De oprit
Ik liep de hal in en ja hoor: daar stond iemand voor de deur. Een dame van middelbare leeftijd met de uitstraling van een ooievaar: een rood opgeschilderd klepperend bekkie. Ik opende zuchtend de deur.
‘Goedemorgen mevrouw. Als u kleedjes komt verkopen: wij hebben zeer tot onze tevredenheid een kleedjesvrij huis en mocht u een poging willen wagen ons te bekeren moet ik u dat met klem afraden: het betekent het directe eind van de mensheid. Verder nog iets?’
‘Hahaha, meneer Bart. Ik kreeg uw adres van een caissière bij de Super. Volgens haar heeft u verstand van opritten.’
Ze keek me verwachtingsvol aan.
‘Hoezo verstand van opritten? Of ik ze verkoop?’
‘Nee, het onderhoud. Wat adviseert u als bekleding? Beton, tegels, grint of misschien wel asfalt? U heeft zelf zo te zien straatkeien. Veegt dat gemakkelijk? Volgens die caissière veegt u elke dag. Dus…
'Dus u wilt een advies over de oprit?', vroeg ik.
'Ja, graag', klepperde ze.
'Die kunt u krijgen. Ik zou er een laag spiegelglad ijs opleggen. Dat scheelt echt een hoop gezeur aan de deur.'
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten