Totaal aantal pageviews

woensdag 21 januari 2026

Nelis

Ik zag vanmorgen die van de hoek langsschuiven. Wat een slome doperwt is dat toch’, vond ik.

‘Doperwt? Nelis van Someren? Bedoel je die?’
‘Ja, van die vrouw die mij laatst vroeg of ik ook hun stoep een keer goed kon komen vegen.’
‘Is dat zo? Heb ik niks van meegekregen’, antwoordde Truus.

‘Ze keek eerst naar mijn spierbundels en vroeg het toen.’
‘Ach ja, zolang je er zelf in geloofd. Maar dat heb je toch niet gedaan?’
‘Nee, wat denk je? Uurtje later stond hij zelf te vegen. Hij is twee uur bezig geweest om dat stukje postzegel schoon te krijgen.’

‘Misschien mankeert hij iets?’
‘Ja, verstopte zweetklieren.’
‘Nou Bart, die man heeft altijd hard moeten werken en geniet nu van zijn pensioen.’
‘Truus die vent is nog te lui dat hij uit zijn ogen kijkt.’

‘Nelis heeft altijd in de bouw gezeten.’
‘Kijk, daar heb je het al: “in de bouw gezeten”.’
‘Hij heeft volgens zeggen na de oorlog meegewerkt om ons land op te bouwen.’

‘Kijk Truusje, ik zal je even uit je droom tillen. Volgens mijn bronnen heeft hij zijn hele leven met een pot bier in zijn hand tegen de deurpost geleund staan kijken of het een beetje opschoot met de opbouw.’

Bart

Emigreren

‘Ik hoorde van mevrouw Hendriksen dat de familie van Roden gaat emigreren’, hoorde ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje vertellen. Het zei mij niks…

‘Mevrouw Hendriksen, Hendriksen, Hendriksen… het zegt mij niks, Truus.’
‘Ach jawel. Ze wonen in de straat hierachter. Naast de vioolkist zoals jij die van Lennep altijd noemt.’
‘O, heten die Hendriksen? Kan me er helemaal niks bij voorstellen.’

‘Bart, Jan Hendriksen werkt bij de bouwmarkt. Die jou een verkeerde kwast verkocht. Toen je hier aan het schilderen was. Of ben je dat alweer vergeten.’
‘Dus die drol heet Jan Hendriksen? Goed om te weten.’

‘En toen?’
‘Wat “en toen”?’
‘Ja jij begon je verhaal dat de vrouw van Jan Hendriksen, die van de bouwmarkt, rondbazuint dat ene familie van Rooien gaat emigreren.’
‘Niet van Rooien, van Rooden.’

‘Weet je nou over wie mevrouw Hendriksen het dan had?’
‘Ja, over van Rooden.’
‘Ik bedoel weet je wie dat zijn?’
‘Ja, blijkbaar zijn dat kennissen van Hendriksen.’
‘Ik bedoel waar ze wonen.’
‘Geen idee Truus. Maar dat ga je mij nu vast uitleggen.’ 

‘Dat kun je vergeten Bart.’
‘Want?’
‘Is niet meer interessant. Voordat ik dat jou aan je verstand heb gepeuterd zijn ze al lang en breed vertrokken.’

Bart