‘Ik heb wat roest ontdekt op deze vleugelmoer.’ Ik stak hem als bewijs onder haar neus.
‘Is dat een vleugelmoer?’
‘Ja, het is een moer met twee vleugels. En dit exemplaar is historisch.’
‘Waarom gooi je hem niet weg?’, vroeg ze.
‘Weggooien? Doe even normaal Ja?’
‘Ho, rustig maar.’
‘Wat heeft hij meegemaakt dan?’
‘Deze vleugelmoer zat vroeger aan de tafelpoot van een Chinees restaurant.’
‘En die heb jij gekregen? Omdat je vaste klant was?’, lachte ze.
‘Deze vleugelmoer heb ik tijdens een dinertje met mijn ouders er persoonlijk vanaf gedraaid.’
‘Van een tafelpoot?’
‘Ja, ik speelde samen met mijn broer onder de tafel. Dat mocht omdat het zo lang duurde en wij toen nog geen geduld hadden.’
‘En wat speelden jullie dan? Indiaantje?’, lachte ze.
‘Nee, smederijtje. Ik was de monteur en mijn broer de smid.’
‘En zat die tafelpoot maar met één zo’n dingetje vast?’
‘Nee, met twee.’
‘O, gelukkig, dus er is verder niks gebeurd?’
‘Jawel, de hele tafel kantelde en toen waren wij snel thuis.’
‘Hoe kan dat dan? Hij zat toch nog vast?’
‘Nee hoor, mijn broer heeft namelijk ook een vleugelmoer in de schuur.’
Bart
