allemaal voor je doet!’
‘Ja, dat is een kwestie van goede afspraken maken, mevrouw Boerstoel.’

‘Afspraken?’
‘Ja, als het vrouwenelftal speelt dan doe ik hetzelfde voor haar.’
‘Nou ja, dat is tenminste iets.’

‘En dat accepteert ze?’
‘Dat weet ik nog niet, mevrouw Boerstoel.’
‘Nog niet?’
‘Nee, de vrouwen voetballen nooit ‘s nachts.’

Bart

maandag 29 juni 2026

Kringloop

‘Moet je eens kijken wat ik bij de kringloop tegenkwam’, riep ik bij binnenkomst.

Mijn woorden speurden naar de beoogde ontvanger, landden daar ook maar kwamen blijkbaar niet binnen want er volgde geen enkele reactie.

'Hoor je mij niet?', vroeg ik.
'Jazeker, ik hoorde je binnenkomst.'
'Maar je zegt niks!' 

Ohh, dat kon me zó irriteren. Dat bewust niet reageren. 

'Waarom reageer je dan niet?', vroeg ik nijdig.
Ze keek nu op.
'Dat heeft alles te maken met de combinatie van een paar woorden.’

‘Je begon met "moet je eens kijken" en daarna "tegenkwam bij de kringloop". En dan haak ik meteen af.'
'Wat bedoel je?', vroeg ik om de zaak verduidelijkt te krijgen.
'Bart, altijd als jij op de scharrel bent geweest, word er hier zooi naar binnen gebracht die een maand later weer net zo retour gaat. Zo noem ik de Rembrandt die je had ontdekt, het gouden beeldje, die fantastische TV, het schoenenrek, het gereedschapkistje zonder gereedschap en vorige week nog het wedgewood theeservies uit Korea. En wat heb je deze keer?’
‘Laat maar. Ik ga hier niet verder op reageren.’

‘Wat heb je dan?’ Ze keek naar mijn hand. ‘Wat zijn dat?’
‘Rolschaatsen. Daar reed ik vroeger mee op de rolschaatsenbaan in het Zuiderpark in Den Haag.’
‘En daar ga jij mee de weg op?’, vroeg ze.
‘Ja, gewoon even proberen.’

‘Hm, misschien kun je dan beter eerst terug naar de kringloop.’
‘Hoezo? Terugbrengen? Nu al?’
‘Nee, een paar krukken scoren. Die heb je straks harder nodig dan die rampdingen.’

Bart


zaterdag 27 juni 2026

Onkruid

 ‘Het onkruid van Agnes hangt helemaal over onze planten', klaagde Truus toen ze de voortuin inkeek.

'Ze hebben behoefte aan warmte en gezelligheid', concludeerde ik.
'Misschien moet je het maar afknippen. Ze heeft er zelf geen tijd voor.'
'Ze heeft er geen zin in. Dat ligt dichter bij de waarheid. Ze is niet van de tuin.'
'Nou ja, Bart. Jij ook niet. Wanneer heb je voor het laatst de tuin geschoffeld?'
'Schoffelen? Je bedoelt heen en weer bewegen met een houten steel met aan het eind zo'n plat stuk ijzer?'
'Even serieus schat: knip het straks maar weg.'
'En als ze het er nou niet mee eens is? Dat kan toch?' Ik kon mij een boze Agnes wel voorstellen. 
'In theorie zou dat kunnen. Maar in de praktijk niet. Ik denk dat ze blij is dat je het voor haar doet.'

'Zo buurman, aan het beunen bij de buren?', vroeg bemoeial Krul van twee huizen verderop toen ik gebukt bezig was met het knippen van het onkruid.
'Nee, ik ben op eigen initiatief bezig. En ik zou het op prijs stellen als u er uw mond over dichthoudt.'

'O? Is het een geheime actie? Mag ze het niet weten?'
'Liever niet. Het betreft hier een zeldzaam kruid. Men dicht het zelfs geneeskracht toe.'
'O? En hoe werkt dat dan?' 
'Afknippen, bundelen en drogen. Na een half jaartje uitschudden en met het gedroogde zaad theezetten.'
'En waar helpt dat tegen?', vroeg het schaap.
'Tegen allerlei kwalen. Maar ik heb nu genoeg. U mag ook wel wat nemen hoor. Dat vindt Agnes prima. Maar wel voor uzelf houden. Anders staat hier straks de hele buurt te knippen.'

'Hé, je hebt nog niet alles weggeknipt?', merkte mijn Truus wat later op.
'Nee, dat klopt. Ik vind het een sociale buurtplicht. Ik denk dat onze buuf van twee huizen verder dat ook zo ziet.'
'Hoezo?', vroeg ze.
'Nou kijk, ze komt eraan. Met snoeischaar en emmertje. Zullen wij maar een bakkie doen?'

Bart

donderdag 25 juni 2026

Frits

‘Frits is vandaag jarig’, merkte ik op. Ik hing even kort achter mijn tablet waar na opening de “Frits mededeling”, omgeven door hartjes, toeters en bellen van het scherm spatte.

‘Frits? Van Joke?’
‘Nee, Frits van niemand.’
‘Wie is dat dan?’, vroeg ze.
‘Een oude vriend. Ik heb hem gefeliciteerd. Vindt hij vast leuk.’

‘Ik snap het niet. Van wie kwam de melding over die verjaardag?’
‘Van Frits.’
‘Dus ene Frits meldt zelf dat hij jarig is?’
‘“Ene Frits”? Wil je niet zo denigrerend praten over mijn vriend?’
‘En je kende hem niet. Dat zei je!’

‘Schat, Frits is al sinds tweeduizendzestien mijn vriend.’
‘Dat zal. Nog nooit iets over hem gehoord.’
‘O, hij moet op Facebook anders altijd enorm lachen om mijn schrijfsels. Dus moet je hem kennen!’
‘Bart, ik lees die onzin nooit.’
‘Niet?’
‘Nee. Als ik alles wat ik met je meemaak ook nog een keer moet nalezen…’

Bart

Een kanarie-probleem

‘Ziet ú hem, meneer?', vroeg een dame die ik al vanaf een afstandje met haar hand als zonneklep richting kruin van een eik zag turen.

'Ik zie nog niks mevrouw want ik weet niet wat u zoekt'.

Het was een dame die qua leeftijd zo tegen de zestig liep schatte ik in.

Mijn echtgenote vindt dat altijd zo knap dat ik leeftijden zo goed kan inschatten. Eigenlijk is dat niet meer dan een simpel trucje. Ik gebruik mijn zelfbeeld als referentie.

'Mijn kanarie. Die is vanochtend tijdens het schoonmaken van de volière ontsnapt'.

'O', zei ik. 'En nu zit hij in die boom?'.

'Ja, tenminste, volgens de bewoonster hier. Die heeft hem daarstrakkies gezien.
PIET, PIEHIEEEET, kom dan bij het vrouwtje'. Ze tikte met haar hand uitnodigend op haar schouder.

Ik vond dat niet zo handig. Ik zou me als Piet wel drie keer bedenken voordat ik op die schouder zou landen om terug in gevangenschap te worden genomen.

'Weet u meneer, normaal hoef ik maar te fluiten en dan zit hij al op mijn schouder'.

'Nu niet', zei ik. 'Dan moet er vast iets ergs aan de hand zijn met Piet'.

'Nee toch, zou het echt ?'. Haar lip trok wat scheef weg en ik voorzag een enorme huilbui.

'Of hij is inmiddels al veilig thuis terug in de volière, dat kan natuurlijk ook', opperde ik in de hoop dat ze niet zou gaan janken.
Wat voor een kleur heeft hij ?', vroeg ik voor de afleiding.

'Geel', zei ze.

Ik had al zo'n bruin vermoeden. 'En wat doet zo'n Piet in de dierenwinkel ? Ik bedoel, wat kost een nieuwe ?'.
Dat was fout. Helemaal fout. De dijken braken volledig door en de tranen gutsten over haar rood bollende wangen.

'Ik wil geen niehieuwe, ik wil Piet terug', snikte ze.

Dat had ik weer. Kutkanarie.
'En uw man ? Is hij ook aan het zoeken ?'.

Ze schudde haar hoofd. 'Die zei dat ik me niet zo moest aanstellen'. Ze snikte nog wat na.

Daar had hij wel een punt, vond ik. Voor vijf euro heb je een hagelnieuwe.

Ik bedacht mij hoe ik mij hier uit moest redden. Stiekem het getroffen gebied verlaten getuigde niet echt van meelevend sociaal gevoel.
'Verzin een list Tom Poes', zei ik tegen mijzelf.

'DAAR GAAT IE', hoorde ik mijzelf opeens roepen. Ik wees tegelijkertijd in de richting van de brandende zon.

'Waar dan, ik kan niets zien, die rotzon', riep ze. 'Ging hij die kant op ?', vroeg ze al wijzend.
Ik knikte.
'Dan is hij nu onderweg naar huis. Dank u wel meneer, dank u wel'. Ze rende weg.

Ik keek haar kort na.

Komende tijd neem ik een andere wandelroute...

Bart

Copyright Brompot mei 2017

dinsdag 23 juni 2026

Klem

Ze kwam uit de kleedkamer en liep wat lomp op haar kousen naar de toegangsruimte waar ik op een gestoffeerd bankje zat te wachten op mijn echtgenote die ergens achter een zwaar grijs gordijn kleding paste.

De vrouw drentelde tot vlak voor me, ontnam mij het uitzicht en probeerde door wat te zwaaien de aandacht te trekken van een verkoopster die een eindje verderop in een rek zat te rommelen. Ondertussen bleef er voor mij niets anders over dan te staren naar haar dikke achterwerk. Ik dacht aan de zebra in zijn rol als bedreigde diersoort.

Ze draaide zich nu in mijn richting. 'Snapt u dat? kunnen ze wat verkopen en dan is er niemand.' Ze draaide zich weer in de richting van de verkoopruimte en probeerde het nu met een lokroep. 'Wat kijkt u trouwens?', vroeg ze.
Tja, wat moest ik daar nu op zeggen. Ik kon moeilijk iets over haar zitvlak roepen. Ik haalde mijn schouders op.

'Vind u hem staan?', vroeg ze terwijl ze een paar keer om haar as zwierde.
Dat had ik weer. Ik keek hoopvol naar het gordijn waar mijn vrouw haar houdini-act opvoerde.
'Nou? Wat vind u ervan? Eerlijk zeggen hoor!', drong ze aan.

Ik slaakte een diepe zucht. Mijn smaak word altijd bepaald door drie componenten: het prijskaartje, de vermoeidheid van het geslenter en als laatste "moet het ook nog een beetje staan". 'Staat wel goed hoor', zei ik quasi geïnteresseerd terwijl ik verlangend richting gordijn keek.

'Meent u dat echt? Ik vind dat hij een beetje tekent. En dan vooral hier.' Ze sloeg op haar achterwerk, plaatste vervolgens haar handen in haar zij en draaide wat heen en weer voor de spiegel. 
Tja, leg zo'n vrouw maar eens uit dat ze voor aap stond. 

'Hij staat echt leuk. Ook dat zwart-wit patroontje is heel leuk', zei ik zo enthousiast mogelijk.
'Ik denk toch aan een maatje minder', zei ze. Wat denkt u? Waar blijft verdorie toch die verkoopster.'  

Eindelijk ging het gordijn open en verscheen mijn echtgenote. 'Hoe lijkt het?', vroeg ze vrolijk. 'Leuke jurk hè?'
Ik schrok. Voor me stond mijn eega in precies dezelfde uitgeholde zebra.

'Hahaha, wat een leuke jurk', riep de dame. 'En uw man vind hem prachtig, dat zei hij net tegen mij.'
'Is dat zo schat? Hij is best aan de prijs hoor!!'

'Uw man heeft echt smaak mevrouw. Prijs u gelukkig!'
Ze me veelbetekenend aan en boog zich in mijn richting. 'Uw man heeft echt smaak', echode ze fluisterend in mijn oor. Vervolgens: 'Mooi schat, deze jurk is dus voor mij. Of ga je die dame daar nu uitleggen dat je van gedachten bent veranderd en er niks aan vindt?'

Wat later liep ik honderdvijfenvijftig euro zeventig lichter en met een vrouw met een tas-met-jurk aan mijn arm mezelf af te vragen waar het precies mis was gegaan....

Bart

maandag 22 juni 2026

Tukkie

Soms heb je dat. Dat je ogen even geen zin meer in rondkijken hebben en op eigen initiatief besluiten de tent voor een tijdje dicht te gooien. Voor de rest van je lichaam blijft er dan weinig anders meer over dan mee te doen. Gelukkig is er in deze gevallen altijd wel een driezits in de buurt die de nodige ondersteuning biedt. 

'Ik geloof dat ik even een stukje pensioen ga verwerken. Mijn ogen doen het niet meer zo goed...', gaapte ik.
'Nou ja zeg, het is pas twee uur', riep Truus. 'Moet je de oprit niet vegen?'
Ik hoorde in de verte nog iets over vegen....

'En, is er tijdens mijn afwezigheid nog iets bijzonders gebeurd?', vroeg ik een uurtje later. Ik rekte mij stevig uit.
'Nee hoor, zodra jij slaapt blijft de buurt van rampen bespaard.'

'Ik was in Den Haag', zei ik.
'O? In het torentje? Was je weer Ruttetje aan het spelen?'
'Ruttetje? Ik stond in ons oude flatje aan de Roldestraat op het balkon.'
'O, je was Willem Alexander! En, nog wat onderdanen op de been? Was ik Maxima?'
'Nee, helaas. Ik stond alleen en keek naar je moeder.'

'O God, droom je nu ook al van mijn moeder? Vloog ze op een bezemsteel langs je balkonnetje?'
'Nee, ze was gras aan het maaien.'
'Maaien? Hadden jullie gras op het balkon?'
'Nee, natuurlijk niet. Beneden lag een voetbalveld. Daar was ze bezig.'
'Lekker dan. Maar toch wel met een maaimachine?'
'Welnee, die waren er toen nog niet. Gewoon met een schaar.'

'Bart, dat laat je toch niet gebeuren?!' Ik keek haar aan.
'Je hebt gelijk, Truus. Dat kan echt niet.' Ik trok mijn benen terug op de bank.
'Wat ga je nu weer doen?', vroeg ze.
'Ik ga nog even terug naar Den Haag. Je moeder helpen.' 

Ik sloot mijn ogen en verdween al snurkend van het toneel...

Bart


vrijdag 19 juni 2026

Een behandeling.

Ik liep net die Sumita van 34 tegen het lijf', meldde ik na een bezoekje aan de Appie.
'Deed het zeer?', vroeg mijn echtgenote.
'Ik heb even met haar staan praten.'
'Even? Je bent meer dan een uur onderweg geweest.'
'Je overdrijft. Trouwens, ze is best aardig.'

'Waaruit blijkt dat?'
'Wat bedoel je?'
'Dat ze aardig is.'
'Nou ja, ze vroeg hoe het met mij ging.'
'En wat zei jij toen?'
'Dat het goed met mij gaat. Dat ik alles weer mag hebben van de dokter.'
'O, ben je ook nog bij de dokter geweest?'

'Pfffttt wat doe je vervelend.'
'Jij begint over een dokter. Ik vind dat een nogal intiem onderwerp om met een Sumita te bespreken.'
'Dat was een grapje, schat. Sumita moest er enorm om lachen.'
'Leuk gesprek zeg.'

'Ja, en wist je dat ze al tien jaar in het vak zit?'
'Vak?'
'Ja, ze is gediplomeerd masseur. Ik heb al meteen een afspraak voor een behandeling.'
'Nou, dat dacht ik niet Bart. Je gaat eerst maar terug naar de dokter.'
'Hoezo naar de dokter?'
'Schat, ik weet zeker dat je zo'n behandeling niet mag hebben.'

Bart

donderdag 18 juni 2026

Bob

Hij stelde zich voor als Bob, maar hij had niks weg van de Bob die hij in mijn beleving zou moeten zijn: een leuke, frisse spontane vent met gevoel voor humor. Vooral dat laatste ontbrak. Ik vond hem meer een Jozef of een Stoffel. Overigens: niks negatiefs over een Jozef of een Stoffel (ik sluit niet uit dat die best grappig zouden kunnen zijn) maar zoals gezegd: het gaat om de beleving.

