Een lesje
Even voor de leg-uit: Mevrouw Stroesman valt onder de categorie “buurtgenoten” en heeft “iets” met alles wat met de kerst te maken heeft. Truus noemt het passie, ik een afwijking.
‘Dat is geen kerstboompje hoor, mevrouw Stroesman.’
‘Dat is het wel, Bart. Leer mij hoe een kerstboom eruit ziet.’
‘Daar ben ik nu mee bezig.’
‘Les één: een kerstboom is een versierde naaldboom.’
‘Ja, en?’
‘Hij is niet versierd.’
‘Beetje flauw, meneer Bart. Je kunt hem versieren, toch?’
‘Les twee: een kerstboom hoort naar een kerstboom te ruiken.’
‘Ruikt hij niet?’
‘Jawel, hij ruikt naar de pis van de kat van buuf Agnes.
‘Gadsieeee, wat vies!’
‘En tot slot les drie: een kerstboom, het woord zegt het al, is bedoeld voor de kerst’, onderwees ik verder.
‘Het is toch bijna kerst?’
‘Dat wel, maar deze door u bezongen “kerstboom” staat er met Pasen nóg.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten