Het goede doel
‘Je blijft eraf!’, klonk de kamer.
‘Ik doe niks!’
‘Juist. Daarom. Ik ken jou. Snel een bal wegkanen en dan met een tronie vól onschuld weglopen.’
‘Nou ja, meestal biecht ik het op.’
‘Heb ik niks aan, Bart. Tegen de tijd van de biecht ligt hij al in de pot.’
‘Waarom draai je voortaan niet een paar reserveballen?’, bedacht ik mij hardop.
‘Waarvoor? Voor als de originele gejat worden?’, veronderstelde ze.
‘Ja, er wordt tegenwoordig veel gestolen. Kijk alleen maar eens naar “opsporing verzocht”. Eén en al zware criminaliteit.’
‘Misschien moet je voordat de verleiding te groot wordt, mijn keuken maar verlaten.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Zoals ik het zeg: opzouten en een beetje snel!’
‘En hoe gaat het dan verder met de ballen?’
‘Die gaan naar een goed doel!’ Ze stak haar tong uit.
‘Gelukkig’, zuchtte ik.
‘Hoezo prijs je je gelukkig, Bartje?’
‘Het goede doel hier in huis ben ik.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten