Totaal aantal pageviews

woensdag 11 februari 2026

De hondenfluisteraar.

‘Daar gaat ze weer', riep ik naar mijn echtgenote in de caravan.
'Had je het tegen mij?', vroeg ze.
'Nee, tegen de tentstok. Ik heb eerst de haring geprobeerd, maar die gaf geen antwoord.'

'Wat moest je nou?', vroeg ze toen ze naast mij stond.
'Kijk, dat mens met die twee honden. Die gaat nu alweer wandelen. Dat is al voor de derde keer vanochtend.'
'Moest ik hiervoor uit de caravan komen?'
'Ik heb niet gezegd dat je moest komen', zei ik.
'O ja, je had het tegen de tentstok.'

'Trouwens, wist je dat je die honden niet mag aaien?'
'Hoe weet je dat?'
'Staat op het tuigje. "Niet aaien". Ik denk dat het opleidingshonden zijn', opperde ik.
'Je bedoelt dat oude doorgezakte tekkeltje en dat blaffende hangbuikzwijn? Opleiding?'
'Dat kan toch!? Zij lijkt me er echt een tiep voor.' Ik vond dat echt.

'Ze heeft meer weg van een strenge meesteres. Die zie ik nou niet bepaald geduldig een hond opvoeden.'
'Ik denk zelf dat ze zo'n fluisteraar is', zei ik. 
'Man, hoe kom je daar nou weer bij', lachte ze.
'Nou ja, ik zie haar vaak op haar knieën tegen die honden praten.' Ik had dat al een paar keer gezien.
'Dat is echt geen opleiden, Bart.'
'Hoe zie jij dat dan?', wilde ik weten.

'Ik denk dat ze die honden uitlegt dat ze zich niks van die oude grijze man twee caravans verderop moeten aantrekken. Ook al lopen ze tachtig keer per dag voorbij.'

Bart

Jaarringen

‘Goh, wat zie jij er netjes uit’, complimenteerde buuf Agnes mij toen ze de voordeur uitliep en mij op de oprit ontdekte. ‘Vier je je veegjubileum of zoiets? Ik kan niet op visite komen hoor, want ik moet werken’, voegde ze er lachend aan toe.

‘Morgen Agnes. Nee, Truus haar moeder krijgt er vandaag een jaarring bij. En ik moet getuigen.’
‘O, is ze jarig?’
‘Ja, Truus vertelde zoiets.’

‘Een jaarring, bomen hebben jaarringen’, grinnikte ze.
‘Klopt, mijn schoonmoeder, want daar hebben we het over, is ook net een eik: keihard en onverwoestbaar.’
‘Ja, zo ziet ze er ook wel uit.’
‘Dat bedoel ik. Alhoewel ze wel continu in een wintertoestand verkeerd. Zit geen blad meer aan.’

‘En hoe oud wordt deze eik vandaag?’
‘Geen idee. Dan moet ik haar eerst doorzagen.’
‘Doorzagen?’
‘Ja, dan worden de jaarringen zichtbaar en kun je ze tellen.’

Bart

Handigheidje

‘Hé meneer Bart, wat leuk!’
Ik keek op van mijn boodschappenlijstje en ontdekte een buurtgenote die bekend staat als vrouwtje stofdoek. 

‘Wat is er leuk?’, vroeg ik.
‘U. leuk dat ik u in de winkel ontmoet.’ 
Mij ontging “de leuk” volledig.
‘Ja, lachen. Ook aan de boodschap?’
‘Ja, soms moet je, hè. Maar u blijkbaar ook!’
Ik moest even nadenken of ik ook onder de “soms” viel.
‘Ik loop hier anders dagelijks hoor.’
‘Doet uw Truus nooit boodschappen?’
‘Nee, die moet schoonmaken’, stuurde ik het gesprekje.
‘Ja, onze huizen zijn heel stoffig’, merkte ze op.
‘Die van ons niet’, antwoordde ik. ‘Wij hebben een stofvanger.’
‘Een stofvanger? Wat is een stofvanger?’ Ze keek nieuwsgierig.
‘Ja, eigenlijk mag ik het van Truus niet verklappen, maar goed. Eh.. zij wast haar stofdoeken in een met bloem aangemaakt papje. Daarna drogen, niet uitkloppen en dan in één keer alles afstoffen. Dan blijft er een beschermlaag achter en komt er geen stof meer op de meubels.’

Ik zag haar nadenken. Na een incubatietijd van twintig seconden reageerde ze.

‘Het is de moeite van het proberen waard’, zei ze enthousiast. ‘Dank je Bart. Toch leuk dat ik je ontmoette.’

Vijf minuten later zag ik haar met drie pakken bloem de winkel verlaten.

Bart