Inkopen
‘Op de fiets?’, vroeg ik.
‘Nee, met de auto. We gaan zomerkleding kopen.’
‘En dat kan niet op een fiets?’
‘Hallo, jij pakt de auto nog als je naar het toilet moet’, riep ze ietwat geïrriteerd.
‘Met zomerkleding suggereer je luchtigheid. En dat past bij het huidige weer. Dus…’
‘Dus niks. We hebben beide kleding nodig en aangezien zowel jij als Joop van Annie een pesthekel hebben aan shoppen, gaan wij samen.’
‘En waarom niet met de auto van Annie?’
‘Die is te klein.’
‘Oké, dus daarmee suggereer je dat er veel gekocht gaat worden?’
‘Ach nee joh, grapje. Nee, hun auto loopt niet zo goed. Straks staan we onderweg…’
‘Ik vind het een non-reden.’
‘Dat mag’, zei ze lachend. ‘Maar ik neem hem toch mee.’
‘Nou ja, dan kan ik dus…’
‘O, wacht even. Jij had hem ook nodig. Nu valt het kwartje’, lachte ze.
‘Kijk, beter laat dan nooit.’
‘En voor wat voor een belangrijke onderneming had jij hem nodig?’, vroeg ze.
‘Ik moet straks heel nodig naar het toilet.’
Bart