‘Zeg schat, luister eens’, begon Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Meestal betekent zo’n vraag van haar de voorbode van een naderende ramp.
‘Ik luister’, antwoordde ik niet erg enthousiast.
‘Dat kleine Eiffeltorentje op het tafeltje, kan dat niet een keer weg?’
‘Mijn torentje? Ik vraag toch ook niet of je je moeder naar SiberiĆ« kan verbannen.’ Hoe verzint ze het!
‘Joh, dat ding valt steeds om als ik hem afstof.’
‘Dan doe je dat niet. Ze stoffen dat ding in Parijs toch ook niet af? Ik heb hem ooit van mijn vader gekregen toen hij van een zakenreis terugkwam uit Parijs.’
‘Jaja, dat verhaal ken ik nu wel een keer’, hoorde ik haar zuchten. ‘Je had om een trapauto gevraagd maar die paste niet in zijn koffer. Toen kreeg je dat klote torentje.’
‘Juist. En wees maar blij dat ik een torentje heb gekregen.’
‘Blij? Waarom zou ik blij moeten zijn?’
‘Omdat je anders elke dag een trapauto had moeten afstoffen.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten