De droom
‘Ja, klopt’, bevestigde ik nadat ik mijn tong uit het nachthok had getrokken en onder controle had gebracht.
‘Je ging nogal tekeer.’
‘Ja, dat moest ook wel!’
‘Werd je achtervolgt?’
‘Nee want ik droom niet meer over je moeder.’
‘Wat was er dan?’
‘Inbrekers in de garage.’
‘In de garage?’
‘Ja. Ze waren van plan om onze fietsen te jatten.’
‘Kijk, gelukkig heb ik dan een stoere vent naast mij liggen.’ Ze kneep in mijn bovenarm.
‘Stelletje schooiers’, mompelde ik.
‘Kon je ze tegenhouden?’
‘Ik flikkerde van de trap.’
‘Vandaar dat je schreeuwde’, grinnikte ze.’
‘Wat dacht jij dan. Weet je hoe zeer dat doet?’
‘Gelukkig was het maar een droom, ga maar weer lekker slapen.’ Ze streek door mijn haar.
‘Slapen? Om de dooie dood niet. Ik ga naar de garage. Ik denk echt dat ze zijn gejat.’
‘Bart, het was toch een droom?’
‘Ik baal als een stekker’, gaapte ik.
‘Balen?’
‘Ja, als je mij gewoon had laten slapen had ik ze kunnen pakken. Nu ben ik vast te laat.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten