‘Mijn mobiel doet niet wat hij zou moeten doen.’ Met die boodschap kwam Truus de kamer ingelopen. Ik zat net de krant te lezen en ontdekte vanuit de verte een drijvend lijk wat mijn kant opdreef.
‘Wat doet hij nu weer niet?’, vroeg ik met een diepe zucht.
‘Hoe bedoel je? “Nu”?’
‘Omdat je vaker een zogenaamd “probleem“ hebt wat dan weer geen “probleem” blijkt te zijn.’
‘Ik weet niet wat je allemaal bedoelt maar hij doet niks meer .’ Ze gooide hem voor mij op tafel.
‘Ja, zo gaat ie stuk’, mopperde ik terwijl ik, met alweer een zucht, afscheid nam van mijn rustmomentje-met-krant.
‘Hij is al stuk. Gek word ik van dat k-ding.’
‘Truusje, schatje, ik heb exact dezelfde en heb nooit een probleem.’
‘Wat gaan we daarmee suggeren?’, riep ze geïrriteerd.
‘Dat het meestal aan de piloot ligt.’
‘O ja, nou ligt het weer aan mij.’
‘Heb jij die zwarte viltstift nog in de keukenla?’, vroeg ik.
‘Zwarte viltstift? Ja, wat moet je daarmee?’
‘Pak nou maar’, adviseerde ik met enige drang in mijn stem. Nu zuchtte zij op haar beurt.
‘Mijn man gaat mijn mobiel repareren met een viltstift’, mopperde ze om hem even later op tafel te gooien.
Ik sloopte de dop eraf, draaide de mobiel en plaatste een forse zwarte streep op de achterkant.
‘Wat doe je nu?’, riep ze ontzet.
‘Ik los het probleem voor eens en altijd voor je op.’
‘Met zo’n vieze zwarte streep?’
‘Ja, dan weet je bij een volgend zogenaamd “mankement” dat je het over mijn mobiel hebt.’
Bart
