Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Boek9P. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek9P. Alle posts tonen

zondag 30 augustus 2026

tuinmeubels

‘Ik hoorde vanmorgen van Ans dat Henny en Sjon overwegen om hun tuinmeubels te verkopen. Misschien iets voor ons?’, vroeg Truus.
Ik kon het niet helemaal plaatsen en zei het.
‘Ik kan je verhaal niet snappen. Ik sta blijkbaar nog niet goed aan. Wie zijn Ans, Jenny en wie is Sjon?’, vroeg ik.
‘Ook goedemorgen. Ans woont begin van de straat. Ze rijdt op zo’n elektrische scooter. En die Henny en Sjon zijn dat stel van de feestjes. Waar jij vanwege de herrie om klaagt.’

‘Oké, en die Ans verkoopt tuinmeubels?’
‘Nee, Henny en Sjon. Ans vertelde het mij. Vandaar.’
‘En hoe weet die Ans dat dan?’
‘Van Henny.’
‘En wat was de rol van Sjon? Die komt ook in je verhaal voor.’
‘Sjon is de man van Henny. Dat leg ik net uit, Bart. Gaat beetje moeizaam vandaag, hè?’

‘Maar wat is nu de bedoeling?’, wilde ik weten.
‘Volgens Ans is het een mooi setje. Zo goed als nieuw.’
‘En waarom koopt Ans die dan zelf niet?’
‘Omdat ze al een oogje op een andere set heeft.’
‘Welke dan? Ook hier in de buurt?’
‘Ja, klopt. Ook in de buurt.’

‘En waarom kopen wij die dan niet? Die Ans op het oog heeft’, wilde ik weten.
‘Omdat we er niks mee opschieten.’
‘Hoe weet jij dat dan? Zei die Henny dat?’
‘Nee, ikzelf.’
‘En mag ik daar ook wat van vinden?’, vroeg ik.
‘Jazeker mag dat. Kijk maar in de tuin.’

Bart

zaterdag 29 augustus 2026

Nieuwe bewoner

‘De woning naast Karin Krul is nu eindelijk bewoond’, vertelde Truus toen ze na een rondje boodschappen de keuken binnenkwam. Ik was net bezig met het op en neer halen van een zakje theeblaadjes in een kopje water.

‘Hebben ze eindelijk iemand aangewezen?’, vroeg ik. 
‘Aangewezen?’
‘Ja, daar gaat niemand vrijwillig naast wonen.’

‘Ik hoorde anders dat ze inmiddels de deur bij elkaar platlopen.’
‘Mooi, dan heb ik er ook geen last van.’

‘Hoe heet ze trouwens?’
‘Roos Gerritsen en ze komt uit Arnhem.’
‘Getrouwd?’
‘Nee, niet meer. Gescheiden.’
‘En hoe oud?’
‘Zesenvijftig.’
‘Werkt ze nog?’
‘Ja, ook bij de Super.’
‘Toevallig ook een hond?’
‘Ja, een boxer.’
‘Kijk, dan heb ik ze al ontmoet’, zei ik. 
‘Jij?’
‘Ja, ik liep gisteren namelijk een gescheiden zesenvijftig jarige Arnhemse vrouw met boxer bij de Super tegen het lijf.’

Bart

dinsdag 16 juni 2026

De verkering

‘Onze kleindochter heeft de verkering uit’, vertrouwde Truus mij toe. 
‘Had ze dat dan?’, vroeg ik ietwat verbaasd. 
‘Ja, een knulletje van school. Ach, je weet wel hoe dat gaat.’

‘Hoe gaat dat dan?’, wilde ik weten.
‘Net zoals wij vroeger. Of had jij toen nog niks. Ach nee, dat zal ook niet. Jij was toen nog wat speels’, lachte ze.

‘Van wie heb je die wijsheid?’ Ik voelde me een beetje gekleineerd.
‘Je moeder. Jij speelde nog cowboytje en boef in het speelhuis tegenover jullie.’

‘Klaar?’, vroeg ik. 

‘Hoezo? Het was toch zo?’
‘Het was niet zo. Ik had vanaf mijn tiende al een vriendin. Roosje. Mooi dingetje wat naast mij in de klas zat.’

‘Roosje? Heette ze zo?’
‘Nog steeds hoor. En ze is nog lang niet verlept. Prachtige vrouw geworden.’ Ik stak mijn tong uit.
‘Goh, Bart. Op je tiende.’ 

‘Dus onze kleindochter heeft het uit’, borduurde ik door. ‘En was ze emo?’ 
‘Ach nee, ze heeft een kort briefje geschreven dat het “uit” is. Heel efficiënt.’

‘Kijk, precies haar Opa.’ Ik zag herkenning.
‘O, was jij ook zo? Uitmaken met een briefje?’
‘Jazeker, dat werkt het beste.’
‘En geen gesprekje?’
‘Ja, daar begon ik dan mee.’

‘En dan toch nog een briefje?’
‘Ja, om achterafgezeur te voorkomen moet je zoiets altijd schriftelijk bevestigen.’

Bart


vrijdag 5 juni 2026

Kletspraat

Ik moest van mijzelf een potje pindakaas halen bij de Super. Dus…  Ik pakte de fiets, fietste er heen, liep de winkel binnen, graaide het benodigde uit het schap en snelde naar de kassa. 
En dan blijkt Karin Krul, buurtroddelaarster, achter de knoppen te zitten. Ik keek naar het potje en besloot toch maar door de zure kassaappel heen te bijten.

‘Morgen Bart, zo vroeg al op pad gestuurd?’
‘Nee, niet gestuurd, ik ben hier op eigen initiatief.’ 
Pffft, altijd dat gezeur.
‘Ben jij vanochtend ook gewekt door dat kabaal van die scholekster?’, vroeg ze zomaar vanuit het niets.

‘Scholekster? Nee, door Truus. Maar dat maakt wat herrie betreft niet veel uit.’ Ik schoof ongeduldig het potje over de band.
‘Weet je wat mij opvalt, Bart? Dat de scholekster elk jaar vroeger terugkomt. Volgens mijn man komt dat door het weer.’

Heb ik weer. Geleuter over de één of andere klotevogel. 

‘Jaja, het weer. Kan ik pinnen?’
‘Zouden ze dat aanvoelen of zo?’, kwebbelde ze door.
‘Wat aanvoelen?’
‘Dat het hier een zachte winter is.’
‘Heeft niks met aanvoelen te maken’, zei ik.
‘Niet? Hoe weten ze het dan?’
‘Ze beschikken tegenwoordig allemaal over internet en sturen elkaar een Appje.’

Vóórdat ze kon reageren pinde ik af en snelde opgelucht de winkel uit.

Bart

zaterdag 7 maart 2026

Sokken

‘Er zit een gaatje in je sok’, merkte Truus op.
‘Is maar klein’, stelde ik vast.
‘Het is wel een gat. Dat kan zo niet.’

‘Ik zou niet weten waarom niet.’
‘Omdat het armoedig staat.’
‘Schat negenennegentig procent van mijn voet is nog afgedekt. Bovendien vertoeft mijn voet óf in een schoen óf in een pantoffel.’
‘We gaan niet met een gat lopen. Je trek hem uit.’ Ze klonk heel streng.

‘En als ik weiger?’, riep ik balorig.
‘Dan heb je straf.’
‘Straf?’
‘Bart, zwam niet. Trek die sok uit en gooi hem weg.’

‘Wat doe ik dan met die andere sok?’
‘Ook weggooien. Of wil je ze inlijsten?’
‘De rechtersok is nog goed. Die bewaar ik.’
‘Hoezo bewaren? Voor later of zo?’
‘Nee, maar mocht er ooit een rechtersok sneuvelen, dan heb ik er nog één.’

Ik hoorde haar zuchten.

‘Wat zucht je nou?’
‘Ik krijg een punthoofd van jou.’
‘Hm, wees maar blij met een punt. Als je er een gaatje in zou krijgen weet ik inmiddels hoe het afloopt.’

Bart

zondag 2 maart 2025

De appelmoes

‘Wat een toestand gisteravond, hè Bart?’, hoorde ik Karin Krul bij de Super vanachter de kassa in mijn richting roepen. Ik stond daar met een bloemkooltje in mijn mandje.
‘Nou, dat was wat!’, antwoordde ik. Geen idee waar het over ging.

‘Ik denk dat het nu definitief over is. Ik sprak net Annie van der Heuvel, die kwam trouwens ook een bloemkooltje halen, en die was dezelfde mening toegedaan.’

‘Mooi Karin. Bloemkolen zijn toch in de aanbieding?’
‘Joop van Annie heeft een hekel aan bloemkool’, ging ze onverstoorbaar verder. ‘Maar hij, Joop, moest maar eten wat de pot schaft. Het schijnt dat hij vroeger heel erg verwend is geweest’, zei op een vertrouwelijk toontje.

‘Door Annie?’, vroeg ik quasi belangstellend terwijl ik het kooltje uit het mandje haalde en op de band rolde. 
‘Nee, thuis. Hij kreeg er altijd appelmoes bij.’ 

‘Krijg jij er ook appelmoes bij?’, vroeg ze terwijl ze het kooltje in de kassa bliepte. 
‘Nee, ik word op een andere manier verwend’, mompelde ik. Vreselijk mens die Karin. 

‘Hoe dan ook: hij heeft zijn koffers gepakt en is kwaad vertrokken’, roddelde Karin verder. 

‘Over wie heb je het eigenlijk?’, vroeg ik.
‘Over Andries, het neukertje van Carla, van de Porsche. Vraag me niet waarom, Bart, maar ze hadden ruzie.’

‘Ze aten vast ook bloemkool’, veronderstelde ik.
‘Nou daar krijg je echt geen ruzie van!’, vond ze.
‘Echt wel, hij lust het natuurlijk alleen met appelmoes, en dat had ze waarschijnlijk niet in huis.’

Bart





maandag 25 november 2024

5 December

5 December

‘Hé Bart, mag ik jou wat vragen?’, vroeg mevrouw Boerstoel die ik bij de Super tegen het lijf liep. ‘Ik wilde eigenlijk even bij jullie aanbellen maar nu ik je tegenkom kan het natuurlijk ook nu.’
‘Brandt los, Ruth’, nodigde ik haar uit terwijl ik op mijn horloge keek. 
‘Heb je haast?’, vroeg ze. ‘Dan laat maar hoor.’
‘Nee hoor, maar het is half tien en Karin Krul zit vanaf tien uur achter de kassa.’
‘Ahhh, ik snap hem al.’ Ze gaf een knipoog.

‘Maar stel je vraag’, nodigde ik haar uit.
‘We zitten met een probleempje, Bart. Onze kleinkinderen komen op 5 december sinterklaas vieren en we hadden daarvoor de Sint uitgenodigd. Maar die belde af. Zijn vrouw ken je wel. Dat is Roos van de straat hierachter. Ze is hoogzwanger en kan elk moment bevallen.’

‘Weet de Paus daarvan?’, lachte ik.
‘Geen idee, maar we zitten nu zonder. En we kunnen niet zo snel een ander krijgen.’
‘En nu wil je vragen of ik voor Sint wil spelen?’
‘Nou nee, dat lijkt me geen optie. Jij bent niet bepaald de persoon die wij als Sint voor ons zien.’
‘O? Ik heb anders jarenlang voor Sint gespeeld. Zelfs op scholen.’
‘Klopt, onze zoon heeft jou meegemaakt. Hij heeft het er nóg over. Vandaar.’

‘Maar wat is nu concreet de vraag?’, vroeg ik.
‘Tja, wil jij als de vliezen breken, de zwangere een lift naar het ziekenhuis geven? Dan kan de Sint gewoon komen.’

Bart

maandag 28 oktober 2024

IJskoud

IJskoud

Ik moest van Truus een brood halen en was in de winkel getuige van een geanimeerd gesprekje tussen een klant en de verkoopster…

‘Nee, een witte kerst zit er zeker niet in’, hoorde ik haar met overtuiging vertellen.  Het woord “zeker” rolde daarbij met nadruk uit haar mond.

‘Jammer, ik verlang er echt naar’, antwoordde het meisje van het brood. 
‘Ja, vroeger waren de winters héél anders. Wekenlang vorst en sneeuw. We hadden thuis de ijspegels aan de dekens hangen.’
‘Ohhh, heerlijk’, bepte het wicht.

In gedachten zag ik de vrouw in bed liggen. Borstrok opgetrokken tot onder de kin, dikke dubbel gestikte onderbroek en gebreide geitenharen sokken. Ze brak een ijspegel van haar deken en likte hem op.

‘Wanneer was dat dan?’, vroeg het meisje.
‘O, ik denk jaren vijftig. toen had je nog van die winters.’

Het meisje keek haar met glanzende ogen aan.
‘Mijn vriendje wil volgende winter met mij naar de Noordpool. Naar Lapland. En ik denk dat hij mij dan ten huwelijk vraagt.’

‘Oh, wat romantisch! In de sneeuw en dan samen in een slee, eland ervoor, rood dekentje over de benen…’
‘Ja, zoiets. Kan haast niet wachten’, giechelde ze.

‘Mijn Simon heeft mij indertijd ook in de sneeuw ten huwelijk gevraagd. Ook heel romantisch. Helaas is het niks geworden. Zijn na vijfentwintig jaar huwelijk gescheiden.’

‘Nou, ik hoop niet dat het ons gaat overkomen. Lijkt me vreselijk’, antwoordde ze.

In gedachten kwam wederom het bedtafereeltje voorbij. Nu met Simon naast haar in de ijskoude slaapkamer. Ze likten samen aan de ijspegel. 

Bart

woensdag 25 september 2024

griepje (1)

Griepje

'Ik ben niet helemaal fit', meldde ik toen ik beneden de huiskamer binnenliep.
'O, en wat heb je nu weer?', vroeg Truus.
'Wat heb je nu weer? Ik heb griep. Ach wat vervelend voor je Bart. Ben je er erg ziek van?', mopperde ik.
'Ach ja, dan komt er vandaag ook weer niks van de tuin', riep ze teleurgesteld.

'De tuin? Ik weet nergens van.'
'Man, hebben we het gisteren nog over gehad. Je zou gras maaien, schoffelen, heg knippen...'
'Goh, ja. Vervelend. Dat wordt dan niks. Maar volgende week, als ik weer beter ben, dan kan dat alsnog, toch?'

'Heb je koorts? Laat eens voelen?' Ze legde haar hand op mijn voorhoofd.
'Van handoplegging word ik niet beter hoor!'
'Zwam niet. Je hebt geen koorts, je bent niet verkouden. Wat voel je dan?'
'Beetje slapjes op de benen, hoofdpijn. Gewoon niet fit.'

'Oké, hier heb je twee molletjes, neem je een beetje water, knap je zo weer op.' Ze legde de mollen voor mij op het aanrecht.
'Dan gaat het wel erg geforceerd', vond ik.
'Wat bedoel je met "geforceerd"?'
'Nou ja, mijn moeder zei altijd dat je rustig uit moet zieken.'
'Dat zal, maar je moeder had geen tuin, hoefde het gras niet te maaien, niet te schoffelen of een heg te knippen.'

Bart

woensdag 7 augustus 2024

Een hond

Een hond.

'Onze blonde hittepetit liep net ook weer voorbij', riep ik terwijl ik mijn handen waste.

'Wie is "hittepetit", reageerde Truus vanuit de kamer.
'Wie denk je?'
'Ik denk nu even niet. Ik heb pauze en zit aan de koffie.'

'Het begint met CAR en eindigd op LA', riep ik.
'Wat moet ze?'
'Ze loopt met een hond.'
'Een hond?'
'Ja, een hond.'

'Wat voor hond?'
'De Porsche onder de honden. Acht letters.'
'Hazewind?'
'Nee, een Labrador.'
'O, ze komt weer terug. Goh, wat ziet ze er weer poepig uit.'

'Hoezo poepig?'
'Kort rokje, zwarte netkousen en hoge hakken.'
'Heeft ze de hond nog bij zich?'
'Ja, maar hij neemt nu ook pauze. Hij is op zijn rug gaan liggen. Ik denk voor een inspectie.'

'Inspectie?'
'Ja, of er een ladder in haar kousen hangt. Hij heeft trouwens ook een dekje om. Staat zelfs een tekstje op.'

'Tekstje?'
'Ja, "niet aaien. BG Hond".'
'BG Hond?'
'Ja, Blonde Geleide Hond.'

Bart

vrijdag 10 mei 2024

Een luchtje

Een luchtje

'Dag mevrouw, even een vraagje: kunt u mij helpen?' Ik stond bij de toonbank van een drogistachtige winkel.
'Jazeker kan ik u helpen', antwoordde ze vriendelijk. 'Zegt u het maar.'
'Ik wil voor mijn schoonmoeder een lekker luchtje aanschaffen, maar het spul staat achter slot en grendel. Bovendien heb ik er geen verstand van. Dus...'
Ze glimlachte. 
'Ja, het moet achter slot want er wordt veel gestolen. Enig idee wat u zoekt?'
'Nou, ik gaf mijn eigen moeder met Moederdag altijd een flesje 4711 en daar was ze ontzettend blij mee.'
'Is het voor een speciale gelegenheid?', informeerde ze. 
'Nou nee, niet bepaald. Het gaat om de geur.'
'De geur', herhaalde ze. 'Eh... Iets van parfum?'
'Kan, wat heeft u in huis?'
Ze opende een vitrine, graaide iets van een minuscuul flesje en een strookje papier. Ze spoot er iets op en hield het mij voor. Ik rook. 
'Ruikt prima. Dat gaat wel werken. Kost het?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Tachtig euro vijftig', antwoordde ze.
'Pardon?', riep ik geschrokken.
'Tja, we hebben ook een ander soort.'
'Dat zal best. Wat kost die?'
'Vanaf veertig Euro. Dat is dan geen parfum.'
'Wat is het dan?'
'Eau de toilet', zei ze.
'Water voor in het toilet? Nee, dank u. Doe dan toch maar een flesje 4711.'

