‘Goh Bart, ondanks de warmte toch aan het vegen?’, vroeg de passerende mevrouw Boerstoel.
‘Jazeker, de oprit moet er netjes uitzien.’
‘Komt de Koning langs?’, lachte ze.
‘Nee, en als hij al zou komen, zou ik voor hem niet vegen. Dat kan hijzelf wel. Of anders wel zijn veeglakei.’
‘Jij bent met er ook één. Maar waarom zou je nu met dit weer vegen? Ga lekker in de schaduw zitten. In de tuin of zo.’
‘Straks mevrouw Boerstoel. Ik moet eerst deze klus klaren. En als ik u was, zou ik mijn opritje ook schoon willen hebben.’
‘Hoezo dan?! De koning kwam toch niet?’
‘Nee, maar morgen treedt het hitteplan in werking. Vanwege de hitte.’
‘En wat heeft dat met de oprit te maken?’
‘Heeft u het nog niet gehoord dan? Er is kans op een nare virus.’
‘Man, man, man, je verzint het waar ik bijsta.’
‘Nee hoor. Morgenvroeg om zeven komt de zuster langs. En dan moet het steriel zijn.’
‘Bart, ik snap er geen jota meer van. Is de hitte in je bol geslagen?’
‘Nee hoor, in geen geval. Niet bij mij.’
‘Maar wat moet die zuster dan hier?’
‘Als het goed is, krijg je vanmiddag bericht van Karin Krul. Die heb ik het uitgelegd.’
‘Wat voor bericht?’
‘Oké, even in vertrouwen: morgenvroeg om zeven uur komt de zuster langs met een gietertje water. Iedereen moet dan om klokslag zeven uur op een schone oprit staan. Met de mond open.’
‘En dan?’
‘Dan wordt in het kader van het nationale hitteplan iedereen afgetankt.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten