Totaal aantal pageviews

maandag 31 maart 2025

Inkopen

Inkopen

‘Ik ga vanmiddag met Annie naar de stad’, merkte Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje op.
‘Op de fiets?’, vroeg ik.
‘Nee, met de auto. We gaan zomerkleding kopen.’
‘En dat kan niet op een fiets?’
‘Hallo, jij pakt de auto nog als je naar het toilet moet’, riep ze ietwat geïrriteerd. 
‘Met zomerkleding suggereer je luchtigheid. En dat past bij het huidige weer. Dus…’
‘Dus niks. We hebben beide kleding nodig en aangezien zowel jij als Joop van Annie een pesthekel hebben aan shoppen, gaan wij samen.’
‘En waarom niet met de auto van Annie?’
‘Die is te klein.’
‘Oké, dus daarmee suggereer je dat er veel gekocht gaat worden?’
‘Ach nee joh, grapje. Nee, hun auto loopt niet zo goed. Straks staan we onderweg…’
‘Ik vind het een non-reden.’ 
‘Dat mag’, zei ze lachend. ‘Maar ik neem hem toch mee.’
‘Nou ja, dan kan ik dus…’
‘O, wacht even. Jij had hem ook nodig. Nu valt het kwartje’, lachte ze.
‘Kijk, beter laat dan nooit.’
‘En voor wat voor een belangrijke onderneming had jij hem nodig?’, vroeg ze.
‘Ik moet straks heel nodig naar het toilet.’

Bart

zondag 30 maart 2025

Klok verzetten

Klok verzetten

‘Je moet vandaag Mama even helpen’, droeg Truus mij tijdens het tien uur koffiemomentje op.
‘Wat moet ik?’
‘Mama even helpen.’
‘Waarmee?’
‘De klok verzetten. Het is zomertijd. Hij moet een uur vooruit.’
‘Kan ze dat zelf niet? Ze is volgens jou nog zo goed bij de tijd.’ 

Ik had vandaag helemaal geen zin in mijn schoonmoeder. Ik wilde een motorritje rijden. Ik zei het. 
‘Schat, ik wil vandaag een tochtje op de motor maken. Kan haar buurman niet even helpen?’
‘Nee, heeft ze ruzie mee.’

‘Ruzie? Wat heeft ze nu weer uitgespookt?’
‘Waarom denk jij altijd weer dat het aan haar ligt?’
‘Omdat ik haar ken. Ze is altijd wat moeilijk in de omgang.’
‘Bart, het ligt aan de bullebak van een buurman. Dat is zo’n klager. Ze had laatst koud de radio aangezet, stond hij alweer voor de deur om over de herrie te klagen.’
‘Kan ik me iets bij voorstellen. Als je de hele dag Mieke Telkamp aan moet horen, dan was ik er ook wel een keer klaar mee.’

‘Is het één klok of het hele carillion?’
‘Nee, die staande klok.’
‘Met die bimbam kerkklok?’
‘Ze heeft maar één staande klok, Bart.’
‘Dat ga ik met zo’n gevoelige buurman niet doen. Als dat ding één keer slaat, staat die weer aan de deur. En dan is er geen ontsnappen meer aan.’

Bart

zaterdag 29 maart 2025

Een regenkapje

Het regenkapje

'Hoi, ik heb een vraagje’, kondigde ik na binnenkomst mijn bezoekje aan. Ik had voor deze prangende vraag gekozen voor de plaatselijke “winkel van Sinkel” in de hoop dat ze er antwoord op zouden kunnen geven.

‘Stel hem maar’, nodigde de vriendelijk ogende  verkoopster mij uit. Ik schatte haar zo rond de zestig en die leeftijd zou mijn vraag wel eens positief kunnen beïnvloeden. 

Naast haar stond een jong geitje wat net voor het eerst in de wei liep. Daar had ik mijn vraag ook aan kunnen stellen, maar dan had ik als antwoord ongetwijfeld de wedervraag gekregen van “wat bedoelt u?”.

‘Mijn Truus zoekt een regenkapje. U kent ze vast wel. Zo’n doorzichtig plastic, harmonica gevouwen, ding met aan het uiteinde touwtjes. Trek je aan de touwtjes, dan vouwt hij weer op. Ach u kent ze wel.'

Ze keek me verbaasd aan. 'harmonica gevouwen?' 
'Ja, als je dan aan de touwtjes trekt, dan schiet hij weer in elkaar en kun je hem oprollen.'
'Meneer, ik heb echt geen idee.'
' Gezien uw leeftijd zou u ze haast moet kennen. Zo oud zijn ze al wel!'

Mij bekroop het gevoel dat ik toch iets verkeerds had gezegd want de vriendelijkheid verdween en maakte plaats voor een naderende donderbui. Het geitje verdween in de stal om even later terug te keren met een plastic hoesje wat ze voor mij op de toonbank deponeerde.

'Nou kijk, dat bedoel ik dus', riep ik blij. 
'Ohhh maat deze ken ik wel', merkte ze op. U bracht mij op een dwaalspoor. Ze zijn namelijk meer van uw leeftijd. Ik schat toch gauw zo'n dikke zeventig?'

Bart

vrijdag 28 maart 2025

Betrapt

Betrapt

‘Morgen Bart, lekker weertje hé?’ 

Tot mij sprak ene Karin Krul, buurtroddelaarster. Ze was waarschijnlijk onderweg naar haar werk. Tenminste, dat kon je veronderstellen want ze droeg het bedrijfsoutfitje van de Super. 

‘Moet ik even over nadenken, Karin. Succes vandaag.’ 

Ik wilde me omdraaien maar daar stak ze een stokje voor. Ze moest haar naam nog eer aandoen. 

‘Hebben jullie nog een beetje kunnen slapen vannacht?’, vroeg ze.
‘Ja hoor.’ Ik stelde met opzet niet de “hoezo” vraag, maar daar redde ik het niet mee.
‘Hans Vruggink had een enorme ruzie met zijn echtgenote. Rietje heeft hem betrapt.’
‘Ja, dat is vervelend’, reageerde ik lauwtjes en maakte opnieuw aanstalten het getroffen gebied te verlaten.

‘Weet je waarmee?’
‘Geen idee, Karin.’
‘Nou, wat denk je?’ 
‘Dat zeg ik toch: Geen idee.’
‘Kom op Bart, je hebt best wel een idee’, lachte ze. ‘Roep dan iets!’

Ik was er klaar mee en besloot omwille van mijn rust maar een naam te roepen.
‘Mevrouw Boerstoel?’
‘Bart, foei! Mevrouw Boerstoel is in de zeventig!’
‘Nou ja, de rest van de buurt heeft hij volgens jou al een keer gehad, dus..’
‘Hoe kom je erbij dat hij met een vrouw was?’
‘Ja, jij komt toch met de roddel dat hij is betrapt?’
‘Bart, Rietje is morgen jarig en Hans heeft vannacht uit de koelkast een stuk taart gejat.’

Bart



donderdag 27 maart 2025

Een nieuwe fiets

Een nieuwe fiets

‘Mijn fiets is aan vervanging toe’, stelde ik vast. Ik lag op mijn knieën voor de kettingkast omdat volgens mij de ketting ergens tegenaan tikte.

‘Kun je het niet maken dan?’, vroeg Truus. ‘Je hebt vroeger toch bij een fietsenmaker gewerkt?’
‘Jazeker, maar toen waren de kettingen nog echte kettingen. Die van tegenwoordig zijn net touwtjes.’
‘Mijn ketting is geen touwtje’, merkte ze droogjes op.
‘Jij hebt geen ketting maar een riem.’
‘Maar die is niet slap.’

‘En wat nu?’, vroeg ze.
‘Ik denk dat ik hem in moet ruilen. Gewoon een nieuwe fiets.’ Ik keek op.
‘Alleen omdat de ketting slap is? Kom op Bart, die fiets is verder nog prima toch?’

‘Jouw “prima” is een heel andere "prima" dan mijn “prima”. De ketting is versleten, de bandjes zijn op en het zadel is ook niet meer wat het ooit geweest is… Bovendien wil ik overstappen op elektrisch.’

‘O kijk, nu begin ik het te snappen.’
‘Wat begin je te snappen?’
‘Je kunt mij niet meer bijhouden.’
‘Wat bedoel je?’ Ik begreep het niet.
‘Volgens mij is niet alleenheerser ketting slap geworden…’

Bart

woensdag 26 maart 2025

Ene Vermeer

Ene Vermeer

‘Morgen Bart’, wenste de nieuwe vriend van buuf Agnes mij toe. Hij kwam de voordeur uit terwijl ik net door de onze naar binnen wilde lopen. Truus had mij namelijk geroepen dat het tien uur koffiemomentje aanstaande was.

