Totaal aantal pageviews

dinsdag 3 maart 2026

Vive la France (serie 2024-7)



‘Op welke plek staat u?’, vroeg een man met in zijn kielzog een vrouw. Hij had een velletje papier in zijn hand wat leek op iets van een schatkaart. 

Hij stond op het pad. 
Ik zat in mijn campingstoel pal voor onze luifel.

‘Nummer veertig zou nog vrij zijn’, verklaarde de vrouw de vraag van de man.
‘Vrij zijn? Nee hoor, wij staan op veertig.’
‘U moet volgens deze kaart op negenendertig staan.’

‘Ik moet niks’, zei ik. Er begon iets te kriebelen.
‘Kijk dan, veertig staat hier vrij en negendertig is bezet.’ Hij wees met zijn vinger nadrukkelijk op het papier.

‘Dat zal, maar wij staan hier en blijven hier.’ Ik richtte mij weer op mijn krantje.

‘Sorry, wij hebben ruim dertienhonderd kilometer gereden voor plek veertig. Wij eisen nummer veertig op.’
‘Harry, kom maar, we gaan wel naar de beheerder.’ Ze trok hem aan zijn arm. 

Ik was er nu helemaal klaar mee, stond op, liep naar het pad, trok bordje veertig uit de grond, liep naar negenendertig, trok ook dat bordje eruit, duwde veertig in de grond en liep toen terug naar mijn eigen plek. 
‘Opgelost’, riep ik.
‘Nee, niet opgelost. Kijk maar op de kaart’, herhaalde hij. Ik keek hem hoofdschuddend aan. 
‘Ja, en?’, vroeg hij.
‘Je moet natuurlijk ook de kaart omdraaien!’

Bart



Struikelen

‘Hallo’, riep ik tegen het winkelmeisje waarover ik bij binnenkomst bijna struikelde. ‘Jeetje meneer, dat ging bijna fout.’

Had ik weer. Een “jeetje”. Ik heb altijd een pesthekel aan dit soort uitingen. “Wauw” is er ook zo één. Die hoor je vaak bij verbouwprogramma’s op TV. Het verbouwde huis wordt dan aan de bewoners getoond waarna een niet te stoppen hoeveelheid “Jeetjes” en “Wauw’s” over de kijker wordt uitgestort. Ik denk dan altijd “doe alsjeblieft normaal”.

Dat kon ik natuurlijk niet tegen dit goedbedoelende kind roepen. Die zou dan meteen denken dat ik boos ben. Natuurlijk was ik niet boos. Dit “Jeetje” was meer een schrikreactie.

‘Heeft u zich niet bezeerd?’, vroeg ze bezorgd.
‘Nee joh, ik bleef toch op de been? Zo erg is het niet. Sterker nog: ik keek niet uit.’
‘O, maar ik ook niet, meneer. Ik was een beetje in gedachten verzonken.’

‘Toch niks ernstigs?’, vroeg ik bezorgd. 
‘Nee hoor, mijn vriendje is gisteravond voor mij op zijn knieën gegaan’, lachte ze blij.
‘Nou, dat was ik ook bijna’, blijde ik terug.
‘Hij heeft mij ten huwelijk gevraagd en een ring gegeven.’

‘En heb je zijn aanzoek geaccepteerd?’
‘Ja, natuurlijk’, antwoordde ze licht blozend. ‘Ik vond het echt helemaal “Wauw”!’

Bart