De bladblazer
‘Wat is er met “die gozer van hierachter”?’, vroeg de andere kant van de tafel.
‘Die deugt voor geen meter.’
‘Wat mankeert er aan zijn “deugt”?’
‘Het is een asociale blaaskaak.’
‘Bart, leg eerst even uit. Een blaaskaak?’
‘Ja, hij blaast het blad uit zijn tuin over onze schutting.’
‘Met zijn kaak?’
‘Nee, met een bladblazer.’
‘En wat ga je eraan doen?’
‘Ik ga het terugblazen’
‘Je hebt helemaal geen bladblazer.’
‘Vanaf vanmiddag wel.’
‘Ga je er één kopen?’
‘Nee, ik bel straks bij hem aan en vraag of ik zijn blazer een uurtje mag lenen.’
Bart