Ik lag net in mijn tablet begraven om het krantennieuws tot mij te nemen.
‘Ik denk er constant aan. Van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond’, mompelde ik.
‘Dat denk ik niet want het stond open’, constateerde ze droog.
‘Het gaat om het denkproces, Truus. Dat is iets anders dan het ook te doen.’
‘Hou toch op met je gezwam’, riep ze nijdig.
‘Truusje je vraagt mij om eraan te denken. En dat is precies wat ik doe. Van ‘s morgens vroeg…’
‘Tot ‘s avonds laat’, vulde ze aan.
‘Het is uiteindelijk maar een bakje.’
‘Joh, ik vraag gewoon of je het klepje van het bakje voortaan dicht wil doen.’
‘Nu gaat het ineens over een klepje. Truus, alsjeblieft. Ik zit nu even de krant te lezen.’
Ze moeten me ‘s morgens niet steeds aan mijn kop zeuren. Een man moet in alle rust zijn krantje kunnen lezen en niet lastig worden gevallen. En al helemaal niet over zo’n k-bakje.
‘Het klepje hoort het bakje luchtdicht af te sluiten ’, ging ze verder. Ik was er nu klaar mee en legde met een zware zucht mijn tablet aan de kant.
‘Oké, je hebt gewonnen. Alle aandacht voor jou en de bakjes.’
‘Mooi’, klonk het van tegenover.
Ik pakte een beschuitje, keek nog even quasi blij, smeerde een laag margarine en strooide een lawine suiker. Daarna stak ik het in mijn mond om het er meteen weer uit te halen.
‘Is er iets?’, vroeg ze.
‘Mens dat beschuit is nog van voor de oorlog. Zo oud en slap als…’
Als reactie wees ze naar het bakje.
Het was duidelijk.
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten