Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Boek10 concept. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek10 concept. Alle posts tonen

donderdag 30 juli 2026

Irritatie

‘Wanneer we de caravan weer naar de stalling brengen.’ Ik stelde deze vraag tijdens ons ochtend koffiemomentje.
‘Van der Heuvel vroeg dat’, voegde ik eraan toe.

‘Joop of Annie?’, vroeg Truus.

‘Annie was de woordvoerster. Ze hebben er de hele nacht over vergaderd. Ze zag er vermoeid uit.’

‘Hebben ze er last van dan?’
‘Geen idee schat. Joop is oud gemeente ambtenaar en loopt de hele dag met het gemeentelijk verordeningsboek rond om te kijken of hij iemand op de valreep nog een gemeentelijke oor aan kan naaien.’

‘Zo is Joop niet.’
‘Zo is Joop wel.’

‘In het voorjaar maakte hij nog een opmerking over de berm.’
‘Kan ik mij niet herinneren. Wat was dat dan?’

‘Ik wilde wat zand in de berm vegen en toen riep hij met het boekje in de hand, een veto uit. Ik hielp zogenaamd de biodiversiteit naar de barrebiertjes.’

‘Dat klopt toch ook? Je moet het met stoffer en blik opvegen en in de kliko deponeren.’

‘Maar goed, wanneer brengen we hem nu weg?’
‘Voorlopig nog niet’, antwoordde ik.

‘Waarom niet?'
'Omdat Joop zich nog niet genoeg geërgerd heeft. Dat loopt nog wel een weekje of twee aan.'



Bart



maandag 27 juli 2026

Verjaardag

‘Agnes is zaterdag jarig. Wat moeten we haar geven?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Een nieuwe vriend. Zal rondkijken.’
‘Ze heeft net een nieuwe. André. Even serieus graag.’

‘Geen idee. Vraag maar aan Annie Heuvel of die van Krul’, adviseerde ik.
‘Hoezo?’
‘Kun je met hun afstemmen. Jullie vrouwen hebben namelijk het fatale talent allemaal met hetzelfde cadeau aan te komen zakken.’
‘Karin en Annie zijn helemaal niet uitgenodigd.’

‘Iets van een bloemetje doen?’
‘Of een doos bonbons. Heb ik er ook wat aan.’
‘Jij krijgt een uitdeelzakje chips. Meer niet.’

‘Abonnementje op Tinder? Kan ze zelf iets uitzoeken.’
‘Ik zeg net dat ze al een nieuw vriendje heeft.’
‘Jawel, maar die slaapt er inmiddels twee weken.’
‘En wat wil dat zeggen? Twee weken?’
‘Dat de houdbaarheidsdatum in haar geval al minstens een week verlopen is.’

Bart


donderdag 25 juni 2026

Frits

‘Frits is vandaag jarig’, merkte ik op. Ik hing even kort achter mijn tablet waar na opening de “Frits mededeling”, omgeven door hartjes, toeters en bellen van het scherm spatte.

‘Frits? Van Joke?’
‘Nee, Frits van niemand.’
‘Wie is dat dan?’, vroeg ze.
‘Een oude vriend. Ik heb hem gefeliciteerd. Vindt hij vast leuk.’

‘Ik snap het niet. Van wie kwam de melding over die verjaardag?’
‘Van Frits.’
‘Dus ene Frits meldt zelf dat hij jarig is?’
‘“Ene Frits”? Wil je niet zo denigrerend praten over mijn vriend?’
‘En je kende hem niet. Dat zei je!’

‘Schat, Frits is al sinds tweeduizendzestien mijn vriend.’
‘Dat zal. Nog nooit iets over hem gehoord.’
‘O, hij moet op Facebook anders altijd enorm lachen om mijn schrijfsels. Dus moet je hem kennen!’
‘Bart, ik lees die onzin nooit.’
‘Niet?’
‘Nee. Als ik alles wat ik met je meemaak ook nog een keer moet nalezen…’

Bart

woensdag 10 juni 2026

De rammel

‘Je moet de stofzuiger eens nakijken, Bart.’
‘Is die stuk?’
‘Nee, hij rammelt een beetje.’

‘Rammelt hij constant of af en toe?’
‘Af en toe.’
‘Rammelt hij als je rechtuit zuigt of als je een bocht maakt?’
‘Een bocht?’
‘Ja, als je bijvoorbeeld bij de keuken linksaf of rechtsaf slaat?’

‘Zwam niet. Ik heb de zak al geleegd, de slang nagekeken… ik kan niks vinden, dus…’
‘Dus wordt dokter Bart ingeschakeld.’
‘Nou ja, ik kan hem ook wegbrengen.’
‘Naar de kringloop?’
‘Nee, naar de reparateur.’

Ik vond dat ik moest zuchten. Dit loste ik niet zomaar op.

‘En wat ga je er nu concreet aan doen?’
‘Ik ga de handleiding erbij halen.’ 

Ik rommelde wat in een map en keerde triomfantelijk terug. 

‘Ik heb de handleiding en zit nu op de “wat te doen bij storing pagina”.’
‘Mooi’, riep ze. ‘Ben benieuwd.’
‘Eh… even kijken. Vraag: Wanneer rammelt hij precies?’

‘Bart kom op, heb ik al vier keer uitgelegd.’

‘Het moet toch nog een keer, schat.’
‘Oké, ik zal het nog één keer uitleggen. Als ik aan het strijken ben! Wat denk je nou zelf?’

‘Dat je niet met je stofzuiger mag strijken. Probleem opgelost.’

Bart

donderdag 14 mei 2026

Stomme vraag

‘Wil jij voortaan onderzetters gebruiken als we thee drinken?', vroeg Truus.
'Onderzetters? Waarvoor?', wilde ik weten.
'Om je thee te roeren, nou goed?'

Ik keek haar aan.

'Wat is dit nou weer voor een stom antwoord?'
'Wat is het dan ook voor een stomme vraag’, kaatste ze.

‘Truus, stomme vragen bestaan niet. Dus…’
‘Dan trakteer op beschuit met muisjes want zojuist heeft deze “vraag” het eerste levenslicht gezien. En we noemen hem “Stom”.’ 

Ze keek me triomfantelijk aan.

‘Ik snap helemaal niet waar dit allemaal over gaat’, klaagde ik.
‘Niet?’
‘Nee, het begon met de aankondiging van de aankomst van twee koppen thee’, herinnerde ik mij hardop. 

‘Juist, en toen vroeg ik of je voortaan onderzetters wil gebruiken.’
‘Kijk, nu komen we ergens want toen vroeg ik waarvoor en toen kwam jij met het antwoord dat ik daarmee mijn thee kon roeren.’
‘Tot zover klopt het, Bart.’ Ze lanceerde een luchtkus.

‘Maar weet je dat jouw antwoord dubbel stom is?’
‘Geen idee?’, lachte ze.

‘Wel met een onderzetter kun je helemaal niet roeren en dan het meest belangrijke argument: er valt niks te roeren want ik gebruik geen suiker.’

Bart

dinsdag 12 mei 2026

Een vogel

‘Bart, kom eens kijken?’, riep mijn direct-leinggevende vanuit de keuken. 
‘Er is toch niks mis met mijn eitje?’ Ik voelde wat onrust vanuit mijn maagstreek opborrelen.
‘Er loopt een kerel met een verrekijker in het weiland.’

‘Wat doet ie dan?’, vroeg ik tijdens de reis van de eethoek richting keuken.
‘Ja, wat doet iemand met een verrekijker. Wat denk je zelf?’
‘Ver kijken’, raadde ik. 
‘Juist, volgens mij kijkt hij naar die boom daar.’

‘Waarom loopt die er dan niet gewoon naartoe!’ 
‘Ik hoorde dat er hier ergens in de buurt een bijzondere vogel is gespot. Misschien dat hij daar op afkomt?’

‘Heeft ie ook een telefoon bij zich?’
‘Weet ik veel, wat moet hij met een telefoon?’
‘Zijn vogelvrienden bellen dat het dingetje hier in de boom zit.’

‘Staat ie er nog?’, vroeg ik wat later toen ik met enige snelheid mijn ochtendritueel had afgewerkt.’
‘Jazeker, wat ben jij al snel in de kleren.’
‘Klopt. Ik moet even snel wat maatregelen nemen.’

‘Maatregelen? Wat bedoel je?’
‘Ja, als die vogelaar zijn vriendjes appt, dan staat de straat binnen een mum bomvol.’

‘En ga je nu de straat afzetten of zo?’
‘Nee even met de fiets langs die boom rijden. Twee keer flink bellen en dan zoekt dat vogeltje vanzelf wel een andere plek om een striptease op te voeren.’

Bart

donderdag 23 april 2026

Een postbode

‘Morgen Bart, heb jij toevallig al een postbode voorbij zien komen?’, vroeg de verderop wonende Annie van den Heuvel. Ik was met mijn dagelijkse veegklus op de oprit bezig.

‘Verwacht jij post dan?’, vroeg ik terwijl ik de borstel uitklopte. 

Ze keek wat schichtig om zich heen, boog zich iets in mijn richting, verlaagde haar stem en kraakte toen: ‘Ja, we hebben een prijs gewonnen. En die wordt met de post gebracht.’

‘Zoooo Annie, en wat mag dat dan wezen? Een grote prijs?’
‘Hm, daar laat ik mij niet over uit, Bart. Je weet hoe er hier in de buurt gekletst wordt. Nee, dat vertel ik niet.’
‘Oké, dan vertel ik niet of ik de postbode heb gezien’, riep ik triomfantelijk. 

‘Hé wat kinderachtig. Je snapt toch wel dat ik het geheim wil houden?’
‘Jazeker, en dat geldt ook voor mij.’ 
‘Dus je vertelt het niet?’
‘Nee Annie, nee. Misschien moet je het dan maar aan Karin Krul (ter info: de buurtroddelaarster) vragen.’

‘Oké, ik capituleer. We hebben een prijs in de postcodeloterij gewonnen’, fluisterde ze.
‘O, kijk, en wat?’
‘Een ijsprijs.’

‘Heb jij nou die postbode gezien of niet?’, ging ze verder.
‘Ja hoor, die zag ik straks voorbij rijden.’
‘Hij is niet gestopt?’
‘Nee, dat kon ook niet, hij had een ijsje in zijn hand.’

Bart

vrijdag 10 april 2026

Valcursus

‘Ik sprak net Fientje Rovers en die heeft vorige week een valcursus gevolgd.’
‘Valcursus?’, vroeg ik verbaasd. ‘Kon ze dat nog niet? Vallen?’
‘Heb je hém weer. Ik bedoel dat ze een cursus heeft gevolgd waarbij je leert hoe je zonder schade kunt vallen.’
‘O, dat. Inderdaad handig. Mijn vader viel een keer over een antiek tafeltje. Een schadepost van vijfhonderd gulden.’

Ze keek me hoofdschuddend aan. Ook dat bedoel ik niet.’
‘Niet?’, vroeg ik quasi verbaasd.
‘Een valtraining is om te leren vallen zodat je je niet bezeerd.’
‘O, dat is voor ouderen’, wist ik.
‘Dus ook voor jou’, ketste ze terug.

‘Ik? Echt niet. Waarom zou ik?’
‘Bart, vorig jaar viel je over een ongelijke stoeptegel. Kop kapot en schaafwonden. Als je die cursus had gevolgd…’
‘Dan was die stoeptegel blijven liggen?’, lachte ik.
‘Nee Truusje, niks voor mij.’

‘Ze sluiten de cursus af met een examen en een certificaat.’
‘Examen?’
‘Ja, om te zien of je het hebt gesnapt.’

‘O ja, ik zie het al helemaal voor me: moet je de trap oplopen, en als je eindelijk boven bent gooien ze je naar beneden. Als je dan nog opstaat ben je geslaagd en krijg je een papiertje.’

Bart

donderdag 9 april 2026

de zoektocht

‘Het staat in het middelste kastje boven het aanrecht’, riep Truus vanuit de kamer.

‘Staat het niet’, constateerde ik terwijl ik het deurtje dichtklapte.
‘Dat moet, ik heb het er zelf ingezet!’
‘Dat kan niet, anders had het er nu nog gestaan.’

‘Je kunt niet zoeken’, zuchtte ze.
‘Ik kan prima zoeken’, vond ik.
‘Ja, misschien wel zoeken maar niet vinden!’
‘Omdat het er niet staat schat.’

‘Bart, het staat er wel. Achter de olijfolie.’
Ik opende opnieuw het deurtje.
‘Olijfolie staat er ook niet.’
‘Nou ja, mankeert er iets aan je ogen?’
‘Nee, ik zie wel een pot zout. Naast de paneermeel.’

‘Paneermeel? Dat staat er helemaal niet.’
‘O nee? Nou, ik zie duidelijk een doosje paneermeel.’
‘Wat staat erop dan?’
‘Wat denk je?’
‘Dat kan ik van hieraf niet zien!’
‘Paneermeel natuurlijk!’

‘Staat het daar niet achter?’
‘Eh… ja, daar staat het.’
‘Dan heb jij het daar zelf neergezet. Met het opruimen gisteren.’

‘Ik heb dat helemaal niet opgeruimd. En gisteren hebben we dat ook helemaal niet gebruikt.’

‘Dat weet ik’, gaf ze toe. Maar wel de paneermeel. Die heb je dus in het verkeerde kastje gezet.’ 

Bart

zaterdag 14 maart 2026

De Rapper

‘Wat hoor ik nu dan voor een enorme bak hierrie’, vroeg ik Truus. Ik kwam net thuis van een dingetje.
‘Dat is muziek, Bart. Van de zoon van achterbuurman Hansen. Die is denk ik thuis.’
‘O kijk, ik loop er meteen even heen. Is hij nou helemaal van de pot gerukt.’

‘Dag Hansen’, probeerde ik bij de voordeur het kabaal te overstemmen.’
‘O kijk, onze achterbuurman. Is er iets?’, riep hij nors.
‘Ja, kun je je zoon vragen om die teringherrie wat lager te draaien?’
‘Teringherrie? Dit is muziek! Rapmuziek.’
‘Interesseert me geen hol. Laat hem even zachter zetten. We worden er knettergek van.’

‘Meneer Bart, weet u eigenlijk wel wat rapmuziek is?’ Hij keek me wazig aan.
‘Ja, dat wordt gemaakt door eencelligen waarvan de linker en rechter hersenhelften niet met elkaar communiceren. Omdat ze elkaar vanwege die herrie niet kunnen verstaan.’

‘Rapmuziek is cultuur meneer’, verklaarde hij.
‘Rapmuziek is een afwijking’, verklaarde ik.
‘Dat uw zoon dat mooi vindt. Heeft hij soms een rugzakje?’
‘Een rugzakje? Eh… ja, dat klopt.’
‘Kijk, dat dacht ik al’, zei ik.

‘Hij reist er elk weekend mee van de universiteit naar huis en na het weekend weer terug.’

‘Maar nu dus niet. Nogmaals, kunt u hem vragen of het zachter kan?’, riep ik flink geïrriteerd.
‘Nee, want hij is niet thuis.’
‘Niet thuis? En die herrie dan?’

‘Dit is mijn muziek. En die kan ik niet zachter zetten. Mijn linker en rechter hersenhelft kunnen vanwege het kabaal niet meer met elkaar communiceren.’

Bart



vrijdag 6 maart 2026

Rolientje

‘Goh, liep ik net op dijk, kwam ik Bertje Jonasse tegen’
‘Bertje? Wie is Bertje?’, vroeg Truus.
‘Bertje zat bij mij in de klas.’

‘Klas? Man waar gaat dit over?’
‘Bert zat bij mij op de MULO. Hij is van een tweeling. Zijn zus zat er ook.’
‘Hoe heette die dan?’
‘Rolientje. Rolientje Jonasse. Die liepen dus samen over de dijk en ik kwam ze tegen!’

‘Ik ken ze niet.’
‘Ach vast wel. Het was zo’n mooie meid vroeger. En heel lief. Ik was smoor op haar.’
‘Wás een mooie meid?’, lachte Truus.
‘Ja, maar als ze er een keer met een strijkbout overheen gaan, keert de schoonheid vast weer terug.’

‘Was ze ook smoor op jou?’
‘Dat dacht ik wel.’ 
‘Hoezo “dacht ik wel”?’
‘Ze heeft een keer een hartje in mijn agenda getekend. Je weet wel, met zo’n pijltje er doorheen.’
‘Nou, dan was dat toch duidelijk? Haar naam erbij, en die van jou…’

‘Dat was nou net het punt, Truus. Ze schreef mijn naam verkeerd. Ron in plaats van Bart.’
‘Was ze je naam vergeten?’ 
‘Nee, ze had de verkeerde agenda te pakken. Ron zat naast mij.’

Bart

zaterdag 21 februari 2026

Het bakje

‘Schat, wil jij er voortaan aan denken om het bakje dicht te doen?’, hoorde ik Truus vragen. 
Ik lag net in mijn tablet begraven om het krantennieuws tot mij te nemen.

‘Ik denk er constant aan. Van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond’, mompelde ik.
‘Dat denk ik niet want het stond open’, constateerde ze droog.

‘Het gaat om het denkproces, Truus. Dat is iets anders dan het ook te doen.’
‘Hou toch op met je gezwam’, riep ze nijdig.
‘Truusje je vraagt mij om eraan te denken. En dat is precies wat ik doe. Van ‘s morgens vroeg…’
‘Tot ‘s avonds laat’, vulde ze aan.
‘Het is uiteindelijk maar een bakje.’

‘Joh, ik vraag gewoon of je het klepje van het bakje voortaan dicht wil doen.’
‘Nu gaat het ineens over een klepje. Truus, alsjeblieft. Ik zit nu even de krant te lezen.’

Ze moeten me ‘s morgens niet steeds aan mijn kop zeuren. Een man moet in alle rust zijn krantje kunnen lezen en niet lastig worden gevallen. En al helemaal niet over zo’n k-bakje.

‘Het klepje hoort het bakje luchtdicht af te sluiten ’, ging ze verder. Ik was er nu klaar mee en legde met een zware zucht mijn tablet aan de kant.

‘Oké, je hebt gewonnen. Alle aandacht voor jou en de bakjes.’
‘Mooi’, klonk het van tegenover. 

Ik pakte een beschuitje, keek nog even quasi blij, smeerde een laag margarine en strooide een lawine suiker. Daarna stak ik het in mijn mond om het er meteen weer uit te halen.

‘Is er iets?’, vroeg ze.
‘Mens dat beschuit is nog van voor de oorlog. Zo oud en slap als…’ 
Als reactie wees ze naar het bakje. 
Het was duidelijk.

Bart

dinsdag 17 februari 2026

De piep

‘Ik hoor een piep. Ik denk in de ventilator’, stelde Truus vast. 
‘Ik hoor geen piep.’ Ik richtte mij oor nog een keer richting ventilator, maar geen piep..

‘Hij piept echt. Hoor!’ Ze stak haar vinger in de lucht.

‘Ik hoor alleen je vinger’, merkte ik op.
‘Mijn vinger? Hoezo mijn vinger?’
‘De snelheid waarmee je hem opstak veroorzaakt een luchtverplaatsing en dat hoor je. Trouwens, geen piep.

‘Bart, ik ben toch niet gek?’
‘Dat hoor je mij niet zeggen. Alhoewel,…’
‘Wat “alhoewel”.’
‘Je hoort dingen die je niet kunt horen omdat ze niet worden gebezigd.’

‘Sorry hoor. Wat probeer je mij nu in mijn schoenen duwen? Dat ik doof ben?’
‘Dat hoor je mij niet zeggen, alhoewel…’, lachte ik.

‘Links om, rechts om, het ding piept. Doe er wat aan! Ik ben Mama ophalen.’

Jaja, ook dat nog. Tja, er blijft dan maar één ding over: ventilator slopen….

Ik had het net de ingewanden eruit gehaald toen schoonmama binnenstuiterde.

‘Goh, komt dat nog goed?’, vroeg ze.
‘Als u er zich niet mee bemoeit, gaat het lukken.’
‘Ik hoor trouwens iets piepen’, merkte ze op.
‘Ja, klopt. Volgens Truus is het deze ventilator.’
‘Nou die piept niet Bartje. Het is je gehoorapparaat wat op het aanrecht ligt.’

Bart

maandag 16 februari 2026

De put

‘Ik vind dat de gemeente eens iets moet doen aan de straatput’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 
‘Straatput?’, vroeg Truus. 
‘Ja, dat ding in het midden van de straat. Waar het water in moet lopen.’

‘Wat mankeert er dan aan? Hij doet toch precies datgene waarvoor hij bedoelt is?’
‘Klopt, maar hij doet meer dan dat!’
‘Wat doet hij meer dan?’
‘Schat, kijk er nou maar eens goed naar. En dan valt het je vanzelf wel op.’

‘Bart, ik zit aan de koffie en voor dit soort raadspelletjes heb ik geen tijd. Dus of je vertelt wat je dwars zit, of neem een ander onderwerp. Dit gaat nergens over.’ Ze pakte het oortje van haar koffiekopje tilde het op en nam een slokje.

‘Joop van Annie wil een andere fiets kopen.’
‘O? Voor Annie?’
‘Nee, voor zichzelf.’
‘Ik dacht dat hij pas een nieuwe had.’
‘Dat had hij ook. Sinds gisteravond niet meer.’
‘Ooo??? Gestolen? Hier in de straat?’, riep ze verbaasd.
‘Nee niet gejat!’
‘Wat dan?’

‘Toen hij gisteravond stomdronken uit de stad terugkeerde, vond hij dat het putdeksel ook als stalling kon dienen.’

Bart

woensdag 11 februari 2026

Handigheidje

‘Hé meneer Bart, wat leuk!’
Ik keek op van mijn boodschappenlijstje en ontdekte een buurtgenote die bekend staat als vrouwtje stofdoek. 

‘Wat is er leuk?’, vroeg ik.
‘U. leuk dat ik u in de winkel ontmoet.’ 
Mij ontging “de leuk” volledig.
‘Ja, lachen. Ook aan de boodschap?’
‘Ja, soms moet je, hè. Maar u blijkbaar ook!’
Ik moest even nadenken of ik ook onder de “soms” viel.
‘Ik loop hier anders dagelijks hoor.’
‘Doet uw Truus nooit boodschappen?’
‘Nee, die moet schoonmaken’, stuurde ik het gesprekje.
‘Ja, onze huizen zijn heel stoffig’, merkte ze op.
‘Die van ons niet’, antwoordde ik. ‘Wij hebben een stofvanger.’
‘Een stofvanger? Wat is een stofvanger?’ Ze keek nieuwsgierig.
‘Ja, eigenlijk mag ik het van Truus niet verklappen, maar goed. Eh.. zij wast haar stofdoeken in een met bloem aangemaakt papje. Daarna drogen, niet uitkloppen en dan in één keer alles afstoffen. Dan blijft er een beschermlaag achter en komt er geen stof meer op de meubels.’

Ik zag haar nadenken. Na een incubatietijd van twintig seconden reageerde ze.

‘Het is de moeite van het proberen waard’, zei ze enthousiast. ‘Dank je Bart. Toch leuk dat ik je ontmoette.’

Vijf minuten later zag ik haar met drie pakken bloem de winkel verlaten.

Bart

maandag 9 februari 2026

Een veter

‘Uw veter is los’, waarschuwde een dame mij die op een bankje zat waar ik op weg naar de Super langs liep.

Ik keek als reactie instinctief op mijn horloge.
‘Het is half één’, lachte ze.
‘O, maar daarvoor keek ik niet. Ik kijk bij zulke waarschuwingen altijd naar de datum.’
‘Het is februari meneer.’
‘In ieder geval geen één April’, lachte ik.

‘Ah… daarom keek u.’
‘Ja, mijn kleinkinderen foppen mij altijd en u raadt het vast wel…’
‘U trapt er altijd weer in’, lachte ze.
‘Zoiets.’

‘U mag wel even plaats nemen’, nodigde ze me uit.
‘Misschien handig’, antwoordde ik en nam naast haar plaats.

‘Heeft u een doel? Of loopt u gewoon wat rond’, vroeg ze.
‘Ik moet van mijn Truus een boodschapje doen. En aangezien mijn band lek is en de winkel niet ver weg, vond ik dat ik maar eens moest lopen.’

‘En u? Ook een doel?’
‘Ik? Nee hoor. Ik zit hier als tijdverdrijf. Mijn Jan is overleden en aangezien ik geen kinderen heb en de “overigen” mij ontvallen zijn, zit ik mijn tijd uit.’

‘Goh, vervelend’, probeerde ik mee te leven.’
‘O, nee hoor. In geen geval vervelend. Ik vermaak mij prima.’
‘Fijn. Ik ga weer verder. Fijne dag nog.’

Ik stond op en liep weg. Terwijl ik de eerste stappen zette herinnerde ik mij haar waarschuwing. Ik hield in en keek naar mijn veters. Toen naar haar. Ze gaf me een knipoog. 
Toch gefopt.

Bart

vrijdag 6 februari 2026

Olympische toekomst

‘Het wil nog niet zo opschieten met de medailles’, vond ik.

‘Olympische spelen?’, vroeg Truus.
‘Nee, met de vierdaagse. Waar zitten we nou hele dagen naar te kijken!’

‘Valt wel mee toch? Volgens onze Koning komt het nog.’
‘O ja, dat is waar ook: hij heeft er verstand van.’
‘Nee jij. Onze minister van sportzaken. Zie hem zitten’, hoorde ik haar spotten.

‘Nou, laat ik je dan vertellen dat er in mijn pubertijd hardop werd gespeculeerd over mijn toekomstige sportieve kansen. Een zogenaamde gouden toekomst.’

‘Jij?’, schaterde ze.
‘Ja, ik. Jouw man.’
‘Nou ik vond je nou niet bepaald goed ganzenborden’, lachte ze. ‘Man hou toch op.’

Ik voelde me niet serieus genomen.

‘Ik kon ontzettend hard lopen. Ik was de snelste van de klas.’
‘Ja, als de bel ging en je naar huis mocht.’
‘Nee, nee, nee, Truusje. Met de sportdagen stond ik altijd wel op het podium.’

Ze keek me aan.

‘Ik geloof er geen snars van. Is er iets van bewijs?’
‘O ja hoor, de getuigschriften liggen op zolder.’
‘Zeker naast je versleten hardloopschoenen.’
‘Maar wie voorspelde nou eigenlijk die olympische gouden toekomst? De school?’

‘Nee, de plaatselijke veldwachter. Hij betrapte me tijdens het appeljatten in de kloostertuin. Hij kreeg me de volgende dag pas te pakken.’

Bart

zondag 1 februari 2026

Klusje

‘Bart, wil jij even mijn schoenen uit de berging halen?’, hoorde ik Truus vanuit de keuken vragen.

‘Kun je dat zelf niet?’
‘Nee’, klonk het antwoord.
‘Nee? Wat nee?’
‘Nee meneer.’
‘Hou op, dat bedoel ik niet.’
‘Wat bedoel je dan?’
‘Dat je het zelf niet kan.’

‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Nou ja, ik vroeg mij af wat de reden is van je immobiliteit.’
‘Dus moet ik het dan toch uitleggen?’
‘Nee hoor, je moet alleen even geduld hebben.’
‘Hoezo geduld?’
‘Omdat ik in de wacht sta.’

‘Wat ben je aan het doen dan?’
‘Moet ik dat uitleggen?’
‘Man doe niet zo moeilijk.’
‘Ik doe niet moeilijk.’

‘Ik vroeg alleen of je even mijn schoenen wilde pakken.’
‘En ik naar het waarom.’
‘Omdat ik een lekke band heb, nou goed?’
‘Kijk, nu snap ik het. Ze komen eraan.’

Bart

zaterdag 31 januari 2026

Hulpje

‘Kun jij een kop thee zetten?’, vroeg Truus terwijl ze diep zuchtend op de bank plofte. 
Eigenlijk zou ik nu moeten vragen of er “iets was”, maar ik besloot dat tijdens het thee-moment te doen.

‘Goh’, begon ik, ‘je ziet er uitgepierd uit. Druk geweest?’
Ik schatte in dat ik nu een waterval aan afgewerkte huishoudelijke klusjes zou moeten aanhoren, maar ze beperkte zich tot een simpel “Ja”.
‘Ik kan het zien’, zei ik liefdevol.
‘O, is het je wel opgevallen dat ik druk was?’ Het klonk licht cynisch.
‘Natuurlijk schat. Hoezo?’
‘Nou ja, je was heel erg druk met spelletjes op je tablet.’
‘Nee hoor, ik heb het allemaal gezien. Je was echt druk.’

‘Je had ook wel mogen helpen hoor’, mopperde ze.
‘Dan had je dat moeten vragen’, antwoordde ik terwijl ik plagerig in haar been kneep. ‘Wat had ik trouwens kunnen doen dan? Ik ben volgens jou een absolute klungel  in huishoudelijk werk.’ 
‘Je had mooi de buitenkant van de ramen kunnen lappen.’
Ik keek naar het raam.
‘O, maar je hebt toch hulp gehad?’
‘Hoezo hulp?’
‘Kijk maar eens goed: een hulpvaardige meeuw heeft net zijn handtekening op zijn werkje gezet.’

Bart

woensdag 21 januari 2026

Nelis

Ik zag vanmorgen die van de hoek langsschuiven. Wat een slome doperwt is dat toch’, vond ik.

‘Doperwt? Nelis van Someren? Bedoel je die?’
‘Ja, van die vrouw die mij laatst vroeg of ik ook hun stoep een keer goed kon komen vegen.’
‘Is dat zo? Heb ik niks van meegekregen’, antwoordde Truus.

‘Ze keek eerst naar mijn spierbundels en vroeg het toen.’
‘Ach ja, zolang je er zelf in geloofd. Maar dat heb je toch niet gedaan?’
‘Nee, wat denk je? Uurtje later stond hij zelf te vegen. Hij is twee uur bezig geweest om dat stukje postzegel schoon te krijgen.’

‘Misschien mankeert hij iets?’
‘Ja, verstopte zweetklieren.’
‘Nou Bart, die man heeft altijd hard moeten werken en geniet nu van zijn pensioen.’
‘Truus die vent is nog te lui dat hij uit zijn ogen kijkt.’

‘Nelis heeft altijd in de bouw gezeten.’
‘Kijk, daar heb je het al: “in de bouw gezeten”.’
‘Hij heeft volgens zeggen na de oorlog meegewerkt om ons land op te bouwen.’

‘Kijk Truusje, ik zal je even uit je droom tillen. Volgens mijn bronnen heeft hij zijn hele leven met een pot bier in zijn hand tegen de deurpost geleund staan kijken of het een beetje opschoot met de opbouw.’

Bart