Ene Riet
‘Inderdaad lang geleden’, beaamde ik. Ik moest echt graven in mijn geheugen. En aangezien mijn schep vanwege mijn aantal opgebouwde jaarringen wat bot is geworden duurde het even.
‘Rita was het toch?’
‘Nee, Riet. Riet Beugels. Van de Mezenlaan.’
‘O ja, dat klopt ook. Riet.’
‘Juist. Ik herkende jou meteen. Je bent geen steek veranderd, Bart.’
‘Ik herkende jou anders niet hoor. Maar het is ook al zo lang geleden!’
‘Ja, ik denk zo’n kleine vijftig, zestig jaar’, bepte ze. ‘We waren zo rond de veertien.’
‘Dat zou goed kunnen, Riet.’
‘Ik kan me zelfs nog je verjaardagsfeestje herinneren, Bart. Daar was ik ook.’
In één keer schoot mijn schep door mijn geheugen en liep vast bij mijn veertiende verjaardagsfeest. Ik zag Riet met een beugeltje, die hopeloos verliefd om mijn nek hing.
‘Je bent uiteindelijk toch met die Truus getrouwd?’
‘Ja, hebben inmiddels kleinkinderen. Jij ook?’
‘Nee, nooit getrouwd.’ Terwijl ze me doordringend aankeek slaakte ze een diepe zucht.
‘Tja’, zei ik.
‘Tja’, zei Riet.
‘Leuk je weer gezien te hebben Bart’, zei ze.
‘Ja, het ga je goed Riet.’
Ik draaide mij om en ging verder met mijn leven.
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten