‘Logeétje, hij is van onze zoon. Hij is mooi hè?’
‘Hij is prachtig. Een golden retriever, toch?’, stelde ze vast.
‘Ja, klopt.’
‘Hij is lief, of niet eh…’
‘Cooper. Hij heet Cooper en stamt uit een adellijke nest.’
‘Goh Bart, dat trekt jouw niveau toch flink op’, lachte ze.
‘Cooper, af!’ Hij ging liggen.
‘En hij luistert ook goed zeg.’
‘Klopt, hij is op cursus geweest mevrouw Boerstoel.’
‘Dat kun je meteen zien. Echt leuk!’
‘En hoe lang blijft hij?’
‘Paar daagjes. Cooper zit!’
De hond reageerde meteen en ging naast me zitten met zijn ogen op mij gericht.’
‘Geweldig zeg. Wat een kanjer!’
‘Inderdaad, maar ik moet snel verder, ik moet straks weer naar cursus.’
‘Moet hij nog meer leren dan?’
‘Nee, niet met Cooper maar met Truus. En dat wordt nog wel even een dingetje.’
Bart
