Het regenkapje
‘Stel hem maar’, nodigde de vriendelijk ogende verkoopster mij uit. Ik schatte haar zo rond de zestig en die leeftijd zou mijn vraag wel eens positief kunnen beïnvloeden.
Naast haar stond een jong geitje wat net voor het eerst in de wei liep. Daar had ik mijn vraag ook aan kunnen stellen, maar dan had ik als antwoord ongetwijfeld de wedervraag gekregen van “wat bedoelt u?”.
‘Mijn Truus zoekt een regenkapje. U kent ze vast wel. Zo’n doorzichtig plastic, harmonica gevouwen, ding met aan het uiteinde touwtjes. Trek je aan de touwtjes, dan vouwt hij weer op. Ach u kent ze wel.'
Ze keek me verbaasd aan. 'harmonica gevouwen?'
'Ja, als je dan aan de touwtjes trekt, dan schiet hij weer in elkaar en kun je hem oprollen.'
'Meneer, ik heb echt geen idee.'
' Gezien uw leeftijd zou u ze haast moet kennen. Zo oud zijn ze al wel!'
Mij bekroop het gevoel dat ik toch iets verkeerds had gezegd want de vriendelijkheid verdween en maakte plaats voor een naderende donderbui. Het geitje verdween in de stal om even later terug te keren met een plastic hoesje wat ze voor mij op de toonbank deponeerde.
'Nou kijk, dat bedoel ik dus', riep ik blij.
'Ohhh maat deze ken ik wel', merkte ze op. U bracht mij op een dwaalspoor. Ze zijn namelijk meer van uw leeftijd. Ik schat toch gauw zo'n dikke zeventig?'
Bart