Totaal aantal pageviews

vrijdag 29 november 2024

Examen

Examen

‘Wanneer is het examen?’, vroeg ik aan de dame die al een poosje met haar bovenlichaam in de geopende koeling hing en blijkbaar een geschikt yoghurtje zocht. Ze boog terug, strekte haar rug en keek mij vragend aan. ‘Examen? Wie, ik?’

‘Ja, u hangt nu al dik vijf minuten tussen de toetjes dus moet u ze nu zo langzamerhand wel in uw hoofd hebben gestampt.’
‘Waar bemoeit u zich mee!’, riep ze nijdig.
‘Ik bemoei me nergens mee, maar ik wil ook een keer.’

‘Wat wilt u?’
‘Ik wil de inhoud van de koeling ook bestuderen. En het liefst vandaag nog.’ 
Ze schudde haar hoofd. ‘Dan heeft u pech.’
‘Pech? Hoezo pech?’, vroeg ik nijdig.

‘Het examen was een uurtje geleden. Ik ben examinator en kijk ze nu allemaal na.’

Bart

De Bevers

De Bevers

‘Ik denk dat de Bevers gaan verhuizen’, hoorde ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje blaten. Ik hing aan mijn tablet een wordfeudje te leggen.

‘Kijk, dat is mooi. Ze veroorzaakten alleen maar schade. Die horen hier ook niet thuis.’
‘Hoezo horen ze hier niet? Het is een alleraardigst stel.’
‘Jaja. Bomen vernielen, in de rivieren kloten, Truus: één en al ellende. Nee, goed dat ze worden verplaatst.’

‘Gaat het wel goed met je?’
‘Hoezo? Wat is dat nou weer voor een rare vraag?’
‘Ik heb het over Liesje en Anton Bever.’
‘Dat is bijzonder: Bevers met een voornaam. Dat hoor je tegenwoordig niet veel meer.’

‘Man, wat zwam je toch allemaal?’
‘Hoezo zwammen? ik kan me allleen de broertjes Bever herinneren. Ed en Willem, maar die waren nep.’

Bart

dinsdag 26 november 2024

Chagrijnig

Chagrijnig

‘Ik weet niet wat er met mijn moeder aan de hand is: ze keek gisteren zo chagrijnig’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Ik zie geen verschil’, antwoordde ik.
‘Verschil met wat?’
‘Met vijftig jaar geleden.’ 
‘Praat toch niet altijd zo negatief over Mama.’
‘Ik ben niet negatief. Ik hou mij aan de feiten.’

‘Zou ze soms wat mankeren?’
‘Dat vraag ik mij al die vijftig jaren al af.’ 
‘Dat ze ons dat niet wil vertellen.’
‘Als je moeder wat mankeert, dan heb je binnen vijf minuten een belletje of een Appje.’
‘Waar is trouwens mijn mobiel?’, vroeg ze.
‘Zal wel in je tas zitten.’

Ze stond op om even later met het apparaat terug te keren.

‘En?’, vroeg ik quasi nieuwsgierig.
‘Wat “en”?’
‘Heeft ze geappt?’
‘Ach ja, ik ben haar vergeten te vragen voor vijf december’, riep ze terwijl ze druk aan het typen was.
‘Wat typ je nou?’
‘Dat ze welkom is, natuurlijk. Ik dacht al, er moest iets aan de hand zijn.’

‘Moeten we dat niet eerst overleggen?’
‘Overleggen? Hoezo?’
‘Nou ja, wat heb je liever: Een chagrijnige moeder of een chagrijnige vent in huis.’

Bart

maandag 25 november 2024

5 December

5 December

‘Hé Bart, mag ik jou wat vragen?’, vroeg mevrouw Boerstoel die ik bij de Super tegen het lijf liep. ‘Ik wilde eigenlijk even bij jullie aanbellen maar nu ik je tegenkom kan het natuurlijk ook nu.’
‘Brandt los, Ruth’, nodigde ik haar uit terwijl ik op mijn horloge keek. 
‘Heb je haast?’, vroeg ze. ‘Dan laat maar hoor.’
‘Nee hoor, maar het is half tien en Karin Krul zit vanaf tien uur achter de kassa.’
‘Ahhh, ik snap hem al.’ Ze gaf een knipoog.

‘Maar stel je vraag’, nodigde ik haar uit.
‘We zitten met een probleempje, Bart. Onze kleinkinderen komen op 5 december sinterklaas vieren en we hadden daarvoor de Sint uitgenodigd. Maar die belde af. Zijn vrouw ken je wel. Dat is Roos van de straat hierachter. Ze is hoogzwanger en kan elk moment bevallen.’

‘Weet de Paus daarvan?’, lachte ik.
‘Geen idee, maar we zitten nu zonder. En we kunnen niet zo snel een ander krijgen.’
‘En nu wil je vragen of ik voor Sint wil spelen?’
‘Nou nee, dat lijkt me geen optie. Jij bent niet bepaald de persoon die wij als Sint voor ons zien.’
‘O? Ik heb anders jarenlang voor Sint gespeeld. Zelfs op scholen.’
‘Klopt, onze zoon heeft jou meegemaakt. Hij heeft het er nóg over. Vandaar.’

‘Maar wat is nu concreet de vraag?’, vroeg ik.
‘Tja, wil jij als de vliezen breken, de zwangere een lift naar het ziekenhuis geven? Dan kan de Sint gewoon komen.’

Bart

zondag 24 november 2024

De belofte

De belofte

‘Heb jij nog aan Agnes gedacht?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Ik denk constant aan Agnes. Het is een leuke dame, dus waarom niet?’

‘Dat bedoel ik niet. Ze heeft je gevraagd of je misschien een keer haar plafond zou willen sauzen. En aangezien je ja hebt gezegd, moet je er wel een keer mee aan de gang.’

Had ik weer. Het was een vraag van een half jaar geleden op een verjaardag waar ik weinig meer van weet. Het was toen erg gezellig.
‘Belofte maakt schuld’, wreef Truus er nog even fijntjes in.

‘Ze heeft nu een Pim’, bedacht ik mij hardop.
‘Pim is onhandig. Die kan niks met een kwast.’
‘Nou, daar denkt onze Ag vast anders over’

‘Misschien moet je even een afspraak maken?’
‘Om een klus te doen waar ik helemaal geen zin in heb? Volgens mij is ze het vergeten en dat wil ik graag zo houden.’ 
Gewoon tactisch je mond houden Bartje…

‘Maar waarom begin je hierover?’, vroeg ik.
‘Omdat ze gisteren hier met wat kleurenstaaltjes aan de deur stond. Ze vroeg om mijn advies.’
‘En toen?’
‘Ze vertelde dat ze een schildersbedrijf ging inhuren.’
‘Ah, kijk, opgelost’, lachte ik opgelucht.

‘Inderdaad opgelost. Ik heb haar nog even aan jullie afspraak helpen herinneren.’
‘Truus, waarom heb je dat in Godsnaam gedaan?’ 
‘Omdat ze het blijkbaar ook vergeten was.’

Bart

zaterdag 23 november 2024

Avondje uit

Avondje uit

‘Ik ga vanavond naar de stad’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Naar de stad? Jij?’
‘Ja, Joop Heuvel vroeg of ik meeging. Hij durft niet alleen.’
‘Joop mág niet alleen’, riep ze streng.
‘Waarom zou hij niet mogen?’
‘Omdat Joop geen maat kent.’

‘Dat klopt, hij heeft weinig maten. Daarom mag ik mee.’
‘Ik bedoel drank. Hij zuipt. En als hij dronken is, weet hij niet meer waar hij woont en dat hij getrouwd is.’
‘O, maar Annie zal hem daar bij thuiskomst ongetwijfeld aan helpen herinneren.’

‘En hoe moet dat dan met jou?’
‘Met mij? Ik ben volstrekt monogaam schat.’
‘Dat is je geraden ook. Nee, ik bedoel omdat we geen hond meer hebben.’
‘Geen hond meer. Leg even uit wat dát er mee te maken heeft.’

‘Alles. Toen je de vorige keer thuiskwam stond Bobby aan mijn bedkant te klagen en te jammeren.’
‘Heb ik geen actieve herinnering aan.’ 
‘Dat klopt. Jij hebt dat ook niet meer meegemaakt. Je lag toen al opgerold te snurken in Bobby’s mand.’

Bart


vrijdag 22 november 2024

Sneeuw

Sneeuw

‘Het heeft gesneeuwd!’, hoorde ik Truus met enig enthousiasme roepen nadat ze de slaapkamergordijnen had opengeschoven.

‘Ja, ik zag het al op het nieuws’, beaamde ik.
‘Dat heb ik dan even gemist’, lachte ze.
‘Ja, jij lag nog zwaar te slapen. De weerman van SBS sprong bijna van enthousiasme door de beeldbuis hier de slaapkamer binnen. De sukkel!’

‘Hoezo nou weer “sukkel”? Sneeuw is toch leuk? En al zo lang geleden!’
‘Mij ontgaat de leuk, maar goed: je hebt recht op je eigen gevoel.’

‘Bart, het is toch geweldig voor de kleinkinderen? En dat in combinatie met de Sinterklaas!’
‘Dat die klojo op zijn knol door de sneeuw over het dak huppelt, bedoel je? Dat geloof je toch zeker zelf niet?’

‘Man, doe even normaal. Ben je ochtendziek?’ 
‘Dat word ik van dat overdreven blije geleuter op TV.’
‘Mopperkont!’, schold ze.
‘Dat zal, maar ik heb je wel gered.’
‘Gered?’

‘Ja, dat ik de TV op tijd heb uitgezet. Voor hetzelfde geld was die weerman door de beeldbuis gebroken en met zijn blije sneeuwkop en ijshanden bij jou in je warme bed beland!’

Bart

donderdag 21 november 2024

Buurtoverleg

Buurtoverleg

‘Morgen meneer Bart’, hoorde ik een bekende stem pal achter mij. En dan niet zomaar bekend, maar heel erg bekend. Krul. Karin Krul, onze buurtroddelaarster. Ik had helemaal geen zin om mij om te draaien maar omdat ze bleef staan en ik geen verdere gehoorschade wilde oplopen, deed ik dat toch maar.’

‘Wat is er?’, vroeg ik met mijn schakelaar op de hoogste nors-stand.
‘Je kunt ook vragen “wat mot je?”, reageerde ze.
‘Wat mot je?’, echode ik.
‘Ik wil binnenkort een buurtoverlegje organiseren.’

‘Mooi, en wat moet ik daarmee?’
‘Nou ja, jij hoort toch ook bij de buurt?’
‘Jawel, maar niet bij jouw buurt. En wat wil je daarmee?’
‘Ik wil graag over de omgangsvormen in de buurt praten.’

‘Zijn die niet goed dan?’
‘Nee, ik vind van niet.’
‘Wat mankeert er dan aan?’
‘Ik vind dat er ontzettend veel wordt geroddeld.’

‘Dat klopt, Karin. Dat klopt.’
‘O, kijk. Dus jij herkent het ook?’
‘Ja, daar moet inderdaad iets aan gebeuren.’
‘Mooi, vandaar dat overleg.’

‘Maar daar heb je helemaal geen overleg voor nodig hoor’, zei ik.
‘Hoezo niet?’
‘Nou ja, ik vind het best wel vreemd dat de buurt bij elkaar moet komen om voor jou een andere woning te zoeken.’

Bart

woensdag 20 november 2024

Trek

Trek

‘Heb je al trek?’, hoorde ik Truus vanuit de keuken vragen.
‘Trek? Hoe bedoel je?’
‘Of je maag rammelt!’
‘Ik hoor niks’, zei ik.

‘Kun je ook niet horen’, klonk de conclusie.
‘Hoezo niet?’
‘Een vetlaag is net een geluidswal. Ik vraag of je honger hebt!’
‘Volgens mijn moeder kunnen wij geen honger hebben. Dus…’
‘Dus wat?’
‘Dus heb ik geen honger.’
‘Mooi. Ik ook niet.’

‘Maar ik heb wel zin in iets.’
‘Ja, wat wil je nou? Wees eens duidelijk!!’
‘Ik lust wel een gebakken eitje. Met plakjes kaas, ham, bovenop een tweetal boterhammen. En dat alles geserveerd met een beker melk.’ 

‘Eieren zijn op, ham is op, en de kaas heb je gisteravond in blokjes gesneden. Dus…’
‘Wat “dus”?’
‘Dus, verzin iets anders.’

‘Hm, misschien heb ik dan toch wel trek!’

Bart

Het hulpje

Het hulpje

‘Bart, kun je me even helpen? Ik krijg het deksel er niet af.’ Ze stond in de keuken met een glazen pot in haar hand. 
In de kamer zat mijn schoonmoeder die meende hier op in te moeten gaan door een tactische vraag te stellen. 

‘Kun je dat wel, Bart?’
Ik besloot geen antwoord te geven en het deksel met een zwaar aangezette kreun van de pot te draaien.
‘Bart is zó handig Mam. Die kan dat echt wel.’
‘Jaja’, klonk de kamer vol ongeloof.

‘O schat, wacht even. Kun je ook nog dit blikje losmaken?’ Ik kreeg een blikje tomatenpuree in mijn handen gedrukt. 
‘Dat deksel kun je er zo aftrekken. Lipje hoog en trekken’, riep het orakel. 
‘O, ik hoor net dat je moeder het ook kan’, sneerde ik.

‘Niks ervan Bartje. Je bent mijn ultieme keukenhulpje’, lachte Truus. ‘Jij gaat mij helpen.’

‘Hm, ik heb mijn keukenhulpjes in de keuken hangen’, zeurde mijn schoonmoeder. ‘Maar misschien kun je dat ook met Bart. Hang je hem tussen de pannenlapjes en de deegroller aan het rekje. Heb je hem altijd voor het grijpen.’

Bart



dinsdag 19 november 2024

De cake

De cake

‘Lukt het?’, vroeg Truus toen ik opgevouwen in een keukenkastje probeerde een cake bakblik te pakken.
‘Nee. Waarom gooi je dat ding gloeiende gloeiende achter in dat kastje?’
‘Omdat jij je stoorde aan dat blik. Het lag eerst vooraan.’
‘Ja, pal voor de borden. Lekker handig.’

‘Heb je hem nou of niet?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Niet? Moet ik bijlichten?’
‘Bijlichten? Mijn armen zijn te kort. Kom hier!! Kloteblik!’

‘Rustig, denk aan je hart.’
‘Had dat vooraf bedacht!’
‘Krijg het heen en weer. Ik probeer je te helpen!’
‘Ja, van de wal in de sloot. Ik zie hem wel liggen maar kan niet ver genoeg…’

‘Ik zei nog tegen je, je moet nodig afvallen. Je buik zit in de weg!’
‘Waarom moet je zo nodig nu dat bakblik hebben!’
‘Mama komt vanavond op de koffie.’
‘Ook dat nog’, mopperde ik in een uiterste poging.
‘Ja, ook dat nog! Heb je hem nou of niet?’ 

Ik trok mijzelf moeizaam terug uit het kastje.
‘En wat nu?’, vroeg ze.
‘Ik neem je advies over.’
‘Wat voor een advies?’, vroeg ze nijdig.
‘Dat van dat afvallen.’

‘En mijn bakblik dan?’
‘Die hebben we niet meer nodig!’ 
‘Bepaal jij dat?’
‘Ja, ík moet toch afvallen?’

Bart

maandag 18 november 2024

Speklapjes

Speklapjes

‘Morgen mevrouw, mag ik u iets vragen?’, vroeg ik een vrouwelijke Appiër. Ze stond voorover gebogen over een karretje wat was afgeladen met bakjes vlees en wat in de koeling gedeponeerd moest worden.

‘Wat wilt u?’, vroeg ze ietwat gestoord.
‘Weet u misschien waar ik de speklapjes kan vinden?’
‘Liggen die niet in de koeling?’, vroeg ze terwijl ze met de rug van haar hand het zweet van haar voorhoofd wiste.
‘Nee, want anders zou ik het niet vragen’, lachte ik.

‘De speklapjes liggen echt in de koeling meneer.’
‘Hoe weet u dat zo zeker?’
‘Omdat ze daar moeten liggen.’
‘Maar ik zie ze niet.’
‘Ze liggen achter het rechter deurtje.’
‘Ik heb netjes bij het rechterdeurtje aangeklopt, deur geopend maar geen speklapjes aangetroffen.’

Ze keek me aan, slaakte een diepe zucht, liep naar de koeling en keerde terug met het gezochte bakje. ‘Kijk meneer’, riep ze triomfantelijk terwijl ze mij het bakje overhandigde.

‘Hoe kan dat nou?’, vroeg ik.
‘Meneer, laat ik het zo zeggen: ik heb ruime ervaring met mannen die iets moeten zoeken en het niet kunnen vinden.’

‘Kijk mevrouw,’, lachte ik. ‘Dan was ik bij u toch aan het juiste adres.’

Bart

zaterdag 16 november 2024

Kassaroddel

Kassaroddel

‘Ik denk dat ik het bij Karin Krul voorgoed heb verpest’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Dat heb je jaren geleden al’, grinnikte Truus.
‘Wat heb je nu weer verzonnen?’
‘O, niks bijzonders. Ze zat bij de super achter de kassa en probeerde mij deelgenoot te maken.’

‘Deelgenoot waarvan?’
‘Van een ordinaire burenruzie. Ze heeft heibel met Annie van der Heuvel.’
‘Met Annie? Hoe kan dát nou? Daar kan je onmogelijk ruzie mee krijgen.’
‘Dat zei ik ook.’

‘En waar ging het dan over?’
‘Heb ik niet gevraagd.’
‘O? Dat vraag je dan toch?’
‘Ben ik niet aan toegekomen.’
‘Niet aan toegekomen?’
‘Nee, haar chef kwam er bij staan.’

‘Hoezo heb je het dan voorgoed bij haar verpest?’
‘Omdat ik hem in haar bijzijn verzocht zo snel mogelijk roddelvrije scankassa’s te plaatsen.’

Bart

vrijdag 15 november 2024

De Toornstra’s

De Toornstra’s


‘Ik hoorde van Joop van der Heuvel dat die van Toornstra uit elkaar gaan’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘O? Ik wist niet eens dat ze bij elkaar waren. Sterker nog: ik weet niet eens wie dat zijn?’

‘Ach jawel, dat zijn die lui die laatst onderling ruzie hadden bij de rummikub.’
‘Ik was daar niet bij, Truus, en ik heb niks uit het roddelcircuit gehoord.’

