Dag van de Arbeid
‘Ja, ik denk dat Pruisen plat ligt. En doorgaans betekent dat een lange rij richting kust.’ Ik ben Hagenees en ken de oerdriften van onze oosterburen.
‘Is het weer een speciale vrije dag of zo?’, vroeg ik mij af. Jij misschien iets van gehoord, Truus?’
‘Dag van de arbeid, schat. Eén mei. Hebben ze vrij.’ Ze wees naar achteren, richting oost.
‘Ah, kijk. Raar toch?’
‘Hoezo raar? Die mensen vieren feest.’
‘Onzin. Elke dag van het jaar is er wel iets.’
‘Zoals?’
‘Nou ja, dag van het brood: eten we extra brood. Dag van de muziek: luisteren we extra naar muziek. Dag van de bloemen, geven we bloemen…’
‘Wacht even Bart. Dag van de bloemen? Die is de dag na ons trouwen toch afgeschaft?’
‘Dag van de liefde, word de liefde extra bedre…’
‘De dag van de liefde is tegenwoordig het jaar van de liefde, Bart. En dan bovendien alleen alleen nog in schrikkeljaren.’
Ik vond dat ik erom moest lachen.
‘Hoor dan, twintig kilometer file’, riep ze.
‘Ik zei al dat ik het een raar fenomeen vind’, herhaalde ik mijn stelling.
‘Wat is er raar aan?’
‘Nou ja, op de dag van de arbeid zou je toch op zijn minst verwachten dat iedereen extra hard gaat werken?’
‘Dat gaan ze ook doen!’, wist Truus. ‘Daarom rijden ze richting kust. Weet je wel hoe zwaar het is om een kuil te graven?’
Bart