Totaal aantal pageviews

vrijdag 25 juli 2025

De leidinggevende

De leidinggevende 

‘Meneer, met bewondering kijk ik altijd naar uw inspanningen’, vertelde een man die langs onze oprit kwam lopen en even stopte. Ik herkende hem wel. Hij liep altijd met zijn handen op zijn rug in de “dubbeltjes zoekhouding”.

‘Dank u. Ja, leuk dat u het opmerkt. Meestal lopen hier hoofdschuddende dames met hondjes voorbij’, lachte ik.
‘Ja, die herken ik ook wel’, antwoordde hij.
‘O, u heeft ook een oprit?’
‘Nee, ook een hoofdschuddende vrouw. En een hond.’
‘Hahaha, ja, die vrouwen!’, riep ik uit de losse pols.’

‘U bent toch ook getrouwd?’, vroeg hij.
‘Jazeker. Met Truus. Maar die veegt niet meer.’
‘Niet?’
‘Nee, sinds ik met pensioen ben hebben we de taken verdeeld.’
‘O kijk, ja zo hoort dat ook hè.’
‘Klopt. Ik veeg en zij doet de rest.’
‘Geweldige verdeling’, vond hij.

‘Ik ga weer verder. Ik moet van mijn direct leidinggevende om tien uur klaar zijn.’
‘Direct leidinggevende? Uw vrouw?’
‘Ja, die’, beaamde ik.

‘Daarmee suggereert u dat er in uw omgeving ook een indirect-leidinggevende rondloopt?’
‘Klopt. Mijn schoonmoeder. Die loopt nu even niet maar is met fiets onderweg hiernaartoe.’

Bart

donderdag 24 juli 2025

Snuf

Snuf

‘Snufje, hier blijven!’, riep een voorbijgangster terwijl ze aan de lijn trok. Het Snufje had namelijk het onzinnige idee opgevat mijn broekspijp te komen onderzoeken. Ik stond op de oprit.

‘Ik zie een aantal oorzaken waarom Snuf naar mij toekomt’, zei ik.
‘O? Wat dan?’, vroeg degene die aan het andere eind van de riem hing.

‘Ten eerste is de riem te lang, ten tweede loopt u te dicht langs mijn oprit en ten derde kent uw Snuf geen manieren. Hij luistert namelijk niet.’

‘We zijn wel op cursus geweest hoor’, vertelde ze.
‘Ik ook. Cursus opritvegen. Volgens mijn vrouw heeft het bij mij ook niet geholpen.’

‘Snufje, kom eens bij het vrouwtje!’, riep ze terwijl ze bleef staat.
‘Snuf, hoepel eens op!’, spoorde ik hem aan.
‘Nou nou, hij doet niks hoor!’, verzekerde ze mij ietwat gepikeerd.

‘Een hond spiegelt zich altijd aan zijn baas. En niet alleen qua uiterlijk.’
‘Hoe dan?’
‘U doet toch ook niks?’

Bart

woensdag 23 juli 2025

Vliegbrevet

Het vliegbrevet

‘Hoi Bart, lekker bezig?’, vroeg de langslopende Carla-van-de-Porsche. Ik stond op de oprit het grint te inspecteren.

‘Morgen Carla, aan de wandel?’
‘Ja, ik loop even naar mijn moeder. Koffie leuten.’
‘Ah, gezellig.’

‘Gaat het goed met je moeder?’
‘Ja, prima. Te goed eigenlijk. Ze wil met haar vriend een dagje mijn Porsche lenen en dat ga ik nu uit haar hoofd praten.’
‘Je moeder in een Porsche?’
‘Ja, dat heeft ze zich zo bedacht. Dagje Scheveningen. En dan met open dak over de boulevard paraderen.’

‘Goh, wat leuk. Hoe oud is ze inmiddels?’
‘Mag ik niet zeggen, maar er wordt gefluisterd dat ze vierentachtig is.’
‘En dan nog ambities om in zo’n auto te rijden?’
‘Ja, eigenlijk moet ik trots zijn, maar het is te gevaarlijk. Ze gebruikt het gaspedaal als aan-en-uit-knop. Ze kent geen middenweg.’

‘Ja, dat is inderdaad link’, zei ik. ‘Ik herken dat van mijn schoonmoeder.’
‘Heeft zij nog een rijbewijs?’
‘Nee, nooit gehad. Wel een vliegbrevet.’
‘Dat meen je niet!’
‘Ja, maar die gaat ze inleveren.’

‘O? Waar vloog ze mee dan?’
‘Met mijn nieuwe bezem. Die ligt nu aan stukken op de schroot.’

Bart

dinsdag 22 juli 2025

Tinus

Tinus

'Wat heb je nou weer gevonden?’, vroeg Truus nadat ik met een gebreide pop onder mijn arm van zolder was teruggekeerd en de kamer kwam ingelopen.
‘O, een dingetje van vroeger. Lag nog in mijn persoonlijke kistje.’
‘Wat is dat dan?’, vroeg ze terwijl ze haar hand uitstak om hem over te nemen. 
‘O nee, daar is hij veel te teer voor Truus. Deze pop is al dik zestig jaar oud.’
‘Man, laat kijken.’ Ze stak opnieuw haar hand uit.
‘Nee nee. Hij is van mij!’
‘Nou lijk je net op onze kinderen toen ze nog klein waren. “Is van mij!!!”.’
‘Precies Truus. Ik hecht heel veel waarde aan Tinus.'
'Tinus? Heet ie Tinus?'
'Ja, omdat hij zo slap was. Slappe Tinus.'
'Sorry hoor, maar hier moet ik toch wel om lachen. Hoe kwam je aan dat ding?'
''Dat ding" oftewel deze Tinus heeft mijn moeder nog gebreid. Omdat ik naar het ziekenhuis moest. Blinde darm.'
'Wist ik niks van. Laat nou eens kijken. Ik ben heel voorzichtig!'
Ik gaf hem met een diepe zucht over. Ze pakte hem aan.
'Goh wat leuk. Hij lijkt wel een beetje op jou!'
'Pas nou op!', riep ik nog. Het kopje rolde van zijn romp op tafel.'
Ze keek ernaar en schudde haar hoofd.
'Helemaal vergaan. Sorry. Maar nu lijkt hij nog veel meer op jou', lachte ze.
'O ja, lach er maar om', mopperde ik. 'Hoezo nog meer op mij?'
'Hm, hij lijkt op een kip zonder kop.'

Bart

maandag 21 juli 2025

Ene Gradus

Ene Gradus

‘Gradus is de zoon van Lucy en Wim Vreeswijk’, legde Truus enigszins vermoeid uit nadat ik een aantal vragen over deze persoon had gesteld. We zaten aan het tien uur overleg.
‘Ik dacht toch echt dat Gradus een neef was van Rob.’
‘Gradus is niet de neef van Rob maar een zoon van…’
‘Lucy en Wim’, vulde ik aan. ‘Dat heb je al verteld. Maar is Rob niet de broer van Wim? In dat geval zou Gradus dus een neef kunnen zijn van Rob.’ 
‘Je blijft maar doordrammen, maar je zit helemaal fout! Wim Vreeswijk heeft alleen een zus en die is alleenstaand.’
‘Ik kan ook alleen staan maar heb wel twee zoons!’, grapte ik. Het werd niet gewaardeerd.
‘Je kunt met jou ook geen fatsoenlijk gesprek voeren’, klaagde ze. ‘Doe nog maar een rondje koffie.’
‘Toch intrigeert het mij. Ik zou daar wel een studie van willen maken.’
‘Waarvan? Van Gradus?’
‘Ondermeer. Hoe alle bloedlijnen binnen die familie lopen.’
‘Hoezo interesseert jou nou de bloedlijnen van de familie Vreeswijk!’
‘Nou ja, het bloed kruipt waar het eigenlijk niet gaan kan. De buitenechtelijke zoon van mijn oom Hans heet namelijk ook Gradus!’

Bart

zondag 20 juli 2025

Planning

Planning 

‘Morgen Bart.’
‘Morgen Agnes.’
‘Je bent alweer vroeg bezig.’
‘Klopt. Het wordt warm vandaag, dus ben ik al vroeg buiten gezet.’

‘Kijk, dus Truus is ook al druk?’
‘Nee, nog niet. Die zit nog in het voorprogramma.’
‘En toen moest je toch al buitenspelen?’
‘Ja, ze kan mij er niet bij gebruiken.’

‘Wat houdt dat voorprogramma in dan?’
‘Planning. Ze plant haar dag-werkzaamheden. Dat heb ik haar zo geleerd.’
‘Jij? Heb jij haar…’
‘Jazeker. Ik had het de eerste dag van ons samenwonen al door: dat heeft ze niet van thuis meegekregen.’

‘Morgen Agnes’, hoorde ik een stem achter mij.
‘Ha Truus. We hadden het net over jou. Bart vertelde net dat jij met de dagplanning bezig was.’

Jazeker. Eh.. Bart, als je bent uitgeveegd mag je het grint harken en daarna bij de Super een kuipje margarine halen. Dan heb je beloofd de fietsen te poetsen en als er daarna nog tijd overblijft, moet je de afwasmachine uitpakken.’

‘Zo, dat noem ik nog eens een vol programma’, lachte Agnes.
‘Ja, Bartje moet je echt aan het werk zetten. Zelfontbranding heeft hij niet van thuis meegekregen.’

Bart

donderdag 17 juli 2025

Een knal

Een knal

‘Ik hoorde vannacht een knal!’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik zat rechtop in bed. Echt een enorme dreun. Alsof er ergens iets viel.’

‘Een knal?’
‘Ja, dat zeg ik. Er viel ergens iets.’
‘Misschien bij Agnes? Had ze een vriendje op bezoek?’, vroeg ik.
‘Geen idee, dat hou ik niet bij, Bart. Het was een doffe dreun.’

‘Raar dat jij hem niet hoorde!’
‘Ik was bezig met een zaag. Dat geluid overstemt elke knal van betekenis.’
‘Je lag inderdaad te zagen.’

‘Was je aan het dromen?’, vroeg ze.
‘Ik was bezig het fietsslot van je moeder door te zagen. Ze was haar fietssleutel weer eens kwijt.’

‘Hoezo “weer eens kwijt”? Die is ze nooit kwijt. Hij hangt altijd aan het haakje.’

‘O kijk, dan was dat de knal die je hoorde.’
‘Hoe bedoel je?’
‘De fietssleutel. Die is natuurlijk van het haakje geduveld.’

Bart

woensdag 16 juli 2025

Druiven

Druiven

‘Hoi’, begroette ik het meisje achter de servicebalie.
‘Hoi’, geitte ze terug. 
‘Mag ik jou iets vragen?’
‘Als het maar niet om geld is’, giechelde ze.
‘Nee hoor, ik ga jou een vraag stellen over de druiven. De pitloze druiven.’
‘Daar weet ik niet veel van. Maar probeert u het toch maar. Wie weet.’

‘Hou je vast’, waarschuwde ik. ‘Ik heb vorige week een bakje rode pitloze druiven gekocht, maar die waren niet te eten. Droog, zuur en ik heb ook een handvol pitten ontdekt.’

‘O? Meent u dat?’
‘Jazeker. En het betrof het tweede gratis bakje. Het eerste bakje was wel goed!’
‘Goh, wat vervelend. En u heeft ze hier gekocht?’

‘Nee bij de groenteboer. Hallo, waarom denk je dat ik hier sta te klagen?’
‘Dat vraag ik mij ook af, meneer.’
‘Hoezo vraag jij je dat af?’
‘Omdat dit de Appie is en niet de groenteboer.’

Bart



dinsdag 15 juli 2025

De oprit

De oprit

‘Bart, de voordeurbel!’, riep Truus vanuit de kamer. Ik liep op dat moment in de garage mijzelf af te vragen wat voor een nuttige dingen ik zou gaan doen. Dat moment werd dus wreed verstoord door de voordeur-aankondiging van Truus die mij op de zoektocht naar nuttigheid had gestuurd.

Ik liep de hal in en ja hoor: daar stond iemand voor de deur. Een dame van middelbare leeftijd met de uitstraling van een ooievaar: een rood opgeschilderd klepperend bekkie. Ik opende zuchtend de deur. 

‘Goedemorgen mevrouw. Als u kleedjes komt verkopen: wij hebben zeer tot onze tevredenheid een kleedjesvrij huis en mocht u een poging willen wagen ons te bekeren moet ik u dat met klem afraden: het betekent het directe eind van de mensheid. Verder nog iets?’

‘Hahaha, meneer Bart. Ik kreeg uw adres van een caissière bij de Super. Volgens haar heeft u verstand van opritten.’ 

Ze keek me verwachtingsvol aan. 

‘Hoezo verstand van opritten? Of ik ze verkoop?’
‘Nee, het onderhoud. Wat adviseert u als bekleding? Beton, tegels, grint of misschien wel asfalt? U heeft zelf zo te zien straatkeien. Veegt dat gemakkelijk? Volgens die caissière veegt u elke dag. Dus…

'Dus u wilt een advies over de oprit?', vroeg ik.
'Ja, graag', klepperde ze.
'Die kunt u krijgen. Ik zou er een laag spiegelglad ijs opleggen. Dat scheelt echt een hoop gezeur aan de deur.'

Bart





maandag 14 juli 2025

Bezoek

Bezoek

‘Voordat je voor morgenmiddag wat afspreekt, Chantal komt koffie drinken. Ze belde net’, meldde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Chantal? Wat moet ik me in Godsnaam bij een Chantal voorstellen?’
‘Dat is je nicht. De dochter van de broer van je vader. Ome Herman.’
‘O die. Wat moet ik met dat mens? Heb ik al in geen jaren meer gezien.’
‘Komt omdat je je steeds tactisch drukt. Vandaar deze waarschuwing.’

‘Ze is toch getrouwd met die militair? Hoe heet hij ook alweer?’
‘Harrold. Maar die is inmiddels afgezwaaid.’
‘Is hij al zo oud dan?’
‘Nee, ik bedoel dat ze zijn gescheiden. Ze heeft inmiddels een nieuwe relatie.’
‘Laat me raden, die komt ook mee?’
‘Ja, waarom niet? Schijnt een aardige vent te zijn. Werkt bij de overheid.’
‘Dan kan hij niet aardig zijn’, vond ik.
‘Jij hebt ook altijd wat te zeuren. Maar je zorgt maar dat je er bent. Anders zit ik er alleen mee opgescheept.’
‘Ik kijk eerst in mijn agenda’, zei ik terwijl ik mijn tablet van tafel pakte.
‘O, ik zie het al. Bel maar af.’
‘Bel maar af? Hoezo?’
‘Ja, ik kan niet.’
‘Wat heb je dan?’
‘Ik heb je moeder beloofd haar naar de pedicure te rijden.’
‘Bart, dat is morgenochtend om negen uur.’
‘Jawel, maar voordat ik terug ben…’
‘Dat is maximaal een uurtje.’
‘Echt niet. Ze heeft enorme lange tenen. Kan behoorlijk uitlopen.’

Bart

zondag 13 juli 2025

Eigen wil.

Eigen wil

Toen ik nog een Bartje was, volgens Truus heel lang geleden, vertelde mijn moeder mij op enig moment dat ik naar de kleuterschool moest. 
Omdat ze mij al een jaartje of vier kende, had ze in goed overleg met mijn vader besloten om het mij pas op de dag des oordeels te vertellen. Vanuit de zandbak zo aan de hand mee naar de kakschool twee straten verderop. 
Nu was ik een slim kind. Ik had van een buurjongetje gehoord dat het een vreselijk oord betrof waar je steeds aan een juf moest vragen of je iets mocht. Nadat ik drie meter over de drempel was gevorderd, hield ik het voor gezien. Ik rende terug naar huis, trok aan het touwtje wat uit de brievenbus hing en verstopte mijzelf in het kolenhok op het balkon.

Na deze gebeurtenis kreeg ik het predicaat “eigen willetje” opgespeld. En dat geldt tot op de dag van vandaag.

Onlangs waren wij met een clubje naar een stadsfestival. Ik was verleid met het vooruitzicht van het optreden van een paar stevige rockbands. Helaas stond er een vals galmende volkszanger type Sjonnie Jordaan op de bühne. En het had er alle schijn van dat hij nog wel een uurtje of wat zou blijven aanklooien.

Tja, het “eigen willetje” Ik ben naar huis gevlucht maar helaas: dit keer hing er geen touwtje uit de bus en zowel het kolenhok als het balkon waren ver te zoeken.

Bart

zaterdag 12 juli 2025

De kroon

De kroon

Ik heb het al vaker over het trouwboekje gehad. Voor de niet-gehuwden onder ons: het betreft een meerbladig boekje, vaak voorzien van een kaftje met daarop gedrukt een stempel van de gemeente en paar trouwringen. Bij ons is het kaftje rood van kleur. Waarschijnlijk heeft de ambtenaar van dienst, die het kaftje ontwierp, rood geassocieerd met iets van liefde. 

Vaak verdwijnt het boekje in donkere lades en komt het er pas weer uit als er een kind is geboren, of als het als naslagwerkje of handboek wordt gebruikt tijdens een huwelijkse discussie. O ja, niet onbelangrijk: Bij scheiding kan het in de vuilnisbak. 

Vanwaar deze uiteenzetting? Ik leg het uit.

Onlangs sloeg ik tijdens een oeverloze discussie over een onbelangrijk dingetje ter afsluiting met mijn vuist op tafel en verwees ik naar een passage uit het trouwboekje: “De man draagt de kroon in huis”.
Uiteraard gaf ook dat weer discussie. Het compromis: ik zou het laten zien. Vandaar.

Het trouwboekje lag al jaren stoffig te wezen in de la van het nachtkastje. Aan mijn kant. Ik ben nu eenmaal op papier de hoeder van ons huwelijk.
Tja, hoe ik ook bladerde en las: geen passage over “de kroon” te vinden.

Nu kon ik twee dingen doen: Of het er zelf inschrijven of het boekje zo ver mogelijk wegstoppen. 
Ik nam echter een wijselijk besluit: ik ga het er nooit meer over hebben. Discussie is hiermee gesloten.

Bart





vrijdag 11 juli 2025

Een dingetje

Een dingetje

‘Kom eens hier Bart!’, vroeg Truus op een wat dwingende toon. Ze zat op de bank en ik liep te oberen.
‘Wat is er dan?’
‘Ja, kom nou maar hier. Ik moet even iets.’
‘Kan dat niet straks? Ik ben nu druk.’
‘Nee, dat moet nu.’
‘Wat is er dan?’
‘O, niks bijzonders. Ik moet even kijken.’
‘Wat moet je kijken dan? Je doet altijd zo cryptisch.’
‘Mijn vraag is niet cryptisch. Ik vraag gewoon of je even hier wil komen staan.’
‘En dan?’
‘Dan kijk ik even.’

Ik werd nu nijdig en dan word ik eigenwijs.

‘Ik wil eerst weten waarom.’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik dat niet zeg.’
‘Nu ben je net je moeder.’
‘En jij je vader. Ook zo’n eigenwijs stuk vreten.’
‘Mijn vader was niet eigenwijs.’
‘Nee, hij wist alleen alles beter. En nu ben ik er klaar mee Bart. Hier komen!’ 
Ze wees strak met haar vinger.
Ik slaakte een diepe zucht en moest aan het trouwboekje denken. “De man is de baas in huis”
‘Draai je eens om?’, vroeg ze nadat ik op de aangewezen plek was geland.
‘En nou zeggen!’
‘Wacht even.’ Ze pakte een schaartje en knipte iets.
‘Er hing een draad los van je polo.’
‘En daarom dit hele circus?’
‘Ja, ik ken jou. Als ik het had gezegd, dan was je eraan gaan trekken. Had je net zoals met die vorige ook nu weer met een halve polo gelopen.’

Bart

donderdag 10 juli 2025

Een test

Een test

“Het kost maar iets, maar het is ook niets” Deze reclame-slogan zou ik zo op mijn nieuwe bezem kunnen plakken. Na twee keer flink aanzetten, brak de steel en tegelijkertijd mijn ego want uitgerekend op dát moment kwam Karin Krul, buurtroddelaarster, langslopen.

‘Wat doe jij nou?’, vroeg ze terwijl ze naar de bezem wees.
‘Ik test bezemstelen voor de consumentenclub. Deze is in ieder geval waardeloos.’ Ik gooide hem demonstratief op de oprit.

‘Testen?’
‘Ja, ze zijn bezig met een onderzoek. Ik had me daarvoor aangemeld. Als ervaringsdeskundige.’

‘Hoe kom je dan aan die stelen?’, vroeg ze.
‘Die moet ik zelf kopen. Bij verschillende winkels.’
‘O? Wij verkopen ze ook.’
‘Klopt.’
‘Hoezo?’
‘Deze heb ik bij jullie Super gekocht’, jokte ik en wees daarbij naar het zielig hoopje steel voor mij op de grond.

‘Dat bestaat niet. Die van ons zijn oersterk. Ik heb er ook één. Heb je het bonnetje nog, Bart?’
‘Nee, die is al naar de organisatie. Maar als je het niet erg vindt, Karin: ik moet het testrapport schrijven. Anders vergeet ik de resultaten.’

Ik liep naar binnen voor koffie. Straks maar even een nieuwe kopen.

‘Bart, de bel!’, meldde Truus wat later.
‘Ik hoor hem’, riep ik terug en liep naar de voordeur.
‘Hé Karin.’
‘Hé Bart. Kijk eens, hier een heb je een nieuwe steel voor een nieuwe test.’
‘Een nieuwe steel?’
‘Ja, mijn chef had wel één voorwaarde: je moet hem testen op het pleintje bij ons voor de winkel. Maar dat zal de consumentenclub vast niet erg vinden. Het gaat uiteindelijk om het resultaat.’

Bart


woensdag 9 juli 2025

Ervaring

Ervaring

‘Goh, ik zag net de Boerstoelen voorbij fietsen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘En, kun je je voorstellen?’, ging ze verder. ‘Hij had een dikke jas aan. En dat met dit weer!’

‘O, dat kan ik mij wel voorstellen hoor. Ik weet namelijk hoe dat gaat. Let op! Hij staat in de gang, zij in de keuken…

“Zeg schat, wat zal ik eens aantrekken?”, vroeg hij.”
“Wat bedoel je?, vroeg zij.”
“Zal ik een trui aantrekken… of mijn fleece?”
“Waarom doe je je zomerjas niet aan?”
“Die blauwe bedoel je?”
“Ach nee, die bruine. Die je pasgeleden hebt gekocht. Hangt aan de kapstok”
“Is die niet te warm?”
“Nou, het is nog fris, je mag hem best aanhebben”
“Wat doe jij dan aan?”
“Ik doe ook een bruine aan”
“O? Dan ga ik toch voor die blauwe”
“Nou ja, die is nou net te warm!”
“Maar die zit zo lekker”
“Nee, jij trekt die bruine aan. Die hebben we niet voor niks gekocht, toch?”
“Oké, jij je zin, ik rust”

Truus keek mij verbaasd aan. ‘Heb je er soms bijgestaan?’, vroeg ze.
‘Nee schat, maar wij gaan ook wel eens op de fiets.’

Bart

dinsdag 8 juli 2025

Een rek

Een rek

Het komt voor. Soms. Het komt voor dat iemand binnen de familiekring plotseling een onzalig idee op tafel gooit. Iemand zoals Truus die na een bezoekje aan haar moeder met zoiets terugkeerde. En ze lachte erbij. Extra gevaarlijk.

‘Hij kost maar zestien euro. Een koopje.’
Het koopje betrof een plantenrek. Het onzalige idee: het was een bouwpakket. Extra onzalig: bestemd voor mijn schoonmoeder. 
‘Voor op het balkon’, voegde ze er als verzachtende omstandigheid aan toe. 
‘En ik zou hem meteen maar halen, want ze vliegen weg.’
‘Mooi’, vond ik. Dat wegvliegen beviel mij wel. Even snel een vertragingsballon opblazen en opgelost…
‘Ik rij mee, en we gaan meteen.’ Ballon lek.

‘Wat is dat voor een ding?’, vroeg schoonmama nadat ik twee uur op mijn knieën had liggen knutselen en het op het balkon had geplaatst.
‘Plantenrek’, legde ik uit.
‘Heb jij die in elkaar gezet?’
‘Ja, bouwpakketje. Die wilde je toch?’
‘Heb je het bonnetje nog?’
'Hoezo? Is het niet goed?'
'Nee, ik vroeg om een plantenrek.'
'Wat is dit dan?', vroeg ik nijdig. 
'Dit is een lanceerplatform. Ik wil mijn planten vast op een rek en niet lanceren naar de maan.'

Bart