Totaal aantal pageviews

vrijdag 6 februari 2026

Olympische toekomst

‘Het wil nog niet zo opschieten met de medailles’, vond ik.

‘Olympische spelen?’, vroeg Truus.
‘Nee, met de vierdaagse. Waar zitten we nou hele dagen naar te kijken!’

‘Valt wel mee toch? Volgens onze Koning komt het nog.’
‘O ja, dat is waar ook: hij heeft er verstand van.’
‘Nee jij. Onze minister van sportzaken. Zie hem zitten’, hoorde ik haar spotten.

‘Nou, laat ik je dan vertellen dat er in mijn pubertijd hardop werd gespeculeerd over mijn toekomstige sportieve kansen. Een zogenaamde gouden toekomst.’

‘Jij?’, schaterde ze.
‘Ja, ik. Jouw man.’
‘Nou ik vond je nou niet bepaald goed ganzenborden’, lachte ze. ‘Man hou toch op.’

Ik voelde me niet serieus genomen.

‘Ik kon ontzettend hard lopen. Ik was de snelste van de klas.’
‘Ja, als de bel ging en je naar huis mocht.’
‘Nee, nee, nee, Truusje. Met de sportdagen stond ik altijd wel op het podium.’

Ze keek me aan.

‘Ik geloof er geen snars van. Is er iets van bewijs?’
‘O ja hoor, de getuigschriften liggen op zolder.’
‘Zeker naast je versleten hardloopschoenen.’
‘Maar wie voorspelde nou eigenlijk die olympische gouden toekomst? De school?’

‘Nee, de plaatselijke veldwachter. Hij betrapte me tijdens het appeljatten in de kloostertuin. Hij kreeg me de volgende dag pas te pakken.’

Bart