Bob dus en hij gaat naast Annie en Joop van der Heuvel wonen. Samen met zijn echtgenote:  Wies. Zij heeft zich nog niet voorgesteld maar hij, Bob, gaat de buurt binnenkort uitnodigen en dan komt dat vast goed.

Ik heb Bob maar vast uitgelegd dat ik niet van geroddel hou, geen gezeur aan de deur wil en als ik aan het vegen ben, dat hij mij rustig moet laten vegen. 
‘Heb je dat begrepen, Jozef?’
‘Ik heet Bob, geen Jozef.’

Precies zoals ik al dacht: geen gevoel voor humor.

Bart

woensdag 17 juni 2026

Voorspelling

Als je in een buurtje woont zoals wij, dan moet je altijd goed oppassen wat je doet of wat je zegt. Of nog erger: oppassen op de dingen die je niet doet of zegt. Buurtgenoten beschikken namelijk over het fatale talent om zelfs zonder glazen bol jouw toekomst te voorspellen. En er zijn erbij die dat ook nog met het verleden kunnen.

Ik heb het al vaker over buurtgenote Krul gehad. Dat is zo’n portret. Zo hoorde ik onlangs dat wij, Truus en ik, ooit moesten trouwen als gevolg van een ondeugend middagje in een wigwam. Dat had ze bedacht omdat ze van een kennis (iemand die ons blijkbaar van vroeger kent), had vernomen dat wij, Truus en ik, al van jongs af aan aan het kamperen waren. 

Nu hielden wij ontzettend van kamperen. En ook van elkaar, dus voor simpele zielen als Krul was de uitkomst van één plus één al snel twee. 
Veel verder kwam ze niet. Ook niet toen ik vertelde dat Truus dan minimaal een olifantendracht moest hebben gehad van een jaartje of twee.
‘Er zit dus toch een kern van waarheid in’, aldus mevrouw Krul. ‘Je houdt mij niet voor de gek.’

Bart

dinsdag 16 juni 2026

De verkering

‘Onze kleindochter heeft de verkering uit’, vertrouwde Truus mij toe. 
‘Had ze dat dan?’, vroeg ik ietwat verbaasd. 
‘Ja, een knulletje van school. Ach, je weet wel hoe dat gaat.’

‘Hoe gaat dat dan?’, wilde ik weten.
‘Net zoals wij vroeger. Of had jij toen nog niks. Ach nee, dat zal ook niet. Jij was toen nog wat speels’, lachte ze.

‘Van wie heb je die wijsheid?’ Ik voelde me een beetje gekleineerd.
‘Je moeder. Jij speelde nog cowboytje en boef in het speelhuis tegenover jullie.’

‘Klaar?’, vroeg ik. 

‘Hoezo? Het was toch zo?’
‘Het was niet zo. Ik had vanaf mijn tiende al een vriendin. Roosje. Mooi dingetje wat naast mij in de klas zat.’

‘Roosje? Heette ze zo?’
‘Nog steeds hoor. En ze is nog lang niet verlept. Prachtige vrouw geworden.’ Ik stak mijn tong uit.
‘Goh, Bart. Op je tiende.’ 

‘Dus onze kleindochter heeft het uit’, borduurde ik door. ‘En was ze emo?’ 
‘Ach nee, ze heeft een kort briefje geschreven dat het “uit” is. Heel efficiënt.’

‘Kijk, precies haar Opa.’ Ik zag herkenning.
‘O, was jij ook zo? Uitmaken met een briefje?’
‘Jazeker, dat werkt het beste.’
‘En geen gesprekje?’
‘Ja, daar begon ik dan mee.’

‘En dan toch nog een briefje?’
‘Ja, om achterafgezeur te voorkomen moet je zoiets altijd schriftelijk bevestigen.’

Bart


maandag 15 juni 2026

Een type

De fiets waarmee hij kwam aangereden was nauwelijks als zodanig herkenbaar: een rammelkast. Waarschijnlijk was dat ook de reden waarom hij niet de moeite nam hem netjes te parkeren en op slot te zetten: er was geen slot en niemand die het in zijn hoofd zou halen hiermee zijn leven te wagen. 

De staat waarin de man die eraf sprong verkeerde, leek al niet veel beter: onverzorgd en waarschijnlijk ook rammelend want hij was zo mager als een lat. Daarnaast hulde hij zich in een wolk van zware sigarettendamp en stonk naar de alcohol.

Zo snel als zijn versleten slippers hem konden verplaatsen liep hij richting de aan het strand gelegen frietkraam, even verderop. Daar zette hij zijn handen op een voor de toonbank aangebrachte stang en met zijn hoofd voorover gebogen rustte hij zwaar hijgend van zijn zojuist beëindigde haast. 

‘Frietje?’, vroeg de frietboer.
Hij knikte slechts.
‘Nog wat gehoord?’
Een hoofdschudding.
‘Dan wordt het ook niks.’
Schouderophaling 
‘Leek toch een leuke vrouw. Mooie ogen!’
Geen reactie.
‘Er staan er meer op de App, Frank.’
Hij maakte een veelbetekenend wegwerpgebaar. 
‘Er is er allicht één die geïnteresseerd is.’

Ik bekeek het tafereeltje van afstand en trok zo mijn conclusie: niemand die het in zijn hoofd zou halen hiermee zijn leven te wagen.

Bart

zondag 14 juni 2026

Fifi

Hij lag aan een riem, bevestigd aan een haak aan de muur voor de ingang van de slagerij: een wit hondje van een voor mij onbekend merk. Hij had wat weg van een Fifi-hondje. Tenminste, in mijn beleving want ik heb geen idee hoe een Fifi-hond er uitziet. 

Truus had het wel eens over de Fifi van haar oudtante maar dat zei me ook niks. Zowel haar oudtante niet als haar viervoeter. Haar oudtante betrof familie van mijn schoonmoeder en daar verdiep ik mij principieel niet in.

Ik bekeek het hondje nog eens goed, schatte het risico op een stevige kuitwond en besloot toch nog even te wachten. Het keek me namelijk aan met een blik van “waag het niet”. Ik waagde het niet. 

‘Blokkeert dat hondje de toegang?’, vroeg een dame die met tas in haar hand op het punt stond de slagerij binnen te treden.
‘Nee hoor, dat Fifihondje wacht op zijn beurt.’

‘Fifi-hond? Dat dingetje daar?’
‘Ja, die hond.’
‘Dat is geen Fifi, dat is een Maltezer Leeuwtje.’
‘Precies mevrouw, dat is wat ik bedoel.’

Bart

zaterdag 13 juni 2026

Een artiest

We liepen samen in de stad, Truus en ik, toen we hem zagen zitten: een op een artiest lijkend mansfiguur voorzien van een grote leren hoed, een sjaaltje, een bloes van boerenbont en spijkerbroek zoals een spijkerbroek hoort te zijn. 

Hoe die hoort te zijn kan ik niet omschrijven, maar de lezers die een deel van de jaren zestig nog in hun hoofd hebben, weten wat ik hiermee bedoel. Dat dus. 

De reden waarom ik inhield en stopte was simpel: deze man had een gitaarkist bij zich die hij ongetwijfeld zeer binnenkort ging openen om vervolgens een deun te spelen.

Ik ben liefhebber van akoestisch gitaarspel. Dat heeft vooral te maken dat ik in een grijs verleden zelf ook speelde. Niet op topniveau, maar laat ik het zo zeggen: ik kon “het huis van de zelfrijzende zon” van de Animals feilloos wegspelen. Mijn vader noemde het altijd “het huis van het zelfrijzend bakmeel”. Daarmee probeerde hij uit te leggen dat het niet te pruimen was. 

Inmiddels had de man zijn hoed voor zich neergelegd, de kist geopend en zijn gitaar gepakt. Na wat gepingel en stem-gedraai aan de snaren begon hij zijn concert. 

Om een lang verhaal wat in te korten: zijn repertoire bestond uit een mix van noten die je normaal gesproken in een oud-Hollandse notenbar aantreft maar beslist niet op een gitaar. Het was niet om aan te horen. 

Nadat we het getroffen gebied hadden verlaten had ik het met mijn Truus nog even over een mogelijk cadeau voor mijn verjaardag: ik denk dat ik omwille van de lieve vrede het huis van de zelfrijzende zon maar laat voor wat het is. Een renovatie wordt vast niet op prijs gesteld.

Bart