Totaal aantal pageviews

donderdag 31 oktober 2024

De jacuzzi

De jacuzzi 

‘Morgen Bart. Alles goed?’, vroeg buuf Agnes. Ze kwam in volle vaart de voordeur uitgestuitert. Ik lag net op mijn knieën om het leven te redden van een afrikaantje.

‘Morgen Ag, ja ik had nul fout.’
‘Haha, wat flauw!’, riep ze lachend. ‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik reanimeer dit afrikaantje. Het is net als bij hem thuis op het continent: structurele uitdroging. Ik geef hem nu extra water.’

‘Goed bezig. Trouwens over water gesproken: ik krijg vanmiddag een jacuzzi.’
‘Een jacuzzi? Wat moet je met een jacuzzi?’
‘Wat dacht je?’
‘Je hebt toch al een bad?’
‘Jawel, maar de jacuzzi staat dan buiten. Kan ik ‘s avonds na een dag hard werken lekker relaxen.’

‘Nou lekker dan’, zei ik terwijl ik naar het afsterfproces van mijn afrikaantje keek en me zorgen maakte over het kabaal wat zo’n jacuzzi maakt.

‘Pim komt vanavond en dan gaan we er lekker samen in. We zullen stil zijn hoor!’
‘Nou ja, zolang jullie baantjes trekken vind ik het prima. Maar als je gaat spelen heb ik liever dat je naar binnen gaat.’

Bart


woensdag 30 oktober 2024

Kliko

Kliko

‘Ze hebben de kliko niet geleegd’, meldde ik na binnenkomst. ‘Heb jij er iets van gehoord?’
‘Ik? Wat moet ik hebben gehoord?’, vroeg ze.
‘Dat het onweerde. Waar heb ik het nou over?’

‘Je riep iets over de kliko, toch?’
‘Ja, ze hebben hem niet geleegd.’
‘O? Waarom niet?’
‘Dat vroeg ik net aan jou.’

‘Hoe moet ik dat weten?’
‘Misschien had je iets gehoord?’
‘Wat moet ik hebben gehoord dan?’
‘Dat er iets aan de hand was?’
‘Zoals?’
‘Vrachtauto stuk.. Chauffeur ziek.. Straat afgesloten…’

‘Ik denk dat je nog één mogelijke oorzaak bent vergeten.’
‘Wat ben ik vergeten dan?’
‘De “eigen-schuld” optie?’
‘Eigen schuld?’
‘Ja, het ding te laat aan de weg zetten.’

Bart

dinsdag 29 oktober 2024

De bladblazer

De bladblazer

‘Ik ben klaar met die gozer van hierachter’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat is er met “die gozer van hierachter”?’, vroeg de andere kant van de tafel.
‘Die deugt voor geen meter.’
‘Wat mankeert er aan zijn “deugt”?’
‘Het is een asociale blaaskaak.’

‘Bart, leg eerst even uit. Een blaaskaak?’
‘Ja, hij blaast het blad uit zijn tuin over onze schutting.’
‘Met zijn kaak?’
‘Nee, met een bladblazer.’

‘En wat ga je eraan doen?’
‘Ik ga het terugblazen’
‘Je hebt helemaal geen bladblazer.’
‘Vanaf vanmiddag wel.’

‘Ga je er één kopen?’
‘Nee, ik bel straks bij hem aan en vraag of ik zijn blazer een uurtje mag lenen.’

Bart

maandag 28 oktober 2024

IJskoud

IJskoud

Ik moest van Truus een brood halen en was in de winkel getuige van een geanimeerd gesprekje tussen een klant en de verkoopster…

‘Nee, een witte kerst zit er zeker niet in’, hoorde ik haar met overtuiging vertellen.  Het woord “zeker” rolde daarbij met nadruk uit haar mond.

‘Jammer, ik verlang er echt naar’, antwoordde het meisje van het brood. 
‘Ja, vroeger waren de winters héél anders. Wekenlang vorst en sneeuw. We hadden thuis de ijspegels aan de dekens hangen.’
‘Ohhh, heerlijk’, bepte het wicht.

In gedachten zag ik de vrouw in bed liggen. Borstrok opgetrokken tot onder de kin, dikke dubbel gestikte onderbroek en gebreide geitenharen sokken. Ze brak een ijspegel van haar deken en likte hem op.

‘Wanneer was dat dan?’, vroeg het meisje.
‘O, ik denk jaren vijftig. toen had je nog van die winters.’

Het meisje keek haar met glanzende ogen aan.
‘Mijn vriendje wil volgende winter met mij naar de Noordpool. Naar Lapland. En ik denk dat hij mij dan ten huwelijk vraagt.’

‘Oh, wat romantisch! In de sneeuw en dan samen in een slee, eland ervoor, rood dekentje over de benen…’
‘Ja, zoiets. Kan haast niet wachten’, giechelde ze.

‘Mijn Simon heeft mij indertijd ook in de sneeuw ten huwelijk gevraagd. Ook heel romantisch. Helaas is het niks geworden. Zijn na vijfentwintig jaar huwelijk gescheiden.’

‘Nou, ik hoop niet dat het ons gaat overkomen. Lijkt me vreselijk’, antwoordde ze.

In gedachten kwam wederom het bedtafereeltje voorbij. Nu met Simon naast haar in de ijskoude slaapkamer. Ze likten samen aan de ijspegel. 

Bart

zondag 27 oktober 2024

Grasprobleem

Grasprobleem

‘Er zit een kale plek in je gras’, waarschuwde Truus mij toen ze vanachter het raam de tuin aanschouwde.
‘Jé gras? Ons gras!’, verbeterde ik haar.
‘Nee schat, grasonderhoud is een typisch mannelijke aangelegenheid. Zowel in goede als in slechte tijden.’

‘Goede en slechte tijden?’
‘Ja, als we in de zomer worden geroemd om ons mooie veldje, dan sta jij altijd vooraan om uit te leggen wat jíj́ allemaal doet om het zo mooi te krijgen.’
‘Omdat jij er geen poot naar uitsteekt, Truus. Ik zaai, ik maai, ik verticudinges, strooi mest…’
‘Ja, daar ben je zeker een uurtje per week mee bezig’, hoorde ik haar schamperen.

‘Uurtje? Je hebt geen idee.’
‘Bart, het grasveldje is vijf bij vijf. Vijfentwintig vierkante meter. Dan is een uurtje werk ruim bemeten.’
‘O, maar het kan best sneller hoor’, reageerde ik ietwat gepikeerd.’
‘O, nu kan het ineens wel?’
‘Ja, vraag ik met kerst toch maar die robotmaaier.’

Bart


zaterdag 26 oktober 2024

Zuurpruimen

Zuurpruimen 

‘Heb je die twee zuurpruimen daar zien zitten?’, vroeg ik Truus. We zaten op een terrasje te genieten van het mooie herfstweer. Zij aan een groene ijsthee, ik een colaatje zero.

‘Je bedoelt die twee dames daar links?’
‘Ja, die. Zegt de ene zuurpruim tegen de ander: wat kijk je toch vrolijk?’, lachte ik. ‘Zegt de andere zuurpruim: je steekt me aan’, reageerde Truus. Ik denk trouwens dat het twee zussen zijn.’

‘Zitten ze aan de azijn?’, vroeg ik.
‘Lijkt er wel op. Het zit in een wijnglas’, stelde Truus vast.
‘Gezellig als je zoiets in huis rond hebt lopen.’
‘Geeft ook voordelen, Bart: heb je nooit last van ongedierte.’

‘O kijk, ze krijgen bezoek. Zijn vast de echtgenoten.’
‘Zouden ze getrouwd zijn?’, vroeg ik.
‘Heeft er alle schijn van, schat. Kijk, die linker pruim wordt gekust. En nu ook die andere.’
‘En, worden ze er wat vrolijker van?’, vroeg ik.

‘Ja hoor,  ze veranderen nu in geel-groene gifkikkers.’

Bart




vrijdag 25 oktober 2024

Vermoeid

Vermoeid

‘Wat kijk jij lelijk', riep mijn schoonmoeder nadat ik binnenkwam met twee zware tassen boodschappen.
'Ik ben lelijk.'
'Heb ík nooit gezegd', reageerde ze als door een wesp gestoken.
‘Dat zou mij ook niets uitmaken.’
‘Niet?’
‘Nee. Ik ben zoals ik ben. Lelijk dus.’

‘Wat kom je eigenlijk doen?’
‘Ik moest van Truus je boodschappen achter de deur schuiven. Heeft ze voor je gedaan.’
‘Mooi, zet ze maar op het aanrecht. Ik ruim het zelf wel op.’

‘En waar hangt Truus uit?’
‘Truus moet schoonmaken.’
‘Schoonmaken? Moet zij dat doen? Mankeert er soms iets aan jouw handjes?’
‘Ja, inderdaad. Er mankeert iets aan mijn handjes.’
‘En wat mankeert er dan aan?’
‘Ze zijn enorm vermoeid.’

‘Wat is dát nou weer voor een opmerking?!’
‘Ma, het is erg jammer dat je zelf geen schoonmoeder meer hebt’, zei ik.
‘Hoezo?’

‘Dan had je zelf kunnen ervaren hoe vermoeiend dat is.’

Bart

donderdag 24 oktober 2024

Herfst

Herfst

‘Maar weer aan het vegen, Bart?’, vroeg een passerende buurtgenote.
‘Jazeker Betsie. Het is herfst dus ik kan mijn hart weer ophalen.’

Betsie woont een eindje verderop in de straat. Ik vind het altijd een schatje. Gewoon een lieve vrouw die je graag als schoonmoeder zou hebben. Maar ja, schoonmoeders worden nu eenmaal niet gekozen. Die krijg je er ongezien bij. Net als surprises die je rond vijf december in je mik geschoven krijgt. Kan meevallen maar soms ook trauma’s veroorzaken. Zoiets.

‘Jij kunt altijd zo netjes vegen. Ik zeg wel eens tegen mijn Ron: je kunt een puntje aan die tuin van Bart zuigen.’ 
Ze lachte kuiltjes in haar wangen.

‘Ja Bets, de tuin is mijn lust en mijn leven’, overdreef ik.
‘Dat kun je goed zien Bart. Wat doe jij altijd met die vlinderstruik?’
‘Vlinderstruik?’, vroeg ik. Eh.. vlinderstruik? Ik had geen idee welke dat zou moeten zijn.
‘Snoei je die helemaal af?’
‘Nou nee, dat lijkt mij niet.’

‘Goh, ik dacht echt dat hij gesnoeid moest worden.’
‘Dan hebben de vlinders er niks meer aan Bets.’
‘Er zijn toch geen vlinders in de winter?’

Had ik weer: gezwam over vlinders.
‘Jawel, de wintervlinder ook wel de kerstvlinder genaamd. In het latijn heet hij de Vlinderia Christianus. Heel bijzonder.’

‘O, kijk. Dat is inderdaad bijzonder. Ik vind die bijbehorende Latijnse benaming altijd zo mooi. Ik heb ooit Latijn gestudeerd, vandaar.’
‘O, kijk. Ja, die Latijnen hadden overal namen voor.’

‘Klopt. Ik denk zelfs ook voor jou.’
‘Voor mij? Eh.. Bartolomeüs of zoiets?’
‘Nee, een kletskousius enormus.’

Bart


woensdag 23 oktober 2024

Anita

Anita

‘Volgens mij heeft Anita een hondje. Ik zag haar net voorbij lopen’, meldde Truus vanuit de keuken. 

Daar moest ik even over nadenken. Niet vanwege de melding over de hond, maar de naam Anita. Ergens heel ver zei het mij iets, maar om nu weer te roepen dat ik geen idee had wie het precies betrof koos ik voor de enige juiste strategie: opstaan, naar de keuken rennen en kijken of ik nog iets kon ontdekken.

‘Waar dan?’, vroeg ik.
‘Ja, je bent nu te laat. Ze blijft niet wachten. Het is een tekkeltje. Lijkt me zooooo leuk!’
‘Wat is er leuk?’, vroeg ik bezorgd terwijl ik nogmaals over het aanrecht gebogen een glimp probeerde op te vangen.
‘Zo’n tekkel. Zo heerlijk eigenwijs en gezellig. Ik heb er al vaker over nagedacht. Lijkt mij echt wat.’

‘Wacht even, je bedoelt een hond?’
‘Ja, daar heb ik het toch over?’
‘Nou, half. Je had het ook over Anita.’
‘Ja, die heeft die hond.’
‘Truus, ik moet geen hond. Klaar. Zo’n ding geeft alleen maar overlast.’

‘Hoor jij die hond van Anita wel eens blaffen?’
‘Nee, maar dat komt omdat onze huizen goed geïsoleerd zijn.’
‘Onzin, Als Agnes een vriendje op bezoek heeft rammelt het fotolijstje van Mama van de slaapkamermuur. Anita woont daarnaast…’

Kijk, bingo. Wat ben ik toch slim. Deze Anita betrof dus Anita Meijer. Natuurlijk niet dé Anita Meijer van de zang, gelukkig niet. Maar die heeft ook geen hond. 

Bart

dinsdag 22 oktober 2024

Ene Pim

Ene Pim

‘Ik zag vanochtend Pim weer voorbij rennen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik slaakte een lichte zucht. Ik ken namelijk geen Pim. Ja, ik ken er wel één, een oude dienstmakker, maar die rent niet meer. Die draait zich alleen af en toe nog om in zijn graf.’

‘Pim?’, vroeg ik.
‘Ja, de man van Roosje Jansen van de slager.’
‘Ik heb geen idee maar vertel verder.’
‘Hoezo verder?’ 
‘Nou ja, hij rende van de linkerkant van het raam naar de rechterkant. En toen?’

‘Wat toen? Wat zit je nou te drammen?’
‘Ik dram niet. Jij begint over ene Pim die rent. Zeer waardevolle informatie. En ik vis gewoon naar het vervolg.’

‘Er is helemaal geen vervolg.’
‘Dus hij is gestopt?’
‘Man, krijg het heen en weer. Ik zal je nog eens wat vertellen.’ Ze werd nijdig.
‘Graag, als het net zo zinvol is?’

‘Bart, soms denk ik wel eens bij mijzelf: wat moet ik met zo’n vent.’
‘Gezellig kletsen’, antwoordde ik lachend.
‘Wat je gezellig noemt. Je kletst maar door. Ik word er soms doodmoe van.’
‘Pim waarschijnlijk ook.’

‘Hou op over Pim’, riep ze. ‘En bovendien klopte jouw reactie helemaal niet!’
‘Hoe bedoel je? “Je reactie”?’
‘Hij rende niet van links naar rechts maar van rechts naar links.’

Bart


maandag 21 oktober 2024

Margarine

Margarine

Ik moest even snel voor een kuipje margarine naar de Super. Snelheid was geboden omdat Truus aan de gedekte ontbijttafel met haar mes in de aanslag klaar zat en er toen achter kwam dat het kuipje leeg was. Ik kreeg overigens de schuld omdat ik het vergeten was te kopen.

Dat kwam omdat ik afgelopen zaterdag drie boodschappen tegelijk moest scoren en dat bleek er één teveel. De margarine was dus afgevallen. 

Om te voorkomen dat de margarine opnieuw slachtoffer zou worden, koos ik vanwege de haast voor slechts één enkele boodschap. 
Nu was dit allemaal niet zo’n ramp, ware het niet dat onze Karin Krul achter de kassa zat. Dat wist ik, maar ruzie met Truus was ook zo’n dingetje.

‘Is dit alles, Bart?’, vroeg ze verbaasd toen ik hijgend bij de kassa stond en het kuipje op de band kwakte.
‘Nee, maar dat komt nog wel’, verklaarde ik.
‘Snap ik niet. Wanneer komt dat dan?’
‘Eind van de week.’

‘Eind van de week?’
‘Ja, dat zeg ik toch? Hoeveel is het?’ Ik stond met mijn pinpas in de hand.
‘Maar je andere boodschappen dan? Heb je geen karretje?’
‘Joh, ik zeg toch eind van de week? Ik heb hem achterin de zaak gevuld klaargezet. Bij de flessenautomaat.’

Ze keek me hoofdschuddend aan..
‘Je bent niet wijs Bart’, klonk haar conclusie.
‘Dat moet jou een fijn gevoel bezorgen’, schamperde ik.
‘Wat bedoel je?’
‘Hm, dan ben jij hier in ieder geval niet meer de enige.’

Bart




zondag 20 oktober 2024

Een project

Een project

‘Je moet vanavond de auto in de zijstraat parkeren’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ze hield een papieren brief in haar hand.

‘Van wie moet dat?’, vroeg ik. Ik ben niet zo van het moeten. 
‘Gemeente. Wie anders?’
‘En waarom?’
‘Eh… ze gaan strepen trekken. Lijnen, op de keien’, verduidelijkte ze toen ze mij wat verwonderd zag kijken.

‘Wat voor lijnen dan?’
‘Een lijn om een fietspad te creëren. Een halve meter van de erfgrens.’
‘Waarom een fietspad? Er komt hier amper een auto voorbij.’ Typisch gemeente. Ik zei het.
‘Typisch de gemeente. Onzinnige projecten.’

‘Het is een onderdeel van het fietsproject “Veilig fietsen”.’
‘Dus je trekt een streepje en dan is het veilig?’
‘Niet voor jou natuurlijk. Maar er staat een telefoonnummer bij.’

‘Hoezo niet voor mij?’
‘Ik zou toch even bellen of ze voor jou nog budget hebben voor rubberen keien.’ 

Bart

vrijdag 18 oktober 2024

De televizier-ring

De televizier-ring

‘Zo, het is weer klaar’, merkte ik met een diepe zucht op. 
‘Wat zucht je?’, vroeg Truus. Ze zat met een breiwerkje op schoot. 
‘Dat gedoe over die televisieringen. Waar zaten we nou net naar te kijken?’ 
Soms kan ik vrouwen in het algemeen en Truus in het bijzonder niet volgen.

‘Ja joh, ik ben bezig.’
‘We hebben toch al waslappen genoeg? Kun je toch wel even opletten?’
‘Bart, de manier waarop jij over dat programma begint, zegt mij al genoeg.’

‘Is dat zo?’
‘Ja, dat is zo.’
‘Oké, dan hoef ik niks meer te zeggen, toch?’
‘Nee, dat hoeft niet.’
‘Maar mag wel?’

‘Wat wil je nog toevoegen aan het verhaal dat je je hebt lopen ergeren aan al die B artiesten, dat ze hun outfit morgen weer terugsturen, dat het doorgestoken kaart is, steekpenningen zijn betaald, dat het merendeel uit jambekken bestaat die over het paard zijn gesmeten… wat vergeet ik?’ Ze keek me vragend aan.

‘Dat André van Duyn, de enige normale van het zootje, de oeuvre-prijs dik heeft verdiend.’

Bart


donderdag 17 oktober 2024

De bestelling

De bestelling 

‘Ik zag hem nét voorbij fietsen’, antwoordde Truus op mijn vraag of de postbode al was geweest.
‘Voorbij fietsen? Wat is dat voor een gedrag? Hij moet hier stoppen. Ik verwacht een pakket.’

Ik kon hier zo van balen, bestel je iets op internet en dan komt het niet.

‘Dan is het nog onderweg’, klonk de simpele verklaring uit de keuken.
‘Ja, in zijn fietstas.’
‘Bart, dat is onzin. Als hij het bij zich heeft, bezorgt hij het ook.’

‘Truus, de post is niet meer wat het geweest is. Vroeger vochten ze zich een weg door weer en wind om jouw pakketje op tijd te bezorgen. ‘
‘Dat doen ze nu ook nog, Jantje ongeduld.’
‘Jajaja, geef mij maar weer de schuld. Ik baal echt.’

‘Ik denk dat ik ga bellen met het postkantoor.’
‘Er is geen kantoor meer, Bart. Alles komt uit de fabriek.’ 
‘Truus, ik wil een klacht indienen.’
‘Kan alleen via internet’, wist ze.

‘Maar over wat voor een pakketje gaat het eigenlijk? Je bestelt zoveel.’
‘Schat, ik bestel helemaal niet veel.’
‘Man, je bestelt zoveel bij die Chinese shop dat je binnenkort van Li Ping een taalcursus krijgt aangeboden. Maar waar gaat het nu over? Waar zit je zo met smart op te wachten?’

‘Op dat Chinese schoenenkastje wat ik voor jou moest bestellen.’

Bart

woensdag 16 oktober 2024

Namen

Namen

‘Mevrouw van Oostrom heeft een pup’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik kende haar niet dus..

‘Wie is Oostrom? Truus je strooit de laatste tijd met namen alsof je uit het telefoonboek voorleest.’
‘Oostrom woont in het tweede blok. Al jaren.’

‘En wat voor een pupmerk heeft ze gekocht?’
‘Een tekkeltje. Zo lief!’
‘Ik was als pup ook lief. Maar naarmate je…’
‘Stop maar. Ik ken de hele geschiedenis al. Het gaat hier over een pup. Hij heet Duvel.’

‘Duvel? Is dat een naam voor een hond?’
‘Ja, volgens de fokker moest zijn naam met de letter “D” beginnen.’
‘En waarom met een “D”?’
‘Omdat Duvel uit een vierde nestje is geboren.’
‘Klinkt dát even logisch’, vond ik.
‘Ja, dat is logisch en gebeurt vaker.’
‘Nooit van gehoord.’

‘Wat een kolder, Truus. Ze kunnen hem toch ook gewoon Nero of Tarzan noemen? Gaat die fokker toch niks aan?’

‘Lieve schat, deze regel is toch ook op jou toegepast?’
‘Wacht even. Op mij?’

‘Ja, jij stamt uit het tweede nestje en jouw naam begint met een “B”. Als je ouders hun eigen regels hadden gemaakt dan had je vast Kletskous geheten.’

Bart

dinsdag 15 oktober 2024

Gezwam

Gezwam

‘Wat een heerlijk weertje hé?’, constateerde een buurtgenoot terwijl hij bij onze oprit stopte en met zijn armen naar de zon wees.

Mogguh John, ja het is inderdaad lekker weer. Ik zei nog tegen Truus, ga lekker buiten vegen, maar dat wilde ze niet.’

‘Dat is ook geen werk voor vrouwen, Bart. Dat horen wij mannen te doen.’
‘Laat ze het maar niet horen, ze is fanatiek aanhanger van de WDMKKDVO.’
‘Van de wat?’, vroeg hij.
‘De WDMKKDVO. Ken je die club niet?’ 
‘Je zwamt zoals gebruikelijk weer uit je nek.’
‘O, dankjewel. Fijne dag nog.’

‘Zo bedoelde ik het niet hoor. Vroeg me alleen af wat dat betekent. Hoe zei je dat ook alweer?’
‘De WDMKKDVO. “Wat De Man Kan Kan De Vrouw Ook”.’ 
‘Ah, op die fiets.’
‘Fiets?’
‘Ja, nu snap ik het. Emancipatie van de koude grond.’

‘Ach ja, vroeger was ze lid van de WDVKKDMO. Maar daar is ze op teruggekomen.’
‘Wat de vrouw kan kan de man ook?’, raadde hij. Maar daar is ze mee gestopt?’
‘Ja, volgens de reglementen moest ik dan koken. Was geen succes.’

Bart

maandag 14 oktober 2024

De droom

De droom

‘Je lag te dromen’, fluisterde Truus in mijn oor nadat ze mij had wakker geschud.
‘Ja, klopt’, bevestigde ik nadat ik mijn tong uit het nachthok had getrokken en onder controle had gebracht.

‘Je ging nogal tekeer.’
‘Ja, dat moest ook wel!’
‘Werd je achtervolgt?’
‘Nee want ik droom niet meer over je moeder.’

‘Wat was er dan?’
‘Inbrekers in de garage.’
‘In de garage?’
‘Ja. Ze waren van plan om onze fietsen te jatten.’
‘Kijk, gelukkig heb ik dan een stoere vent naast mij liggen.’ Ze kneep in mijn bovenarm.

‘Stelletje schooiers’, mompelde ik.
‘Kon je ze tegenhouden?’
‘Ik flikkerde van de trap.’
‘Vandaar dat je schreeuwde’, grinnikte ze.’
‘Wat dacht jij dan. Weet je hoe zeer dat doet?’

‘Gelukkig was het maar een droom, ga maar weer lekker slapen.’ Ze streek door mijn haar.
‘Slapen? Om de dooie dood niet. Ik ga naar de garage. Ik denk echt dat ze zijn gejat.’

‘Bart, het was toch een droom?’
‘Ik baal als een stekker’, gaapte ik.
‘Balen?’
‘Ja, als je mij gewoon had laten slapen had ik ze kunnen pakken. Nu ben ik vast te laat.’

Bart


Doof

Doof

‘Bart, misschien moet je binnenkort je oren weer eens laten testen.’
We zaten net aan het ontbijt en dan moet je bij mij niet met zulke boodschappen aankomen. 

‘Mijn oren testen? Of ze nog goed vastzitten?’, vroeg ik op onnozele toon. ‘Ik ben niet doof!’
‘Dan verdenk ik je ervan dat je mij met opzet niet hoort oftewel selectief doof bent.’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Dan ben je dus doof’, concludeerde ze. 

‘Wat bedoel je nou?’, vroeg ik geïrriteerd.
‘Dat is toch duidelijk?’, riep de overkant.
‘Truus, het ene moment vind je dat ik mijn oren moet testen op doofheid om vervolgens op voorhand al te tetteren dat het de Oostindische variant betreft.’

‘Ja, jij vindt dat je niet doof bent dus stel ik vast dat je selectief bent in het bedienen van je gehoororganen.’
‘Sorry Truus, ik ben net wakker.’
‘Gisteravond ook?’
‘Hoezo?’

‘Ik heb drie keer aangegeven dat ik zin had.’
‘Zin had? Dat heb ik helemaal niet gehoord.’ 
‘Nee, dove, daarom heb ik het stuk appeltaart zelf maar opgegeten.’

Bart


zondag 13 oktober 2024

Rianne

Rianne

‘Rianne is ook weer op bezoek’, stelde ik na een korte straatinspectie vast.
‘Wie?’
‘Rianne. schoondochter van die grijze duif van het begin van de straat.’
‘Ken je die dan?’, vroeg Truus.
‘Of ik Rianne ken? Natuurlijk ken ik Rianne.’

‘Waarvan dan?’ 
‘Zij was ooit de schoondochter van Marius.’
‘Marius?’
‘Ja, ach, die moet jij ook kennen’, vond ik.
‘Ken ik niet hoor.’
‘Dat is raar. Ken je je moeder nog wel?’
‘Bart, zwam niet.’

‘Wie is Marius.’
‘Marius is de man van eh.. hoe heet ze ook alweer…. Zo’n roodharig type. Beetje ordinair.’
‘Waar woont die dan?’
‘Geen idee. Vroeger woonden ze in Rotterdam.’
‘Ja, vroeger. Het gaat om nu!’
Ze raakte geïrriteerd. Dat merk ik altijd aan haar stem.

‘Ik ben de weg kwijt. Geen idee waar je nu in je verhaal zit’, riep ze.
‘Dat weet ik nu ook niet meer, ben even verdwaald’, bekende ik. 

‘En hoe nu verder?’, vroeg ze.
‘Hm, ik denk dat je het beste zelf even naar Rianne gaat om te informeren. Trouwens, je bent te laat: ze rijdt net weg.

Bart

Schoonmaak

Schoonmaak

‘Hé Joop, aan de wandel?’, riep ik naar onze passerende buurtgenoot. Ik stond te vegen.

‘Ja, Annie moet schoonmaken en dan loop ik graag een straatje om’, lachte hij terwijl hij bij onze oprit stopte. 
‘Dus jij laat je zomaar je huis uitgooien?’
‘Er is geen sprake van enig gooien hoor, want ik ga geheel vrijwillig. Ik loop niet veel maar áls ik loop, schijn ik enorm in de weg te lopen.’

‘Kijk, dat herken ik wel. Ik heb ook zo’n Miep die de stofzuiger als bulldozer gebruikt en mij naar buiten duwt.’
‘We hebben het slecht Bart.’
‘Klopt Joop. Mijn vader overkwam dat niet. Die bleef op zijn stoel zitten’, lachte ik. 
‘Standvastig mannetje die vader van jou. Nee ik lijk erg op mijn vader. Beetje onderdanig.’
‘Ligt aan de direct leidinggevende Joop.’ 

‘Annie is wat dat betreft een echte kenau. Zij heeft bij ons de broek aan.’
‘O kijk, daar hebben we Mieke van Someren. 
‘Mogguh Mieke, welkom bij de klaagmuur. Ook aan de wandel?’, vroeg ik.
‘Ja, Richard heeft me eruit gegooid!’
‘Dat meen je’, riep ik ontzet.

‘Ja, hij moet schoonmaken en dan loop ik volgens hem altijd vreselijk in de weg.’

Bart

vrijdag 11 oktober 2024

Vervelend

Vervelend 

‘Goh Annie, dus je dochter heeft een nieuwe relatie’, merkte Truus op. Annie was op koffievisite.
‘Ja, hij heet Rudolf. Een leuke man. Hij is dertig en zijn vorige relatie was uitgeblust.’

‘Goh, dertig en dan al uitgeblust? Was vast maar een klein vuurtje’, bemoeide ik mij er tegenaan.
‘Moet jij niet vegen?’, sneerde Truus.
‘Is al klaar.’
‘Ga dan maar grasmaaien of zo.’
‘Ben ik nu aan het doen.’
‘Wat aan het doen?’
‘Ik ben druk met de “of zo”.’

‘Bij jullie staat de boel zo te horen nog regelmatig in de fik’, lachte Annie.
‘Ach ja, dat gebemoei’, mopperde mijn eega.
‘Nou bij ons ook hoor. Joop kan er ook wat van.’

‘Over Joop gesproken, zit hij thuis?’
‘Nee, hij is met onze kleinzoon eendjes voeren.’
‘Ah leuk.’

‘Ja ik ben blij toe. Hij was zo vervelend.’
‘Ja, dat heb je met kinderen’, vond ik zinvol om toe te voegen.
‘Kinderen? Nee het ging over Joop! Ik heb hem met Pietertje en een zak brood naar buiten gegooid.’

Bart

donderdag 10 oktober 2024

Paperclips

Paperclips

‘Hoort u bij deze winkel?', vroeg ik een dame die in niet alledaagse kleding was gestoken en naar een leeg schap stond te staren.
Ze keek op.

Ik hoor niet bij de inventaris en ben ook geen eigenaar. Ik probeer hier slechts mijn dagelijks brood te verdienen.'
'Ah, kijk, dan mag ik u vast wel iets vragen ', probeerde ik.
'Als het winkelgerelateerd is wel.' ze glimlachte wat zuinig.

'Winkelgerelateerd. U bedoelt dat mijn vraag over uw assortiment moet gaan?'
'Ja, dat is winkel...' 'Gerelateerd', vulde ik aan.
'Juist.' ze keek me nu vol aan.
'Oke. Eh...'
'Vraagt u maar', moedigde ze aan.

'Paperclips, een doosje, waar kan ik die vinden?'
'Een doosje paperclips’, herhaalde ze peinzend. Er ontstonden enige zichtbare rimpels op haar gezicht.

‘Dat is toch een winkelgerelateerde vraag?’
‘Daar twijfel ik over meneer’, antwoordde ze.
‘Vanwaar deze twijfel?’
‘Omdat wij geen kant-en-klare paperclips verkopen.’

‘Geen kant-en-klare?’
‘Nee, maar wel bouwpakketjes met ijzerdraad. Kunt u ze zelf op maat buigen en vouwen. Dit is namelijk een hobbyzaak.’

Bart