'Goede morgen meneer, zou u misschien uw auto aan de kant willen zetten?', vroeg een medewerker van de gemeente toen ik net wilde uitstappen.
'Aan de kant? Hij staat toch aan de stoeprand?', vroeg ik verbaasd.
'Ik bedoel een stukje verder. We kunnen er niet bij', verklaarde hij.
'Waar moet u bij dan?'
'Bij de put. Uw auto staat precies voor de put.'
'Dat klopt. De put is voor mij een baken om te landen', zei ik.
'Een baken? Hoe bedoelt u dat?'
'Zoals ik het zeg. Ik gebruik hem als baken. Dan heb ik hem precies goed staan.'
'Waarvoor goed staan?'
'Voor de winkel. Dat scheelt sjouwen. Mijn Truus wil dat ik hier aardappels haal.'
'Tja, dat is dan voor vandaag een keertje anders', lachte hij.
'Hoezo anders?'
'Nou ja, dan moet u een eindje verder lopen.'
'U kunt trouwens ook naar de Appie, toch?'
'Nee, dat kan niet', mopperde ik.
'Verkopen ze daar geen piepers?'
'O vast wel, maar daar hebben ze geen put.'
Bart
