‘Ha die Bart’, hoorde ik een bekende stem achter mij. Karin Krul, buurtroddelaarster, stond in mijn nek te spetteren. Ik had speciaal nog een dagje gewacht alvorens de Super, waar zij achter de kassa zit, te bezoeken. Ze werkt nooit op woensdag, maar helaas.
‘Je werkt toch nooit op woensdag?’, vroeg ik.
‘Ach ja, griepgolfje. Nu mag ik extra werken. Is ook wel nodig, dat reisje naar AustraliĆ« heeft er flink ingehakt.’
Ach Jezus, dat was waar ook. Australiƫ. Ze waren naar Australiƫ geweest.
‘En nu kom je hier de kassa plunderen?, vroeg ik tactisch als ik ben. ‘Zal je baas blij mee zijn.’
‘Ach nee, gekkie. Moet je niet vragen of we het leuk hebben gehad?’
‘O, dat weet ik al. De piloot belde onderweg. Je hebt kangoeroe’s gezien en je had ruzie met je schoonzoon? Of was het je schoondochter.’
‘Welnee. Ik kom binnenkort wel bakkie doen. Leg ik het uit.’
‘Ik hoorde trouwens dat die van Tuinstra tijdens onze vakantie hebben besloten om te gaan scheiden? Heb jij daar nog iets van gehoord?’
‘Nee, niet veel. Alleen dat ze speciaal hebben gewacht totdat jij op vakantie was. Ze wilden het namelijk liever zelf vertellen.’
Bart