Bart

zaterdag 4 mei 2024

Mopperen

‘Morgen Bart, hoe gaat ie?’, vroeg Joop van der Heuvel. Hij liep met een boodschappentas over de weg. Ik stond net even te leunen op de bezemsteel.

‘Hoor je mij mopperen, Joop?’, vroeg ik.
‘Nee, nog niet. Hoezo?’
‘Nou gewoon. Omdat ik niet mag mopperen.’
‘Die snap ik niet’, antwoordde hij.

‘Ja, jij vraagt hoe het met mij gaat. En dan antwoord ik met de opmerking dat ik niet mag mopperen.’
‘Van wie niet?’
‘Van de burgemeester niet. Pffft Joop!’
‘Wat heeft die met jou te maken?’, vroeg hij.
‘Wie bedoel je?’
‘De burgemeester.’
‘Niks. Het ging helemaal niet over de burgemeester. Het ging over mij.’

‘Je bent altijd zo’n verwarrend tiep, Bart.’
‘Ben ik mij niet van bewust.’
‘Je probeert altijd een ander op het verkeerde been te zetten. Het is net of je dat expres doet.’
‘Wie zegt dat?, vroeg ik.
‘Mijn Annie vindt dat ook.’

‘Oké Joop. Nog iets voor de rondvraag?’, lachte ik.
‘Nee, ik niet. Jij?’, vroeg hij.
‘Ja, even vanuit gemeende belangstelling. Hoe gaat het met jou?’
Hij keek mij verbaasd aan.
‘Prima Bart, ik mag niet mopperen.’

Bart


maandag 29 april 2024

Tijd

Tijd

'Heb jij even tijd?', vroeg Truus.
'Dat ligt eraan', zei ik. 
'Waar moet dat aan liggen?'
'Aan datgene waar tijd voor moet worden vrijgemaakt.'

'Zwam niet, Bart.'
'Hallo, mijn agenda is overvol', klaagde ik. Ik vond dat ik daar recht op had.

'De mijne ook.'

'Ik snap hem al', lachte ik. 'Je wilt iets van jouw agenda naar de mijne verschuiven.'
'Nee, ik vroeg of je even tijd hebt.'
'Dat bedoel ik dus, Truus. Bij dat soort vragen vrees ik het ergste.'

''Wat doe je toch moeilijk vanmorgen.'
'Ach ja, ben net wakker en dan gaat het alweer over mijn agenda.' Ik slaakte een diepe zucht.

'Man je zit al een uur op je tablet te staren. Hoezo "net wakker"?'
'Truus ik heb gewoon een momentje voor mijzelf nodig.'
'Jij altijd met je momentjes...'

'Wil je trouwens ook koffie?', vroeg ik. Ik heb namelijk bij dit soort gesprekjes altijd een enorme behoefte aan koffie.
'Ja, lekker Bart. Dubbele espresso met een drupje water.'

'Oké, nu heb ik even tijd', zei ik toen we aan de koffie zaten. Wat was er zo belangrijk dat ik mijn agenda op de kop moest zetten?'

Als antwoord bracht ze lachend haar kopje naar haar mond.
'Klus heb je al geklaard en hij smaakt heerlijk.'

Blijkbaar ben ik voorspelbaar.

Bart


zaterdag 27 april 2024

Een vraagje

Een vraagje

‘Verkoopt u batterijen?’, vroeg ik aan de dame die gelet op haar blauwe outfitje iets met de Appie te maken kon hebben.

‘Ik heb geen idee meneer. Maar ik neem aan van wel. Misschien ergens bij het vak overig? Lijkt mij logisch.’ Ze glimlachte. 

Ik keek en ontdekte geen gemaakte glimlach zoals je wel eens op TV ziet. Valt me vaak op bij het vrouwelijk contingent nieuwslezers. Dat er achter de camera een bord omhoog wordt gehouden met daarop de opdracht  “GLIMLACH”.

Nee, deze medewerker had zo’n bord niet nodig. Ze vertoonde een puur natuurlijke lach. Heerlijk om te zien. Wat mij betreft mocht ze zó voor de camera plaatsnemen en het wereldnieuws voorlezen. Het bordje kon dan bij de vuilnis.

‘Overig’, herhaalde ik terwijl ik een voorhoofdrimpel inzette om een nadenk-indruk te wekken. Rimpels doen het vaak goed.

‘Ik zie u denken’, lachte ze.
Bingo! Ze snapte het.

‘Weet u niet waar u de “overig” kunt vinden?’, vroeg ze vriendelijk inclusief de glimlach. 
‘Nee, geen idee. Maar u weet dat ongetwijfeld wel.’

‘Hm, ik weet hier ook niet alles te vinden’, vertrouwde ze me zachtjes toe.
‘Niet?’, vroeg ik terwijl ik op mijn horloge keek.
‘Nee hoor, eerlijk gezegd weet ik het echt niet.’

‘Oké, kunt u het niet aan een collega vragen?’, vroeg ik.
‘Dat kan, maar dat gaat wel even duren en of zij dat weet…?’ Glimlach.

Ik zuchtte. Zij hoorde hem.
‘Ja, kan er weinig aan doen. Wij werken namelijk aan de overkant. In de kapsalon.’

Bart




vrijdag 19 april 2024

Een Tikkie

Een Tikkie

‘Bart wil jij straks even een tikkie naar Annie van der Heuvel sturen? Vijftien euro veertig.’
‘Een tikkie naar Annie? Hoezo?’
‘Ik stond met haar bij de kassa van de Appie en toen bleek ze haar portemonnee te zijn vergeten.’

‘En toen heb jij haar boodschappen betaald? Kon het niet op de lat? Of had ze die ook niet bij zich?’

‘Joh, doe even niet zo moeilijk. Gewoon een tikkie. Je hebt haar nummer toch?’
‘Nummer?’
‘Ja, haar Whatsapp.’

Ik vond dat ik moest zuchten.

‘Wat loop je nou te zuchten?’, vroeg ze.
‘Ach ja, dat mens heeft altijd wat bijzonders. Zal mij benieuwen of ze direct betaald.’
‘Doe nu maar meteen, anders klaag je straks weer dat je kasboek niet klopt.’
‘Vijftien euro veertig?’, vroeg ik voor de zekerheid.
‘Ja. Annie, Annie van der Heuvel. Boodschappen Appie.’

Ik voerde de opdracht zonder verder commentaar uit.’

‘De voordeurbel, doe even open!’, gilde Truus vanaf de bovenverdieping.’ 
Ook deze opdracht voerde ik uit. 
‘Het is Annie, ze heeft het natuurlijk weer niet begrepen’, riep ik naar boven. Ik opende de voordeur.

‘Annie!’
‘Dag Bart. Truus thuis?’
‘Gaat het soms over dat Tikkie wat ik vanmorgen heb gestuurd en wat je nog niet hebt geaccepteerd?’, informeerde ik.
‘Ja, inderdaad. Heb jij dat verstuurd?’
‘Ja, hoezo?’

‘Dacht je soms dat je mij via een Tikkie een poot uit kon draaien of zo?’
‘Een poot uitdraaien?’ Mijn mond viel open.
‘Ik heb je gewoon een Tikkie gestuurd voor de boodschappen.’

‘Ja inderdaad. Voor honderd vijftien euro veertig. Dat is geen Tikkie meer, maar een enorme dreun!’

Bart




woensdag 3 april 2024

Een helm

‘Ik zag mevrouw Boerstoel net op haar elektrische fiets echt voorbij schéuren’, meldde ik Truus toen ik van buiten de keuken binnen liep.

‘Zou maar zo kunnen, die rijdt altijd hard. Daar komen nog een keer ongelukken van’, vond ze.
‘Ik snap niet waarom dat zo hard moet, ze werd door niemand achterna gezeten.’
‘Mevrouw Boerstoel is nu eenmaal een dametje met pit, Bart.’

Toen ik kort daarna naar buiten ging om nog een laatste vierkante metertje stoep te vegen, zag ik ze vanuit de verte weer aan komen spurten. Ik besloot haar aan te houden. 

‘Morgen meneer Bart’, riep ze. ‘Waarom vlagt u mij af?’
‘Morgen mevrouw Boerstoel. Ik vroeg mij af waarom u zo hard rijdt. Dat is best risicovol.’
‘Voor wie?’, vroeg ze.
‘Voor mij als bewoner en voor u als fietser.’

‘Dat valt wel mee toch?’
‘Nee, dat valt niet mee. U wilt niet weten hoeveel ongelukken er met elektrische fietsen gebeuren. En dan draagt u ook nog geen helm.’

‘O, maar ik heb wel een helm hoor. Die hangt thuis aan de kapstok.’
‘O, gelukkig. Dat maakt het een stuk veiliger’, lachte ik.

‘Hoezo veiliger?’, vroeg ze.
‘Omdat er de laatste tijd veel kapstokken van de muur vallen.’

Bart


woensdag 20 maart 2024

Een bemoeial

Een bemoeial

‘Is deze plek nog vrij?’, vroeg ze terwijl ze naar een onbezette plek naast mij op het bankje in de hoofdstraat wees.

‘Ik denk het wel, mevrouw’, antwoordde ik terwijl ik een aan mij door Truus in bewaring gegeven tas op schoot trok.

‘Ook inkopen aan het doen?’, vroeg ze vriendelijk. Ik had het meteen in de gaten: deze dame moest je niet veel wijzer maken dan ze was. En dat was niet zo heel erg veel.

‘Nee, ik zit hier gewoon. Hoezo?’
‘Omdat u een damestas vasthoudt.’
Ik keek wat ongeïnteresseerd naar de tas.
‘O, die.’

‘Is uw echtgenote bij de HEMA?’
‘Hoezo echtgenote?’
‘Uw ring, u bent getrouwd, toch?’
Ik slaakte een diepe zucht.

‘Ja, wachten duurt lang hè’, lachte ze. ‘Dat krijg je als je met vrouwen de stad ingaat.’
‘Mijn man staat bij de HEMA in de rij voor een broodje worst. Die zijn heerlijk. Klieder mosterd erop en smullen maar!’

Ik moest er op dit tijdstip niet aan denken.

‘O, kijk, daar komt uw vrouw aan. Tenminste, dat is toch uw vrouw? Met die bruine jas?’
Ik keek en herkende haar niet als degene die ooit “ja” tegen mij zei. 
‘Ach, ze heeft een saucijzenbroodje voor u gekocht’, nepte ze verder.

De dame in de bruine jas naderde nu het tafereeltje.

‘De liefde van de man gaat altijd door de maag. U bent vast een gelukkig mens’, lachte mijn buurvrouw.

‘Ik weet niet wat u bedoelt of waar u zich mee bemoeit. Maar voor uw informatie: de liefde van mijn vent gaat overal doorheen, maar zeker niet door zijn maag.’

Ze nam een hap, liep ons voorbij en verdween ergens in de menigte…

Bart




donderdag 29 februari 2024

Griepje(3)

Een griepje(3)

'Morgen buurman Bart. Hé, geen boodschappen?', vroeg de caissière zich af toen ze eerst naar de lege band keek en vervolgens mij aanstaarde.
'Nee, die heb ik van de week al gedaan. Weet jij nog wat dat was, Karin?', vroeg ik met een zware dreigstem. 

'Nee? Hoezo? Ben je het vergeten? Kan trouwens door corona komen. Mijn moeder had dat ook. Ze vroeg toen of ik wist waar mijn vader was. Man ligt al jaren op het kerkhof. Maar weet je Bart, het is echt vervelend, vooral voor de familie. Wist Truus het ook niet meer? Of heeft die ook corona? Ja, het heerst enorm. Heb je trouwens geen bonnetje meer? Dan kan je het zien. O nee, je hebt gepind natuurlijk. Misschien heb je het pinbonnetje nog? Ik had het er onlangs nog met Christien over. Dat is die vrouw met dat kleine hondje van het begin van de straat. Zij vergeet ook alles. Maar zij schrijft tegenwoordig alles op. Ze heeft een hele lijst in het keukenkasje hangen. Ik zag dat toen ze op vakantie was en ik op de plantjes mocht passen.'

Ze boog zich nu iets in mijn richting waarna de waterval verder klaterde.

