keek me ietwat verbaasd aan, trok iets aan beide zijden van het stofje en zwierde toen wat rond.
‘Vind je hem echt leuk?’
‘Dat zeg ik toch?’
‘Goh, wat lief dat je dat zegt’, zei ze.
‘Vind je?’
‘Ja, ben ik niet van je gewend. Meestal ben je kritisch.’
‘Vind je de kleur ook passen?’
‘Ja hoor, dat kan best.’
Ik had meteen al spijt van mijn opmerking…
‘Dus niet!’, reageerde ze fel. ‘Wees eens eerlijk? Je zei dat het “best kon”. Dus eigenlijk niet.’
‘Truusje, zo bedoelde ik het niet. Die kleur is echt fantastisch. Prachtig!’
‘Maar je vindt hem te fel. Zeg maar eerlijk hoor.’
‘Nee hoor, dat rood combineert mooi bij je haar.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Dat rood met dat gr…’
‘Ik ben niet grijs’, onderbrak ze me.
‘Schat, er zitten toch grijze lokjes..’
‘Lokjes, ja, maar niet helemaal grijs!’
‘Het staat leuk zo’, herhaalde ik met een zucht.
‘Je zucht’, zei ze. ‘Waarom zucht je?’
‘Gewoon, dat heb je wel eens.’
‘Hoe bedoel je “dat heb je wel eens”?’
Ze stak haar handen in haar zij en keek me met enige strengheid aan.
‘Dat heb je wel eens als je vrouw een rood jurkje combineert met grijze lokjes’, antwoordde ik voorzichtig.
‘Gelukkig, zo ken ik je weer, Bart. Ik trek snel iets anders aan.’
Bart