‘Ik heb het je in geuren en kleuren verteld. Dat zij met Vruggink zat te flikflooien en hij met Carla Boerema.’
‘Carla van de Porsche bedoel je?’
‘Ja, die wulpse trut.’
‘Oké, kan ik mij niks van herinneren.’

‘Wanneer was dat precies?’ Ik tikte ondertussen op het scherm van mijn tablet.
‘Wat zit je nou te doen?’
‘Ik pak mijn tablet.’
‘Terwijl ik tegen je praat?’
‘Ja, ik heb de agenda geopend. Even kijken of ik iets over dit akkefietje heb genoteerd.’

‘Hoezo genoteerd?’
‘O kijk, hier staat het. Exact drie weken geleden. “Truus roddelt over de Toornstra’s. Wordt vast over drie weken vervolgd.’

Bart

donderdag 14 november 2024

Een gaatje

Een gaatje

‘Hé Bart, mag ik misschien jouw boor even lenen? Ik moet een gaatje in de muur maken voor een schroef.’ 
Ik stond net buiten te bezemen. 

‘Morgen Agnes. Ga jij een gaatje boren?’
‘Ja, in de slaapkamer. Ik wil een haak aan de muur.’
‘En dat moet geboord worden?’
‘Ja, ik heb geprobeerd de schroef erin te timmeren, maar volgens Pim moet het geboord worden en dan met een plug? Heet dat zo? Een plug?’

‘Ja, klopt. Een plug. Die duw je in het gat en daarna haakje er tegen en de schroef erin.’
‘Goh, klinkt toch niet echt simpel.’
‘Ik snap hem al’, lachte ik. 

Even later stond ik gewapend met gereedschap voor de deur toen ons aller buurtroddelaarster Krul mij ontdekte.

‘Morgen Bart, aan de klus bij Agnes? Is er iets stuk?’
‘Hoezo stuk?’
‘Nou ja, vanwege die boor.’
‘Nee hoor, ik moet een microfoon op haar slaapkamer ophangen.’

‘Een microfoon? Op haar slaapkamer?’
‘Ja, die koppelen we dan aan jouw WiFi.’
‘Mijn wifi?’
‘Ja, dan hoef je dat glas niet meer aan je oor te houden. Kun je de belevenissen voortaan life op je radio volgen.’

Bart

woensdag 13 november 2024

Het peentje

Het peentje

‘Ik heb hier een peentje en die is niet goed’, meldde ik terwijl ik hem ter ondersteuning van mijn betoog hoog hield.
Ik hoorde haar zuchten.

‘Wat is er mis met het peentje?’
‘Dat ga ik je uitleggen. Kijk, een peentje hoort een beetje knapperig te zijn. Dat heeft deze niet. De bite is niet goed. Hij is te zacht.’

‘Te zacht. En zijn broertje?’
‘Je bedoelt deze?’, vroeg ik terwijl ik naar het naastgelegen peentje wees.
‘Ja? Is die wel goed?’
‘Dat is zijn zusje. Niet zijn broertje.’

‘Bart, hou op met dat domme gezwam. Er is niks mis met de peentjes. Het ligt aan jou.’
‘Hoezo aan mij? Hier, neem dan een hapje.’ Ik hield hem haar voor.
‘Hoepel op met dat dingetje. Als je hem niet lust leg je hem op de rand van je bord.’

‘Maar hoe kan dat dan?’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat hij te zacht is.’
‘Hij was waarschijnlijk over de datum. Tjonge jonge Bart. Dat ik dat een zeventig jarige nog moet uitleggen.'

Bart

maandag 11 november 2024

Dokterbezoek

Dokterbezoek.


‘En, wat zei de dokter?', vroeg Truus na mijn thuiskomst. 

‘Hij vroeg hoe het met mij ging. Of ik wel voldoende at, voldoende dronk. Hoe mijn stoelgang eruit zag, of jij nog een beetje gezellig was…’


‘En wat zei hij over je klacht?’

‘Die was terecht. Geen discussie.’

‘Hoe bedoel je terecht?’

‘Nou ja, hij was het met mij eens.’

‘Waar mee eens?’

‘Dat ik verkouden ben.’


‘En toen?’

‘Er was geen toen. Gewoon goed snuiten, af en toe een molletje innemen en doorgaan met mijn leven.’

‘Dat was alles?’


 'O nee. Er was ook nog sfeerverlichting, op de achtergrond klonk het prachtige  "Waarheen, Waarvoor" van Mieke Telkamp en er was natte cake bij de koffie. Kortom: ik kan op een leuke manier op mijn bezoekje terugkijken.’


Bart





zondag 10 november 2024

Knallen

Knallen

‘Ik hoorde vannacht vuurwerk’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘En het kwam van daarachter.’ Ze wees met haar arm.

‘Ik heb niks gehoord. Was het soms in je droom?’
‘Nee, ik werd er wakker van. Het leek wel zo’n duizenklapper.’
‘Heb je ze geteld?’
‘Bart, even serieus. Ik schrok enorm.’
‘Kan ik me voorstellen. Goh, ik heb echt niks gehoord!’

‘En toen?’
‘Hoezo “toen”?’
‘Nou ja, meestal zijn het van die groepjes die al schreeuwend over straat gaan.’
‘Nee, het bleef beperkt tot die knallen.’

‘Had mij maar wakker gemaakt.’
‘Waarom? Dan had ik twee problemen.’
‘Hoezo twee?’
‘Vuurwerk en gemopper van jou. Eigenlijk drie want ik kon ook niet meer in slaap komen.’

‘O, maar dan had ik je kunnen helpen?’
‘Ik zie nu iets van een wal en een sloot. Hoezo helpen!’
‘Nou ja, dan hadden we samen de klappers kunnen tellen. Tegen die tijd dat we de achthonderd-knallen-grens hadden gepasseerd, waren we in slaap gevallen.’

‘Wat is dat nou weer voor onzin’, riep ze nijdig.
‘Hoezo onzin? Bij schapen tellen lukt dat ook.’

Bart

zaterdag 9 november 2024

Een hond

Een hond

‘Mogguh’, riep hij in het voorbijgaan. De “hij” was een onbekende, die met een grote hond langsliep. Ik stond nog wat met een struik te overleggen of ik hem zou knippen of niet.

‘Ook goede morgen’, echode ik terug. De hond hield in, draaide een kwartslag en wilde in mijn richting afslaan. De lijn hield hem tegen. 

‘Bijtertje?’, vroeg ik terwijl hij de arm van de man bijna uit zijn kom schoot.
‘Nee hoor, hij is alleen maar nieuwsgierig.’
‘Dat is mijn schoonmoeder ook, maar die trekt niet zo hard aan de riem’, lachte ik.

‘Wat voor een ras is het?’
‘Een Duitser. Ik denk een mix van een staander en een vleugje herder.’
‘Hij ziet er wel uit als een hond’, merkte ik na een vluchtige bestudering op.
‘Ja hè. Ja, het is ook een echte werker. Ik denk dat hij wel geschikt is voor politiehond.’

‘Waaruit blijkt dat dan?’
‘Hij kan heel goed zoeken en apporteren.’
‘Dat is handig.’
‘Dat is het zeker. Maar helaas heb ik er geen papieren bij.’

‘Geen papieren? Het gaat er toch om dat hij zijn werk goed doet?’
‘Jawel, maar zo kan hij nooit bij de politie.’
‘Wat een onzin. Ik heb bij mijn schoonmoeder ook geen papieren, maar die kan zo bij de ME.’

Bart

vrijdag 8 november 2024

Een wond

Een wond

‘Morgen meneer Bart’, hoorde ik een stem achter mij. Ik liep op dat moment achter een blauw Appie-karretje boodschappen te doen. Ik draaide mij om en herkende een buurtgenootje.

‘Morgen mevrouw Hoevers, ook aan de boodschap?’ 
‘Jazeker, dat moet wel. Niemand anders die het voor mij doet’, lachte ze. ‘Maar hoe gaat het met u?’
‘Met mij? Prima hoor, ik mag niet klagen.’

‘Ik vraag dat omdat u wat eigenaardig loopt.’
‘Wie, ik? Eigenaardig?’
‘Ja, ik zie dat u zich wat moeizaam en scheef achter dat karretje beweegt. Last van uw rug?’
‘Nou ja, ik kan nu gaan klagen over een oude oorlogswond, maar dat doe ik niet.’

‘Een oude oorlogswond? U?’
‘Hoort u mij klagen dan?’, vroeg ik.
‘Nee, dat niet.’
‘Dat komt omdat ik helemaal geen oorlogswond heb’, lachte ik. Ze schudde afkeurend haar hoofd. ‘U heeft altijd van die rare opmerkingen.’

‘Hoezo raar? Er zijn hier echt sporen van geweld zichtbaar, mevrouw Hoevers. Waarom denkt u dat ik zo moeizaam achter die kar loop?’
‘Geen idee, meneer Bart. Daarom stelde ik juist mijn vraag.’ Ze slaakte een diepe zucht.

‘Mijn karretje heeft een oorlogswond opgelopen. Het zwenkwieltje is door grof stoeprandgeweld scheef gebogen. Hij spoort niet.’ 
Ze keek me wederom hoofdschuddend aan.

‘Ik heb toch sterk de indruk meneer Bart, dat uw karretje niet het enige is wat hier niet helemaal spoort. Fijne dag nog.’

Bart


donderdag 7 november 2024

Het testje

Het testje

Ik verbaas mij er altijd weer over hoe een jury bij een jurering tot een getal achter de komma kan komen. Zo ook gisteren bij het perfecte plaatje. Daar staan ze dan een beetje interessant over een foto gebogen om vast te stellen dat het een zeven komma drie moet worden. Mij bekruipt dan al snel het gevoel dat er achter de schermen met een dobbelsteen wordt gegooid en de uitkomst wordt gebruikt om het gat achter de komma te vullen. 

Mijn Truus vindt dat onzin en roept dat ik altijd wat te zeuren heb. Ik besloot tot een praktijktestje.

‘Broodjes zijn heerlijk, schat’, meldde ik tijdens het ontbijt. Ik had zojuist een hap van het vers gebakken pistoletje genomen.
‘Ja hè, dat vond ik nou ook.’
‘Fijn, zijn we het een keertje eens.’ Ze keek triomfantelijk.

‘Ik zou ze willen jureren op een acht komma zes.’
Ze keek me aan alsof de broodjes spontaan ontploften.’
‘Hoe bedoel je een acht komma zes?’
‘Nou, eigenlijk scoorden ze een negen, maar ik moet wat aftrekpunten toepassen.’

‘Man, wat klets je nou allemaal?’
‘Ja Truusje, de korst van mijn pistoletje was nét niet egaal. Dat zijn twee aftrekpunten en ik proefde een scherp dingetje. Dus nog twee. Kom ik aan acht komma zes. Maar, al met al toch nog een prima score hoor’, stelde ik haar gerust.

‘Sorry Bart, dit vind ik echt ongelooflijk gezwam. Waardeloze jurering.’

Tja, laat ik het zo concluderen: praktijktestje geslaagd.

Bart

woensdag 6 november 2024

Een brief

Een brief

‘Volgens mij heeft Agnes nu twee vriendjes’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Twee?’, lachte Truus.
‘Ja, die jongen die zich Pim noemt en nu ook een knul die ze achter de balie van burgerzaken heeft geplukt. Ik herken hem.’

‘Herken hem? Waarvan?’
‘Toen ik vorige maand voor mijn paspoort langs moest lag hij daar uit te slapen.’
‘Het zal, Bart. Al heeft ze er drie. Zolang wij er geen last van hebben.’ 

‘Truus, het begint daar echt een zoete inval van gemeenteambtenaren te worden.’
‘Onzin. Misschien heeft ze ‘s avonds werkoverleg. Dat kan toch?’
‘O ja hoor, dat kan. Tegen die tijd zijn ze ook wel een keer wakker.’

‘Misschien moet je de oprit wat minder vaak vegen?’
‘Waar slaat dat nou weer op?’
‘Dan zie minder. Je krijgt teveel prikkels.’
‘Teveel prikkels van Agnes?’
‘Ja, jij begint toch steeds over haar te klagen.’

‘Ik ga een brief schrijven’, besloot ik.
‘Een brief?’
‘Ja, aan de rijdende rechter.’
‘Over Agnes?’, lachte ze.
‘Nee, over jou. Rijdende rechter, ik eis dat mijn vrouw mij voortaan serieus neemt.’

Bart



dinsdag 5 november 2024

De trui

De trui

‘Ik moet eens zien dat ik een andere trui krijg, Truus.’
‘Hoezo? Wat mankeert eraan?’, vroeg ze.
‘Hij truit niet goed meer.’
‘Truit?’
‘Hij wordt niet goed warm meer.’

‘Schat, een trui wordt niet warm, een trui isoleert.’
‘Dan is de isolatie stuk. Komt misschien wel omdat je dat goedkope wasmiddel gebruikt.’
‘Omdat jij dat beter voor de huishoudpot vindt’, ketste ze terug.

Soms zou je toch spontaan wensen dat het laatste woord wordt afschaft. 

‘Hoe dan ook, ik ga voor een nieuwe trui.’
‘Al eens boven in de kast gekeken? Daar liggen stapels truien. Sommigen nog met het prijskaartje eraan.’
‘Onzin Truus. Die zijn allemaal te klein. Gekrompen door goedkoop wasmiddel.’ 

‘Man, zwam niet. Je bent te dik geworden.’
‘Komt doordat ik verkeerd eten krijg’, concludeerde ik.
‘Wacht even, nu krijg ik de schuld?’, riep ze nijdig.
‘Ja, je kookt veel te lekker.’

Bart

maandag 4 november 2024

Bloed prikken

Bloed prikken

'Graag uw linkerarm vrij maken’, gaf ze mij als opdracht. Ik zat bij de afdeling bloedzuigerij van de huisartsenpost.

‘Vrijmaken?’, vroeg ik zuinigjes. Ik heb het niet op dit soort gedoe.
‘Ja, even mouw opstropen’, klonk het door ervaring doorspekte advies. Ze lachte vriendelijk.

‘Dat gaat niet’, blaatte ik. ‘Mouw is te nauw.’
‘Dan moet de trui even uit.’ 
‘Maar dan zit ik in mijn hemd.’
‘U kunt beter in uw hemd zitten dan in uw hemd staan’, humorde ze door. Ik trok zuchtend mijn trui uit.

‘Zo, dan nu even een vuist maken, dan ga ik op zoek naar een vrijwilliger.’
‘Kunt u het niet alleen af?’ Ik kreeg het bij het idee al benauwd. Twee medewerkers voor een buisje bloed.

‘Ik bedoel een bloedvat.’
‘O, een vrijwillig bloedvat. Ik weet niet of ze allemaal vrijwillig in de rij liggen voor een naaldbezoek.’
‘Nee, dat weet ik wel zeker.’ 

Ze klopte nu op mijn arm.
‘Ze slapen nog’, grapte ze. 'Maar ik prik ze wel even wakker.'
'Nou nee, laat maar. Ik kom morgenvroeg wel terug. Tegen die tijd  zijn ze wel uitgeslapen.'

Bart

zondag 3 november 2024

Een trol

Een trol

‘Die trol van de tennisclub kwam net ook weer voorbij’, bracht ik tijdens ons tien uur koffiemomentje als onderwerp in.

‘Trol? Je bedoelt waar ze afgelopen week Halloween vierden? Was ze geschminkt als Trol?’ 
‘Nee, als spook. Dit gezicht werd na het afschminken zichtbaar.’

‘En nu kwam ze op weg naar de tennisbaan, voorbij fietsen?’
‘Ja, de arrogante trut.’
‘Hoezo arrogant? Ze is best aardig.’
‘Truus, ik stond te vegen en blijkbaar had ze daar last van.’

‘Last van de stofwolken?’
‘Nee, ze vond dat ik onzinnig bezig was.’
‘Hoezo onzinnig?’
‘Ik kon beter op de tennisbaan aan het werk gaan.’
‘Om te vegen?’
‘Nee, om ballen te rapen.’ 

Bart

zaterdag 2 november 2024

Ome Jan

Oké Jan

‘Ome Jan was mijn grote voorbeeld’, zuchtte ik terwijl ik door het op zolder gevonden familiealbum bladerde.

‘Die heb ik nooit gekend’, reageerde Truus.
‘Klopt, jij was toen nog niet in beeld. Sterker nog, jij lag nog ergens op de ontwerptafel.’
‘Ik ben niet ontworpen’, lachte ze. Ik ben van de toeval.’

‘Ome Jan was een broer van mijn vader.’
‘O? Ik dacht dat hij alleen een zus had?’
‘Welnee, mijn vader had geen zus. Hoe kom je daar nou bij?’

‘Sorry schat, jouw familie is zo’n ondoorgrondelijke wirwar van ooms, tantes, neven en nichten, daar prik ik niet doorheen.’
‘Dat moet ook niet. Zolang je mij maar in beeld hebt, mag je de rest vergeten.’

‘Behalve dan die Ome Jan van jou.’
‘Ja, die naam moet je onthouden. Was voor mij een voorbeeld van hoe je nuttig kan zijn.’
‘Nuttig?’
‘Ja Truus, elke dag als ik onze oprit veeg, draag ik hem in mijn gedachten bij mij.’

‘Jonge jonge, wat overdrijven we weer. Alsof het een halve God was.’
‘Geen halve God, hij was straatverger bij de gemeente Den Haag.’

Bart

Telefoongesprek

Telefoongesprek

Ik moest onlangs een telefoongesprekje voeren met een nutsbedrijf. Tenminste, ze vinden zichzelf enorm nuttig, ik vind dat minder. 

Om zo’n gesprek te kunnen voeren moet je eerst de nodige voorbereidingen treffen. Zo moet je, behalve de betreffende papieren, een volle kop koffie en een heleboel geduld voor je hebben liggen.

Het begon met de stem van een dame die me op voorhand al meldde dat het gesprek voor opleidingsdoeleinden opgenomen kon worden. Tja, ik heb geen opleiding nodig maar dat kun je haar niet uitleggen. Snapt ze niet.

Vervolgens moet je aan een digitale muts uitleggen wat je komt doen om uiteindelijk in een concertzaal geplaatst te worden waar je de meest afgrijselijke deun die je kunt verzinnen verplicht aan moet horen. 

Af en toe word het gekrijs onderbroken door een stem die meldt dat je nog een ogenblik geduld moet opbrengen omdat alle medewerkers nog in gesprek zijn. 

En daar begint bij mij de twijfel. Ik heb namelijk sterk de indruk dat ze niet in gesprek zijn maar met zijn allen in het orkest zitten met maar één doel: zo vals mogelijk spelen zodat dat je uit pure ellende ophangt.

Bart