‘Zo, de plantjes heb ik voor onze vakantie geregeld’, hoorde ik Truus opmerken. Ze kwam al pratend de kamer ingewandeld.
‘Heb je ze verkocht?’, vroeg ik flauwtjes. Ik was net een Wordfeudje aan het leggen.
‘Nee, in de vuilnisbak gegooid.’
‘Maar dan toch wel in groen, hoop ik?’
‘Wat ben je weer lekker bezig, Frits’, riep ze terwijl ze naar de keuken liep. Als ze geïrriteerd is, word ik Frits genoemd. Oppassen dus.
‘Ik zit hier even moeilijk, schat. Ik heb alleen maar medeklinkers. Krijg geen fatsoenlijk woord gelegd.’
‘Jij zit altijd moeilijk.’
‘Ik geef het op.’
‘Wat moet je nou met die planten?’, vroeg ik.
‘Niks, het gaat om de verzorging tijdens onze vakantie.’
‘Oké, en wat heb je geregeld dan? Komt de thuiszorg?’
‘Annie van der Heuvel gaat ze water geven. Heb ik net afgesproken.’
‘Annie van der Heuvel gaat de planten water geven? Heb je gezien hoe haar eigen planten er in hun voortuin bij staan?’
‘Die verzorgt Joop. Annie mag zich daar niet mee bemoeien.’
‘Ik denk dat ik maar een vrijwillige euthanasie-verklaring opstel’, merkte ik op.
‘Voor Annie?’, vroeg ze nijdig.
‘Nee, voor de plantjes. Bespaar ik ze een lijdensweg.’
Bart







































