Alaaf
‘Niet gehoord. Is ze weer thuis dan? Ze was toch carnaval vieren?’
‘Ja, in Toeterdonk of zoiets. Ik hoorde lawaai vanuit haar slaapkamer. En je moeder werd er ook onrustig van.’
‘Mijn moeder?’
‘Ja, in het fotolijstje aan de muur.’
‘Dan zal ze weer thuis zijn. Koekje?’ Ze hield de trommel voor mijn neus.
‘Volgens mij was ze niet alleen.’
‘Dan waren ze met zijn tweeën. Wat moet ik met die informatie, Bart. Het zijn toch haar zaken!’
‘Dat zal, maar ik wil er geen last van hebben.’
‘Man, hoezo last? Ik hoor nooit iets. Ik denk zelfs dat ze meer last van ons heeft dan andersom.’
‘Ik denk dat ze iemand in Toeterdonk aan de haak heeft geslagen. Zo’n carnavaller.’
‘Nou ja zeg, denk je nou werkelijk dat ze iemand uit Den Bosch hiermee naartoe neemt?’
‘Waarom niet, Truus. Hoe dan ook, het was er één uit de carnavalshoek.’
‘En hoe weet meneer dat?’, vroeg ze geïrriteerd.
‘Meneer weet dat omdat er van die typische carnavals geluiden door de muur dreunden.’
‘Hoe klonk dat dan?’
‘Nou, net op het moment dat het gebit van je moeder uit haar mond dreigde te rammelen, klonk er drie keer een luid alaaf gevolgd door een enorme zucht met daarna een diepe stilte.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten