Totaal aantal pageviews

woensdag 25 februari 2026

Vive la France serie 2023-3

‘Meneer, uw neuswiel staat nog uitgedraaid', waarschuwde een buurman. Ik had de caravan net provisorisch op zijn plek gezet en genoot van een verdiende alcoholische verfrissing.
'Klopt', antwoordde ik. 
'Die kunt u beter hoogdraaien', adviseerde hij.
'Dat lijkt mij niet hoor.'
'Jawel, want zo staat er teveel druk op de dissel.'

'Wat kan er dan gebeuren?', vroeg Truus ongerust.
'Dan kan hij doorbuigen. En dan gaat de dissel stuk.'

'Hoor je dat Bart?'
'Ja hoor, ik heb het allemaal gehoord en u heeft gelijk. Het is niet goed.'
'Nou kom op dan. Voordat hij afbreekt.'
'Hij breekt niet zomaar af hoor. Hij kan wel wat hebben', riep ik zelfverzekerd.

'Heeft u er verstand van?', vroeg Truus.
'Gebruikersverstand', riep hij.
'O, u gebruikt ook?', vroeg ik wijzend op mijn biertje. Ik heb een aangeboren pesthekel aan dit soort bemoeials.
'Nee, verstand van caravans. Gebruikersverstand.'

'Kijk, mooi. En daarmee loopt u over de camping en adviseert u medegebruikers.'
'Ja, zoiets. Maar u moet het natuurlijk zelf weten, het is niet mijn caravan.'
'Klopt. Ik zou zeggen succes met uw adviesen.'
'Dank, maar Ik zou er echt wat aan doen hoor.'

'Wat een bemoeial', riep ik toen hij weg was.
'Maar je gaat wel dat neuswiel opdraaien, Bart!'
'Komt goed schat. Maar dan moet ik eerst de voorpoten uitdraaien. Anders ligt hij op zijn neus en moet ik die bemoeial alsnog om hulp vragen.'

Bart



Een paperclip

‘Ben je wat kwijt?’, vroeg Truus toen ze mij vanuit de kamer in de keukenla hoorde rammelen.
‘Ik zoek een paperclip.’
‘In de keukenla?’
‘Nee, in het naaimandje.’

‘Truus er lag hier een paperclip in de la. Daar heeft hij jaren gelegen en net nu ik hem nodig heb, is hij weg, foetsie, onvindbaar.’ 
Ik kon hier zo van balen.

‘Waar heb je hem voor nodig?’
‘Is niet interessant, Truus. Waar is hij gebleven.’
‘Is dat zo’n gebogen ijzeren dingetje?’
‘Ja.’
‘En hij lag los in de la?’
‘Ja.’
‘Oké.’

‘Trouwens even wat anders’, hoorde ik haar van onderwerp veranderen. Het klonk verdacht.
‘Weet je nog die rok van Mama. Die jij zo leuk vond?’
‘Hoezo leuk?’
‘Nou ja, dat zei je toen ze hem indertijd kwam showen.’
‘Truus, dat ding was net een aardappelzak. Hoezo vond ik hem leuk?’
‘Nou ja, hoe dan ook, ze was hier van de week omdat ze hem niet meer open kreeg. Het lipje van de rits was kapot.’

‘Oké, jammer van die zak, maar waar is mijn paperclip gebleven?!’ Ik baalde als een stekker.
‘Dat paperding kun je heel handig buigen en dan…’

‘Wacht even Truus. Loopt je moeder nu met mijn paperclip?’ Het moest toch niet gekker worden!

‘Ja, ze wilde de rok niet wegdoen.’
‘Niet wegdoen?’
‘Nee, dat vond ze sneu voor jou.’

Bart