‘Morgen mevrouw Boerstoel, wat een haast op deze vroege morgen.’
Ze hield in.
‘Ja, ik moet opschieten. Ze zijn volgens mevrouw Karin Krul in de aanbieding.’ Ze klonk buiten adem.
‘Wat is er in de aanbieding?’
‘Spruitjes.’
‘Spruitjes?’
‘Ja, en ik moet opschieten want anders ben ik te laat.’
‘Voor spruitjes kun je niet laat genoeg zijn’, merkte ik op.
‘Die snap ik niet.’
‘Ik wel, die komen ons huis niet in.’
‘Lusten jullie ze niet?’
‘Dat wel, maar ik krijg er puistjes van.’
‘Van spruitjes?’
‘Ja, komt door de spruitjesworm. Ben ik allergisch voor.’
‘Spruitjesworm? Nooit van gehoord. Wat is dat dan?’
‘Dat is een onzichtbaar wormpje dat zelfs na het koken blijft leven.’
‘Gatver, en daar krijg je bultjes van?’
‘Ja, is een bekend verschijnsel. Is al veel over geschreven.’
‘Ik heb er nog nooit van gehoord.’
‘Heeft u nooit jeukbultjes?’
‘Jawel, zomers, maar dat komt door de muggen.’
‘Ja, dat denkt iedereen, maar in veel gevallen komt het door de spruitjesworm.’
‘Man, het is nog geen eens zomer.’
‘Klopt mevrouw Boerstoel, maar de incubatietijd is minimaal twee maanden. En dan gerekend vanaf eh… 1 April…. Opletten dus.’
Bart
