'Hij hangt scheef. Je hebt hem gisteren afgestoft en niet goed teruggehangen.'
'Ik heb gisteren niks afgestoft. En zeker de klok niet.'
'En je zei dat je druk was geweest!'
'Druk met jou. Je rommel achter je kont opruimen. Wat dat betreft ben je net een kind.'
'Hangt hij nu recht?'
'Je staat ervoor. Kan niks zien.'
Ik stapte aan de kant.
'Volgens mij wel. Je hebt vorige week de klok verzet. Zomertijd.'
'Ja en? Loopt hij niet goed dan?'
'Je hebt hem toen niet goed teruggehangen.'
'Kijk, ik krijg de schuld. Oké, maak ik geen probleem van hoor, Truusje.'
'Nu niet', zei ze.
'Hoe bedoel je dat? "Nu niet"?' Vrouwen kunnen soms zo vaag zijn.
'Ik ken jou Bartje, je kunt heel slecht tegen je verlies.'
'Ik zie dit niet als verlies hoor. Kan best zijn dat je gelijk hebt.'
'Goh.'
'Wat "goh"?'
'Je reageert zo louwtjes. Zo "niet Bart"', lachte ze.
'Geef maar even de stofdoek', vroeg ik.
'Hoeft niet, doe ik morgen.'
'Lijkt me niet slim, Truus.'
'Hoezo?'
'Je kunt mij dan pas in oktober de schuld geven.'
'Hoezo in oktober?'
'Dan zet ik de wintertijd pas weer terug.'
Bart

