Een hond
‘Ook goede morgen’, echode ik terug. De hond hield in, draaide een kwartslag en wilde in mijn richting afslaan. De lijn hield hem tegen.
‘Bijtertje?’, vroeg ik terwijl hij de arm van de man bijna uit zijn kom schoot.
‘Nee hoor, hij is alleen maar nieuwsgierig.’
‘Dat is mijn schoonmoeder ook, maar die trekt niet zo hard aan de riem’, lachte ik.
‘Wat voor een ras is het?’
‘Een Duitser. Ik denk een mix van een staander en een vleugje herder.’
‘Hij ziet er wel uit als een hond’, merkte ik na een vluchtige bestudering op.
‘Ja hè. Ja, het is ook een echte werker. Ik denk dat hij wel geschikt is voor politiehond.’
‘Waaruit blijkt dat dan?’
‘Hij kan heel goed zoeken en apporteren.’
‘Dat is handig.’
‘Dat is het zeker. Maar helaas heb ik er geen papieren bij.’
‘Geen papieren? Het gaat er toch om dat hij zijn werk goed doet?’
‘Jawel, maar zo kan hij nooit bij de politie.’
‘Wat een onzin. Ik heb bij mijn schoonmoeder ook geen papieren, maar die kan zo bij de ME.’
Bart