‘Had ze dat dan?’, vroeg ik ietwat verbaasd.
‘Ja, een knulletje van school. Ach, je weet wel hoe dat gaat.’
‘Hoe gaat dat dan?’, wilde ik weten.
‘Net zoals wij vroeger. Of had jij toen nog niks. Ach nee, dat zal ook niet. Jij was toen nog wat speels’, lachte ze.
‘Van wie heb je die wijsheid?’ Ik voelde me een beetje gekleineerd.
‘Je moeder. Jij speelde nog cowboytje en boef in het speelhuis tegenover jullie.’
‘Klaar?’, vroeg ik.
‘Hoezo? Het was toch zo?’
‘Het was niet zo. Ik had vanaf mijn tiende al een vriendin. Roosje. Mooi dingetje wat naast mij in de klas zat.’
‘Roosje? Heette ze zo?’
‘Nog steeds hoor. En ze is nog lang niet verlept. Prachtige vrouw geworden.’ Ik stak mijn tong uit.
‘Goh, Bart. Op je tiende.’
‘Dus onze kleindochter heeft het uit’, borduurde ik door. ‘En was ze emo?’
‘Ach nee, ze heeft een kort briefje geschreven dat het “uit” is. Heel efficiënt.’
‘Kijk, precies haar Opa.’ Ik zag herkenning.
‘O, was jij ook zo? Uitmaken met een briefje?’
‘Jazeker, dat werkt het beste.’
‘En geen gesprekje?’
‘Ja, daar begon ik dan mee.’
‘En dan toch nog een briefje?’
‘Ja, om achterafgezeur te voorkomen moet je zoiets altijd schriftelijk bevestigen.’
Bart







