'Ze heeft zelfs opgeschreven wanneer ze seks heeft gehad. Sta je verbaasd te kijken zeg. En dat op die leeftijd. Ik moet er niet aan denken Bart. Jij? Twee keer per week! En dan ben je eind zestig. Man, er zijn toch ook nog andere leuke dingen? Ik had het er vorige week nog met Annie over. Annie van der Heuvel. Die begreep het ook niet. Maar goed, dat ligt vast aan ons.' 

Er schoven nu boodschappen over de band richting haar afwerkplek. 

'O, kijk, klanten. Helaas heb ik je niet kunnen helpen met je vraag, Bart. Maar, zoals ik al zei kun je het beste een lijstje maken. O, trouwens, als jullie dat weekje Griekenland gaan doen, wil ik de plantjes wel water geven hoor. Ik overleg wel met Truus. Lijkt me echt leuk.'

Huilend verliet ik de winkel.
Bart




Griepje (2)

Griepje(2)

'Morgen Bart.' Annie van der Heuvel kwam mij tegemoet. Ik liep net een rondje wijk om weer wat aan te sterken na mijn griepje.
'Momentje, dan loop ik eerst met een boogje om je heen.' Ze glimlachte naar me tijdens het nemen van het "boogje".

'Wat is er aan de hand?', vroeg ik verbaasd.
'Haha, niks hoor. Ik ben alleen voorzichtig. Ik ben weliswaar ingeënt maar onze Trees was ook ingeënt en heeft het toch opgelopen.'
'Wat opgelopen, chlamydia? Zeker op een vieze WC bril gezeten. Wat bedoel je Annie?'
'Ik weet niet wat gladdemidia is, maar ze heeft toen wel Corona opgelopen.'

'En wat heeft dat met mij te maken?', vroeg ik nieuwsgrierig.
'Nou ja, Karin Krul vertelde gisteren dat jij vorige week een tweetal coronatesten hebt gekocht. Zij zat toen aan de kassa van de super.'
'Wacht even, gaat mijn medicijnaankoop bij jou thuis over de keukentafel?', vroeg ik nijdig.
'Nee hoor, niet bij ons. Ik moest even bij Jenny Boerstoel een geleend kopje suiker terugbrengen en toen zat Karin daar.'

'Trouwens, ben je weer wat opgeknapt?'
'Het gaat weer uitstekend Annie.' 

'Weet jij trouwens of die van Krul vandaag weer achter het orgel zit?'
'Dat denk ik wel. Het is maandag. Dan werkt ze.'
'Dat komt dan goed uit. Dankjewel Annie, en nog een fijne dag gewenst.'

'Wat moet je met Karin?', vroeg ze ietwat ongerust.
'O, niks bijzonders. Ik ga haar iets uitleggen.'
'Dat klinkt gevaarlijk', vond ze. 
'O nee hoor, helemaal niet gevaarlijk. Voordat ik met de uitleg begin, prop ik namelijk eerst een mondkapje overdwars in haar mond.'

Bart



Slakkenjacht

Slakkenjacht

'Wij hebben last van slakken', meldde Truus toen ze vanuit de tuin binnenliep.
'We?', vroeg ik met een zucht. Ik zag weer een klus aankomen.
'Ja, "we". Of je moet nu spontaan roepen dat je een hekel aan de tuin hebt.'
'En wat dan?', vroeg ik.
'Dan krijg je een gebiedsverbod', lachte ze.

'Wat is nu precies het probleem?', wilde ik weten.
'Dat ze me de planten opvreten. Kijk maar eens goed!', riep ze.
'Wat is "goed kijken"?' 
'Je ogen openen, op de knieën gaan liggen en naar de planten kijken.'
'En dan zie ik ze voorbij rennen?'

'Ik hoorde van Annie van der Heuvel dat je het beste een schoteltje bier tussen de planten kunt zetten. Daar komen ze op af.'
'Wacht even Truus: mijn bier gaat niet op een schoteltje de tuin in.'
'Het mag ook in een glas', zei ze.
'Ook niet. Ik pluk ze er wel tussenuit.'

'Heb je al beet?', vroeg ze wat later. Ik lag op mijn knieën tussen het groen.
'Er zitten helemaal geen slakken', riep ik geïrriteerd.
'Je hebt geen geduld.'
'Doe maar een fles bier', zuchtte ik terwijl ik langzaam en vooral krakend overeind kroop.'
'Kijk, nu ben je verstandig. Annie heeft echt gelijk hoor Bart. Bier helpt.'
'Dat weet ik ook wel. Maar of ik na het biertje nog op slakkenjacht kan valt te bezien.'

Bart