Ik had het knulletje pas geleden voor het eerst ontmoet. Tijdens het verjaardagsfeestje van Agnes. Hij zat toen naast mij. Ik vond het een weinig inspirerend type. Niet erg snugger. Beetje een sukkel. Niet echt een tiep voor Agnes. Maar hij had ongetwijfeld kwaliteiten, anders was ze er vast niet aan begonnen.

‘Mogguh’, antwoordde ik. ‘Ik ben je naam kwijt, hoe was het ook alweer?’ 
‘Robert. Robert Vermeer.’
‘Familie van?’, vroeg ik doelend op de beroemde oude meester.
‘Wat bedoel je?’
‘Vermeer. De schilder!’ 
‘Nee, mijn ouders hadden geen schildersbedrijf. Ik ben van Vermeer, de bakker aan de dorpsstraat.’

Tja, ik bedoel maar.

Bart

maandag 24 maart 2025

Telefoontje

‘Je moeder heeft gebeld’, meldde ik tijdens de aanvang van ons tien uur koffie momentje. 
‘Wanneer?’
‘O, vorige maand ergens geloof ik. Of je haar terug wil bellen. Was haast bij.'

'Bart, even serieus, belde ze net?’
‘Ja, toen je aan het douchen was. Ik wilde je niet storen.’
‘Wat had ze dan?’
‘O, geen idee.’

‘Dat vraag je dan toch?’
‘Truus, als ik je moeder vraag wat er is, dan kan ik wel een blocnote vol schrijven.’

‘Klonk ze paniekerig?’
‘Je moeder klinkt altijd paniekerig.'

‘En waar is mijn telefoon?’
‘Waar je hem voor het laatst hebt gebruikt, Truus.'
'Waar dan?'
'Geen idee schat..'

'Belde Mama niet naar mijn telefoon,  dan?'
'Nee, naar de mijne.'
'Dat is raar. Ze belt altijd naar mij.'
'Waarom is dat raar?'
'Dat leg ik je net uit. Vind jij dat niet raar dan?'
'Nee, het lijkt me logisch, als je jouw telefoon niet kunt vinden.'

Bart


woensdag 19 maart 2025

Voetjes

Voetjes

‘Wat sta je te kijken?’, vroeg Truus. Ik stond midden in de kamer en keek naar mijn voeten.

‘O, niks bijzonders. Ik kijk naar mijn voeten.’
‘Is daar iets mee?’, vroeg ze.
‘Nee, ik verbaas me erover dat ze al ruim zeventig jaar zonder zeuren hun werk doen.’

‘Heb je vanochtend je pillen wel ingenomen, Bart?’

‘Kijk Truusje, ze kunnen linksaf, rechtsaf, rechtdoor…. Echt geweldige dingetjes.’
‘Redden ze het ook nog naar de keuken?’
‘Naar de keuken? Wat denk je zelf! Als het moet, lopen deze voeten de nijmeegse vierdaagse.’

‘Dat ga je niet redden.’
‘Hoezo niet?’
‘Daar ben je in jouw tempo ruim veertig jaar mee bezig. Ben je honderdentien.’
‘Deze voetjes hebben zelfs ook nog voor goud gedanst. Kun je nagaan!!’
‘Nou, inderdaad. Dankzij die geweldige voetjes van jou loop ik al jaren met platte tenen!’

Bart



maandag 3 maart 2025

Alaaf

Alaaf

‘Heb jij vannacht Agnes ook nog gehoord?’, vroeg ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Niet gehoord. Is ze weer thuis dan? Ze was toch carnaval vieren?’
‘Ja, in Toeterdonk of zoiets. Ik hoorde lawaai vanuit haar slaapkamer. En je moeder werd er ook onrustig van.’

‘Mijn moeder?’ 
‘Ja, in het fotolijstje aan de muur.’
‘Dan zal ze weer thuis zijn. Koekje?’ Ze hield de trommel voor mijn neus.

‘Volgens mij was ze niet alleen.’
‘Dan waren ze met zijn tweeën. Wat moet ik met die informatie, Bart. Het zijn toch haar zaken!’
‘Dat zal, maar ik wil er geen last van hebben.’
‘Man, hoezo last? Ik hoor nooit iets. Ik denk zelfs dat ze meer last van ons heeft dan andersom.’

‘Ik denk dat ze iemand in Toeterdonk aan de haak heeft geslagen. Zo’n carnavaller.’
‘Nou ja zeg, denk je nou werkelijk dat ze iemand uit Den Bosch hiermee naartoe neemt?’ 
‘Waarom niet, Truus. Hoe dan ook, het was er één uit de carnavalshoek.’

‘En hoe weet meneer dat?’, vroeg ze geïrriteerd.
‘Meneer weet dat omdat er van die typische carnavals geluiden door de muur dreunden.’
‘Hoe klonk dat dan?’
‘Nou, net op het moment dat het gebit van je moeder uit haar mond dreigde te rammelen, klonk er drie keer een luid alaaf gevolgd door een enorme zucht met daarna een diepe stilte.’

Bart

zondag 2 maart 2025

De appelmoes

‘Wat een toestand gisteravond, hè Bart?’, hoorde ik Karin Krul bij de Super vanachter de kassa in mijn richting roepen. Ik stond daar met een bloemkooltje in mijn mandje.
‘Nou, dat was wat!’, antwoordde ik. Geen idee waar het over ging.

‘Ik denk dat het nu definitief over is. Ik sprak net Annie van der Heuvel, die kwam trouwens ook een bloemkooltje halen, en die was dezelfde mening toegedaan.’

‘Mooi Karin. Bloemkolen zijn toch in de aanbieding?’
‘Joop van Annie heeft een hekel aan bloemkool’, ging ze onverstoorbaar verder. ‘Maar hij, Joop, moest maar eten wat de pot schaft. Het schijnt dat hij vroeger heel erg verwend is geweest’, zei op een vertrouwelijk toontje.

‘Door Annie?’, vroeg ik quasi belangstellend terwijl ik het kooltje uit het mandje haalde en op de band rolde. 
‘Nee, thuis. Hij kreeg er altijd appelmoes bij.’ 

‘Krijg jij er ook appelmoes bij?’, vroeg ze terwijl ze het kooltje in de kassa bliepte. 
‘Nee, ik word op een andere manier verwend’, mompelde ik. Vreselijk mens die Karin. 

‘Hoe dan ook: hij heeft zijn koffers gepakt en is kwaad vertrokken’, roddelde Karin verder. 

‘Over wie heb je het eigenlijk?’, vroeg ik.
‘Over Andries, het neukertje van Carla, van de Porsche. Vraag me niet waarom, Bart, maar ze hadden ruzie.’

‘Ze aten vast ook bloemkool’, veronderstelde ik.
‘Nou daar krijg je echt geen ruzie van!’, vond ze.
‘Echt wel, hij lust het natuurlijk alleen met appelmoes, en dat had ze waarschijnlijk niet in huis.’

Bart





Een boekenplank

Een boekenplank

‘Heb jij nog iets met Joop afgesproken?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Joop Heuvel? Nee, niks. Moest dat dan?’
‘Moest dat dan’, herhaalde Truus terwijl ik haar veelbetekenend met haar hoofd zag schudden. ‘Ja, dat moest.’

‘Hoezo dan? Ik kan me niks voor de geest halen.’
‘Nou, dat zou zo maar kunnen, want soms ben je zelf al een geest. Waar hebben we het gisteren nou over gehad?’
‘Nou, niet over geesten’, zei ik.
‘Bart, je zou Joop helpen met het ophangen van een boekenplank. Of ben je vergeten dat Annie hier gisteren was?’ 
Ze was echt pissig.

‘O, bedoel je dat! Een boekenplank. Nee, nog niet.’
‘En dat zou je doen!’
‘Ach ja joh, even geen tijd gehad.’
‘Geen tijd gehad? Je zit de hele dag die tablet van je te vingeren. Hoezo geen tijd?’
‘Truusje, ik regel zaken met mijn tablet. En dan is er meer één conclusie mogelijk: deze man is druk!’

‘Kom op Bart, loop er even naartoe!’
‘Ik snap niet waar Joop in hemelsnaam een boekenplank voor nodig heeft’, mopperde ik.
‘Ja, wat denk je? Waar zou je een boekenplank voor nodig hebben?’
‘Ja, voor boeken. Maar het enige boek wat hij heeft is het trouwboekje. En daar heb je een nachtkastje voor nodig. Géén boekenplank.’

Bart